archiveren

Tagarchief: verdediging

De verdediging tegen “kijken” naar de verdediging tegen god is een verdediging die de verdediging verdedigt.

Elke verdediging tegen wat of voor wat dan ook komt hieruit voort en is duidelijk de keuze voor het egodenken.
Niets hoeft verdedigt te worden en niets hoeft niet verdedigt te worden.
De wereld is niets en “niets” hoeft niet verdedigt te worden.
“Niets” verdedigen is een poging om van niets iets te maken, wat alleen maar kan resulteren in nog meer niets.

Ik hoef niets te doen, niets kan niets doen, niets kan niet iets doen.

Opmerkingen zoals, “ja maar ik kan toch niet gewoon maar niets meer doen” is niets meer of minder opnieuw een poging van het ego om van niets iets te maken.

“Niets” is een bedachte angst gedachte van de egodenkgeest, die “niets” gebruikt als verdedigingsmiddel tegen de nietsheid van niets.

De egodenkgeest is daarom niet de beste raadgever om naar te luisteren.

Alleen dit volledig doorzien en het besef dat het slechts een geloof is kan de denkgeest focus verplaatsen via de waarnemende keuzemakende denkgeest naar “Heilige Geest” denkgeest door middel van het vergeven van elke opgemerkte en aan het licht gebrachte “niets” gedachte.
Ware vergeving die ziet dat “niets” niet gebeurt kan zijn.

4.Vergeving daarentegen is stil en doet in alle rust niets. 2Ze schendt geen enkel aspect van de werkelijkheid, en probeert die evenmin te verdraaien tot een verschijningsvorm die haar aanstaat. 3Ze kijkt alleen, en wacht, en oordeelt niet. 4Wie niet wil vergeven, moet wel oordelen, want hij moet zijn onvermogen om te vergeven rechtvaardigen. 5Maar wie zichzelf vergeven wil, moet leren de waarheid te verwelkomen precies zoals die is.

5.Doe daarom niets en laat vergeving je tonen wat jou te doen staat, via Hem die je Gids is, je Verlosser en Beschermer, sterk in hoop en zeker van jouw uiteindelijk succes. 2Hij heeft jou al vergeven, want dat is Zijn functie, Hem gegeven door God. 3Nu moet jij Zijn functie delen en vergeven wie Hij heeft verlost, wiens zondeloosheid Hij ziet, en wie Hij eert als de Zoon van God.
(WdII.1.4,5)

Ik denk niet dat we zogenaamde anderen die buiten ons lijken te zijn kunnen beoordelen op hun ego uitingen. Immers alles wat ik denk te zien buiten mij, in anderen, dingen en situaties laat mij mijn eigen ego projecties van zonde, schuld en angst, kortom ego zien, die ik niet in mijzelf (de denkgeest (mind)) wil zien.
Dat wat ik denk en geloof buiten mij te zien zijn altijd in eerste instantie projecties vanuit het (ene) ego denken wat niets meer en minder als enig doel heeft afgescheiden te zijn en blijven van wat Waar, non-dualistisch, Één is (God, Liefde).

En dit hele mechanisme van de beste illusionisten truc ooit, moet ten alle tijden verborgen blijven, want als de illusie doorgeprikt wordt verdwijnt de illusie en de grootste angst is dan, dat de illusionist dan ook verdwijnt.

Ik kwam hier op nadat ik dacht dat wat wij hier in de illusie (droom) beschouwen als schurken, misdadigers, de vijand, helden, redders, (want bedenk daarbij dat wat voor de een een schurk is voor de ander een held en omgekeerd), slechts de geprojecteerde projecties (vormen) zijn van de weerspiegeling van wat zich afspeelt in het (met opzet verborgen) ego denken in de egodenkgeest.

Nu lijkt de egodenkgeest wel heel solide en uitstekend afgedicht tegen ontmaskering, maar het blijft slechts een illusionisten truc welke vroeg of laat onvermijdelijk ontmaskerd wordt, want het ego is niet God proof, en deep down weet de illusionist zelf heel goed hoe de truc in elkaar zit, ook al gaat deze er schijnbaar helemaal in op.

Wij die helemaal op gaan in onze eigen illusionisten truc zijn vergeten dat we de illusionist zijn en daardoor vergeten dat wij deze enorme uitgebreide illusionisten act zelf gemaakt hebben.

Maar vergeten is niet hetzelfde als verdwenen. Waarheid, Éenheid, non-dualisme, (God, Liefde) kan onmogelijke door zijn absolute onveranderlijke aard “verdwijnen”.

Dat betekent dat achter elke truc, dus achter elke projectie hoe verschrikkelijk of hoe mooi deze er ook uit mag zien, maar als gezamenlijk kenmerk heeft het waar maken van de projectie, “Waarheid” nog steeds schuil gaat en nog steeds als herinnering aanwezig is.

Aangezien het ego mechanisme, de verdediging tegen Waarheid, niet helemaal waterdicht God proof is sijpelt er zo nu en dan dwars door de (ego) verdediging heen het licht van Waarheid. En dat heeft niets persoonlijks, heeft niets met de ego vermomming (lichaam, ding, situatie) te maken het overstijgt alles en is niet tot bijna onmogelijk in woorden te beschrijven. En toch breiden dat soort weerspiegelingen van Waarheid zich uit over de hele ene denkgeest, en helpen in het proces van het onvermijdelijk terug herinneren van het hele ene Zoonschap in God, Liefde.

Natuurlijk breid het ego denken zich ook voortdurend uit, maar dan is het de uitbreiding van illusies die in bepaalde ego vormen gegoten worden en vervolgens als waar worden aangenomen.

Als dit proces van uitbreiden en het verschil tussen uitbreiden vanuit ego of het uitbreiden vanuit “Heilige Geest” gezien en ervaren wordt en geaccepteerd dan helpt dat de illusies niet meer 100%  serieus te nemen en stopt ook stap voor stap het in stand willen houden van de illusie door middel van het blijven voeden van de brandstof van het ego en zijn illusionisten show van ruimte en tijd: zonde (verleden), schuld (heden), en angst (toekomst).

Het wederom in de herinnering terugkomen van dit diepe weten helpt ook het proces van Ware Vergeving aan te gaan, waarbij gezien wordt “dat wat jij dacht dat je broeder jou heeft aangedaan, niet heeft plaatsgevonden” (WdII.1.1:1 (blz. 404 Werkboek)), dan alleen in illusoire dromen, van de ene Zoon van God die zogenaamd vergeten is wat hij in werkelijkheid is.

Kan ik iemand kennen?
Nee, dat wat ik in een iemand anders of in iets anders zie, gaat over wat ik (nog) niet in mijzelf, hoe ik over mijzelf denk, wil zien. Dus in het beste geval kan ik mezelf daardoor leren kennen, althans zoals ik mezelf hebt gemaakt (geprojecteerd), opgezet als schijnbaar”ikje” als verdediging en afscheiding van het Zelf. Het non-dualistische Zelf waar ik (met opzet) niet meer bij lijk te kunnen komen, omdát ik uit angst en schuld niet mag (wil) zien dat ik deze wereld en alles en iedereen daarin, met opzet heb opgezet om vooral afgescheiden te kunnen blijven lijken van Eénheid die onveranderlijk is en waarvan afscheiden onmogelijk is.
Dus de wereld is één grote truc, een grote uitputtende droom (zeg maar gerust nachtmerrie) met maar één doel: afscheiding van Eén. Een onmogelijke opgave die nooit werkelijk zal kunnen lukken (God zij dank).

De oplossing?
Dit hele krankzinnige onmogelijke denk/geloof systeem doorzien, precies zoals het zich lijkt voor te doen, dus terwijl het ervaren wordt (dus niet door er mij aan te onttrekken, hoewel als ik dat mezelf zie doen het ook weer vergevingsmateriaal/-kans is) en het vergeven. Hetzelfde droommateriaal wordt niet verandert, maar anders gebruikt, niet meer als afscheidingsmateriaal, maar als vergevingsmateriaal-kans.
Dat is de betekenis van er anders naar kijken onder leiding van de juist gerichte (HG) denkgeest, in plaats van onder leiding van de onjuist gerichte (ego) denkgeest.
Dus jazeker ik heb “de ander”, of het “iets anders” (en de projectie die ik van mijzelf heb gemaakt) nodig om al mijn “speciale” verdedigingsgedachte tegen Waarheid aan het licht te brengen, zodat ze kunnen worden vergeven, volgens het principe van “ware vergeving”. Die functie kan ik geven aan elke ontmoeting, dat is tevens de enige keuzevrijheid die er is.
Zie (lees) WdII.1. Wat is vergeving?  (blz. 404 Werkboek)
Dáár gaat ECIW over.

Image may contain: 1 person, smiling, text

Het vaak enorm (door het ego expres) opgeblazen begrip “verlichting” is eigenlijk niets anders dan het terug herinneren van bewust-zijn van wat het om onduidelijke en volledig onnodige redenen dacht te moeten verduisteren als verdediging tegen het terug herinneren. Er gaat dus als het ware een “bewustzijnslampje” aan waardoor de duisternis als onwaar kan worden gezien en tevens stap voor stap kan verdwijnen.
Iets wat voor de hele éne denkgeest (mind) een onvermijdelijk herinneringsproces is.
En dus alles behalve bijzonder of speciaal!

Er is dus géén lichaam dat verlicht wordt. Deze bewustwording speelt zich af op denkgeest (mind) niveau en NERGENS ANDERS.
Dus elke gedachte van: “oh, ik ben nog lang niet zo ver”, of “wow, die is verlicht zeg!”, “wat een bijzonder mens is dat”, “ik voel me nederig bij zo’n verlichte man/vrouw”, “Als ik nu maar in zijn/haar buurt ben dan raak ik ook sneller verlicht”, of “wat een nep verlichte eikel is dat zeg”, komende vanuit het denken en geloven een lichaam te zijn met bepaalde lichamelijke en of geestelijke kenmerken is enorm misplaatst en gewoon weer een ego trucje om maar in afscheiding te kunnen blijven geloven: hij/zij (lichaam) versus ik (lichaam).

Op deze manier denken, dat overigens heel normaal en gebruikelijk wordt gevonden binnen het geloof in het concept “wereld”, “lichamen”, “situaties”, is niet “fout”, “stom”, “verwerpelijk” of “zondig”, want dat zou alleen het ego weer versterken en in stand houden, met als enig doel afgescheiden blijven van Éénheid.

Het kan in plaats van een observatie, vanuit egodenken ook vanaf boven het slagveld, op denkgeest (mind) niveau gezien worden. Dat is een keuze.
En dat er een keuze is, is iets wat langzaam aan helder wordt in de denkgeest die er aan toe is om terug te herinneren in een totaal bewustzijn, waarna uiteindelijk de volgende onvermijdelijke stap volgt; het niet meer nodig hebben van het licht van bewustzijn in de duisternis.

In het Handboek voor leraren in de Cursus: “26. KAN GOD RECHTSTREEKS WORDEN BEREIKT”  gaat daar over:
Maar bedenk als je dit leest dat ECIW ons nooit aanspreekt op het niveau van denken en geloven een lichaam te zijn dat “iets” moet doen, want doe je dit wel dan wordt volgende aanhaling gegarandeerd niet begrepen zoals deze is bedoelt, want dan denk je vanuit een niet bestaand lichaamsbewustzijn. En uit iets wat niet werkelijk bestaat kunnen dan ook alleen maar niet bestaande gedachtes van onbegrip voortkomen. Oftewel alleen maar vormen van angst- weestandsgedachten.

In ECIW is de term leraar gelijk aan die van leerling, want de denkgeest leert en onderwijst tegelijkertijd, altijd en voortdurend met elke gedachte.
Er zijn dus eigenlijk ook geen speciale onderwijs of leer gedachten, elke gedachte, letterlijk elke gedachte heeft deze twee eigenschappen in zich.
Het enige verschil is dat de denkgeest voor ego onderwijs/leren of voor HG onderwijs/leren kan kiezen, maar het is altijd onderwijzen/leren. Er zijn geen neutrale gedachten.

Ik plak hier dat hele hoofdstukje 26 uit het Handboek voor leraren wel even voor het gemak:

“26. KAN GOD RECHTSTREEKS WORDEN BEREIKT?

1.God kan inderdaad rechtstreeks worden bereikt, want er is geen afstand tussen Hem en Zijn Zoon. 2Het bewustzijn van Hem ligt in ieders herinnering en Zijn Woord staat geschreven in ieders hart. 3Maar dit bewustzijn en deze herinnering kunnen alleen daar boven de drempel van herkenning opkomen waar alle barrières tegen de waarheid zijn geslecht. 4Bij hoevelen is dit het geval? 5Hierin ligt dan ook de rol van Gods leraren. 6Ook zij hebben vooralsnog niet het nodige inzicht verworven, maar ze hebben zich wel met anderen verbonden. 7Dat onderscheidt hen van de wereld. 8En dat stelt anderen in staat de wereld samen met hen te verlaten. 9Alléén zijn ze niets. 10Maar in hun verbinding bevindt zich de macht van God.

2.Er zijn er die God rechtstreeks hebben bereikt, doordat ze aan niet de geringste wereldse beperking vasthielden en zich hun eigen Identiteit volmaakt herinnerden. 2Deze zouden de Leraren der leraren kunnen worden genoemd, want ook al zijn ze niet langer zichtbaar, op hun beeld kan nog altijd een beroep worden gedaan. 3En ze zullen verschijnen waar en wanneer het behulpzaam is. 4Aan hen voor wie zulke verschijningen beangstigend zouden zijn, geven zij hun ideeën. 5Niemand kan tevergeefs een beroep op hen doen. 6Ook is er niemand van wie zij zich niet bewust zijn. 7Alle noden zijn hun bekend en alle vergissingen worden door hen gezien en genegeerd. 8De tijd zal komen dat dit wordt begrepen. 9En intussen geven ze al hun gaven aan de leraren van God die zich tot hen wenden voor hulp en alles vragen in hun naam en in geen enkele andere.

3.Soms kan een leraar van God een korte ervaring hebben van rechtstreekse vereniging met God. 2In deze wereld is het bijna onmogelijk dat dit van blijvende aard is. 3Het kan, misschien, na veel inzet en toewijding worden verkregen en dan een groot deel van de aardse tijd in stand worden gehouden. 4Maar dit komt zo zelden voor dat het niet als een realistisch doel kan worden beschouwd. 5Als het gebeurt, laat het zo zijn. 6Als het niet gebeurt, laat het eveneens zo zijn. 7Elke wereldse toestand moet wel illusoir zijn. 8Als God in een aanhoudende bewustzijnstoestand rechtstreeks werd bereikt, zou het lichaam niet lang in stand kunnen worden gehouden. 9Zij die het lichaam hebben afgelegd eenvoudig om hun behulpzaamheid uit te breiden tot hen die achterblijven, zijn inderdaad gering in aantal. 10Enzij hebben helpers nodig die nog in slavernij en in slaap verkeren, zodat door hun ontwaken Gods Stem kan worden gehoord.

4.Wanhoop dus niet vanwege beperkingen. 2Het is jouw functie om aan ze te ontkomen, maar niet om zonder ze te zijn. 3Wil je gehoord worden door hen die lijden, dan moet je hun taal spreken. 4Wil je een verlosser zijn, dan moet je begrijpen waaraan men ontsnappen moet. 5Verlossing is niet iets theoretisch. 6Zie het probleem, vraag om het antwoord en aanvaard dat als het komt. 7En dat zal niet lang op zich laten wachten. 8Alle hulp die je kunt aanvaarden zal geboden worden en je hebt niet één behoefte die niet zal worden vervuld. 9Laten we ons dan niet te veel bekommeren om doelen waarvoor je nog niet klaar bent. 10God neemt je waar je bent en heet jou welkom. 11Wat zou je meer kunnen wensen, wanneer dit alles is wat jij nodig hebt.”

…als ik dan weer eens zo’n meditatief mijmer steegje in wandel:

als alles al gebeurt is, want alles gebeurde in die ene flits, die daarna ook meteen over was, omdat het onmogelijke niet kán gebeuren, dan kan ik (als waarnemende denkgeest) die deze ene flits steeds weer elke seconde opnieuw denkt te beleven toch niets anders dan alleen maar naar deze onmogelijke fantasie kijken, binnen dat beperkte onmogelijke idee van geloven, en steeds maar weer de gedachte vergeven dat het onmogelijke mogelijk is?
Alles is al gebeurt, de hele film. De hele film van de wereld en het universum, maar dus ook dat wat ik “mijn” persoonlijke film noem.
De film “mijn” leven lijkt zich al doende te ontwikkelen, met als enige zekerheid dat alle films beginnen met de geboorte, en eindigen met de dood, en daar tussenin bevindt zich de tijdlijn die ik “mijn leven” noem en door mij lijkt geregisseerd én gespeelt.
Dat lijkt zo te gaan, omdat besloten is dat te geloven.
Dat het niet gebeurt is, niet kán gebeuren, omdat het onmogelijke niet kán gebeuren, kan de denkgeest die wel geloofd dat het mogelijk is van Eénheid weg te lopen en er twee van te maken, niet bevatten.

Of beter, niet wil bevatten, want dit idee ook maar enigszins toelaten, dus de verdediging even laten vieren, leidt onvermijdelijk tot het gaan doorzien van wat onmogelijk is, waardoor het vanzelf zal oplossen in het enige wat mogelijk IS.
Dit gaan doorzien van wat onmogelijk is, gaat via de omgekeerde route. Het onmogelijke, en dat is het hele universum, de wereld, en alles wat binnen dat onmogelijke idee valt, wordt terug gegeven aan dat wat Waar is, dat wat niet in projecties of woorden kan worden gevat, maar er wel achter wordt vermoed, omdat de herinnering aan wat Waar is, omdat het waar is niet helemaal kan worden uitgewist en vergeten.
Terugkeer in de totale Herinnering is onvermijdelijk, omdat er een grens zit aan het volhouden van het onmogelijke.

Alles wat de “ik” denkt en geloofd te beleven is een continue her-beleving van wat al gebeurt is in die ene onmogelijke flits, die meteen ook weer uitdoofde. Welke keuze ik ook denk en lijk te maken in “mijn” leven is al gebeurt. Welke keuze ik maak, maakt niet uit, het is een keuze uit de miljarden keuzen die al gemaakt en gebeurt zijn in die ene onmogelijke flits.
Dit inzicht verlost mij uiteindelijk van slachtofferschap, oftewel van het geloof in zonde, schuld, en angst. Er blijft dan nog maar één keuze over, de keuze voor vergeving van wat niet kan hebben plaatsgevonden, namelijk afgescheiden raken van wat Waar, Eén, God, Liefde IS, uit geprojecteerd in al die miljarden onmogelijke verhalen van zonde, schuld en angst.
Telkens wanneer de keuze wordt gemaakt te vergeven van wat de “ik” (denkgeest) dacht en geloofde dat kon gebeuren binnen een eigen afgescheiden wereld van (on)waarheid, komt de Herinnering die nog altijd onvermijdelijk aanwezig is, sterker naar voren. Deze flitsen van herinnering van wat Waar is noemen we het wonder. En uiteindelijk zal de loper van de tijdswaan wonder voor wonder weer helemaal terug gerold zijn tot het Ene punt en dan oplossen…

Tot slot nog twee aanhalingen uit de Cursus die ook gaan over dat alles al gebeurt is en voorbij:

“1. Het wonder doet niets. 2Al wat het doet is: het maakt ongedaan. 3En zo
ruimt het de belemmeringen op ten opzichte van wat werd gedaan. 4Het
voegt niets toe, maar neemt alleen weg. 5En wat het wegneemt is allang
verdwenen, maar doordat het in herinnering is gehouden lijkt het directe
gevolgen te hebben. 6Deze wereld was lang geleden al voorbij. 7De
gedachten die haar hebben gemaakt, zijn niet meer in de denkgeest die
ze gedacht heeft en een tijdje liefhad. 8Het wonder laat slechts zien dat
het verleden voorbij is, en wat werkelijk voorbij is heeft geen gevolgen
meer. 9Het zich herinneren van een oorzaak kan alleen maar illusies van
haar aanwezigheid voortbrengen, geen gevolgen.

2. Al de gevolgen van schuld zijn hier niet langer aanwezig. 2Want schuld
is voorbij. 3En met haar voorbijgaan verdwenen ook haar consequenties,
achtergelaten zonder oorzaak. 4Waarom zou jij je er in de herinnering
aan vastklampen, als jij haar gevolgen niet verlangde? 5Herinneren is
even selectief als waarnemen, waarvan het de verleden tijd is. 6Het is de
waarneming van het verleden alsof het nu plaatsvond, en hier nog altijd
te zien was. 7Herinneren, net als waarnemen, is een vaardigheid die jij
hebt bedacht om de plaats in te nemen van wat God bij jouw schepping
ten geschenke gaf. 8En net als alle dingen die jij hebt gemaakt, kan het
worden gebruikt om een ander doel te dienen, en middel voor iets anders
te zijn. 9Het kan worden aangewend om te genezen en niet om te
kwetsen, als jij dat zou wensen” (T28.I.1,2).

en:

“14. Vergeef het verleden en laat het gaan, want het is voorbij. 2Jij bevindt je
niet langer in het gebied dat tussen die werelden ligt. 3Je bent verdergegaan,
en hebt de wereld bereikt die bij de Hemelpoort ligt. 4Er is geen hindernis
voor de Wil van God, noch enige noodzaak voor jou om opnieuw
een reis aan te vangen die lang geleden al beëindigd werd. 5Kijk met zachtmoedigheid
naar jouw broeder, en aanschouw de wereld waarin de waarneming
van je haat getransformeerd werd tot een wereld van liefde” (T26.V.14:1-5).

Angst lijkt zich te verergeren, naarmate het mechanisme van angst meer en meer wordt doorzien, en tegelijkertijd de angst om angst onder ogen te zien vermindert.
Dat is wat het proces van oordeelloos leren kijken met zich mee brengt.
Oordeelloos leren kijken naar elke verdediging die het vanuit zonde, schuld en angst denken (ego) opwerpt als verdediging tegen Waarheid, Eenheid, Liefde, God.
Dwars door de angst, precies zoals deze zich voor lijkt te doen, en tegelijkertijd verdedigingsloos aan de hand van de steeds sterker wordende herinnering aan onschuld.

Angst is de grootste verdediging tegen angst, en meer is het ook niet.
Deze verdediging gaat gaten vertonen als dit mechanisme van angst voor angst wordt doorzien.
Het is niet angst die dit mechanisme van angst voor angst leert doorzien. Hoewel angst dit wel probeert door het doorzien niet als uitweg uit angst te zien, maar juist als een bedreiging waardoor de angst juist erger lijkt te worden. Angst met angst bestrijden kan alleen maar tot meer angst leiden.
Angst vergeven terwijl het zich in al zijn vormen voordoet als dat wat verschijnt in “mijn” leven is de weg uit angst waardoor dat wat vergeten moest worden als verdediging tegen weten weer zal worden herinnert.

Dat wat angst doorziet door het recht in de ogen te kijken terwijl angst zich voor doet, is niet het “ik” het lichaam. Het “ik” het lichaam is immers slechts een projectie van de innerlijke denkgeest toestand van de keuze voor angst.
Dat wat angst doorziet is de waarnemer die zich de bron herinnert en beseft dat angst slechts een keuze is als verdediging tegen Waarheid, Eenheid, Liefde, God.
Deze waarnemende, keuzemakende denkgeest is in staat opnieuw te kiezen nu niet weer voor  ego angst/liefde, maar voor de non-dualistische Liefde van God die niet de tegenstelling ervan; angst kent, door elke zich voordoende vormen van angst consequent te vergeven. Niet door de projecties te veranderen, te verbeteren, maar door het denken erover, door middel van vergeving te laten veranderen.

 

 

Deze gedachte kwam naar boven:
“Laat deze relatie over aan het Onpersoonlijke (J/HG) en breng elke persoonlijk gerichte gedachte (ego) welke de neiging heeft uit het Onpersoonlijke weg te vluchten in het persoonlijke, terug naar zijn bron de Onpersoonlijke Denkgeest, de enige “plaats” waar Ware Vergeving zal werken.
Elk persoonlijk (ego) gericht oordeel zal dit proces blokkeren, vergeving van elk persoonlijk (ego) oordeel zal de blokkade ongedaan maken.
Meer kan en hoeft er niet gedaan te worden.
Alleen vanuit deze denkgeest toestand kan ware Inspiratie komen.”

Dit hele proces zal duidelijker worden naarmate het eerlijk observeren van elke gedachte, van elk oordeel, groot en klein, door dit veel te oefenen, beter zal worden geleerd.
En eerlijk observeren wordt geleerd door elke oneerlijk gedachte te leren herkennen en onderkennen.

Zo kan het zijn dat als men net begint met het proces van ontwaken, wat een “natuurlijk” niet te vermijden proces is trouwens, wat op z’n “best” uitgesteld kan worden zolang men dat wenst, zo kan het zijn dat men dermate enthousiast wordt van het idee van ontwaken en men het intellectueel of vanuit het hart helemaal denkt te snappen, men in een soort gelukzalige roes van liefde komt en denkt en gelooft er al te zijn. Dit vervolgens ook met groot enthousiasme uitdragend naar de rest van de wereld. Dit is stappen overslaan en duidelijk de onmiddellijke reactie vanuit het persoonlijke (ego), en niets anders dan een verdediging juist tegen het proces van ontwaken. Geniaal bedacht, want het voelt zóóóó goed, dus moet het wel van HG/J, de juist-gerichte denkgeest komen, meestal niet dus.

Ook hier geldt weer kijk er eerlijk naar het is niet goed of fout, het is (mits dat toegelaten wordt) de bedoeling om er oordeelloos naar te leren kijken, zo ook elk  eventueel volgend oordeel over het oordeelloos kijken en zo verder.

Omgekeerd kan ook, dat als men begint met het proces van ontwaken toe te laten, de weerstand zo enorm is, dat het pad onmiddellijk verlaten wordt en met walging opzij geschoven en de hele wereld moet horen hoe slecht, ongezond en gevaarlijk dit pad is. En iedereen die anders suggereert wordt aangevallen.

Al deze gedachten zijn niet “verkeerd”, sterker nog een ieder die de bereidheid voelt kriebelen om te ontwaken zal één van deze twee vormen van weerstand (en er zijn er nog veel meer) op zijn onvermijdelijke reis naar ontwaken uit deze droom tegenkomen.
Ontwaken zonder enige weerstand is onmogelijk. Mocht je het idee hebben dat jouw reis van terug herinneren in Eenheid gladjes verloopt zonder ook maar enige weerstand te voelen met alleen maar halleluja gevoelens en inspirerende ervaringen, dan moet het proces van eerlijk kijken waarschijnlijk nog beginnen.

Aangezien het onmogelijk is weerstand te vermijden, (hooguit te omzeilen zoals ik net beschreef) blijft alleen over diezelfde weerstand in al zijn geniale vormen oordeelloos onder ogen te leren zien, zodat het in plaats van afscheidingsmateriaal nu als vergevingsmateriaal kan dienen.
Doet men dit werkelijk eerlijk, dan zal het “script” (mijn leven zoals het zich voordoet) ook eerlijker gespeeld worden, zonder eigen bedachte oplossingen die het script leuker en dragelijker maken, door het ego voor HG/J (juist-gerichtheid van denken) te laten spelen
Ook dit is een mechanisme wat onvermijdelijk langs zal komen en dus opgemerkt zal moeten worden en ook weer terug gebracht kan worden naar de bron, de denkgeest, waar het als afscheidingsgedachte (ego) begon en vertrok en nu als vergevingsmateriaal her-gebruikt kan worden.

Kortom het terug herinneren in Eenheid is onvermijdelijk, omdat afscheiding van Eenheid simpelweg onmogelijk is. De manier waarop zal vanuit een ogenschijnlijke persoonlijke focus moeten starten, omdat we geloven iets persoonlijks te zijn en de weg naar terug herinneren alleen kan verlopen door elke persoonlijk gerichte gedachte terug te nemen en te laten vergeven.

 

 

 

 

%d bloggers liken dit: