archiveren

Tagarchief: de Heilige Geest

Van wegen Pinksteren, het feestje van de Heilige Geest plaats ik hieronder de volledige tekst uit het Handboek voor leraren, Verklaring van termen, 6. De Heilige Geest, uit Een cursus in wonderen, over wat de Cursus verstaat onder De Heilige Geest.
Een voorbeeld van het gebruik van “bekende” christelijke termen welke door de Cursus volledig worden omgedraaid en opnieuw worden gebruikt.
Veel studenten van ECIW komen veel weerstand in zichzelf tegen door het gebruik van deze bekende christelijke termen. Maar bedenk dat ECIW ook stelt dat we nooit onvrede voelen om de reden die we denken (les 5). De enige reden dat we onvrede voelen is altijd dat onze keuze voor het egodenken deze projecties van onvrede gebruikt om afgescheiden te blijven van Eénheid, Liefde, God, of hoe je de non-dualistische staat van de Geest ook wil noemen.
ECIW gebruikt alles wat het ego gebruikt om afgescheiden te blijven opnieuw, maar nu als vergevingsmateriaal en kans, een manier om de afscheiding ongedaan te maken en terug te herinneren in Geest, dat wat “we” in Wezen Zijn.
En bedenk tijdens het lezen dat ECIW ons nooit aanspreekt als zijnde een lichaam, maar als denkgeest. Ontken het echter niet als je je wel aangesproken voelt als lichaam, want dat is niet fout of zondig, maar slechts de keuze voor kijken via de egodenkgeest. En dat kan je geloven en als waar aannemen, of aan Heilige Geest Denkgeest geven, waar het dan zal worden her-gebruikt als vergevingskans. De keuze staat vrij en elke denkgeest kiest dat waar hij aan toe is en dat is dus altijd de juiste keuze voor dat moment.
Het heeft daarom ook geen zin om “iemand anders” er van te betichten of er op te wijzen dat deze “verkeerd” kiest, want de denkgeest kiest altijd dat waar hij aan toe is, en volgt schijnbaar zijn eigen individuele pad, omdat dat is wat de denkgeest die zich nog in een afgescheiden denkgeest toestand bevindt kan begrijpen.
ECIW ontmoet ons waar we denken en geloven te zijn.

6. DE HEILIGE GEEST

1. Jezus is de manifestatie van de Heilige Geest, die hij op aarde liet neerdalen
nadat hij was opgestegen ten Hemel, of anders gezegd, tot volmaakte
vereenzelviging kwam met de Christus, de Zoon van God, zoals Hij die
heeft geschapen. 2De Heilige Geest, die een schepping is van de ene
Schepper en met Hem schept naar Zijn gelijkenis of geest, is eeuwig en is
nooit veranderd. 3Hij was ‘op de aarde neergedaald’ in die zin dat het nu
mogelijk was Hem te aanvaarden en Zijn Stem te horen. 4Zijn Stem is de
Stem namens God, en heeft daarom vorm aangenomen. 5Deze vorm is niet
Zijn werkelijkheid, die God alleen kent, samen met Christus, Zijn werkelijke
Zoon, die deel is van Hem.

2. De Heilige Geest wordt door de hele cursus heen beschreven als Degene
die ons het antwoord op de afscheiding geeft en ons het Verzoeningsplan
brengt, waarbij Hij ons specifieke aandeel daarin vastlegt en ons precies
laat zien wat dat inhoudt. 2Hij heeft Jezus als leider aangesteld om Zijn
plan uit te voeren, aangezien hij de eerste was die zijn eigen aandeel volmaakt
heeft voltooid. 3Alle macht in de Hemel en op aarde is hem dan ook
gegeven, en hij zal die met jou delen wanneer jij het jouwe hebt voltooid.
4Het Verzoeningsprincipe werd aan de Heilige Geest gegeven lang voordat
Jezus dat in beweging zette.

3. De Heilige Geest wordt beschreven als de overblijvende Communicatieschakel
tussen God en Zijn afgescheiden Zonen. 2Om deze bijzondere
functie te vervullen, heeft de Heilige Geest een dubbele functie op zich genomen.
3Hij heeft kennis, want Hij is deel van God; Hij neemt waar, want
Hij werd gezonden om de mensheid te verlossen. 4Hij is het grote correctieprincipe;
de brenger van ware waarneming, de macht die onlosmakelijk
verbonden is met de visie van Christus. 5Hij is het licht waarin de vergeven
wereld wordt waargenomen, waarin alleen het gelaat van Christus
wordt gezien. 6Nooit vergeet Hij de Schepper, noch Zijn schepping. 7Nooit
vergeet Hij de Zoon van God. 8Nooit vergeet Hij jou. 9En Hij brengt jou de
Liefde van je Vader in een eeuwige schittering die nooit zal worden tenietgedaan,
omdat God die daar heeft geplaatst.

4. De Heilige Geest verblijft in dat deel van jouw denkgeest dat deel is van
de Christus-Denkgeest. 2Hij vertegenwoordigt je Zelf en je Schepper, die
Eén zijn. 3Hij spreekt namens God en ook namens jou, daar Hij met Beiden
verbonden is. 4En daarom is Hij het die bewijst dat Zij Eén zijn. 5Hij lijkt
een Stem, want in die vorm richt Hij Gods Woord tot jou. 6Hij lijkt een
Gids door een ver land, want die vorm van hulp heb je nodig. 7Hij lijkt
alles te zijn wat maar voldoet aan de behoeften die jij meent te hebben.
8Maar Hij wordt niet misleid wanneer jij ziet dat jouw zelf verstrikt is in
behoeften die jij niet hebt. 9Hiervan wil Hij je juist bevrijden. 10Hiertegen
wil Hij je juist beschermen.

5. Jij bent Zijn manifestatie in deze wereld. 2Je broeder roept jou op om
samen met hem Zijn Stem te zijn. 3Alléén kan hij de Helper van Gods Zoon
niet zijn, want alléén is hij functieloos. 4Maar verbonden met jou is hij de
stralende Verlosser van de wereld, wiens aandeel in haar verlossing jij
compleet hebt gemaakt. 5Hij zegt jou dank evenals hem, want jij stond met
hem op toen hij de wereld begon te verlossen. 6En je zult bij hem zijn wanneer
de tijd voorbij is en er geen spoor overblijft van de boosaardige dromen
waarin je danst op de magere melodie van de dood. 7Want in haar
plaats wordt de lofzang tot God een korte tijd gehoord. 8En dan is de Stem
verdwenen, en neemt ze niet langer vorm aan, maar keert terug naar de
eeuwige vormloosheid van God.
(VvT.6)

Mochten er vragen opkomen na het lezen van deze verklaring, dan wil ik die graag proberen te beantwoorden.

Laat ik eerst even stellen dat alle zogenaamde valkuilen die we hebben gemaakt vanuit ego (vanuit het geloof in zonde, schuld en angst) op de eerste plaats gemaakt zijn als behulpzaam middel voor de ego kant van onze denkgeest om in afscheiding te blijven, ook al klagen we steen en been als we weer in zo’n valkuil, die we echter niet als zodanig herkennen, en ervaren als geheel buiten onze ‘schuld’, of door onze eigen stomme ‘schuld’, zijn gestapt.

Pas als we dit mechanisme herkennen, onderkennen en bereid zijn dit oordeelloos te observeren, opent zich de mogelijkheid “er anders naar te kijken”, dat wil zeggen met de Heilige Geest en of Jezus, beide symbolen voor de nog altijd bestaande verbinding, die nooit is weggeweest met dat wat we zijn, één in Eenheid, Waarheid, Liefde, God.

De uitspraak “er moet een andere manier zijn” zal door de ego kant van de denkgeest (want die doet altijd mee, zit verpakt in elke gedachte) geïnterpreteerd worden als er moet een betere manier zijn om mijzelf als lichaam in dit bestaande probleem wat ik tegenkom in mijn leven, beter te voelen.
Het ego is altijd vorm gericht, en vorm gerichtheid is altijd de valkuil waar de egodenkgeest voor kiest, zonder bewust daarvoor te kiezen, het doet gewoon wat het doet en dat is vormgericht zijn het kan niets anders, het ego kan niets anders kiezen. Het ego kan niet anders dan geloven dat mijn geluk afhangt van wat er buiten mij en met mij als lichaam gebeurt.

Hoe merk ik dat ik voor de egokant van de denkgeest heb gekozen? Door bijvoorbeeld te verwachten dat als ik vergeef de vorm zal veranderen, dus de “fout” zal veranderen, de schuldige buiten mij zal veranderen, of dat ik die schuldig is zal veranderen.
En dan kan het gebeuren (daar kan je op wachten), dat je ijverig bijvoorbeeld een pad als ECIW doet, ik me nog steeds ongelukkig voel, nog steeds boos wordt, de dingen nog steeds niet gaan zoals ik wil, en denk “zie je wel, die Cursus werkt niet”.
En dat klopt “die Cursus” doet niets, want ook “die Cursus” is niet iets buiten mij die dingen kan veranderen, die anderen en mij kan veranderen dmv “een vorm wonder”.
Het enige wat ik dan dus doe is ECIW “doen” onder leiding van mijn (onbewuste, onbewust als bescherming) keuze voor de egokant van de denkgeest, die alles “buiten mij” plaatst.

Ik kan dat “me nog steeds ongelukkig voelen” ook weer verbergen achter spiritueel ego denken/gedrag en doen alsof ik me beter voel en dat alles beter gaat door me totaal te dissociëren van wat er in de vorm aan de hand lijkt te zijn, en daar zelf een spirituele ego variatie vorm van te maken. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren door de symbolen Jezus en of de Heilige Geest (beide symbolen voor de herinnering aan onveranderlijke Eenheid) mijn wereld in te slepen en ze de opdracht te geven mijn problemen in mijn leven op te lossen (alsjeblieft, dankuwel). Ik plaats dan weer deze “hulpbronnen” buiten mij, de valkuil van het egodenken.
Het kan dan lijken alsof mijn bijvoorbeeld lichamelijk problemen zich hebben opgelost, door iets buiten mij (een vorm-wonder) terwijl wat er ‘gebeurt’ is dat de egodenkgeest zijn trukendoos heeft gebruikt, zoals een illusionist ook dingen lijkt te kunnen doen laten verdwijnen of veranderen.

Ja, de lichamelijke problemen kunnen zijn verdwenen, en dat is best prettig, maar juist die gedachte is een illusie, omdat het zogenaamde probleem helemaal niet gelegen is in wat voor vorm (lichamelijk of in iets) dan ook. Er is alleen denkgeest die denkt en kan denken via egodenken (vormgericht) of via HG/J denken, denkgeest gericht.
Dan doemt de volgende valkuil alweer op, door misschien te denken dat lichamelijke genezing dan wel ‘fout’ moet zijn.
Elke gedachte die de gedachte van “fout/goed” (vormgericht) in zich heeft kan niet anders dan afkomstig zijn van de keuze voor egodenken. En ook dat is niet “fout/goed”, maar gewoon het egomechanisme wat niet anders kan dan denken zoals het geprogrammeerd is en dat is denken in goed en fout, geheel gericht op vormen buiten “mij”, een lichaam. Genezing van het lichaam is niet “fout/goed”, maar slechts tijdelijk en veranderlijk, omdat alles wat vormgericht is en buiten mij lijkt te zijn, uiteindelijk maar één doel heeft, ook al kan het tijdelijk uitgesteld worden: de dood.

Laat duidelijk zijn dat wat ik hier beschrijf allemaal eerst ervaren moet worden alvorens ik echt kan doorzien wat het betekent “de andere keuze” te kunnen maken.
En ja het kan ook eerst een tijdje in een theoretisch/intellectueel doorzien blijven hangen, maar ook dat is niet voldoende, want ook dat is een vorm van dissociëren, een “veilig” heenkomen kiezen uit die akelige, pijnlijke ervaringen. Alleen in en door de ervaring, en tegelijkertijd observerend van boven het slagveld, kan de keuze voor “er moet een andere manier zijn” gemaakt worden. En die andere manier is dan kiezen voor “het andere denken”, denken vanuit dat gedeelte van de denkgeest die er nu bewust voor kiest zich verbonden te voelen met Eenheid, Waarheid, Liefde, God, en daartoe de hulp inroept van de verbinding daarmee: de symbolen Heilige Geest en of Jezus, of een ander symbool dat voor totale liefdevolle oordeelloosheid staat.
Het denksysteem van het egodenken wordt daarmee niet vernietigd, ontkent, of omarmt, maar meer als neutraal gezien, niet instaat zijnde mijn terugkerende herinnering aan Eenheid, Waarheid, Liefde, God te vernietigen.

Dus als ik mij ondanks dat ik ECIW denk te ‘doen’ zoals ik denk dat het heurt, en ogenschijnlijk zelfs in de vorm alles heb wat mijn hartje begeert, me toch nog ongelukkig, boos, of hyper voel, dan heeft dat niets te maken met of een gekozen pad zoals ECIW wel of niet werkt, maar met de mate van mijn bereidheid werkelijk te kiezen voor “er moet een andere manier zijn”.
En kan dit me ongelukkig enz. voelen een reminder worden voor “de andere keuze”. En wordt alles wat ik als mijn leven ervaar een spiegel die mij mijn werkelijke keuzes laat zien, elke keer als ik iets ervaar.

Ik hoef helemaal niet blij te zijn met de leugen die mij zegt dat we hier in dit lichaam op deze aarde zijn, zoals Nicolien Gouwenberg zo mooi beschrijft in een artikel, “Een gelukkige leerling” in het nieuwste MIC Magazine. Deze gedachte weerspiegelt prachtig de keuze voor “er moet een andere manier zijn”.

Het ego denken kronkelt zich in allerlei geniaal bedachte bochten om de grondoorzaak, namelijk de keuze voor afscheiding van Eenheid, Waarheid, Liefde, God aan de aandacht te onttrekken.
Ik ontdek er steeds meer, naargelang de ‘helderheid’ van het doorzien toeneemt.

Het lijden, de pijn die ik ervaar komt nooit van waar het vandaan lijkt te komen, namelijk van iets of iemand buiten mij. Het lijden en de pijn komt vanuit mijn denkende denkgeest (p.s niet het brein!), die voor afscheiding heeft gekozen en deze keuze projecteert in een uiterlijke vermomming, zodat de bron aan de aandacht is onttrokken en ik, die nu gelooft een lichaam te zijn, nu ook gelooft in de ervaring van lijden en pijn veroorzaakt door andere lichamen, dingen en situaties.

De volgende (on)logische stap op dit ego dwaalspoor is zo snel mogelijk af zien te komen van het lijden en de pijn. Echter omdat de oorzaak aan de aandacht is onttrokken, is ‘vergeten’, richt ik mijn aandacht op het lichaam en de situaties om de pijn te bestrijden.
Daar waar de oorzaak van het lijden en de pijn niet kan liggen, dus logischerwijs ook niet kan worden opgelost en worden genezen.
Echter ik, die denkt en gelooft een lichaam te zijn denkt, gelooft en ervaart dat wel zo.
Ik, die denkt, gelooft en ervaart een lichaam te zijn, ben dus een leven lang en vele levens lang bezig aan lijden en pijn te ontkomen welke ik (de keuze voor egodenken) juist bedacht heb om in afscheiding van Eenheid, Waarheid, van Liefde, van God te blijven en dat kan alleen door lijden en pijn als bescherming en verdediging tegen Eenheid, Waarheid, Liefde, God te gebruiken, zonder me hiervan bewust te willen zijn, want dat moet juist verborgen blijven.
Vanuit het egodenken zijn lijden en pijn mijn beste vrienden, maar die gedachte moet natuurlijk verborgen blijven achter de vele vormen van zonde, schuld en angst gedachtes.
Dat schild, die verdedigingsmuur van zonde, schuld en angst lijkt heel effectief te werken, zolang er in wordt gelooft en de ervaring dit geloof bevestigd en in stand houdt.

De egodenkgeest is eigenlijk symbolisch gezien een geniale krankzinnige, aan hoogmoed lijdende moordlustige doorgedraaide, machtswellustige wetenschapper een soort Dr. Strange Love alias Dr. Merkwürdigliebe… (voor wie deze filmfiguur iets zegt).
Een van de vele merkwaardige ego rollen die de denkgeest aan kan nemen. Niet om serieus te nemen, maar meer als een hoogst merkwaardige grap, hahaha.

Echter het geloof in het werkelijk mogelijk zijn van het ervaren van lijden en pijn, kan dusdanig ondraaglijke vormen aannemen, dat de egodenkgeest ook kan kiezen uit die pijn en lijden te vluchten door niet meer te voelen.
Zowel het helemaal opgaan in lijden en pijn, als het weglopen van lijden en pijn, zijn beide zijden en beide mogelijkheden die de egodenkgeest kan gebruiken om de afscheiding ‘echt’ te doen laten lijken, en te doen laten ‘vergeten’ waar het allemaal vandaan komt; niets anders dan altijd weer uit de keuze voor liever afgescheiden te blijven van Eenheid, Waarheid, Liefde, God. Het motto van de keuze voor egodenken en ervaren is dan ook: “alles liever dan de Liefde van God”.
En als ultiem afsluit mechanisme worden zonde, schuld en angst gebruikt en geprojecteerd op Eenheid, Waarheid, Liefde, God.
Eenheid, Waarheid, Liefde, God is nu de vijand die hoe dan ook ten koste van alles moet worden bestreden.

De wereld, het hele universum en alles wat daar in rond loopt, kruipt, vliegt, zwemt en kronkelt plus het bijbehorende onvermijdelijke lijden en de pijn, is een uitdrukking en projectie van deze krankzinnige onmogelijke wens: “alles liever dan de Liefde van God”.

Dit alles doorzien is niet genoeg. Ik kan het volledig doorzien, maar toch gewoon doorgaan met het geloven en bovenal ervaren in dit krankzinnige denksysteem.
Wat nodig is, is weer het natuurlijke contact te hervinden met wat we in werkelijkheid ZIJN: onveranderlijke Eenheid, Waarheid, Liefde, rustend in God.
En dit kan alleen door wat ik in eerste instantie heb opgeworpen ter verdediging tegen Eenheid, Waarheid, Liefde, God, nu te leren zien als middel, als sleutel om weer terug te herinneren in Eenheid, Liefde, God. En dat kan alleen via de weg van de ervaring, maar nu aan de hand van de nog altijd aanwezige herinnering (de brug) aan Eenheid, Waarheid, Liefde, God, in plaats van aan de hand van zonde, schuld en angst, het middel om te vergeten dat we in werkelijkheid nooit uit Eenheid, Waarheid, Liefde, God weggelopen zijn.

Deze herinnering aan Eenheid, Waarheid, Liefde, God wordt in ECIW voorgesteld als de Heilige Geest en of Jezus, beide symbolen voor de brug van het terug herinneren in Eenheid, Waarheid, Liefde God.
In principe kan elk symbool, welke symbool kan staan voor mij voor non-dualistische Liefde, dienen als hulpmiddel in contact te komen met het natuurlijke verlangen terug te herinneren in waar nooit uit is weggegaan.

Ervaren, observeren en de bereidheid dat wat niet gebeurt kan zijn te vergeven aan de hand van HG/J of een ander symbool, is de sleutel voor terug herinneren in Waarheid, Liefde, God.

Daarom is ECIW geen cursus in Liefde.
Dat wat we in werkelijkheid zijn als onveranderlijke Geest in God (Liefde) hoeft immers niet geleerd te worden, maar slechts herinnerd. En dat herinneren kan alleen maar door alles wat misbruikt werd met als doel Liefde te vergeten, dus dat zijn al mijn afscheidingsgedachten en ervaringen van vormen van zonde, schuld en angst, opnieuw in de ogen te kijken onder leiding nu van HG/J (of een ander behulpzaam symbool), en te laten ontmaskeren en te laten vergeven.
Dat is de enige weg terug.
ECIW is een 100% praktische cursus, omdat ze mij leert dat wat ik geloof en ervaar kan her-gebruiken om weer terug te herinneren in Eenheid, Waarheid, Liefde, God.

Kan de denkgeest (mind) beschadigd worden?
Anders gezegd, betekent dat als ik een beschadigd lichaam of brein waarneem of ervaar, ook de denkgeest beschadigd is?
De enige eigenschap van de denkgeest is dat het een gedachte is een gedachte die komt vanuit de denkgeest, de denkgeest is dus een gedachte.
Dat is een abstract gegeven, iets wat de denkgeest die denkt en gelooft dat hij een lichaam is met een brein, niet kan bevatten, ómdat de denkgeest dit denkt en wil geloven.
De denkgeest is door dit geloof als het ware uit het zicht verdwenen, ‘vergeten’, omdat de denkgeest nu gelooft dat deze een lichaam is.
De denkgeest heeft zich dus vermomd als lichaam met hersenen die kunnen denken en ziet daardoor ook andere lichamen en dingen, die denken en dingen doen.
En dat wat de denkgeest denkt, én gelooft, dus dat het nu een lichaam is tussen andere lichamen, wordt dien ten gevolgen geprojecteerd en weerspiegelt als lichamen en dingen.
De denkgeest die zich nu volledig identificeert met het lichaam heeft zichzelf afgesloten van het feit denkgeest te zijn, heeft zich dus afgesloten van zijn oorspronkelijke bron. Het denkgeest zijn is nu een onbewuste gedachte geworden en het onderbewuste waar de herinnering aan het ware zelf zich nu schuil houdt  zorgt voor een voortdurend gevoel van iets kwijt zijn, iets vergeten zijn, maar niet weten wat.
Het onderbewuste wordt extra beveiligd door de angst die erop geprojecteerd wordt door de denkgeest die ervoor heeft gekozen te geloven een lichaam te zijn en wil vergeten dat er alleen denkgeest is.
Angst en ook zonde en vooral schuld zijn een prima drie-eenheid om dit ‘geheim’ te bewaken.

Als we het dan over beschadigen hebben kan gesteld worden dat de denkgeest die nu in zijn eigen bedrog gelooft, en zichzelf dus voor de gek houdt, zich in wezen krankzinnig gedraagt. Dat leidt echter niet tot een beschadiging van de denkgeest, maar wel tot een geloof en het waarmaken van waanzinnige onmogelijke gedachten.
En deze waanzinnige, onmogelijke gedachten projecteren zich dan onmiddellijk weer uit in waanzinnig gedrag in een waanzinnige wereld. Dat kan niet anders, waanzin kan alleen maar waanzin zien en ervaren.

Aangezien dit eigenlijk zo logisch en duidelijk is, maar ook de herinnering aan ‘normaal’, namelijk denkgeest zijn, ook nog aanwezig is in de denkgeest, zien en ervaren we niet alleen waanzin, hoewel de geprojecteerde wereld 100% waanzin is, maar hebben we ook gradaties aangebracht in onze projecties. Gradaties die lopen van ‘normale’ lichamen tot volledig krankzinnige lichamen. En daarbij worden krankzinnige lichamen, of zieke lichamen als ‘fout’ bestempeld, foutje van de natuur noemen we dat, of erger nog een opzettelijk foutje van God, als straf of als les. En om deze verschillen kracht bij te zetten zijn wij, die denken en geloven een lichaam te zijn, druk met het onderbrengen van de verschillende gradaties van waanzin en ziekte in verschillende categorieën en hokjes.

Maar is deze denkgeest ‘vergissing’ ook een denkgeest beschadiging?
Nee, een gedachte op zich is geen beschadiging, het is wat het is een gedachte en de eigenschap van gedachten is dat ze kunnen veranderen.
De denkgeest kan wel verwrongen, dwaze ideeën hebben, maar daarmee is de denkgeest niet beschadigt. Let wel, even ter herinnering, we hebben het hier niet over het geloof in een lichaam te zijn met hersenen die beschadigt kunnen zijn. We hebben het over de denkgeest, dat wat we in werkelijkheid zijn en blijven, wat we ook voor waanzinnige dromen mogen hebben.

Een momentje van helder bewustzijn kan de denkgeest weer terugbrengen in zijn werkelijke staat, die van waarnemer die kan ‘zien’ (niet met de ogen van het lichaam wel te verstaan, maar vanuit puur denkgeest) en zich bewust is van zijn vergissing en weet dat hij opnieuw kan kiezen, nu vanuit 100% denkgeest.
De denkgeest bevindt zich niet in een lichaam, maar het idee, de projectie het lichaam, bevindt zich in de denkgeest.
De denkgeest die zich weer ‘herinnert’ is genezen en zal zichzelf niet meer verwarren met een lichaam.

Zolang er dan nog wel spraken is van ervaren in een wereld, dient het lichaam nog als handig hulpmiddel, en hoe dat hulpmiddel eruit ziet, ziek, zwak en misselijk, bijna dood, dun, dik, lelijk of mooi of zgn kerngezond, maakt helemaal niets uit.
Deze verschillende vormen zijn en blijven altijd projecties. En een dood ziek terminaal lichaam kan volledig de vrede van God weerspiegelen of volledig de krankzinnigheid van de egodenkgeest, daar heeft de uiterlijke vorm niets mee te maken. Want er is of alleen het lichaam, of er is alleen denkgeest. Een autonoom lichaam dat een denkgeest bevat is onmogelijk. Dus afhankelijk van de staat van de denkgeest die de gedachte, het idee van een lichaam te zijn bevat en daar wel of niet in gelooft maakt hoe we de wereld zien en ervaren.

Hoe dan ook, de denkgeest die denkt een lichaam te zijn is ‘ziek’, hij vergist zich gewoon en deze vergissing, dit ‘ziek’ zijn wordt geprojecteerd in een wereld waarin we door dit vreemde zieke geloof alleen nog maar zieke en waanzinnige projecties waarnemen in verschillende gradaties, waar we in geloven en ze daardoor ‘echt’ lijken.
Dit alles vindt plaats als in een droom, dus als een illusie, in de totaal onveranderlijke Geest die we in werkelijkheid ZIJN.
Dit totaal ‘abstract’ zijn kunnen we niet in onze in waanzin gelovende denkgeest brengen, want dat is nu juist wat de waanzinnige keuze voor egodenkgeest niet wil zien. Dus we kunnen alleen onze waanzin doorzien, er ons bewust van worden en al deze waanzinnige gedachten terug geven aan de ‘herinnering’ die nog altijd aanwezig is in de denkgeest, zodat de zieke denkgeest kan genezen en van zijn waan wordt verlost.

Om deze ‘herinnering’ minder abstract te maken, kunnen we gebruik maken van symbolen. Daar zijn we als projecterende denkgeest heel goed in. Immers alle projecties (de wereld met alles erop en eraan) zijn symbolen van afscheiding. Dus kunnen al deze projecties van afscheiding ook her-gebruikt worden als symbolen voor het terug herinneren in wat we werkelijk zijn en nooit uit zijn weggeweest.
Deze projecties blijven dus projecties, het is niet zo dat de projecties ineens magische ‘dingen’ worden die ons doen terug toveren in Waarheid.

Bijvoorbeeld als symbool voor het vragen om ‘Hulp’ kan de innerlijke leraar gebruikt worden, en afhankelijk van de voorkeur kan daarvoor alles gekozen worden dat symbool staat voor mij voor onpersoonlijke, onvoorwaardelijke, niet oordelende liefde, die zich in mij, de denkgeest bevindt.
Dat kan Jezus zijn, of de Heilige Geest of een ander symbool, als het maar voor mij die ‘hulp’ functie heeft.
Deze ‘hulp’ bevindt zich niet buiten mij, als lichaam, maar ‘in’ mij als denkgeest, omdat er niets kan bestaan buiten de denkgeest.

En deze hulp zal dus niet zijn focus leggen op het genezen van een ziek lichaam, of zieke hersenen, maar op het genezen van de zieke denkgeest, wat niets anders is dan een denk-correctie, daar denkgeest nooit echt ziek of beschadigd kan zijn.

De symbolen Jezus en de Heilige Geest worden in de Cursus (her)gebruikt, omdat de Cursus het gebruikt om ons daar te kunnen ontmoeten waar we denken te zijn en tevens omdat het tevens de keuze voor de leiding van de egodenkgeest zo duidelijk maakt.
De zogenaamde historische Jezus uit de Bijbel en ook de Heilige Geest zijn projecties vanuit de egodenkgeest die juist de angst voor God uitbeelden. De angst voor een wraakvolle God die zich zal wreken op ons zondaren die hem vermoord hebben. Aldus de nachtmerrie van de Zoon van God, die als antwoord hierop een eigen God heeft bedacht met een zoon (Jezus) en een Heilige Geest, als inspiratiebron van de egodenkgeest, zoals we ze kennen uit de Bijbel.
Van daaruit zijn de bijbelse verhalen ontstaan, geprojecteerd en letterlijk genomen.
De egodenkgeest kan zielsveel van die Jezus houden, hem haten of negeren, maar al zulke vormen zijn hoe dan ook uitingen van de zonde, schuld en angst waarop de egodenkgeest is gestoeld. Ze nemen de historische Jezus en de Heilige Geest letterlijk, want ze blijven op het dualistische niveau van de wereld.
Als we dan de Cursus tegenkomen in ons leven en deze gaan ‘doen’, moeten we dit eerst onder ogen gaan zien, en dat is pijnlijk, want het lijkt of ons ‘knuffeldekentje’ wordt afgepakt en dat gaat onvermijdelijk met afkick verschijnselen gepaard.
De Jezus en de Heilige Geest waar we ooit naar toe gingen voor troost lijken nu ineens af te brokkelen en er lijkt even niets voor in de plaats te komen, want de weg naar een vervanging in de vorm lijkt ook afgesloten te zijn, omdat we ook leren dat wat we zien met de ogen van het lichaam een illusie is, een droom. Het is dus even slikken voor mensen die de Bijbel als woord van God beschouwden om te moeten gaan inzien dat de Bijbel voort is gekomen vanuit de egodenkgeest, want de Bijbel is 100% geschreven vanuit lichaamsidentificatie. Ook al lijkt het heel geïnspireerd te zijn, het wordt toch vereenzelvigd met bepaalde speciale personen (lichamen dus) die over lichamen schrijven.
Zelfs de Heilige Geest wordt als een aparte entiteit gezien.
En ja, ook de Bijbel kan symbolisch worden gezien en behulpzaam zijn als zodanig, maar niet om te rechtvaardigen dat wat in de Bijbel staat letterlijk moet worden genomen en er een echte Jezus en een echte Heilige Geest heeft bestaan, want dat is alleen maar weer het aloude egoverhaal van de afscheiding.
Dus het terug herinneren naar wat we werkelijk zijn, Geest en één in God is niet makkelijk, en ondanks het liefdevolle hergebruik in de Cursus van Jezus en de Heilige Geest als symbolen voor de terug herinnering in God, zal het niet ‘makkelijk’ zijn.
We krijgen allemaal te maken met ontwenningsverschijnselen en velen haken dan ook af en rennen terug naar hun comfortabele knuffeldeken, de aloude Jezus en de Heilige Geest van de Bijbel.
Dus voor diegene waarvoor Jezus een troost was als historische Jezus, maar ook voor diegene die niets van Jezus moeten hebben is de Cursus enorm confronterend en wel op dezelfde manier. Beide nemen de historische Jezus letterlijk en omarmen deze of wijzen hem af.
Kort gezegd is de Cursus confronterend voor iedereen die hem doet, want iedereen vereenzelvigd zich met een lichaam en maakt de wereld met al zijn vormen en situaties waar.
De liefdevolle aard van de Cursus uit zich dus hierin dat het de ‘kostbare’ troostende hulpmiddelen van de egodenkgeest, zoals een Jezus of een Heilige Geest hergebruikt. Het beoordeelt ze of veroordeelt ze niet, het laat zien, dat ze in hun egovorm onwaar zijn, dat moet eerst onder ogen worden gezien, zodat ze daarna als symbolen kunnen worden gebruikt om te leren vergeven.
We leren dan dat een Jezus en een Heilige Geest niet in wat we ons leven noemen kunnen komen, want ze vertegenwoordigen onze ware aard, die van Geest zijn één in God en dat gaat niet samen met het idee van lichamen zijn in een droomwereld van vormen en situaties.
We, als waarnemende en keuzemakende denkgeest, kunnen alleen al onze vergissingen terugbrengen naar hun bron de denkgeest en ze laten vergeven. De symbolen Jezus en de Heilige Geest (dus niet de historische Jezus en de Heilige Geest van de Bijbel, welke ook een verzinsel zijn binnen het egodenken, zoals alles een verzinsel is, een droom, een projectie) worden nu onze gidsen in het terug herinneren in God in Eenheid, dat wat we in werkelijkheid zijn.
Eigenlijk is de Heilige Geest en ook Jezus het symbool voor de waarnemende en keuzemakende denkgeest, (dat wat we in werkelijkheid zijn) ze nemen waar, maar treden niet binnen in de illusie. Want hoe kan je nu binnentreden in iets wat niet bestaat.
De waarnemende denkgeest is in staat de voorheen fantasiefiguren de Heilige Geest en Jezus die een rol speelde in het egodrama te hergebruiken door op dezelfde wijze met ze te communiceren, te praten, maar ze nu als symbool te zien voor wat we in werkelijkheid zijn, denkgeest en één met ons en daardoor altijd beschikbaar, terwijl de egoversie van de Heilige Geest en Jezus in zijn lichaamsgerichtheid, alleen beschikbaar leek als we het hadden verdiend dat ze ons misschien eventueel wel zouden helpen als we het niet te bont hadden gemaakt en gebukt gingen onder zonde, schuld en angst.
Dus uiteindelijk, als we de Cursus willen volgen, zullen we onder ogen moeten zien dat de historische Jezus en de Heilige Geest niet bestaan, net zomin als wij, en alle lichamen en aardse situaties bestaan.
Daarom is ECIW niet geschikt voor iedereen, hoewel het wel in de andere zin een verplichtte cursus is, van wegen zijn aard, omdat we in werkelijkheid nooit uit de Eenheid van God zijn weggegaan, er dus niets gebeurt is en het onvermijdelijk is dat het hele Zoonschap zich dat gaat herinneren.
De manier waarop en hoe en wanneer is een vrije keuze, beter, ‘lijkt’ een vrije keuze.

 

Wees waakzaam op je eigen gedachten was vooral de boodschap die naar voren kwam in de Academy Class.
Deze waakzaamheid is nodig omdat wij een blinde vlek hebben voor het observeren van onze eigen gedachtepatronen.
En die blinde vlek is de egodenkgeest. Het is de egodenkgeest er erg aan gelegen verborgen te houden dat dát wat we zijn denkgeest is en niet het lichaam of enige andere vorm waarmee wij ons identificeren.
We zijn doodsbang voor onze eigen denkgeest en houden die zorgvuldig verborgen achter de miljarden projecties die nu een veilige verdedigingsmuur vormen tegen de kracht van de denkgeest.
De verdedigingsmuur wordt nu dat wat we zijn en het feit dat we denkgeest zijn is nu uit het geheugen gewist, maar niet geheel verdwenen, want dat wat de waarheid vertegenwoordigt kan niet gewist worden, wel tijdelijk vergeten.
Waarom we zo bang zijn voor onze eigen werkelijkheid, de denkgeest?
Omdat het herontdekken ervan ons onze hele wereld kost. Alles wat waar leek, de hele wereld, al onze projecties, onze identiteit valt dan door de mand. We zijn niet een lichaam, maar denkgeest. Dat is voor de denkgeest die zich volledig heeft geïdentificeerd met een lichaam en alle andere vormen een zeer angstige gedachte en deze angstige gedachte houd tevens de verdedigingsmuur tegen de gedachte denkgeest te zijn overeind.
Hieruit volgt ook dat we onze angstige gedachtes koesteren en voortdurend uitbreiden, want zolang ik enige vorm van angst voel en vermenigvuldig versterk ik mijn verdedigingsmuur en blijft de herinnering dat ik denkgeest ben en niet een lichaam netjes verborgen achter het schild van angst.
We willen ons vreselijk voelen, want dat voed het ego, waardoor het overeind blijft.
Ook bijvoorbeeld kwaadheid is een verdedigingsschild van de egodenkgeest en dus een bescherming van de egodenkgeest.
We denken dat we kwaad zijn vanwege een externe aanval, maar eigenlijk zijn we bang om de bron de denkgeest erachter terug te herinneren en te ontdekken dat we zelf verantwoordelijk zijn voor deze geprojecteerde gedachte.
De waarde van het lichaam is zonde, schuld en angst uit te kunnen spelen, het lichaam is waardevol omdat het kan lijden.
Aldus het waanzinnige denksysteem van de egodenkgeest dat enkel en alleen tot doel heeft te vergeten dat we denkgeest zijn. We zijn niet onze projecties, onze projecties inclusief het lichaam zijn neutraal, we zijn de denkgeest die kan projecteren en die projecties gebruikt om te doen laten vergeten dat we denkgeest zijn.
En het doel van het script wat we kozen is niet de keuze voor een of andere gewenste vorm, maar slechts de keuze voor afgescheiden te willen zijn van onze bron, de denkgeest. En de reflectie hiervan zien we dan terug in wat we ons leven noemen.

Als we dit gedachte patroon echter doorzien door middel van het observeren van onze eigen gedachtepatronen, vallen er gaten in die verdedigingsmuur. We ervaren dan nog steeds weerstand, weerstand die we ervaren in een of andere vorm, maar we leren dan ook dat die weerstand niet vanuit enige externe vorm voortkomt, maar vanuit de denkgeest die als een reflex in de verdediging schiet, om maar te voorkomen dat onze ware aard, die van denkgeest zijn, terugherinnerd zal worden.

ECIW leert ons onze gedachtes te observeren, zonder oordeel, dus zonder de angstverdedigingsreflex van de egodenkgeest. Het observeren zonder oordeel noemt ECIW kijken olv de Heilige Geest en of Jezus, beide symbolen voor de onveranderlijke waarheid die nog steeds aanwezig is in onze denkgeest.
Dit oordeelloos observeren laat zien dat datgene waar wij ons mee geïdentificeerd hebben, lichamen en alle andere vormen, ook voortkomt uit denkgeest, en niets anders is dan geprojecteerd denkgeest materiaal.
Dus zodoende is waakzaamheid op de eigen gedachtes, die voortdurend opdoemen in ons dagelijks leven, erg belangrijk in het proces van het ongedaan maken van de egodenkgeest, waardoor we ons kunnen terugherinneren in dat wat we werkelijk zijn, Geest en één in God, één in Liefde.

Het ongedaan maken van de egodenkgeest is geen vernietigend proces, het is het simpel ongedaan maken van dat wat nooit kan hebben bestaan, en dat wat nooit kan bestaan hoeft niet vernietigt te worden, maar slechts vergeven. De milde liefdevolle kracht van ware vergeving doet elke vergissing gewoon verdwijnen in het licht van de waarheid.

Dat wil niet zeggen dat dit proces van ongedaan maken niet als vernietigend kan voelen. De weerstand zal enorm zijn. Vandaar dat dit proces olv de herinnering aan wat we werkelijk zijn, en die nog steeds in onze denkgeest aanwezig is, moet worden gedaan. Alleen op die manier olv de Heilige Geest en of Jezus zullen we door die weerstand heen gaan en al vergevend terugherinnerd worden in wat we werkelijk zijn, Geest, één in God.

Te gebruiken als hulpmiddel en reminder (en niet als vervanging dus) bij het ‘doen’ van ECIW.

Hoe kan men stoppen met het voeden en het in stand houden van het ego.
Op de allereerste plaats door naar de bron van het ego te gaan: de ego-denkgeest.
En vervolgens de plaats als waarnemer en keuzemaker in te nemen.
Men kijkt dan vanaf een losgekoppelde van de projecties standpunt naar de gedachtes en hun daaruit volgende projecties.
Dit kijken moet oordeelloos gebeuren en dat kan alleen als men kiest voor het ego-loze standpunt, dus vanuit de symbolen hiervoor: de Heilige Geest en of Jezus.

Oordeelloos kijken is kijken zonder een enkel oordeel, elk oordeel wat naar boven komt, wordt aan de Heilige Geest en of Jezus overgedragen en samen met Hen bekeken zodat ze kunnen worden vergeven.

Hoe kan men oordeelloos kijken?
Door op de eerste plaats de gedachte los te zien van de projectie en zuiver en alleen als een ego-denkgeest-reflex te zien, als voeding, motor voor het in stand houden van de ego-denkgeest, meer niet.
De gedachte kan dan vergeven worden, omdat men ziet dat de gedachte en de daaruit voortkomende projectie slechts voortkomt uit een reflex die alleen, maar dan ook echt alleen, tot doel heeft de ego-denkgeest in stand te houden, meer niet.

De emoties die hiermee gepaard gaan, zijn belangrijke indicatoren, en dienen dus niet ontkend, gebagatelliseerd, weggestopt te worden.
Alle emoties komen voort vanuit de ene ego-denkgeest en kunnen teruggebracht worden tot de ene emotie: angst.
Ook de schijnbaar liefdevolle doch altijd kortstondige emoties komen voort uit deze ene emotie angst.
Angst is de hoofdmotor van de ego-denkgeest en kan alleen ontkracht worden door er oordeelloos naar te kijken (steeds weer) en te vergeven.

Dat wat de Cursus beschrijft als: er zijn maar twee emoties: angst en Liefde, zou ook omschreven kunnen worden als er zijn maar twee emoties:
1. vanuit de ego-denkgeest: angst/liefde (de twee zijden van de altijd dualistische ene ego-denkgeest).
2. de Liefde van God, die onnoembaar is en zuiver non-dualistisch.

Deze laatste, de Liefde van God kan niet bereikt worden, omdat ‘we’ ,de Ene Geest, dat al zijn en dat dus niet hoeven te bereiken.
De enige manier is derhalve alles wat de Liefde van God niet is, als zodanig waar te nemen en te vergeven, door te stoppen met het voeden van de ego-denkgeest op de manier zoals boven beschreven.
En daardoor tenslotte te ontwaken in liefde.

Dit kan alleen als we ons niet-ego-standpunt innemen samen met de symbolen hiervoor: de Heilige Geest en of Jezus.
Hulp vragen aan deze symbolen betekend derhalve voorbij het ego reiken naar wat we in oorsprong zijn: geest.

Alles wat ervaren wordt in de wereld van de droom krijgt nu de functie van reminder voor het werkelijke Doel dat onvermijdelijk is: Ontwaken.
Alle droomdoelen, die maar één functie hadden: het in stand houden van de ego-denkgeest, vallen hierdoor weg en krijgen een totaal andere functie, nu ze bestuurd worden vanuit de Heilige Geest en of Jezus denkgeest.

_________________

 

 

Iedere vorm van relatie die we aangaan in deze wereld van de droom, heeft in eerste instantie als enig doel af te scheiden van God. Dus in elke relatie wordt speciale haat en speciale liefde uitgespeeld, op duizenden manieren of het nu om een speciale liefdesrelatie gaat tussen twee mensen, of een speciale haat relatie tussen twee mensen, of wat dan ook, elke vorm van strijd, dus ook als het eruit ziet als speciale liefde, heeft als doel afscheiding van wat werkelijk Liefde is; de Liefde van God.

Pas als wordt ontdekt dat speciale liefde en of speciale haat in welke vorm dan ook niet tot werkelijk blijvend onveranderlijk geluk leid, komt de vraag naar boven, of er misschien een andere weg moet zijn.

En dan krijgt de herinnering en het verlangen die nog altijd aanwezig zijn in de Zoon van God aan wat werkelijk Liefde is, weer een kans. En kunnen de symbolen voor deze herinnering: Heilige Geest en of Jezus worden ingezet. En kan de Zoon van God die dromen had van speciale liefde en haat, deze vergissing (ver)geven aan de Heilige Geest en of Jezus, zodat de herinnering weer helder wordt en de weg naar Huis, naar de Liefde van God weer zichtbaar wordt. En deze aan ‘de Hand’ van Jezus en of de Heilige Geest verder gegaan kan worden.

Zo worden alle relaties die we hebben in de droom omgezet van speciaal naar Heilig met als enig doel terugkeer naar Liefde.

In de praktijk gaat dat niet zonder slag of stoot, de weerstand van de ego-denkgeest en zijn verdediging door het inzetten van pijn en emoties zijn enorm en worden niet als makkelijk ervaren. Maar het is te doen, en uiteindelijk onvermijdelijk, zolang we maar inzien dat alles altijd met alles verbonden is, dat de Zoon niet afgescheiden kan zijn van zijn Vader, ook niet binnen een afscheidings droom van een ego-denkgeest.  En we de Heilige Geest en Jezus als de Troosters zien en de herinnering aan de Eenheid, met wiens hulp de kloof gedicht wordt die er in werkelijkheid nooit geweest is.

Op deze manier worden de symbolen van afscheiding, onze broeders, weer terug gebracht tot één Geest en dat geschenk geven we dus aan al onze broeders en aan ons zelf als we dát vergeven wat nooit heeft plaatsgevonden namelijk:  nachtmerries van afscheiding uitgespeeld in speciale haat/liefdes relaties.

 

c_v_earth_oceans

 

 

Arrogantie is een waardeoordeel over wat ik denk over mijzelf, vanuit de ego-denkgeest. Het ego probeert mij te doen geloven dat het arrogant is te denken dat ik één ben met God, dat ik de Zoon van God ben, dat ik heel, ben, dat ik Liefde ben, en dat ik onkwetsbaar ben.

Ik kan dat voelen, het brengt emoties met zich mee, van schaamte, valse bescheidenheid, verlegenheid, valse nederigheid, onderdanigheid. En onder die valse nederigheid enz. zit de andere kant van de ego medaille, zoals me beter voelen dan de ander, me superieur voelen, ik weet het beter, ik ben de baas, en dan is het kringetje schuld/zonde/angst weer rond.

En zo blijf ik op ‘veilige’ afstand van God, de Heilige Geest en Jezus die mij van dit alles wat ik zo goed ken willen beroven. Ik laat me mijn verslaving, mijn schat niet zomaar afnemen.


 

gollum-and-the-precious

Gollem and ‘precious’,

als het ontluisterende beeld van de verslaving aan het ego.

 


Maar ook: het lukt me nooit wat de Cursus zegt, god is mijn vijand geworden, hij haat me, zijn zoon is weggelopen, ik heb god vermoord, ik moet me verstoppen, ik maak mijn eigen vesting, god is dood leven egod* waar ik superieur ben waar ik de baas ben en de dood mijn ultieme overwinning op god is.

En ja pas als ik – de waarnemende-denkgeest – dit hele proces doorzie, in al zijn waanzin en zinloze gruwelijkheid kan ik me gaan afvragen of het ook werkt, of het bevalt, of ik er mee door wil gaan.
 
En dan kan er even een moment komen als de pijn, het lijden onverdraaglijk is geworden, dat ik me afvraag ‘Er moet een andere manier zijn’ en daar meer van wil weten.

Dan kan er een proces beginnen van waarnemen samen met mijn Innerlijke Gids Jezus en of de Heilige Geest. En kan ik heel eerlijk gaan leren kijken naar al die ego-gedachtes en ze aan J/HG geven zodat ze kunnen oplossen in het licht, vergeven kunnen worden.

De Cursus zegt over arrogantie:

‘Jezelf aanvaarden zoals God jou heeft geschapen, kan geen arrogantie zijn, want het is de ontkenning van arrogantie. Je kleinheid aanvaarden is wel arrogant, want het betekent dat jij jouw waardeoordeel over jezelf voor meer waar houdt dan dat van God.’ (T9.VIII.10:8-9)

 

Elke poging die jij onderneemt om een broeder te corrigeren duidt erop dat je gelooft dat correctie door jouw toedoen mogelijk is, en dat kan alleen maar de arrogantie van het ego zijn. Correctie behoort aan God, die van geen arrogantie weet.’ (T9.III.7:8-9)

 

‘De Stem van de Heilige Geest gebiedt niet, want Ze is niet tot arrogantie in staat. Ze eist niet, want Ze is niet uit op controle. Ze overweldigt niet, want Ze valt niet aan. Ze brengt slechts in herinnering. Ze is alleen onweerstaanbaar vanwege wat Ze jou herinneren laat. Ze houdt je denkgeest die andere weg voor en blijft kalm, zelfs te midden van de onrust die jij voortbrengt.’ (T5.II.7:1-6)

 

‘Arrogantie is het afwijzen van liefde, omdat liefde deelt en arrogantie achterhoudt.’ (10.V.14:1)

 

‘Denken dat God chaos heeft gemaakt, Zijn Wil weerlegt, tegendelen voor de waarheid heeft bedacht, en duldt dat de dood over het leven triomfeert: dit alles is arrogantie. Nederigheid zou onmiddellijk zien dat deze dingen niet van Hem afkomstig zijn. En kun jij zien wat God niet geschapen heeft? Denken dat je dat kunt, is niets anders dan geloven dat jij kunt waarnemen wat God niet heeft gewild. En zou er iets arroganter kunnen zijn dan dit?’ (WdI.152.7:1-5)

 

Maar er is een ander manier, de zaak is niet hopeloos verloren en uitzichtloos. Als ik leer luisteren naar mijn Innerlijke Leraar, Jezus en of de Heilige Geest, dan kan ook ‘arrogantie’ mits totaal aan Hen gegeven ter vergeving een poort worden in plaats van een gesloten vergrendelde dichtgemetselde ondoordringbare deur. Als ik die bereidwilligheid heb dan zegt de Cursus:

 

‘De verlossing van de wereld hangt af van mij.

Dit is de uitspraak die alle arrogantie eens uit elke denkgeest weg zal nemen. Dit is de gedachte van ware nederigheid, die geen andere functie als de jouwe neemt dan degene die jou gegeven is. Het brengt jouw aanvaarding van een jou toegewezen taak met zich mee, zonder aan te dringen op een andere rol. Het velt geen oordeel over de juiste rol voor jou. Het erkent slechts dat de Wil van God op aarde zowel als in de Hemel is geschied. Het verenigt elke wil op aarde in het hemelse plan om de wereld te verlossen en haar terug te voeren tot de hemelse vrede. Laten we onze functie niet bestrijden. Wij hebben die niet vastgesteld.

Ze is niet ons idee. De middelen waarmee ze volmaakt zal worden vervuld, zijn ons gegeven. Het enige wat ons wordt gevraagd is dat wij onze taak in oprechte nederigheid aanvaarden en niet met zelfmisleidende arrogantie ontkennen dat we die waardig zijn. Wat ons te doen gegeven is, daartoe hebben we de kracht. Onze denkgeest is volmaakt toegerust om de taak op zich te nemen die ons is toegewezen door Iemand die ons goed kent.’
(WdI.186.1-2)


* egod is samenvoeging van ego-god.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Emoties zien als vorm van zwakte, aanstellerij, is weer niets anders dan een vorm van schuld/zonde/angst projectie, alweer een verdediging van de egodenkgeest, weer een sluier die de ware oorzaak namelijk afscheiding (van God) geprojecteerd vanuit de egodenkgeest afdekt en aan het ‘zicht’ ontrekt.
Terwijl de egodenkgeest emoties ook juist tergelijkertijd gebruikt als wapen om te voorkomen dat ontdekt wordt dat het alleen maar een extra hulpmiddel is om de afscheiding een vorm van waarheid te proberen te geven.

De pijn is een bevestiging van het zonde idee, (ik heb iets gedaan wat heel erg verkeerd is) daarbovenop komt dan nog schuld (ik ben zwak en ik stel me aan enz.)  en dat geeft een totaalbeeld van angst (God heeft mij omdat ik zondig ben en bovendien schuldig, verstoten en ik kan nooit meer terug want hij zal mij straffen) en dan is het cirkeltje weer rond en komen we weer bij schuld, zonde enz…. en zo vormt de egodenkgeest een gesloten circuit. En doet keurig waarvoor het gemaakt is, namelijk: afscheiden.

Dus als ik emoties bespeur bij mijzelf of anderen kan ik me in plaats van me er volledig mee te identificeren en weer in het gesloten ego-denkgeest-circuit terecht te komen, er weer samen met HG/J er als waarnemend-denkgeest naar kijken, weer als naar een film waar ik door geraakt wordt, maar het niet ben, en vergeven na dé keuze te hebben gemaakt.

In die zin kan de Heilige Geest (de Juist-gerichte-denkgeest) mits ik als waarnemende-denkgeest het aan Hem geef, juist dit schijnbaar schuld/zonde/angst materiaal gebruiken als vergevingsmateriaal en het doen wegsmelten in totale schuldeloosheid/zondeloosheid en Liefde. Dat wat er werkelijk is.

Inverband hiermee geef ik als leestip T16.I. Ware inleving.

 

 

%d bloggers liken dit: