archiveren

Tagarchief: werkelijkheid

Ik denk niet dat we zogenaamde anderen die buiten ons lijken te zijn kunnen beoordelen op hun ego uitingen. Immers alles wat ik denk te zien buiten mij, in anderen, dingen en situaties laat mij mijn eigen ego projecties van zonde, schuld en angst, kortom ego zien, die ik niet in mijzelf (de denkgeest (mind)) wil zien.
Dat wat ik denk en geloof buiten mij te zien zijn altijd in eerste instantie projecties vanuit het (ene) ego denken wat niets meer en minder als enig doel heeft afgescheiden te zijn en blijven van wat Waar, non-dualistisch, Één is (God, Liefde).

En dit hele mechanisme van de beste illusionisten truc ooit, moet ten alle tijden verborgen blijven, want als de illusie doorgeprikt wordt verdwijnt de illusie en de grootste angst is dan, dat de illusionist dan ook verdwijnt.

Ik kwam hier op nadat ik dacht dat wat wij hier in de illusie (droom) beschouwen als schurken, misdadigers, de vijand, helden, redders, (want bedenk daarbij dat wat voor de een een schurk is voor de ander een held en omgekeerd), slechts de geprojecteerde projecties (vormen) zijn van de weerspiegeling van wat zich afspeelt in het (met opzet verborgen) ego denken in de egodenkgeest.

Nu lijkt de egodenkgeest wel heel solide en uitstekend afgedicht tegen ontmaskering, maar het blijft slechts een illusionisten truc welke vroeg of laat onvermijdelijk ontmaskerd wordt, want het ego is niet God proof, en deep down weet de illusionist zelf heel goed hoe de truc in elkaar zit, ook al gaat deze er schijnbaar helemaal in op.

Wij die helemaal op gaan in onze eigen illusionisten truc zijn vergeten dat we de illusionist zijn en daardoor vergeten dat wij deze enorme uitgebreide illusionisten act zelf gemaakt hebben.

Maar vergeten is niet hetzelfde als verdwenen. Waarheid, Éenheid, non-dualisme, (God, Liefde) kan onmogelijke door zijn absolute onveranderlijke aard “verdwijnen”.

Dat betekent dat achter elke truc, dus achter elke projectie hoe verschrikkelijk of hoe mooi deze er ook uit mag zien, maar als gezamenlijk kenmerk heeft het waar maken van de projectie, “Waarheid” nog steeds schuil gaat en nog steeds als herinnering aanwezig is.

Aangezien het ego mechanisme, de verdediging tegen Waarheid, niet helemaal waterdicht God proof is sijpelt er zo nu en dan dwars door de (ego) verdediging heen het licht van Waarheid. En dat heeft niets persoonlijks, heeft niets met de ego vermomming (lichaam, ding, situatie) te maken het overstijgt alles en is niet tot bijna onmogelijk in woorden te beschrijven. En toch breiden dat soort weerspiegelingen van Waarheid zich uit over de hele ene denkgeest, en helpen in het proces van het onvermijdelijk terug herinneren van het hele ene Zoonschap in God, Liefde.

Natuurlijk breid het ego denken zich ook voortdurend uit, maar dan is het de uitbreiding van illusies die in bepaalde ego vormen gegoten worden en vervolgens als waar worden aangenomen.

Als dit proces van uitbreiden en het verschil tussen uitbreiden vanuit ego of het uitbreiden vanuit “Heilige Geest” gezien en ervaren wordt en geaccepteerd dan helpt dat de illusies niet meer 100%  serieus te nemen en stopt ook stap voor stap het in stand willen houden van de illusie door middel van het blijven voeden van de brandstof van het ego en zijn illusionisten show van ruimte en tijd: zonde (verleden), schuld (heden), en angst (toekomst).

Het wederom in de herinnering terugkomen van dit diepe weten helpt ook het proces van Ware Vergeving aan te gaan, waarbij gezien wordt “dat wat jij dacht dat je broeder jou heeft aangedaan, niet heeft plaatsgevonden” (WdII.1.1:1 (blz. 404 Werkboek)), dan alleen in illusoire dromen, van de ene Zoon van God die zogenaamd vergeten is wat hij in werkelijkheid is.

Een ietwat ongebruikelijke en daardoor onconventionele gedachte vanuit dat wat “we” gewend zijn te denken, en geloven te weten en te kennen:
De wereld met alles wat daarbij hoort, mensen, dieren, voorwerpen, situatie, kortom alles wat wij beschouwen als “leven”, is een illusie, een gigantische projectie. Dat hele schijnbare gebeuren kan alleen maar schijnbaar verschijnen OMDAT het een illusie is.
Er is geen enkele reden te bedenken waarom in DAT WAT IS, non-dualiteit, Eenheid “iets” zou moeten verschijnen, “iets” anders waardoor “één” ineens “twee” lijkt te zijn.
Eén is één en heeft geen enkele goede reden om twee te worden, te blijven, te zijn.
Het heeft ook geen enkele zin het hiermee eens of oneens te zijn, te analyseren, er tegen te verzetten, te verwelkomen of wat voor gedachte dan ook aan te besteden, omdat al die gedachten in de illusie verschijnen en dus onmogelijk zijn in Eén. Een illusie, een droom, een waanidee heeft als eigenschap dat het onwerkelijk is en vooral veranderlijk en kan juist DAARDOOR alleen maar een illusie, een droom, een waanidee zijn.
Het lijkt allemaal te verschijnen in “Één”, maar dat is tegelijkertijd onmogelijk, omdat “Één” nooit “twee” kan worden dan alleen in onmogelijke dromen.

Moet “ik” nu, omdat ik kennelijk in deze droom geloof enorm hard gaan werken, of iets opofferen om weer van “twee” “Één” te maken?
Nee, want dat zou betekenen dat “iets” binnen een onmogelijk en niet werkelijk bestaande “tweeheid” iets moet doen om weer “één” te worden, wat zou betekenen dat het lijkt of één van de twee moet verdwijnen.
En waarom zou iets wat al onmogelijk is moeten verdwijnen? Bovendien kan “Eén” in ieder geval onmogelijk verdwijnen omdat het sowieso buiten het concept “twee” valt en daardoor niet valt te beschrijven of te benoemen, laat staan zou kunnen verdwijnen, want dan zou het onmiddellijk binnen het concept “twee” vallen, en dus een illusie zijn welke als eigenschap heeft “veranderlijk” te zijn, een droom, wat weer aangeeft dat het niet werkelijk kan “bestaan”.

De weerstand die deze gedachte oproept is ook niet wat het lijkt. Boosheid, ongeloof, weerstand, irritatie, moordlust, of juist het ophemelen of neersabelen van iets of iemand die deze gedachte uitspreekt, publiceert of hoe dan ook kenbaar maakt gaat helemaal niet over de weerstand tegen het idee van “er is geen wereld”, of over er is alleen een illusie, een droom, een onmogelijke gedachte welke schijnbaar verschijnt in “Één”. De weerstand heeft enkel als doel de gedachte van “twee” koste wat kost in stand te houden, ja zelfs ten koste van “Éen”, wat dus sowieso verspilde moeite is, want onmogelijk.

Dat wat we “mijn leven” noemen is een gevecht van leven op dood om in “twee” te blijven geloven, want dat is het niet meer en niet minder, een geloof. Niet een strijd tegen een “iets” dat machtiger probeert te zijn dan “twee”, zoals “twee” doet voorkomen.
De enorme angst en schuld die deze waan gedachte oproept is ook alleen maar weer een krampachtige, zeer vermoeiende poging om deze onmogelijke scheiding van “Één” in stand te houden. En heeft dus niet met “iets” of “iemand” die tegengesproken of bejubelt wil of moet worden te maken.
Het hele droom script van het idee en het geloof in “mijn leven” (of überhaupt “leven”) heeft geen enkel ander doel dan dit: het onmogelijke idee van zich te willen kunnen afscheiden van “Één” tot werkelijkheid te maken.

Totdat de veranderlijke aard van “een nietig dwaas idee” van “twee” onvermijdelijk doorzien wordt doordat wordt ingezien dat “twee” nu eenmaal nooit voorgoed de plaats kan innemen van “Één”, OMDAT dat onmogelijk is.
Zodra dat wordt gezien en geaccepteerd wordt ook de onvermijdelijkheid van terug herinneren in “Één” onvermijdelijk en krijgt alle weerstand die zich alleen in dromen, illusies, waanbeelden van schijnbaar “twee” een totaal andere functie…

De droom hoeft niet weg gesaneerd of vernietigt te worden of zelfs maar verandert, maar krijgt een totaal andere functie, als de denkgeest daar aan toe is, die van “Ware vergeving”, wat niets anders is dan werkelijk inzien dat er niets gebeurt kan zijn, dat niets ook maar één momentje werkelijk invloed zou kunnen hebben, laat staan in staat om non-dualistische “Éénheid” te veranderen en zal uiteindelijk onvermijdelijk op een heel vanzelfsprekende wijze oplossen in “niets”, vanwaaruit het schijnbaar is ontstaan.

Een cursus in wonderen vat dit als volgt samen:

“Niets werkelijks kan bedreigd worden.
Niets onwerkelijks bestaat.

Hierin ligt de vrede van God.”
(In.2.2-4)

Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk.
Dat besef is er in middels onomkeerbaar.
De reden dat er een ervaring is van onvrede is dat er een ik lijkt te zijn die de vorm van de droom serieus neemt.
“Ik” zie de droom aan voor de werkelijkheid.
Eerst wordt een “ik” aangezien voor de werkelijkheid en dan volgt logischerwijs, vanuit dat standpunt dat er een “ik” is die alles als werkelijk ervaart.
En dan zit de denkgeest (mind) gevangen in zijn eigen opgezette val van de denkgeest die probeert geen denkgeest te zijn, maar een lichaam.
En dat is zo onnatuurlijk, zo pijnlijk dat het niets anders dan een hele onnatuurlijke en pijnlijke, angstige met schuld beladen droom kan opleveren, die zeer serieus wordt genomen. Schuld, te herkennen aan het voortdurende zeurende gevoel van er klopt iets niet, wat doe ik verkeerd?
Kijk hoe serieus de dagelijkse persoonlijke droom wordt genomen en voor de waarheid wordt aangezien.
Elke vorm van ongenoegen van regelrechte blinde woede, tot een licht irritatie, van totale uitputting tot moeheid, van overmoed tot moedeloosheid enz. heeft maar één oorzaak en ook maar één doel: het serieus nemen van de droom en deze aanzien voor waarheid.

Als dit gezien wordt door de uit deze vreemde onnatuurlijke droomstaat ontwakende denkgeest, wat een onvermijdelijk proces is, want waarheid kan wel ontkend worden maar nooit verdwijnen, kan de onnatuurlijke droom een andere functie krijgen.
Niet door de onnatuurlijke droom te veranderen in een natuurlijke, een droom blijft immers een droom, dus nog steeds onwaar, maar hem op de eerste plaats precies zo te zien zoals hij zich voordoet, maar tegelijkertijd niet serieus te nemen.
Dit vereist een eerlijk kijken naar wat zich lijkt af te spelen in de droom, er niets zelf aan te willen veranderen, maar eerst terug te keren naar de bron, de denkgeest van waaruit de droom wordt geprojecteerd vanuit de wens waarheid te veranderen in onwaarheid.
En dan opnieuw de keuze te maken deze onnatuurlijke droom opnieuw in te zetten om onwaarheid in waarheid te doen laten terugkeren. Oftewel de afscheiding van waarheid mogelijk te doen laten lijken, of te kiezen voor deze onnatuurlijke droom te laten her-gebruiken door de juist-gerichte denkgeest die de vergissing ongedaan kan maken en de herinnering aan waarheid weer doet laten terugkeren in de denkgeest.

Observeren, kijken naar de droom, zonder er zelf (vanuit ego) iets aan te veranderen is dus van essentieel belang bij het proces van her-gebruiken door de juist-gerichte denkgeest (HG). De opzettelijke vergissing van de denkgeest die met opzet wil vergeten dat deze denkgeest is, kan alleen hersteld en teruggedraaid worden als het droommateriaal precies zo gezien wordt als het zich voordoet. Dan kan de vergissing precies zoals deze zich voordoet terug genomen worden in de denkgeest en worden vergeven. Vergeven in de betekenis van dat wordt ingezien dat het een grote vergissing is dat een onnatuurlijke, pijnlijke droom, vol met lijden, beroofd van liefde een prima alternatief zou zijn voor Waarheid, Eenheid, Liefde, God.

Niet de droom hoeft te veranderen, maar de bedenker van de droom, de denkgeest door ervoor te kiezen zijn pijnlijke onnatuurlijke droom terug te nemen en te vergeven, zodat de denkgeest weer gezond wordt en uiteindelijk heel natuurlijk zonder moeite en pijn zal oplossen in Waarheid, Eenheid, Liefde, God.

Ware vergeving (echt zien/weten dat er in werkelijkheid niets gebeurt kán zijn) leidt tot het geschenk van het wonder, het wonder van een totale omslag in het denken van de denkgeest. De omslag van het “ik” identificatie denken naar het grenzeloze onpersoonlijke denkgeest denken.
Het wonder, de totale omslag in het denken van de denkgeest, is geen einddoel, want het speelt zich nog steeds af binnen het denkgeest kader van de illusie, maar het is wel een stap richting van het totale terug herinneren in Eenheid, Waarheid, Liefde, God. Daar waar woorden, namen, omschrijvingen, ervaringen, en ook ware vergeving en wonderen geen betekenis meer hebben, omdat ze simpelweg niet meer nodig zijn…

In die zin zijn wonderen “mijn” geboorte recht en heb “ik” recht op wonderen. Het is zeker geen beloning voor “goed” gedrag van de “ik” persoonsidentificatie. Het is een vanzelfsprekendheid, in die zin een recht, omdat wonderen glimpen laten zien van wat Werkelijkheid, Eenheid, Liefde, God is. Een wonder voelt daarom als vanzelfsprekend, “normaal”, vrij, grenzeloos, en helemaal niet als iets spectaculairs. Het voelt zelfs zo “normaal” dat er zomaar aan voorbij gezien kan worden.
Het voelt het dichtstbij “Thuiskomen” als maar mogelijk is binnen het concept van de droom.
Het wonder laat ook zien, dat wat “ik” dacht wat ik was, niet klopt. En dat het in stand houden van die illusoire “ik” identificatie, enorm veel moeite kost, dat is het lijden wat ervaren wordt. Het is niet te doen om blijvend uit Eenheid, Waarheid, Liefde, God trachten te blijven, omdat het onmogelijk is. Het toch blijven volhouden is de oorzaak van alle lijden en pijn.
Wonderen verzachten deze pijn, omdat ze richting uitgang uit de waanzin van het afgescheiden willen zijn, uit het lijden en de pijn leiden.
Dat is de ware boodschap van Pasen.

 

Nu ik steeds meer ga inzien dat ten volle ervaren van wat zich aandient absoluut noodzakelijk is in het proces van Ware Vergeving (zie WdII.1.blz.404), waar ik voor gekozen heb, dringt ook meer en meer door dat dat wat ik (be)dacht te zijn en het leven dat ik (be)dacht te leven en mij mijn identiteit leek te geven een grote leugen is.
Nee, niet de uiteindelijke vormen, want dat zijn slechts projecties, (licht)beelden, dus sowieso niet werkelijk, maar de gedachten erachter afkomstig van de denkgeest die dmv het geloof in zonde, schuld en angst, dit allemaal heeft bedacht. Het is letterlijk allemaal een gedachte, niets ervan heeft met een werkelijke Werkelijkheid van doen.
Het is immers allemaal bedacht om aan Werkelijkheid te ontkomen. En dat is zo goed gelukt, dat de verzonnen, bedachte (on)werkelijke wereld met daarin een ‘ikje’ voor echt wordt aangezien, en dat wat Werkelijk werkelijk is daardoor verborgen blijft en daardoor niet meer dan een abstractie is geworden en dus onmogelijk door de zeef van verzonnen onwerkelijke gedachte begrepen, of ervaren kan worden.

Stap voor stap zie ik alle beelden die ‘mijn’ leven lijken te hebben gevormd als komende vanuit de keuze voor zonde, schuld en angst. Zie ik dit onder ogen vanuit dezelfde keuze als waar het vandaan komt, dus voor de keuze van opnieuw zonde, schuld en angst (ego) dan is het gewoon te heftig, want dan lijkt elke keuze in dat wat ik ‘mijn’ leven noem één grote leugen, omdat de keuze voor zonde, schuld en angst één grote leugen is.
Tegelijkertijd geeft dit het noodzakelijke inzicht tot het besef dat er wel degelijk een uitweg moet zijn uit deze leugen. Daardoor krijgt de grote leugen (dat wat ik mijn leven noem) een andere functie, die van het leren terug herinneren in dat wat IS, door elke ervaring ten volle te beleven, precies zoals het zich voordoet en het tegelijkertijd nu te gaan zien als vergevingskans en vergevingsmateriaal. Die keuze is er.

Ja, ik heb dit al vele malen opgeschreven op verschillende manieren, maar ik merk dat het zich nog steeds meer en meer verdiept, stap voor stap en het lijkt bij tijden nog steeds heftiger te worden, maar dat komt doordat het onvermijdelijke ervan ook steeds duidelijker wordt.
Het onvermijdelijke van het besef “Er is geen wereld”, wat dus ook betekent er is geen “Annelies” er is geen leven zoals een “ikje” dat denkt en gelooft te beleven. En ook de onvermijdelijkheid van het beseffen dat de leugen stap voor stap onder ogen moet worden gezien, niets vermijdend, overslaand of overhaastend.
En dan rustend in het besef dat gewoon meegaan met de stroom met alles wat zich daarin aandient de enige kans en keuze is om het zonder het geloof in zonde, schuld en angst onder ogen te kunnen zien, precies zoals het zich voordoet, en het die andere functie te laten geven, die van Ware Vergeving… Dat is een keuze, de enige werkelijke keuze.

Ook is het zo dat ik er steeds minder vaak over lijk te willen schrijven, meer en meer in het besef dat ook erover schrijven als ‘vlucht’ kan dienen voor er echt helemaal in te gaan. Want de opluchting die ik vaak voel na mijn gedachten te hebben opgeschreven is vaak, zo moet ik ook onderkennen, een schijn opluchting.

En het besef dat het alhoewel er slechts een verzonnen persoonlijkheid is, het proces toch een persoonlijk proces is, omdat dat nu eenmaal dat is wat begrepen kan worden, binnen dat wat ervaren wordt. Tegelijkertijd is het wel degelijk een collectief proces, daar er ook maar één waangedachte is (ego) dat aan gespletenheid lijdt en denkt en gelooft uit miljarden persoonlijkheden te bestaan.
Ik zie dus wel of dit het laatste is wat opgeschreven gaat worden, mee met de stroom maar weer…

 

Bewustzijn is de eerste stap die leidde en leidt tot afscheiding.
Vanuit het Niets dat Alles Is, ook wel Werkelijkheid, Waarheid, Eenheid, God, Liefde genoemd, allemaal woorden welke slechts symbolen zijn van wat perfect Eén en dus onnoembaar is, leek iets te ontstaan wat zich bewust leek te kunnen zijn van iets anders dan Eén.
Eén valt buiten het bewustzijn, omdat bewustzijn twee is, dus gescheiden.
Dat wat bewust is, is afgescheiden van Eén.
Dat wat bewust is en afgescheiden van Eén, is zich hier niet van bewust en denkt en geloofd dat het dit is wat het nu is; bewust levend in een lichaam in een wereld los van andere lichamen, dingen en situaties.
Bewustzijn wordt nu gezien als; ik ben mij bewust van mijzelf en wat ik doe en wat anderen doen, en van wat ik om me heen zie.
De herinnering aan en wat Eenheid, Waarheid, Werkelijkheid, God, Liefde vertegenwoordigt is diep weggestopt, en vergeten in het zogenaamde onbewuste.

Wij die zich bewust zijn van zijnde mensen, dingen en situaties in een wereld ervaren dit alles, omdat de keuze werd gemaakt om iets anders te zijn dan Eén, waardoor we nu afgescheiden lijken te zijn van Eén en dat ook lijken te ervaren.
Elke ervaring is dus een omkering van Eén naar twee. Elke keer breken we Eén door en maken er twee van. Dit kost enorm veel energie, pijn en lijden, omdat opsplitsing van Eén in twee onmogelijk is en vooral onnodig. Vandaar dat al onze ervaringen hoe mooi  of lelijk we ze ook denken te kunnen maken stuk voor stuk getuigen van deze onmogelijke poging van Eén twee te maken. Sterker nog in deze wereld van dualiteit wordt alleen maar opgedeeld in een oneindige reeks afsplitsingen, waardoor afscheiding als natuurlijk wordt gezien, in plaats van een onmogelijke poging om van Eén, Waarheid, Werkelijkheid, God, Liefde te maken.

Gelukkig maar dat werkelijk afsplitsen van Eén onmogelijk is en slechts een dwaas onmogelijk idee is, een bange maar onschuldige droom, vaak een nachtmerrie, waaruit de dromer van deze droom uiteindelijk onvermijdelijk zal ontwaken.

Dat wat verborgen ligt in het onbewuste, de herinnering aan Eénheid, Werkelijkheid, Waarheid, God, Liefde komt vroeg of laat, maar onvermijdelijk bovendrijven niet meer tegengehouden door het uitgeputte bewustzijn dat de kracht niet meer heeft om dat wat verborgen moest blijven nog langer tegen te houden. Dat wat vergeten moest worden en blijven komt naar boven in het bewustzijn en de dromer van de droom wordt zich “bewust” van dat deze droomt en niets is wat het leek te zijn.
Dit “nieuwe” bewustzijn vormt nu de brug, de verbinding naar het terug herinneren in wat door het afgescheiden bewustzijn (het ego) verborgen moest worden gehouden.

Dan kan de weg terug naar totale herinnering aanvangen stap voor stap, waarbij het oude bewustzijn materiaal (ego), getransformeerd wordt naar het bewustzijn dat kan waarnemen en kan kiezen tussen Eén of twee, en de verbinding vormt naar het terug herinneren in Eénheid, Werkelijkheid, Waarheid, God, Liefde.

Een opmerking zoals: “de werkelijkheid is erger dan ik in m’n stoutste dromen kon dromen”, verbergt eigenlijk dat wat de egodenkgeest (=de keuze voor afgescheidenheid) juist probeert te verbergen, namelijk de angst voor Werkelijkheid (Eenheid, Waarheid, God, Liefde). Het staat daar ineens zomaar open en bloot: ik, denkgeest die kiest voor afgescheiden te zijn van Werkelijkheid, droom mijn eigen werkelijkheid bij elkaar, die nu in de plaats komt van de Werkelijkheid, waardoor wat Werkelijkheid werkelijk is opzettelijk vergeten wordt.
Daardoor is er een voortdurend gevoel van “hier klopt iets niet”, (“Hier stimmt etwas nicht, Harry”, uit Derrick ;-)) en in plaats van te zien dat wat voor mijn ogen zich afspeelt niet klopt, want dat moet verborgen blijven, voelt “hier klopt iets niet” onbekend, angstig, en bedreigend, waar ik verre van moet zien te blijven, zonder te weten “waarom”.
Dus dat voortdurende dreigende, angstige gevoel “hier klopt iets niet” dat er altijd is op de achtergrond over wat mij dreigt te kunnen overkomen in deze wereld in dit lichaam, is niet wat het lijkt te zijn. “Hier klopt iets niet” gaat over de achterliggende angst voor wat werkelijk Werkelijkheid is en nu een totaal abstract begrip is geworden, waar ik niet meer bij kan, achter mijn zelf opgetrokken muur van vormen die nu een verdediging vormt tegen Werkelijkheid.

Gelukkig kan Werkelijkheid nooit echt vergeten worden, laat staan verdwijnen en loopt de denkgeest uiteindelijk onvermijdelijk tegen zijn eigen opgezette blokkades aan en blijkt de aantrekkingskracht van Werkelijkheid sterker dan de als verdediging opgetrokken nep werkelijkheid.
En als dat eenmaal gezien is en geaccepteerd, dan zal het “hier klopt iets niet” wat eerst als verdediging tegen Werkelijkheid is opgeworpen (mijn dagelijks leven), juist de herinnering aan Werkelijkheid stimuleren en louter nog als vergevingsmateriaal en kans gezien worden.
Terug herinneren wat (opzettelijk) vergeten is, is de Universele weg die we allemaal onvermijdelijk zullen moeten gaan, stap voor stap, via ons schijnbaar persoonlijke script.

%d bloggers liken dit: