archiveren

Tagarchief: projectie

Het verslavingsgedrag van de egodenkgeest.

De egodenkgeest is een vervanging een surrogaat voor wat we werkelijk zijn: Geest. Geest, onveranderlijk één in God, non-dualistische Geest.
De egodenkgeest is een poging tot afscheiding uit Eenheid, een poging die onmogelijk is, maar toch lijkt te gebeuren.
De reactie op die poging tot afscheiding is weerstand, pijn en lijden, OMDAT het onmogelijk is. En iets wat onmogelijk is, maar toch wordt nagestreefd veroorzaakt weerstand, pijn en lijden. De reactie op die weerstand, pijn en lijden is vasthouden aan de weerstand, pijn en lijden door de projecties daarvan als echt te zien en ze als oorzaak te zien. Precies zoals een alcohol of drugsverslaafde zijn pijn probeert te verzachten door nog meer te drinken en drugs te nemen. Zo houdt de egodenkgeest zichzelf in stand door zich te voeden met pijn en lijden. De egodenkgeest bestaat enkel en alleen bij de gratie van zijn eigen pijn en lijden. Verslaving maakt blind, de egodenkgeest is niet in staat naar zichzelf te kijken en zit vast in een vicieuze denkgeest cirkel.

Gelukkig is dat wat “wij” zijn niet de egodenkgeest, vandaar dat dat wat we werkelijk zijn Geest er nog steeds is en daar ergens in dat overgangsgebied waar het nietig dwaas idee (de egodenkgeest) zich probeert af te scheiden van de Ene Geest, huist de herinnering aan wat we werkelijk zijn en die herinnering is tot observeren in staat.De keuzemakende denkgeest.
Het is belangrijk de gedachtes die op het punt staan zich af te scheiden te herkennen en dit kan op dat overgangspunt waar de keuzemakendedenkgeest de keuze maakt zich af te scheiden of niet. Belangrijke indicatoren zijn gevoelens en emoties, bijvoorbeeld het gevoel van schaarste en te zien dat niet de projecties daar de oorzaak van zijn, bijvoorbeeld gebrek aan geld, maar de gedachte van schaarste van de denkgeest, die aan die projecties verbonden zitten en blijven.
Het gevoel van schaarste wordt echter alleen gezien in de projectie en daarmee verbonden en nu treed hechting op aan de projectie die nu niet meer als projectie wordt gezien, maar als een autonome vorm, bijvoorbeeld gebrek aan geld. Deze hechting verandert langzaam in verslaving, het gevoel, de gedachte van schaarste lijkt nu schaarste in de vorm van bijvoorbeeld geld te zijn en die verslaving kan nu alleen maar opgelost worden door meer geld zien te krijgen ergens vandaan. En dat werkt niet anders dan een drugs verslaafde die aan zijn volgende shotje moet zien te komen om te overleven.
En net als een verslaafde aan drugs of drank wordt de denkgeest steeds slimmer en gewiekster om aan zijn shotje te komen.
En iedereen die het verkrijgen van een nieuw shotje, tegenwerkt wordt als de schuldige gezien dat het niet lukt.
Echter als het lijden en de pijn echt ondragelijk wordt, als gezien wordt dat niets werkt, hoe hard men er ook voor vecht, en hoe men ook probeert veranderingen te weeg te brengen in een of andere vorm, zoals financiële situaties, kan er een moment komen dat de verslaafde het opgeeft en niet meer weet wat te doen. Oftewel er valt een klein gaatje in het denksysteem van de egodenkgeest, waar een klein straaltje licht van de nog steeds onveranderlijke Ene Geest doorheen priemt.
Deze herinnering brengt het bewustzijn terug van het vermoeden dat het niet is wat het lijkt te zijn, en dat stukje zich herinnerende denkgeest kan dan besluiten zich aan te melden bij de ‘afkick kliniek’ van de Heilige Geest (de keuze voor “het andere”.
Dan kan de behandeling het afkicken beginnen. Een behandeling die bestaat uit het bewust worden en het leren oordeelloos onder ogen zien van elke gedachte die de verslaving aanwakkert, voed en in stand houd.
En ‘ware vergeving’  is het middel van de Heilige Geest dat gebruikt wordt om de verslaving op te heffen.

Zoals dat gaat met verslaving en afkicken in de vorm, is dat niets anders dan een afspiegeling van het proces waar je doorheen gaat als je afkickt van de egodenkgeest.

Het zijn echt cold turkey verschijnselen, de egodenkgeest, ook al is het maar een nietig dwaas idee, zal zich verzetten en alleen ware vergeving zal dit zich verzetten kunnen opheffen en doen laten verdwijnen.

Een ietwat ongebruikelijke en daardoor onconventionele gedachte vanuit dat wat “we” gewend zijn te denken, en geloven te weten en te kennen:
De wereld met alles wat daarbij hoort, mensen, dieren, voorwerpen, situatie, kortom alles wat wij beschouwen als “leven”, is een illusie, een gigantische projectie. Dat hele schijnbare gebeuren kan alleen maar schijnbaar verschijnen OMDAT het een illusie is.
Er is geen enkele reden te bedenken waarom in DAT WAT IS, non-dualiteit, Eenheid “iets” zou moeten verschijnen, “iets” anders waardoor “één” ineens “twee” lijkt te zijn.
Eén is één en heeft geen enkele goede reden om twee te worden, te blijven, te zijn.
Het heeft ook geen enkele zin het hiermee eens of oneens te zijn, te analyseren, er tegen te verzetten, te verwelkomen of wat voor gedachte dan ook aan te besteden, omdat al die gedachten in de illusie verschijnen en dus onmogelijk zijn in Eén. Een illusie, een droom, een waanidee heeft als eigenschap dat het onwerkelijk is en vooral veranderlijk en kan juist DAARDOOR alleen maar een illusie, een droom, een waanidee zijn.
Het lijkt allemaal te verschijnen in “Één”, maar dat is tegelijkertijd onmogelijk, omdat “Één” nooit “twee” kan worden dan alleen in onmogelijke dromen.

Moet “ik” nu, omdat ik kennelijk in deze droom geloof enorm hard gaan werken, of iets opofferen om weer van “twee” “Één” te maken?
Nee, want dat zou betekenen dat “iets” binnen een onmogelijk en niet werkelijk bestaande “tweeheid” iets moet doen om weer “één” te worden, wat zou betekenen dat het lijkt of één van de twee moet verdwijnen.
En waarom zou iets wat al onmogelijk is moeten verdwijnen? Bovendien kan “Eén” in ieder geval onmogelijk verdwijnen omdat het sowieso buiten het concept “twee” valt en daardoor niet valt te beschrijven of te benoemen, laat staan zou kunnen verdwijnen, want dan zou het onmiddellijk binnen het concept “twee” vallen, en dus een illusie zijn welke als eigenschap heeft “veranderlijk” te zijn, een droom, wat weer aangeeft dat het niet werkelijk kan “bestaan”.

De weerstand die deze gedachte oproept is ook niet wat het lijkt. Boosheid, ongeloof, weerstand, irritatie, moordlust, of juist het ophemelen of neersabelen van iets of iemand die deze gedachte uitspreekt, publiceert of hoe dan ook kenbaar maakt gaat helemaal niet over de weerstand tegen het idee van “er is geen wereld”, of over er is alleen een illusie, een droom, een onmogelijke gedachte welke schijnbaar verschijnt in “Één”. De weerstand heeft enkel als doel de gedachte van “twee” koste wat kost in stand te houden, ja zelfs ten koste van “Éen”, wat dus sowieso verspilde moeite is, want onmogelijk.

Dat wat we “mijn leven” noemen is een gevecht van leven op dood om in “twee” te blijven geloven, want dat is het niet meer en niet minder, een geloof. Niet een strijd tegen een “iets” dat machtiger probeert te zijn dan “twee”, zoals “twee” doet voorkomen.
De enorme angst en schuld die deze waan gedachte oproept is ook alleen maar weer een krampachtige, zeer vermoeiende poging om deze onmogelijke scheiding van “Één” in stand te houden. En heeft dus niet met “iets” of “iemand” die tegengesproken of bejubelt wil of moet worden te maken.
Het hele droom script van het idee en het geloof in “mijn leven” (of überhaupt “leven”) heeft geen enkel ander doel dan dit: het onmogelijke idee van zich te willen kunnen afscheiden van “Één” tot werkelijkheid te maken.

Totdat de veranderlijke aard van “een nietig dwaas idee” van “twee” onvermijdelijk doorzien wordt doordat wordt ingezien dat “twee” nu eenmaal nooit voorgoed de plaats kan innemen van “Één”, OMDAT dat onmogelijk is.
Zodra dat wordt gezien en geaccepteerd wordt ook de onvermijdelijkheid van terug herinneren in “Één” onvermijdelijk en krijgt alle weerstand die zich alleen in dromen, illusies, waanbeelden van schijnbaar “twee” een totaal andere functie…

De droom hoeft niet weg gesaneerd of vernietigt te worden of zelfs maar verandert, maar krijgt een totaal andere functie, als de denkgeest daar aan toe is, die van “Ware vergeving”, wat niets anders is dan werkelijk inzien dat er niets gebeurt kan zijn, dat niets ook maar één momentje werkelijk invloed zou kunnen hebben, laat staan in staat om non-dualistische “Éénheid” te veranderen en zal uiteindelijk onvermijdelijk op een heel vanzelfsprekende wijze oplossen in “niets”, vanwaaruit het schijnbaar is ontstaan.

Een cursus in wonderen vat dit als volgt samen:

“Niets werkelijks kan bedreigd worden.
Niets onwerkelijks bestaat.

Hierin ligt de vrede van God.”
(In.2.2-4)

Het is niet de projectie (het lichaam, “anderen”, situaties, kortom de wereld), dat droomt. Het is de denkgeest die kiest voor dromen van zonde, schuld en angst. Dus projecties (het lichaam, “anderen”, situaties, kortom de wereld) zijn altijd een uiterlijke weergave van een innerlijke toestand.
En kijk ik met de keuze voor ego, wat niets anders is dan de keuze voor zonde, schuld en angst, een innerlijke toestand dus, dan zie ik de uiterlijke weergave daarvan (het lichaam, “anderen”, situaties, kortom de wereld), en denk en geloof dan dat dat de waarheid is.

Een cursus in wonderen zegt hierover:

“1. Projectie maakt waarneming. 2De wereld die jij ziet is wat jij haar gegeven
hebt, niets meer. 3Maar ook al is ze niets meer, ze is ook niets
minder. 4Daarom is ze voor jou belangrijk. 5Ze getuigt van de staat van
jouw denkgeest, de uiterlijke weergave van een innerlijke toestand.
6Zoals een mens denkt, zo neemt hij waar.* 7Probeer dan ook niet de
wereld te veranderen, maar kies ervoor je denken over de wereld te
veranderen. 8Waarneming is een gevolg, geen oorzaak. 9En juist om die
reden is een rangorde naar moeilijkheid bij wonderen zonder betekenis.
10Alles wat met visie wordt bezien, is genezen en heilig. 11Niets wat
zonder dat wordt gezien, heeft enige betekenis. 12En waar geen betekenis
is, heerst chaos” (T21.In.1:1-12).

Dit (willen) doorzien is een belangrijke sleutel in het proces van terug herinneren door middel van ware vergeving.

Een aanhaling die ik graag even wil delen is een stukje tekst uit “De 50 wonderprincipes van Een cursus in wonderen“, van Kenneth Wapnick, uit principe 24.
Hier wordt het misverstand uiteengezet over wat onder “de gelukkige droom” wordt verstaan.

De gelukkige droom is een staat van volledige bewustwording van de denkgeest (dus niet van het brein/lichaam) welke weet dat het droomt, en weet dat de wereld en het lichaam dat er lijkt te zijn, alleen een projectie is vanuit het geloof in zonde, schuld en angst, dat is “ware waarneming”.
De gelukkige droom is NIET een betere gelukkige versie van een wereld die nog steeds als waar wordt gezien, want dat is nog steeds “onware waarneming”.
Het draait enkel en alleen om het wel of niet meer aanwezig zijn van schuld in de denkgeest. Dus niet om de afwezigheid van schuld in de wereld of in mij als lichaam, maar om de afwezigheid van schuld in de denkgeest (mind).
En dat maakt een “wereld” van verschil.

Dat wat “wij” met opzet willen vergeten, kan dan ook niet door  de “ons” die wij denken en geloven te zijn; lichamen in een wereld, worden bereikt, door iets te “doen” aan de illusie die we juist hebben opgezet om dat wat Waar is te verbergen.
Elke vorm van fiksen in de wereld die als verdediging is opgezet tegen wat Waar is, is juist het verstevigen van de afscheiding van wat Waar is, en verankert de denkgeest juist steviger in onwaarheid.

“Omdat het in deze principes niet aan de orde komt, wil ik hierbij
opmerken dat het ontwaken uit de droom niet het doel is van Een
cursus in wonderen. Het doel is de nachtmerrie te veranderen in een
gelukkige droom. In de gelukkige droom leven we nog steeds in
deze illusoire wereld, de wereld van afzonderlijke lichamen, maar
zonder dat we er nog langer enige schuld op projecteren. Het is leven
in deze wereld met wat “ware waarneming” wordt genoemd. Wat
de Cursus “de werkelijke wereld” noemt, is een wereld volkomen
zonder zonde in onze denkgeest. Dat is het doel van de Cursus. Hij
zegt dat God Zelf de laatste stap zet, en dat is wat ons uiteindelijk
volledig uit de droom doet ontwaken ( T11.VIII.15:5). Maar waar Een
cursus in wonderen zich op richt, is ons te helpen in deze wereld te
leven, die een wereld van het lichaam is, maar zonder de projecties
van schuld.”
(Principe 24)

En aangezien een wereld, welke een projectie is van de (ego) denkgeest vanuit het geloof in zonde, schuld en angst, na volledige vergeving de (illusoire droom) functie van het geloof in zonde, schuld en angst niet meer nodig heeft, zal deze verdwijnen, omdat het er nooit geweest is, zonder een spoor van angst. Dat wordt er met de laatste stap die God Zelf zet bedoelt.
Deze laatste stap en het hoe en waarom ervan kan door ons in de hoedanigheid van waar we denken en geloven te zijn als lichaam in een wereld niet echt begrepen of overzien worden.
Het blijft een abstract iets. Vandaar dat ECIW ons ontmoet daar waar we denken en geloven te zijn en ons in een voor ons begrijpelijke “taal”, stap voor stap terug leidt, door elke stap die eerst diende om afgescheiden te raken van God, Liefde, Eénheid, dmv ware vergeving om te draaien en zo het tapijt van ruimte en tijd terug te rollen tot het uiteindelijk oplost in dat wat IS en buiten ons beperkte droom begrip valt.

Het feit dat dit angst oproept, angst voor het onbekende, (en dat doet het als we eerlijk durven te kijken, dus ook gedachten als “nee hoor ik ben niet bang voor God”) bewijst dat we in onze huidige staat van afgescheidenheid, geen idee hebben, laat staan een overzicht hebben over waar Waar, of God of Liefde over gaat. Tegelijkertijd geeft het ook de kans deze weerstand tegen God, Liefde, Eénheid (want dat is het) onder ogen te leren zien en als vergevingskans en materiaal te gaan leren zien.
De gelukkige droom is de staat van de denkgeest die elke gedachte als vergevingsmateriaal en kans ziet en meteen zonder aarzeling (ver)geeft aan HG/J en weet dat het daarmee helpt de hele ene denkgeest tenslotte te bevrijden uit de waan van het afgescheiden ego denken.

…. ach ja, denkt de gedachte terwijl het denken uit zijn eigen projectie zit te staren…:
de zich tot uitbreiden in staat zijnde denkgeest: “Zoon van God” is eigenlijk een gek geworden stukje denkgeest dat denkt en geloofd voor zichzelf begonnen te zijn, daar tegelijkertijd enorm van geschrokken is en doodsbang van wegen het resultaat en de gevolgen waar het nu in geloofd, met z’n magische toverstafje waanzinnig en totaal in paniek om zich heen aan het scheppen is zichzelf een nachtmerrie dromend die nu heel echt lijkt en waar niet uit te ontsnappen lijkt.

(Ik denk dan altijd aan de ballade van de tovenaarsleerling van Goethe later op muziek gezet door Paul Dukas, L’Apprenti Sorcier. En veel later door Disney bewerkt)

De van nature uitbreidende eigenschap “Liefde” van “de Zoon van God” is een nachtmerrie geworden van zonde, schuld en angst en verblind daarmee zijn natuurlijke eigenschap welke alleen Liefde kan uitbreiden, waardoor de onnatuurlijke eigenschap die nu alleen zonde, schuld en angst lijkt uit te kunnen breiden als waar wordt gezien en geloofd.
Maar helemaal God-dicht kan dat wat Waar, Eén, God, Liefde is niet weg geprojecteerd worden. Het Licht wordt niet gedoofd als de “Zoon van God” gek van angst en zijn geloof in schuld zijn “handen” voor zijn “ogen” houdt.

En uiteindelijk zal dan ook de alles omvattende en niets uitsluitende eigenschap van Liefde weer herinnerd worden en zal het “Licht” straaltje voor straaltje de zelfbedachte duisternis weg stralen, omdat er in werkelijkheid niets gebeurt is.

Angst lijkt zich te verergeren, naarmate het mechanisme van angst meer en meer wordt doorzien, en tegelijkertijd de angst om angst onder ogen te zien vermindert.
Dat is wat het proces van oordeelloos leren kijken met zich mee brengt.
Oordeelloos leren kijken naar elke verdediging die het vanuit zonde, schuld en angst denken (ego) opwerpt als verdediging tegen Waarheid, Eenheid, Liefde, God.
Dwars door de angst, precies zoals deze zich voor lijkt te doen, en tegelijkertijd verdedigingsloos aan de hand van de steeds sterker wordende herinnering aan onschuld.

Angst is de grootste verdediging tegen angst, en meer is het ook niet.
Deze verdediging gaat gaten vertonen als dit mechanisme van angst voor angst wordt doorzien.
Het is niet angst die dit mechanisme van angst voor angst leert doorzien. Hoewel angst dit wel probeert door het doorzien niet als uitweg uit angst te zien, maar juist als een bedreiging waardoor de angst juist erger lijkt te worden. Angst met angst bestrijden kan alleen maar tot meer angst leiden.
Angst vergeven terwijl het zich in al zijn vormen voordoet als dat wat verschijnt in “mijn” leven is de weg uit angst waardoor dat wat vergeten moest worden als verdediging tegen weten weer zal worden herinnert.

Dat wat angst doorziet door het recht in de ogen te kijken terwijl angst zich voor doet, is niet het “ik” het lichaam. Het “ik” het lichaam is immers slechts een projectie van de innerlijke denkgeest toestand van de keuze voor angst.
Dat wat angst doorziet is de waarnemer die zich de bron herinnert en beseft dat angst slechts een keuze is als verdediging tegen Waarheid, Eenheid, Liefde, God.
Deze waarnemende, keuzemakende denkgeest is in staat opnieuw te kiezen nu niet weer voor  ego angst/liefde, maar voor de non-dualistische Liefde van God die niet de tegenstelling ervan; angst kent, door elke zich voordoende vormen van angst consequent te vergeven. Niet door de projecties te veranderen, te verbeteren, maar door het denken erover, door middel van vergeving te laten veranderen.

 

 

Vergeven is het geven van overvloed als tegenhanger van de gaven van het dualistische ego die altijd over schaarste/overvloed gaan.
Geven door vergeven is geven en ontvangen zijn hetzelfde en is niet vorm gericht.
Geven vanuit schaarste/overvloed (het dualisme van het ego) is geven en nemen zijn verschillend en is altijd vormgericht.

Geven vanuit schaarste/overvloed (ego) is ik geef jou wat en dan verwacht ik van jou wat terug, anders verlies ik iets en win jij er is dus altijd een verliezer en een winnaar en altijd vorm gericht.

Beide vormen van geven komen vanuit de denkgeest, er is immers alleen maar denkgeest die denkt en projecteert.
Dus de vorm, de projectie is nooit de bron, maar altijd de denkgeest, ook al lijkt dat bij het ego-geven/nemen wel om een bepaalde uiterlijke vorm te gaan welke als oorzaak/gevolg wordt gezien.

Als ik altijd het gevoel en de ervaring heb dat ik te weinig of geen geld heb, dan lijkt het wel of niet hebben van geld de oorzaak te zijn. En zal mijn ego-gerichte oplossing zich altijd concentreren op het verkrijgen van meer geld. De onderliggende bron, de wens van het ego om, als tegenhanger van de natuurlijke overvloed van Eenheid en als verdediging daar tegen, de gedachte/idee van schaarste, blijft hierdoor opzettelijk verborgen.
Door mijn vorm/situatie gericht denken en dat te zien als oorzaak en gevolg blijf ik rond draaien in het geloof in schaarste/verlies en de (ego) oplossing daarvoor, het idee van geven en nemen, zonder de werkelijke oorzaak te (willen) zien.

Door deze gedachten wel te leren zien en te onderscheppen, door eerlijk naar al mijn gedachten te kijken, kan ik dit ego spelletje van schaarste/verlies en geven en nemen doorbreken door consequent elke gedachten van schaarste/verlies te leren herkennen en te leren vergeven.
Dit vereist veel oefening en vertrouwen, want het ego doet ook mee in elke gedachte en zal proberen het idee van schaarste/verlies en geven en nemen in stand te houden.
Dit zal een ervaring van hevige weerstand geven, waardoor het een slecht idee lijkt en er van wordt afgezien en opnieuw gekozen wordt voor het oude, bekende ‘veilige’ ook al voelt die ego versie ook niet prettig, maar wel bekend en schijnbaar controleerbaar.
Zoals bij een verslaving aan bijvoorbeeld alcohol, roken, drugs de verslaving ook uiteindelijk niet prettig voelt, maar wel prettig in de zin van bekend, veilig en vertrouwd.
Bovendien schuilt daaronder diep verborgen in het onderbewuste, de angst, het idee van, als ik mijn verslaving aan schaarste/verlies opgeef, en vergeef, dan valt mijn verdediging tegen Overvloed dat wat Eenheid, Waarheid, God is weg en wat dan?!
Deze onbewust gehouden angst wordt ervaren als een niet te benoemen angst voor het grote onbekende en als het verlies van “ik” zoals ik die nu als verslaafde aan schaarste/verlies ken, ook al haat ik (onbewust) die “ik”.

Ware Vergeving ziet dit hele ego spel onder ogen, zonder daar nog een oordeel over te hebben, door ook elk oordeel erover consequent te vergeven.
Dit lijkt onmogelijk door de veelheid van gedachten die er altijd zijn. Maar bedenk dan dat dit ook weer een verdedigende ego gedachte is.
En dat mijn verdediging niets anders is dan de ontkenning van de herinnering dat er alleen denkgeest is, en niet een lichaam dat denkt.
Want ook de gedachte een lichaam te zijn is een verslaving aan schaarste/verlies. Kijk maar naar wat je gelooft over het lichaam, het moet onderhouden worden, het kan zich alleen voelen, bestolen, rijk, arm, niet geliefd, wel geliefd, het slijt, wordt ouder, kan ziek worden,enz. enz. en gaat bovendien onvermijdelijk dood. Nou als dat geen projectie van schaarste/verlies is!?

De bron van al deze ideeën ligt niet in het lichaam, maar in de denkgeest die ze denkt en projecteert. En, zoals we al eerder hebben besproken, ideeën verlaten nooit hun bron; het lichaam kan dus nooit de oorzaak en het gevolg zijn, (WdI.5) ook al willen we dat wel geloven uit angst voor schaarste en verlies.
De oorzaak en het gevolg bevinden zich altijd in de denkgeest.

Ware Vergeving gaat dus over het vergeven van de gedachte, de gedachte van schaarste/verlies, en niet het vergeven van een “ik” die het maar niet lukt om voldoende geld bij elkaar te scharrelen, want dat is niet het probleem. Het probleem is de gedachte en het geloof in schaarste/verlies en niet zoals het zich heeft geprojecteerd in een bepaalde vorm als een persoon die aan schaarste/verlies lijdt.

Als de gedachte van schaarste/verlies vergeven wordt, wordt automatisch de projectie ook vergeven, want nogmaals ideeën verlaten niet hun bron.
De focus zal dan niet meer liggen op het opheffen van schaarste/verlies in de vorm, zoals het zich heeft geprojecteerd, maar op de gedachte die nu van schaarste/verlies verschuift naar Overvloed. Het idee van Overvloed.
De denkgeest die zich daarvan bewust wordt, doordat de onbewust gehouden gedachten van schaarste/verlies aan het licht gebracht zijn en vergeven, zal zich zijn ware aard: grenzeloze overvloed herinneren.
Verwacht ik echter dat ik dan ook in de vorm overvloed zal ervaren in de vorm van ineens heel veel geld krijgen, dan weet ik dat ik weer voor het ego idee van schaarste/verlies gekozen heb, want geen enkele vorm is onveranderlijk.
Een vergeven denkgeest echter heeft zich herinnerd Onveranderlijk te zijn en zal zich dat blijven herinneren hoe het script zich ook verder ontvouwd als vorm.

Niets werkelijks kan bedreigd worden.
Niets onwerkelijks bestaat.
(T.In.2:2-3)

Voor een vergeven denkgeest is geven en ontvangen hetzelfde, omdat hij geeft vanuit de overvloed van de onveranderlijke grenzeloze non-dualistische Geest.

 

%d bloggers liken dit: