archiveren

Tagarchief: projectie

Ziek zijn is de goed verborgen wens van de denkgeest om afgescheiden te zijn en te blijven van God, Liefde, Éenheid.
En die wens wordt door de denkgeest geprojecteerd zogenaamd, schijnbaar buiten de denkgeest. Nu lijkt er een projectie te zien te zijn die ziek lijkt en lijdt.
Maar aangezien er in werkelijkheid geen “buiten de denkgeest” bestaat en het alleen “een nietig dwaas idee is”, een gedachte dus, en geen feit, en het een ongelooflijk geforceerde gedachte is, sterker nog een onmogelijke gedachte die toch mogelijk lijkt, kan het niet anders zijn dat zo’n gedachte-projectie pijnlijk moet zijn.
Vandaar dat alles wat wij in onze afscheidingsgedachte gelovende denkgeest als pijn ervaren, van een klein ongemakje tot niet te verdragen pijn, een poging tot afscheiding van Liefde, van God, van Éénheid moet zijn. Het onmogelijke (afscheiding) toch als mogelijkheid willen zien kan niet anders dan het tegenovergestelde van Liefde laten zien: pijn en lijden in alle gradaties die we kunnen bedenken.

Als alles alleen maar uit denkgeest kan komen, kan er niets ontstaan vanuit wat wij zien als lichamen, dingen en situaties. Wat wij “zien” zijn projecties vanuit de denkgeest, dat kan niet anders. Dus als we genezen van een ziekte, of niet genezen van een ziekte, komt dat niet door medicatie, of wat voor behandeling dan ook, maar door een besluit van de denkgeest, die dat besluit. En dat besluit is niet welke pillen, welke behandeling, of niet behandeling, of geen pillen, of wat voor vorm dan ook, maar het besluit (dat verborgen moet blijven) van de (waarnemende/keuzemakende) denkgeest om voor ego (voor afscheiding) of voor HG/J (voor terug herinneren in Liefde) te kiezen.
Aangezien deze besluitvormende gedachte verborgen blijft denken we dat genezing of niet genezing door het wel of niet nemen van medicatie of wat dan ook komt.
Er is geen keuze mogelijk los van de denkgeest.
Dat betekent dat wat wij de hele dag aan het “doen” lijken te zijn geen keuzes zijn op het niveau van de vorm (ook al lijkt dat zo te zijn, sterker nog daar zijn we 100% van overtuigd, dat moet eerst erkend worden), maar altijd onveranderlijk keuzes zijn op denkgeest niveau ALTIJD.

Is de ervaring nu sterke weerstand, (een kwestie van eerlijk kijken) dan is dat afkomstig van de keuze voor egodenkgeest, die niet in weerstand is van wegen wat gelezen wordt, maar voor weerstand kiest om maar in het idee van afscheiding te blijven geloven, uit pure angst voor God, Liefde, Éénheid.

Denk maar aan les 5 “Ik voel nooit onvrede [weerstand, pijn, ongemak, boosheid, speciale liefde enz. enz.] om de reden die ik denk”.

In de mogelijkheid geloven dat afscheiding van God, Liefde Éénheid mogelijk is, is het enige, ENIGE doel van het willen blijven geloven in egodenkgeest.
En als extra beveiliging wordt “vergeten” dat er alleen denkgeest is. Blijft over het zien en ervaren van alleen de projecties, schijnbaar zonder hun bron de denkgeest.
De denkgeest wordt dus een blinde vlek.

Gelukkig valt het hele egodenkgeest idee onder het onmogelijke en wordt alleen met veel moeite in stand gehouden door het geloof erin en in het geloof dat de projecties die we schijnbaar zien en ervaren waar zijn. De pijn het lijden, emoties of welk gevoel dan ook dat lichaamsgerelateerd is, dient als extra “beveiliging” om “het nietig dwaas idee” in stand te houden.

Maar er komt onvermijdelijk een moment dat dit onmogelijke geloof niet meer vol te houden is door de denkgeest en er “gaten” vallen in het schijnbaar goed dichtgetimmerde egodenksysteem.
En dan kan het proces van terug herinneren beginnen, stap voor stap.
Het proces bestaat grof gezegd uit alle egogedachtes, die in eerste instantie als doel hebben het geloof in afscheiding in stand te houden, te (ver)geven aan HG/J, het juist gerichte deel van de denkgeest, waar nog steeds de herinnering aan God, Liefde, Éénheid “huist”, waardoor hetzelfde in eerste instantie egodenkgeest-materiaal de functie krijgt van terug herinneren (HG functie) in plaats van vergeten (ego functie).
Daarvoor moet wel al dat egomateriaal wat in elke gedachte zit herkend, erkend en onder ogen worden gezien. Dat is een leerproces, een lang stap voor stap leerproces.
En de enige reden dat het “lang” duurt is dat onze eigen weerstand, die van de egodenkgeest dus, enorm is. Het leren kijken naar die enorme weerstand, die komt vanuit het geloof in zonde, schuld en angst, omdat we onbewust geloven dat we het voor elkaar gekregen hebben om ons echt af te scheiden van God, Liefde Éénheid, het leren kijken naar dit alles gaat niet werken als we er opnieuw vanuit de keuze voor egodenkgeest naar kijken. Wat we dan zien is dat we zonde, schuld en angst echt maken en daar door boetedoening, lijden, offeren, onderhandelen (zie elke religie) van proberen verlost te worden in de hoop dat God ons dan terugneemt of alsnog naar de hel stuurt als het niet genoeg blijkt wat we opgeofferd en geleden hebben.

Het leren kijken naar weerstand met als doel terug herinneren in God, Liefde Éénheid kan alleen werken olv dat gedeelte van de denkgeest waar de herinnering daaraan huist en dat noemen we symbolisch Heilige Geest met als bekendste manifestatie hiervan het symbool “Jezus”.
Dit is behulpzaam omdat het nodig is dat we aangesproken worden op het niveau waar we denken en geloven te zijn: in een wereld, in een lichaam, in situaties.

Vandaar dat ECIW 100% alleen maar praktisch genoemd kan worden, want het werkt met ons op het niveau van dat we kennen en denken te snappen. Vandaar dat ECIW zegt dat de Heilige Geest alles kan gebruiken. Alles wat ik denk, geloof en ervaar geef ik aan ego of aan HG, meer keuzes zijn er niet.
Dus als ik ziek denk en geloof te zijn, dan ga ik dat niet ontkennen of nog erger mezelf op de kop geven omdat ik zou moeten weten dat het lichaam niet ziek kan zijn en als ik dat wel zo ervaar ik dat over mezelf heb afgeroepen.
Het is ook niet “fout” als ik dat wel denk/doe, de vraag is alleen wat is het doel; afscheiding (ego) of terug herinneren (HG/J).
Ik hoef mijn gedrag niet te veranderen, maar alleen bewust te worden van onder leiding van wat/wie (ego of HG) ik er naar wil kijken.
De keuze voor het egodenken hoeft ook niet ontkend te worden of er bijvoorbeeld iets spiritueels van te maken door bijvoorbeeld te zeggen dat de Heilige Geest mij verteld heeft dit of dat te doen, dat is gewoon weer opnieuw kiezen voor egodenkgeest.
HG denkgeest en of Jezus geven nooit advies op vorm niveau. Het advies wat eventueel gehoord wordt is opnieuw zoals ik al eerder schreef, een keuze voor ego of voor HG.
Dus niet voor rechts of linksaf, maar voor ego of HG, voor afscheiding of voor terug herinneren.
MEER VALT ER NIET TE KIEZEN.

Dus als ik denk, ok ik weet zeker dat ik hier rechtsaf moet, dan zit daar niet de keuze voor rechtsaf gaan achter, maar EERST een denkgeest keuze voor ego (afscheiding) of voor HG (terug herinneren).
En dat kan er in beide gevallen uitzien als een projectie die “rechtsaf” gaat, maar de ervaring van die keuze, zal verschillen.
En dat nuance verschil leren zien en ervaren is het proces, waardoor we bewust leren kiezen.
En zoals we ongetwijfeld zullen merken naarmate we eerlijker durven kijken, komen we enorm veel weerstand tegen. Dat is niet goed of fout, dat is precies wat het ego “moet” doen, want zo is het geprogrammeerd. Als we dat zien hoeven we er ook niet meer zo bang voor te zijn. Dan is het een mechanisme wat doet wat het doet.

Uiteindelijk zal blijken, na veel, heel veel oefenen met elke gedachte/ervaring, eerst met een paar gedachtes die opvallen, maar uiteindelijk zichtbaar in elke gedachte, die elke seconde van de dag en nacht langskomen, dat de enige werkelijke bewuste keuze die kan worden gemaakt op denkgeest niveau ligt en wel voor ego of voor Heilige Geest.
De wijze waarop de projectie vervolgens op de door ons bekende wijze ervaren wordt zal getuigen van deze keuze. Dus niet de projectie zelf, maar de wijze waarop de projectie ervaren wordt.

Dus uiteindelijk is er geen lichaam dat ziek is of niet ziek is, maar de denkgeest die ziek is of niet ziek is, wat er geprojecteerd, als projectie uit ziet als een wel of niet ziek lichaam.
En kan een projectie ziek zijn, of niet ziek zijn?

Zomaar een voorbij vliegende gedachte even gevangen en opgeschreven:
Een tekening is niet wat het lijkt te zijn.
Je weet wel:

pipe

Een tekening, een afbeelding, een projectie dus, is nooit wat het lijkt te zijn, omdat er altijd alleen maar een projectie is, of het nu gezien wordt als afbeelding of als het zogenaamde origineel. Het is en blijft een projectie. Een projectie van de denkgeest.
“An outward picture of an inward condition”.
En dat geldt voor alles.

Als ik, zoals ECIW zegt, in een ander alleen maar altijd dát zie wat ik nog niet in mijzelf wil zien en nog niet in mijzelf vergeven heb, dan biedt dat de kans daar opnieuw naar te kijken en opnieuw te kiezen voor vergeving in plaats voor de verborgen wil tot af te scheiden.
Als ik bijvoorbeeld geen contact lijk te kunnen krijgen met een ander, wat ogenschijnlijk te wijten is aan een of andere lichamelijke of verstandelijke (wat ook onder lichamelijk valt) blokkade om te kunnen communiceren, zie ik dus in die zogenaamde ander eigenlijk mijn eigen wens van het weigeren (uit angst) te communiceren. En om aan de (verborgen) schuld daarover te ontkomen leg (projecteer) ik de schuld bij de zogenaamde ander, die nu de oorzaak lijkt te zijn, zodat ik de onschuldige blijf. Maar daaronder ligt de angst verborgen voor het terug herinneren in Eenheid, Waarheid, Liefde, God. Alle zogenaamde problemen zijn terug te voeren naar die ene reden. Vandaar dan ook les 5 die zegt: ‘Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk’.

De enige keuze ligt dan ook op denkgeest niveau: kijk “ik” hierna met ego ogen, of met HG/J ogen.
Met ego ogen betekent denken en geloven dat wat ik met mijn ogen van het lichaam zie in een ander lichaam waar is, dus dat die ander niet in staat is te begrijpen, ziek is en dat ik me daar zorgen over maak, of me er juist aan erger en van afkeer. Kijk ik met HG/J ‘ogen’, dan zie ik wat ik denk over de ander buiten mij, als de projectie van mijn eigen geloof in zonde, schuld en angst is, welke werkelijk helemaal niets met een zogenaamde ander buiten mij te maken heeft, maar wel alles met hoe ik over mijzelf denk op denkgeest niveau.
En in plaats van dáár ook weer schuld op te projecteren, kan ik ook kiezen voor er naar te kijken door ‘ogen’ van HG/J, een oordeelloos kijken, en te Vergeven.

Een Vergeven relatie, ziet geen afzonderlijk persoon meer waar iets aan mankeert, het ziet de vergissing waar voor gekozen is in de denkgeest welke als enig doel heeft af te scheiden, en vergeeft deze keuze. Zowel de te vergeven denkgeest als de vergevende denkgeest zijn nu genezen, genezen in de zin van als één terug herinnerd in Eenheid. En dit speelt zich louter en alleen af op denkgeest niveau.

Op projectie niveau blijft de projectie een projectie waar ogenschijnlijk niets aan verandert, maar nu wel anders naar wordt gekeken en anders wordt ervaren door mij. Het gaat dus niet over het veranderen van mijzelf of de ander op het niveau van de vorm waarin het zich lijkt uit te spelen, dat zijn en blijven immers projecties.
De zogenaamde ander hoeft hier ook niets van te merken. Het is ook niet nodig de ander in dit proces te betrekken. Het maakt ook niet uit of de ander nog leeft of dood is, wel of niet ECIW doet of een ander zgn spiritueel pad bewandelt, dichtbij of ver weg is. Het gaat over het proces wat zich op het denkgeest focus punt, dat ik ‘mijzelf’ noem richt; het genezen van het denkgeest focuspunt (de waarnemende/keuzemakende denkgeest) van waaruit de ‘ik’ denkgeest lijkt te kunnen kijken. Ondertussen als het wonder van ware vergeving heeft plaatsgevonden vanuit dat schijnbaar ene denkgeest focus puntje zal dat zich onvermijdelijk uitbreiden over de hele denkgeest, omdat er maar één denkgeest is. En vandaar dat wij vanuit ons beperkte ‘ik’ denkgeest focusje nooit kunnen weten wat, waar en hoe ware vergeving zich uitbreid. Hierbij komt het dus neer op Vertrouwen van het Weten.

Het verslavingsgedrag van de egodenkgeest.

De egodenkgeest is een vervanging een surrogaat voor wat we werkelijk zijn: Geest. Geest, onveranderlijk één in God, non-dualistische Geest.
De egodenkgeest is een poging tot afscheiding uit Eenheid, een poging die onmogelijk is, maar toch lijkt te gebeuren.
De reactie op die poging tot afscheiding is weerstand, pijn en lijden, OMDAT het onmogelijk is. En iets wat onmogelijk is, maar toch wordt nagestreefd veroorzaakt weerstand, pijn en lijden. De reactie op die weerstand, pijn en lijden is vasthouden aan de weerstand, pijn en lijden door de projecties daarvan als echt te zien en ze als oorzaak te zien. Precies zoals een alcohol of drugsverslaafde zijn pijn probeert te verzachten door nog meer te drinken en drugs te nemen. Zo houdt de egodenkgeest zichzelf in stand door zich te voeden met pijn en lijden. De egodenkgeest bestaat enkel en alleen bij de gratie van zijn eigen pijn en lijden. Verslaving maakt blind, de egodenkgeest is niet in staat naar zichzelf te kijken en zit vast in een vicieuze denkgeest cirkel.

Gelukkig is dat wat “wij” zijn niet de egodenkgeest, vandaar dat dat wat we werkelijk zijn Geest er nog steeds is en daar ergens in dat overgangsgebied waar het nietig dwaas idee (de egodenkgeest) zich probeert af te scheiden van de Ene Geest, huist ook de herinnering aan wat we werkelijk zijn en die herinnering is tot observeren in staat; de keuzemakende denkgeest.
Het is belangrijk de gedachtes die op het punt staan zich af te scheiden te herkennen en dit kan op dat overgangspunt waar de keuzemakendedenkgeest de keuze maakt zich af te scheiden of niet. Belangrijke indicatoren zijn gevoelens en emoties, bijvoorbeeld het gevoel van schaarste en te zien dat niet de projecties daar de oorzaak van zijn, bijvoorbeeld gebrek aan geld, maar de gedachte van schaarste van de denkgeest, die aan die projecties verbonden zitten en blijven.
Het gevoel van schaarste wordt echter alleen gezien in de projectie en daarmee verbonden en nu treed hechting op aan de projectie die nu niet meer als projectie wordt gezien, maar als een autonome vorm, bijvoorbeeld gebrek aan geld. Deze hechting verandert langzaam in verslaving, het gevoel, de gedachte van schaarste lijkt nu schaarste in de vorm van bijvoorbeeld geld te zijn en die verslaving kan nu alleen maar opgelost worden door meer geld zien te krijgen ergens vandaan. En dat werkt niet anders dan een drugs verslaafde die aan zijn volgende shotje moet zien te komen om te overleven.
En net als een verslaafde aan drugs of drank wordt de denkgeest steeds slimmer en gewiekster om aan zijn shotje te komen.
En iedereen die het verkrijgen van een nieuw shotje, tegenwerkt wordt als de schuldige gezien dat het niet lukt.
Echter als het lijden en de pijn echt ondragelijk wordt, als gezien wordt dat niets werkt, hoe hard men er ook voor vecht, en hoe men ook probeert veranderingen te weeg te brengen in een of andere vorm, zoals financiële situaties, kan er een moment komen dat de verslaafde het opgeeft en niet meer weet wat te doen. Oftewel er valt een klein gaatje in het denksysteem van de egodenkgeest, waar een klein straaltje licht van de nog steeds onveranderlijke Ene Geest doorheen priemt.
Deze herinnering brengt het bewustzijn terug van het vermoeden dat het niet is wat het lijkt te zijn, en dat stukje zich herinnerende denkgeest kan dan besluiten zich aan te melden bij de ‘afkick kliniek’ van de Heilige Geest (de keuze voor “het andere”.
Dan kan de behandeling het afkicken beginnen. Een behandeling die bestaat uit het bewust worden en het leren oordeelloos onder ogen zien van elke gedachte die de verslaving aanwakkert, voed en in stand houd.
En ‘ware vergeving’  is het middel van de Heilige Geest dat gebruikt wordt om de verslaving (ego) van en in de denkgeest op te heffen.

Zoals dat gaat met verslaving en afkicken in de vorm, is dat niets anders dan een afspiegeling van het proces waar je doorheen gaat als je afkickt van de egodenkgeest.

Het zijn echt cold turkey verschijnselen, de egodenkgeest, ook al is het maar een nietig dwaas idee, zal zich verzetten en alleen ware vergeving zal dit zich verzetten kunnen opheffen en doen laten verdwijnen.

Een ietwat ongebruikelijke en daardoor onconventionele gedachte vanuit dat wat “we” gewend zijn te denken, en geloven te weten en te kennen:
De wereld met alles wat daarbij hoort, mensen, dieren, voorwerpen, situatie, kortom alles wat wij beschouwen als “leven”, is een illusie, een gigantische projectie. Dat hele schijnbare gebeuren kan alleen maar schijnbaar verschijnen OMDAT het een illusie is.
Er is geen enkele reden te bedenken waarom in DAT WAT IS, non-dualiteit, Eenheid “iets” zou moeten verschijnen, “iets” anders waardoor “één” ineens “twee” lijkt te zijn.
Eén is één en heeft geen enkele goede reden om twee te worden, te blijven, te zijn.
Het heeft ook geen enkele zin het hiermee eens of oneens te zijn, te analyseren, er tegen te verzetten, te verwelkomen of wat voor gedachte dan ook aan te besteden, omdat al die gedachten in de illusie verschijnen en dus onmogelijk zijn in Eén. Een illusie, een droom, een waanidee heeft als eigenschap dat het onwerkelijk is en vooral veranderlijk en kan juist DAARDOOR alleen maar een illusie, een droom, een waanidee zijn.
Het lijkt allemaal te verschijnen in “Één”, maar dat is tegelijkertijd onmogelijk, omdat “Één” nooit “twee” kan worden dan alleen in onmogelijke dromen.

Moet “ik” nu, omdat ik kennelijk in deze droom geloof enorm hard gaan werken, of iets opofferen om weer van “twee” “Één” te maken?
Nee, want dat zou betekenen dat “iets” binnen een onmogelijk en niet werkelijk bestaande “tweeheid” iets moet doen om weer “één” te worden, wat zou betekenen dat het lijkt of één van de twee moet verdwijnen.
En waarom zou iets wat al onmogelijk is moeten verdwijnen? Bovendien kan “Eén” in ieder geval onmogelijk verdwijnen omdat het sowieso buiten het concept “twee” valt en daardoor niet valt te beschrijven of te benoemen, laat staan zou kunnen verdwijnen, want dan zou het onmiddellijk binnen het concept “twee” vallen, en dus een illusie zijn welke als eigenschap heeft “veranderlijk” te zijn, een droom, wat weer aangeeft dat het niet werkelijk kan “bestaan”.

De weerstand die deze gedachte oproept is ook niet wat het lijkt. Boosheid, ongeloof, weerstand, irritatie, moordlust, of juist het ophemelen of neersabelen van iets of iemand die deze gedachte uitspreekt, publiceert of hoe dan ook kenbaar maakt gaat helemaal niet over de weerstand tegen het idee van “er is geen wereld”, of over er is alleen een illusie, een droom, een onmogelijke gedachte welke schijnbaar verschijnt in “Één”. De weerstand heeft enkel als doel de gedachte van “twee” koste wat kost in stand te houden, ja zelfs ten koste van “Éen”, wat dus sowieso verspilde moeite is, want onmogelijk.

Dat wat we “mijn leven” noemen is een gevecht van leven op dood om in “twee” te blijven geloven, want dat is het niet meer en niet minder, een geloof. Niet een strijd tegen een “iets” dat machtiger probeert te zijn dan “twee”, zoals “twee” doet voorkomen.
De enorme angst en schuld die deze waan gedachte oproept is ook alleen maar weer een krampachtige, zeer vermoeiende poging om deze onmogelijke scheiding van “Één” in stand te houden. En heeft dus niet met “iets” of “iemand” die tegengesproken of bejubelt wil of moet worden te maken.
Het hele droom script van het idee en het geloof in “mijn leven” (of überhaupt “leven”) heeft geen enkel ander doel dan dit: het onmogelijke idee van zich te willen kunnen afscheiden van “Één” tot werkelijkheid te maken.

Totdat de veranderlijke aard van “een nietig dwaas idee” van “twee” onvermijdelijk doorzien wordt doordat wordt ingezien dat “twee” nu eenmaal nooit voorgoed de plaats kan innemen van “Één”, OMDAT dat onmogelijk is.
Zodra dat wordt gezien en geaccepteerd wordt ook de onvermijdelijkheid van terug herinneren in “Één” onvermijdelijk en krijgt alle weerstand die zich alleen in dromen, illusies, waanbeelden van schijnbaar “twee” een totaal andere functie…

De droom hoeft niet weg gesaneerd of vernietigt te worden of zelfs maar verandert, maar krijgt een totaal andere functie, als de denkgeest daar aan toe is, die van “Ware vergeving”, wat niets anders is dan werkelijk inzien dat er niets gebeurt kan zijn, dat niets ook maar één momentje werkelijk invloed zou kunnen hebben, laat staan in staat om non-dualistische “Éénheid” te veranderen en zal uiteindelijk onvermijdelijk op een heel vanzelfsprekende wijze oplossen in “niets”, vanwaaruit het schijnbaar is ontstaan.

Een cursus in wonderen vat dit als volgt samen:

“Niets werkelijks kan bedreigd worden.
Niets onwerkelijks bestaat.

Hierin ligt de vrede van God.”
(In.2.2-4)

Het is niet de projectie (het lichaam, “anderen”, situaties, kortom de wereld), dat droomt. Het is de denkgeest die kiest voor dromen van zonde, schuld en angst. Dus projecties (het lichaam, “anderen”, situaties, kortom de wereld) zijn altijd een uiterlijke weergave van een innerlijke toestand.
En kijk ik met de keuze voor ego, wat niets anders is dan de keuze voor zonde, schuld en angst, een innerlijke toestand dus, dan zie ik de uiterlijke weergave daarvan (het lichaam, “anderen”, situaties, kortom de wereld), en denk en geloof dan dat dat de waarheid is.

Een cursus in wonderen zegt hierover:

“1. Projectie maakt waarneming. 2De wereld die jij ziet is wat jij haar gegeven
hebt, niets meer. 3Maar ook al is ze niets meer, ze is ook niets
minder. 4Daarom is ze voor jou belangrijk. 5Ze getuigt van de staat van
jouw denkgeest, de uiterlijke weergave van een innerlijke toestand.
6Zoals een mens denkt, zo neemt hij waar.* 7Probeer dan ook niet de
wereld te veranderen, maar kies ervoor je denken over de wereld te
veranderen. 8Waarneming is een gevolg, geen oorzaak. 9En juist om die
reden is een rangorde naar moeilijkheid bij wonderen zonder betekenis.
10Alles wat met visie wordt bezien, is genezen en heilig. 11Niets wat
zonder dat wordt gezien, heeft enige betekenis. 12En waar geen betekenis
is, heerst chaos” (T21.In.1:1-12).

Dit (willen) doorzien is een belangrijke sleutel in het proces van terug herinneren door middel van ware vergeving.

Een aanhaling die ik graag even wil delen is een stukje tekst uit “De 50 wonderprincipes van Een cursus in wonderen“, van Kenneth Wapnick, uit principe 24.
Hier wordt het misverstand uiteengezet over wat onder “de gelukkige droom” wordt verstaan.

De gelukkige droom is een staat van volledige bewustwording van de denkgeest (dus niet van het brein/lichaam) welke weet dat het droomt, en weet dat de wereld en het lichaam dat er lijkt te zijn, alleen een projectie is vanuit het geloof in zonde, schuld en angst, dat is “ware waarneming”.
De gelukkige droom is NIET een betere gelukkige versie van een wereld die nog steeds als waar wordt gezien, want dat is nog steeds “onware waarneming”.
Het draait enkel en alleen om het wel of niet meer aanwezig zijn van schuld in de denkgeest. Dus niet om de afwezigheid van schuld in de wereld of in mij als lichaam, maar om de afwezigheid van schuld in de denkgeest (mind).
En dat maakt een “wereld” van verschil.

Dat wat “wij” met opzet willen vergeten, kan dan ook niet door  de “ons” die wij denken en geloven te zijn; lichamen in een wereld, worden bereikt, door iets te “doen” aan de illusie die we juist hebben opgezet om dat wat Waar is te verbergen.
Elke vorm van fiksen in de wereld die als verdediging is opgezet tegen wat Waar is, is juist het verstevigen van de afscheiding van wat Waar is, en verankert de denkgeest juist steviger in onwaarheid.

“Omdat het in deze principes niet aan de orde komt, wil ik hierbij
opmerken dat het ontwaken uit de droom niet het doel is van Een
cursus in wonderen. Het doel is de nachtmerrie te veranderen in een
gelukkige droom. In de gelukkige droom leven we nog steeds in
deze illusoire wereld, de wereld van afzonderlijke lichamen, maar
zonder dat we er nog langer enige schuld op projecteren. Het is leven
in deze wereld met wat “ware waarneming” wordt genoemd. Wat
de Cursus “de werkelijke wereld” noemt, is een wereld volkomen
zonder zonde in onze denkgeest. Dat is het doel van de Cursus. Hij
zegt dat God Zelf de laatste stap zet, en dat is wat ons uiteindelijk
volledig uit de droom doet ontwaken ( T11.VIII.15:5). Maar waar Een
cursus in wonderen zich op richt, is ons te helpen in deze wereld te
leven, die een wereld van het lichaam is, maar zonder de projecties
van schuld.”
(Principe 24)

En aangezien een wereld, welke een projectie is van de (ego) denkgeest vanuit het geloof in zonde, schuld en angst, na volledige vergeving de (illusoire droom) functie van het geloof in zonde, schuld en angst niet meer nodig heeft, zal deze verdwijnen, omdat het er nooit geweest is, zonder een spoor van angst. Dat wordt er met de laatste stap die God Zelf zet bedoelt.
Deze laatste stap en het hoe en waarom ervan kan door ons in de hoedanigheid van waar we denken en geloven te zijn als lichaam in een wereld niet echt begrepen of overzien worden.
Het blijft een abstract iets. Vandaar dat ECIW ons ontmoet daar waar we denken en geloven te zijn en ons in een voor ons begrijpelijke “taal”, stap voor stap terug leidt, door elke stap die eerst diende om afgescheiden te raken van God, Liefde, Eénheid, dmv ware vergeving om te draaien en zo het tapijt van ruimte en tijd terug te rollen tot het uiteindelijk oplost in dat wat IS en buiten ons beperkte droom begrip valt.

Het feit dat dit angst oproept, angst voor het onbekende, (en dat doet het als we eerlijk durven te kijken, dus ook gedachten als “nee hoor ik ben niet bang voor God”) bewijst dat we in onze huidige staat van afgescheidenheid, geen idee hebben, laat staan een overzicht hebben over waar Waar, of God of Liefde over gaat. Tegelijkertijd geeft het ook de kans deze weerstand tegen God, Liefde, Eénheid (want dat is het) onder ogen te leren zien en als vergevingskans en materiaal te gaan leren zien.
De gelukkige droom is de staat van de denkgeest die elke gedachte als vergevingsmateriaal en kans ziet en meteen zonder aarzeling (ver)geeft aan HG/J en weet dat het daarmee helpt de hele ene denkgeest tenslotte te bevrijden uit de waan van het afgescheiden ego denken.

%d bloggers liken dit: