archiveren

Maandelijks archief: september 2015

Wat impliceert het nog meer als gesteld wordt dat de denkgeest alleen dát kan leren waar het aan toe is?
Het betekent in ieder geval dat de denkgeest altijd precies is waar deze is, omdat hij daar is en dus nooit ergens anders kan zijn, dan daar waar hij denkt en gelooft te zijn.
Zelfs als de denkgeest denkt ergens anders te willen zijn, dan is dat precies wat hij denkt, omdat dat wat hij denkt altijd plaatsvind in het moment van de gedachte zelf.
Dat is het ‘nu’, het ‘nu’  is dus geen plaats ergens in tijd en ruimte, maar de gedachte die gedacht wordt. En een gedachte kan alleen maar plaatsvinden in het moment dat deze plaatsvindt. Ik kan wel bedenken, verzinnen dat ik over gisteren kan denken of over morgen, maar ik denk het nu.
Een gedachte is altijd tijd- en ruimteloos, ook al lijkt deze over ruimte en tijd te gaan.

Wat impliceert het nog meer als gesteld wordt dat de denkgeest alleen dát kan leren waar hij aan toe is?
Het betekent ook dat het geen zin heeft te denken dat er hard gewerkt moet worden of juist niet om te kunnen ontwaken uit de waan.
Het onvermijdelijk gebeurt als het gebeurt, als de denkgeest er aan toe is.

Onvermijdelijk, omdat er niets gebeurt is, er is alleen een gedachte over dat er iets gebeurt kan zijn, dat het onmogelijke (afscheiding van Eenheid) heeft plaatsgevonden.

Dus het kan zomaar zijn dat je de ervaring hebt dat je een leven lang heel hard aan jezelf werkt met als doel ‘ontwaken’ en het niet lukt, terwijl het ook kan dat je nergens vanaf weet en gewoon doet wat je doet en dan ineens ‘wakker’ bent. En omgekeerd kan ook natuurlijk.
En dat komt omdat de denkgeest uiteindelijk onvermijdelijk uit de droom ontwaakt, of er nu hard aan gewerkt wordt of niet, omdat deze (waan, leugen) niet langer in stand kan worden gehouden.
Ik (wij) als denkgeest die zich in de droom waant, kan onmogelijk overzien wanneer de denkgeest eraan toe is te ontwaken uit de waan, omdat tijd en ruimte hier geen enkele invloed op heeft.

En dat vereist alleen Vertrouwen in het proces, wat alleen een proces lijkt, omdat dat is wat de denkgeest kan begrijpen, in zijn waan van zijn geloof in ruimte en tijd.
Dus ik ‘ben’ in elke gedachte+projectie die ik heb, dus ook in de gedachte dat ik probeer ergens naar toe te gaan, of er iets mee denk te moeten doen of iets anders te willen, of denk iets te moeten beoordelen, gewoon elke gedachte is de gedachte die er dan is punt.

“Ik rust in God” (les 109).
Dat is niet een plek in ruimte en tijd die we moeten verdienen, als beloning voor hard werken of moeten opeisen, het is het volkomen in vrede zijn in dat wat is, waar denkgeest denkt en gelooft te zijn, zonder oordeel, daar waar hij Thuis is, meer is niet nodig.
En vooral zonder investering in ’n uitkomst, want nogmaals de denkgeest ontwaakt uit zijn waan, als hij daar aan toe is, en dat is onvermijdelijk.

Ik rust in daar waar ik nu denk en geloof te zijn, omdat er niets anders is dan dat in mijn beleving binnen de waan, maar wel in het volle vertrouwen dat ik hoe dan ook veilig rust in God, meer valt er niet te weten of te doen.

Het ZIJN is al gebeurd, omdat dat onvermijdelijk is, het bevindt zich immers buiten de waan van ruimte en tijd. Wanneer de waan ophoudt die het ZIJN ontkent is onbekend, omdat het nooit heeft plaatsgevonden…

De denkgeest kan nooit leren waar deze nog niet aan toe is.

De ene denkgeest (dat wat we zijn) heeft alle kennis in huis, maar het waarnemende/keuzemakende gedeelte van de denkgeest, neemt waar en kan alleen die keuze maken waar de denkgeest op dat moment aan toe is.

Dat wat zich zorgen maakt en denkt niet te begrijpen is de keuze van de waarnemende/keuzemakende denkgeest voor de verdediging tegen het ‘leren’ van waar de denkgeest indien deze geen weerstand zou bieden, moeiteloos aan toe is. De keuze voor de egodenkgeest, de keuze voor angst, is het leren tegen Liefde.

De denkgeest beslist altijd wat de denkgeest wil leren en dat is altijd precies dat waar de denkgeest aan toe is.
Er bestaat derhalve geen ‘foute’ keuze.

Al lerend/ervarend, beweegt de denkgeest zich gedachte voor gedachte door het labyrint van zijn gedachte-projecties terug naar daar waar het nooit uit is weggegaan. Een reis zonder afstand.

Iets wat niet kan bestaan kan niet beginnen en niet eindigen, dat is logisch.
Het einde van de wereld als projectie van het geloof in zonde, schuld en angst, vereist dan ook ‘slechts’ een omslag in de waarneming. De omslag in de denkgeest van angst terug naar Liefde.

“Wat is het enige vereiste voor deze omslag in de waarneming?
Simpelweg dit: de erkenning dat ziekte iets van de denkgeest is, en niets
met het lichaam uitstaande heeft. Wat ‘kost’ deze erkenning? Het kost je
de hele wereld die jij ziet, want het zal nooit meer zijn alsof de wereld over
de denkgeest heerst. Want met deze erkenning wordt de verantwoordelijkheid
daar geplaatst waar ze thuishoort: niet bij de wereld, maar bij hem
die naar de wereld kijkt en haar ziet zoals ze niet is. Hij kijkt naar wat hij
verkiest te zien. Niets meer en niets minder. De wereld doet hem niets
aan. Hij dacht alleen van wel. Evenmin doet hij de wereld iets, want hij
vergiste zich in wat ze is. Hierin ligt de bevrijding van zowel schuld als
ziekte, want die zijn een en hetzelfde. Maar om deze bevrijding te aanvaarden
moet de onbeduidendheid van het lichaam een aanvaardbaar
idee zijn” (H5.II.3:1-12).

Niet de wereld is ziek, of het lichaam, maar de denkgeest die kiest voor te geloven in zonde, schuld en angst en dit aan de aandacht onttrekt door zonde, schuld en angst te projecteren en zich daar vervolgens mee te identificeren.

“Er is geen wereld! Dit is de kerngedachte die de cursus probeert te onderwijzen. Niet ieder is bereid
dit te aanvaarden en ieder moet zo ver gaan als hij zich kan laten leiden
langs de weg die hem naar de waarheid voert. Hij zal terugkeren en
weer verder gaan, of misschien een tijdje ervoor terugwijken en terugkeren
eens weer.

Maar genezing is het geschenk van hen die bereid zijn te leren dat er geen
wereld is en die les nu kunnen aanvaarden. Hun bereidheid zal hun de les
aanreiken in een vorm die zij kunnen begrijpen en herkennen. Sommigen
zien die plotseling in hun stervensuur en staan op om haar te onderwijzen.
Anderen vinden haar in een ervaring die niet van deze wereld is, en die
hun laat zien dat de wereld niet bestaat, want wat zij aanschouwen moet
wel de waarheid zijn, en toch weerspreekt dat duidelijk deze wereld.
En sommigen zullen haar in deze cursus vinden…” (WdI.132.7:1-4,8:1).

illusje

Er kwam een vraag langs over zelfmoord.
De Q&A service van de Foundation For A Course in Miracles heeft hier zoals verwacht een prachtig antwoord op, te lezen onder deze link: http://www.facimoutreach.org/qa/questions/questions28.htm
Dezelfde vraag + antwoord is ook vertaald terug te vinden op de Nederlandse V&A service onder deze link: http://www.eciw.nl/V&A/V135.htm
Ik zal deze vertaalde vraag en antwoord over zelfmoord ook even hier plaatsen:

V#135: Hoe kijkt de Cursus tegen zelfmoord aan?

De volgende vier vragen gaan over zelfmoord en zullen daarom samen beantwoord worden.

i: Hoe kijkt de Cursus tegen zelfmoord aan?

ii: Wat is een ‘goede’ manier om met zelfmoord om te gaan, volgens Een cursus in wonderen?

iii: Mijn grootvader pleegde zelfmoord. Dood, onze afscheiding van God: het is allemaal illusie. Is zelfmoord dan verkeerd? Of is alleen de staat van de denkgeest – je afgescheiden voelen van God – op het moment van de zelfmoord verkeerd?…

View original post 1.137 woorden meer

De egodenkgeest is een enorme data base met elke afscheidingsgedachte die maar mogelijk gedacht kan worden.
En die enorme database met al die gedachten staat symbool voor het ene nietig dwaas idee, ‘dwaas’ omdat het tevens onmogelijk is, omdat er niets tegenover Eenheid, Waarheid kan staan.
Het dwaze onmogelijke idee moet dus wel het tegenovergestelde van Eenheid, Waarheid uitbeelden, namelijk tweeheid (dualiteit). Het tegendeel van Eenheid moet dus wel dualiteit zijn, oftewel het tegendeel van Waarheid moet wel onwaarheid zijn, oftewel het tegendeel van Liefde moet wel angst/haat zijn.
En kijk wat de egodenkgeest uitbeeld: dualiteit, onwaarheid, angst/haat. En omdat het onmogelijk is iets aan Eenheid/Waarheid/Liefde te veranderen, dus het onmogelijk is een tegendeel van Eenheid/Waarheid/Liefde te maken, ervaren wij voortdurend, zolang we erin geloven dat het onmogelijke heeft plaatsgevonden, zonde, schuld en angst, geprojecteerd als deze enorme data base van gedachten die niets anders zijn dan variaties op zonde, schuld en angst.

Daarom, nogmaals (zie vele vorige blogjes) is eerlijk kijken zo belangrijk.
Eerlijk kijken betekent dat ik naar elke gedachte kijk die langskomt. En dat kan alleen als ik die gedachten niet persoonlijk neem.
Bij elke gedachte komt immers de hele data base van de egodenkgeest langs, die ik vervolgens selectief persoonlijk neem, dus als gedachten van Annelies zie, in plaats van de ene egodenkgeest. Door ze selectief persoonlijk te nemen projecteer ik als mijn keuze voor egodenkgeest deze zonde, schuld en angst gedachten uit de egodatabase als een lichaam, andere lichamen, de wereld en situaties, en neem ze serieus, zeer serieus. Ik geloof nu dat ik een lichaam ben te midden van andere lichamen, in een wereld met situaties. Ik heb dus uit die enorme ego data base ‘mijn’ persoonlijke gedachten geselecteerd, en denk en geloof nu dat ik dat ben. Ik lijk nu een lichaam te zijn dat andere gedachten heeft dan andere lichamen en dat vraagt om conflict. En waar ik (als denkgeest, niet als lichaam) om vraag krijg (projecteer) ik ook, want ik maak ze zelf, dus ervaar ik mijzelf in een wereld vol met conflicten, en heb niet door dat ik tegen mijzelf (denkgeest) vecht. De ene denkgeest die zich denkt en gelooft af te hebben gesplitst als egodenkgeest, bevecht deze afsplitsing nu binnen de egodenkgeest in een dualistisch schaduwen gevecht en bij elke aanval splitst de egodenkgeest zich verder af en groeit de ego data base.

Echter, gelukkig is de herinnering aan wat we werkelijk zijn nog steeds aanwezig in de ene Denkgeest die zich wel herinnert, ondanks de sluier van vergetelheid van de egodenkgeest.

Door consequent elke ego gedachte uit de database van de egodenkgeest te vergeven (vergeven = dat vergeven wat niet gebeurt kán zijn) vervaagt de egodenkgeest en blijft alleen ‘dat wat we in werkelijkheid zijn’: Geest, Een en Heel in God, over.

Vertrouwen in dit proces is essentieel….

Eerst even omschrijven wat angst is.
Er zijn maar twee emoties: angst of Liefde.
Angst is dualisme en heeft dus ook de tegenpool van angst in zich: liefde, het soort liefde dat net als angst tot het dualisme behoort.
Dit soort liefde verdooft als het ware de angst, maar blijft aanwezig op de achtergrond. Denk maar aan de angst die altijd op de loer ligt als we ons denken gelukkig te voelen: hoe lang zal dit duren, laat ik ervan genieten zolang het duurt, ben ik deze liefde wel waard, ik moet goed m’n best doen om deze liefde te bewaren en de emoties die hiermee gepaard gaan, zoals jaloezie, verdriet, onzekerheid, schuld, kortom allemaal weer vormen van angst.

Liefde zonder tegendeel daarentegen is non-dualistisch.
Dit soort Liefde vertegenwoordigt wat we in werkelijkheid zijn, Geest en Een in God, die Liefde is.
De onnoembare Liefde die niet afhankelijk is van situaties en omstandigheden waarin het lichaam of de wereld zich bevindt.
Deze Liefde is alomvattend en sluit niets of niemand uit.
Ik kan Ware Liefde niet alleen voelen voor bepaalde personen en voor andere niet.
Deze Ware Non-Dualistische Liefde is dus niet persoonsgericht, maar bevindt zich op het niveau van de grenzeloze denkgeest, het enige niveau wat de Werkelijkheid kan weerspiegelen, zolang we ons nog ‘bewust’ zijn in een wereld, maar weten niet van de wereld te zijn.
Ook ‘bewust’ zijn is nog niet helemaal wat we in werkelijkheid ‘zijn’, maar vormt wel de brug, de waarnemende/keuzemakende zich van zichzelf bewuste denkgeest, naar Waarheid, naar Liefde.

De bewuste denkgeest kan de verschillen tussen onware liefde en Ware Liefde waarnemen en de keuze maken tussen die twee.
Een keuze op denkgeest niveau dus, en dit is niet een keuze op vorm niveau, want vorm niveau is immers altijd een keuze voor egodenkgeest die zich heeft verstopt achter de vormen, die we de wereld noemen, zodat ‘vergeten’ is dat er alleen denkgeest is. Een keuze voor ‘iets’ op vorm niveau, de wereld is dus altijd een denkgeest keuze, en wel voor egodenkgeest.
De bewuste denkgeest, de waarnemende/keuzemakende denkgeest, is een oordeelloos standpunt in de denkgeest, dat geen oordeel velt over wat het denkt te zien in een wereld van vormen en dualiteit, de wereld van angst, maar weet dat het de keuze heeft tussen egodenkgeest of HG Denkgeest.
En alleen die keuze dient gemaakt te worden, heel bewust, en alle handelen in de wereld, zal hieruit voortkomen en dus de keuze die gemaakt is weerspiegelen.
Het is dan nog steeds een weerspiegeling, zoals een fata morgana ook altijd een weerspiegeling blijft, ook al lijkt deze heel echt, een droom blijft een droom, ook al lijkt deze heel echt, een illusie blijft een illusie ook al lijkt deze heel echt.
De wereld die wij denken en geloven te zien komt voort uit de keuze voor egodenkgeest die dat wat niet echt kan zijn, echt doet laten lijken, precies zo als een fata morgana, een droom een illusie.

Dus is angst een slechte raadgever?
Dat hangt van onze keuze als denkgeest af op het moment dat we midden in een angst situatie denken en geloven te zitten.
Zodra we bij onszelf angst waarnemen in welke vorm dan ook, kunnen we het gevoel en de projectie ‘angst’ ook als herinnering gaan zien om opnieuw bewust te gaan kiezen, dán is angst een prima raadgever, als herinnering om opnieuw te kiezen. We zullen dan als (genezen) denkgeest ‘gezond’ reageren en niet meer voor angst (ego) kiezen. We zullen dan als denkgeest precies weten wat wel en niet te doen in onze droom wereld en dat zal altijd de reflectie van onze keuze voor Liefde zijn, hoe het er in de droom ook uit mogen zien…

Dit vereist veel oefening in ons dagelijkse leven, we bevinden ons midden in ons oefen/leermateriaal, de hele dag/nacht, ons hele leven(s) lang door.
Uiteindelijk zal de keuze voor HG (Juist gerichte Denkgeest) net zo’n reflex worden als de door ons met veel moeite aangeleerde onnatuurlijke egodenkgeest reflex.

Ik viel als een blok voor een prachtige ‘van boven af gezien’ afbeelding van 140 x 200 van Manhattan.
Was er zelfs door ontroerd. Eerst dacht ik doordat onze zoon en schoondochter daar sinds bijna 2 jaar wonen, maar een dag later bleek het iets anders te zijn wat onder die emotie verscholen lag, (Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk, les 5).
Ik keek naar de afbeelding en voelde een enorme emotie van vrijheid, ik voelde me als het ware boven de chaos, het slagveld uitgetild.
En elke keer als ik de afbeelding nu zie, en dat is altijd, want daar valt niet aan te ontkomen, is deze afbeelding nu een symbool voor de herinnering dat ik als denkgeest altijd naar mijn eigen projecties kan kijken, als het ware vanuit helikopter view, van boven het slagveld en ik dus niet mijn projecties ben.

Het is echt prachtig hoe zo’n helikopter view foto aan de muur mij helpt te herinneren, steeds vanuit dat standpunt, vanuit denkgeest view te kijken.
En dan zie ik mijzelf en alle anderen mijn eigen egogedachten projecties uitvoeren en spelen, in een soort versnelde afspeel modus. En ik zie dat het allemaal alleen maar een wegvluchten is in de chaotische doolhof projecties (symbool, de straten van NYC) ten einde te ‘vergeten’ dat ik het lichaam dat niet ben en doe, maar denkgeest.
Ik voel dat ik opnieuw een sluier van serieusheid heb laten vallen en dat ik ook in de aanwezigheid van mijn speciale relatie projecties, mijn vrolijkheid en vreugde mag tonen, zonder het gevaar een blissninny te worden, die alles maar onder het vloerkleedje van rozewolkerigheid veegt. Wat ook maar niets anders is dan een angst gedachte geprojecteerd door mij als denkgeest.
Ware inleving is niet mee gaan in de ellende projecties van anderen, maar onder leiding van HG/J precies dat ‘geven’ wat de ander denkt en gelooft nodig te hebben, en als dat mijn vreugde, blijheid en optimisme is, dan geef ik dat met liefde. Ik weet immers van niets de bedoeling.
Afstemmen op de HG kant van de denkgeest is het enige wat ik hoef te doen, de rest zal volgen.

De lichtheid neemt toe…

20150917_200913

Nog even een uitbreiding van het blog van gisteren…
In T18.VII. Ik hoef niets te doen, beschrijf ECIW prachtig wat dat betekent.

Het kan niet anders dan dat tijdens het lezen allerlei gedachten langs komen.
Gedachten van plotseling inzicht, maar ook gedachten van weerstand en vragen.
Vergeet niet dat als we aannemen dat we denkgeest zijn en niet een lichaam, dat niet het lichaam, het brein dit leest, maar de denkgeest.
En dus zal ook de egokant van de denkgeest meelezen en leren. Dit kan niet voorkomen worden.
Wat wel kan en behulpzaam is, is voordat ik begin te lezen ik hierbij hulp vraag aan Jezus en of de Heilige Geest, beide symbool voor het willen afstemmen op de Juist gerichte kant van de denkgeest. Ik vraag daardoor niet hulp aan iets buiten mij, maar aan dat gedeelte van de denkgeest waar zich de herinnering aan wat ik ‘ben’ bevindt.
Er zal dan nog steeds weerstand ervaren worden, en er zullen vragen zijn, maar deze weerstand en de vragen zullen nu (ver)geven kunnen worden aan de HG/J kant van de denkgeest en de antwoorden zullen gegeven worden op elke manier die op dat moment  maar gehoord kan worden door de voor antwoorden openstaande, bereid zijnde denkgeest.

Dus stel dat de weerstand groot wordt tijdens het lezen, bevecht deze dan niet, want bevechten is altijd de hulp inroepen van de ego kant van de denkgeest. Herken het alleen, en als je kan en bereid ben, (ver)geef de weerstandsgedachten aan HG/J, aan je Juist gerichte denkgeest.

Lezen met bereidheid zal mij precies dat doen laten begrijpen waar ik op dat moment aan toe ben, meer hoef ik niet te weten of te doen.
We hebben het nodig een ‘gelukkige leerling’ te zijn:

“De Heilige Geest heeft een gelukkige leerling nodig, in wie Zijn opdracht
op een gelukkige manier kan worden volbracht. Jij die je met huid en haar
hebt overgeleverd aan ellende, dient eerst in te zien dat je ellendig en niet
gelukkig bent. Zonder dit contrast kan de Heilige Geest niet onderwijzen,
want jij gelooft dat ellende geluk is. Dit heeft jou zo in verwarring gebracht
dat jij ertoe bent overgegaan iets te leren wat je nooit kunt leren, in
de overtuiging dat als je dat niet leert jij niet gelukkig zult zijn. Je ziet niet
in dat het fundament waarop dit hoogst eigenaardige leerdoel berust, volstrekt
niets te betekenen heeft. 6Toch kun jij het nog zinnig vinden. Geloof
in niets, en je zult de ‘schat’ vinden die je zoekt. Maar je zult je reeds belaste
denkgeest met een nieuwe last bezwaren. Je zult geloven dat niets
waarde heeft, en daar waarde aan verlenen. Een glassplinter, een stofkorrel,
een lichaam of een oorlog zijn jou eender. Want als je waarde verleent
aan één ding dat uit niets is gemaakt, dan heb je geloofd dat niets
waardevol kan zijn en dat je wel degelijk kunt leren hoe je het onware
waar kunt maken” (T14.II.1:1-11).

Hoe komt het toch dat er zo’n taboe lijkt te liggen op het begrip ‘doen’, vooral in Cursus-land, maar ook in andere denksystemen?
Zodra we als studenten van ECIW teruggevoerd worden naar de denkgeest, is er onmiddellijk de verwarring (weerstand): ‘ja maar moet ik dan maar niets doen dan?’
En ook al laten we ons dat 1000 x uitleggen door de Cursus zelf of door iemand anders aan wie we de vraag stellen, nog blijft deze weerstand (want dat is het) hardnekkig steeds maar weer de kop op steken.

In ECIW komen we het volgende hierover tegen:

Toch is het haast onmogelijk zijn bestaan [het lichaam dus] in deze
wereld te ontkennen. Wie dit doet, begaat een bijzonder onwaardige
vorm van ontkenning. De term ‘onwaardig’ betekent hier alleen dat de
denkgeest niet hoeft te worden beschermd door de ontkenning van wat
onnadenkend is. “ (T2.VI.3:10-13)

Wat ECIW beoogt is het doen herinneren dat ik denkgeest ben en niet een lichaam.
Dit is voor ons, die echt denken en geloven een lichaam te zijn met een denkgeest, zo’n tegenstrijdige gedachte, dat we gewoon een enorme weerstand voelen tegen de gedachte dat dat wat we denken en geloven te zijn, een lichaam, zich in de denkgeest bevindt, en dus een gedachte is, een gedachte in een gedachte. En dan kan er niet anders dan verwarring ontstaan over hoe het dan met het ‘doen’ in de wereld zit.
Als de wereld een gedachte is, wat betekent ‘doen’ dan?
Ja het ‘doen’ speelt zich 100% af in de denkgeest, omdat er alleen denkgeest is.
En het ‘doen’ vanuit de denkgeest kan op maar twee manieren, of vanuit zonde, schuld en angst (ego), of vanuit Liefde (HG).
Maar tegelijkertijd zegt ECIW ook dat we de wereld die we ervaren en denken te zijn, niet moeten gaan ontkennen.
ECIW ontmoet ons waar we denken en geloven te zijn.
En we denken en geloven een lichaam te zijn in een wereld vol met anderen, dingen en situaties.
Dus daar begint het leerplan van HG, op de eerste plaats leren we dat we denkgeest zijn en dan begint het grote omkeren, van egodenkgeest denken, naar HG Denkgeest denken.
En dat wat we denken en geloven te zijn, een lichaam en de wereld krijgen een heel ander doel en functie.
Het ‘doen’ in de wereld is niet meer een doel op zich, maar een herinnering naar de gedachte te kijken die de gedachte heeft geprojecteerd.
En dat zijn bijna altijd gedachten vanuit zonde, schuld en angst, die als enig doel hebben te vluchten uit de denkgeest in de projecties van diezelfde denkgeest, projecties die vervolgens autonoom lijken te zijn, doordat hun bron (de denkgeest), tegelijkertijd wordt ontkend.
Het ontkennen wordt ‘vergeten’ en het lijkt nu alsof de projecties, die niet meer als zodanig herkent worden, om actie vragen.

Theoretisch kunnen we dit eventueel als we daarvoor openstaan nog wel volgen, maar in de alledaagse praktijk lijkt dat onmogelijk.
Maar dat is het niet, want wat echt onmogelijk is, is denken en geloven een lichaam te zijn in een wereld, waar van alles mee moet gedaan worden.
Echter dit soort ‘doen’ wordt ons niet afgepakt als we leren terug te gaan naar wat we werkelijk zijn, denkgeest, het zal onder leiding van HG worden her-gebruikt, als we dat als waarnemende/keuzemakende denkgeest toelaten als we er als denkgeest aan toe zijn. En dat merk je vanzelf als het zover is.
Alleen het van waaruit het ‘doen’ komt verandert, in plaats van dat het ‘doen’ vanuit zonde, schuld en angst komt, zal het, na vergeving van diezelfde zonde, schuld en angst gedachten die achter het ego ‘doen’ schuilgingen, nu vanuit een vergeven denkgeest komen (HG) en dan zal wat we doen altijd liefdevol zijn, omdat het nu vanuit de liefdevolle kant van de denkgeest komt: HG Denkgeest. Dat is een ‘doen’ vanuit Vertrouwen, dat dat wat ik ‘hoor’ zonder twijfel liefdevol zal zijn, omdat ik Vertrouw dat de Bron Liefde is.

ECIW zegt hierover in het Handboek voor leraren:

“Een aanzienlijke belemmering bij dit aspect van zijn leerweg is de angst
van Gods leraar over de geldigheid van wat hij hoort. En wat hij hoort kan
zonder meer heel verbijsterend zijn. Het kan ook ogenschijnlijk helemaal
niet van toepassing zijn op het voorliggende probleem zoals hij dat ziet,
en kan de leraar zelfs met een situatie confronteren die hem in grote verlegenheid
lijkt te brengen. Dit zijn allemaal oordelen die geen waarde
hebben. Ze zijn van hemzelf en komen voort uit een armoedig zelfbeeld
dat hij achter zich zou kunnen laten. Vel geen oordeel over de woorden
die tot je komen, maar biedt ze in vertrouwen aan. Ze zijn veel wijzer dan
de jouwe. Gods leraren beschikken over Gods Woord achter hun symbolen.
En aan de woorden die ze gebruiken geeft Hij Zelf de kracht van Zijn
Geest, en verheft ze van betekenisloze symbolen tot de Roep van de
Hemel zelf” (H.21.5:1-8).

Wat we denken en geloven te zien in ‘de film: ‘De wereld’, de door ons als denkgeest geprojecteerde film, waarin zich momenteel het vluchtelingen gebeuren lijkt af te spelen, is de projectie van de denkgeest die op de vlucht is voor zichzelf en dit als dekmantel, afleiding daarvan gebruikt, zodat het nu een probleem komende vanuit het geloof in zonde, schuld en angst, buiten ons lijkt te komen, een wereld die in plaats van een projectie nu als ‘echt’ wordt bestempeld.
Aangezien het probleem dus afkomstig is van de denkgeest, ligt daar ook de oplossing, en niet in het willen fiksen van de projecties op het filmdoek.
Want alleen de denkgeest die niet lijd aan het geloof in zonde, schuld en angst, kan angstloos, schuldeloos, liefdevol denken en projecteren en zal dan precies ‘weten’ wat te doen, vanuit Inspiratie in plaats vanuit zonde, schuld en angst.

Ondertussen gaat de zich van (opzettelijk) niets bewust zijnde denkgeest rustig door met projecteren en doen wat het doet, zonder te beseffen dat al dat doen vanuit het geloof in zonde, schuld en angst komt.
Dat is niet goed of slecht, maar gewoon wat er gebeurt in ‘de film’.

%d bloggers liken dit: