archiveren

Maandelijks archief: januari 2010

 

Als de (droom)figuren die ik buiten mezelf lijk te zien werkelijk kunnen worden gezien als de eigen projecties vanuit de denkgeest (ego denkgeest, niet vanuit de droomfiguur die ik zelf denkt te zijn) en ik ze dus louter en alleen als spiegels kan zien waarin ik terug kan zien wat er zich in de (ego) denkgeest afspeelt, waar zowel de ander als ik zelf als droomfiguur de uiterlijke uiting van ben, worden deze zgn. personen, incl. mijzelf, niet meer lastige, neurotische, aanvallers waartegen ik (de droomfiguur) me dien te verdedigen of op de een of andere manier mee moet om zien te gaan, maar hulpmiddelen die mij (de denkgeest)  laten zien hoe ik over me zelf, het Zoonschap denk. En dan blijf ik bij de bron en kan daar waar het begint en eindigt de keuze opnieuw maken voor ego of HG/J denkgeest.

 

220px-Kloentalersee

 

 

 

Zinloos gekronkel van de denkgeest,

de doodsstrijd van het niet dood kunnen gaan,

omdat er geen dood is,

de dwangbuis die er niet is,

de isoleercel die er niet is.

Hou op met dat gespartel,

stop it!

Stop ook de woede,

het vertellen,

de woorden,

stop alles,

wat er niet was en is en zal zijn.

Bevrijd de denkgeest

uit haar gedroomde en

geprojecteerde cocon,

zodat ze kan zijn wat ze is,

VRIJ.

 

 

 

En vergeet vooral niet te lachen om de waanzin van ‘een nietig dwaas idee’… :

 

 

 

 

 

‘Telkens wanneer jij iemand ontmoet, bedenk dan dat het een heilige ontmoeting

is. Zoals je hem ziet, zie jij jezelf. Zoals je hem behandelt, behandel

jij jezelf. Zoals je over hem denkt, denk jij over jezelf. Vergeet dit

nooit, want in hem zul jij jezelf vinden of verliezen. Telkens wanneer twee

Zonen van God elkaar ontmoeten, wordt hun een nieuwe kans op verlossing

geboden. Ga nooit bij iemand weg zonder hem verlossing gegeven

en die zelf ontvangen te hebben. Want daar ben ik altijd met jullie, in gedachtenis

aan jullie.’ (T8.III.4:1-8)

 

 

 

 

 

“Beim Schlafengehen”-Time To Sleep,
BBC Philharmonic,
Georg Solti conducting.
~~
Nun der Tag mich müd’ gemacht,
soll mein sehnliches Verlangen
freundlich die gestirnte Nacht
wie ein müdes Kind empfangen.

Hände, laßt von allem Tun,
Stirn, vergiß du alles Denken,
alle meine Sinne nun
wollen sich in Schlummer senken.

Und die Seele unbewacht,
will in freien Flügen schweben,
um im Zauberkreis der Nacht
tief und tausendfach zu leben.

(Herman Hesse)

 

Perfectie….

Een woord een toestand die akelig dicht bij God komt en juist dáárom ontweken dient te worden, terwijl het streven ernaar wel moet blijven, alleen het bereiken ervan moet te allen tijden vermeden worden… aldus de gedachtegang van de ego-denkgeest.

Perfectie in de afscheiding is onmogelijk, maar toch wordt er onvermoeibaar naar gestreefd, lijkt het wel.

‘Je moet je best doen’,  ‘ je moet alles uit jezelf halen,’ al je talenten gebruiken, verkwist het niet’,  ‘streven naar perfectie’,  ‘je doet niet genoeg je best, dat kan veel beter’, ‘laat zien dat je de beste bent’, ‘Doorgaan tot het af is, tot het perfect is.’ enz.

Maar het was nooit perfect, nooit was het af, nooit goed genoeg, ik had gefaald, telkens weer…

En dat is precies het verdedigingsmechanisme van de ego-denkgeest.

 

Uit de Perfectie van God en de Zoon, ontsproot het idee dat het nog perfecter kon…

Dat idee, vermenigvuldigde zich: het kan perfecter, het kan perfecter…. deze koortsdroom spon dromen van  beelden die dit leken te bevestigen, perfecter, meer, vermenigvuldigen, meer… maar 0 bleef 0 , al werd het miljoenen, oneindig veel keren verdubbeld.

Het vermenigvuldigen ontkoppelde zich schijnbaar van de Bron die genoeg was in zichzelf als eenduidige Bron, en de herinnering verdween achter de  sluier van vergeten. Maar de herinnering en het verlangen naar Perfectie, de Eenheid, God, bleef aanwezig, maar werd de omgekeerde motor voor het aandrijven van de nep perfectie, en draaide dol als een los geslagen projectiel, strevend en zoekend naar de perfectie die daar niet was te vinden; het ego…. een bange droom….

 

Totdat de uitputting toesloeg, perfectie verder en onbereikbaarder leek dan ooit en de vlucht in de perfectie van de dood de enige perfecte uitweg leek.

Toen pas, op dat ene korte moment van alles loslaten vanuit totale wanhoop en uitputting, geen kant meer op kunnend, kreeg de herinnering en het verlangen een kans: dit werkt niet, er moet een andere weg zijn.

Toen werd heel even de sluier opgetild en werd de andere weg zichtbaar, de weg aan de andere kant van de spiegel, de weg terug naar Perfectie, de weg terug naar God, stapje voor stapje, langs al die vergeefse pogingen tot perfectie, ze stuk voor stuk aan het licht brengend en vergevend.

 

Ik zie nu ineens mijn drang tot perfectie, die drang en dat verlangen perfect te zijn en dat nastrevend, maar altijd als bijna de perfectie werd bereikt moest ik stoppen, een rem, alsof perfectie tot de dood zou leiden…. immers, zo dacht ik, onbewust, als ik de perfectie heb bereikt hier op aarde moet ik dood, wat anders heb ik dan nog te doen. Altijd als alles goed ging, was er de angst, ‘oh, help hoe lang gaat het duren voordat het weer mis gaat’, en eigenlijk was dat de gedachte ‘het moet fout gaan, want als het perfect gaat, ga ik dood’, terwijl ook het omgekeerde gebeurde: ‘als het fout gaat ga ik dood’.  Kortom het hele plan was er op gericht uit de beurt van perfectie te blijven uit de beurt van het perfecte ‘goed’ of het perfecte ‘fout’, steeds net niet, balancerend op de rand van de afgrond. Met als hoofddoel, uit de buurt blijven van God.

En zo verweet ik me mijzelf mijn leven lang een middenmoot te zijn, niet goed en niet slecht, een 7entje. Hoe dan ook nooit perfect, in een soort van pseudo veiligheidszone verkerend.

Ik was imperfect…

Dit alles verbergt de Perfectie van God een uitstekend werkende verdediging hier tegen….. maar….. niet perfect Goddicht…. gelukkig…

 

Een keer werkelijk zeggen en menen met heel mijn hart:  ik vergeef mezelf dat ik denk dat ik niet perfect kan zijn… en ik vergeef God dat het Hem niet gelukt is mij als imperfect te schapen, omdat dat onmogelijk is, zal de hele vergissing weer terug draaien naar wat ik, de denkgeest werkelijk ben: Geest, één, héél en Perfect. Het is mij, de denkgeest. niet gelukt de perfecte eenheid van de Vader en de Zoon te scheiden, zelfs niet in mijn eigen vader en zoon ego creatie versie. Het was niet mogelijk en het zal nooit mogelijk zijn.

Zo wordt imperfectie een vergevingspoort naar Perfectie, de non-dualistische Perfectie van God, waar het hele Zoonschap onverbrekelijk deel van uit maakt.

 

 

 

1472 stralen

 

 

 

%d bloggers liken dit: