archiveren

Dagelijks archief: mei 3, 2014

De denkgeest krijgt steeds duidelijker hoe dat nu werkt in de wereld en er tegelijkertijd niet ‘van’ te zijn.
Het is gewoon wennen. Nadat het volstrekt duidelijk is geworden dat er alleen denkgeest is, en er inderdaad geen wereld is, volgt een proces van wennen.
De denkgeest ziet zichzelf nu als denkgeest steeds blijmoediger een rol spelen. De denkgeest is niet die rol, de denkgeest speelt de rol, zichtbaar als projecties.
Dat was voor dat dat bewust duidelijk werd ook al zo, alleen leek de rol dát te zijn wat de denkgeest was, er was een volledige identificatie met en geloof in de rol, er leek een ‘ik’-lichaam te zijn. Kortom de denkgeest bevond zich in de droom van afscheiding en nam het heel serieus, waardoor het vergat wat het werkelijk was en onveranderlijk altijd is.
En door de droom serieus te nemen kreeg het de functie om af te scheiden.
Als de dromer van de droom echter wakker is en de denkgeest herinnert zich weer hoe het werkelijk was, krijgt dezelfde droom nu 100% de functie van het zich voortdurende terug herinneren in Eenheid.
En net zoals de afscheiding bij elke gedachte opnieuw lijkt te gebeuren, keert de herinnering aan Eenheid nu ook bij elke (vergeven) gedachte weer terug. De momenten van afscheiding die ook nog steeds bij elke gedachte aanwezig zijn, worden op geen enkele manier meer serieus genomen en worden alleen nog gezien als een communicatiemiddel in handen van de Juist gerichte denkgeest (HG/J).

Het lijkt nog wel zo te zijn dat er een ‘ik’ denkgeest is met daaraan een projectie (lichaam), maar dat is alleen nog ‘nuttig en behulpzaam’ ivm het gebruik van de speciale rol als kanaal in handen van HG/J denkgeest.
De gewaarwording van één zijn met alles en iedereen is er echter ook, omdat de ware aard van denkgeest altijd alleen maar één is.
Er is ook maar één egodenkgeest en ook één HG denkgeest.
De ene egodenkgeest splitst zich door zijn aard afgescheiden te zijn op in miljarden aparte stukjes denkgeest, met als doel zich af te scheiden van Eenheid, wat onmogelijk is, en daardoor wordt het onmogelijke (dat het mogelijk is afgescheiden te raken van Eenheid) meteen ook vergeten, waardoor afscheiding als schijnbaar enige optie ineens wel mogelijk lijkt te zijn.
Dit staat bewust niet in verleden tijd geschreven, omdat de afscheiding steeds met elke gedachte opnieuw en opnieuw plaatsvindt en tegelijkertijd nooit plaatsvindt, omdat het onmogelijk is.
Elke egogedachte van afscheiding is dus onmogelijk en vernietigd zichzelf daardoor ook telkens weer, waardoor het elke keer weer opnieuw gedacht moet worden, waardoor er een tijdslijn lijkt te ontstaan.
Als de dromer van de droom ontwaakt uit zijn onmogelijke droom en deze ineens duidelijk ‘ziet’ en aanvaard dat de droom een droom is, dan zal automatisch de droom een andere functie krijgen, niet meer die van afscheiding, wat dan ook duidelijk wordt gezien als onmogelijk, maar dezelfde droom zal nu volledig functioneren als middel tot het terug herinneren waar het nooit uit is weggeweest.
En zo kan de denkgeest die zich ‘herinnert’ in de wereld leven maar het tegelijkertijd niet meer serieus nemen, omdat het heel goed weet dat ‘hij’ niet van deze wereld is.

%d bloggers liken dit: