archiveren

Maandelijks archief: januari 2015

Afscheiding

Afscheiding is zeg maar wel een dingetje in onze wereld.
En dat kan ook niet anders, want de wereld is het resultaat van het geloof in afscheiding.
Dus projecteren we bij iedere gedachte van afscheiding, afscheiding. De wereld zit wat dat betreft heel logisch in elkaar, ja, er zit een simpele logica achter de krankzinnige chaos. Dat wat in termen van afscheiding wenst te denken en dat ook gelooft, kan alleen maar afscheiding projecteren.

En we scheiden wat af, we scheiden relaties, we scheiden huwelijken, we scheiden kinderen van ouders, gezinnen, families, vrienden, relaties, lichamen, we scheiden afval, we scheiden eieren, we scheiden goed en kwaad, we scheiden stad en platteland, hij en zij, rechts en links, links en rechts, zwart en wit, mooi en lelijk, we scheiden hoofd en bijzaken, we scheiden Siamese tweelingen, we scheiden wonen en zorg, we scheiden de schapen van de bokken, de meisjes van de jongens, de dikken van de dunnen, we scheiden hoofden van rompen, mijn lichaam scheid van alles af, we maken een scheiding in onze haren, we scheiden landen van elkaar, we scheiden onze tuintjes af met hekjes, we richten afscheidingsbewegingen op, we scheiden religies van elkaar, politieke partijen, bitter en zoet, oud en nieuw, schoon en vies, we scheiden atomen, onze hersenhelften zijn van elkaar gescheiden, onze van elkaar gescheiden ogen zien alles als van elkaar gescheiden, we scheiden af binnen de afscheiding, we scheiden chemische stoffen, we scheiden de wateren, we leven gescheiden, we slapen gescheiden, 1+1=2, kortom we zijn ons hele leven bezig om van één twee te maken en leven daardoor in totale afscheiding en ons hele bestaan getuigt daarvan. In ons hele leven is alles een symbool van afscheiding, een symbool van dat ene nietig dwaas idee, dat dacht en denkt dat afscheiding wenselijk én mogelijk is.
En dat doet pijn, scheiden doet lijden, waarom? Niet omdat de situaties waarin scheiding plaats lijkt te vinden pijnlijk zijn, maar omdat Eenheid de onveranderlijke staat van ZIJN is en twee een veranderlijke onmogelijke staat van zijn is. Dat veroorzaakt alle lijden. En toch proberen we hardnekkig, wanhopig uit alle macht de afscheiding te verwezenlijken, in de hoop daar ons geluk te vinden en leiden daardoor een onnatuurlijk leven waarin afscheiding de norm is geworden en Eenheid is vergeten.

Daarom is het streven naar eenheid binnen het denksysteem van afscheiding onmogelijk, maar we proberen het wel, omdat ergens die vage herinnering aan eenheid, onze ware natuur, nog steeds onbewust aanwezig is in de denkgeest. Dus proberen we daar waar het niet kan, zonder echt te begrijpen waarom, in de afscheiding toch eenheid te verwezenlijken.
We proberen van twee lichamen één te maken, wat lijkt te lukken, maar hé dat leid vaak weer tot meer afscheiding, namelijk een baby, wat we dan weer compenseren door eenheid te realiseren als een gezin. Wel weer afgescheiden van andere gezinnen, wat dan weer gecompenseerd wordt door het vormen van buurtjes, clubjes, kerkgenootschappen, dorpen, steden, provincies, landen, werelddelen, planeten, universa… Maar altijd meervoud, nooit EEN.
En zo blijven we zoeken naar eenheid, in een wereld, een gedachtesysteem, wat als enig doel heeft afscheiding en waar Ware Eenheid onmogelijk gevonden kan worden.
En dat is de vergissing die we maken, we hoeven helemaal niet naar Eenheid te zoeken, want dat zijn we al als denkgeest, nog steeds onveranderlijk.
We hoeven alleen maar alles wat we als gescheiden waarnemen en ervaren terug te geven aan wat we onveranderlijk nog steeds ZIJN en alleen dat zal de herinnering aan EENHEID terugbrengen in de denkgeest, die slechts vergat en zich vergist. Een vergeten dat geen enkele invloed heeft op de onveranderlijke EENHEID die we in werkelijkheid ZIJN.
We hoeven ons dus niet zondig, schuldig of angstig te voelen, omdat we denken en geloven dat we ons echt hebben afgescheiden van Eenheid.
EEN is EEN en wordt nooit TWEE.

Wat is oordeelloos kijken?

Heb ik al eens eerder een blogje over geschreven zie https://illusje.wordpress.com/2012/04/16/oordeelloos-kijken/
Maar voel de behoefte er nog wat meer over te zeggen.
Door even tegenover elkaar te zetten wat oordeelloos kijken niet is en wat het wel is.
Aangezien de egodenkgeest kant van de ene denkgeest ook onvermijdelijk de Cursus doet, want hoe zou dat anders kunnen als er altijd maar één denkgeest is, kan het niet anders dan dat de ego (onjuist-gerichte) kant van de ene denkgeest precies het tegenovergestelde denkt van het oordeelloos kijken vanuit de Heilige Geest (Juist-gerichte) kant van de ene denkgeest.

Oordeelloos kijken vanuit de egodenkgeest kant van de denkgeest is:
Mijzelf de persoon Annelies, de opdracht geven dat ik niet mag oordelen. Elke keer dat er een oordeel op dreigt te komen, zeg ik tegen mijzelf, ‘foute boel, mag niet, brr, wat een gênante gedachte, au, ik wil en kan er niet naar kijken, ik schaam me dood! De ander is onschuldig en kijk mij nu eens foute gedachten hebben over die persoon. Ik zit fout door toch een oordeel te hebben over de ander. Ik ben een sukkel, ik ben in en in slecht, wie heeft nu zulke vreselijke gedachten?’
Ik oordeel over het oordeel en veroordeel het.
En zo besluit ik vanuit de egokant keuze van de denkgeest:
‘Ok, help! Hoe raak ik dit vreselijke oordeel kwijt zodat ik weer oordeel-loos (zonder oordeel, oordeel-vrij) wordt. Ik geef dit oordeel snel aan jou Jezus, want jij verzamelt oordelen, je bent er zelfs dol op, je houdt van lijden en neemt dat graag van mij over, jij weet er wel weg mee, ben ik ervan af, zand erover, klaar, niet meer aan denken, opgelost’.
En alsof mijn oordeel een op scherp staande handgranaat is die elk moment af kan gaan en mij zal doden geef ik mijn oordelende, zondige, schuldige, angstige gedachten snel door aan Jezus. Het oude ‘Jezus is voor onze zonden gestorven’ verhaal dus; de ik-persoon Annelies, die al haar oordelen doorgeeft aan de historische Jezus van de verhalen, die nu als geest buiten mij rond zweeft en nog steeds wonderen verricht zoals in de bijbel. Als hij mij ten minste hoort, of genegen is mij aan te horen, laat staan te helpen, want ik ben niet de enige die op de wachtlijst staat.
Op die manier van m’n oordeel afkomen, oordeel-loos, oordeel-vrij raken, voelt even als een opluchting, want het lijkt of ik, Annelies, het oordeel kwijt ben, ik ben weer oordeel-loos, oordeel-vrij, dank zij de wonderdoener Jezus, die zo vriendelijk is mij het persoontje Annelies te genezen door haar te verlossen van haar oordelen (zonde, schuld en angst). Maar dat lijkt maar zo, eigenlijk ben ik het alleen tijdelijk kwijt, ‘vergeten’, dankzij de hulp van een Jezus die mijn oordelen, zonde schuld en angst door de vingers ziet en mij voor nu vergeeft.
Ik heb oordelend gekeken naar oordeelloosheid.
Zo werkt oordeelloos kijken via de egodenkgeest kant van de denkgeest.

Oordeelloos kijken vanuit de Heilige Geest kant van de denkgeest is:
Kijken vanuit de waarnemende/keuzemakende denkgeest kant van de ene denkgeest.
Ik zie vanuit die positie dat ik een oordeel heb over iemand, maar ik besef dat ik dat oordeel niet ben, er vindt geen volledige identificatie meer plaats.
Er is geen persoon Annelies die oordeelt, er is het besef dat het de denkgeest is die een oordeel heeft en deze projecteert.
Ik ontken het oordeel niet, stop het niet weg, verander het niet, kijk ernaar precies zoals het zich voordoet, inclusief de emoties en de pijn.
Ik kijk naar mijn oordeel en oordeel niet over het oordeel als manier om oordeel-loos, oordeel-vrij te worden.
Ik hoef mezelf niet oordeel-loos, oordeel-vrij te maken, ik kijk gewoon rustig naar het oordeel.
En besef dat het oordeel dat ik over de ander heb helemaal niet over een ander lichaam gaat, en ook niet over mijzelf als lichaam.
Het oordeel gaat helemaal niet over iets wat zich buiten mij lijkt af te spelen.
Het oordeel speelt zich af in de denkgeest en heeft als enige functie een schijnbare afscheiding te bewerkstelligen in de ene denkgeest.
Iets wat onmogelijk is.
En de functie van projectie is om de onmogelijkheid van afscheiding aan het ‘oog’ te onttrekken, door er een muur van beelden (projecties) voor te zetten, zodat afgescheidenheid, verschillen, toch mogelijk lijken te zijn.
En zo lijken er lichamen te zijn die van elkaar verschillen, en verschillen zien vraagt om oordelen. Werkelijk oordeelloos zijn én tegelijkertijd lichamen zien, gaat niet samen. Lichamen zijn projecties ontstaan uit oordelen vanuit de denkgeest die in afscheiding gelooft.

Een oordeelloos kijken vanuit de Heilige Geest kant van de denkgeest vraagt ook niet om hulp aan een historische Jezus of een Heilige Geest die ergens buiten ‘mijn’ lichaam is.
Oordeelloos kijken vraagt hulp aan de oordeelloze denkgeest kant en die oordeelloze kant van de denkgeest kan ik symbolisch Jezus noemen en of de Heilige Geest, of een ander symbool wat voor mij staat voor oordeelloosheid en Liefde.
Oordeelloos kijken ziet geen schuld, geen zonde veroorzaakt door iets buiten de denkgeest.
Het kijkt en doet niets, het neemt het oordeel terug in de denkgeest, waar het begon en waar het vergeven kan worden en oplossen in Liefde.

Resumerend:
Het oordeelloos kijken van de egodenkgeest is oordeel-loos worden door niet te kijken. Het oordeel verdwijnt echter niet en verschuilt zich achter de ontkenning van het oordeel of het juist veroordelen van het oordeel, waardoor de zonde, schuld en angst alleen maar versterkt worden.

Oordeelloos kijken van de Heilige Geest denkgeest is oordeel-loos worden door wel te kijken en het oordeel precies zoals het is inclusief de projectie terug te nemen in de denkgeest en te onderkennen dat het allemaal zelf bedacht is, met als enig doel afgescheiden te willen zijn van Liefde. Vergeving van dit nietig dwaas idee helpt mij terug te herinneren in Liefde.

Verdriet, huilen, is een projectie die staat voor het niet kunnen (willen) toelaten en het afstoten van Liefde (de Liefde van God, die staat voor Eenheid, Waarheid, Onveranderlijkheid, non-dualisme), van wege het onderliggende schuldgevoel, dat verborgen moet blijven en in plaats daarvan uit geprojecteerd wordt als verdriet binnen een vorm van speciale liefde ten einde aan dat diep verborgen schuldgevoel (de angst voor God, voor Liefde, voor Eenheid, Waarheid, onveranderlijkheid) te ontsnappen.

De projectie kan er bijvoorbeeld uitzien als zomaar moeten huilen tijdens een tv programma of tijdens een film, of als dit zich voordoet in onze eigen persoonlijke ‘film’(ons dagelijkse leven) waarbij het afscheid moeten nemen van iets wat dierbaar en of zeer geliefd is wordt uitgebeeld. Vooral als het gaat om het verbreken van banden met naasten en geliefden, of dat nu door de dood gebeurt of door het verbreken van banden door ruzie, of het uit elkaar gaan binnen een relatie, het verbreken van de ouder-kind band. Maar ook speelt dit als de relatie juist weer hersteld wordt in een ‘speciale’ vorm, ruzie die bijgelegd wordt, kinderen die weer worden herenigd met ouder/ouders, familie ruzies die worden bijgelegd enz. ook dan is er weer verdriet en komen de tranen.
Hoe dan ook, omdat we het (willen) zien en ervaren als verdriet om redenen die zich in een of andere vorm laat zien buiten ons, is het niet de werkelijke reden waarom we verdriet hebben en moeten huilen. Of dat nu tranen van verdriet of tranen van vreugde zijn, binnen de ‘speciale relatie’, beiden beelden de twee zijden van de egodenkgeest mogelijkheden uit.

Denk maar weer aan les 5, ‘Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk’.
Ik ben niet verdrietig om de reden die ik denk, ik huil niet om de reden die ik denk.

Maar naast het hoofddoel wat verborgen wordt achter het verdriet en de tranen, namelijk het in stand houden van de afscheiding, door het geloof in de mogelijkheid en het tegelijkertijd vergeten van de onmogelijkheid van het kunnen verliezen van Liefde met het daarbij behorende zonde en schuldgevoel, dragen beiden (de twee zijden van de egodenkgeest mogelijkheden) ook de onveranderlijke herinnering in zich aan de Liefde van God, Eenheid, Waarheid, het Onveranderlijke. Daardoor kunnen beiden zijden met hun projecties, als we bereid zijn er ‘anders’ naar te willen kijken als waarnemende en keuzemakende denkgeest, daar ook een herinnering voor worden en als zodanig worden her-gebruikt.

En dit kan door simpelweg te erkennen dat het verdriet er is, het niet tegen te houden, verbergen, goed te praten of wat dan ook, maar er open en eerlijk naar te kijken precies zoals het zich voordoet, zonder te oordelen, zonder te analyseren. Door er alleen maar naar te kijken, oordeelloos, wat betekent kijken met de keuze voor onze Heilige Geest kant, kijken met de herinnering aan Eenheid, Waarheid, God, Onveranderlijkheid (allemaal namen voor hetzelfde), stop je vanzelf met kijken met je egodenkgeest kant, omdat het altijd een keuze is.
Het ego hoeft niet vernietigd, of ongedaan gemaakt te worden, het simpelweg er niet meer voor kiezen is voldoende, in plaats daarvan kijken we, oordelen niet, vergeven en kiezen opnieuw. Steeds weer. En zo krijgt ook verdriet een andere functie en kan ook verdriet de functie krijgen van een sleutel die de deur opent terug naar Liefde.

Het zogenaamde in de toekomst kunnen kijken, voorspellen dus, is niets anders dan een inkijkje krijgen in wat al gebeurt is en is eigenlijk precies hetzelfde als terugkijken in een verleden.
De Cursus zegt dat alles al gebeurt is in dat ene moment van ‘een nietig dwaas idee’, waarbij er een dwaas idee was (en nog steeds is bij elke gedachte) dat het mogelijk is afgescheiden te raken van Eenheid, van Waarheid, van God.
In dat ene moment leek dat te gebeuren wat niet kán gebeuren, maar wel leek te gebeuren door het geloof in, dat één, twee kon worden.
Eén enorme projectie van gedachtes die tegengesteld zijn aan de Ene gedachte.
De Ene gedachte, die Waarheid is, heeft maar één eigenschap en dat is Liefde, liefde zonder tegenstelling.
De onmogelijke afscheidingsgedachte moet dus wel het tegenovergestelde van Liefde zijn en dat is angst. En angst heeft de neiging zich te verstoppen, te verbergen achter een verdedigingsmuur. Ziedaar de egodenkgeest, de onmogelijke andere keuze (tweeheid) binnen het enige mogelijke: Liefde (Eenheid).

Dat ene moment van vluchten uit Eenheid veroorzaakte, en veroorzaakt nog steeds, tweeheid en splitst Liefde op in ego liefde en ego angst.
Zoals we al eerder besproken hebben gebeurde dit in één flits (explosie, big bang) en was daarna ook meteen weer verdwenen. Een explosie begint en stopt ook weer.
En in die ene explosie versnipperde Eenheid in miljarden stukje, dat wat wij nu denken te zien als de wereld, ons lichaam, andere lichamen, dingen en situaties. En al die miljarden snippertjes denken nog steeds dat het echt gebeurt is, omdat we geloven dat we snippertjes zijn. Dat geloof zit in alle snippertjes, dus ook in voorwerpen, want wat één is blijft één, ook al denken we iets anders te zien.
In al die snippertjes zit dus ook nog steeds de herinnering aan Eenheid.
Dat wordt duidelijk als de denkgeest aan het ontwaken is uit de illusie en zich als waarnemende denkgeest kan waarnemen en van daaruit kan kiezen, voor afscheiding of terugherinneren in Eenheid.
Dus Eenheid is nog steeds onveranderlijk één. Alles wat dus veranderlijk lijkt te zijn is ook nog steeds onveranderlijk één. Ook de keuze voor de zogenaamde afgesplitste egodenkgeest is een onmogelijke keuze en daardoor slechts een illusie van dat het wel kan.

Hoe dan ook Eenheid kan nooit twee worden, kan nooit vernietigd worden. Het logische gevolg daarvan is dat zich alles nog steeds in Eenheid bevindt, of we dat nu als afgescheiden ervaren of niet, ‘er is niets gebeurt’.
Bij sommige afgescheiden deeltjes (wij dus) lijkt de herinnering aan de onveranderlijke Eenheid wat sterker aanwezig, dan bij andere deeltjes en dat kan zich onder andere uiten door in de toekomst te kunnen kijken. Alleen wordt dat meestal verkeerd, ook weer vanuit afscheiding bekeken en als een bijzonder gaven in de tweeheid gezien.
Het is echter, nogmaals, niets anders is dan een doorkijke hebben in alle mogelijkheden die in dat ene moment van afscheiding maar mogelijk leken te worden en op een schijnbare horizontale lijn van tijd en ruimte werden geplaatst.
In dat ene wat een verticale moment was en is, waren daar even in een flits alle projecties die maar mogelijk zijn in de egodenkgeest . En zo’n mogelijkheid en van alle mogelijke mogelijkheden zie je als je ineens een toekomst of verleden flits hebt of een déjà vu. Het is een déjà vu, OMDAT het al gebeurt is. Het hele leven, de hele wereld is een déjà vu.
Het heeft dus niets met voorspellen te maken, het is simpelweg een mogelijkheid die al gebeurt is. Vandaar dat niet alle toekomstvoorspellingen ook uit komen. Wat in een flits ‘gezien’ wordt is slechts een van de vele mogelijkheden die allemaal al gebeurt zijn.
Ik zeg altijd, als je het kan bedenken betekent dat alleen maar dat het al gebeurt is.
Elke gedachte gebeurde in één keer ten gevolgen van dat ene nietig onmogelijke dwaze idee.
En wat is het beste wat je met een nietig dwaas onmogelijk idee kan doen, het terug sturen naar waar het vandaan kwam, terug naar de bron, de (be)denkgeest en het vergeven, zodat de Eenheid symbolisch wordt hersteld. Symbolisch, omdat we alleen ons geloof erin maar hoeven te vergeven, in werkelijkheid is er niets gebeurt.

De herrie, het gedoe, de angst in de wereld is er alleen om de onveranderlijke stilte het ‘niets’ wat eigenlijke Alles is, dat wat we Zijn, Geest, te maskeren en te verbergen, achter een muur van lawaai en onrust. De angst die we voelen in de wereld is helemaal niet de angst voor de wereld en wat er allemaal niet kan gebeuren in de wereld, en wat we denken te zien aan vreselijke dingen en situaties, het is eigenlijk de angst voor wat we werkelijk zijn; non-dualistische Eenheid, volkomen vrije Geest.

Ga maar eens even rustig zitten en observeer je gedachten maar eens en kijk eens hoe snel je je daarmee identificeert. Hoe snel je gedachten worden aangetrokken tot alles wat je in je gedachte ziet langskomen aan situaties, problemen, angsten, zorgen, maar ook tijdelijke leuke en aantrekkelijke gedachten.
Het is niets anders dan een vlucht voor dat stille onveranderlijke centrum dat vertegenwoordigt wat je werkelijk bent, puur onveranderlijke Geest.
De veranderlijke wereld die we als een caleidoscoop van kleuren, geluid, beelden en situaties om ons heen zien, lijkt alleen veranderlijk, omdat het de aandacht probeert af te leiden van het Onveranderlijke, dat wat we Zijn, maar vergeten zijn en willen vergeten.
Het beeld dus precies het tegenovergestelde uit van het Onveranderlijke.
En omdat dat niet kán moet al het veranderlijke wat wij waarnemen wel een illusie zijn, een droom, een angstige droom.
En als de denkgeest iets doet, iets verzint wat eigenlijk niet kan, dan kan dat in eerste instantie heel spannend en opwindend lijken een gevoel van vreugde geven, maar dat zal altijd tijdelijk zijn, de teleurstelling en de angst en dan weer het willen vluchten voor angst zal altijd weer terugkeren. Het vlamt op en dooft weer, dus moet het steeds weer herhaald worden; aansteken, ontploffen, aansteken ontploffen, zo houd het zichzelf in stand.
Zoals vuurwerk eigenlijk, de geïmiteerde oerknal, wat eigenlijk niets anders is, dan een egogedachte die opkomt, en zichzelf meteen weer vernietigt, en ohhh! en ahhh!, wat genieten we daarvan…
Ik moet dan altijd denken aan die tekenfilmpjes van Roadrunner & Wil E Coyote.

Welk creatief idee Coyote (egodenkgeest) ook bedenkt om roadrunner (projectie van het verlangen naar iets buiten de denkgeest) te vangen (waarmaken van de projectie), het is altijd gedoemd tot mislukken en zal ook nooit lukken, omdat het idee op zich, dat het mogelijk is dat er iets kan bestaan buiten de onveranderlijke denkgeest, zelfvernietigend is.

Op het moment dat het bedacht wordt vernietigt het zichzelf meteen weer.
Dus moet het wel eindeloos herhaald worden en is elke egogedachte weer een hoopvolle poging het onmogelijke mogelijk te maken.
Krankzinnig, maar ook hilarisch grappig eigenlijk en onschuldig, want niets kan effect hebben op het Onveranderlijke.
Niet spottend of sarcastisch bedoeld, hoor, gewoon kwestie van oordeelloos kunnen observeren.
Niets kan dat wat we zijn; Onveranderlijke Geest, vernietigen.

Wat is vrijheid van meningsuiting eigenlijk?
En is dat niet hetzelfde als vrijheid tot belediging?
Interessante vragen waar ik graag even naar wil kijken.

Als ik vanuit mijn waarnemende denkgeest positie hiernaar kijk, dan zie ik dat vanuit de egokant van de denkgeest de uitgangspositie is: lichamen, personen die verschillend denken er verschillende principes, geloofsovertuigingen, conditioneringen erop na houden, kortom ik zie verschillen.
Verschillen die alleen gezien kunnen worden als er is gekozen voor projectie vanuit het idee dat afscheiding mogelijk en wenselijk is.
Ondanks het feit dat er alleen Eenheid bestaat, de Eenheid die Geest is, is er dan toch de wil afgescheiden te willen zijn. ECIW noemt dit ‘een nietig dwaas idee’.
En dit kan alleen als de Eenheid en de aard van Geest ‘vergeten’ wordt achter een muur van projecties en de projecties nu als enig zichtbaar bewijs worden gezien van wat nu ‘waar’ lijkt en er nu miljarden afzonderlijk denkende en opererende stukjes lijken te zijn. Dit wordt gezekerd en veilig gesteld door het ‘geloof’ erin. Dit is wat de wil tot afscheiden, de egodenkgeest wil zien en dus denkt te zien.
Vanuit egodenkgeest gezien is vrijheid van meningsuiting enkel en alleen een prachtige manier om de afscheiding ‘waar’ te maken. Er lijkt nu immers een apart lichaam te bestaan dat los staat van andere lichamen en die aparte lichamen hebben aparte gedachtes, die voortkomen uit opvoeding, plaats van geboorte, geslacht, leeftijd, conditioneringen, psychische gesteldheid, godsdienst enz. En dit hele licht ontvlambare mengseltje heeft zich genesteld in de afzonderlijke hersenen van al die afzonderlijke lichamen en dit alles wordt nu gezien en geloofd als ‘waar’.

Echter de natuurlijk drang naar eenheid is niet verdwenen, zelfs niet uit de egodenkgeest (waarvan er ook maar één is immers ook al is het doel van de egodenkgeest dit te vergeten en te ontkennen), ze is alleen vergeten. En deze natuurlijke drang naar eenheid uit zich dus ook onvermijdelijk in de wereld van afscheiding. Het vermomt zich bijvoorbeeld, als het naarstig zoeken naar partners in de strijd (speciale relaties noemt ECIW dat).
Men klontert samen in groepjes van gelijkgestemden, in een nu onbewuste poging om aan die onbewuste natuurlijke drang tot eenheid gehoor te geven en zo een einde te maken aan het pijnlijke gevoel wat juist komt door de poging gehoor te willen geven aan de onnatuurlijke drang tot afscheiding. Vandaar weer die uitspraak in ECIW ‘ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk’ (les 5).

Het samen klonteren lijkt enige verlichting van de pijn en het lijden te geven, het voelt goed om met gelijkgestemden te zijn, veilig, hekje eromheen, vlaggetje erop, klaar, dit zijn ‘WIJ’. Maar zodra een groepje gelijkgestemden een ander groepje gelijkgestemden, die over iets anders gelijkgestemd zijn dan het eerste groepje gelijkgestemden tegenkomt, slaat de angst, de pijn, de haat, de woede weer toe. En de pijn en het lijden, de angst, de haat wordt dan geprojecteerd op dat andere groepje gelijkgestemden, want de nog steeds onbewuste boodschap van de egodenkgeest blijft: afscheiding in stand houden kost wat kost.

Deze ontmoeting van verschillende groepjes van het binnen de groepjes zelf gelijkgestemdheid kan zich ook wat schijnbaar mooier voordoen, bijvoorbeeld als de eis voor ‘vrijheid van meningsuiting’.
Het ene groepje tolereert het andere groepje, respecteert het, begrijpt het; ‘natuurlijk’, zeggen de lichamen en de samengeklonterde groepjes dan: ‘natuurlijk ben jij anders, je komt uit een ander land, bent anders opgevoed, hebt een andere denkwijze, een andere religie, andere huidskleur, ander uiterlijk, tuurlijk en weet je ‘dat mag’. Iedereen mag zijn wie hij/zij is. We zijn allemaal verschillend en dat is best leuk en gezellig…’
Dat zeggen de lichamen en de groepjes dan, maar met de onbewuste geprojecteerde (egodenkgeest nog steeds) boodschap, ‘allemaal leuk en aardig en je mag er zijn, maar we zijn wel degelijk verschillend, we tolereren dat, maar de grens ligt bij; jij mag mij niet jouw ideeën, gebruiken, opvattingen, geloofsovertuigingen opdringen, wij eisen hier vrijheid van meningsuiting en jij past je maar aan. En dat zeggen beide afgescheiden groepen, waarbij de een aan het moorden slaat en de andere aan het protesteren. En waarbij over het hoofd wordt gezien dat beide groepen hetzelfde zeggen en het slechts uitingen zijn van de beide zijden van de ene egodenkgeest.
Uitingen van angst, maar eigenlijk een roep om liefde gezocht waar het niet te vinden is; ‘Een roepende in de woestijn’.
We zijn daar volkomen blind voor geworden, omdat naar het onbewuste verdrongen is, dat het over elkaars grenzen gaan en elkaars gedachten proberen op te dringen eigenlijk een omgekeerde uiting is van de onbewuste natuurlijk drang van de denkgeest naar Eenheid, naar Liefde.

Deze natuurlijke drang is nu echter totaal vervormd en totaal omgekeerd, door het verschijnsel projectie, zodat het juist het tegenovergestelde lijkt te zeggen. En dat geldt dus voor beide kanten zowel voor de grensoverschijders, als de grensbewakers. Beide vertegenwoordigers van de twee verschillende zijden van de egodenkgeest, de dualiteit.
Door voor de egodenkgeest als raadgever en gids te kiezen zijn wij, die nog steeds onveranderlijk Geest zijn, volledig de weg kwijtgeraakt en denken en doen (projecteren) precies het tegenovergestelde van wat we eigenlijk ZIJN en eigenlijk WILLEN. En dit komt doordat we ‘vergeten’ zijn dat we één Geest zijn en dus ook één Denkgeest en daardoor alleen nog lichamen en dingen (projecties dus) zien. We hebben onze projecties afgesneden van hun bron en zien alleen de projecties nog. En de projecties zien eruit als afzonderlijke lichamen, dingen en situaties, omdat we nu geloven in afscheiding en we zien wat we geloven en geloven wat we zien. Met als gevolg dat al onze pogingen om aan onze natuurlijke drang tot eenheid gehoor te geven op de ‘verkeerde’ plaats worden gezocht. Lichamen, dingen en situaties kunnen nooit een eenheid vormen, van wegen hun aard en hun doel, namelijk afscheiding.
Zolang we denken en geloven dat de wereld met al zijn, met opzet, met als doel afscheiding geprojecteerde zaken ooit één zal worden, is dat gedoemd tot mislukken en dat is precies wat wij als we voor de egodenkgeest kant van de denkgeest kiezen, willen.

Er is maar één uitweg uit deze krankzinnige doolhof, en dat is terugkeren naar het feit dat er alleen denkgeest is. En dit kan bereikt worden door dit eerst onder ogen te willen zien en dan al onze projecties terug te nemen in de denkgeest, waar ze overigens nooit uit vertrokken zijn, maar wat we wel geloofden dat mogelijk was. Dus door dat geloof terug te nemen en te zien dat er in werkelijkheid niets gebeurt is en dat eenheid alleen mogelijk is in de denkgeest en er alleen denkgeest is en wij niet onze projecties zijn.

En wat zal dit dan betekenen voor de ‘vrijheid van meningsuiting’?
Deze vraag, dit idee zal gewoon verdwijnen, omdat het een overbodige vraag is geworden.
Immers als we terugkeren naar onze bron, dan zien we de werkelijke Eenheid, die van de Geest weer. Alle bedachte grenzen verdwijnen dan eenvoudig vanzelf en wie heeft dan nog behoefte aan ‘vrijheid van meningsuiting’, welke ‘mening’ wil dan nog geuit worden, laat staan verdedigd?

Alleen het zeker weten Liefde te zijn en dat hoeft niet geuit te worden dat IS er gewoon en zal vanzelf zich uitbreiden omdat het simpelweg herkent wordt door de hele ene Denkgeest, die zich weer zijn natuurlijke staat herinnert.
En dat kan zich uiten, zolang we onszelf hier nog in een wereld zien en ‘ervaren’, terwijl we ontwaken uit de droom van afscheiding, via al onze projecties, die nu getuigen van de nu weer zichtbare achterliggende natuurlijke wens tot Eenheid, ook al ziet het er als droombeeld nog hetzelfde uit. Dat is de betekenis van de metafoor van ‘Christus zien in al je broeders’, en dat is niet iets wat je ‘doet’, dat is het logische gevolg van het ons weer herinneren van wat we ZIJN, Geest.

‘Vrijheid van meningsuiting’ kan dus een symbool zijn van de egodenkgeest wens tot afscheiding die bevochten en verdedigd moet worden, of een symbool voor Heilige Geest en dan alleen nog maar gezien als een kans om terug te herinneren in Eenheid in Liefde. Door te zien dat er niets gebeurt is, en onze vergissingen te vergeven, waarna ze simpelweg oplossen in het ‘niets’, wat ze ook al waren.

Ik had dus kunnen volstaan met deze laatste alinea, want dat is het enige wat er aan de hand is.
Maar misschien zijn al die woorden toch een beetje behulpzaam, voor mij in ieder geval wel…

%d bloggers liken dit: