archiveren

Dagelijks archief: januari 13, 2015

Voordat ik het ga hebben over waar ik het over wil hebben, hoewel ik dat eigenlijk helemaal nog niet zo precies weet, en pas door krijg al schrijvende, wil ik toch even benadrukken dat wat ik schrijf uit de schijnbaar ‘mijn’ bewust, ervarende denkgeest stroom komt.
En dat ‘mijn’ voelt niet als ik Annelies een individueel lichaam, maar als een grenzeloos ‘iets’ wat de ‘mij’ als een soort aftakking van de altijd ene denkgeest, gebruikt als doorgeefkanaal.
Zoals, even symbolisch uitgedrukt, alle rivieren met al hun aftakkingen en vertakkingen, hoe groot of klein ook altijd nog in verbinding staan met hun bron.
Zo ook staan dus ook alle schijnbaar afzonderlijke denkgeest vertakkingen nog steeds in verbinding met hun ene bron de ene denkgeest en zijn er dus een afspiegeling van, ze zijn in wezen één en hetzelfde.
Zo ervaar ik dat en zo wordt daar ook uitdrukking aan gegeven middels de stukjes die ik schrijf. En daarmee beschrijf ik wat ik ervaar vanuit de denkgeest als bron en niet het lichaam als bron.
Want het lichaam (de wereld) is alleen maar de uiterlijke weergave, van een innerlijke toestand (T21.In.1:5).

Als ik ‘ik’ schrijf, bedoel ik dus ‘ik denkgeest’, en besef dan ook dat het ‘ikje’ in die combinatie een zich uitdrukkende stukje denkgeest is, wat uitdrukking probeert te geven aan het feit dat er alleen maar Eenheid is en dat afscheiding, dus individuen en individuele dingen en situaties niet werkelijk kunnen bestaan.
En dat gebeurt, zo ervaar ik dat in dialoogvorm binnen de ene denkgeest, de tot waarnemen in staat zijnde denkgeest in dialoog met zowel de egokant als de HG kant van de ene denkgeest.

En eigenlijk lijkt dat onmogelijk, omdat woorden zich op het denkgeest gebied van de zich als afgescheiden voordoende egodenkgeest bevinden.
Maar omdat afscheiding in de werkelijkheid die EEN is onmogelijk is, kan het schijnbaar afzonderlijke stukje denkgeest dat zich herinnert Een te zijn, de keuze maken de vergissing, van afgescheiden denken te kunnen zijn, terugdraaien en zichzelf terugherinneren in Eenheid.
Dit schept de behulpzame mogelijkheid tot het voeren van dialogen in de ene denkgeest.
Deze dialogen binnen de ene denkgeest kunnen er ook uitzien als een dialoog met iemand die je vertrouwd die schijnbaar toevallig of op uitnodiging op je pad komt en dan eigenlijk, zoals hierboven beschreven, de uiterlijke weergave, van een innerlijke toestand is. Het maakt dus niet uit hoe die innerlijke denkgeest dialoog, want dat blijft het altijd, zich manifesteert. De innerlijke denkgeest dialoog is altijd beschikbaar op ieder moment dat ik bereid ben deze te voeren en totaal niet afhankelijk van ‘iets’ of ‘iemand’ buiten mij, want er is geen ‘buiten mij’.
Mocht je deze innerlijke dialoog lastig vinden, omdat je ‘tegen jezelf’ praten lastig vindt, omdat je nog niet aan het idee gewend bent dat er nooit iemand buiten je is, en alles zich alleen maar altijd in de ene denkgeest afspeelt, dan kan je daar een symbool voor nemen, zoals bijvoorbeeld ‘Jezus’, ‘Heilige Geest’, of een ander symbool dat voor jou voor oordeelloosheid en liefde staat.

Dit alles maakt geen enkele kans zolang ik me blijf identificeren met een lichaam, dingen en situaties.
Want het zijn twee totaal tegenovergesteld botsende denksystemen.
Dus of het een is waar of het andere, of ik ben een lichaam, of ik ben denkgeest.
Ik kan geen lichaam zijn met een denkgeest. Ik kan dat wel geloven natuurlijk net zoals ik kan geloven een lichaam te zijn met een brein dat kan denken.
‘Geloof’ is immers dat wat deze wereld ‘echt’ doet lijken.
En dat mag natuurlijk, maar dan loop ik onvermijdelijk volledig hopeloos vast in het denksysteem van ECIW, dat ervan uitgaat dat we niet een lichaam zijn maar denkgeest.
Ook al zal de egokant van onze denkgeest er alles aan doen dit wel voor elkaar te krijgen door bijvoorbeeld simpelweg de Cursus aan te passen, zodat het wel lijkt te passen. Ik denk dan, doe dan de Cursus gewoon niet, dan is deze niet het geschikte pad voor jou, maar ja de egodenkgeest is nu eenmaal enorm masochistisch van aard en kiest ook dan weer voor lijden.
Je kan niet de Waarheid in de onwaarheid proppen, en dan blij zeggen ‘ja hoor, past precies, kijk maar’, ik heb gelijk. Oftewel symbolisch uitgedrukt, je kan Jezus, de Heilige Geest of God niet in de illusie brengen. En ja, dat is nu precies wat de zichzelf schijnbaar afgescheiden denkgeest steeds maar weer probeert; de waarheid te integreren in de onwaarheid en kost wat kost gelijk wil hebben daarin en daarvoor zijn totale ware aard; ‘Geluk’ voor opgeeft en daarvoor in de plaats voor zonde, schuld en angst kiest met als gevolg een schier eindeloze lijdensweg.
Dat is wat de Cursus bedoelt met ‘wil je gelijk hebben of gelukkig zijn’:

‘Zoek niet buiten jezelf. Want al je pijn komt simpelweg voort uit een vruchteloze speurtocht naar wat je wilt, waarbij je hardnekkig volhoudt te weten waar dat te vinden is. En wat als het daar niet is? Wil je liever gelijk hebben of gelukkig zijn? Wees blij dat jou gezegd is waar het geluk woont, en zoek niet langer elders. Je zult falen. Maar het is je gegeven de waarheid te kennen, en er niet buiten jouzelf naar te zoeken’ (T29.VII.1:6-12).

Als je niet voor Liefde kiest, dat wat we zijn, kan er alleen maar voor het tegenovergestelde van Liefde gekozen worden en dat is angst voortkomend uit de schuld die wordt gevoeld van wegen het toch proberen wat niet mogelijk is, namelijk afscheiden van Eenheid. En ja dit moet natuurlijk verborgen blijven, want als je dit als waarnemende denkgeest ziet, dan kan je alleen maar je in verbijstering afvragen ‘WAAROM”!!??
En er is geen ‘waarom’, want dat wat onmogelijk is kan dus nooit werkelijk hebben plaatsgevonden:

‘Niets werkelijks kan bedreigd worden.
Niets onwerkelijks bestaat.
Hierin ligt de vrede van God’ (In2:2-4).

En na de onmogelijke ‘waarom’ vraag blijft dan misschien de bereidwillige vaststelling over: ‘er moet een andere weg zijn’ (Vw.vii)

Dit voelt wel weer als genoeg voor één dialoog. En dat waar ik dacht dat ik het over wilde hebben, daar ging het niet over, maar ik heb het gevoel dat dat in een volgende dialoog aan bod komt.

%d bloggers liken dit: