archiveren

Tagarchief: symbolen

Het wordt mij steeds duidelijker getoond dat mijn ego symbolen voor liefde, die als afleiding en substituut voor de Liefde van God zijn opgeworpen, eerst heel eerlijk en duidelijk onder ogen moet worden gezien, voordat ze kunnen oplossen in Ware Vergeving. En dan natuurlijk ‘aan de hand’ van Jezus/Heilige Geest voor mij de symbolen voor de verbinding terug naar de Liefde van God. Doe ik dit ‘aan de hand’ van ego (angst), dan zal de weerstand om eerlijk te kijken gewoon te groot zijn. En het is heel behulpzaam te gaan leren herkennen wanneer ik toch de hand van ego vastpak, en hier eerlijk naar te leren kijken. Gewoon te kijken naar dat wat er op dat moment is en er niet iets anders van te maken, wat mij beter uitkomt, wat weer niets anders is dan weer kiezen voor weerstand, voor angst, dus voor ego.

In de praktijk komt het er dan op neer dat juist mijn symbolen die ik als substituut voor mijn werkelijke Bron heb opgeworpen, de symbolen zijn die mij in de droom het meest nabij lijken te staan. Dus bijvoorbeeld ouders, kinderen, partner, familie, vrienden en niet te vergeten mezelf. Het is niet zo moeilijk om mijn speciale liefde in deze speciale relaties te herkennen, maar het is verdomd lastig de speciale haat te willen herkennen, zien en erkennen.
En toch is dat nodig hier heel eerlijk in te zijn. In de wereld van de droom heerst de dualiteit, en deze bevat zowel speciale liefde, als de andere zijde van de ego medaille, de tegenhanger van speciale liefde, speciale haat. Beide moeten eerst eerlijk onder ogen worden gezien.

Kijk ik hier opnieuw met het ego naar dan is er opnieuw een gevoel van afschuw, wat weer opnieuw nog meer afschuw en weerstand oproept, want de ego denkgeest kan alleen maar zonde, schuld en angst herkennen en projecteren.
Vechten tegen deze gevoelens van afschuw, haat en woede, versterkt het alleen maar en zorgt voor een nog verder wegzakken in haat. Daar is geen uitweg uit als ik dit met het ego (zonde, schuld en angst) blijf bevechten.

Ben ik bereid hier met J/HG naar te kijken, met mijn Juist gerichte denkgeest, dán is er een uitweg.
En daar is behalve bereidheid dit te willen, ook de bereidheid voor nodig oordeelloos eerlijk te kijken naar dat wat er is:  bijvoorbeeld, ja, ik haat mijn moeder, ja, die en die voorheen vriendschappelijke relatie irriteert mij nu ineens bovenmatig, en vooral mijn zelfhaat is enorm. Dat is eerlijk kijken, zonder identificatie ermee, zonder het persoonlijk te maken. En dat is niet erg als ik mezelf dat toch weer zie doen, maar gewoon een vergissing en het geloof een lichaam te zijn te midden van andere lichamen, in plaats van te willen herinneren denkgeest te zijn en wel één denkgeest welke alles en iedereen zonder uitzondering omvat.

Alleen als ik bereid ben hier eerlijk naar te kijken, precies zoals ik het heb opgezet, geprojecteerd en het doel erken, namelijk mijn wil om in afscheiding te blijven, en bereid ben te zien dat het niets maar dan ook niets heeft te maken met de projecties, dus een lastige moeder, of een andere lastige verbinding, (herinner je les 5, Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk), dan pas zal Ware Vergeving werken.

Dat betekent ook dat ik elke uitkomst elke verwachting die mij het beste lijkt in de vorm mag laten varen en ik me gewoon kan laten vallen in dat wat is, aan de hand van HG/J, of een ander symbool dat voor mij staat voor de onvoorwaardelijke Liefde van God, in het vertrouwen dat ik niet weet wat het meest liefdevol is in enige situatie of relatie.

Het ‘doen’ speelt zich niet af in het vervolgens dan toch zelf veranderen van wat zich in de vorm, de wereld, in mijn relaties afspeelt, maar in de denkgeest. En dat ‘doen’, bestaat uit de bereidheid om eerlijk te kijken naar al mijn gedachten, tijdens het ervaren, en deze over te dragen aan HG/J, ‘mijn’ Juist gerichte denkgeest, daar opnieuw de keuze maken, nu heel bewust, voor Vergeving.

Let wel dit betekent niet dat ik me moet terugtrekken uit de wereld en niets meer moet doen. Ik heb het verhaal nog steeds nodig zolang ik hier ‘ervaar’, alleen het verhaal krijgt nu een andere functie, dat is het enige verschil.

Ik viel als een blok voor een prachtige ‘van boven af gezien’ afbeelding van 140 x 200 van Manhattan.
Was er zelfs door ontroerd. Eerst dacht ik doordat onze zoon en schoondochter daar sinds bijna 2 jaar wonen, maar een dag later bleek het iets anders te zijn wat onder die emotie verscholen lag, (Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk, les 5).
Ik keek naar de afbeelding en voelde een enorme emotie van vrijheid, ik voelde me als het ware boven de chaos, het slagveld uitgetild.
En elke keer als ik de afbeelding nu zie, en dat is altijd, want daar valt niet aan te ontkomen, is deze afbeelding nu een symbool voor de herinnering dat ik als denkgeest altijd naar mijn eigen projecties kan kijken, als het ware vanuit helikopter view, van boven het slagveld en ik dus niet mijn projecties ben.

Het is echt prachtig hoe zo’n helikopter view foto aan de muur mij helpt te herinneren, steeds vanuit dat standpunt, vanuit denkgeest view te kijken.
En dan zie ik mijzelf en alle anderen mijn eigen egogedachten projecties uitvoeren en spelen, in een soort versnelde afspeel modus. En ik zie dat het allemaal alleen maar een wegvluchten is in de chaotische doolhof projecties (symbool, de straten van NYC) ten einde te ‘vergeten’ dat ik het lichaam dat niet ben en doe, maar denkgeest.
Ik voel dat ik opnieuw een sluier van serieusheid heb laten vallen en dat ik ook in de aanwezigheid van mijn speciale relatie projecties, mijn vrolijkheid en vreugde mag tonen, zonder het gevaar een blissninny te worden, die alles maar onder het vloerkleedje van rozewolkerigheid veegt. Wat ook maar niets anders is dan een angst gedachte geprojecteerd door mij als denkgeest.
Ware inleving is niet mee gaan in de ellende projecties van anderen, maar onder leiding van HG/J precies dat ‘geven’ wat de ander denkt en gelooft nodig te hebben, en als dat mijn vreugde, blijheid en optimisme is, dan geef ik dat met liefde. Ik weet immers van niets de bedoeling.
Afstemmen op de HG kant van de denkgeest is het enige wat ik hoef te doen, de rest zal volgen.

De lichtheid neemt toe…

20150917_200913

Gelukkig zijn!, vrolijk zijn!, aardig zijn!, riep mijn vader altijd als ik weer eens niet geluk en vrolijkheid uitstraalde…
Een uitspraak die mij altijd wit-heet maakte.
Tot mijn pubertijd was ik een vrolijk meisje dat bijna dagelijks wel een keer de slappe lach had samen met mijn vriendinnetjes. Ik lachte gewoon alles weg wat me dwars zat en dat werkte best goed.

Totdat de hormonen toesloegen, een heel effectieve projectie van de egodenkgeest die zich ook steeds sterker ontwikkelde ten einde de verdwaalde denkgeest vooral nog dieper in de egodenkgeest te verankeren.
En dat lukte heel goed, ik trok een sluier van somberheid over me heen, en alles leek ineens donker,  moeizaam en een groot gevecht. Ik werd, zeg maar behoorlijk gothic, met een donker spiritueel tintje. Donkere mystiek trok mijn aandacht, was dol op kerkhoven, en orgel spelen in een donkere kerk, waar de vleermuizen rondvlogen.
Ik had dag en nacht onbeperkte toegang tot de kerk, omdat ik op m’n 15de al een kinderkerkkoortje leidde en ik had diepe filosofische gesprekken met de pastoor. Hij begreep mij ten minste en had aandacht en tijd voor mij… dacht ik… Dit in tegenstelling tot mijn ouders… dacht ik…
Kortom ik leefde in een hormonen mist en was daardoor erg kwetsbaar en zeer makkelijk beïnvloedbaar, tenminste zolang het in mijn sombere, romantische, spirituele gothic plaatje paste…
En alles wat maar positieviteit en geluk uitstraalde maakte me dus wit-heet.
Ik zal de details van waar die kwetsbaarheid, makkelijke beïnvloedbaarheid en neiging tot zelfvernietiging toe leidde verder niet vermelden, want het zijn uiteindelijk maar verhalen en zoals de Cursus mij heeft geleerd nooit de reden waarom ik in onvrede ben.
Bovendien heb ik gemerkt hebben verhalen de neiging om te blijven hangen in de (ego)denkgeest, terwijl de oorzaak, waar ik nu juist de aandacht op wil richten, vaak ‘vergeten’ wordt, begraven onder het verhaal.
En dat is nu juist waarvan ik nu juist wil dat het blijft hangen.
Mijn doel met dit stukje is, te laten zien dat ECIW ons ontmoet waar we denken te zijn en al onze talenten, precies dat wat we denken en geloven te zijn en alles wat we doen in ons leven, leert te her-gebruiken, nu niet meer onder leiding van de egokant van de denkgeest, maar onder leiding van onze HG kant van de denkgeest die nog steeds onveranderlijk in verbinding staat met wat we in werkelijkheid ZIJN en ons zodoende kan helpen terug te keren in Waarheid.
ECIW leert ons, onze waarnemende/keuzemakende denkgeest positie in te nemen, zodat we bewust worden van wat we denken, projecteren en vervolgens geloven en leren opnieuw te kunnen kiezen.

Vanachter mijn sombere sluier probeerde ik ondertussen wanhopig gelukkig te worden, wat natuurlijk niet lukte, want achteraf is de zelfsabotage natuurlijk heel duidelijk en ik bereikte dus alleen maar het tegenovergestelde van geluk en ik zag niet dat ik mijzelf saboteerde. En eigenlijk precies bereikte wat ik echt leek te wensen, namelijk zo ongelukkig mogelijk worden.
Als ik me weer eens op een nieuw project had gestort en het doel bereikt had was het resultaat niet geluk, of blijheid, trots dat ik het gehaald had, maar juist een onverklaarbare somberheid en moedeloosheid en een terughollend zelfvertrouwen.
Ik kreeg precies wat ik wenste, alleen had ik niet door dát ik dat wenste.

Ik probeerde geluk te vinden in allerlei voor de hand liggende vormen, zoals eten, lezen, veel lezen, pianospelen, dagdromen, om de haverklap verliefd worden en zwijmelen in romantiek, allerlei spirituele paden uitproberen, maar niets van dit alles werkte echt. Het duurde altijd maar even en het had bijna altijd ook een zeer negatieve tegenkant.
Want zo gaat dat in de dualiteit leerde ik veel later.

Pas toen  in 1999 de Cursus op mijn pad tegenkwam kwam er een keerpunt-gevoel.
Ik had mijn missing link gevonden.
Niet dat de sluier toen in één keer optrok, nee integendeel het ergste moest nog komen, maar ik had nu eindelijk m’n anker terug gevonden en ik besloot meteen al in het begin toen ik met ECIW aan de gang ging, om dat ‘anker’, die ‘hand’, nooit meer los te laten.

Mijn mezelf aangeleerde negatieviteit en depressieve somberheid bleek nu een geschenk te zijn, want ik leerde dat het niet fout was of verkeerd, of zondig, maar slechts een vergissing, ‘een nietig dwaas idee’, dat ik kon laten omzetten middels Ware Vergeving met als doel werkelijk de uitgang te vinden uit lijden en angst.
Ik heb dus eigenlijk nooit weerstand gevoeld tegen de leerweg van ECIW,  want ik had meteen het gevoel van ‘dat is het, dat is wat ik steeds over het hoofd heb gezien en ben vergeten’, maar natuurlijk kwam ik wel weerstand tegen bij het eerlijk onder ogen leren zien van al mijn zelfbedachte verdedigingen tegen Waarheid. Ik was sowieso altijd al geneigd mijzelf overal de schuld van te geven, dus ik heb nooit ECIW de schuld gegeven van als het even niet leek te werken.
Langzaam aan zag ik alles, elke gedachte + projectie, veranderen in leermateriaal, vergevingsmateriaal en vergevingskansen.
Ik leerde dat ik inderdaad nooit onvrede voel om de reden die ik denk (les 5) en dat ik ook hiervoor in de plaats ook vrede zou kunnen zien (les 34).
En ook dat ik anderen of iets buiten mij niet hoef te gebruiken om geluk te vinden. Er is niets buiten mij de denkgeest en ik ben verantwoordelijk voor al mijn gedachten + projecties.
Ik leerde ‘anderen’, ‘dingen’ en ‘situaties’ als symbolen, als spiegels te zien waarin ik mijn eigen gedachten + projecties terug gespiegeld zag.
Kortom mijn hele tot dan toe leven, kreeg een totaal andere functie, het zoeken stopte en het terug herinneren begon.
Naast ECIW zelf, was en is Kenneth Wapnick voor mij dé leraar.

Nu herken ik steeds vaker Geluk, niet het geluk waarvan ik vroeger dacht dat het geluk was, dus afhankelijk van anderen, dingen en situaties. Het is een simpel, onveranderlijk, natuurlijk geluk, dat neutraal is, zonder pieken of dalen, gewoon een natuurlijk gevoel. En nee ik ervaar het niet als ‘saai’, maar als dat wat IS en daar valt verder niets over te zeggen. Het is simpel weg dat wat overblijft als zonde, schuld en angst verdwenen zijn.
Dit sterkt mij om te blijven oefenen en alles wat ik ervaar in mijn script (leven) als klas als leermateriaal wat aan het licht mag komen om als vergevingskans te dienen.

En ik zie nu de betekenis van dat ECIW ons ontmoet waar we denken te zijn. Alles wat ik heb ervaren, hoe vreselijk en beschamend de ervaring ook leek te zijn, het is allemaal niet voor niets geweest, laat staan beladen met zonde, schuld en angst, het heeft een totaal andere functie gekregen en zet mij op het pad van het doen terug herinneren in Waarheid, in God, in Liefde.

Dus, ja pa, Gelukkig zijn is mijn natuurlijke staat, ik kan me voorstellen dat dat je diepste wens was voor mij, zoals een vader dat wenst voor zijn kind, wat dan weer symbool staat voor wat ‘God’ voor zijn ‘Zoon’ , ons dus, wenst, dank je!

De egodenkgeest kant van de ene denkgeest, de illusoire kant dus, ziet alles op z’n kop.
Ik zie dan als symbool daarvoor zo’n ouderwetse camera voor me, die je voor je borst hield en als je dan door de lens keek zag je het beeld wat je wilde fotograferen op z’n kop.
Zo zet de egodenkgeest alles wat Waarheid is op z’n kop en denken we en projecteren we precies het tegenovergestelde van wat onze Werkelijke gedachten zijn.
Onze Werkelijke gedachten vertegenwoordigen Eenheid, Waarheid, Werkelijkheid, Onveranderlijkheid, non-dualisme, Liefde, God (allemaal woorden voor hetzelfde, te gebruiken naar keuze).
Dus bijvoorbeeld de Werkelijke gedachte ‘Eenheid’, wordt door de onwerkelijke egodenkgeest omgekeerd naar ‘tweeheid’. Het wordt dan ook ineens een woord, het omkeren wordt ook meteen geprojecteerd en verschijnt nu als woord.
‘In den beginne was het (ego)woord)’, en meteen schiep, projecteerde (ego)god de wereld. En dan zien we meteen dat ook God omgekeerd wordt naar god.
Een van mij afgescheiden god, precies het tegenovergestelde van God die staat voor Onveranderlijke Eenheid, en van niets weet, en die ook geen enkele behoefte heeft iets te moeten weten, laat staan bedenken en maken, want waarom zou dat gewild worden als alles volmaakt en Eén IS?
Zie daar het ontstaan van de wereld, het universum en alle vormen, allemaal geschapen door (ego)god en dus het totaal tegenovergestelde van de God van Eenheid.
En omdat dit hele nietig dwaze idee onmogelijk is, want Eén blijft Eén, is en blijft het een illusie, die alleen mogelijk lijkt door mijn geloof erin.

En dat dat zo is bewijst de wereld zelf, dat wat de ogen zien, komt voort uit de gedachte, de geconditioneerde gedachte die in afscheiding gelooft, die erachter zit. De ogen zien niet zelf, de denkgeest kijkt en interpreteert zoals deze is geconditioneerd.
Dus de wereld zoals wij die DENKEN te zien is niet wat het lijkt. Het is precies het omgekeerde van wat het probeert te verbergen, te vergeten en te ontkennen, namelijk dat we onveranderlijke Geest zijn.
Die gedachte is nu de vijand en moet koste wat kost verborgen blijven en de wereld die de egodenkgeest-god heeft gemaakt moet nu verdedigd worden.
Deze omgekeerde god wordt nu aanbeden en is precies het tegenovergestelde van Liefde, namelijk angst.
En wat kan deze illusoire egogod anders projecteren dan angst? En in deze wereld van dualisme, van afgescheidenheid, van angst, zijn wij, de ‘ene Zoon van God’ , die in werkelijkheid alleen maar Liefde kan uitbreiden, ineens het omgekeerde daarvan geworden, een heleboel illusoire afzonderlijke afgescheiden ‘zonen van god’, geboren uit angst, die sidderen voor deze god van angst en zich bovendien zondig en schuldig voelen, omdat ze nooit aan de eisen van deze haatvolle god kunnen voldoen. Deze god die het prachtig lijkt te vinden om dood en verderf te zaaien en alles en iedereen tegen elkaar op lijkt te zetten, en niet genoeg kan krijgen van deze onmogelijke cyclus van geboorte en dood.

En het is niet waar, het kan niet waar zijn.
Het is slechts een ziek verzinsel van de denkgeest die gelooft in afscheiding en dat wat Waar is omkeert.
De wereld zoals wij die denken te zien laat dus precies het tegenovergestelde zien van wat we in werkelijkheid ZIJN.
Wij geloven dat we een lichaam zijn, we geloven dat er andere lichamen zijn, dieren, planten, mineralen, water, lucht, dingen en ondertussen zijn het projecties vanuit de ‘op z’n kop’ gedachte, gedacht door de denkgeest, dat het mogelijk en wenselijk is afgescheiden te zijn van Eenheid, van God, van Liefde. En we denken en geloven dat dat wat we nu zien de werkelijkheid is, terwijl het alleen maar symbolen zijn van een onmogelijke, onwerkelijke gedachte, de totale ontkenning en omkering van wat onze Werkelijkheid IS.

Waar ECIW ons bij helpt is deze zieke omkering weer recht te zetten.
ECIW is het symbool (een van de vele) voor de herinnering aan wat we werkelijk ZIJN.
En daarbij gebruikt het alles wat wij (de denkgeest) op z’n kop hebben gezet en als zodanig denken te zien en aan hebben genomen als waarheid. Daardoor wordt ons dagelijkse leven zoals we dat beleven en ervaren ‘omkeer-materiaal’, in Cursus taal ‘vergevingsmateriaal’.

Dus als ik ervaar als lichaam, dat ik wordt aangevallen door een ander lichaam, of dat er nu uitziet als een lichte irritatie, belediging of een moordaanslag of wat voor conflict dan ook, dan ervaar ik alleen maar wat onmogelijk is, namelijk dat ik me afgescheiden heb van Eenheid. En omdat het onmogelijk is, maar toch lijkt te gebeuren noemen we dat een droom of een illusie.
En het beeld dus precies het tegenovergestelde uit van de Werkelijkheid, namelijk dat alles alleen maar Een kan zijn, geen tegengestelde kent en alleen maar Liefde kan zijn.

ECIW leert mij, denkgeest, dus totaal anders naar mijzelf, anderen, de wereld en alles wat lijkt te gebeuren in die wereld, te kijken en het alleen nog maar als vergevingskans en vergevingsmateriaal te zien, oftewel, als omkeer- terugkeermateriaal te zien.
Mijn leven met al mijn ervaringen krijgt daardoor een totaal omgekeerde functie.

De denkgeest ontwaakt dan langzaamaan uit zijn krankzinnige droom van ‘op z’n kop’ zien en herinnert zich weer dat hij denkgeest is, die dit alles verzonnen heeft.
Ik neem mijn plaats als denkgeest weer in, nu heel bewust, want ik weet nu dat ik niet een lichaam ben, maar denkgeest die nu als waarnemende en keuzemakende denkgeest in elke (droom, illusoire) situatie opnieuw de keuze kan maken, tussen denken vanuit egodenkgeest, vanuit afscheiding dus, of vanuit Heilige Geest denkgeest, vanuit de herinnering aan Eenheid.
En zolang ik nog ervaar hier in deze wereld rond te lopen, zal de wereld een gelukkige droom zijn, niet omdat de ‘op z’n kop’ droom nu ineens een prettige vorm krijgt, zoals misschien een baan krijgen, een mooier huis, auto, meer geld, gezondheid, betere relaties enz., maar omdat ik nu vanuit Heilige Geest denkgeest kijk en ervaar, vanuit mijn Juist-gerichte denkgeest, die zich Herinnert, en in alles nu de Onveranderlijke Liefde zie, die eerst verborgen leek door alle wereldse vormen. De Cursus noemt dat de Christus in al mijn broeders zien.

lapis lazuli was het hoofdsymbool in mijn droom vannacht.
En ik werd wakker met het diepe besef dat niet de steen zelf het symbool is, want er is geen steen, maar mijn gedachten die de symboliek gebruikt om te helen, in de zin van ‘HG (kant van de denkgeest) kan alles, elke symbolische gedachte, gebruiken, mits je het hem toevertrouwt’.
Niet de steen zelf, op zich als ding, is het symbool, want er is geen steen, er is alleen een gedachte, een projectie. Een projectie is geen echt ding, maar een gedachte die zichtbaar wordt als een hallucinatie, niet als vast ding, gezien door ogen en een lichaam die zelf immers ook een hallucinatie zijn. Dat is wat magie gebruiken voor genezing betekent. Echter niet de steen is magisch, want er is geen steen, maar de gedachte, de symboliek. Er zijn geen magische stenen of wat voor magische/heilige voorwerpen dan ook, maar magische gedachten, alles is gedachte.

Denk ik dit vanuit egodenkgeest dan denk ik dat de steen een steen is, los van mij, het lichaam ‘Annelies’, wat immers ook een hallucinatie is en een symbool. Denk ik vanuit mijn HG kant van de denkgeest dan wordt de gedachte, niet de steen dus, maar de gedachte als symbool voor genezing gebruikt, via het ook symbool ‘Annelies’. Niet de steen werkt dan als genezend middel, maar de gedachte, via de denkgeest ‘Annelies’, die geen ziekte ziet, geen lichaam, en geen steen, afscheiding dus, maar Eenheid en Heelheid. Het is een 100% volledig denkgeest gebeuren, omdat er niets anders is dan dat.
De vorm die de magie, de hallucinatie lijkt aan te nemen doet er niet toe, het zal altijd iets zijn wat zich in mijn denkgeest bevindt als voorkeur, maar wat wel uitmaakt is vanuit welke denkgeest kant gebruik ik (denkgeest niet het lichaam ‘Annelies’) de hallucinatie als symbool.
Lapis Lazuli en de kleur kobalt/koningsblauw is een lievelingshallucinatie en symbool van mij als denkgeest, niet als lichaam.

Dus de extra verschuiving en verdieping is, dat de gedachte verschuiving van ‘ik mag best een lapis lazuli gebruiken om mee te genezen als symbool’, naar er is helemaal geen steen, er is alleen een hallucinatie en die hallucinatie kan ik laten gebruiken als symbool door mijn egokant of mijn HG kant van de denkgeest.
Er is dus een verdere losmaking van het geloof in het bestaan van dingen, voorwerpen, lichamen enz. en een steeds meer alles zien als slechts een hallucinatie. En het zien dat die hallucinaties kunnen worden her-gebruikt als symbool voor genezing.

Het is eigenlijk precies zo als in de slaapdroom. Het komt niet in mij op te geloven dat de lapis lazuli in mijn droom ‘echt’ is, ik zie het als vanzelfsprekend als een denkbeeld, een hallucinatie, een symbool. En precies zo is het in onze dagelijkse ‘dagdroom’. Ook daar zijn het slechts beelden, hallucinaties, die gezien en gebruikt kunnen worden door mijn egodenkgeest kant of mijn HG Denkgeeest kant van de denkgeest, het blijft denkgeest altijd, dromen blijven dromen.
Dit blog is ook niet een ‘echt’ blog bericht, maar een hallucinatie, een symbool, zoals alles wat we denken te zien.
En ik, de waarnemende/keuzemakende denkgeest, geef er betekenis aan via het door mij gekozen denksysteem; ego of HG.
Kortom alles, niet alleen bepaalde speciale door speciale middelen opgeroepen trips, zijn een hallucinatie, een symbool. Het ego in z’n geheel is een hallucinerende drug, waar we allemaal aan verslaafd zijn meer is het niet, ook niet minder.
Heb mooie hallucinaties vandaag, prachtige symbolen voor Heling als ik ze als zodanig wil zien, terugneem, vergeven en via mijn HG kant van de denkgeest laat her-gebruiken.

Waarom heb ik ergens een aversie tegen, waar komt dat vandaan?
Waar komen die gevoelens, die emoties vandaan, wat is de functie ervan?

Het zijn gevoelens van afscheiding, afkomstig van de egodenkgeest kant van de denkgeest, die zich manifesteren als gevoelens, emoties, die dan een naam moeten krijgen, zodat ze een bestaansreden krijgen , een verklaring, een doel, zodat de bron namelijk de wil tot afscheiden van Waarheid, van Eenheid, van Liefde, van God, die (de wil tot afscheiden) zich aan de egodenkgeest kant van de denkgeest bevindt, afgedekt en verborgen blijft.
Zodra we als er iets diep geraakt wordt, als de essentie van wat wij werkelijk zijn geraakt wordt, dan wordt dat door het egomechanisme ‘angst’ die als verdediging dient tegen Waarheid, onmiddellijk geprojecteerd, naar buiten.
Nu wordt de oorzaak gelegd buiten de denkgeest in een vorm, die een naam krijgt en daardoor ‘bestaansrecht’.
En dat doet me denken aan deze bekende tekst in de Cursus:

‘Laten we echter niet vergeten: woorden zijn slechts symbolen van symbolen. Ze zijn daarom dubbel van de werkelijkheid verwijderd’ (H21.1:9-10).

Er is nu iets of iemand buiten mij met een naam of omschrijving, inclusief een ‘ik’ die zichzelf nu ook als lichaam ziet met een naam, die de oorzaak en het gevolg zijn van de aversie of welke gewaarwording dan ook.

ECIW zegt dit heel mooi in les 184.
Ik zal een klein stukje hier plakken, maar het is de moeite waard deze les even helemaal erbij te pakken en te lezen:

‘Je leeft aan de hand van symbolen. Je hebt namen bedacht voor alles wat jij ziet. Elk ding wordt een afzonderlijke entiteit, die jij identificeert met behulp van zijn eigen naam. Daarmee houw je het uit de eenheid los.
Daarmee markeer je zijn bijzondere kenmerken en zonder je het van andere
dingen af door de ruimte eromheen te benadrukken. Deze ruimte zet jij tussen alle dingen die je elk van een andere naam voorziet, alle gebeurtenissen die je uitdrukt in termen van plaats en tijd, alle lichamen die je met een naam begroet.
Deze ruimte die je ziet als iets dat alle dingen uit elkaar houdt, is de manier waarop de waarneming van de wereld wordt verkregen. Je ziet iets waar niets is, en ziet tegelijk niets waar eenheid is: een ruimte tussen alle dingen, tussen alle dingen en jou. Zo denk je dat je in afscheiding leven hebt geschonken. Door deze splitsing denk je dat daarmee vaststaat dat jij een eenheid bent die functioneert met een onafhankelijke wil.
Wat zijn toch deze namen waardoor de wereld een reeks wordt van onsamenhangende gebeurtenissen, van onverenigde dingen, van lichamen
die apart worden gehouden en die elk een stukje denkgeest als een afzonderlijk bewustzijn bevatten? Jij hebt ze deze namen gegeven en bracht waarneming tot stand zoals jij wenste dat waarneming was. Het naamloze werd naam gegeven en zo werd er ook werkelijkheid aan verleend. Want wat benoemd wordt krijgt betekenis en zal vervolgens als betekenisvol worden gezien: een oorzaak van een werkelijk gevolg, met consequenties die daar inherent aan zijn’ (WdI.184.1,2,3) ev.

Maar natuurlijk gooit de Cursus nooit het kind weg met het badwater.
Iets wat de egodenkgeest kant van de denkgeest wel meteen wil doen, wederom als verdediging tegen Waarheid.
De Cursus ontmoet ons waar wij denken te zijn, en die wij begrijpen, in een wereld van mensen, dingen, en situaties die allemaal een naam hebben en daardoor een autonome betekenis hebben gekregen zo geloven wij.
ECIW laat ons zien, als we dat willen zien, want het gedachtegoed van ECIW vertegenwoordigt onze Juist-gerichte kant (HG) van de denkgeest, dat we hetzelfde afscheidingsmateriaal, kunnen laten her-gebruiken en ons weer kan helpen terugherinneren in Waarheid.

‘Het zou inderdaad vreemd zijn als je gevraagd werd aan alle symbolen van de wereld voorbij te gaan en ze voor altijd te vergeten, en jou toch werd gevraagd een onderwijzende functie op je te nemen. Het is voor jou nodig de symbolen van de wereld een tijdje te gebruiken. Maar laat je er niet tevens door misleiden. Ze staan helemaal nergens voor, en tijdens je oefeningen is het deze gedachte die jou ervan zal bevrijden. Ze worden slechts middelen waardoor je kunt communiceren op een manier die de wereld begrijpen kan, maar waarvan jij inziet dat het niet de eenheid is
waar ware communicatie kan worden gevonden’ (WdI.184.9:1-5).

En ik laat me niet misleiden door het woord ‘onderwijzen’, dat is niet een speciale functie, zoals de egokant van de denkgeest geloofd. Het is dat wat altijd gebeurt, onderwijzen en leren zijn EEN, geven en ontvangen zijn EEN zowel in de egokant als in de HG kant van de denkgeest, omdat er alleen maar EEN is en alles zich afspeelt in EEN, of het er nu afgescheiden uitziet en zo ervaren wordt of niet.

Ik benoem dus mijn aversie die ik voel tegen iemand, ik kijk dus eerst hoe ik dit als afscheiding heb vormgegeven in woorden, en er betekenis aan heb gegeven, en vraag mezelf dan af of ik dit anders wil zien, of ik wil onderzoeken of ik het misschien mis heb, of ik me misschien vergis.
Ik bevind me dan al op mijn waarnemende, keuzemakende denkgeest positie en kan dan besluiten me tot mijn HG kant van de denkgeest te wenden en het te vergeven zodat ik het anders kan gaan zien.
Het eventueel anders zien wat na ware vergeving volgt zal automatisch volgen, ik hoef daar niets aan te doen, want dat is het werk van de HG kant van de denkgeest.
Als ik echter nog steeds de drang voel van ik moet iets doen, ik moet iets veranderen aan mijzelf of een ander, dan weet ik alleen maar dat ik me weer tot de egokant van de denkgeest heb gewend voor hulp.
Het antwoord hierop is ‘kies opnieuw’, meer niet.

Een ‘doen’ in de wereld is en blijft een projectie, een projectie vanuit angst (keuze voor ego) of een uitbreiding van Liefde (keuze voor HG).

En de aversie, is die dan nu opgelost?
Jazeker, ik herinner me weer heel goed dat ik nooit onvrede voel om de rede die ik denk (les 5) en ervoor in de plaats vrede kan zien (les 34).
En ik vergeef.

 

De symbolen Jezus en de Heilige Geest worden in de Cursus (her)gebruikt, omdat de Cursus het gebruikt om ons daar te kunnen ontmoeten waar we denken te zijn en tevens omdat het tevens de keuze voor de leiding van de egodenkgeest zo duidelijk maakt.
De zogenaamde historische Jezus uit de Bijbel en ook de Heilige Geest zijn projecties vanuit de egodenkgeest die juist de angst voor God uitbeelden. De angst voor een wraakvolle God die zich zal wreken op ons zondaren die hem vermoord hebben. Aldus de nachtmerrie van de Zoon van God, die als antwoord hierop een eigen God heeft bedacht met een zoon (Jezus) en een Heilige Geest, als inspiratiebron van de egodenkgeest, zoals we ze kennen uit de Bijbel.
Van daaruit zijn de bijbelse verhalen ontstaan, geprojecteerd en letterlijk genomen.
De egodenkgeest kan zielsveel van die Jezus houden, hem haten of negeren, maar al zulke vormen zijn hoe dan ook uitingen van de zonde, schuld en angst waarop de egodenkgeest is gestoeld. Ze nemen de historische Jezus en de Heilige Geest letterlijk, want ze blijven op het dualistische niveau van de wereld.
Als we dan de Cursus tegenkomen in ons leven en deze gaan ‘doen’, moeten we dit eerst onder ogen gaan zien, en dat is pijnlijk, want het lijkt of ons ‘knuffeldekentje’ wordt afgepakt en dat gaat onvermijdelijk met afkick verschijnselen gepaard.
De Jezus en de Heilige Geest waar we ooit naar toe gingen voor troost lijken nu ineens af te brokkelen en er lijkt even niets voor in de plaats te komen, want de weg naar een vervanging in de vorm lijkt ook afgesloten te zijn, omdat we ook leren dat wat we zien met de ogen van het lichaam een illusie is, een droom. Het is dus even slikken voor mensen die de Bijbel als woord van God beschouwden om te moeten gaan inzien dat de Bijbel voort is gekomen vanuit de egodenkgeest, want de Bijbel is 100% geschreven vanuit lichaamsidentificatie. Ook al lijkt het heel geïnspireerd te zijn, het wordt toch vereenzelvigd met bepaalde speciale personen (lichamen dus) die over lichamen schrijven.
Zelfs de Heilige Geest wordt als een aparte entiteit gezien.
En ja, ook de Bijbel kan symbolisch worden gezien en behulpzaam zijn als zodanig, maar niet om te rechtvaardigen dat wat in de Bijbel staat letterlijk moet worden genomen en er een echte Jezus en een echte Heilige Geest heeft bestaan, want dat is alleen maar weer het aloude egoverhaal van de afscheiding.
Dus het terug herinneren naar wat we werkelijk zijn, Geest en één in God is niet makkelijk, en ondanks het liefdevolle hergebruik in de Cursus van Jezus en de Heilige Geest als symbolen voor de terug herinnering in God, zal het niet ‘makkelijk’ zijn.
We krijgen allemaal te maken met ontwenningsverschijnselen en velen haken dan ook af en rennen terug naar hun comfortabele knuffeldeken, de aloude Jezus en de Heilige Geest van de Bijbel.
Dus voor diegene waarvoor Jezus een troost was als historische Jezus, maar ook voor diegene die niets van Jezus moeten hebben is de Cursus enorm confronterend en wel op dezelfde manier. Beide nemen de historische Jezus letterlijk en omarmen deze of wijzen hem af.
Kort gezegd is de Cursus confronterend voor iedereen die hem doet, want iedereen vereenzelvigd zich met een lichaam en maakt de wereld met al zijn vormen en situaties waar.
De liefdevolle aard van de Cursus uit zich dus hierin dat het de ‘kostbare’ troostende hulpmiddelen van de egodenkgeest, zoals een Jezus of een Heilige Geest hergebruikt. Het beoordeelt ze of veroordeelt ze niet, het laat zien, dat ze in hun egovorm onwaar zijn, dat moet eerst onder ogen worden gezien, zodat ze daarna als symbolen kunnen worden gebruikt om te leren vergeven.
We leren dan dat een Jezus en een Heilige Geest niet in wat we ons leven noemen kunnen komen, want ze vertegenwoordigen onze ware aard, die van Geest zijn één in God en dat gaat niet samen met het idee van lichamen zijn in een droomwereld van vormen en situaties.
We, als waarnemende en keuzemakende denkgeest, kunnen alleen al onze vergissingen terugbrengen naar hun bron de denkgeest en ze laten vergeven. De symbolen Jezus en de Heilige Geest (dus niet de historische Jezus en de Heilige Geest van de Bijbel, welke ook een verzinsel zijn binnen het egodenken, zoals alles een verzinsel is, een droom, een projectie) worden nu onze gidsen in het terug herinneren in God in Eenheid, dat wat we in werkelijkheid zijn.
Eigenlijk is de Heilige Geest en ook Jezus het symbool voor de waarnemende en keuzemakende denkgeest, (dat wat we in werkelijkheid zijn) ze nemen waar, maar treden niet binnen in de illusie. Want hoe kan je nu binnentreden in iets wat niet bestaat.
De waarnemende denkgeest is in staat de voorheen fantasiefiguren de Heilige Geest en Jezus die een rol speelde in het egodrama te hergebruiken door op dezelfde wijze met ze te communiceren, te praten, maar ze nu als symbool te zien voor wat we in werkelijkheid zijn, denkgeest en één met ons en daardoor altijd beschikbaar, terwijl de egoversie van de Heilige Geest en Jezus in zijn lichaamsgerichtheid, alleen beschikbaar leek als we het hadden verdiend dat ze ons misschien eventueel wel zouden helpen als we het niet te bont hadden gemaakt en gebukt gingen onder zonde, schuld en angst.
Dus uiteindelijk, als we de Cursus willen volgen, zullen we onder ogen moeten zien dat de historische Jezus en de Heilige Geest niet bestaan, net zomin als wij, en alle lichamen en aardse situaties bestaan.
Daarom is ECIW niet geschikt voor iedereen, hoewel het wel in de andere zin een verplichtte cursus is, van wegen zijn aard, omdat we in werkelijkheid nooit uit de Eenheid van God zijn weggegaan, er dus niets gebeurt is en het onvermijdelijk is dat het hele Zoonschap zich dat gaat herinneren.
De manier waarop en hoe en wanneer is een vrije keuze, beter, ‘lijkt’ een vrije keuze.

 

Te gebruiken als hulpmiddel en reminder (en niet als vervanging dus) bij het ‘doen’ van ECIW.

Hoe kan men stoppen met het voeden en het in stand houden van het ego.
Op de allereerste plaats door naar de bron van het ego te gaan: de ego-denkgeest.
En vervolgens de plaats als waarnemer en keuzemaker in te nemen.
Men kijkt dan vanaf een losgekoppelde van de projecties standpunt naar de gedachtes en hun daaruit volgende projecties.
Dit kijken moet oordeelloos gebeuren en dat kan alleen als men kiest voor het ego-loze standpunt, dus vanuit de symbolen hiervoor: de Heilige Geest en of Jezus.

Oordeelloos kijken is kijken zonder een enkel oordeel, elk oordeel wat naar boven komt, wordt aan de Heilige Geest en of Jezus overgedragen en samen met Hen bekeken zodat ze kunnen worden vergeven.

Hoe kan men oordeelloos kijken?
Door op de eerste plaats de gedachte los te zien van de projectie en zuiver en alleen als een ego-denkgeest-reflex te zien, als voeding, motor voor het in stand houden van de ego-denkgeest, meer niet.
De gedachte kan dan vergeven worden, omdat men ziet dat de gedachte en de daaruit voortkomende projectie slechts voortkomt uit een reflex die alleen, maar dan ook echt alleen, tot doel heeft de ego-denkgeest in stand te houden, meer niet.

De emoties die hiermee gepaard gaan, zijn belangrijke indicatoren, en dienen dus niet ontkend, gebagatelliseerd, weggestopt te worden.
Alle emoties komen voort vanuit de ene ego-denkgeest en kunnen teruggebracht worden tot de ene emotie: angst.
Ook de schijnbaar liefdevolle doch altijd kortstondige emoties komen voort uit deze ene emotie angst.
Angst is de hoofdmotor van de ego-denkgeest en kan alleen ontkracht worden door er oordeelloos naar te kijken (steeds weer) en te vergeven.

Dat wat de Cursus beschrijft als: er zijn maar twee emoties: angst en Liefde, zou ook omschreven kunnen worden als er zijn maar twee emoties:
1. vanuit de ego-denkgeest: angst/liefde (de twee zijden van de altijd dualistische ene ego-denkgeest).
2. de Liefde van God, die onnoembaar is en zuiver non-dualistisch.

Deze laatste, de Liefde van God kan niet bereikt worden, omdat ‘we’ ,de Ene Geest, dat al zijn en dat dus niet hoeven te bereiken.
De enige manier is derhalve alles wat de Liefde van God niet is, als zodanig waar te nemen en te vergeven, door te stoppen met het voeden van de ego-denkgeest op de manier zoals boven beschreven.
En daardoor tenslotte te ontwaken in liefde.

Dit kan alleen als we ons niet-ego-standpunt innemen samen met de symbolen hiervoor: de Heilige Geest en of Jezus.
Hulp vragen aan deze symbolen betekend derhalve voorbij het ego reiken naar wat we in oorsprong zijn: geest.

Alles wat ervaren wordt in de wereld van de droom krijgt nu de functie van reminder voor het werkelijke Doel dat onvermijdelijk is: Ontwaken.
Alle droomdoelen, die maar één functie hadden: het in stand houden van de ego-denkgeest, vallen hierdoor weg en krijgen een totaal andere functie, nu ze bestuurd worden vanuit de Heilige Geest en of Jezus denkgeest.

_________________

 

GOD IS het enige wat er IS.

‘Eenheid is eenvoudig het idee: God is. En in Zijn Wezen omvat Hij alles. Geen enkele denkgeest bevat iets anders dan Hem. We zeggen: ‘God is’, en doen er dan het zwijgen toe, want in die wetenschap verliezen woorden hun betekenis. Er zijn geen lippen om ze uit te spreken en er is geen deel van de denkgeest onderscheiden genoeg om te voelen dat hij zich nu gewaar is van iets dat niet hijzelf is. Hij heeft zich verenigd met zijn Bron. En als zijn Bron Zelf, is hij alleen maar. We kunnen hierover absoluut niet spreken, schrijven, en niet eens denken. Het komt tot elke denkgeest, wanneer het totale inzicht dat zijn wil de Wil van God is, volkomen is gegeven en volkomen is ontvangen. Het brengt de denkgeest terug in het oneindige heden, waarin verleden en toekomst niet denkbaar zijn. Het ligt voorbij verlossing, voorbij elke gedachte aan tijd, voorbij vergeving en het heilige gelaat van Christus.
De Zoon van God is eenvoudig opgegaan in zijn Vader, zoals zijn Vader in hem. De wereld is er helemaal nooit geweest. De eeuwigheid blijft een constante staat.'(WdI.169.5-6)

Zelfs de woorden GOD IS zijn symbolen. Woorden zijn immers symbolen van symbolen, dus twee keer verwijderd van de werkelijkheid.

‘God verstaat geen woorden, want die zijn gemaakt door afgescheiden denkgeesten om hen in de illusie van afgescheidenheid te houden. Woorden kunnen behulpzaam zijn, vooral voor de beginner, om je te helpen concentreren en het gemakkelijker te maken irrelevante gedachten buiten te houden of op zijn minst te beheersen.
Laten we echter niet vergeten: woorden zijn slechts symbolen van symbolen.
Ze zijn daarom dubbel van de werkelijkheid verwijderd.’ (H.21.1:7-10)

Ja laten we niet vergeten dat we symbolen zijn, symbolen voor de denkbeeldige afscheiding van God, die niet gebeurt kán zijn in werkelijkheid, dus slechts een ‘nietig dwaas idee is’.  Het verhaal van de verloren zoon is hier een prachtig symbolisch voorbeeld van:

‘Luister naar het verhaal van de verloren zoon en verneem wat Gods schat is en die van jou: deze zoon van een liefdevolle vader verliet zijn thuis en meende dat hij alles had verbrast aan niets van enige waarde, hoewel hij toentertijd de waardeloosheid ervan niet inzag. Hij schaamde zich ervoor naar zijn vader terug te keren, omdat hij dacht dat hij hem had gekwetst.  Maar toen hij thuiskwam verwelkomde de vader hem vol vreugde, omdat de zoon zelf zijn vaders schat was. Hij wilde niets anders.’ (T8.VI.4:1-4)

In deze wereld van symbolen is de waarheid gelukkig nooit verloren gegaan. Deze herinnering dient zich ook aan als symbool; de Heilige Geest of Jezus, die ons door de doolhof van de symbolen weer naar Huis toe brengt, waar we nooit zijn weggeweest.

Jezus zegt hierover zelf:

‘Laat mij voor jou het symbool zijn van het einde van schuld, en kijk naar je broeder zoals jij naar mij zou kijken.
Vergeef mij al de zonden die jij meent dat de Zoon van God heeft begaan. En in het licht van jouw vergeving zal hij zich herinneren wie hij is, en vergeten wat nooit is geweest. Ik vraag om jouw vergeving, want als jij schuldig bent, moet ik dat ook zijn. Maar als ik schuld te boven kwam en de wereld overwon, dan was jij met mij. Wil jij in mij het symbool zien van schuld, of van het einde van schuld, wanneer jij je herinnert dat wat ik voor jou beteken jij ook in jezelf ziet?’ (T19.IV.B.6:1-5)

Laat ik op deze Vaderdag al mijn ‘verlorenzoon’ gedachtes op zijn Altaar leggen en terugkeren naar Huis.

‘De verloren zoon’, Rembrandt.

Prachtig lied van Stef Bos met een extra beleving als je de symboliek van de Vader kunt horen.

 

 

Het enige wat werkelijk is, is wat IS. En voor de rest kan ik er dan het zwijgen toe doen, maar ook al zijn woorden symbolen van symbolen volgens de Cursus zijn ze (gelukkig) ook tevens nog hét communicatiemiddel wat ons ter beschikking staat zolang we in deze ‘droom’ rondlopen.

(‘Laten we echter niet vergeten: woorden zijn slechts symbolen van symbolen. Ze zijn daarom dubbel van de werkelijkheid verwijderd.’ (ECIW H21.1:9))

Ik heb vaak gedachtes die ik dan ook zo nodig wil opschrijven en dat is vaak heel behulpzaam. In de boeken van JedMcKenna (‘Spirituele verlichting, vergeet het maar!’ en ‘Spiritueel incorrecte verlichting’ Uitg, Samsara) wordt het spontaan opschrijven van al je gedachtes autolyse genoemd. En ik heb dat als zeer behulpzaam ervaren, ik loop dan helemaal leeg en kan dan achteraf om mijn schrijfsel heenlopen er afstand van nemen, boven het slachtveld zweven en er ánders naar leren kijken en daardoor ineens weten wat te doen.

En dat is precies wat de Cursus beoogt; de blokkades die ik zelf heb opgeworpen weg nemen (vergeven) zodat dat wat IS, Liefde vanzelf weer zal Zijn.

Maar hoe zit dat dan als we in ons dagelijks gedoe zeggen ‘tja het is wat het is hè’…Ik denk dat er nooit een neurtraal ‘het is wat het is’ kan zijn, we zien immers wat we denken (willen) zien. Alles wat we zien is een projectie uit onze denkgeest. Er bestaan geen neutrale ‘zomaar’ plaatjes. Er is niets wat niet geprojecteerd is door mijn denkgeest.Ja alleen dat wat IS, maar dat valt niet te omschrijven dat valt buiten het projectiedomein, buiten woorden en beelden.

Nu zegt Een cursus in wonderen ‘projectie maakt waarneming.’ In het Voorwoord xi van ECIW staat daar het volgende over:

‘De wereld die wij zien weerspiegelt slechts ons eigen innerlijk referentiekader– de ideeën, wensen en emoties die de overhand hebben in onze denkgeest. ‘Projectie maakt waarneming’ (T13.V.3:5; T21.In.1:1). Eerst kijken we naar binnen, besluiten welke wereld we willen zien en vervolgens projecteren we die wereld naar buiten, en maken haar tot de waarheid zoals wij die zien. We maken die waar door onze interpretaties van wat we zien.’

Ik ben dan ook volledig verantwoordelijk voor al mijn gedachten en er bestaat geen buiten mij dat mij kan aanvallen, bedreigen of wat dan ook. Ik projecteer al mijn gedachtes naar buiten op het witte lege doek en daar verschijnen uitbeeldingen van wat ik denk. Ik kan in mijn eigen projecties terug herkennen wat ik denk, en dat zijn altijd gedachtes over hoe ik over mijzelf denk. Het heeft dan ook weinig zin te denken dat ik de boel kan fiksen of veranderen op het filmdoek, ik kan echter wel mijn denken veranderen en mijn waarneming van mijn projecties zullen dan ook dien ten gevolgen veranderen. De vorm hoeft niet persé te veranderen, alleen de waarneming ervan.

Een cursus in wonderen is dan ook geen cursus in het veranderen van de gevolgen (van mijn projecties) maar houdt zich bezig met de oorzaak, mijn denkgeest. Als ik angst gedachten uitzend zal ik ook angstige beelden zien.Als ik niet angstige beelden uitzend zal ik niet angstige beelden waarnemen. Oorzaak en gevolg.

Een cursus in wonderen leert mij ook dat gedachtes nooit hun bron verlaten:

‘Er is geen wereld los van jouw ideeën, want ideeën verlaten nooit hun bron, en jij houdt in je denkgeest de wereld in gedachten in stand.'(WdI21.1:9)

Als basis is het dan ook goed te weten dat ECIW zegt dat ik Geest ben, onveranderlijk en héél. En die Geest is onkwetsbaar. Echter ik ervaar mijzelf als een lichaam en loop en ervaar tussen mij projecties door en voel me bijna doorlopend kwetsbaar. Heb ik ‘iets’ gemist? Ja dat gevoel van ‘gemis’ heb ik heel m’n leven al. Ik ben ‘vergeten’ dat ik Geest ben en niet een lichaam. De projecties worden in stand gehouden door de denkgeest, die, ja precies, denkt wat ‘ie ziet.. Zodra het denken begon, begon de tijd en zodra er ‘beweging is’, van a naar b zijn er tegenstellingen mogelijk, de dualiteit is geboren. Er lijkt schijnbaar iets tegenover Liefde te zijn gekomen. Wat natuurlijk sowieso al onmogelijk is, want één is één, héél is héél, Liefde is Liefde, IS, IS. Dus dan moet al het andere toch een vergissing zijn….. ‘Het nietig dwaas idee’ noemt de Cursus dit:

‘In de eeuwigheid, waar alles één is, sloop een nietig dwaas idee binnen waarom de Zoon van God vergat te lachen. Door dit te vergeten werd de gedachte een serieus idee, in staat tot zowel verwezenlijking als werkelijke gevolgen.'(T27.VIII.6:2)

En ja door dit idee serieus te nemen en het niet als een droom te zien, ben ik bang geworden voor mijn eigen projecties, voor mijn eigen film. Net zoals ik me volledig kan identificeren met een enge film in de bioscoop of op tv en de neiging heb achter de bank te kruipen, terwijl er niets aan de hand is. De denkgeest die tijd en ruimte als erg serieus is gaan beschouwen is nu een bange denkgeest die nu dus ook bange prjecties uitzend en bange beelden ziet. ECIW leert mij om de beelden terug te nemen, te vergeven, en terug te keren naar mijn oorspronkelijk Staat; Geest. In dat proces wat ECIW het proces van Vergeving noemt wat het ongedaan maken van het nietig dwaas idee (het ego) inhoudt, leer ik langzaam stapje voor stapje te denken vanuit Geest die Liefde is, de oorspronkelijke staat. De Cursus biedt hier symbolen voor aan in de vorm van ‘Jezus’ of ‘de Heilige Geest’. Deze staan symbool voor de staat die in mij potentieel aanwezig is en waar ik altijd een beroep op kan doen, als Hulp voor bij me dat te helpen herinneren.

Deze Hulp maakt gebruik van mijn miscreaties, mijn projecties vanuit angst, en zet deze om doordat nu de bron Liefde is in een totaal anders ervaren van de vorm, die precies hetzelfde kan zijn gebleven, maar ineens totaal anders wordt ervaren. En dat noemt Een cursus in wonderen een wonder.

Tijd voor een muziekje dacht ik zo

 

%d bloggers liken dit: