archiveren

Tagarchief: zoonschap

“Ik”, en dus het hele “zoonschap” ervaren deze wereld en het persoonlijke leven als “normaal”. We vinden wel van alles normaal en abnormaal in de wereld, maar dat is een gedachte vanuit het “normaal” vinden van deze wereld, en het “normaal” vinden van een lichaam te zijn. Binnen dat gedachte systeem (want dat is het) kan iets als normaal of als abnormaal gezien en ervaren worden. Echter de bron van dit gedachte systeem, de egodenkgeest, is (tijdelijk) uit het bewustzijnsgeheugen verdwenen. Met opzet, omdat dit hele denksysteem als doel heeft af te scheiden van Eénheid, iets wat onmogelijk is, nooit kan gebeuren en nooit zal gebeuren, behalve schijnbaar in de denkgeest van een “abnormaal” denksysteem.
En een “abnormaal” denksysteem, dat denkt zich te kunnen hebben afgescheiden van Eénheid, kan vervolgens alleen maar abnormale gedachten uitbreiden, dat is logisch.
Ziedaar, kijk om je heen; een abnormale projectie, vanuit een abnormaal denksysteem.

Dit wetende en aanvarende hoef “ik” niet meer m’n verdomde best te doen ook maar iets in deze wereld te verbeteren, wetende dat ik dat vanuit het waar maken van de wereld simpelweg niet kan, omdat ik vanuit een “ik” (geloof een lichaam te zijn) alleen maar pogingen tot afscheiding kan projecteren. Met andere woorden, ik vanuit het geloof een lichaam te zijn in een bestaande wereld van vormen en situaties kan nooit de wereld redden, het zullen altijd projecties vanuit een abnormaal onmogelijk, onwaar denksysteem blijven.

Goed, ik weet nu wat abnormaal, onwaar is en waarom, hoe kom ik dan nu weer in contact met Eénheid, met dat wat wel normaal is, waar is.
Er lijkt nog steeds een “ik” te zijn welke ervaart binnen het abnormale denksysteem dat niet anders kan dan abnormale projecties uitzenden.
Maar er is ook een soort waarnemer/observeerder “wakker” geworden kennelijk, de onvermijdelijke herinnering aan dat er toch iets anders moet zijn dan deze abnormale toestand komt terug in de denkgeest.
Er is een kennelijk andere keuze mogelijk.
De nu waarnemende denkgeest begint zich te herinneren dat er een andere keuze mogelijk is.
De keuze voor onwaar of Waar.
Iedere keer als de waarnemende denkgeest waarneemt dat hij een “abnormale” dus onware, onmogelijke gedachte projecteert, kan nu een bewuste keuze worden gemaakt:
wil “ik” (ik=nu de waarnemende/keuzemakende denkgeest die zich bewust is geen lichaam, projectie te zijn, maar (projecterende) denkgeest), deze projectie, welke eruit ziet als iets wat in “mijn” leven lijkt te gebeuren, gebruiken om de afscheiding in stand te houden en uit te breiden, of wil ik het laten gebruiken om de kloof van afscheiding te dichten?

Dat betekent dat ik (denkgeest) besef dat mijn drang tot “doen” niet komt vanuit het lichaam dat dingen lijkt te willen doen, maar altijd vanuit denkgeest.
Dus er is nog steeds de ervaring het gevoel, emotie dat “mijn” lichaam iets doet, maar tegelijkertijd wordt ingezien dat het de denkgeest is die kiest voor uitbreiding van afscheiding, door net te doen alsof het lichaam de bron is van het “doen”.
Daardoor krijgt het “doen” nog steeds schijnbaar vanuit het lichaam, maar nu beseffend dat het de denkgeest welke de de bron is, een totaal andere functie.
Ik “doe” schijnbaar nog steeds hetzelfde in mijn wereld, maar het heeft nu een totaal andere doel gekregen. Het doel verschuift van afscheiding uitbreiden naar afscheiding oplossen.
In ECIW wordt dit het proces van ware vergeving genoemd wat gebeurt vanuit de denkgeest die zich aan het herinneren is; de juist-gerichte denkgeest, wat praktischer voorgesteld in ECIW als Jezus en of de Heilige Geest.
Aangezien het geloof in het abnormale denksysteem van het egodenken erg hardnekkig is maakt het denksysteem van ware vergeving gebruik van hetzelfde abnormale denkgeest systeem, omdat dat bekend is en begrepen kan worden.
Het abnormale egodenksysteem maakt gebruik van zijn projecties, door ze echt te maken, het denksysteem van ware vergeving gebruikt ook dezelfde projecties (dus beelden, situaties, woorden enz.), maar nu enkel en alleen nog om ze te vergeven, vanuit de gedachte dat wat lijkt te gebeuren niet kan gebeuren, omdat afscheiding simpelweg niet mogelijk is.
Dat wat lijkt te gebeuren wordt hierbij niet ontkend, maar volledig en eerlijk onder ogen gezien, precies zoals het zich lijkt voor te doen binnen het (ego)denksysteem wat we kennen, er wordt niets aan de projectie verandert, (“we” blijven dat wat binnen het egodenksysteem normaal is, normaal doen) het wordt alleen vergeven.
Als ware vergeving heeft plaatsgevonden, betekent dat niet dat de projectie persé wel of niet verandert, maar het betekent wel dat het denken erover totaal verandert is. En als gevolg daarvan kan de projectie veranderen, zonder dat we van te voren weten hoe dat eruit zal gaan zien, laat staan dat het een doel op zich is.

Het zal duidelijk zijn dat dit proces van ware vergeving, dus de omslag in het denken welke logischergewijs alleen in de denkgeest plaatsheeft, heel veel oefening nodig heeft.
Een cursus in wonderen heet niet voor niets een “cursus”.
Het is een levenslang leerproces dat duurt zolang het onvermijdelijke proces van ontwaken vanuit de “abnormale” (ego)denkgeest duurt.
Een stap voor stap schijnbaar individueel leerproces, waarbij het individuele schijnbare script (mijn/jouw/ons leven) wordt her-gebruikt om te ontwaken uit een zelfgekozen abnormaal (ego)denksysteem dat gelukkig geen enkele invloed heeft op wat Waar, Eén, Heel is. In die zin is het hele proces van ontwaken een reis zonder afstand.

Zinloos dus? Op waarheid niveau inderdaad volstrekt zinloos, maar op on-waarheid niveau noodzakelijk en behulpzaam, omdat dat wat weliswaar on-waar is, maar bekent is, heel slim wordt her-gebruikt en als het ware terug gedraaid wordt tot de ene afscheidingsgedachte die het hele denksysteem van tijd en ruimte schijnbaar in beweging zet en zich als een vastgelopen plaat steeds maar herhaald.
Nogmaals een schijnbaar individueel proces, terwijl het ondertussen de ene denkgeest die zich vergist en on-waarheid als waarheid ziet is, die ervoor kiest terug te herinneren in Waarheid, Eenheid, God, Liefde.

Kortom ECIW ontmoet ons waar we denken en geloven te zijn, midden in een volstrekt onwaar, onmogelijk abnormaal denksysteem en her-gebruikt dat zelfde denksysteem volledig oordeelloos middels ware vergeving om terug te keren in waar nooit uit is weggegaan.
De troostrijke gedachte is dan ook, dat als afscheiding nooit heeft plaatsgevonden het proces van het ongedaan maken van het geloof in afscheiding nooit kan mislukken, de afloop staat immers al vast…

Dankzij een vraag nav het blog: “De Verzoening aanvaarden”, raakte ik geïnspireerd tot het volgende “antwoord”, wat bij nader inzien gewoon wel weer erg op een nieuw blog ging lijken. En toen Frits me daar ook op wees besloot ik het ook als nieuw blog te plaatsen.
Ik merkte al schrijvend dat het toch weer even handig leek erop te wijzen dat de metafysica van ECIW wel gekend dient te worden, wil de Cursus ten volle begrepen worden op alle niveaus.
Eerst zal ten volle moeten worden aanvaard, en is een levenslang stap voor stap proces, dat de Cursus zegt “Er is geen wereld” (WdI.132.6:2).
Wat is het dan dat lijkt te ervaren? Dat is de keuze van de denkgeest (denkgeest is dat wat “ik” werkelijk ben binnen het concept van de droom) voor of angst of voor Liefde, oftewel of voor ego of voor HG/J denkgeest.
Er is dus alleen denkgeest, en niet een “ik” lichaam dat keuzes maakt en vervolgens één van deze twee keuzes ervaart. Er is alleen een keuze mogelijk door en in de denkgeest. Bewustwording is dus het werkelijk inzien en aanvaarden van dat er alleen denkgeest is en dat ECIW ons alleen aanspreekt op denkgeest niveau en niet op het niet werkelijk bestaande “lichaamsniveau”. Alles wat wordt ervaren vindt plaats in de denkgeest, en daar blijft het een gedachte, een projectie.

Er is dus ook geen “ander” er zijn alleen projecties die eruit zien als anderen, maar ze hebben geen enkele werkelijkheid, ze zijn en blijven projecties.
Nogmaals dit is erg lastig om te begrijpen laat staan te aanvaarden, omdat het een langzaam stap voor stap proces is van lichaamsbewustwording terug naar denkgeest bewustwording, dat wat we werkelijk zijn.
Niemand begrijpt dat meteen. Toen ik dit voor het eerst las “Er is geen wereld”, en God heeft deze wereld niet geschapen, en God weet niets van deze wereld, was dat voor mij de missing link: “ah, nu begrijp ik waarom niets echt werkt in deze wereld, ik probeer geluk te bereiken in iets wat juist gemaakt is om afgescheiden te blijven van Geluk (Liefde, God, Waarheid, Eenheid)”.
Het was toen nog een voornamelijk intellectueel begrijpen, maar ik was bereid mij de weg te laten wijzen door HG/J in het vertrouwen dat het een stap voor stap proces zou worden naar volledige bewustwording en uiteindelijk volledige terugkeer in de herinnering van Eenheid, God, Liefde.
En stap voor stap door het leren herkennen van al mijn ego gedachten (afscheidingsgedachten) binnen al mijn dagelijkse ervaringen en de bereidheid deze te willen vergeven aan de hand van de Juist gerichte denkgeest (HG/J=oordeelloos kijken) groeit het bewustzijn en de bereidheid deze Stem te volgen in plaats van die van het ego.

Bedenk ook dat zowel ego als HG zich in de ene denkgeest bevinden en niet buiten “mij” of buiten “de ander”, vandaar dat de keuze gemaakt wordt ook binnen de ene denkgeest voor het gemak de keuzemakende denkgeest genoemd.
Vandaar dat “ik” (keuzemakende denkgeest) alleen een keuze kan maken vanuit mijn eigen focus punt in de denkgeest en ik niet voor een ander de keuze tussen ego of HG kan maken.

Op het niveau van de vorm, de wereld van de projectie, doe ik “normaal”, dat wat de regels zijn binnen de wereld van de projecties. Ik help anderen, ik doe boodschappen, sluit verzekeringen af, doe mn deur op slot, voedt de kinderen op, ga na de dokter, neem medicatie, eet gewoon, slaap gewoon, adem gewoon enz.
Alleen het enige verschil is dat als ik aanvaard dat dit alles een projectie is vanuit de denkgeest dat ik kan kiezen of de projectie komt vanuit zonde, schuld en angst (de keuze voor ego dus), of vanuit Liefde (de keuze voor HG/J denkgeest).
Als ik kies vanuit zonde, schuld en angst dan kan ik dat herkennen aan dat ik zelf bepaal wat de uitkomst moet zijn. Bijvoorbeeld de uitkomst moet zijn dat dit of dat conflict met die en die opgelost wordt, of dat ik weer genoeg geld op mn rekening heb, zodat ik eindelijk dit of dat kan kopen, of dat ik een parkeerplaats zal vinden, of dat m’n kinderen gezond blijven en gelukkig worden enz. enz.
Kies ik voor de leiding van de HG/J kant van de denkgeest dan laat ik de uitkomst open en vertrouw erop dat de uitkomst altijd liefdevol zal zijn, hoe het er ook uit mogen zien als projectie.
Vanuit het ego perspectief willen kijken is altijd beperkt. Het ego ziet altijd maar een stukje en kan nooit het geheel overzien, dus kan ook nooit de juiste uitkomst zien en kan dus eigenlijk helemaal geen andere keuze maken, dan alleen vanuit de beperktheid van het ego denken, dat altijd vanuit het geloof in zonde, schuld en angst komt.
Dus iets voor iemand anders bepalen is helemaal onmogelijk, want ik weet niet wat het “beste” is voor de ander, van wegen dat beperkte afgescheiden ego denkgeest standpunt.
Bovendien is wat ik in een ander denk en geloof te zien altijd een spiegel van hoe ik over mijzelf denk als denkgeest. En dat is dan weer kostbaar vergevingsmateriaal, als ik daar voor kies als keuzemakende denkgeest.
Dus als ik de ander als eenzaam zie, dan zie ik een projectie van mijn eigen afgescheiden wil tot afscheiding, en dat ziet eruit als een “iemand anders die eenzaam lijkt”, en de emoties die daarbij horen versterken nog het “waarheidsgehalte”.

Maar diezelfde emoties kunnen echter door de keuze voor vergeving, de keuze voor de gedachte teruggeven aan HG/J, worden hergebruikt, (dus niet ontkend, omarmt, bevestigd, gehaat, aanvaard!) en de denkgeest weer terug herinneren in Eenheid, God, Liefde. En aangezien er ook maar één denkgeest is, wordt de schijnbaar zogenaamde “ander” welke eigenlijk ook alleen maar een stukje van de ene denkgeest is, ook terug herinnerd in Liefde. Dat is de betekenis van de Christus in de ander zien. Het is het terugkoppelen naar de ene denkgeest waar we (de denkgeest) één zijn. Het is niet het “zien” door de ogen, het is een geestelijk zien.

Ik hoop dat ik door dit hele verhaal duidelijk heb gemaakt dat het erg belangrijk is de achterliggende metafysica van de Cursus te kennen en steeds paraat te hebben; dus er is alleen Eén, Waarheid, Liefde, God Denkgeest mogelijk, dus kan er geen afgescheiden dualistische, geprojecteerde wereld vanuit zonde, schuld en angst bestaan. Het is het één of het ander, beide tegelijkertijd is onmogelijk.
Wordt dit niet gezien of ontkend, omdat er toch steeds weer voor het egodenken wordt gekozen, dan blijft ECIW onbegrijpelijk en niet te doen.
En nogmaals geduld is in deze een schone zaak, ECIW doen is meestal een levenslang proces van steeds weer leren opnieuw te observeren en kijken zonder oordeel (dus olv HG/J) naar al mijn gedachten en opnieuw de keuze te maken, niet voor een andere projectie, maar voor het andere gedachten systeem, dat van de Heilige Geest.
Dat is de betekenis van de uitspraak van Helen en Bill: “Er moet een andere manier zijn”, waardoor het proces van het doorgeven van ECIW, door Helen mogelijk werd en ook door “ons” het hele Ene Zoonschap mogelijk werd, mits wij de keuze maken dat toe te laten. Wat uiteindelijk onvermijdelijk is, want er is op Werkelijkheidsniveau niets gebeurt, dat wat lijkt te gebeuren is dus onmogelijk, ook al lijkt het nog zo “echt” en dus alleen geschikt om te Vergeven (heeft het tenminste nog één functie…). Voor het begrijpen wat Vergeven volgens ECIW is verwijs ik naar WdII.1, op blz. 404 van het Werkboek.

De uitspraak: ‘Wat je voor jezelf niet wilt, leg dat ook niet op aan anderen’, lijkt zo nobel, maar kijk eens om je heen, kijk eens naar het lijden en de pijn dat je ziet en ervaart. Is dat niet precies wat je projecteert, omdat je het niet in jezelf wilt zien en van het achterliggende
zonde/schuld/angst idee af wil? Alleen vergeving zet deze uitspraak in het Juist-gerichte perspectief. Wat je voor jezelf en voor anderen niet zou moeten willen is het idee van afscheiding, niet door dat te projecteren, maar door het te vergeven, zodat het idee van afscheiding wordt genezen en alleen Liefde zich kan uitbreiden over het hele ene Zoonschap.

 

Na 3 weken intensieve begeleiding waarvan de laatste week terminaal door een bijkomende longontsteking, en na een twee jaar geleden zich sterk doorzettende ziekte van Altzheimer is mijn vader op woensdag 24 februari om 9.40 u overgegaan in aanwezigheid van zijn vrouw en twee dochters.

Ik ben ziels dankbaar dat ik bij dat moment aanwezig mocht zijn en heb mogen ervaren dat zoals in de hieronder aangehaalde tekst uit Een cursus in wonderen we ons niet hoeven laten te misleiden door wat de dood lijkt te zijn; een symbool van angst, maar, mits overgedragen aan Jezus/De Heilige Geest als begeleiders, juist het tegendeel is.
Dankzij de constante Hulp die ik hierbij ervaren heb door mij heen, kon ik mijn vader geruststellen en doordat daardoor de angst verdween eerst in mijzelf en ook zichtbaar in mijn vader en hem daardoor kon vertellen dat hij volkomen en totaal onschuldig is en niet bang hoefde te zijn, hield het vechten op en was er de rustige acceptatie en de vrede in zijn laatste oogopslag.

De dagen daarna waarin alles geregeld moet worden verliepen voor mij ook totaal gedragen door de Liefde van God en werd mij precies verteld wat ik moest doen en wat het juiste was om te doen, in volkomen harmonie met mijn zus en mijn moeder.
En dat dat het juiste was bleek tijdens de afscheidsplechtigheid, waar alles 100% klopte, de muziek, de teksten echt alles. En iedereen ervoer dat zo, want werken in dienst van Jezus/de Heilige Geest pakt altijd juist uit en is voor iedereen liefdevol op de voor hem/haar meest toepasselijke wijze, maar toch universeel, want het refereert naar de diepe herinnering aan de Eenheid van en in God die in iedereen, het hele Zoonschap onveranderlijk aanwezig is.

De plechtigheid straalde volop de persoonlijkheid van mijn vader uit die vooral gekenmerkt werd door zijn serieuze kijk op het leven en tegelijkertijd had hij in ruime mate de onschuld en de blijheid van het kind in zich. Dat kwam vooral altijd sterk naar voren in zijn talent voor verhalen vertellen en verhalen en gedichten schrijven en zijn liefde voor de lente, en het ‘hemelse’ soort geestelijke muziek.
Deze thema’s waren dan ook ruim vertegenwoordigd in de herdenkingsplechtigheid, door hem vooral zelf aan het woord te laten doormiddel van zijn gedichten, en verhalen en dat alles in een prachtig decor van voorjaarsbloemen. En alles omlijst door muziek die hij zo mooi vondt…

Voor mijn moeder, mijn zus en mijzelf ieder op onze eigen manier een prachtige en een geweldige troostrijke ervaring.

Voor mij persoonlijk was dit de ervaring dat als emoties van verdriet overgegeven worden aan J/HG ze getransformeerd worden naar pure vrede, geluk, kortom de Liefde van God.

Hieronder de tekst uit Een cursus in wonderen over: ‘Wat is de dood (H27)’.


‘WAT IS DE DOOD?

De dood is de centrale droom waaruit alle illusies voortkomen. Is het geen waanzin over het leven te denken als geboren worden, verouderen, aftakelen, en sterven aan het eind? We hebben deze vraag al eerder gesteld, maar nu moeten we die zorgvuldiger in overweging nemen. Het is de enige vaste, onveranderlijke overtuiging van de wereld dat alles erin slechts geboren wordt om te sterven. Dit wordt beschouwd als ‘de loop der natuur’waaraan niet mag worden getornd, maar die als de ‘natuurlijke’ levenswet dient te worden aanvaard. Het cyclische, het veranderlijke en onzekere, het onbetrouwbare en het onbestendige dat op een bepaalde manier en langs een bepaald pad toe- en afneemt, – dit alles wordt gehouden voor de Wil van God. En niemand vraagt zich af of een goedaardige Schepper dit wel kan willen.

Volgens deze waarneming van het universum zoals God dat geschapen heeft, zou het onmogelijk zijn Hem voor liefdevol te houden. Want wie bevolen heeft dat alles vergaat, en in stof, teleurstelling en wanhoop eindigt, kan alleen maar worden gevreesd. Hij houdt je futiele leventje aan een zijden draadje in zijn hand, gereed om dat achteloos of zonder spijt, misschien vandaag nog, af te breken. En zo hij al wacht, het eind staat evengoed vast. Wie zo’n god liefheeft, weet niet wat liefde is, want hij heeft ontkend dat het leven werkelijk is. De dood is het symbool van het leven geworden. Zijn wereld is nu een slagveld waar tegenspraak regeert en tegendelen eindeloos oorlog voeren.
Waar de dood heerst, is vrede onmogelijk.

De dood is het symbool van de angst voor God. Zijn Liefde wordt uitgewist in dit idee, dat haar buiten het bewustzijn houdt als een schild dat omhoog wordt gehouden ter verduistering van de zon. De grimmigheid van het symbool volstaat om aan te tonen dat het niet samen met God kan bestaan. Het bevat een beeld van Gods Zoon waarin hij in verwoestings armen ‘ter ruste wordt gelegd’, waar de wormen wachten om hem te begroeten en het dankzij zijn ontbinding nog een tijdje hopen vol te houden. Toch is het even zeker dat ook de wormen tot de ondergang zijn gedoemd. En zo leven alle dingen terwille van de dood. Verslinden is de ‘levenswet’ van de natuur. God is waanzinnig en alleen angst is werkelijkheid.

Het merkwaardige geloof dat er een deel van de stervende dingen is dat voort kan gaan los van wat zal sterven, verkondigt niet een liefdevolle God, en herstelt evenmin enige grond voor vertrouwen. Als de dood voor wat dan ook werkelijk is, dan is er geen leven. De dood ontkent het leven. Maar als er werkelijkheid is in het leven, dan wordt de dood ontkend. Hierin is geen compromis mogelijk. Er is ofwel een god van angst of Een van Liefde. De wereld probeert duizend compromissen en zal er nog eens duizenden proberen. Niet een kan er voor Gods leraren aanvaardbaar zijn, want niet een zou er aanvaardbaar kunnen zijn voor God. Hij heeft de dood niet gemaakt, want Hij heeft de angst niet gemaakt. Beide zijn voor Hem even betekenisloos.

De ‘realiteit’ van de dood is stevig geworteld in de overtuiging dat Gods Zoon een lichaam is. En als God lichamen schiep, dan zou de dood inderdaad werkelijkheid zijn. Maar dan zou God niet liefdevol zijn. Er is geen punt waar het contrast tussen de waarneming van de werkelijke wereld en die van de wereld van illusies scherper aan den dag treedt. De dood is inderdaad de dood van God, als Hij Liefde is. En nu moet Zijn eigen schepping wel voor Hem sidderen en beven. Hij is geen Vader, maar een vernietiger. Hij is geen Schepper, maar een wreker. Vreselijk zijn Zijn Gedachten en angstaanjagend is Zijn beeld. Naar Zijn scheppingen kijken betekent sterven.

‘En het laatste dat overwonnen moet worden, is de dood.’ Uiteraard! Zonder het idee van de dood is er geen wereld. Alle dromen zullen met deze eindigen. Dit is het einddoel van de verlossing, het eind van alle illusies. En in de dood worden alle illusies geboren. Wat kan uit de dood geboren worden en toch leven hebben? Maar wat is uit God geboren en kan toch sterven? De inconsistenties, de compromissen en de rituelen die de wereld cultiveert in haar vruchteloze pogingen zich vast te klampen aan de dood en toch te denken dat liefde werkelijk is, zijn onnadenkende, malle magie, zonder effect en zonder betekenis. God is, en in Hem moet al het geschapene eeuwig zijn. Zie je niet in dat Hij anders een tegendeel heeft, en dat angst dan even werkelijk zou zijn als liefde?

Leraar van God, je enige opdracht zou als volgt geformuleerd kunnen worden: aanvaard geen compromis waarin de dood een rol speelt. Geloof niet in wreedheid, en laat aanval niet de waarheid voor jou verbergen. Wat lijkt te sterven is slechts verkeerd waargenomen en naar de illusie gebracht. Nu wordt het jouw taak de illusie naar de waarheid te laten brengen. Wees alleen hierin standvastig: laat je niet misleiden door de ‘realiteit’ van enige veranderende vorm. De waarheid beweegt niet, wankelt niet, en verzinkt niet in dood en ontbinding. En wat is het einde van de dood? Niets anders dan dit: het besef dat Gods Zoon nu en voor eeuwig schuldeloos is. Niets anders dan dit. Maar laat niet toe dat je vergeet dat het niet minder is dan dit.’ (ECIW H27)’

 

206846-lg

Deze wereld werd gemaakt als ontkenning van God, hoe kan ik iets anders waarnemen in deze wereld dan ontkenning, die vervolgens in stand gehouden wordt in een wankel dualistisch evenwicht zodat het werkelijke Kennen goed verborgen blijft?

Achter ontkenning gaat Kennen schuil. De heftige emotie die gepaard gaat met het gevoel van ontkend te worden houd tevens de ontkenning stevig op z’n plaats in de ego-denkgeest.

Echter goed beschouwd betekent het dat ik mezelf ontken en God, dus de Zoon (het hele Zoonschap) en de Vader. Aangezien dat niet te verwezenlijken valt in werkelijkheid, het is immers een vergissing, een illusie,  betekent het dat ik alleen de omkering zie, de ontkenning, en dus achter ontkend voelen, gekend (Kennen)  schuil gaat, verborgen gehouden door die gedachte van ontkenning. Dus moet ik God vergeven dat hij mij niet heeft ontkend, omdat het niet mogelijk is, het is niet gebeurt.

Iets wat ontkend wordt, wordt verborgen, er wordt dus iets verborgen en dat moet wel het tegenovergestelde zijn. En het wordt stevig op z’n plaats gehouden door schuld/zonde/angst via emoties geprojecteerd in een wereld vol met ontkenningen.

Dus door ontkenning waar te nemen weet ik dat in werkelijkheid dit bewijst dat God mij kent, terugkeer naar Kennen is dan ook alleen mogelijk door de ontkenning te vergeven….

En daar komt bij dat ik emoties nu in handen van HG/J gegeven ánders kan gaan zien; nu als een reminder voor dit vreemde krankzinnige ego-mechanisme, zodat ik kan besluiten me er niet meer door mee laat te slepen de ontkenning in.

Zo wordt de omkering doorzien en weer teruggezet d.m.v. vergeving

Ik voel dan ook heel duidelijk dat op dat moment de denkgeest geheeld wordt en niet de vorm.

Een cursus in wonderen zegt verder over ontkenning o.a.:

‘Ware ontkenning is een krachtig beschermmiddel. Je kunt en moet iedere overtuiging dat een vergissing jou kan kwetsen, ontkennen. Dit soort ontkenning is geen verhulling maar een correctie. Jouw juiste denken hangt ervan af. De ontkenning van de vergissing is een krachtige verdediging van de waarheid, maar het ontkennen van de waarheid mondt uit in miscreatie, de projecties van het ego. 6In dienst van het juiste denken maakt de ontkenning van de vergissing de denkgeest vrij en herstelt zij de vrijheid van de wil. Wanneer de wil werkelijk vrij is kan hij niet miscreëren, omdat hij alleen de waarheid ziet.'(T2.II.2)


‘Jouw denkgeest is één met die van God. Door dit te ontkennen en anders te denken wordt je ego bijeengehouden, maar het heeft je denkgeest letterlijk gespleten.’ (T4.IV.2:7-8)

 

‘Het ego kan zich niet veroorloven iets, wat ook, te kennen. Kennis is totaal, en het ego gelooft niet in totaliteit. Dit ongeloof is zijn oorsprong, en hoewel het ego jou niet liefheeft, is het wel trouw aan zijn eigen afstamming en verwekt het zoals het werd verwekt. De denkgeest produceert altijd weer zoals hij zelf werd geproduceerd. Voortgebracht door angst, produceert het ego wederom angst. Hieruit bestaat zijn trouw, en die trouw maakt het verraderlijk tegenover liefde, omdat jij liefde bent. Liefde is jouw kracht, die het ego wel ontkennen moet. Bovendien moet het alles ontkennen wat deze kracht jou geeft omdat ze jou alles geeft. Niemand die alles heeft wil nog het ego. Zijn eigen maker wil hem dus niet.

Verwerping is dan ook de enige beslissing waarmee het ego geconfronteerd kan worden, als de denkgeest die het gemaakt heeft zichzelf zou kennen. En als hij enig deel van het Zoonschap als zodanig zou herkennen, zou hij inderdaad zichzelf kennen.’  (T7.VI.4)


‘Het is ongetwijfeld duidelijk dat jij tot je denkgeest zowel iets kunt toelaten wat er niet is, als ontkennen wat er wel is. Toch kun je de functie die God Zelf via Zijn Denkgeest aan de jouwe gaf misschien wel ontkennen, maar niet tegenhouden. Ze is het logische gevolg van wat jij bent. Het vermogen om een logisch gevolg te zien hangt af van de bereidwilligheid om het te zien, maar de waarheid ervan heeft met jouw bereidwilligheid niets te maken. De waarheid is Gods Wil. Deel Zijn Wil en je deelt wat Hij weet. Ontken dat Zijn Wil de jouwe is en je ontkent Zijn Koninkrijk en dat van jou.’ (T7.X.2)

 

zonsondergang

 

 

De Heilige Geest kan alles wat je Hem geeft voor jouw verlossing gebruiken. Maar wat jij achterhoudt kan Hij niet gebruiken, want zonder jouw bereidwilligheid kan Hij het niet van jou wegnemen. (T25.VIII.1-2)

Alles wat ‘ik’ (de egodenkgeest, dus niet het ‘ikje’ de droomfiguur) denk over mijzelf, en anderen, wat ook niets anders is dan gedachten over mijzelf geprojecteerd naar buiten op zgn anderen, en wat zijn oorsprong vindt in de egodenkgeest, in angst, en waar ik nu eerlijk naar leer kijken aan de bron ervan, als waarnemende denkgeest, geef ik over aan HG/J denkgeest.

En al deze waangedachtes over mijzelf, (en anderen wat dus geprojecteerde gedachten over mijzelf zijn) zullen door de HG/J denkgeest omgezet worden in waardevolle hulpmiddelen die nu als helende gedachten over het hele Zoonschap worden uitgespreid en niet anders kunnen dan Helen.

Niets, maar dan ook niets is waardeloos aan de Zoon van God (één denkgeest) die zich terugherinnert en vergeven heeft in de Vader.

De genezen denkgeest zal alleen nog maar als kanaal voor het uitbreiden van Liefde kunnen dienen.

(zie ook de oefening in les 91 (WdI.91.8)

 

‘Ik zal genezen zijn, wanneer ik toelaat dat Hij mij genezen leert’ (T2.V.18:2-6)

 

 

 

 

Höchster, mache deine Güte
Ferner alle Morgen neu.
    So soll vor die Vatertreu
    Auch ein dankbares Gemüte
    Durch ein frommes Leben weisen,
    Dass wir deine Kinder heißen.


 

 

 

Wat is dat nu Hulp vragen, aan wie doe ik dat? En van wie of wat krijg ik antwoord?

Ervan uitgaande dat er alleen geest is, alles in werkelijkheid geest is, zoals het hele ‘Zoonschap’, betekent dat als ik in gedachte ‘praat’ met een symbool wat mij terug brengt tot het ‘geestelijke’, ik communiceer met het zelf, met nondualistische geest, maar dat ik daarbij wel gebruik maak van symbolen die mij aanspreken en daardoor het meest behulpzaam zijn in het herontdekken en herstellen van dat geestelijke contact.

Ik praat voortdurend in ‘mijzelf’ en krijg ook antwoorden, niet vanuit een ‘geest’ of entiteit buiten mij, want dat zou het oude verhaal van de dualiteit en afscheiding weer zijn, maar gewoon vanuit de bron die ik in werkelijkheid ben en die iedereen is in werkelijkheid.

Het om Leiding vragen en afstand doen van de leiding (vergeven) van het ego is niets anders dan inpluggen op de ene Geest die alles en iedereen verbind met dat wat ‘ik’, ‘wij’ zijn. Daar is niets speciaals aan, niets bijzonders, niets uitverkorens, het is de meest natuurlijk staat die er is.

Dus als ik of iemand zegt, ik ‘praat’ met de Heilige Geest, met J of met Maria, of Maria Magdalena, of wat voor behulpzaam symbool dan ook, dan gaat het hierbij niet om de historische figuren, die nu in de hoedanigheid van entiteiten met mij of jou of wie dan ook communiceren, maar wel als symbool, omdat ik nu eenmaal alleen maar in de hoedanigheid waarin ik nu denk te zijn, via symbolen kán communiceren. Ze herstellen op die manier de verbinding met de Eenheid, met Liefde en vanuit die Eenheid, vanuit die Bron van Liefde is er altijd ‘Hulp’, louter en alleen van wegen het simpele feit dat alle ellende, zorgen, pijn en angst en schuld, oplossen zodra ik inplug op Eenheid en symbolisch mijn angst aan weer symbolisch HG, J of wie dan ook geef. En die Hulp kan op allerlei manieren komen, via een ‘echte stem’ ervaring, via gedachtes, ideeën, inspiratie, beelden, horen enz. Heel individueel op maat gesneden, maar het is nooit iets van buitenaf.

Hulp vragen is de bereidheid, alle zelf-hulp van het ego te laten varen, en in te pluggen in Hulp, op Eenheid, en vanuit die Bron kan niets anders komen dan Werkelijke Hulp, Werkelijke Liefde. En die Hulp houd zich niet bezig met de vorm, maar puur met geest, de bron van alles. Maar als de Liefde weer vrij kan stromen, dus de Hulp geaccepteerd wordt, zal dat enorm geïnspireerd werken en zal ik weten wat me te doen staat, vanuit Inspiratie.

De wereld, de droom, de afscheiding, wordt op deze manier een leermiddel, niet in handen van het ego, maar in Handen van de Heilige Geest, Jesus die als symbolische Brug de verbinding de Ware Communicatie herstellen met God.

%d bloggers liken dit: