archiveren

Tagarchief: ziek

Misschien een gedachte waard…
Is dat wat “we” binnen het (onmogelijke) concept van de illusoire droom van ruimte en tijd, dat we in “onze” wereld, “normaal”, “abnormaal” , “afwijkend”, “gestoord” (geestelijk en of lichamelijk) noemen, eigenlijk niet een volstrekt “normaal”, en “logisch” gevolg, van het volstrekt onnatuurlijke en onmogelijke geloof in de mogelijkheid van het werkelijk bestaan van een dualistische wereld welke als enig doel heeft afgescheiden te zijn en blijven van dat wat IS, “onze” werkelijke non-dualistische aard?

Dus praktisch gezien kan je dan stellen dat alles en iedereen wat we als “normaal”, “abnormaal”, “afwijkend”, “apart”, “speciaal”, “gek”, “krankzinnig” enz. enz. zien, eigenlijk alleen maar een afspiegeling of reflectie is van “onze” poging tot afscheiden van Één.
Een zinloze poging, welke nooit echt succesvol zal kunnen zijn, ook al wordt er alles aan gedaan om het wel voor elkaar te krijgen, tot de dood erop volgt, waarna er weer geboren wordt zodat het onmogelijke krankzinnige spel van “normaal” en “abnormaal” opnieuw en opnieuw kan worden gespeeld.

We benoemen alles wat z’n stinkende best doet om in een krankzinnig, onmogelijk idee van afscheiding het hoofd boven water te houden als zeer positief en zeer prijzenswaardig, en alles wat daar niet in slaagt wordt al snel gezien als negatief, zielig, zwak, beneden pijl, abnormaal, ziek, onderontwikkeld, achterlijk, geestesziek enz..

En dus moeten de zogenaamde normal krankzinnige die de wereld van afscheiding zien als normaal, en iets als waar je je aan moet aanpassen, en wat bovenal verdedigd moet worden, degene die het zogenaamd niet redden, omdat het moeten/willen leven in een onmogelijke krankzinnige wereld van het geloof in afscheiding uiteindelijk onvermijdelijk niet meer vol te houden is, tot de orde roepen door ze als zieken te verplegen en ze zo snel mogelijk weer tot de als normaal geldende krankzinnigheid (welke als de normale norm wordt gezien) terug te brengen.

De wereld is aldus gezien een totaal op z’n kop krankzinnig, totaal ziek en onmogelijke idee, waar dien ten gevolgen alles op z’n kop wordt gezien en ervaren.
En beide partijen de normaal krankzinnigen als de door de normaal krankzinnige beschouwde krankzinnige, hebben allebei als doel: afscheiding van Één.

En ja daar kan men als dit langzaamaan duidelijk wordt behoorlijk van in de war raken, maar bedenk dan dat het in de war raken niet komt door bovenstaand verhaal, maar doordat de herinnering aan Één, welke gelukkig nooit is weg geraakt, langzaamaan onvermijdelijk naar boven komt en aldus een bedreiging vormt voor het geloof in de mogelijkheid van afgescheiden te kunnen zijn van Één en dat weerspiegelt zich in een projectie die eruit ziet en ervaren wordt als bedreigend.

Gelukkig door de onvermijdelijkheid van het terug herinneren in Één, zal elke schijnbaar individuele (afgescheiden) denkgeest zich terug herinneren in dat wat IS en buiten de illusie van tijd en ruimte bevindt.

De denkgeest die zich weer bewust wordt en daardoor het op z’n kop ego denken en geloven kan en wil “vergeven” (vergeven als in “er is niets werkelijk gebeurt binnen onveranderlijke Éénheid”) zal stap voor stap terug herinneren in Één.
Dat is niet weggelegd voor een enkeling, maar voor de hele ene denkgeest, welke er nu nog voornamelijk uitziet, door het geloof daarin, als versplinterd in miljarden aparte stukjes.

 

 

 

Wat ik buiten me denk en geloof te zien is altijd de projectie van wat er vanuit een schijnbaar persoonlijke denkgeest gedacht wordt.
Niets van wat de “ik” buiten de “ik” denk en geloof te zien is als schijnbaar uiterlijke vorm waar. Ik kan dus nooit in onvrede zijn om wat ik denk en geloof buiten mij te zien in iets of iemand anders.
Ik kan wel mijn aandacht van de projectie (dat wat ik als oorzaak van mijn onvrede buiten mij zie) terug nemen naar de bron van mijn onvrede, die zich in “mijn” denkgeest bevindt.
Daar aangekomen vraag ik altijd hulp aan iets anders dan dat wat projecteert (de keuze voor egodenken), namelijk dat wat oordeelloos kan kijken, de keuze voor Heilige Geest en of Jezus, oftewel vanuit Juist-gericht denken. Dat is een keuze gemaakt vanuit de keuzemakende/waarnemende denkgeest positie.

Vanuit die oordeelloze post kijk ik naar alles wat zich lijkt af te spelen buiten mij, precies zoals het zich voor lijkt te doen met alles wat er bij hoort aan emoties en gevoel. Ik verander er niets aan, ik hou niets achter ik kijk alleen naar alle weerstand.
Want weerstand is wat ik zie uitgebeeld als ik eerlijk en oordeelloos naar mijn projecties kijk. Of ze nu liefdevol of haatdragend zijn, als ik mijn projecties zie als de oorzaak van wat ik voel dan heb ik voor afscheiding/weerstand (van Eenheid, Waarheid, Liefde, God) gekozen en de uitbeelding van de keuze voor afscheiding is wat ik denk en geloof te zien.

Ik voel nooit eerst de rechtstreekse verdediging/weerstand tegen Eenheid, Waarheid, Liefde, God, want dat is onder leiding van het egodenken onmogelijk geworden, omdat het egodenken juist ervoor is om dat te doen laten vergeten, zodat de bron van mijn onvrede geheel achter de sluier van vergetelheid is verdwenen en nu dat wat zich buiten mij lijkt te bevinden als oorzaak wordt gezien. Een rechtstreekse confrontatie met de onderliggende angst en weerstand tegen Eenheid, Waarheid, Liefde God, wordt dus door het ego vertaald/geprojecteerd in een meer handelbare verdraagbare vorm, zodat het nu lijkt dat er een “ik” is die nu volledige macht en autonomie heeft over alles wat ervaren wordt.

Als ik echter bereid ben om terug te gaan naar de bron (de denkgeest) en eerlijk leer kijken naar al mijn gedachten, olv Oordeelloosheid (HG/J) zal ik leren door de (ego) angst (verdediging/weerstand) heen te gaan en de confrontatie aan te gaan met de daaronder liggende angst/weerstand tegen Eenheid, Waarheid, Liefde, God.
Nogmaals dit is onmogelijk olv het egodenken, en alleen mogelijk olv Heilige Geest/Jezus, dus het oordeelloze denken. Dit is een keuze, niet een “doen” maar een keuze.

Ik hoef niets te veranderen aan wat zich af lijkt te spelen buiten mij, zeg maar wat zich op het filmdoek (de situatie) afspeelt. Dat is niet mijn werkelijke functie. Mijn functie is nu, alles wat zich lijkt af te spelen buiten mij te gaan leren zien en accepteren als vergevingsmateriaal en vergevingskans, en het proces te volgen zoals hierboven beschreven.

Het grote verschil tussen voor ego leiding of voor HG leiding kiezen is dat voor ego kiezen altijd de drang met zich mee brengt dat er iets buiten mij moet veranderen zodat ik me beter zal gaan voelen in een meer plezieriger wereld. Voor HG/J leiding kiezen is oordeelloos naar de keuze voor ego leiding en de gevolgen daarvan kijken, deze terug te nemen en te vergeven en me niet meer op de eerste plaats te bekommeren op een uitkomst in enige vorm buiten mij.

Het vertrouwen zal dan groeien dat alles gebeurt precies zoals het gebeurt en niet meer als oorzaak gezien zal worden van mijn onvrede. Het vertrouwen van volledig terug herinneren in denkgeest en vrij te leven vanuit Inspiratie. En leven vanuit Inspiratie is precies weten wat te doen in elk gegeven situatie die nog binnen het ervaren ervaren wordt. Dat is de betekenis van de gelukkige droom. Niet op vorm geluk buiten een mij in een wereld gericht, maar op de totale innerlijke vrijheid van de nu genezen denkgeest.

Er is geen wereld welke ziek is of niet deugt, het is denkgeest die ervoor gekozen heeft zich af te scheiden van Eenheid, Waarheid, Liefde, God. En aangezien dat een onmogelijk ziek idee is, voelt de denkgeest die dit nu voortdurend projecteert zich ziek, ongelukkig, boos enz. en lijkt er een wereld te bestaan die ziek is en niet deugt.

Vandaar dat les 5 in het Werkboek echt een sleutel les is:
“Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk” (WdI.5)

 

Alleen als ik oordeelloos kijk, vanuit mijn niet op oordeel en veroordelende uit zijnde observerende denkgeest positie, alleen dan kan ik het denksysteem van de keuze voor het ego denksysteem doorzien en begrijpen. Elk veroordelend oordeel wat ik weer zie voorbij komen in mijn denken, is opnieuw kiezen voor het ego denksysteem. Door er oordeelloos naar te leren kijken, wordt ik mij ervan bewust dat het een (bewuste) keuze is met welk denksysteem ik wens te denken.
Hoe en wat ik denk lijkt een automatisme, maar eigenlijk is wat en hoe ik denk een gevolg van training van de denkgeest bepaalde denkpatronen te volgen. De denkgeest functioneert zoals deze geconditioneerd is.

Zodra de geest zichzelf als iets anders ‘denkt’ dan alleen geest te zijn, begint de droom van afscheiding. De geest blijft geest, maar droomt nu iets anders te zijn dan geest, iets wat het tegenovergestelde van geest uitbeeldt dankzij het idee van afscheiding. Wat één lijkt nu twee en dat kan alleen als één zich lijkt te kunnen opsplitsen in iets wat tegenovergesteld is aan elkaar; dualiteit is geboren.
Elke volgende gedachte wordt nu geboren uit dit idee van dualiteit en kan niets anders dan dualiteit uitbreiden.

“In de eeuwigheid, waar alles één is, sloop een nietig dwaas idee binnen waarom de Zoon van God vergat te lachen. Door dit te vergeten werd de gedachte een serieus idee, in staat tot zowel verwezenlijking als werkelijke gevolgen.
Samen kunnen we ze beide weglachen, en begrijpen dat de tijd geen inbreuk kan maken op de eeuwigheid. Het is ridicuul te denken dat de tijd de eeuwigheid kan omringen, die juist betekent dat er geen tijd bestaat” (T27.VIII.6:2-5).

Echter, de ware aard van de geest, non-dualistische Eenheid is niet verdwenen, de herinnering aan Eenheid huist nog steeds in de geest die droomt van de mogelijkheid van afscheiding.
Uiteindelijk, als blijkt dat afscheiding niet kán werken, dat Eenheid nooit echt twee kan worden, dat Waarheid nooit werkelijk onwaarheid kan worden, dan wordt de herinnering aan onveranderlijke Eenheid zo sterk, dat de gedachte opkomt vanuit de herinnering die nog steeds aanwezig is in de denkgeest; “er moet een andere manier zijn”.

De denkgeest die de herinnering aan de verbinding met Eenheid weer toelaat zal deze gedachte projecteren op een wijze die de nog in de droom gelovende denkgeest kan begrijpen. De herinnering zal altijd afgestemd zijn op wat de nog dromende denkgeest kan begrijpen. Daardoor lijkt de herinnering zich dan ook op een ‘persoonlijke’ manier te manifesteren binnen ruimte en tijd.

De herinnering lijkt uit de persoonlijke projecties (lichamen dus) te komen, maar aangezien er nog steeds alleen maar geest is, komt de herinnering uit de denkgeest die zich wil herinneren. Anders gesteld, de waarnemende, keuzemakende denkgeest is het eerste deel van de dromende denkgeest wat ontwaakt en stap voor stap leert de droom te observeren en te overzien en vooral leert dat de keuze voor het ego denksysteem, de keuze is voor afscheiding en dat daar het ‘probleem’ ligt en niet in de wereld van de projecties.
De wereld van de projecties verandert nu van functie; van oorzaak en gevolg zijn, naar een reminder zijn voor de ‘andere’ keuze, namelijk de keuze voor het terug herinneren in de geest, daar waar de bron van oorzaak en gevolg ligt en waar opnieuw de keuze kan worden gemaakt nu voor Eenheid, in plaats van voor afscheiding.

Bewustwording betekent ook bewust worden van het feit dat alles wat gedacht wordt voortkomt uit een keuze. Niet de keuzes die een ik lijkt te maken op vorm niveau, dus niet de keuze die ik het lichaam maak voor het ziek worden van het lichaam, of ik het lichaam dat kiest voor arm te zijn of rijk, of voor falen of geluk, of succes of voor wat dan ook in enige vorm, maar dat alles wat een ogenschijnlijk ik denkt en gelooft te ervaren een keuze is van de denkgeest die kiest voor te geloven in zonde, schuld en angst en dit projecteert, ogenschijnlijk buiten zichzelf, zodat dit ‘nietig dwaas’ idee heel serieus genomen wordt en als werkelijk wordt gezien.

Bewustwording betekent bewust worden van het in bovenstaande alinea beschreven, onbewust gehouden, ego denksysteem van afscheiding en zich de mogelijkheid herinneren een andere keuze te maken, vanuit de langzaam ontwakende en bewust wordende denkgeest die tot oordeelloos observeren in staat is.

En vervolgens vormt Ware Vergeving van al die onbewust gehouden afscheidingsgedachten, die nu via de waarnemende/keuzemakende denkgeest in het bewustzijn aan het licht mogen komen, de stap voor stap weg terug naar het herinneren in de onveranderlijke Eenheid van de Geest.

 

 

Dat wat wij angststoornissen noemen en ondergebracht hebben in diverse categorieën van geestesziekten, zijn eigenlijk niets anders dan als het ware uitvergrotingen van de angst gemaakt door de egodenkgeest die angst gebruikt voor maar één doel: afscheiding uit Eenheid.
Zolang wij denken en geloven een lichaam te zijn met hersenen die ziek kunnen worden en bijvoorbeeld aan angststoornissen kunnen lijden, zal het egodoel (afscheiding uit Eenheid) verborgen blijven en zullen deze ziektes van de geest bestreden worden op het niveau waar ze onmogelijk kunnen genezen; het niveau van het egodenken, wat betekent geloven dat we denken vanuit een lichaam met hersenen.
Dit ‘weten’ wil nog niet zeggen dat Ware Genezing dan ook plaats zal vinden.
De angst die de egodenkgeest projecteert als verdediging tegen Eenheid, Liefde, God (of hoe je het Onnoembare ook wil noemen) moet niet worden onderschat.
Deze verdediging moet wel gigantisch zijn, wil deze in staat zijn dat wat onveranderlijk Een is aan het oog te onttrekken en te doen laten vergeten.
Tevens is ‘vergeten’ ook hoever de verdediging kan gaan, het totaal ongedaan maken van Onveranderlijke Waarheid is natuurlijk onmogelijk, wat de egodenkgeest ook probeert. En het probeert heel wat, zie onze wat wij onze wereld en ons leven noemen. De fantasie van de egodenkgeest lijkt onuitputtelijk en merendeels gruwelijk. De egodenkgeest is een prima filmmaker in elk genre.

Gelukkig is de fantasie van de egodenkgeest niet in staat Onveranderlijke Eenheid/Werkelijkheid, Liefde God; het Onnoembare, te vernietigen.
Want dat zou betekenen dat angst werkelijkheid is en niet het Onveranderlijke Onnoembare. En dat spreekt zich sowieso al meteen tegen. Onveranderlijk is immers onveranderlijk…
Maar weer, dit begrijpen is niet voldoende, wel een begin.

Om die enorme niet te onderschatten weerstand van de egodenkgeest te doorbreken, is precies nodig wat de egodenkgeest als wapen gebruikt, namelijk ‘weerstand’. Maar niet het waar maken van weerstand, maar het vergeven van weerstand.
Daarvoor moet eerst elke weerstand onder ogen worden gezien, precies zoals deze is opgezet door de egokant van de denkgeest die niet anders kan dan voor angst kiezen, want zo is deze opgezet.
Ook dit ‘kijken’ tijdens het ervaren kan op twee manieren: vanuit angst (ego) of vanuit HG/J (de brug die nog steeds verbonden is met de herinnering aan het Onveranderlijke Onnoembare).
Vanuit angst zal angst naar angst kijken en zal de angst nog vergroot worden.
Vanuit HG/J zal de angst bekeken en ervaren kunnen worden op een oordeelloze waarnemende, maar wel deelnemende wijze.
En zo zal angst een andere functie krijgen olv HG/J en stap voor stap het terug herinneren bevorderen en begeleiden van de denkgeest die uiteindelijk onvermijdelijk niet anders kan dan terug herinneren in het Onveranderlijke Onnoembare.

Dus eigenlijk is de egodenkgeest een grote angststoornis waar we als ons met egodenkgeest geïdentificeerde denkgeest, allemaal aan lijden.
En eigenlijk staat dat heel duidelijk in de Inleiding van het Tekstboek van Een cursus in wonderen:

INLEIDING

1. Dit is een cursus in wonderen. Het is een verplichte cursus. Alleen
de tijd waarop je hem doet staat jou vrij. Vrije wil betekent niet dat
jij het leerplan kunt vaststellen. Het betekent alleen dat je kunt kiezen
wat je op een gegeven moment wilt doen. De cursus beoogt niet
de betekenis van liefde te onderwijzen, want dat gaat wat onderwezen
kan worden te boven. Hij beoogt echter wel de blokkades weg te
nemen voor het bewustzijn van de aanwezigheid van liefde, die jouw
natuurlijk erfgoed is. Het tegendeel van liefde is angst, maar wat alomvattend
is kent geen tegendeel.

2. Deze cursus kan daarom heel eenvoudig aldus worden samengevat:

Niets werkelijks kan bedreigd worden.
Niets onwerkelijks bestaat.

Hierin ligt de vrede van God.
(T.In.1-2)

Een verplichte cursus in de zin van dat het onmogelijk is uit het Onveranderlijke Onnoembare te geraken en het dus onvermijdelijk is dat onmogelijke ‘vergeten‘ weer terug te herinneren, maar wel gebruik makend van het voor de denkgeest verstaanbare en begrijpelijke concept van ruimte en tijd, waardoor het lijkt dat het een individueel proces is, waarbij de individuele denkgeest stap voor stap terug geleid wordt van angst terug naar Liefde.

De zich niet van zichzelf bewuste denkgeest, lijkt een speelbal te zijn van ‘toeval’, onwillekeurige gebeurtenissen, die zich afspelen tussen geboorte en dood welke ons als lichamen wordt aangedaan door oncontroleerbare omstandigheden buiten ons lichaam.
De onbewuste denkgeest lijkt maar een beetje rond te dwalen in de chaos die we ons leven op aarde noemen.
Een chaos die eigenlijk alleen maar een rookgordijn is om aan de aandacht te onttrekken dat achter die ogenschijnlijke chaos de waarnemende/keuzemakende denkgeest schuil gaat die ‘bewust’ kiest voor chaos, met als enig doel zich af te scheiden van het totale Eenheids Bewustzijn, door onbewustheid te veinzen en daar in te geloven.
En het erin geloven is de enige afscheidingsmuur tussen onbewust en bewust.

Het lijkt een ondoordringbare muur te zijn, omdat ik dat wil geloven, omdat ik geloof dat ik afgescheiden kan zijn van Eenheid, Waarheid van Liefde, van God.
En daar boven op wordt ook nog eens dat ‘geloven in’, de enige oorzaak van deze zogenaamde ondoordringbare muur verborgen gehouden. En wat overblijft zijn de projecties van het verborgen geloof in afscheiding, en zien we alleen een wereld van totale chaotische willekeur met miljarden vormen en wordt ‘vergeten’ dat wat we denken te zien niets anders is dan de uiterlijke weergave van een innerlijke toestand.
En de innerlijke toestand is altijd het geloof in zonde, schuld en angst.

Dus als ik bijvoorbeeld hoofdpijn heb is dat de uiterlijke weergave van een innerlijke toestand. En die innerlijke toestand is altijd het geloof in zonde, schuld en angst. Dus ik kies niet bewust voor hoofdpijn, ik kies voor te geloven in zonde, schuld en angst. Maar door het verborgen houden door de denkgeest van de oorzaak, namelijk mijn geloof in zonde, schuld en angst, lijkt het of hoofdpijn of een andere ziekte of ongeval, ramp of wat dan ook voor vorm gebeuren mij overkomt door iets buiten mij, mij door anderen of mijzelf aangedaan.
De met opzet onbewust gehouden denkgeest kiest niet voor ziekte van een lichaam, ze kiest voor te geloven in zonde, schuld en angst, want dat houdt de afscheiding in stand, het doel van de waarnemende/keuzemakende denkgeest die voor de egodenkgeest kiest.
Niet lichamen of omstandigheden in de wereld veroorzaken ziekte en ellende, maar het geloof in zonde, schuld en angst doet dat.

De ‘eigen schuld dikke bult’ reactie hierop is dan ook niets anders dan weer de verdediging van de egodenkgeest die niet zijn ‘geloofs’ verdedigingsmuur, het geloof in zonde, schuld en angst bewust onder ogen wil zien.
Terwijl diezelfde zogenaamde onbewuste denkgeest wel een god heeft geprojecteerd die naar volslagen willekeur ziekte en rampen rondstrooit en voortdurend met offers mild gestemd moet worden, zodat ik misschien gespaard blijf voor ziekte en rampen en deze wraakzuchtige god zijn woede op ‘anderen’ zal richten.

Ware genezing, het wonder van genezing gaat dan ook niet over het genezen van lichamen of wat dan ook in wat wij de wereld noemen, maar over het genezen van de denkgeest. De denkgeest, niet het brein, want dat is immers ook onderdeel van het lichaam.
De denkgeest is ziek, projecties zijn niet ziek, projecties zijn slechts de uiterlijke weergave van de innerlijke (denkgeest) keuze voor afscheiding.
In wezen is er niets gebeurt er is alleen gekozen voor het geloof in zonde, schuld en angst en daar zien we de uiterlijke weergave van. Maar dat zijn nog steeds projecties, zoals projecties op een filmdoek of beelden op tv.

De denkgeest lijkt verdwaald, lijkt doelloos rond te dwalen in wat wij ons leven noemen afstevend op een onvermijdelijke dood, maar dat is een illusie. Een illusie die enkel als doel heeft bewust te vergeten dat er achter die illusie de denkgeest schuilgaat die voortdurend de keuze moet maken (met elke gedachte) in afscheiding te blijven teneinde de illusie in stand te houden. De waarnemende/keuzemakende denkgeest die voortdurend moet kiezen voor zijn geloof in zonde, schuld en angst, zodat de illusie van een geprojecteerde wereld in stand blijft.

MAAR, de waarnemende/keuzemakende denkgeest die dit hele chaotische egodenksysteem onder ogen wil zien, en dat is onvermijdelijk uiteindelijk, kan een keuze maken.
Als de waarnemende/keuzemakende denkgeest onder ogen wil zien dat alles wat hij ervaart een uiterlijke weergave is van een innerlijke toestand, en onder ogen wil zien dat die innerlijke toestand de keuze is voor te geloven in zonde, schuld en angst, dan zal de nu van zichzelf bewust denkgeest niet meer gaan sleutelen aan de projecties (de uiterlijke weergave van een innerlijke toestand), maar aan de innerlijke toestand, aan zijn keuze voor het geloof in zonde, schuld en angst. Aan de oorzaak dus en niet aan het gevolg.
De denkgeest die zich nu boos, angstig, ongerust, schuldig, verbijstert afvraagt of er dan niets gedaan moet worden in de wereld. Zou eerst de vraag kunnen stellen wie/wat zegt dit.
Als er alleen denkgeest is moet deze vraag afkomstig zijn van de waarnemende/keuzemakende denkgeest die uit gewoonte kiest voor het geloof in zonde, schuld en angst, dus voor egodenkgeest.
De waarnemende/keuzemakende denkgeest die opnieuw kiest en nu voor Liefde, zal precies weten wat eventueel wel of niet te doen in het ervaringsgebied waarin hij denkt en gelooft te zijn, ook al kan dat op het eerste gezicht een vreemd en onverwacht antwoord zijn, wat ook weer angst kan oproepen, maar vraag je dan weer af, wie/wat wordt bang, kiest weer voor angst, en maak opnieuw de keuze en (ver)geef de angstgedachte aan de Juist Gerichte-Denkgeest (Heilige Geest).
(zie/lees H21.5)

De waarnemende/keuzemakende denkgeest kan kiezen voor Ware Vergeving in plaats van voor angst. Ware Vergeving kijkt naar de bron oorzaak, kijkt naar de keuze voor te geloven in zonde, schuld en angst en maakt daar op denkgeest niveau nu heel bewust de andere keuze, de keuze voor Liefde.

De dwalende, verdwaalde denkgeest zal daardoor stap voor stap bewust terugkeren naar Huis, waar deze nooit uit is weggegaan, maar slechts een nachtmerrie heeft gehad van zonde, schuld en angst.

Iets wat niet kan bestaan kan niet beginnen en niet eindigen, dat is logisch.
Het einde van de wereld als projectie van het geloof in zonde, schuld en angst, vereist dan ook ‘slechts’ een omslag in de waarneming. De omslag in de denkgeest van angst terug naar Liefde.

“Wat is het enige vereiste voor deze omslag in de waarneming?
Simpelweg dit: de erkenning dat ziekte iets van de denkgeest is, en niets
met het lichaam uitstaande heeft. Wat ‘kost’ deze erkenning? Het kost je
de hele wereld die jij ziet, want het zal nooit meer zijn alsof de wereld over
de denkgeest heerst. Want met deze erkenning wordt de verantwoordelijkheid
daar geplaatst waar ze thuishoort: niet bij de wereld, maar bij hem
die naar de wereld kijkt en haar ziet zoals ze niet is. Hij kijkt naar wat hij
verkiest te zien. Niets meer en niets minder. De wereld doet hem niets
aan. Hij dacht alleen van wel. Evenmin doet hij de wereld iets, want hij
vergiste zich in wat ze is. Hierin ligt de bevrijding van zowel schuld als
ziekte, want die zijn een en hetzelfde. Maar om deze bevrijding te aanvaarden
moet de onbeduidendheid van het lichaam een aanvaardbaar
idee zijn” (H5.II.3:1-12).

Niet de wereld is ziek, of het lichaam, maar de denkgeest die kiest voor te geloven in zonde, schuld en angst en dit aan de aandacht onttrekt door zonde, schuld en angst te projecteren en zich daar vervolgens mee te identificeren.

“Er is geen wereld! Dit is de kerngedachte die de cursus probeert te onderwijzen. Niet ieder is bereid
dit te aanvaarden en ieder moet zo ver gaan als hij zich kan laten leiden
langs de weg die hem naar de waarheid voert. Hij zal terugkeren en
weer verder gaan, of misschien een tijdje ervoor terugwijken en terugkeren
eens weer.

Maar genezing is het geschenk van hen die bereid zijn te leren dat er geen
wereld is en die les nu kunnen aanvaarden. Hun bereidheid zal hun de les
aanreiken in een vorm die zij kunnen begrijpen en herkennen. Sommigen
zien die plotseling in hun stervensuur en staan op om haar te onderwijzen.
Anderen vinden haar in een ervaring die niet van deze wereld is, en die
hun laat zien dat de wereld niet bestaat, want wat zij aanschouwen moet
wel de waarheid zijn, en toch weerspreekt dat duidelijk deze wereld.
En sommigen zullen haar in deze cursus vinden…” (WdI.132.7:1-4,8:1).

De wereld is een aan meervoudigepersoonlijkheidsstoornis, schizofrenie lijdende denkgeest toestand.
Wat ben ik dan?
Een stukje denkgeest dat zich hiervan bewust aan het worden is, oftewel bereid is te genezen van deze waan.

Er is maar één Geest, er is dus ook maar één denkgeest, schijnbaar opgesplitst in een egodenkgeest met als tegenhanger, omdat helemaal uit de Geest verdwijnen onmogelijk is, de vage herinnering aan het één zijn in Geest, die ingeval van ECIW de Heilige Geest wordt genoemd. Een herinnering die door de egodenkgeest voortdurend weg gehouden wordt uit het bewustzijn, door het projecteren van een complete wereld, welke als een krachtige briljante afleiding functioneert.
Maar een projectie is een projectie en blijft een projectie, een gedachte dus, gedacht door de ene (ego)denkgeest.
De denkgeest die nu vergeten is dat deze denkgeest is, denkt en gelooft nu dat ‘hij’ een lichaam is in een wereld bevolkt door andere lichamen, dieren en verder alles wat er verder nog lijkt te zijn, van de oneindige uitgestrektheid van het heelal tot het kleinst tot nu toe ontdekte deeltje, het is allemaal egodenkgeest gedachte materiaal.
En een grote afleiding van wat Waarheid, Eenheid is.

De aan meervoudigepersoonlijkheidsstoornis, schizofrenie lijdende denkgeest toestand is de diagnose die de tot genezen bereid zijnde zich herinnerende kant van de denkgeest die eraan toe is zich te Herinneren, iets wat onvermijdelijk is, over zichzelf kan stellen.
Als de diagnose eenmaal gesteld is en geaccepteerd kan genezing beginnen.

Dit genezingsproces speelt zich af in het ‘herinneringsgebied’ van de tot herinnering bereid zijnde denkgeest. Dit wordt nog ervaren als een ‘ikje’ denkgeest, waarbij de projectie (het lichaam) nog als uitdrukkingsvorm functioneert en alle andere projecties uit de ook nog steeds ene (ego)denkgeest, als spiegel functioneren.
De genezende denkgeest zal echter het lichaam naarmate de genezing vordert, zichzelf niet meer verwarren met het lichaam waarvan ‘hij’ eerst dacht en geloofde dat het lichaam was wat ‘hij’ was.
De tot genezing bereid zijnde denkgeest herinnerd zich meer en meer enkel en alleen denkgeest te zijn en dat het lichaam een projectie is, die ‘hij’, de denkgeest zelf heeft geprojecteerd en dus nog steeds een gedachte is.
De denkgeest ervaart zichzelf nog wel als een individueel stukje denkgeest, zolang ‘hij’ zichzelf nog ervaart in de geprojecteerde wereld.
Echter de door de denkgeest geprojecteerde wereld, die eerst tot doel had zich af te scheiden van de denkgeest, kan nu door de genezende en zich bewust wordende herinnerende denkgeest worden omgekeerd en juist als geneesmiddel worden her-gebruikt.
Niet als los staande ‘dingen’, maar als gedachten. Want er zijn immers geen ‘dingen’ er zijn alleen projecties, gedachten, afkomstig van de denkgeest.

ECIW gebruikt hiervoor de term ‘Ware Vergeving’, waarbij dat wordt vergeven wat nooit heeft plaatsgevonden. Oftewel de projecties die ‘waar’ gemaakt werden door de egodenkgeest, keren terug naar hun bron, de denkgeest, waar ze oplossen in het ‘niets’, waar ze ook vandaan kwamen.

Dit lijkt nog steeds een individueel proces te zijn, een proces van genezing van de denkgeest die dacht en geloofde een individu te zijn en nu langzaamaan zichzelf terug herinnert in het Eén zijn.
Dat gevoel, het idee van nog een individuele denkgeest te zijn kunnen we zien als het gevolg van het geloof in de mogelijkheid van afgescheiden kunnen zijn uit Eenheid. Het lijkt alsof het Ene zich ineens opgesplitst heeft in miljarden afzonderlijke focuspuntjes en dat die focuspuntjes zich nu als afzonderlijke gedachten ervaren, alsof je in één grote kamer met miljarden raampjes als één denkgeest tegelijkertijd door al die miljarden raampjes kijkt en tegelijkertijd in één keer iets anders lijkt te zien, nog steeds vanuit dat ene Geest zijn. Dat geeft het effect van het zien van afzonderlijke beelden, maar dat is het niet, er is nog steeds één Geest die de Bron is.
Het probleem is nu echter dat de ene denkgeest zichzelf nu ook ervaart als een afzonderlijk stukje en dat ook geloofd en zich daardoor volkomen identificeert met dit afzonderlijk zijn. De herinnering aan wat Waar is, dus Eenheid blijft echter aanwezig, omdat de waan waarin nu geloofd wordt, een waan is en blijft, en dus niet waar. Dit zorgt voor een constant gevoel van angst en schuld en om daar weer aan te ontsnappen projecteert het zich nu als afzonderlijk wanende stukje gefocuste denkgeest, als lichaam te midden van andere lichamen, dingen en situaties.
De verwarring en chaos zijn nu compleet, de denkgeest is nu ziek en lijd aan een meervoudigepersoonlijkheids, schizofrene stoornis.
En dit duurt totdat de denkgeest bereid is en er klaar voor is te genezen oftewel er aan toe is zich terug te herinneren in Eenheid, waar deze nooit werkelijk uit weg is geweest.

%d bloggers liken dit: