archiveren

Tagarchief: woorden

Achter die schijnbare barrière van geloofsovertuigingen, ligt de Totale Vrijheid van wat Waar is, welke niet met woorden te beschrijven valt, omdat het buiten het begrip van woorden en tijd en ruimte valt.
Het enige wat het verdwijnen van die schijnbare muur van geloofsovertuigingen tegenhoud is geloof.
Dat klinkt eenvoudig en dat is het ook, maar omdat het geloof in die schijnbare muur van geloofsovertuigingen komt vanuit het geloof in zonde, schuld en angst wordt het ervaren als zeer angstig en daardoor moeilijk en zwaar en voorkomt het geloof in de enorme schuld dat er überhaupt naar gekeken kan worden.
En tegelijkertijd wordt het geloof in angst en schuld gekoesterd, omdat het het egodenksysteem als het ware beschermt en in stand houdt.

En juist het ernaar kijken is het begin van het einde van het geloof erin.
want alleen dan kan worden ontdekt dat er in werkelijkheid niets is gebeurt, dan alleen in de fantasie van de in angst en schuld gelovende denkgeest. En zelfs de in angst gelovende denkgeest is niets meer en minder dan een geloof, dus ook niet waar.

Ik merk steeds vaker en sneller als ik weer eens mijn geloof in zonde, schuld en angst waar aan het maken ben, dat de reflex van het geloof in zonde, schuld en angst zwakker wordt, en ik steeds eerlijker in staat ben om gewoon te kijken vanuit een neutrale denkgeest positie en dan de keuze kan maken of ik een bepaalde gedachte wel of niet wil gebruiken om verder de afscheiding te vergroten, of mezelf deze gedachte te vergeven, omdat ik toch wel steeds meer ga vermoeden dat er echt niets gebeurt is, en Waar eenvoudig Waar is en niet kan veranderen, omdat het Waar IS.
En weer schieten woorden tekort om wat Waar is te beschrijven, daar dat wat Waar is buiten het denkgeest veld van het beperkte denkgeest denken ligt.
En toch groeit het vertrouwen dat het zich achter al die woorden en al die verdedigingsgedachten moet bevinden…

Het grote misverstand is dat er een “ik” lichaam is dat iets doet. Een “ik” lichaam dat nu zit te typen.
Er is geen “ik” lichaam die nu zit te typen er is de uiterlijke weergave van een innerlijke toestand (“the outside picture of an inward condition” (T21.In.1:5)).
Dit kan nooit ten volle meteen echt begrepen en aanvaard worden, ook al is er misschien een intellectueel begrijpen en zelfs een ogenschijnlijke bereidheid.
Er is alleen een klein beetje bereidheid nodig, van het vermoeden dat het wel eens waar zou kunnen zijn, ook al wordt het nog niet ervaren en werkelijk begrepen.
Het feit dat dit gedacht kán worden, doet vermoeden dat het mogelijk is. En dan is alleen een klein beetje bereidheid om in dat vermoeden mee te gaan voorlopig genoeg.

Het is ook een misverstand dat er een “ik” lichaam is dat een beetje bereidwilligheid kan tonen, dat is onmogelijk.
Er is alleen de bereidheid van de zich openbarende tot dan toe verborgen herinnering van de waarnemende denkgeest (de innerlijke toestand) die de waarde van zijn uiterlijke weergaven (projecties) in twijfel gaat trekken en opnieuw wil leren kijken, nu bewust vanuit de innerlijke toestand die nu in staat is tot waarnemen en beseft dat er een andere keuze gemaakt kan worden. En ja dit wordt nog steeds ogenschijnlijk ervaren door een “ik” lichaam, maar nu wordt dat gezien en ervaren als de uiterlijke weergave van de innerlijke toestand, en die innerlijke toestand is de bewustwording van dit alles van de waarnemende denkgeest, waarbij dus de denkgeest de bron is en niet de “ik” het lichaam.

Als de andere keuze dan gemaakt wordt, zal dit nog steeds lijken te gaan via de “ik” het lichaam, omdat de bron, de denkgeest (de innerlijke toestand), voor dat wat gewend is te geloven een lichaam te zijn nog totaal een abstract idee is en niet als zodanig begrepen kan worden.
Daardoor verandert de de functie van de projectie “ik” lichaam totaal.
De “ik” het lichaam op zich wordt dan niet meer gezien als de bron, maar de innerlijke toestand (de denkgeest). Een innerlijke toestand die nu herkend kan worden in de uiterlijke weergave daarvan.
En die innerlijke toestand is of angst/liefde, de dualiteit van de egodenkgeest, of de non-dualistische Liefde die nog totaal abstract is en niet gevangen kan worden in woorden zoals Waarheid, Eenheid, Liefde, God.

Ook de betekenis en de functie van woorden zal verschuiven van het letterlijk nemen van woorden en hun betekenis naar een symbolische betekenis, omdat ook woorden een uiterlijke weergave zijn van een innerlijke toestand, dus voor ego doeleinde of voor terug herinneren in waarheid kunnen worden (her)gebruikt.

“Strikt genomen spelen woorden helemaal geen rol bij genezing. De motiverende
factor is gebed, of vragen. Waar je om vraagt, dat ontvang je.
Maar dit verwijst naar het gebed van het hart, niet naar de woorden die
je bij het bidden gebruikt. Soms zijn de woorden en het gebed met elkaar
in tegenspraak, soms stemmen ze overeen. Het is van geen belang. God
verstaat geen woorden, want die zijn gemaakt door afgescheiden denkgeesten
om hen in de illusie van afgescheidenheid te houden. Woorden
kunnen behulpzaam zijn, vooral voor de beginner, om je te helpen concentreren
en het gemakkelijker te maken irrelevante gedachten buiten te
houden of op zijn minst te beheersen.
Laten we echter niet vergeten:
woorden zijn slechts symbolen van symbolen. Ze zijn daarom dubbel
van de werkelijkheid verwijderd.
Als symbolen hebben woorden heel specifieke verwijzingen. Zelfs wanneer
ze uiterst abstract lijken, neigt het beeld dat zich in de denkgeest aandient
ertoe zeer concreet te zijn. Als er geen specifieke verwijzing in de
denkgeest opkomt in samenhang met het woord, heeft het woord weinig
of geen praktische betekenis en kan het zodoende het genezingsproces
niet helpen” (H.21.1:1-10,2:1-3).

Het nog niet kunnen herkennen/herinneren van de totaal abstracte Liefde van God, roept heel veel (verborgen) angst/weerstand op, daar angst/weerstand het mechanisme is wat juist bedacht is om de Liefde van God te verbergen en er wat anders voor in de plaats te zetten, namelijk de innerlijke toestand en de uiterlijke weergave van de egodenkgeest die alleen maar voor angst kán kiezen.
En aangezien de bron de innerlijke toestand, in dit geval angst/weerstand, verborgen moet worden gehouden, zal alleen de uiterlijke weergave ervan als oorzaak en gevolg worden gezien en letterlijk worden genomen en op dat niveau bevochten en bestreden. Wat niet werkt, hooguit slechts tijdelijk, daar de uiterlijke weergave van de innerlijke toestand van angst (ego) alleen maar tijdelijk kan zijn in tegenstelling tot de innerlijke toestand van de zich herinnerende denkgeest, welke in contact komt met het Onveranderlijke en de uiterlijke weergave alleen zal zien als een reminder om opnieuw te kiezen. Want zoals les 5 zegt “ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk”. Oftewel “ik voel (de innerlijke toestand), nooit onvrede om de reden (de uiterlijke weergave) die ik denk”.
Gevolgd verderop door wat les 34 zegt:
“Ik zou in plaats hiervan vrede kunnen zien.” Wat de keuze voor de bereidwilligheid om het “anders” te zien is.

Hoe dan ook het is nooit de “ik” het lichaam die iets doet en de bron is van alles wat ik denk en geloof te ervaren, het is altijd de denkgeest (let op, niet het brein) welke de bron is van alles wat ik denk en doe. En er zijn maar twee keuzemogelijkheden op denkgeest niveau:
1. de keuze voor angst (ego), waarbij de innerlijke toestand, de keuze voor angst, wordt vergeten en alleen de uiterlijke weergave van de verborgen gehouden angst gezien wordt en als waar wordt aangenomen.
2. de keuze voor Heilige Geest, het symbool voor de terugkerende herinnering in de aan ontwaken toe zijnde denkgeest, waarbij bewust wordt dat de onbewust gehouden keuze van de (ego)denkgeest voor angst de bron is (de innerlijke toestand), en dat wat lijkt te gebeuren in “mijn leven” de uiterlijke weergaven daarvan is en juist de ontkenning van waarheid is.

Dat (de innerlijke toestand (denkgeest)) wat “mijn leven” (een uiterlijke weergave) ervaart krijgt nu de functie van de zich bewust zijnde waarnemende/keuzemakende denkgeest die onderscheid leert maken tussen de keuze voor angst of voor Heilige Geest en nu heel bewust opnieuw een keuze kan maken.

GOD IS het enige wat er IS.

‘Eenheid is eenvoudig het idee: God is. En in Zijn Wezen omvat Hij alles. Geen enkele denkgeest bevat iets anders dan Hem. We zeggen: ‘God is’, en doen er dan het zwijgen toe, want in die wetenschap verliezen woorden hun betekenis. Er zijn geen lippen om ze uit te spreken en er is geen deel van de denkgeest onderscheiden genoeg om te voelen dat hij zich nu gewaar is van iets dat niet hijzelf is. Hij heeft zich verenigd met zijn Bron. En als zijn Bron Zelf, is hij alleen maar. We kunnen hierover absoluut niet spreken, schrijven, en niet eens denken. Het komt tot elke denkgeest, wanneer het totale inzicht dat zijn wil de Wil van God is, volkomen is gegeven en volkomen is ontvangen. Het brengt de denkgeest terug in het oneindige heden, waarin verleden en toekomst niet denkbaar zijn. Het ligt voorbij verlossing, voorbij elke gedachte aan tijd, voorbij vergeving en het heilige gelaat van Christus.
De Zoon van God is eenvoudig opgegaan in zijn Vader, zoals zijn Vader in hem. De wereld is er helemaal nooit geweest. De eeuwigheid blijft een constante staat.'(WdI.169.5-6)

Zelfs de woorden GOD IS zijn symbolen. Woorden zijn immers symbolen van symbolen, dus twee keer verwijderd van de werkelijkheid.

‘God verstaat geen woorden, want die zijn gemaakt door afgescheiden denkgeesten om hen in de illusie van afgescheidenheid te houden. Woorden kunnen behulpzaam zijn, vooral voor de beginner, om je te helpen concentreren en het gemakkelijker te maken irrelevante gedachten buiten te houden of op zijn minst te beheersen.
Laten we echter niet vergeten: woorden zijn slechts symbolen van symbolen.
Ze zijn daarom dubbel van de werkelijkheid verwijderd.’ (H.21.1:7-10)

Ja laten we niet vergeten dat we symbolen zijn, symbolen voor de denkbeeldige afscheiding van God, die niet gebeurt kán zijn in werkelijkheid, dus slechts een ‘nietig dwaas idee is’.  Het verhaal van de verloren zoon is hier een prachtig symbolisch voorbeeld van:

‘Luister naar het verhaal van de verloren zoon en verneem wat Gods schat is en die van jou: deze zoon van een liefdevolle vader verliet zijn thuis en meende dat hij alles had verbrast aan niets van enige waarde, hoewel hij toentertijd de waardeloosheid ervan niet inzag. Hij schaamde zich ervoor naar zijn vader terug te keren, omdat hij dacht dat hij hem had gekwetst.  Maar toen hij thuiskwam verwelkomde de vader hem vol vreugde, omdat de zoon zelf zijn vaders schat was. Hij wilde niets anders.’ (T8.VI.4:1-4)

In deze wereld van symbolen is de waarheid gelukkig nooit verloren gegaan. Deze herinnering dient zich ook aan als symbool; de Heilige Geest of Jezus, die ons door de doolhof van de symbolen weer naar Huis toe brengt, waar we nooit zijn weggeweest.

Jezus zegt hierover zelf:

‘Laat mij voor jou het symbool zijn van het einde van schuld, en kijk naar je broeder zoals jij naar mij zou kijken.
Vergeef mij al de zonden die jij meent dat de Zoon van God heeft begaan. En in het licht van jouw vergeving zal hij zich herinneren wie hij is, en vergeten wat nooit is geweest. Ik vraag om jouw vergeving, want als jij schuldig bent, moet ik dat ook zijn. Maar als ik schuld te boven kwam en de wereld overwon, dan was jij met mij. Wil jij in mij het symbool zien van schuld, of van het einde van schuld, wanneer jij je herinnert dat wat ik voor jou beteken jij ook in jezelf ziet?’ (T19.IV.B.6:1-5)

Laat ik op deze Vaderdag al mijn ‘verlorenzoon’ gedachtes op zijn Altaar leggen en terugkeren naar Huis.

‘De verloren zoon’, Rembrandt.

Prachtig lied van Stef Bos met een extra beleving als je de symboliek van de Vader kunt horen.

 

%d bloggers liken dit: