archiveren

Tagarchief: wonder

…als ik dan weer eens zo’n meditatief mijmer steegje in wandel:

als alles al gebeurt is, want alles gebeurde in die ene flits, die daarna ook meteen over was, omdat het onmogelijke niet kán gebeuren, dan kan ik (als waarnemende denkgeest) die deze ene flits steeds weer elke seconde opnieuw denkt te beleven toch niets anders dan alleen maar naar deze onmogelijke fantasie kijken, binnen dat beperkte onmogelijke idee van geloven, en steeds maar weer de gedachte vergeven dat het onmogelijke mogelijk is?
Alles is al gebeurt, de hele film. De hele film van de wereld en het universum, maar dus ook dat wat ik “mijn” persoonlijke film noem.
De film “mijn” leven lijkt zich al doende te ontwikkelen, met als enige zekerheid dat alle films beginnen met de geboorte, en eindigen met de dood, en daar tussenin bevindt zich de tijdlijn die ik “mijn leven” noem en door mij lijkt geregisseerd én gespeelt.
Dat lijkt zo te gaan, omdat besloten is dat te geloven.
Dat het niet gebeurt is, niet kán gebeuren, omdat het onmogelijke niet kán gebeuren, kan de denkgeest die wel geloofd dat het mogelijk is van Eénheid weg te lopen en er twee van te maken, niet bevatten.

Of beter, niet wil bevatten, want dit idee ook maar enigszins toelaten, dus de verdediging even laten vieren, leidt onvermijdelijk tot het gaan doorzien van wat onmogelijk is, waardoor het vanzelf zal oplossen in het enige wat mogelijk IS.
Dit gaan doorzien van wat onmogelijk is, gaat via de omgekeerde route. Het onmogelijke, en dat is het hele universum, de wereld, en alles wat binnen dat onmogelijke idee valt, wordt terug gegeven aan dat wat Waar is, dat wat niet in projecties of woorden kan worden gevat, maar er wel achter wordt vermoed, omdat de herinnering aan wat Waar is, omdat het waar is niet helemaal kan worden uitgewist en vergeten.
Terugkeer in de totale Herinnering is onvermijdelijk, omdat er een grens zit aan het volhouden van het onmogelijke.

Alles wat de “ik” denkt en geloofd te beleven is een continue her-beleving van wat al gebeurt is in die ene onmogelijke flits, die meteen ook weer uitdoofde. Welke keuze ik ook denk en lijk te maken in “mijn” leven is al gebeurt. Welke keuze ik maak, maakt niet uit, het is een keuze uit de miljarden keuzen die al gemaakt en gebeurt zijn in die ene onmogelijke flits.
Dit inzicht verlost mij uiteindelijk van slachtofferschap, oftewel van het geloof in zonde, schuld, en angst. Er blijft dan nog maar één keuze over, de keuze voor vergeving van wat niet kan hebben plaatsgevonden, namelijk afgescheiden raken van wat Waar, Eén, God, Liefde IS, uit geprojecteerd in al die miljarden onmogelijke verhalen van zonde, schuld en angst.
Telkens wanneer de keuze wordt gemaakt te vergeven van wat de “ik” (denkgeest) dacht en geloofde dat kon gebeuren binnen een eigen afgescheiden wereld van (on)waarheid, komt de Herinnering die nog altijd onvermijdelijk aanwezig is, sterker naar voren. Deze flitsen van herinnering van wat Waar is noemen we het wonder. En uiteindelijk zal de loper van de tijdswaan wonder voor wonder weer helemaal terug gerold zijn tot het Ene punt en dan oplossen…

Tot slot nog twee aanhalingen uit de Cursus die ook gaan over dat alles al gebeurt is en voorbij:

“1. Het wonder doet niets. 2Al wat het doet is: het maakt ongedaan. 3En zo
ruimt het de belemmeringen op ten opzichte van wat werd gedaan. 4Het
voegt niets toe, maar neemt alleen weg. 5En wat het wegneemt is allang
verdwenen, maar doordat het in herinnering is gehouden lijkt het directe
gevolgen te hebben. 6Deze wereld was lang geleden al voorbij. 7De
gedachten die haar hebben gemaakt, zijn niet meer in de denkgeest die
ze gedacht heeft en een tijdje liefhad. 8Het wonder laat slechts zien dat
het verleden voorbij is, en wat werkelijk voorbij is heeft geen gevolgen
meer. 9Het zich herinneren van een oorzaak kan alleen maar illusies van
haar aanwezigheid voortbrengen, geen gevolgen.

2. Al de gevolgen van schuld zijn hier niet langer aanwezig. 2Want schuld
is voorbij. 3En met haar voorbijgaan verdwenen ook haar consequenties,
achtergelaten zonder oorzaak. 4Waarom zou jij je er in de herinnering
aan vastklampen, als jij haar gevolgen niet verlangde? 5Herinneren is
even selectief als waarnemen, waarvan het de verleden tijd is. 6Het is de
waarneming van het verleden alsof het nu plaatsvond, en hier nog altijd
te zien was. 7Herinneren, net als waarnemen, is een vaardigheid die jij
hebt bedacht om de plaats in te nemen van wat God bij jouw schepping
ten geschenke gaf. 8En net als alle dingen die jij hebt gemaakt, kan het
worden gebruikt om een ander doel te dienen, en middel voor iets anders
te zijn. 9Het kan worden aangewend om te genezen en niet om te
kwetsen, als jij dat zou wensen” (T28.I.1,2).

en:

“14. Vergeef het verleden en laat het gaan, want het is voorbij. 2Jij bevindt je
niet langer in het gebied dat tussen die werelden ligt. 3Je bent verdergegaan,
en hebt de wereld bereikt die bij de Hemelpoort ligt. 4Er is geen hindernis
voor de Wil van God, noch enige noodzaak voor jou om opnieuw
een reis aan te vangen die lang geleden al beëindigd werd. 5Kijk met zachtmoedigheid
naar jouw broeder, en aanschouw de wereld waarin de waarneming
van je haat getransformeerd werd tot een wereld van liefde” (T26.V.14:1-5).

Ware Vergeving, oftewel doorzien dat er “niets” gebeurt is, en Waar nog steeds Waar is, geldt voor elke gedachte die langskomt.
Ware Vergeving gaat niet over alleen de grote opvallende vervelende of verschrikkelijke gedachten + situaties (projecties) die ervaren worden vergeven. Het is alles of niets. Alles wat ervaren wordt is een poging tot afscheiding en wordt als zodanig gezien, of niet.
Ook het gesjoemel en selecteren van gedachten welke wel geschikt zijn voor vergeving en welke niet, is gewoon weer een afscheidingsgedachte, een keuze voor ego-denken, met maar één doel, de afscheiding in stand houden.

Uiteindelijk zal Ware Vergeving resulteren in het automatisch herkennen van de vergevende functie in plaats van de afscheidende functie, die in elke gedachte aanwezig is, zonder daar opnieuw een oordeel over te hebben.
Tot het zover is, is elke gedachte oefenmateriaal, vergevingsmateriaal, en een vergevingskans.

Elke gedachte+projectie als oefenmateriaal om te leren vergeven gaan zien, betekent dat ook de ontkennende en verbergende kracht (dissociatie) van het egodenken wordt doorzien en ook weer als vergevingsmateriaal en kans kan worden gezien.
Niets hoef meer verborgen gehouden te worden, niets ontkend of veranderd, alleen oordeelloos kijken en vergeven, terwijl gelijktijdig op het toneel “mijn” dagelijkse leven zich afspeelt.
Vergevingsmateriaal kan immers alleen herkend worden op het moment dat er wordt ervaren. Vindt er tijdens het ervaren of er vlak voor al censuur plaats, bijvoorbeeld “ik moet me voortaan spiritueel gedragen en geen domme egogedachten meer hebben, nu ik weet hoe het zit”, dan is er gewoon weer gekozen voor ego-denken en wordt het kostbare vergevingsmateriaal weer netjes verborgen in het onderbewuste, waar het veilig beschermd is tegen vergeving. En wordt ook niet gezien dat die zojuist gedachte gedachte: “ik moet me voortaan spiritueel gedragen en geen domme egogedachten meer hebben, nu ik weet hoe het zit”, ook weer niets anders is dan opnieuw vergevingsmateriaal en vergevingskans.
Dus opnieuw, elke gedachte is vergevingsmateriaal en een vergevingskans.
En dat heel vervelend en irritant vinden is ook weer vergingsmateriaal en een vergevingskans enz. enz.

Dit eerlijk observeren en alles als vergevingskans en materiaal zien kan niet volgehouden worden als dat gebeurt vanuit vasthouden aan een “ik” identificatie die dit alles in z’n eentje moet zien te volbrengen.  Hoe merk ik dat? Als er irritatie, woede, hopeloosheid, twijfel enz. optreed. Het lijkt dan dat dat komt door het vergeven, maar op een dieper verborgen niveau is het weer “gewoon” de egoweerstand, welke kost wat kost afgescheiden wil blijven van wat onveranderlijk Waar is.
Anders gesteld, de weerstand die ervaren wordt is een keuze, en wordt gebruikt om afscheiding in stand te houden. Met andere woorden “ik wil dit”, ik wil weerstand ervaren, want dit houdt mij afgescheiden van wat onveranderlijk Waar is.

Als er werkelijk de bereidheid is tot eerlijk kijken, dan moet er eerst bewust gekozen worden voor de juist gerichte-waarnemende-denkgeest (in ECIW gesymboliseerd als Heilige Geest en of Jezus), in plaats van de keuze voor de onjuist gerichte-waarnemende-denkgeest (ego). Dat is slechts een keuze, niet gevolgd door een “doen” welke razendsnel gaat interpreteren hoe dat er dan uit moet gaan zien, want dat is ook weer kiezen voor ego-denken. Wat trouwens ook meteen weer, mits “gezien” een vergevingskans en materiaal is!
Er kan dus niet “fout” gedacht worden, daar nogmaals, elke gedachte de potentie in zich heeft om als vergevingskans en materiaal te dienen.
En dit kan alleen gezien worden vanuit juist gericht-denken, de oordeelloze, waarnemende denkgeest stand.
Naarmate er vaker gekozen wordt om een gedachte als vergevingskans en materiaal te zien, zal het ook makkelijker worden bewust voor juist gericht-denken te kiezen in plaats van voor onjuist gericht-denken (ego). Totdat de “weegschaal” definitief doorslaat naar alleen nog maar de keuze voor juist gericht-denken en alles wat ervaren wordt automatisch richting Ware Vergeving wordt gevoerd.
Met als resultaat dat er nog steeds wordt ervaren wat er wordt ervaren, maar dan 100% vanuit juist gericht-denken, waardoor automatisch alles anders wordt gezien en ervaren.
Maar nogmaals dit is niet een “doen” vanuit een persoonlijk “ikje”, maar een logisch gevolg van consequent toegepaste Ware Vergeving, welke dan wordt gezien als de nog enig overgebleven functie, zolang er nog wordt ervaren.

Trouwens, elke weerstand die gevoeld wordt tijdens het lezen van dit blogje (en dat doet het, ook bij mij, dit ontkennen is ook weer de keuze voor ego-denken, maar dus ook weer een vergevingskans), is de “normale” weerstand als gevolg van een (onbewuste) keuze voor het afgescheiden willen zijn van wat Waar is. Normaal, omdat elke gedachte die er is, op de eerste plaats vanuit de keuze voor ego-denken komt, maar er kan gekozen worden dat niet meer serieus te nemen, en alleen nog als louter vergevingskans en vergevingsmateriaal te zien en alleen in die zin “belangrijk”, om te leren herkennen en onderkennen.

Een cursus in wonderen gaat over het leren vergeven middels Ware Vergeving en nergens anders over.
En het heet Een cursus in wonderen, omdat het wonder een totale omslag in het denken van de denkgeest is als gevolg van Ware Vergeving.

 

Ware vergeving (echt zien/weten dat er in werkelijkheid niets gebeurt kán zijn) leidt tot het geschenk van het wonder, het wonder van een totale omslag in het denken van de denkgeest. De omslag van het “ik” identificatie denken naar het grenzeloze onpersoonlijke denkgeest denken.
Het wonder, de totale omslag in het denken van de denkgeest, is geen einddoel, want het speelt zich nog steeds af binnen het denkgeest kader van de illusie, maar het is wel een stap richting van het totale terug herinneren in Eenheid, Waarheid, Liefde, God. Daar waar woorden, namen, omschrijvingen, ervaringen, en ook ware vergeving en wonderen geen betekenis meer hebben, omdat ze simpelweg niet meer nodig zijn…

In die zin zijn wonderen “mijn” geboorte recht en heb “ik” recht op wonderen. Het is zeker geen beloning voor “goed” gedrag van de “ik” persoonsidentificatie. Het is een vanzelfsprekendheid, in die zin een recht, omdat wonderen glimpen laten zien van wat Werkelijkheid, Eenheid, Liefde, God is. Een wonder voelt daarom als vanzelfsprekend, “normaal”, vrij, grenzeloos, en helemaal niet als iets spectaculairs. Het voelt zelfs zo “normaal” dat er zomaar aan voorbij gezien kan worden.
Het voelt het dichtstbij “Thuiskomen” als maar mogelijk is binnen het concept van de droom.
Het wonder laat ook zien, dat wat “ik” dacht wat ik was, niet klopt. En dat het in stand houden van die illusoire “ik” identificatie, enorm veel moeite kost, dat is het lijden wat ervaren wordt. Het is niet te doen om blijvend uit Eenheid, Waarheid, Liefde, God trachten te blijven, omdat het onmogelijk is. Het toch blijven volhouden is de oorzaak van alle lijden en pijn.
Wonderen verzachten deze pijn, omdat ze richting uitgang uit de waanzin van het afgescheiden willen zijn, uit het lijden en de pijn leiden.
Dat is de ware boodschap van Pasen.

 

Als ik echt ECIW wil doen, namelijk het pad van Ware Vergeving volgen en leren, dan moet ik eerst onder ogen leren zien dat elke vorm van angst, of het nu een lichte irritatie is of een boosheid of woede uitbarsting, of welke emotie dan ook, enkel en alleen zegt: ‘ik wil niet vergeven’. Dit moet eerst oordeelloos gewoon als feit worden vastgesteld. En ook elke emotie/gedachte die daar weer het antwoord op is, zegt weer: ‘ik wil niet vergeven’.
Als ik dat niet wil zien, kan ik vergeven vergeten, want dan werkt het niet.
Wil ik dit wel zien, en ben ik echt bereid dit heel eerlijk onder ogen te zien, dan verandert deze verdedigingsgedachte in een vergevingsgedachte en een vergevingskans, die ik door mijn HG kant kan laten vergeven en dus omkeren, oftewel anders zien. Dat is het Wonder.
Doe dit niet olv, de egokant van de denkgeest, want dan kies ik en projecteer ik en ervaar ik weer alleen maar vormen van angst, maar doe dit olv de Heilige Geest kant van de denkgeest dan doe ik dit olv Liefde en kan ik alleen maar vormen van Liefde ervaren en Liefde uitbreiden.
Ik als waarnemende/keuzemakende denkgeest maak de keuze en ben verantwoordelijk voor al mijn gedachtes, dat is bewust zijn.

Dat wat wij als uiterlijke vormen denken waar te nemen, inclusief ons eigen lichaam, is eigenlijk een weerspiegeling een ervaring en niet een tastbare vorm.
Het is goed te vergelijken met het kijken naar een film, we begrijpen dat dat wat we op het doek zien niet een tastbare vorm is, maar een projectie, een lichtbeeld, geprojecteerd vanuit de projector en het geeft ons een ervaring.
Dit is eigenlijk een prima afspiegeling van wat wij als wereld denken waar te nemen. Ook dat wat wij onze wereld noemen inclusief ons eigen lichaam is ook een projectie vanuit de denkgeest en daarom alleen te omschrijven als een ervaring.
Dat is dan ook de betekenis van de in de Cursus gebezigde uitdrukking:
‘Ze (de wereld) getuigt van de staat van jouw denkgeest, de uiterlijke weergave van een innerlijke toestand’ (T21.In.1:3)

Dit betekent in de praktijk dat ontwaken uit de droom inhoud, dat de vormen, de wereld dus en alle lichamen, dingen en situaties niet meer als op zich staande feiten worden gezien waar aan gesleuteld moet worden, maar alleen nog als reminders voor wat ik net beschreef, dat het projecties zijn, lichtbeelden die getuigen van de toestand van de denkgeest, want de denkgeest is de bron en niet de projectie.

Dus zo kan ook op de juiste manier verstaan worden dat de wereld een illusie is.
De wereld en alles wat wij zien door onze ogen, inclusief de ogen, is een illusie, maar niet in de zin van dan is het dus waardeloos, dus laat ik me maar terug trekken uit de vorm want het maakt toch niets uit.
Want dan kan je je dus afvragen waar trek ik me dan uit terug, uit de wereld?
En als dat al een illusie is, heeft het dan zin om je jezelf daaruit terug te trekken?
Een bijzondere onwaardige vorm van ontkenning noemt de Cursus dat (T2.IV.3:11).
Onwaardig in de zin van onnodig.
De wereld is een illusie de ervaring die plaatsheeft in de denkgeest is wel ‘echt’ en bruikbaar. Echt in de zin dat het vanuit de denkgeest komt die de bron is achter elke projectie en als ‘echt’ bruikbaar zolang we nog ervaren in de droom.

De wereld als illusie heeft dus wel degelijk een functie, niet op zichzelf als vorm, maar als ‘de uiterlijke weergave van een innerlijke toestand’.
En die functie is een reminder voor het terugkeren naar de bron, de denkgeest, dáár de gedachte die geprojecteerd wil worden door je egodenkgeest onder ogen te zien, aan HG/J (je Juist gerichte Denkgeest) te geven en te vergeven en het wonder van vergeving te mogen ervaren.

Als je dit gaat zien, dan begrijp je dat achter elke zgn situatie, vorm, lichaam, ding het wonder ligt te wachten op je. En dan ben je ook niet meer bang gewoon de ervaring vol in te duiken, want dan zie je dat je niet de vorm induikt, die een bedreiging lijkt te vormen, maar de ervaring op denkgeest niveau, het enige niveau wat er is, en dat is een heel groot verschil in waarneming.
En dit vol in de ervaring gaan zonder angst, maar alleen met de blijde verwachting dat het Wonder (volledige omkeer van denken) daarachter op je ligt te wachten, doe je olv Heilige Geest en of Jezus, Innerlijke Leraar, Zelf, of een ander symbool wat voor jou non-dualistische, dus oordeelloze Liefde vertegenwoordigt.

Enkel Liefde onderwijzen is niet de uitbreiding van het soort liefde wat iets met persoonlijkheid te maken heeft. Het gaat hier om de Liefde van God, dat wat we werkelijk zijn. En het onderwijzen daarvan gaat niet vanuit het zien van schaarste wat dan vervolgens moet worden aangevuld, maar vanuit de overvloed van wat Liefde is. En dat hoeft niet onderwezen te worden zoals in de Inleiding van ECIW staat:

‘De cursus beoogt niet de betekenis van liefde te onderwijzen, want dat gaat wat onderwezen kan worden te boven.’ (T.Inl.1:6)

Onderwijzen doen we dus allemaal en voortdurend bewust of onbewust. En wie of wat onderwijzen we dan?… onszelf. Alles is immers één. Er is ook maar één ego (ook al lijken dat er miljoenen te zijn), en één Heilige Geest en slechts één van beide vertegenwoordigd de waarheid.

Dit soort Liefde, de Liefde van God in ons allen aanwezig als grondtoon, breidt zich vanzelf uit als we de weerstand ertegen loslaten. Daar hoeven we dus niets aan te doen. En dat is tevens ook de betekenis van ‘Ik hoef niets te doen’:

 

‘Eén ogenblik samen met je broeder doorgebracht geeft jullie beiden het universum terug. Je bent voorbereid. Nu hoef jij je slechts te herinneren dat je niets hoeft te doen. Je zou er veel meer baat bij hebben je nu alleen hierop te concentreren dan erover te peinzen wat je moet doen. Wanneer ten langen leste vrede komt voor hen die worstelen met verleiding en vechten tegen het toegeven aan zonde; wanneer het licht uiteindelijk komt in de denkgeest die zich aan contemplatie heeft overgegeven; of wanneer het doel tenslotte door wie ook wordt bereikt, dan gaat dit steeds met maar één gelukkig inzicht gepaard: ‘Ik hoef niets te doen.’’ (T18.VII.5:3)

Zodra de behoefte aan liefde opspeelt, en dat gebeurt voortdurend, we zijn altijd opzoek naar liefde, in talloze vormen, komt de onbedwingbare drang naar boven actie te ondernemen. Het geloof in een individu te zijn in plaats van louter Geest houd ons gevangen in de mallemolen van het ego. En het ego ook afkomstig uit de denkgeest breidt uit wat het denkt en dat is schaarste en willen hebben een vorm van angst, een van de twee emoties die we tot onze beschikking hebben:

‘Ik heb gezegd dat je slechts twee emoties hebt: liefde en angst.’ (T13.V:1)

Een van de twee breiden we voortdurend uit… in onszelf, in geest, want er zijn geen anderen, ook al lijkt dat zo te zijn. Er is maar één denkgeest en die breidt of angst of liefde uit, afhankelijk van de soort leiding die we wensen te volgen. Volgen we de leiding van het ego dan breiden we angst uit, volgen we de leiding van de Heilige Geest dan breiden we liefde uit. En dit laatste ervaren we als wonderen, omdat het een totale omslag in de denkgeest teweeg brengt:

‘Wonderen lijken voor het ego onnatuurlijk, omdat het niet begrijpt hoe gescheiden denkgeesten elkaar kunnen beïnvloeden. Dat kunnen ze ook niet. Maar denkgeesten kunnen niet gescheiden zijn. Dit andere zelf is zich daarvan volmaakt bewust. En dus ziet het in dat wonderen niet iemand anders’ denkgeest beïnvloeden, maar alleen die van hemzelf. Ze veranderen altijd jouw denkgeest. Er is geen andere.’ (T21.5.3:6-12).

 

Wat ik nu zit te doen, deze woorden opschrijven, komt voort uit de schijnbare drang dit aan een buitenwereld mede te delen, maar in wezen is het gericht aan mijzelf, aan de éne denkgeest.

De schijnbaar afzonderlijke persoon die ik denk te zijn bestaat niet net zomin als alle andere figuren. Het zijn projecties uit de denkgeest, een denkgeest die ‘denkt’ afgescheiden te kunnen zijn van Geest, van God, van Liefde. Zodra er daar het ‘nietig dwaas idee’ was begon de gedachte van afscheiding, begon het lineaire denken en begon het projecteren. Maar dat alles maakt het net zomin ‘echt’ als een film die geprojecteerd wordt. En wij zien in onze projecties onze eigen angst of liefde terug een van de twee emoties.

Onderwijs enkel Liefde is een keuze, geen toeval. Wij kunnen kiezen door ‘ogen’ van angst (ego) of door ‘ogen’ van Liefde (Heilige Geest/Jezus) te kijken. Door onze projecties aan HG/Jte geven en te vergeven zullen ze een heel andere functie krijgen en niets ander uit kunnen breiden dan Liefde. Zodra ik mijn projecties loslaat, er geen geloof meer aan hecht, zullen de projecties gewoon verdwijnen. Ik heb ze immers gedacht, dus ik kan ze ook loslaten. Zodra ik besef dat ik door het vasthouden aan mijn projecties ook zelf de pijn instand houd, komt er ruimte voor een ander soort gedachte, ruimte voor een wonder, ruimte voor een totale omslag in de denkgeest.

 

Dus degene die ik haat is niets anders dan mijn eigen haat gedachte naar buiten geprojecteerd als ‘een iemand anders’, zodat het lijkt alsof ik het kwijt ben. Maar niets is minder waar. Het is enkel opgeborgen en diep begraven zodat het vergeten wordt. Een gedachte in een fles, die nooit meer mag ontsnappen. Maar een gedachte kan niet worden opgesloten, een gedachte is altijd vrij. En zodra ik me herinner dat ik een gedachte ben, ben ik vrij. Geen lichaam kan een gedachte opsluiten, geen enkele gedachte kan waar dan ook in opgesloten worden. Ik denk nu even aan voorbeelden zoals Nelson Mandela die hier een levend bewijs van is. Alleen een angstige gedachte kan denken dat een gevangen gedachte mogelijk is en vervolgens denken dat het waar is en die gedachte uitbreiden. Maar hoe ik het ook wendt of keer, een gedachte is een gedachte en blijft een gedachte en een projectie blijft een projectie. Daaruit volgt dat de projectie zich niet kan uitbreiden, maar de gedachte wel. En er zijn maar twee gedachtes mogelijk, gedachtes vanuit angst of gedachtes vanuit liefde.

Onderwijs enkel Liefde is de boodschap die J ons geeft. Ook hij heeft laten zien dat ook een kruisiging de geest op geen enkele manier kan beïnvloeden.

 

Zoals de Cursus stelt in de Inleiding:

‘Niets werkelijks kan bedreigd worden.

Niets onwerkelijks bestaat.

Hierin ligt de vrede van God.’

(T.Inl.2:2-4)

 

 

 

 

%d bloggers liken dit: