archiveren

Tagarchief: Weten

Zolang er nog de ervaring is van ervaren van wat dan ook is er nog de keuze voor pseudo waarheid (dualisme) boven wat werkelijk Waar is (non-dualisme).
En elke ervaring die altijd voortkomt uit de wens iets anders te zijn dan Waar, komt voort uit angst voor wat Waar is.
Nu is er vandaag de ervaring van een “ik” die lijkt te bestaan, die aan het stressen is als een konijn in doodsangst.
Om allerlei zogenaamd aanwijsbare legitieme redenen die lijken te gebeuren binnen de ervaring, de eigen verzonnen pseudo waarheid, is er de ervaring van rond stuiteren.
En dan is er ook de gedachte en de drang daar zo snel mogelijk verandering in te brengen om weer enigszins rustig te worden en de boel weer te kunnen hanteren en onder controle te krijgen.

En dan doemt ook de valkuil op daar met een spirituele blik naar te willen kijken, want het is niet dat wat lijkt te gebeuren wat stress oplevert, maar wat ik denk en geloof te zien. En de valkuil is dan dat ik het spiritueel ga maken en dan evengoed nog verwacht dat dat wat lijkt te gebeuren als bij toverslag zal veranderen in iets wat niet meer stressvol is en een geweldige oplossing zal opleveren.
Dus eigenlijk ook niet anders dan rechtstreeks proberen een oplossing te vinden die vormgericht is zonder tussenkomst van een “spirituele” blik.
Beide, zijn hoe dan ook, met en zonder spirituele benadering, nog steeds vorm-oplossend gericht.
En daar is niets mis mee! Het heeft alleen niets te maken met wat werkelijk Waar is en het proberen terug te herinneren daarvan. Het is gewoon weer rommelen in de eigen gemaakte pseudo waarheid, die zoals altijd weer voor een tijdelijke oplossing zorgt.
En dat is prima,  niets mis mee, maar heeft niet met wat werkelijk Waar is te maken. Alleen maar met weer het ontkennen van wat werkelijke Waar is.

Wat werkelijk Waar is kent geen ervaring, dus daar hoeven we het niet eens over te hebben. Er kan hooguit een afspiegeling van wat Waar is worden ervaren, maar deze ervaring is absoluut niet oplossings-doel-gericht. Het is een ervaring van absolute vormloze tijdloze, vrijheid, maar slechts van korte duur, omdat zolang er nog angst is voor wat werkelijk Waar is er dan toch weer pijlsnel wordt gekozen voor de eigen “veilige” pseudo waarheid.
Binnen de totale vrijheid van pseudo-waarheids-denken kan wel zoiets als Inspiratie naar voren komen, omdat even alle blokkerende gedachten wegvallen. En dan kan het zijn dat er ineens geweten wordt wat het meest liefdevolle/verstandige is om te doen, maar nogmaals dan is de opzet niet oplossingsgericht op iets binnen de ervaring geweest.
Er is alleen een plotseling niet vorm-gericht Weten een afspiegeling van wat Waar is doorgebroken.

Zolang mijn zelfgemaakte/verzonnen pseudo waarheid nog ervaren wordt kan ik op z’n best leren ernaar te kijken, als waarnemer terwijl het ervaren wordt, zonder er als waarnemer ook maar iets aan te willen veranderen, verbeteren, of erger maken. Leren kijken zonder oordeel, naar deze zogenaamd persoonlijke film die helemaal gemaakt is en voortkomt, geprojecteerd wordt uit oordelen vanuit angst, als verdediging tegen wat werkelijke Waar is.

Leren kijken zonder oordeel is alle oordelen leren onderkennen, herkennen en vergeven, een niet oordelend vergeven, dat ziet dat er in dat wat Waar is niets gebeurt is. Dat is het enige wat er gedaan kan worden, zonder aan de film te knoeien.
Want als ik (de waarnemer die kiest voor pseudo waarheid) aan de film ga knoeien en een betere film probeer te maken worden de vergevingskansen, dus de mogelijkheid tot het terug herinneren in wat werkelijk Waar is gemist, wat ervoor zorgt dat mijn zelf bedachte pseudo waarheid juist uitgebreid wordt en wat Waar is weer heel slim met opzet blijft verborgen, achter mijn zelfgemaakte geprojecteerde pseudo waarheid.

stress konijn

Daarnet weer dat sterke gevoel van weten weg te rennen door dat wat probeert weg te blijven van het “weten” waarvoor het weg rent.
Ik had gedachten als “sukkel”, “idioot”, en aangezien dat met de bijbehorende emoties gepaard ging, dus voelde als zeer onaangenaam, realiseerde ik me ook dat het weer niets anders kon zijn dan de keuze voor egodenken, oftewel de wil tot afscheiden. En het niets te maken heeft met de ogenschijnlijke oorzaak die zich ergens “buiten” een “ik” lijkt af te spelen, waardoor er een “ik” lijkt te zijn die zich aangevallen voelt en op de vlucht slaat en in de aanval gaat. Vluchten en aanvallen ineen, want de “ik” beschuldigen (wat ben ik toch een idioot en een sukkel) is ook wegrennen van “Zijn” en het aanvallen wordt ervaren als zelfhaat.

En terwijl ik dit alles ervoer, was er ook tegelijkertijd de observerende die zich hiervan bewust was. Het ervaren werd niet tegengehouden, niet verandert, niet beter gemaakt het werd gewoon geobserveerd, precies zoals het zich voordeed, oordeelloos en daardoor bewust gemaakt. Het wegrennen maakte plaats voor het oordeelloos observeren van het wegrennen, wat tevens de weg opent voor ware vergeving.

Dan wordt ook meer en meer bewust dat het niet het lichaam is dat dit alles ervaart, maar “iets” anders, dat wat kennelijk kan observeren en zich niet meer 100% identificeert met een lichaam en situaties.
Dat “iets” anders kunnen we denkgeest of mind noemen, voor het gemak omdat we nu eenmaal gewend zijn om met behulp van woorden te communiceren.
En dat “iets” blijkt eigenlijk de bron te zijn. Er vindt dus een verschuiving plaats in dat proces van bewustwording, van het lichaam en situaties als oorzaak, terug naar de denkgeest/mind als oorzaak.
Het is echter wel zo, dat denkgeest/mind voor de nog steeds in een schijnbare wereld en in een schijnbaar lichaam ervarende, een abstract concept blijft.
Vandaar dat ECIW het voor de “ervarende” nog steeds bekende en vertrouwde concept van lichamen en situaties (her)gebruikt, maar nu met een heel andere bedoeling en doel.

Er wordt nog steeds als vanouds “ervaren”, schijnbaar door een lichaam in situaties, maar het bewustzijn gaat groeien dat wat als oorzaak ervaren wordt door de ervarende, niet is wat het dacht en geloofde dat het was.

Er lijkt een “ik” te zijn die zelfhaat ervaart, maar langzaamaan al ervarend wordt steeds duidelijker dat die “ik” lichaamsgerichte zelfhaat, eigenlijk alleen maar vanuit denkgeest/mind komt en niet als doel heeft het zelf te haten, ook al wordt dat wel als zodanig ervaren als ik eerlijk kijk, maar als doel heeft zich af te scheiden van éénheid, of om het tegengestelde van haat te gebruiken, af te scheiden van liefde (non-dualistische liefde).
En nogmaals éénheid en non-dualistische liefde, zijn voor de in deze wereld en in een lichaam ervarende abstracte concepten, dus daarnaar streven en proberen mij daarin te mediteren werkt niet.
Wat wel werkt, en daar kan meditatie wel voor werken, is rustig en zonder oordeel onder ogen gaan leren zien welke blokkerende gedachten ik projecteer om maar uit die non-dualistische eenheid en liefde te blijven.

Het belangrijkste in het proces van bewustwording is dus 100% observerende te worden, terwijl “op het toneel” het script wordt uitgespeeld, want dat moet geobserveerd worden en niet ontkend of veranderd of aangepast. En 100% observerende worden is hetzelfde als “weten” 100% denkgeest/mind te zijn, wat dus niet een lichaam is dat speelt denkgeest/mind te zijn, want hou er rekening meer dat het “oude egobewustzijn” nog steeds mee doet, zolang er nog de beleving van “ervaren” is. Het wordt alleen steeds zwakker en verdwijnt meer en meer naar de achtergrond, terwijl het bewustzijn van denkgeest/mind te zijn steeds sterker, duidelijker en op de voorgrond komt.
En de keuze daarvoor steeds makkelijker gemaakt zal kunnen worden en tenslotte de automatische keuze voor het ego-denken geheel zal vervangen.

En nogmaals omdat denkgeest/mind abstract is voor de nog steeds ervarende, worden nog steeds woorden gebruikt als hulpmiddel. Woorden zoals de innerlijke leraar, of Jezus, of Heilige Geest, of welk woord dan ook wat maar behulpzaam kan zijn voor de observerende ervarende op zijn weg naar het terug herinneren in éénheid, waarheid, liefde, God.

 

Ontwaken uit de droom is onvermijdelijk, omdat het al gebeurd is, omdat het nooit gebeurd is.
Dus zeggen, ik kan dit niet, is een bewering die uit angst voortkomt en dus niets betekent, alleen dat ik bang ben, omdat ik naar ego luister. En dat is niet erg, of zondig of iets om me schuldig over te voelen. Ik hoef er slechts naar te kijken, en aan HG/J (ver)geven. Dat doen we met dat wat al voorbij is, omdat het nooit gebeurd is.
Elke vorm van angst die dit weer oproept is weer de angst voor wat we al Weten, maar willen vergeten, uit angst voor het Weten.
En dat is niet erg, het is slechts mijn keuze voor te luisteren naar ego in plaats van naar wat ik al Weet: luisteren naar HG.

“We are here to forget that we Know, and when we remember that we are here to forget that we Know, we can start remembering that we already Know, using the forgetting as forgiveness material.”

“We zijn hier om te vergeten dat we Weten, en zodra we ons herinneren dat we hier zijn om te vergeten dat we Weten, kan het terug herinneren in wat we Weten beginnen, het vergeten gebruikend als vergevingsmateriaal.”

Het gevoel, de gedachte, het idee van het altijd beter te weten dan iemand anders, en dan hemel en aarde te bewegen om dat gelijk te bewijzen, het liefst nog onder het mom van behulpzaam zijn, is terug te voeren tot het mechanisme van de egodenkgeest om dát te projecteren waar het juist bang voor is en het dan om te keren ten gunste van zichzelf.

Er is een Weten wat onveranderlijk is en dat is God IS, Onveranderlijke Eenheid. Binnen dat Weten is geen ‘beter’ of ‘slechter’, ‘gelijk’, of ‘ongelijk’, mogelijk.
Hoewel het onmogelijk is om van Eén iets anders te maken dan Onveranderlijke Eenheid is het toch mogelijk gebleken dat in het proces van uitbreiden van Onveranderlijke Eenheid, Liefde, het idee is opgekomen dat de uitbreiding iets anders kan worden dan de Bron van de uitbreiding.
De uitbreiding van het onveranderlijke zag ineens een afscheidingsmogelijkheid tussen de bron en de uitbreiding daarvan. Dat de uitbreiding niet meer hetzelfde is dan de Bron, en kan veranderen. De uitbreiding gezien als méér dan zijn Bron, dus ánders dan de Bron.

Dat ‘méér’ moest dus dan nu wel het tegenovergestelde uitbreiden dan zijn Bron, want er moest méér zijn, meer, nu in de zin van ‘ánders’. En méér kan alleen méér zijn als het anders is dan zijn Bron, want anders is het gewoon weer méér van hetzelfde en dat is niet echt méér.
Méér werd dus ánders. Er ontstond een situatie van iets anders weten dan wat de Bron Weet. Ondertussen is het nog steeds onmogelijk in werkelijkheid om van Werkelijkheid iets anders te maken dan Werkelijkheid.
En toch leek het mogelijk, ‘ánders’ werd de nieuwe werkelijkheid en ontkende daarmee de Werkelijkheid. De werkelijkheid werd ‘vergeten’, maar verdween niet.
Het ‘ánders’ ging nu voor Werkelijkheid door en om dit te bezegelen maakte de nieuwe werkelijkheid zichzelf wijs: ‘Ik heb gelijk’. En dat ‘nieuwe weten’ moet verdedigd worden, tegen de Werkelijke Werkelijkheid, die nu ondergronds ging maar, nog steeds in het ondergrondse onbewuste aanwezig is. En die verdediging is: ‘ik heb gelijk’. Ik heb gelijk, ik weet het beter, is de mantra van het nieuwe weten en om dit nog meer te versterken wordt het uit geprojecteerd in duizenden vormen en bevinden we ons in een wereld met miljarden geprojecteerde lichamen die allemaal dat idee van ‘ik heb gelijk’, en ‘ik weet het beter’ als wapen gebruiken tegen elkaar. En lijken al die lichamen hun gelijk te willen halen over iets wat zich in de vorm lijkt te bevinden, maar ondertussen is het niets anders dan een afleiding en omkering van wat zich in de denkgeest afspeelt, namelijk dat het onmogelijke mogelijk is, namelijk dat uitbreiding van Eén, twee kan worden, ondanks het onveranderlijke FEIT dat Eén Onveranderlijk Eén is en blijft.

Het onmogelijke gelijk moet nu met hand en tand verdedigd worden, enkel en alleen, omdat als de verdediging losgelaten wordt het Ware Gelijk, dus de gelijkheid van Eén, gewoon weer tevoorschijn komt en blijkt dat er in werkelijkheid niets verdedigd hoeft te worden. Wat betekent dat het onmogelijke gelijk, uit geprojecteerd als de ‘ik’ als lichaam, simpelweg verdwijnt omdat het er nooit is geweest.
Dus gelijk willen hebben is niet gelijk willen hebben om de reden die ik denk. Het is niet het gelijk willen hebben over een bepaalde vorm of situatie, het is het gelijk willen hebben om het gelijk hebben, zodat dat wat werkelijk Gelijk heeft en IS verborgen blijft en er een ‘ik’ lichaam lijkt te zijn dat autonoom is en wel gelijk moet hebben, want anders verdwijnt het *poef* in het Werkelijke Gelijk, waar alleen Eén mogelijk is.

Dat zit er dus achter als we weer eens zeker weten dat we gelijk hebben en de ander het fout heeft.
De remedie?
Het onwerkelijke gelijk vergeven, zodat het door de nog steeds aanwezige herinnering aan het enige Gelijk, wat Gelijk aan Eén is, omgekeerd kan worden, terug-gekeerd dus in Gelijk, in Onveranderlijke Eénheid.

%d bloggers liken dit: