archiveren

Tagarchief: werkboek

Kan ik iemand kennen?
Nee, dat wat ik in een iemand anders of in iets anders zie, gaat over wat ik (nog) niet in mijzelf, hoe ik over mijzelf denk, wil zien. Dus in het beste geval kan ik mezelf daardoor leren kennen, althans zoals ik mezelf hebt gemaakt (geprojecteerd), opgezet als schijnbaar”ikje” als verdediging en afscheiding van het Zelf. Het non-dualistische Zelf waar ik (met opzet) niet meer bij lijk te kunnen komen, omdát ik uit angst en schuld niet mag (wil) zien dat ik deze wereld en alles en iedereen daarin, met opzet heb opgezet om vooral afgescheiden te kunnen blijven lijken van Eénheid die onveranderlijk is en waarvan afscheiden onmogelijk is.
Dus de wereld is één grote truc, een grote uitputtende droom (zeg maar gerust nachtmerrie) met maar één doel: afscheiding van Eén. Een onmogelijke opgave die nooit werkelijk zal kunnen lukken (God zij dank).

De oplossing?
Dit hele krankzinnige onmogelijke denk/geloof systeem doorzien, precies zoals het zich lijkt voor te doen, dus terwijl het ervaren wordt (dus niet door er mij aan te onttrekken, hoewel als ik dat mezelf zie doen het ook weer vergevingsmateriaal/-kans is) en het vergeven. Hetzelfde droommateriaal wordt niet verandert, maar anders gebruikt, niet meer als afscheidingsmateriaal, maar als vergevingsmateriaal-kans.
Dat is de betekenis van er anders naar kijken onder leiding van de juist gerichte (HG) denkgeest, in plaats van onder leiding van de onjuist gerichte (ego) denkgeest.
Dus jazeker ik heb “de ander”, of het “iets anders” (en de projectie die ik van mijzelf heb gemaakt) nodig om al mijn “speciale” verdedigingsgedachte tegen Waarheid aan het licht te brengen, zodat ze kunnen worden vergeven, volgens het principe van “ware vergeving”. Die functie kan ik geven aan elke ontmoeting, dat is tevens de enige keuzevrijheid die er is.
Zie (lees) WdII.1. Wat is vergeving?  (blz. 404 Werkboek)
Dáár gaat ECIW over.

Image may contain: 1 person, smiling, text

Hoe langer ik met ECIW bezig bent en ook echt toepas in het dagelijkse leven van alle dag en nacht, des te meer en duidelijker zie ik de truc van het egodenken om alles wat herinnert aan Waarheid eenvoudig weg om te keren, zodat het het tegenovergestelde van Waarheid laat zien. Als ik op die manier kijk naar wat het egodenken maakt kan ik ook beter zien wat het probeert te verbergen achter deze wisseltruc welke alleen maar een poging tot het verbergen en vergeten van Waarheid, Eenheid is.

Als de ervaring er een is van het leven van een ‘normaal’ rustig leven, met wat onvermijdelijke hobbels hier en daar afgewisseld met leuke en succesvolle ervaringen, valt de omkeer truc van het egodenken niet zo op en wordt het leven geaccepteerd zoals het is en berust men gelaten in zijn lot ondertussen een zo comfortabel mogelijk leventje te maken, door alle problemen die langskomen te negeren, of zo snel mogelijk uit de weg te ruimen.

Is de ervaring echter dat van een zeer intensief leven, met grote pieken en vooral zeer diepe dalen, dan zal vroeg of laat de vraag rijzen: ‘is dit nou leven, zoveel ellende dat kan toch niet echt de bedoeling zijn, dat moet toch anders kunnen?’
Dan wordt de waarnemer in ons wakker en groeit de bereidheid ‘anders te willen kijken’.

Als dat wat wij in de wereld van het ego denken waarnemen/ervaren als ‘weef foutjes’, als iets wat afwijkt van wat wij accepteren als ‘normaal’, dan kan ik dat zien als een reminder dat de wereld nu eenmaal niet perfect is, dat ‘shit happens’, of ja je hebt nu eenmaal slechterikken en braverikken, het is je eigen schuld, het zit in je genen daar doe je niets aan, het is de schuld van de ouders, kinderen, familie, buren, regering, dingen en situaties, maar ik kan het ook, als tot ontwaken bereid zijnde denkgeest zien als een reminder dat die ‘weef foutjes’ totaal niet passen binnen Waarheid, Eenheid, dus het ook gezien kan worden als slechts een poging Waarheid, Eenheid te verbergen achter het precies tegenovergestelde van Waarheid, Eenheid. Dat maakt het ‘weef foutje’ niet fout maar slechts een op z’n kop beeld van Waarheid, Eenheid.

Neem ik bijvoorbeeld waar dat het leven ervaren wordt als een aan ernstige angststoornis en depressiviteit lijdende persoon wat een ‘normaal’ leven onmogelijk maakt, dan kan ik dat als tot ontwaken bereid zijnde denkgeest ook zien als juist het omgekeerde van wat het lijkt te zijn.
Ik denk dan maar weer meteen aan les 5 uit het Werkboek:

“Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk:

1. Dit idee kan, evenals het voorgaande, gebruikt worden bij elke persoon,
situatie of gebeurtenis waarvan jij denkt dat die jou pijn bezorgt. Pas het
uitdrukkelijk toe op alles waarvan jij gelooft dat het de oorzaak van je onvrede
is, en gebruik daarbij de omschrijving van het gevoel in een bewoording
die je juist lijkt. De onvrede kan zich voordoen als angst, bezorgdheid,
depressiviteit, verontrusting, kwaadheid, haat, jaloezie en nog
talloze andere vormen, die je allemaal als verschillend zult waarnemen.
Dit is niet waar.
Maar tot je geleerd hebt dat de vorm er niet toe doet, is
elke vorm geschikt als onderwerp van de oefeningen van de dag.
Hetzelfde idee op elke vorm afzonderlijk toepassen is de eerste stap naar
de uiteindelijke erkenning dat ze allemaal hetzelfde zijn” (WdI.5.1).

Ik zie deze woorden: “Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk”, dan ook als een uitnodiging, om dat wat ik dacht te zien en te geloven en als waarheid aannam, binnen het egodenken, als precies het omgekeerde van Waarheid te zien en dus als een poging om mijzelf aan Waarheid, Eenheid, Liefde te onttrekken. Wat natuurlijk sowieso een onmogelijk idee is, wat alleen mogelijk lijkt te zijn door mijn geloof erin.

Dus de waarneming van een aan angststoornis en depressie lijdende persoon welke eigenlijk een projectie laat zien van de keuze voor afgescheiden te willen zijn van Waarheid, Eenheid, Liefde wordt nu een uitnodiging ‘anders’ te willen gaan zien, door dat wat ik dacht te zien als waarheid, als vergissing te onderkennen, en deze vergissing te Vergeven, (Ware Vergeving zie: WdII.1 blz. 404) waardoor de herinnering aan Waarheid, Eenheid, Liefde weer in het bewustzijn terug keert.
Les 34 helpt mij hieraan te herinneren:

“Ik zou in plaats hiervan vrede kunnen zien.

1. Het idee voor vandaag maakt een begin met de beschrijving van de voorwaarden
die gelden voor de andere manier van zien. Innerlijke vrede is
ontegenzeglijk een innerlijke zaak. Het moet beginnen bij je eigen gedachten
en zich dan naar buiten toe uitbreiden. Juist uit jouw vredige
denkgeest vloeit een vredige waarneming van de wereld voort” (WdI.34.1)

Een waarneming van een vredige wereld, niet een vredige wereld op zich als feitelijke vorm. (onthoud: “Er is geen wereld” (WdI.132.6:2))
Dus hoe dit zich als resultaat van Ware Vergeving zal projecteren in enige vorm, doet er dan niet meer toe, omdat ik dan werkelijk weet en ervaar dat niet de vorm de oorzaak is van angst en depressie, maar de keuze voor het denksysteem van zonde, schuld en angst en deze voor waarheid aan te zien en erin te geloven. Hoe dan ook zal er vanzelf de Inspiratie zijn om dat te doen wat het meest liefdevol is, hoe het er ook uit moge zien.

Dat wat ik in mijn broeder denk en geloof te zien is altijd een spiegel voor mijzelf die laat zien voor welk denksysteem ik kies; voor het geloof in zonde, schuld en angst (ego), of voor juist gerichtheid van denken (HG/J).
Zo zal de omkeer truc van het egodenken mij niet meer verblinden, maar juist een reminder worden voor wat het probeert te verbergen achter deze meester omkeer truc.

 

Wat ik buiten me denk en geloof te zien is altijd de projectie van wat er vanuit een schijnbaar persoonlijke denkgeest gedacht wordt.
Niets van wat de “ik” buiten de “ik” denk en geloof te zien is als schijnbaar uiterlijke vorm waar. Ik kan dus nooit in onvrede zijn om wat ik denk en geloof buiten mij te zien in iets of iemand anders.
Ik kan wel mijn aandacht van de projectie (dat wat ik als oorzaak van mijn onvrede buiten mij zie) terug nemen naar de bron van mijn onvrede, die zich in “mijn” denkgeest bevindt.
Daar aangekomen vraag ik altijd hulp aan iets anders dan dat wat projecteert (de keuze voor egodenken), namelijk dat wat oordeelloos kan kijken, de keuze voor Heilige Geest en of Jezus, oftewel vanuit Juist-gericht denken. Dat is een keuze gemaakt vanuit de keuzemakende/waarnemende denkgeest positie.

Vanuit die oordeelloze post kijk ik naar alles wat zich lijkt af te spelen buiten mij, precies zoals het zich voor lijkt te doen met alles wat er bij hoort aan emoties en gevoel. Ik verander er niets aan, ik hou niets achter ik kijk alleen naar alle weerstand.
Want weerstand is wat ik zie uitgebeeld als ik eerlijk en oordeelloos naar mijn projecties kijk. Of ze nu liefdevol of haatdragend zijn, als ik mijn projecties zie als de oorzaak van wat ik voel dan heb ik voor afscheiding/weerstand (van Eenheid, Waarheid, Liefde, God) gekozen en de uitbeelding van de keuze voor afscheiding is wat ik denk en geloof te zien.

Ik voel nooit eerst de rechtstreekse verdediging/weerstand tegen Eenheid, Waarheid, Liefde, God, want dat is onder leiding van het egodenken onmogelijk geworden, omdat het egodenken juist ervoor is om dat te doen laten vergeten, zodat de bron van mijn onvrede geheel achter de sluier van vergetelheid is verdwenen en nu dat wat zich buiten mij lijkt te bevinden als oorzaak wordt gezien. Een rechtstreekse confrontatie met de onderliggende angst en weerstand tegen Eenheid, Waarheid, Liefde God, wordt dus door het ego vertaald/geprojecteerd in een meer handelbare verdraagbare vorm, zodat het nu lijkt dat er een “ik” is die nu volledige macht en autonomie heeft over alles wat ervaren wordt.

Als ik echter bereid ben om terug te gaan naar de bron (de denkgeest) en eerlijk leer kijken naar al mijn gedachten, olv Oordeelloosheid (HG/J) zal ik leren door de (ego) angst (verdediging/weerstand) heen te gaan en de confrontatie aan te gaan met de daaronder liggende angst/weerstand tegen Eenheid, Waarheid, Liefde, God.
Nogmaals dit is onmogelijk olv het egodenken, en alleen mogelijk olv Heilige Geest/Jezus, dus het oordeelloze denken. Dit is een keuze, niet een “doen” maar een keuze.

Ik hoef niets te veranderen aan wat zich af lijkt te spelen buiten mij, zeg maar wat zich op het filmdoek (de situatie) afspeelt. Dat is niet mijn werkelijke functie. Mijn functie is nu, alles wat zich lijkt af te spelen buiten mij te gaan leren zien en accepteren als vergevingsmateriaal en vergevingskans, en het proces te volgen zoals hierboven beschreven.

Het grote verschil tussen voor ego leiding of voor HG leiding kiezen is dat voor ego kiezen altijd de drang met zich mee brengt dat er iets buiten mij moet veranderen zodat ik me beter zal gaan voelen in een meer plezieriger wereld. Voor HG/J leiding kiezen is oordeelloos naar de keuze voor ego leiding en de gevolgen daarvan kijken, deze terug te nemen en te vergeven en me niet meer op de eerste plaats te bekommeren op een uitkomst in enige vorm buiten mij.

Het vertrouwen zal dan groeien dat alles gebeurt precies zoals het gebeurt en niet meer als oorzaak gezien zal worden van mijn onvrede. Het vertrouwen van volledig terug herinneren in denkgeest en vrij te leven vanuit Inspiratie. En leven vanuit Inspiratie is precies weten wat te doen in elk gegeven situatie die nog binnen het ervaren ervaren wordt. Dat is de betekenis van de gelukkige droom. Niet op vorm geluk buiten een mij in een wereld gericht, maar op de totale innerlijke vrijheid van de nu genezen denkgeest.

Er is geen wereld welke ziek is of niet deugt, het is denkgeest die ervoor gekozen heeft zich af te scheiden van Eenheid, Waarheid, Liefde, God. En aangezien dat een onmogelijk ziek idee is, voelt de denkgeest die dit nu voortdurend projecteert zich ziek, ongelukkig, boos enz. en lijkt er een wereld te bestaan die ziek is en niet deugt.

Vandaar dat les 5 in het Werkboek echt een sleutel les is:
“Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk” (WdI.5)

 

Wat zie ik als ik in een spiegel kijk?
Wat kan ik eigenlijk anders zien/waarnemen dan mijn eigen gedachten!
En wie/wat kan het anders zijn dan een waarnemer die tot deze conclusie komt.
En wat kan deze waarnemer anders zijn dan ook een gedachte die een gedachte denkt en waarneemt.
Daaruit volgt dat het nooit een lichaam kan zijn dat kijkt in een spiegel door de ogen van een lichaam. Dat wat gezien/waargenomen wordt is een gedachte, gedacht door de denkgeest.

Wat metafysische onderbouwing kan de logica hiervan onderstrepen voor zover dat mogelijk is via woorden.
Er is in werkelijkheid alleen Geest, onveranderlijke Geest, één Geest. Dit wordt gedacht en in een geprojecteerde vorm als dat wat we ‘schrijven’ noemen op dit moment opgeschreven, door zich hiervan bewust wordende ‘denkgeest’.
Er ‘bestaat’ alleen gedachte, elke projectie is een gedachte en blijft dat ook, gedachten kunnen nooit hun bron, de denkgeest, verlaten.

Dat wat ik in een spiegel zie is niet een lichaam met bepaalde kenmerken, maar een geprojecteerde gedachte, een gedachte over hoe de denkgeest over zichzelf denkt.
Dus zeker niet een lichaam dat een lichaam ziet door de ogen van dat lichaam.
Als er nooit een lichaam is dat wordt gezien door de ogen van een lichaam kunnen er ook geen zogenaamde ‘andere’ lichamen zijn die kijken door de ogen van een lichaam.
Dat betekent dat als ik andere lichamen denk te zien/waarneem ik (denkgeest) ook eigenlijk alleen mijn gedachten zie/waarneem, gespiegeld zie.
Wat ik ook denk te zien met de ogen van het lichaam, het zijn altijd de reflecties van mijn gedachten als denkgeest, omdat er alleen Geest is.

Hierop is de leergang van ECIW gebaseerd; het terug leren herinneren dat er niet een lichaam is dat denkt en doet, maar alleen denkgeest. Dat we alleen denken als denkgeest niet als lichaam. We zijn denkende denkgeest, die altijd alleen maar zijn eigen gedachten kan waarnemen, via de spiegels welke de projecties zijn van de denkgeest.

Dit alleen theoretisch begrijpen is een bijna noodzakelijkheid, in ieder geval heel behulpzaam, maar niet genoeg. Dit echt als waar aannemen en weten, of beter herinneren, want er is alleen een vergeten wat voor het herinneren ligt, kan niet anders geschieden dan via dezelfde weg waarop het ‘vergeten’ heeft plaatsgevonden, maar nu omgekeerd door het ‘vergeten’ weer te ‘herinneren’ door middel van Ware Vergeving van elke gedachte welke het herinneren blokkeert.

De dagelijkse oefeningen van het Werkboek zijn oefeningen in het weer willen en bereid zijn dit te herinneren. Vooral de eerste 50 Werkboek lessen gaan hierover.

Dat wat ik in de spiegel zie is altijd een gedachte over mijzelf als denkgeest, ook al lijkt het een gedachte te zijn over mij als lichaam. Dat is niet zo, en is alleen een afleiding van het feit dat er alleen Geest kan zijn. Het bewust worden hiervan projecteert zich binnen dit veld van ‘vergeten’ (dat wat we de wereld noemen) als denkgeest die eraan toe is zich dit weer te herinneren. Het is een hulpmiddel, niet meer en niet minder, want als de herinnering voltooit is, is er alleen Geest…

Vandaag een aanhaling uit ECIW over hoe te vergeven.
Een duidelijke stap voor stap praktische handleiding over wat ware vergeving is.
Het staat in het Werkboek onder les 134.14-17:

“Vandaag oefenen we ons in ware vergeving, opdat het moment van verbinding
niet langer wordt uitgesteld. Want we willen onze werkelijkheid
in vrijheid en vrede beleven. Onze oefeningen worden tot de voetstappen
die de weg verlichten voor al onze broeders, die ons zullen volgen naar de
werkelijkheid die wij delen met hen. Laten wij, opdat dit mag worden
volbracht, vandaag twee keer een kwartier geven en dat doorbrengen met
de Gids die de betekenis van vergeving begrijpt, en ons werd gezonden
om ons dat te leren. Laten we Hem vragen:

Laat me vergeving zien zoals ze is.

Kies dan op Zijn aanwijzing een broeder uit en zet al zijn ‘zonden’ op een
rij, terwijl die één voor één in je gedachten opkomen. Zorg ervoor dat je
bij niet één ervan blijft stilstaan, maar besef dat je zijn ‘vergrijpen’ alleen
gebruikt om de wereld te verlossen van elk idee van zonde. Bekijk kort
alle slechte dingen die jij over hem dacht en vraag telkens aan jezelf: ‘Wil
ik mezelf hiervoor veroordelen?’

Laat hem bevrijd worden van alle gedachten die jij koesterde over zonde
in hem. En nu ben jij op vrijheid voorbereid. Als je tot nu toe bereidwillig
en oprecht geoefend hebt, zul je allengs een gevoel gaan bespeuren van
te worden opgetild, een lichter worden van het gewicht op je borst, en een
diep en zeker gevoel van opluchting. De resterende tijd moet je eraan
geven om te ervaren dat jij ontkomen bent aan alle zware ketenen die je
probeerde jouw broeder om te hangen, maar die daarentegen jouzelf omhangen
werden.

Vergeving moet de hele dag door geoefend worden, want het zal nog
menigmaal voorkomen dat je haar betekenis vergeet en jezelf aanvalt.
Wanneer dit gebeurt, laat je denkgeest dan door deze illusie heenkijken
terwijl jij jezelf voorhoudt:

Laat me vergeving zien zoals ze is.
Wil ik mezelf hiervan beschuldigen?
Ik zal mezelf deze keten niet omhangen.

Houd bij alles wat je doet dit in gedachten:

Niemand wordt alleen gekruisigd,
en niemand kan alleen de Hemel binnengaan”.

———-

En houd in gedachten dat ECIW ons nooit aanspreekt op lichaamsniveau, maar altijd op denkgeest niveau, dat wat we zijn.
Het lichaamsniveau, oftewel de vorm, is altijd de projectie van de gedachte, gedacht door de denkgeest, niet gedacht door het lichaam/brein, want dat kan niet denken. Een projectie kan niet denken, de projecterende denkgeest wel.
Dus bijvoorbeeld we gaan niet niet alleen de Hemel binnen als lichamen, dus ook niet als de geest die overblijft na de dood, maar als gedachte, gedacht door de denkgeest, welke zelf een gedachte is, en die zich herinnert één (symbolisch Hemel genoemd) te zijn, omdat er alleen Één is.
En niemand wordt alleen gekruisigd gaat ook over het niveau van de egodenkgeest, wat ook niet het lichaam is, want ook de egodenkgeest is een gedachte, gedacht door de denkgeest die denk en gelooft een lichaam te zijn en denkt en gelooft als lichaam afgescheiden te zijn van andere lichamen.

En het mijzelf aanvallen gaat inderdaad de hele dag door. Elke gedachte bevat immers zowel de keuze voor ego als de keuze voor HG. ECIW gaat dus vooral over alert worden op al mijn gedachtes en bereidwillig zijn te willen zien wanneer ik voor de egokant van mijn denkgeest kies, elke keer dat ik ook maar een flintertje ongenoegen, een schijn van irritatie, of een duidelijke woedeaanval waarneem, kan ik mijn keuze herkennen, en ervoor kiezen al deze gedachten als vergevingskans en vergevingsmateriaal te zien.
Ook als ik denk: ja, dag dat lukt me nooit. Nu effe niet, geen tijd, heb hoofdpijn, honger, haast, dan zou ik de alertheid kunnen ontwikkelen dit ook te zien als louter weerstand, en niet om de reden die ik denk dat ik in onvrede denk, van wegen wat ECIW van mij vraagt. Ik ben altijd in onvrede, hoe deze onvrede er ook uit mag zien, of waar de onvrede ook vandaan lijkt te komen, omdat ik (onbewust) kies voor in de afscheiding te blijven en mezelf nooit meer wil terug herinneren in wat ik ben, denkgeest.

%d bloggers liken dit: