archiveren

Tagarchief: wantrouwen

Een cursus in wonderen gaat over het leren oordeelloos observeren van al mijn gedachtes, en in het bijzonder al mijn gedachtes die ik gebruik als blokkades tegen Liefde. Want zoals ik nu wel weet werd/word “de wereld” gemaakt en gebruikt om een schijnbaar reusachtige ondoordringbare blokkade op te richten tegen Liefde, tegen God, tegen Éénheid, tegen volmaakt non-dualisme.
Dat betekent dat elke gedachte die ik heb zolang ik schijnbaar ervaar een lichaam te zijn dat leeft tussen andere lichamen en dingen en situaties in een schijnbare wereld, ik alleen maar heel druk bezig ben met me af te scheiden van Liefde, God, Éénheid.
Mezelf dubbel voor de gek houdend, door te denken dat ik alleen maar goed wil doen in de wereld en het kwade wil bestrijden, in naam van een zelf gemaakte substituut god.

Niet is minder waar, ik ben hier om het onmogelijke te bewijzen dat ik een autonoom wezen ben dat heel goed zonder God, zonder Liefde in een afgescheiden staat kan leven.
Dat betekent ook dat wat ik als blokkades gebruik tegen God, Liefde, Éénheid het tegenovergestelde daarvan moet zijn.

Één van die blokkades is “wantrouwen”.
Wantrouwen is een blokkade tegen “Vertrouwen”.
Dus achter elke wantrouwende gedachte die ik uitstuur gaat “Vertrouwen” schuil.
Wantrouwen blokkeert Vertrouwen, maar laat het niet werkelijk verdwijnen er staat alleen een schijnbare (gedachte) muur voor, zodat het niet meer wordt gezien en ervaren en zodoende vergeten. Een schijnbaar zeer effectief ego-denksysteem dat als enig (onmogelijk) doel heeft afgescheiden te blijven van Éénheid.
Voordat ik het ga hebben over de blokkade “wantrouwen”, wil ik even laten zien
wat ECIW zegt over Vertrouwen in het Handboek voor leraren:

“I. Vertrouwen

1.Dit is het fundament waarop hun vermogen om hun functie te vervullen rust. 2Waarneming is het resultaat van leren. 3In feite is waarneming leren, omdat oorzaak en gevolg nooit gescheiden zijn. 4De leraren van God hebben vertrouwen in de wereld, omdat ze hebben geleerd dat die niet wordt geregeerd door wetten die de wereld heeft ontworpen. 5Ze wordt geregeerd door een kracht die in hen maar niet van hen is. 6Het is deze kracht die alles geborgen houdt. 7Het is dankzij deze kracht dat de leraren van God een wereld zien die is vergeven.

2.Wanneer deze kracht eenmaal is ervaren, is het onmogelijk nog op je eigen onbeduidende vermogens te vertrouwen. 2Wie zou proberen met de nietige vleugels van een mus te vliegen wanneer hem de machtige kracht gegeven is van een adelaar? 3En wie zou zijn vertrouwen stellen in het schamele aanbod van het ego wanneer de gaven van God voor hem worden neergelegd? 4Wat is het dat hen ertoe aanzet de omslag te maken?” (H4.I.1:1-7,2:1-4).

Dit ligt dus verborgen achter de blokkade wantrouwen, waardoor wantrouwen niet meer kan worden gezien als een blokkade, maar nu gezien en ervaren wordt als een feit in plaats van een blokkade tegen Vertrouwen.
Wantrouwen is nu de vervanger van Vertrouwen geworden, sterker nog er wordt nu alleen nog vertrouwd in de ego versie van vertrouwen: wantrouwen.

Dit klinkt misschien wat theoretisch, maar “wantrouwen” is toch, mits de bereidheid er is om echt te “kijken” dwars door de blokkerende ego-functie heen, duidelijk te herkennen in mijn dagelijkse gedachtes en bezigheden.

Dit “kijken” gebeurt altijd vanuit de denkgeest (mind dus niet door de ogen), en wel door de waarnemende/keuzemakende denkgeest. Wordt er gekozen voor afscheiding uit éénheid, dan treed automatisch de egodenkgeest in werking welke als taak heeft te verbergen dat er een denkgeest is, waardoor het lijkt dat de oorzaak van alles wat ervaren wordt buiten mij ligt en de “ware” oorzaak, welke de denkgeest is, in het zogenaamde onbewuste verdwijnt.
Heb ik dit echter door en accepteer ik dat er niets buiten mij is waar ik mijn onbewuste schuld op kan projecteren, dan kan ik terug keren naar de bron, de denkgeest en daar opnieuw kiezen, nu voor HG/J denkgeest.
De waarnemende/keuzemakende denkgeest was en is er altijd, het verschil ligt hem in het er onbewust (ego keuze) of me er van bewust (Heilige Geest keuze) zijn.

Zonder het bewustzijn van de mogelijkheid hebben en de verantwoordelijkheid daarvoor te nemen te kunnen kiezen is ontwaken uit de droom, oftewel het terug herinneren in Éénheid onmogelijk.

Er zal dus door de denkgeest die daar aan toe is en bereid is, gekeken moeten worden naar alle blokkerende gedachtes die opgeworpen worden tegen het terug herinneren in Éénheid.

Één van die blokkerende gedachtes kan dus zijn: “wantrouwen”.
Als ik heel eerlijk kijk, dus olv HG/J,  (juist-gerichte-denkgeest) is de gedachte “wantrouwen” een altijd aanwezige gedachte muur.
En aangezien er ook maar één egodenkgeest is (ook al lijken het er miljarden te zijn) en maar één “nietig dwaas idee” van afscheiding, zal ieder schijnbaar afgescheiden fragmentje denkgeest (mensen, dieren, dingen, situaties in zijn geprojecteerde vorm) wantrouwen gebruiken als wapen tegen “Vertrouwen” en in staat zijn het te herkennen.

Als ik eerlijk kijk naar mijn gedachtes is wantrouwen er altijd de hele dag door, ook al lijk ik iemand te vertrouwen er is altijd ook de gedachte dat dat vertrouwen zomaar onverwacht kan omslaan in wantrouwen, doordat die (schijnbaar) andere toch niet te vertrouwen is, zich anders voordoet dan hij/zij leek te zijn, mijn vertrouwen schaad, een eigen agenda heeft, er op uit is mij te kleineren, te misbruiken, de baas te willen spelen, het beter denkt te weten, op eigen winst uit is, mij te min, te dom, te lui, onaardig, te afhankelijk, te dominant vindt, kortom erop uit is mij te vernietigen, en het gevoel geeft voortdurend op mijn hoede te moeten zijn voor het geval iemand een mes in mijn rug zal steken, zodra ik even niet oplet. Dus moet ik wel de hele dag ervoor zorgen dat ik de controle hou door voortdurend op mijn hoede te zijn; nooit met mijn rug naar de deur zitten, niets aan een ander over willen laten, me overal mee te bemoeien enz.

En zolang ik niet (wil) zien dat al deze gedachtes een keuze zijn, en getuigen zijn van en een middel om afgescheiden te willen blijven, en dus niet zijn wat ze lijken te zijn (les 5), zal ik blijven geloven dat al deze blokkerende gedachtes waar zijn en zal ik ze blijven voeden met meer blokkerende variaties, en zullen mijn ervaringen daarvan getuigen in de droom/film van afscheiding.

Kijk ik hier naar olv mijn keuze voor het ego denken dan worden deze gedachtes alleen maar versterkt en tuimel ik steeds dieper in een put van depressie, en dissociate, mijn zelfgemaakte hel.

Besluit ik echter, moe geworden van dat wat niet werkt (de keuze voor ego), te kijken olv HG/J denkgeest dan worden al deze getuigenissen, mits gewild door de denkgeest die eraan toe is, her-gebruikt als sleutels tot het opheffen van deze blokkerende gedachtes, zodat de denkgeest bevrijd zal kunnen worden van zijn blokkades tegen Éénheid, Liefde, God.

Het is dus belangrijk en heel behulpzaam me bewust te worden van mijn gevoelens, want die laten mij zien voor welke “leraar” ik heb gekozen en nodigen dan uit tot opnieuw te kiezen olv welke leraar ik wil denken.

Het is tevens (althans dat lijkt zo) ook heel lastig om naar al die gevoelens van in dit geval wantrouwen te kijken. Het zijn geen mooie plaatjes, het voelt rot, deprimerend. En als ik vervolgens niet door wil hebben dat dit gewoon weer blokkerende gedachtes zijn vanuit de keuze voor ego, zal ik blijven ronddraaien in dit rad van het ego denken.

Totdat ik door krijg (en weer, als de denkgeest eraan toe is) dat het “slechts” gedachtes zijn en de projecties ook niet waar zijn, en er de bereidheid is om er anders naar te kijken. Dan zal ik deze film/droom van afscheiding alleen nog gaan zien als kans om uit de wil tot afscheiding te stappen en me volledig te laten leiden door HG/J denkgeest in het vertrouwen dat ik van niets de bedoeling weet en ik bereid ben elke gedachte alleen nog te zien als vergevingsmateriaal en vergevingskans.

Ik verander niets aan de droom (want dat zou het advies van het ego zijn), want daardoor zou ik mijn vergevingskansen verpesten, ik kijk (olv mijn keuze voor HG/J denkgeest) en vergeef en de effecten daarvan zullen voor zichzelf zorgen en getuigen van mijn keuze.

En zo wordt wantrouwen door ware vergeving omgekeerd terug naar Vertrouwen en zoals ECIW zegt: “Wanneer deze kracht eenmaal is ervaren, is het onmogelijk nog op je eigen onbeduidende vermogens te vertrouwen” (H4.I.2:1)

Wantrouwen kan gezien worden als de ego omkering van Vertrouwen.
Wantrouwen is zoals alle ego eigenschappen gewoon weer een ander gevolg van de (onmogelijke) keuze om afgescheiden te willen zijn van Eenheid, God, Liefde, Waarheid.
Een van de sterkste ego symbolen voor vertrouwen in de wereld zijn de ouders.
We zijn niet allemaal ouders, maar we hebben allemaal wel ouders waar we deze projectie voor afscheiding op kunnen en zullen projecteren.
En aangezien we het hier over ego projecties hebben, dus projecties vanuit zonde, schuld en angst, zien we dat terug in al onze relaties die we in ons leven tegenkomen. Bijvoorbeeld terug te zien in het leven als een voortdurend gevoel van wantrouwen ten opzichten van alles en iedereen, of omgekeerd te snel van vertrouwen zijn er daar dan telkens weer in teleurgesteld worden.
In het geval van de ouder/kind relatie als afhankelijk zijn van ouders, niet zonder of niet met ze kunnen leven, van ze houden of ze haten, bij ze willen zijn of er zo ver mogelijk vandaan blijven, prima mee kunnen opschieten of juist totaal niet en alle gradaties daar tussen in, kortom het hele scala aan dualistische mogelijkheden uit het ego arsenaal vinden we terug in de ouder/kind relatie en in alle andere relaties die we hebben.

De ouder/kind relatie vormt een van de lastigste uitdagingen binnen het scala van afscheidingsmogelijkheden binnen de keuze voor de egodenkgeest.
En ik ondervind dat ECIW en zijn proces van ware vergeving een zeer behulpzaam proces is in de slechte relatie met mijn moeder.
Het is daardoor zeker geen makkelijk proces, want ware vergeving vraagt eerst eerlijk kijken naar het ego proces, precies zoals het zich projecteert en dus voordoet in “mijn leven”, alvorens het echt vergeven kan worden. Dus de confrontatie aangaan met al mijn gevoelens en emoties die zich voordoen op het toneel waar het ego drama zich afspeelt.
En er de totale verantwoordelijkheid voor nemen, als zijnde mijn gedachtes met hun projecties. Wel belangrijk dit niet onder de leiding van het egodenken te doen, maar hierbij de leiding van de Juist gerichte kant van de denkgeest (HG/J) in te roepen.

Evengoed geen makkelijk en pijnloos proces, maar wel een proces van ware genezing van de denkgeest die leert dat de oorzaak de keuze voor afscheiding is en niet een keuze is geweest om een slechte relatie te hebben met mijn moeder.
En dan kom ik weer uit op die behulpzame les 5: “Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk”.
Ik voel geen onvrede van wegen een slechte relatie met mijn moeder, maar omdat ik op het niveau van de denkgeest, een keuze die verborgen moest blijven, zodat het lijkt alsof de keuze zich op “vorm” niveau afspeelt, voor afscheiding van mijn Ware Bron; God, Liefde, Eenheid, Waarheid, heb gemaakt.

Ware Vergeving vergeeft deze oorspronkelijke vergissing en in het kielzog daarvan wordt de projectie, een slechte relatie met de moeder, een projectie die nooit losstaat van de oorspronkelijke gedachte (vergissing) ook vergeven.
Ware Vergeving verandert dus de oorspronkelijke vergissing (de keuze voor afscheiding) die gemaakt is in en door de keuzemakende denkgeest en geneest deze, zodat de denkgeest zijn ware verbinding, die nooit verdwenen is, weer herinnert en daardoor genezen is.
Onware vergeving, dus dat is de projectie als een losstaand van de denkgeest oorzaak zien en deze vergeven, dus in het moeder geval, mijn moeder vergeven die ik als oorzaak van mijn lijden zie, werkt niet. De oorzaak, de keuze van de denkgeest om afgescheiden te willen zijn van God, Liefde, Eenheid, Waarheid blijft intact en zal dan ook steeds weer terugkeren in schijnbare andere vormen, of dezelfde, omdat de denkgeest ongenezen blijft.

Maar als de denkgeest dan is genezen, zal er onvermijdelijk ook anders gekeken worden naar de projectie vanuit de eigen denkgeest focus. Dit resulteert in een mildere kijk en meer begrip omdat er nu vanuit “liefde” gekeken en gehandeld wordt.
Echter dat hoeft niet te betekenen dat de “ander” in dit geval de moeder, hierin mee zal gaan, want uiteindelijk zal dat stukje denkgeest dat de rol van de moeder speelt ook zelf de keuze moeten maken om te willen genezen op het niveau waar alleen ware genezing mogelijk is, het niveau van de denkgeest.

Dat ware genezing door middel van ware vergeving zich op denkgeest niveau afspeelt, betekent ook, dat de projectie, dus hoe de relatie zich uitspeelt op vorm niveau, niet per se aanwezig of zelfs maar levend hoeft te zijn. Op denkgeest niveau is immers alles met alles verbonden, hoe het er op vorm niveau ook uit lijkt te zien.
Als de angst voor genezing in de denkgeest nog te groot is zal dat stukje denkgeest nog even of voor lange tijd blijven kiezen voor angst, maar in plaats van dat dat ook weer de keuze voor angst in mijzelf aan kan wakkeren, zal de nu voor genezing kiezende denkgeest ook deze gedachte kunnen leren vergeven.

Dus hoe ware genezing er in de vorm uitziet is niet te voorspellen, maar het zal hoe dan ook welke vorm het ook aanneemt de meest liefdevolle optie zijn voor dat moment, ook al kan het er ook uitzien als een einde maken aan een relatie. Het is niet aan mijn beperkte overzicht het geheel te overzien en op grond daarvan te beslissen wat het beste is om te doen, dat kan alleen dat wat wel het totale overzicht heeft, in ECIW de Heilige Geest en of Jezus genoemd, beide symbool voor de keuze voor de Juist gerichte denkgeest. De rest zal op een heel vanzelfsprekende natuurlijke manier volgen, nu geheel ontdaan van alle zonde, schuld en angst projecties.
En dientengevolge is er ook niet meer de drang vertrouwen te zoeken en te vinden “buiten mij” in een ouder of een andere speciale relatie. Het besef is er dat Vertrouwen gegrond is in de enige relatie die mogelijk is, die met God, Liefde, Eenheid, Waarheid, of hoe we het Onnoembare, Non-dualisme ook willen noemen.

 

Het verschijnsel “ego” wat niets anders is dan een denksysteem dat bestaat bij de gratie van een geloof in afscheiding versterkt door geloof in zonde, schuld en angst is niet te vertrouwen.  Een gedachte systeem wat bedoelt is af te scheiden van Eén kan niet anders dan gebouwd worden op wantrouwen.
Vertrouwen investeren in welke ego projectie dan ook is gedoemd te mislukken, daar een denksysteem dat als kernwaarde wantrouwen heeft aangenomen als uitgangspunt, niet anders kan dan wantrouwen uitbreiden.
De natuurlijke wens en aard van non-dualisme die geaard is in non-dualistisch Vertrouwen, blijft in de herinnering van de denkgeest die tijdelijk voor dualisme (ego) heeft gekozen bestaan. Eenheid kan wel ontkend, maar niet vernietigd worden.
Binnen het geloven in afscheiding waarbij het natuurlijke idee van Eenheid ontkend wordt, blijft de natuurlijke verbinding met Eenheid onveranderlijk bestaan.
In de praktijk betekent dit dat als ik probeer in een relatie met wie of wat dan ook in wat voor vorm dan ook vertrouwen te vinden dit slechts een dualistische vorm van vertrouwen oplevert, waarbij vertrouwen en wantrouwen elkaar afwisselen, maar nooit binnen dit systeem van afscheiding de non-dualistische staat van Vertrouwen kan en zal bereiken.
Echter kan wel bereikt worden dat door het dualistische denksysteem van het ego denken te doorzien en er oordeelloos naar te leren kijken het nog altijd aanwezige Vertrouwen wat inherent is aan non-dualisme, Eenheid, kan worden herinnerd en het Ware Vertrouwen kan worden hersteld.
Het willen bereiken van vertrouwen binnen de dualiteit kan dan worden opgegeven en vergeven en alle relaties binnen het dualistische ervaren krijgen dan deze andere functie.

Zolang ik nog in vertrouwensrelaties met andere lichamen en dingen geloof, wat dus betekent geloven in afscheiding en in zonde, schuld en angst, zal ik keer op keer teleurgesteld worden, net zolang tot ik aanvaard dat alleen Vertrouwen mogelijk is op het grenzeloze denkgeest niveau waar alleen Eén mogelijk is.

Dan zullen al mijn relaties een totaal andere functie krijgen als weerspiegeling van mijn nu bewuste keuze voor Vertrouwen.

Het is zo onthullend werkelijk door te krijgen dat enkel en alleen het denkgeest mechanisme van het geloof in zonde, schuld en angst deze wereld, mijn leven veroorzaakt en draaiende houdt! De wereld een gedachte (projectie) is vanuit het geloof in zonde, schuld en angst, niets meer of minder dan dat!
En ik steeds duidelijker ervaar dat dit mechanisme van het geloof in zonde, schuld en angst de bron is van elke gedachte die ik heb!
Ook de ogenschijnlijk kleinste en onbeduidendste gedachten hebben dit geloof in zonde, schuld en angst als bron.
En zelfs deze gedachten die ik nu opschrijf komen uit die bron, maar omdat ik niet meer totaal geloof in zonde, schuld en angst, echter nog wel langs zie komen in de ervaring, heeft het geen 100% vat meer op mij als projecterende, maar tegelijkertijd nu waarnemende/keuzemakende bewuste denkgeest. Ik ben me bewust van de keuze die ik altijd kan maken, niet de keuze op vorm niveau, maar de keuze op denkgeest niveau, de keuze voor het geloof in zonde, schuld en angst, of de keuze voor het vergeven van het geloof in zonde, schuld en angst, in als z’n variaties.

Ik denk dan ook dat de hoogste staat van ontwaken is, dat de ‘ik’ de zich totaal bewuste waarnemende/keuzemakende denkgeest, volledig zonder oordeel kan waarnemen en daardoor als logisch resultaat daarvan zich weer volledig in verbinding weet (herinnerd) met zijn werkelijke Bron: Geest, Waarheid, Eenheid, Liefde, God.
Ik de waarnemende/keuzemakende denkgeest zie mijn functie nu alleen nog als ervarende waarnemer die nog maar één keuze heeft en dat is de keuze voor Ware Vergeving. Dat is mijn enige functie. Mijn functie is niet dat ik vervolgens bepaal welk resultaat Ware Vergeving heeft in de wereld die ik nog wel ervaar. Ik als ervarende waarnemende/keuzemakende denkgeest kan onmogelijk vanuit dit nog steeds beperkte ervarende standpunt overzien wat het beste is voor ‘mij=de ander’ in enige vorm.
Er is namelijk op vorm niveau geen beste of slechtste beslissing mogelijk. Er is geen wereld, er zijn alleen projecties vanuit zonde, schuld en angst en alleen de beslissing voor het vergeven van de gedachten=projecties zal altijd de beste keuze en beslissing zijn.

Ik gebruik de term ware vergeving, omdat ik ECIW als pad heb gekozen en dat prettig vind, maar het is hetzelfde als ‘werkelijk doorzien’ dat wat ik denk dat er gebeurt in een wereld van vormen en situaties, niet werkelijk gebeurt en alleen maar lijkt te gebeuren, omdat ik, die zich met de projecties heeft geïdentificeerd, dat wil geloven, maar verder geen enkel effect heeft op Waarheid, Eenheid, Liefde, God.

Wat de uitkomst is van ware vergeving of van het werkelijk doorzien, zolang ik nog lijk te ervaren in een wereld, is niet iets wat ik hoef bij te sturen, want dat zou immers weer een gedachte zijn vanuit en de keuze voor zonde, schuld en angst, namelijk, het geloof in wantrouwen, of zorgelijkheid en tevens gewoon weer de verdediging tegen Liefde.
Vertrouwen in altijd een Liefdevolle uitkomst, hoe deze er ook uit mag zien in het veld van de projecties, is het logische gevolg van ware vergeving, of werkelijk doorzien.

Zelf-vertrouwen is vertrouwen hebben in het zelf. Wie/wat is dat zelf?
Dat zelf is de denkgeest, het zelf is niet het lichaam.
Het lichaam is slechts een projectie met als doel de bron, de denkgeest aan het ‘oog’ te onttrekken, zodat er nu een lichaam lijkt te zijn dat wel of geen zelfvertrouwen heeft.
Het heeft dus geen enkele zin om energie te stoppen in het krijgen van zelfvertrouwen op lichaamsniveau. Wat we dan eigenlijk doen is het ego zelfvertrouwen opbouwen en dat is tevens het verborgen doel van het ego; het doen laten voorkomen dat de ‘ik’ het lichaam zelfvertrouwen krijgt in plaats van het werkelijke doel van de egodenkgeest de egodenkgeest groter en sterker te maken, en tegelijkertijd dat dit verborgen blijft achter de projectie; het lichaam.
Maar wat stelt vervolgens een zelfverzekerde egodenkgeest voor?
Alleen al het idee dat de egodenkgeest meer zelfvertrouwen zou moeten krijgen, laat zien dat iets wat kennelijk zwak is moet veranderen in iets sterk. En waarom moet dat dan? Waaraan wordt die zwakheid afgemeten?
Misschien aan de onbewuste herinnering dat wat we werkelijk Zijn onveranderlijk is en geen schommelingen kent en altijd en voor eeuwig heel en één is.
En dat een zelfverzekerde denkgeest, maar ook een egodenkgeest met gebrek aan zelfvertrouwen, want dat is de andere zijde van dezelfde egodenkgeest, eigenlijk een verdediging is tegen deze onveranderlijk staat van éénheid?
Dus de focus leggen op het maken van een zelfverzekerd lichaam of het genezen van een niet zelfverzekerd lichaam is iets doen waar iets doen geen enkele zin heeft.
Dat wil niet zeggen dat het fout is of zondig wat te doen aan mijn zelfvertrouwen, als ik daar tevreden mee ben dan moet ik dat vooral blijven doen.
Maar als de denkgeest die door krijgt dat deze de dromer van de droom is, en dat het lichaam dus een droomfiguurtje is, dan kan het niet anders dan dat dit hele schijnsysteem van het waarmaken van het lichaam als dat wat we denken en geloven te zijn vroeg of laat door de mand valt.
De denkgeest die doorkrijgt dat hij droomt gaat zichzelf bevragen en zich afvragen wat het doel is van alles wat hij ervaart, en dat is nodig, om te kunnen herinneren wat we in werkelijkheid dan wel zijn.

Nu nog een stapje verder.
We hebben gezien dat de egodenkgeest zichzelf sterker probeert te maken door meer zelfvertrouwen te krijgen via zijn projectie, het lichaam, waardoor de bron, de egodenkgeest verborgen blijft en het lijkt alsof er alleen een lichaam is dat meer zelfvertrouwen behoeft.
Hier weer achter echter ligt de angst voor het Zelf, dat wat we werkelijk zijn, Geest, één en heel in Waarheid, in God.
Daarmee wordt het verschil tussen zelf-vertrouwen en Zelf-vertrouwen meteen duidelijk.
Het zelf-vertrouwen van de egodenkgeest is een verdediging tegen het Zelf-vertrouwen van de Heilige Geest (= de herinnering aan wat we Zijn).
Op zich al een onzinnig idee, want het Zelf waar alles één is heeft helemaal geen zelfvertrouwen nodig, laat staan dat het dat moet zien te krijgen.
Het ego zelf is niet te vertrouwen, omdat het bedacht is als verdediging tegen het Zelf, vandaar dat wij altijd een onderliggend gevoel van wantrouwen met ons mee dragen. We hebben wantrouwen nodig om als egodenkgeest te overleven.

Dus als we aannemen dat er alleen Zelf is, een non-dualistische toestand, die niet in woorden kan worden uitgedrukt, dan moet het gekwetter en al het gedoe wat we ervaren wel ergens anders vandaan komen, want het heeft duidelijk niets met het onveranderlijke Zelf te maken.
Dat is een conclusie die de bewustwordende denkgeest wel moet trekken als hij heel eerlijk durft te kijken.

Maar zoals we ook ervaren, de weerstand, de angst is groot, maar naarmate we weer ons vertrouwen terug gaan krijgen in het Zelf, zal de weerstand ook minder worden.
En hoe hervinden we ons zelfvertrouwen weer terug in het Zelf?
Door alles wat het terug herinneren in het Zelf probeert te blokkeren te vergeven.
En dat is elke gedachte die gericht is op het veranderen, verbeteren, of verslechteren van de vorm, dus gericht op het veranderen verbeteren, verdedigen/aanvallen van het lichaam, dingen en situaties.
Want al die gedachten zijn er alleen voor bedoelt dat wat we zijn, denkgeest, te verstoppen achter bergen van projecties.
En het heeft geen zin die bergen te verplaatsen, het heeft wel zin om de daarachter liggende verdedigingsgedachte tegen het Zelf te bevragen te onderkennen en tenslotte te vergeven, omdat ze geen enkel werkelijk effect op het Zelf kunnen hebben en dus zinloos zijn. En alleen zinvol zijn als vergevingsmiddel en vergevingskans.
Alleen de denkgeest kan genezen, genezen van het geloof in het valse zelf. En daarbij hoeven we ons niet te bekommeren om de projecties, want die zullen naarmate de denkgeest geneest steeds meer uitbreiding vanuit Liefde laten zien, ongeacht onze ideeën en verwachtingen hoe dat er als projectie dan uit moet zien.
De uitdrukking; een gezonde geest in een gezond lichaam, is een egogedachte. Een werkelijk gezonde genezen denkgeest huist niet in een lichaam, want er is geen lichaam, alleen een projectie en projecties kunnen daarom alleen van de denkgeest komen en zich dus in de denkgeest bevinden, als projecties.
Dus hoe het lichaam er ook uit mogen zien in onze belevingswereld, ziek, gezond, dik, dun, lang, kort, mooi, lelijk, gestoord, afwijkend, er schuilt hoe schijnbaar goed verborgen ook, een volmaakt gezonde Denkgeest achter. En wat we denken te zien is slechts een vergissing over wat we denken en geloven te zijn. En nogmaals alleen geschikt als vergevingsmiddel en vergevingskans.
Een genezen denkgeest zal door zijn groeiende vertrouwen in het Zelf, zichzelf terug herinneren in het Zelf.

Het is echt bijna leuk om te ontdekken hoe ‘ik’ en ‘we’, want in éénheid bestaat beslist geen uniekheid, wantrouwen projecteren. Ik zie het ineens in alles terug. Zit al de hele ochtend op een pakje te wachten, waar ik niet op zou hebben zitten wachten als er zoiets als een ‘uw postNL service’ bestond. Want ja daaruit bleek dat de chauffeur onderweg was/is en dat het pakje echt tussen 9.00 en 10.30 afgeleverd zou worden, niet dus… Ik wil helemaal niet weten wanneer een pakje komt, het komt als het komt en dan is het er ook, zonder dat ik erop heb zitten wachten.

Het gevoel wat dus bij wachten omhoog kwam was o.a. wantrouwen, want dat is mijn aandachtspuntje nu, haat hebben we al doorgewerkt, nu is wantrouwen uitgebreid aan de beurt.
Het wantrouwen komt niet voort uit wantrouwen jegens postNL, ik voel immers nooit onvrede om de reden die ik denk (les 5). Wantrouwen is gewoon weer een van de verdedigingswapens van de egodenkgeest, met maar één doel, hoe dan ook in de afscheiding blijven geloven.
Dus wat kan ik anders en beter doen, dan de gedachte + de projectie terugnemen in mijn denkgeest en deze vergeven. Maar aangezien er alleen maar één is doet de egodenkgeest ook vrolijk mee, en laat gedachtes voorbij komen als, ok vergeef maar, dan komt het pakje onmiddellijk. Wat alleen maar weer investeren in een uitkomst is en dus niets met ware vergeving te maken heeft.

Dus wat ik kan doen is de gedachte terugnemen in de denkgeest waar de gedachte van wantrouwen vandaan komt en zich uit geprojecteerd heeft als een pakje wat maar niet komt zoals was beloofd, en dus anderen buiten mij schuldig maakt en niet te vertrouwen zijn.
Nou lijkt dit een onbelangrijk lullig voorbeeldje van hoe wantrouwen uit geprojecteerd kan worden, maar er is geen rangorde in illusies en ook geen rangorde in Wonderen (omslag in het denken). Er ligt maar één nietig dwaas idee aan ten grondslag, en dat is het geloof in afscheiding met de daarmee gepaard gaande zonde, schuld en angst.
En aangezien niemand verder last heeft van mijn gevoelens van wantrouwen alleen ikzelf, en ik eigenlijk dus alleen last heb van last, die ikzelf bedacht heb, ben ik er ook zelf verantwoordelijk voor, en kan mijn gedachten erover laten veranderen.

Dat is goed nieuws, ik hoef niets aan de schijnbare situatie te gaan veranderen, ik kan mijn denken erover veranderen, door de bron gedachte van wantrouwen te vergeven, zonder me verder over wat voor uitkomst dan ook te bekommeren.
De film op het ‘doek’ speelt ondertussen gewoon verder, alleen zie ik geen wantrouwen meer uitgebeeld nu, ik ben niet zelf onbetrouwbaar en hoef dat ook niet meer uit te projecteren als wantrouwen jegens alles en iedereen. Ik kan al deze gedachten over mijzelf terugnemen en vergeven, er is immers in werkelijkheid niets gebeurd, wat mij werkelijk uit Eenheid kan halen.

Er is alleen nu, omdat er alleen nu is, het nu van het denken wat zich alleen maar kan afspelen in het nu, in mijn eigen denkgeest.
Ook als ik over een verleden of een toekomst denk, dan is dat nog steeds een gedachte die ik nu heb, er is dus niets buiten nu.
Er is geen wereld buiten mij die voorbij is, nu is, of nog gaat komen, er is alleen denkgeest die denkt en zonde (verleden), schuld (heden), en toekomst (angst) projecteert, en gedachten verlaten nooit hun bron.

En nu kan ik alleen nog maar het geschenk (pakje) van vergeving in ontvangst nemen, wat altijd op tijd afgeleverd wordt daar kan ik 100% op vertrouwen…

p.s., en wat denk je, wat er zojuist in de film gebeurde… pakje werd zojuist afgeleverd 🙂
En nee dat komt niet door de ‘magie’ van vergeving, het is immers allemaal al gebeurt. Het enige grote verschil is dat ik in vrede ben, omdat ik besef dat niets buiten mij, mij uit onvrede kan halen, omdat er niets buiten mij is.

Wantrouwen is de weerspiegeling van de keuze voor egodenkgeest, naar buiten geprojecteerd als uitbeelding daarvan.
Het ego, de egodenkgeest is nooit te vertrouwen, want het komt voort uit wantrouwen (vorm van zonde, schuld en angst) en kan derhalve alleen maar vormen van zonde, schuld en angst projecteren, wat enkel en alleen dient om in de afscheiding te blijven.
Vertrouw nooit lichamen, of dingen, op zich, want dit zijn de projecties van de egodenkgeest, voortkomend uit zonde, schuld en angst. Het ego is dus ‘wantrouwen’.
Richt je vertrouwen op de bron, de denkgeest, want daar kan het wantrouwen, wat eerst onder ogen moet worden gezien vergeven worden en zal olv HG/J Vertrouwen opnieuw geprojecteerd worden wat zich zal weerspiegelen door lichamen en dingen.
Dit HG/J projecteren is van een andere orde dan de projectie van de egodenkgeest.
Het blijft in beide gevallen een projectie, alleen de egodenkgeest koppelt het los van de denkgeest, de projector dus, zodat het nu lijkt alsof er een autonoom apart lichaam is dat van alles doet en uithaalt en dat het eigenlijk nog steeds een projectie is en blijft wordt daardoor ‘vergeten’.
In het geval van Heilige Geest projectie, dus projectie uit de juist-gerichte denkgeest, wordt weer herinnerd en begrepen dat wat gezien wordt een projectie is, een projectie afkomstig vanuit de (ego)denkgeest, daar waar gekozen is voor vormen van zonde, schuld en angst.
Dan pas kunnen de projecties onder ogen worden gezien, als zodanig ervaren, benoemd en teruggenomen worden naar hun bron de denkgeest en kan er opnieuw gekozen worden.
Dit bekent dat alle situaties, ervaringen tussen lichamen, niet echt zich tussen lichamen afspelen, maar in de denkgeest.
De Cursus zegt hierover:

‘De wereld die wij zien weerspiegelt slechts ons eigen innerlijk referentiekader
– de ideeën, wensen en emoties die de overhand hebben in onze denkgeest.
‘Projectie maakt waarneming’ (T13.V.3:5; T21.In.1:1). Eerst kijken we
naar binnen, besluiten welke wereld we willen zien en vervolgens projecteren
we die wereld naar buiten, en maken haar tot de waarheid zoals wij die
zien. We maken die waar door onze interpretaties van wat we zien. Als we
waarneming gebruiken om onze eigen vergissingen te rechtvaardigen – onze
woede, onze neiging tot aanvallen, ons gebrek aan liefde in welke vorm ook
–, dan zien we een wereld van slechtheid, verwoesting, kwaadaardigheid, afgunst
en wanhoop. Dat alles moeten we leren vergeven, niet omdat we ‘lief
en aardig’ zijn, maar omdat niet waar is wat we zien. We hebben de wereld
door onze verwrongen verdedigingsmechanismen vervormd en zien daarom
wat er niet is. Naarmate we leren onze waarnemingsfouten te herkennen,
leren we ook eraan voorbij te zien of te ‘vergeven’. Op hetzelfde moment vergeven
we onszelf, en kijken we voorbij ons verwrongen zelfbeeld naar het
Zelf dat God in ons en als ons geschapen heeft’(Vw.xi).’

En

‘Projectie maakt waarneming, en daarbuiten kun je niet zien.
Steeds en steeds weer heb jij je broeder aangevallen, omdat je in hem een
schaduwfiguur in je privé-wereld zag. En zo komt het dat het onvermijdelijk
is dat je eerst jezelf aanvalt, want wat je aanvalt bevindt zich niet in
anderen. De enige realiteit die het heeft bevindt zich in jouw eigen denkgeest,
en door anderen aan te vallen, val je letterlijk aan wat er niet is’(T13.V.3:5-8).’

En

‘Projectie maakt waarneming. De wereld die jij ziet is wat jij haar gegeven
hebt, niets meer. Maar ook al is ze niets meer, ze is ook niets
minder. Daarom is ze voor jou belangrijk. Ze getuigt van de staat van
jouw denkgeest, de uiterlijke weergave van een innerlijke toestand.
Zoals een mens denkt, zo neemt hij waar.* Probeer dan ook niet de
wereld te veranderen, maar kies ervoor je denken over de wereld te
veranderen. Waarneming is een gevolg, geen oorzaak. En juist om die
reden is een rangorde naar moeilijkheid bij wonderen zonder betekenis.
Alles wat met visie wordt bezien, is genezen en heilig. Niets wat
zonder dat wordt gezien, heeft enige betekenis. En waar geen betekenis
is, heerst chaos’(T21.In.1:1-12).’

Dit is goed nieuws, want daardoor zijn ‘wij’ in werkelijkheid nooit meer slachtoffer van een zogenaamd aanvallend lichaam.
Want er is geen lichaam dat kan aanvallen, er is alleen de ene denkgeest die denkt een lichaam te zijn (het ego), en dit geloof projecteert, zodat het nu lijkt en geloofd wordt dat er wel een lichaam is dat ‘mij’ aanvalt.
Dit alles is dus een gedachte en het geloof in deze gedachte, meer is het niet en zal het ook niet worden.
Het feit dat het een gedachte is, betekent dat het kan veranderen en dat we zelf verantwoordelijk zijn voor de staat van onze denkgeest, het is niemands schuld, ook niet die van onszelf, het gaat sowieso niet over schuld, maar slechts over een vergissing:

‘Het geheim van de verlossing is slechts dit: dat jij dit jezelf aandoet. Wat
ook de vorm van de aanval is, dit is nog steeds waar. Wie ook de rol van
vijand of van aanvaller op zich neemt, dit is nog steeds de waarheid. Wat
ook de oorzaak lijkt van enig leed of lijden dat je voelt, dit is nog steeds
waar. Je zou namelijk helemaal niet reageren op figuren in een droom
waarvan je wist dat je die droomde. Laat ze zo haatdragend en kwaadaardig
zijn als ze maar zijn, ze kunnen geen effect op jou hebben, behalve
wanneer jij naliet in te zien dat het jouw droom is’ (T27.VIII.10).’

Dat betekent echter niet dat we in de wereld ‘niets meer zeggen of doen’. Als we opnieuw gekozen hebben in de denkgeest, na vergeving, zal wat we kunnen zeggen of te doen staat getoond worden, maar nu niet meer vanuit zonde, schuld en angst, maar vanuit Liefde:

‘Heeft de leraar van God dan bij zijn onderricht het gebruik van woorden
te vermijden? Nee, zeker niet! Velen dienen door middel van woorden te
worden bereikt, omdat ze vooralsnog niet in staat zijn in stilte te horen.
De leraar van God dient echter woorden op een nieuwe manier te leren
gebruiken. Geleidelijk aan leert hij hoe hij ervoor kan zorgen dat zijn
woorden voor hem gekozen worden, door niet langer zelf te beslissen wat
hij zeggen moet. Dit proces is niets anders dan een bijzonder voorbeeld
van de les uit het werkboek die zegt: ‘Ik doe een stap terug en laat Hem
de weg wijzen.’ De leraar van God aanvaardt de woorden die hem geboden
worden en geeft zoals hij ontvangt. Hij beheerst niet de richting van
zijn spreken. Hij luistert en hoort en spreekt.
Een aanzienlijke belemmering bij dit aspect van zijn leerweg is de angst
van Gods leraar over de geldigheid van wat hij hoort. En wat hij hoort kan
zonder meer heel verbijsterend zijn. Het kan ook ogenschijnlijk helemaal
niet van toepassing zijn op het voorliggende probleem zoals hij dat ziet,
en kan de leraar zelfs met een situatie confronteren die hem in grote verlegenheid
lijkt te brengen. Dit zijn allemaal oordelen die geen waarde
hebben. Ze zijn van hemzelf en komen voort uit een armoedig zelfbeeld
dat hij achter zich zou kunnen laten. Vel geen oordeel over de woorden
die tot je komen, maar biedt ze in vertrouwen aan. Ze zijn veel wijzer dan
de jouwe. Gods leraren beschikken over Gods Woord achter hun symbolen.
En aan de woorden die ze gebruiken geeft Hij Zelf de kracht van Zijn
Geest, en verheft ze van betekenisloze symbolen tot de Roep van de
Hemel zelf’ (H21.4,5)’

Met leraar van God wordt niet een speciale positie bedoelt, we zijn allemaal leraar en leerling, we onderwijzen en leren tegelijkertijd, niet als lichamen, maar enkel en alleen op denkgeest niveau wat dan weer weerspiegeld wordt door lichamen en dingen, wat nog steeds projecties zijn, zoals we al eerder zagen.
Het is ook niet een speciale functie in deze wereld, we leren en onderwijzen altijd, niet alleen op speciale plekken en gelegenheden, maar altijd. En we onderwijzen enkel en alleen dat wat we geloven.
En daar bedoel ik niet mee een bepaalde geloofsrichting, ik bedoel geloven als mechanisme. Enkel alleen ons geloof in een wereld lijkt een wereld op te leveren.
Met leraar van God word dus bedoelt, de denkgeest (niet het lichaam) die kiest voor vergeving en dit als zijn enige ‘Speciale’ functie ziet, en daardoor leert kijken vanuit Liefde (HG) in plaats vanuit angst (ego).
En alleen daaruit kan Vertrouwen ontstaan:

‘I. Vertrouwen
Dit is het fundament waarop hun vermogen om hun functie te vervullen
rust. Waarneming is het resultaat van leren. In feite is waarneming leren,
omdat oorzaak en gevolg nooit gescheiden zijn. De leraren van God hebben
vertrouwen in de wereld, omdat ze hebben geleerd dat die niet wordt
geregeerd door wetten die de wereld heeft ontworpen. Ze wordt geregeerd
door een kracht die in hen maar niet van hen is. Het is deze kracht
die alles geborgen houdt. Het is dankzij deze kracht dat de leraren van
God een wereld zien die is vergeven.
Wanneer deze kracht eenmaal is ervaren, is het onmogelijk nog op je
eigen onbeduidende vermogens te vertrouwen. Wie zou proberen met de
nietige vleugels van een mus te vliegen wanneer hem de machtige kracht
gegeven is van een adelaar? En wie zou zijn vertrouwen stellen in het
schamele aanbod van het ego wanneer de gaven van God voor hem worden
neergelegd?’ (H4.I.1,2)’

%d bloggers liken dit: