archiveren

Tagarchief: waarneming

Elke zogenaamde aanval die ik geloof buiten mij te zien in wat voor vorm dan ook, is mijn keuze voor alles te zien door egodenkgeest, met als enig doel afgescheiden te zijn en blijven van mijn Bron, (God, Liefde, Zelf).
Door voor het ego te kiezen als pseudo bron treed automatisch het ego projectiesysteem in werking waardoor ‘ik’ dat wat zich enkel en alleen op denkgeest niveau afspeelt alleen nog buiten mij geloof te zien en de bron, de egodenkgeest volkomen vergeet.
Op dat moment ben ik zowel de Bron (non-dualisme/God/Liefde/Waarheid) als de pseudo bron (ego, geloof in zonde/schuld/angst) ‘vergeten’ en ben ik ervan overtuigd dat wat de ogen van het lichaam buiten zich zien waar is.
De bron kan weliswaar vergeten worden, maar niet verdwijnen, nog steeds is alleen de denkgeest de bron:
 “Projectie maakt waarneming. De wereld die jij ziet is wat jij haar gegeven hebt, niets meer. Maar ook al is ze niets meer, ze is ook niets minder. Daarom is ze voor jou belangrijk. Ze getuigt van de staat van jouw denkgeest, de uiterlijke weergave van een innerlijke toestand” (T21.In.1:1-5).

Daarom onderwijst ECIW ons enkel en alleen op denkgeest niveau en nooit op vorm/projectie niveau en gaat het nooit om verandering van gedrag, maar om de omslag in de denkgeest.
En op dat niveau lijken we nu twee keuzes te hebben: de keuze voor de pseudo bron het ego (de keuze voor het geloof in zonde, schuld en angst) of voor onze werkelijke onveranderlijke Bron (de keuze voor God/Liefde/Zelf). Dit laatste is eigenlijk geen keuze, het is eigenlijk meer een bevestiging wat we eigenlijk in wezen Zijn.
ECIW leert ons bewust te worden van dat we denken dat we een keuze hebben, en dat we die keuze sowieso altijd al maken bij elke gedachte, maar er ons niet van bewust zijn. Doordat we ons niet meer bewust zijn van dat we altijd een keuze maken, zijn we verstrikt geraakt in de keuze voor leven olv de keuze en het geloof in ego wat neerkomt op de keuze voor het geloof in zonde, schuld en angst. Oftewel we nemen alleen onze projecties (de wereld) nog serieus en denken dat we een lichaam zijn tussen andere lichamen, dingen en situaties en zien we een voortdurende stroom van projecties die we als oorzaak zien van een schuldige, zondige, angstige wereld.

Over deze wetten van waarneming en de keuze zegt ECIW:

III. Waarneming  en keuze (T25.III.1-9)

1.In de mate waarin  jij waarde  hecht  aan  schuld, in  die mate zul je een wereld zien waarin aanval gerechtvaardigd is. 2In de mate  waarin  jij inziet dat schuld geen betekenis  heeft, in  die mate zul  je  zien dat aanval  niet  gerechtvaardigd kan  zijn. 3Dit komt  overeen met  de  grondwet van  alle waarneming: je ziet wat  je  gelooft  dat er  is, en  je gelooft  dat  het er is omdat je  wilt dat  het er  is.
4Waarneming kent geen  andere wet  dan deze.  5De rest spruit slechts hieruit voort, om  haar te  schragen en te dragen.  6Dit is de waarnemingsvariant, aan deze  wereld  aangepast, van  Gods meest  fundamentele wet: dat liefde  zichzelf, en niets dan zichzelf schept.

2.Gods  wetten gelden niet rechtstreeks voor  een wereld die door  waarneming wordt geregeerd, want zo’n  wereld zou niet geschapen kunnen zijn  door  de Denkgeest, waarvoor waarneming geen betekenis heeft. 2Toch  worden Zijn wetten overal weerspiegeld.  3Niet  dat de wereld  waar  deze  weerspiegeling zich  bevindt  ook maar enigszins werkelijk is.  4Dat is ze alleen omdat  Zijn Zoon dat  gelooft,  en Hij Zichzelf niet volledig gescheiden kan laten zijn  van wat  Zijn Zoon gelooft. 5Hij kon  Zich niet samen met Zijn Zoon  in  diens krankzinnigheid begeven, maar Hij kon er  wel zeker van zijn dat Zijn wijsheid hem daar  vergezelde, zodat hij niet voor eeuwig  in de  waanzin van zijn  wens  verloren kon zijn.

3.Waarneming berust  op keuze, kennis  niet. 2Kennis heeft slechts één wet,  want ze heeft slechts  één Schepper.  3Maar  deze wereld heeft er twee  die haar gemaakt hebben,  en  die zien haar niet beide als hetzelfde. 4Voor elk heeft ze  een andere bedoeling, en voor  elk is ze het volmaakte  middel om het doel  te  dienen  waarvoor  ze  waargenomen wordt. 5Voor  speciaalheid vormt ze de volmaakte omlijsting om  haar goed te doen uitkomen, het  volmaakte  strijdtoneel  om haar  oorlogen  te voeren, het volmaakte onderkomen  voor illusies die ze tot werkelijkheid  wil maken. 6Niet één  is  er die zij in haar waarneming  niet overeind  houdt; niet  één die  niet ten volle kan worden gerechtvaardigd.

4.Er is een  andere  Maker  van de wereld, die tegelijk  de  Corrector is van het dwaze geloof dat er iets  tot stand  gebracht  en instandgehouden kan worden zonder enige schakel  die het toch  binnen de wetten van  God houdt; niet zoals de  wet zelf het universum zoals  God dat geschapen heeft instandhoudt, maar in een bepaalde vorm die aangepast is aan de behoefte  die  de Zoon van God meent  te hebben. 2Een  gecorrigeerde dwaling  is  het eind van de dwaling.  3En  zo heeft God  Zijn Zoon steeds beschermd, zelfs  in de  dwaling.

5.Er  bestaat een andere bedoeling in  de wereld die door  dwaling werd gemaakt, omdat ze  een andere Maker  heeft die haar doel kan verenigen met de bedoeling van Zijn Schepper.  2In  Zijn waarneming van de  wereld valt er  niets  te  zien dat niet vergeving en de aanblik van volmaakte  zondeloosheid  rechtvaardigt. 3Er doet zich niets voor  wat niet  met onmiddellijke en totale  vergeving wordt beantwoord. 4Er is  niets  wat  ook maar een ogenblik blijft  om de zondeloosheid  te  versluieren die onveranderd straalt achter de jammerlijke pogingen van speciaalheid om haar  te bannen  uit de denkgeest, waar ze zich bevinden moet, en  in plaats daarvan het lichaam te  doen oplichten. 5Het  is  niet aan  de  denkgeest te  kiezen waar hij  de lichten  van  de  Hemel  wil zien.  6Als hij  verkiest ze elders te zien dan  in  hun woning, alsof ze een  plaats verlichtten waar  ze nooit kunnen  zijn, dan  moet de  Maker van de wereld jouw dwaling  corrigeren,  opdat jij niet in het duister  blijft  waar  de lichten niet  zijn.

6.Iedereen hier is de duisternis binnengegaan,  maar niemand deed dat alleen. 2En evenmin hoeft hij er langer dan  een ogenblik te blijven. 3Want hij  is gekomen met in zich de Hulp  van  de Hemel,  klaar  om hem op elk  moment  uit het duister in het  licht te leiden. 4Het  moment  dat hij kiest kan  elk moment zijn, want er is  hulp die  slechts op zijn keuze wacht.  5En  wanneer hij ervoor kiest  te benutten  wat hem gegeven  is, dan zal hij elke  situatie  waarvan hij vroeger meende  dat  ze een  middel was  om zijn  woede te  rechtvaardigen, zien veranderen in een  gebeurtenis  die  zijn liefde rechtvaardigt.  6Hij zal  duidelijk horen dat de oproepen tot  oorlog die hij vroeger hoorde,  in werkelijkheid  oproepen tot  vrede zijn.  7Hij zal waarnemen dat waar hij een aanval  leverde, slechts een  nieuw altaar staat waar hij, met evenveel gemak  en veel meer blijdschap, vergeving kan schenken. 8En  hij zal  alle  verleidingen herinterpreteren als evenzovele  kansen op vreugde.

7.Hoe kan een verkeerde  waarneming  nu  een zonde zijn? 2Laat al je  broeders vergissingen voor  jou niets dan een kans zijn om de  werken te zien van de Helper,  die jou gegeven  is om de wereld  te  zien die  Hij heeft gemaakt in plaats van  die van jou. 3Wat is er dan  wél gerechtvaardigd? 4Wat  is het dat  jij  wilt?  5Deze  twee  vragen zijn namelijk hetzelfde. 6En  wanneer je ze als hetzelfde ziet, is je  keuze gemaakt. 7Want  juist  door ze  als één  te zien word je van de overtuiging bevrijd dat  er twee  manieren zijn om te zien. 8Deze wereld kan  veel bijdragen aan jouw vrede, en  biedt  veel kansen om je eigen  vergeving uit  te breiden. 9Dat  is haar doel, voor hen die willen  zien hoe vrede en vergeving over hen neerdaalt en  hun  het licht schenkt.

8.De Maker van de wereld van zachtmoedigheid  heeft volmaakt de macht de wereld van geweld  en haat,  die ogenschijnlijk tussen jou en  Zijn zachtmoedigheid in staat, te  neutraliseren.  2In  Zijn vergevende ogen bestaat ze niet. 3En daarom hoeft  ze ook niet te bestaan  in die van jou.  4Zonde is de  starre overtuiging  dat waarneming niet veranderen kan. 5Wat  verdoemd  is, is verdoemd, en voorgoed  verdoemd, omdat het  voor eeuwig onvergeeflijk  is.  6Als het dus vergeven is, moet de blik  van de zonde  verkeerd zijn  geweest. 7En zo  wordt verandering mogelijk gemaakt. 8Ook  de Heilige Geest ziet wat Hij ziet als ver buiten het  bereik  van enige kans op verandering.  9Maar  op Zijn visie kan  de  zonde geen  inbreuk maken,  want  de zonde is door  Zijn zicht gecorrigeerd. 10En dus moet  ze  een vergissing  en geen zonde zijn geweest. 11Want wat  ze beweerde dat nooit  zou  kunnen  geschieden, is geschied.  12Zonde wordt aangevallen door straf, en  zo  instandgehouden. 13Maar haar vergeven is haar staat van dwaling  in waarheid  doen  verkeren.

9.De  Zoon van God kan nooit zondigen,  maar  hij kan iets  wensen wat hem  kwetsen kan. 2En hij heeft de macht te denken  dat hij kan  worden gekwetst. 3Wat kan dit anders zijn dan  een verkeerde waarneming van zichzelf? 4Is  dit een  zonde of een vergissing,  vergeeflijk  of niet? 5Heeft  hij hulp nodig of een veroordeling?  6Is het jouw bedoeling dat  hij  verlost wordt of verdoemd? 7En vergeet je daarbij niet dat  wat hij voor jou betekent deze  keuze tot  jouw toekomst zal  maken? 8Want jij  maakt die nu, het ogenblik waarop  alle tijd het middel wordt om  een  doel  te bereiken. 9Maak dus jouw  keuze. 10Maar erken dat in die keuze de bedoeling van de wereld die jij ziet wordt gekozen,  en  zal worden  gerechtvaardigd.


Hoe langer ik met ECIW bezig bent en ook echt toepas in het dagelijkse leven van alle dag en nacht, des te meer en duidelijker zie ik de truc van het egodenken om alles wat herinnert aan Waarheid eenvoudig weg om te keren, zodat het het tegenovergestelde van Waarheid laat zien. Als ik op die manier kijk naar wat het egodenken maakt kan ik ook beter zien wat het probeert te verbergen achter deze wisseltruc welke alleen maar een poging tot het verbergen en vergeten van Waarheid, Eenheid is.

Als de ervaring er een is van het leven van een ‘normaal’ rustig leven, met wat onvermijdelijke hobbels hier en daar afgewisseld met leuke en succesvolle ervaringen, valt de omkeer truc van het egodenken niet zo op en wordt het leven geaccepteerd zoals het is en berust men gelaten in zijn lot ondertussen een zo comfortabel mogelijk leventje te maken, door alle problemen die langskomen te negeren, of zo snel mogelijk uit de weg te ruimen.

Is de ervaring echter dat van een zeer intensief leven, met grote pieken en vooral zeer diepe dalen, dan zal vroeg of laat de vraag rijzen: ‘is dit nou leven, zoveel ellende dat kan toch niet echt de bedoeling zijn, dat moet toch anders kunnen?’
Dan wordt de waarnemer in ons wakker en groeit de bereidheid ‘anders te willen kijken’.

Als dat wat wij in de wereld van het ego denken waarnemen/ervaren als ‘weef foutjes’, als iets wat afwijkt van wat wij accepteren als ‘normaal’, dan kan ik dat zien als een reminder dat de wereld nu eenmaal niet perfect is, dat ‘shit happens’, of ja je hebt nu eenmaal slechterikken en braverikken, het is je eigen schuld, het zit in je genen daar doe je niets aan, het is de schuld van de ouders, kinderen, familie, buren, regering, dingen en situaties, maar ik kan het ook, als tot ontwaken bereid zijnde denkgeest zien als een reminder dat die ‘weef foutjes’ totaal niet passen binnen Waarheid, Eenheid, dus het ook gezien kan worden als slechts een poging Waarheid, Eenheid te verbergen achter het precies tegenovergestelde van Waarheid, Eenheid. Dat maakt het ‘weef foutje’ niet fout maar slechts een op z’n kop beeld van Waarheid, Eenheid.

Neem ik bijvoorbeeld waar dat het leven ervaren wordt als een aan ernstige angststoornis en depressiviteit lijdende persoon wat een ‘normaal’ leven onmogelijk maakt, dan kan ik dat als tot ontwaken bereid zijnde denkgeest ook zien als juist het omgekeerde van wat het lijkt te zijn.
Ik denk dan maar weer meteen aan les 5 uit het Werkboek:

“Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk:

1. Dit idee kan, evenals het voorgaande, gebruikt worden bij elke persoon,
situatie of gebeurtenis waarvan jij denkt dat die jou pijn bezorgt. Pas het
uitdrukkelijk toe op alles waarvan jij gelooft dat het de oorzaak van je onvrede
is, en gebruik daarbij de omschrijving van het gevoel in een bewoording
die je juist lijkt. De onvrede kan zich voordoen als angst, bezorgdheid,
depressiviteit, verontrusting, kwaadheid, haat, jaloezie en nog
talloze andere vormen, die je allemaal als verschillend zult waarnemen.
Dit is niet waar.
Maar tot je geleerd hebt dat de vorm er niet toe doet, is
elke vorm geschikt als onderwerp van de oefeningen van de dag.
Hetzelfde idee op elke vorm afzonderlijk toepassen is de eerste stap naar
de uiteindelijke erkenning dat ze allemaal hetzelfde zijn” (WdI.5.1).

Ik zie deze woorden: “Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk”, dan ook als een uitnodiging, om dat wat ik dacht te zien en te geloven en als waarheid aannam, binnen het egodenken, als precies het omgekeerde van Waarheid te zien en dus als een poging om mijzelf aan Waarheid, Eenheid, Liefde te onttrekken. Wat natuurlijk sowieso een onmogelijk idee is, wat alleen mogelijk lijkt te zijn door mijn geloof erin.

Dus de waarneming van een aan angststoornis en depressie lijdende persoon welke eigenlijk een projectie laat zien van de keuze voor afgescheiden te willen zijn van Waarheid, Eenheid, Liefde wordt nu een uitnodiging ‘anders’ te willen gaan zien, door dat wat ik dacht te zien als waarheid, als vergissing te onderkennen, en deze vergissing te Vergeven, (Ware Vergeving zie: WdII.1 blz. 404) waardoor de herinnering aan Waarheid, Eenheid, Liefde weer in het bewustzijn terug keert.
Les 34 helpt mij hieraan te herinneren:

“Ik zou in plaats hiervan vrede kunnen zien.

1. Het idee voor vandaag maakt een begin met de beschrijving van de voorwaarden
die gelden voor de andere manier van zien. Innerlijke vrede is
ontegenzeglijk een innerlijke zaak. Het moet beginnen bij je eigen gedachten
en zich dan naar buiten toe uitbreiden. Juist uit jouw vredige
denkgeest vloeit een vredige waarneming van de wereld voort” (WdI.34.1)

Een waarneming van een vredige wereld, niet een vredige wereld op zich als feitelijke vorm. (onthoud: “Er is geen wereld” (WdI.132.6:2))
Dus hoe dit zich als resultaat van Ware Vergeving zal projecteren in enige vorm, doet er dan niet meer toe, omdat ik dan werkelijk weet en ervaar dat niet de vorm de oorzaak is van angst en depressie, maar de keuze voor het denksysteem van zonde, schuld en angst en deze voor waarheid aan te zien en erin te geloven. Hoe dan ook zal er vanzelf de Inspiratie zijn om dat te doen wat het meest liefdevol is, hoe het er ook uit moge zien.

Dat wat ik in mijn broeder denk en geloof te zien is altijd een spiegel voor mijzelf die laat zien voor welk denksysteem ik kies; voor het geloof in zonde, schuld en angst (ego), of voor juist gerichtheid van denken (HG/J).
Zo zal de omkeer truc van het egodenken mij niet meer verblinden, maar juist een reminder worden voor wat het probeert te verbergen achter deze meester omkeer truc.

 

Het is niet de projectie (het lichaam, “anderen”, situaties, kortom de wereld), dat droomt. Het is de denkgeest die kiest voor dromen van zonde, schuld en angst. Dus projecties (het lichaam, “anderen”, situaties, kortom de wereld) zijn altijd een uiterlijke weergave van een innerlijke toestand.
En kijk ik met de keuze voor ego, wat niets anders is dan de keuze voor zonde, schuld en angst, een innerlijke toestand dus, dan zie ik de uiterlijke weergave daarvan (het lichaam, “anderen”, situaties, kortom de wereld), en denk en geloof dan dat dat de waarheid is.

Een cursus in wonderen zegt hierover:

“1. Projectie maakt waarneming. 2De wereld die jij ziet is wat jij haar gegeven
hebt, niets meer. 3Maar ook al is ze niets meer, ze is ook niets
minder. 4Daarom is ze voor jou belangrijk. 5Ze getuigt van de staat van
jouw denkgeest, de uiterlijke weergave van een innerlijke toestand.
6Zoals een mens denkt, zo neemt hij waar.* 7Probeer dan ook niet de
wereld te veranderen, maar kies ervoor je denken over de wereld te
veranderen. 8Waarneming is een gevolg, geen oorzaak. 9En juist om die
reden is een rangorde naar moeilijkheid bij wonderen zonder betekenis.
10Alles wat met visie wordt bezien, is genezen en heilig. 11Niets wat
zonder dat wordt gezien, heeft enige betekenis. 12En waar geen betekenis
is, heerst chaos” (T21.In.1:1-12).

Dit (willen) doorzien is een belangrijke sleutel in het proces van terug herinneren door middel van ware vergeving.

Het doel van ECIW is volledig terug te keren in de waarnemende/keuzemakende wakkere denkgeest positie.
En te leren/onderwijzen dat binnen de ervaring van de waarneming alleen nog kiezen voor ware vergeving van elk ego gedachte/projectie, uiteindelijk de enige ware optie is.

Dat wat buiten de waarneming ligt, ligt buiten het bereik van de nog waarnemende/keuzemakende denkgeest en dus speelt het onderwijs/leren van ECIW zich enkel en alleen af binnen de ervaring van de waarneming, precies daar waar de denkgeest denkt en gelooft te zijn.

Buiten het ‘gebied’ van het waarnemen/ervaren is onderwijs overbodig en dus niet meer nodig.

Zolang we onszelf hier nog waarnemen en ervaren is dat wat waargenomen wordt en ervaren ons leer/onderwijs materiaal.
Mits we als denkgeest daarvoor kiezen, dus bereid zijn wat we onze wereld en ons leven noemen deze andere functie te geven. Kiezen we hier niet bewust voor dan zal automatisch het leren/onderwijzen, geleerd en onderwezen worden vanuit egodenkgeest.

Het lastigste is in die soort van twilight zone te zitten, van bewust weten dat dit zo is en zo werkt als ik voor een pad als ECIW kies, maar onvermijdelijk het leer/onderwijs proces zal moeten doorlopen via de verschillende stadia. Het is onmogelijk meteen volledig in het bewustzijn te springen en ineens alleen nog maar vanuit de ‘wakkere’ positie te kunnen waarnemen en ervaren.
Het is een geleidelijk proces en zal als moeilijk, lastig en pijnlijk worden ervaren afhankelijk van onze weerstand ertegen.
ECIW zegt hierover:

“7. De brug zelf is niets anders dan een overgang in perspectief op de werkelijkheid.
Aan deze kant is alles wat je ziet grof vervormd en totaal uit
perspectief. Wat klein en onbeduidend is wordt uitvergroot, terwijl wat
sterk en machtig is tot kleinheid wordt teruggebracht. Tijdens deze overgang
is er een periode van verwarring, waarin een gevoel van daadwerkelijke
desoriëntatie kan optreden. Vrees dit echter niet, want het betekent
alleen dat je bereid bent geweest je greep los te laten op het verwrongen
referentiekader dat jouw wereld bij elkaar leek te houden. Dit
referentiekader is opgebouwd rond de speciale relatie. Zonder deze illusie
zou er geen betekenis kunnen zijn waar je hier nog naar zoeken zou.

8. Vrees niet dat je opeens zult worden opgetild en de werkelijkheid in geslingerd.
De tijd is mild, en als je hem ten behoeve van de werkelijkheid
benut zal hij bij jouw overgang zachtjes gelijke tred met je houden. De
dringende noodzaak bestaat alleen hierin dat jij je denkgeest loswrikt uit
zijn verstarde positie hier. Je zult hierdoor niet ontheemd of zonder referentiekader
raken. De periode van desoriëntatie, die aan de eigenlijke
overgang voorafgaat, is vele malen korter dan de tijd die het vergde om je
denkgeest zo stevig op illusies te fixeren. Uitstel zal jou nu meer pijn doen
dan vroeger, alleen al omdat je beseft dat het uitstel is, en dat het werkelijk
mogelijk is aan pijn te ontsnappen. Vind hoop en vertroosting in
plaats van vertwijfeling hierin: zelfs de illusie van liefde zou jij in welke
speciale relatie ook hier niet lang kunnen vinden. Want je bent niet langer
volslagen krankzinnig, en je zou al snel de schuld over zelfverraad aanzien
voor wat die is” (T16.VI.7-8).

 

‘Waarneming is een spiegel, en geen feit. Wat ik zie is de staat van mijn denkgeest die naar buiten is gespiegeld.’ (WdII.304.1:3-4)

‘Perception is a mirror, not a fact. And what I look on is my state of mind, reflected outward.’ (W.pII.304.1:3-4)

 

user3338_pic35_1221115341

‘De wereld die wij zien weerspiegelt slechts ons eigen innerlijk referentiekader – de ideeën, wensen en emoties die de overhand hebben in onze denkgeest. ‘Projectie maakt waarneming’ (T13.V.3:5; T21.In.1:1). Eerst kijken we naar binnen, besluiten welke wereld we willen zien en vervolgens projecteren we die wereld naar buiten, en maken haar tot de waarheid zoals wij die zien. We maken die waar door onze interpretaties van wat we zien. Als we waarneming gebruiken om onze eigen vergissingen te rechtvaardigen – onze woede, onze neiging tot aanvallen, ons gebrek aan liefde in welke vorm ook –, dan zien we een wereld van slechtheid, verwoesting, kwaadaardigheid, afgunst en wanhoop. Dat alles moeten we leren vergeven, niet omdat we ‘lief en aardig’ zijn, maar omdat niet waar is wat we zien. We hebben de wereld door onze verwrongen verdedigingsmechanismen vervormd en zien daarom wat er niet is. Naarmate we leren onze waarnemingsfouten te herkennen, leren we ook eraan voorbij te zien of te ‘vergeven’. Op hetzelfde moment vergeven we onszelf, en kijken we voorbij ons verwrongen zelfbeeld naar het Zelf dat God in ons en als ons geschapen heeft. (ECIW Vw.xi)’

‘Projectie maakt waarneming, en daarbuiten kun je niet zien. Steeds en steeds weer heb jij je broeder aangevallen, omdat je in hem een schaduwfiguur in je privé-wereld zag. En zo komt het dat het onvermijdelijk is dat je eerst jezelf aanvalt, want wat je aanvalt bevindt zich niet in anderen. De enige realiteit die het heeft bevindt zich in jouw eigen denkgeest, en door anderen aan te vallen, val je letterlijk aan wat er niet is. (T13.V.3:5-8)’

‘Projectie maakt waarneming. De wereld die jij ziet is wat jij haar gegeven hebt, niets meer. Maar ook al is ze niets meer, ze is ook niets minder. Daarom is ze voor jou belangrijk. Ze getuigt van de staat van jouw denkgeest, de uiterlijke weergave van een innerlijke toestand. Zoals een mens denkt, zo neemt hij waar. (T21.Inl.1:1-5)’

Dit besef leert mij als waarnemer te kijken, los te komen van de identificatie met de projectie. De dromer is niet de droom. Alles wat onwaar is kan nu gezien worden als wat het is, als afscheiding van wat Waar is.  Zodra de identificatie vergeven is verdwijnt schuld/zonde/angst, omdat ze gezien wordt als wat zij is; een projectie uit de ene egodenkgeest die zich denkt afgescheiden te kunnen hebben van de Eenheid.

Kan angst nog in stand worden gehouden als dit werkelijk gezien wordt?

De projectie lijkt angst in te boezemen, terwijl de oorzaak ligt in een angst projecterende denkgeest.
Als waarnemer samen met J hierna kijken alsof ik naar een film zit te kijken laat de werkelijke betekenis zien van:

‘Niets werkelijks kan bedreigd worden.
Niets onwerkelijks bestaat.
Hierin ligt de vrede van God.
(Inl. 2:2-4)


GOD IS… is de boodschap van ECIW…
Maar aangezien ik geen idee heb van wat dat betekend of is …GOD IS… maar het toch ergens volkomen logisch klinkt, moet er wel iets mis zijn met mijn waarneming.
Sterker nog ‘waarneming’ is precies de blokkade, want …GOD IS… kan niet waargenomen worden, omdat het IS…
En met …IS… gaat geen tijd, ruimte gepaard.

Dit betekend even kort door de bocht dat er of …GOD IS… is, of dat wat ik waarneem.
Het ene buiten tijd en ruimte, het andere afhankelijk en alleen mogelijk binnen tijd en ruimte.

De twee zijnstoestanden kunnen dus niet samen bestaan er is er maar een waar en de andere is illusie, een waanbeeld, de droom, het nietig dwaas idee in termen van ECIW.
(WdI.130 Het is onmogelijk twee werelden te zien.)

ECIW leert mij wel dat er een brug is tussen de twee zijnstoestanden, een herinnering waardoor dat wat werkelijk is …GOD IS… bewaard is gebleven in de geest. Deze herinnering is de Heilige Geest. Heilige Geest, mijn werkelijke staat, de enige staat van ‘de ene Zoon van God’, dat wat ik in eenheid werkelijk ben.
Dat is wat IS, alles wat niet IS, is dus illusie, een droom.

Het kenmerk van die droom is dualisme, alles heeft een tegengestelde, dat voortdurend in strijd is met elkaar, en binnen het gegeven van tijd en ruimte opereert. Deze illusie van tijd en ruimte is een gesloten circuit, dat zichzelf in stand houd, en doelloos ronddraait in eindeloze rondjes van geboorte, dood, geboorte, dood, geen doel, nergens heen.
Maar aangezien het een droom is, een nietig dwaas idee, een gedachte, is er in werkelijkheid niets aan de hand. Er is nog steeds alleen maar …GOD IS…
En de ‘slapende Zoon van God’ bevindt zich nog steeds ondanks zijn nachtmerries van gruwelijke, moorddadige, fantastische extatische, opwindende, romantische, griezelige, betoverende sprookjes, ‘in GOD’… veilig en wel.

De Heilige Geest is de zacht fluisterende Stem die de Zoon van God veilig in nooit onderbroken communicatie houd met GOD. Deze fluisterende Stem is te horen door o.a. Een cursus in wonderen, gesymboliseerd als de stem van de Heilige Geest of Jezus. (WdI.155. Ik doe een stap terug en laat Hem de weg wijzen)
En elke titel van elke les, fluistert ons een zachte herinnering in over wat IS zoals:

Les 29 God is in alles wat ik zie
Les 35 Mijn denkgeest is deel van Die van God. Ik ben heel heilig
Les 40 Ik ben als Zoon van God gezegend
Les 44 God is het licht waarin ik zie
Les 45 God is de denkgeest waarmee ik denk
Les 49 God spreekt tot mij, heel de dag
Les 50 Ik word gedragen door de liefde van God
Les 61 Ik ben het licht van de wereld
Les 67 Liefde schiep mij als zichzelf
Les 74 Er is geen Wil dan Die van God
Les 93 Er woont licht en vreugde en vrede in mij
Les 94 Ik ben zoals God mij geschapen heeft
Les 95 Ik ben één Zelf , verenigd met mijn Schepper
Les 97 Ik ben Geest
Les 109 Ik rust in God
Les 110 Ik ben zoals God mij geschapen heeft
Les 124 Laat me mij herinneren dat ik één ben met God
Les 162 Ik ben zoals God mij geschapen heeft
Les 184 De naam van God is mijn erfgoed
Les 191 Ik ben de heilige Zoon van God Zelf
Les 223 God is mijn leven. Ik heb geen leven buiten dat van Hem
Les 229 Liefde, die mij geschapen heeft, is wat ik ben
Les 264 Ik ben omringd door de Liefde van God
Les 283 Mijn ware identiteit woont in U
Les 299 Eeuwige heiligheid woont in mij

En deze fluistering zal een steeds duidelijkere Stem worden naarmate ik beter leer te vergeven. Want dat is het enige wat de droom doet oplossen Ware Vergeving. (WdII.1) Door werkelijk te zien dat wat ik dacht dat was gebeurt, dat mij is aangedaan of dat ik iemand heb aangedaan niet werkelijk is gebeurt, maar slechts een droom is. Dat deze wereld een droom is, een droom geboren uit ‘een nietig dwaas idee waarom de Zoon van God vergat te lachen. Door dit te vergeten werd de gedachte een serieus idee, in staat tot zowel verwezenlijking, als werkelijke gevolgen.’ (T27.VIII.6:2)

Het ‘vergeten’, vergeven dat is het enige wat er moet gebeuren om ons de ene Zoon van God weer te laten terugkeren In God, waar hij nooit is weggeweest.

En dat ‘vergeten’ zien we terug in al onze dagelijkse toneelstukjes die maar één titel heeft: ‘de afscheiding’ een levenslang doorlopende nooit eindigende soap waar we maar geen genoeg van kunnen krijgen levenslang op de bank zittend, (soms achter de bank van angst) starend naar de bewegende schimmen en ons volledig vereenzelvigend met deze soap.

Tot we het zat zijn en ineens denken: ‘er moet een andere manier zijn’ en dan bijvoorbeeld ECIW tegenkomen, misschien wel als reclame spotje tussen twee afleveringen van onze soap door
En dan kiezen voor de weg terug naar de oorsprong van het nietig dwaas. En deze weg terug gaat via het proces van Vergeving. En ECIW bied deze weg terug aan als ‘echte’ cursus. Een lokkertje voor het ego dat ‘doen’ als hoogste goed ziet, want doen houdt de droom van tijd en ruimte instant. Echter naarmate ik (geest) beter leer vergeven en het ego, de afgescheiden denkgeest, dat door krijgt zal er weerstand ontstaan in alle mogelijke vormen.
De moeilijkst te ontwaren weerstand is wel die van dat het ego de cursus ook doet, heel slim en heel geraffineerd. Niet zo verwonderlijk, want de Zoon van God die nog steeds ligt te dromen verweeft heel makkelijk al die nieuwe ‘gevaarlijke’ ideeën in zijn droom:
‘Ah vergeven, dat is hard werken, dat is een lange weg, helemaal terug naar de oorsprong, dan moet ik eerst alles in kaart brengen, het hele ego analyseren, alle gevaren blootleggen, ik moet medevergevers opsporen, veel boeken gaan lezen, misschien wel schrijven, websites/blogs opzetten, studeren, begrijpen, anderen gaan ‘helpen’ het ook te begrijpen, of nog erger, anderen helpen door ze leed te besparen, omdat ik hun zonden al vergeven heb (lijkt verdacht veel op de christelijke gedachte dat Jezus voor onze zonden is gestorven) workshops gaan geven over kleine afzonderlijke ideetjes uit de Cursus, deze isoleren en een eigen leven gaan laten leiden. Ik moet mijn relaties Heilig zien te krijgen, mijn god dat is hard werken, hoe kan ik dit alles onthouden, ik moet het allemaal opschrijven, documenteren, archiveren, ik hou dit echt niet vol, weg rot boek het werkt niet. Punt.’ Op naar de volgende methode, er zijn er zat…
En zo sleept de soap zich weer gewoon verder door de eeuwen heen…

Maar wat als de Zoon van God, dit nu ineens vanaf een afstandje gaat zien, zichzelf waarneemt daar op die bank gebiologeerd door het scherm, starend naar al die spannende soap afleveringen…
Wat als de Zoon van God beseft dat hij niet dat lichaam is wat daar zit, als hij plotseling beseft dat hij, geest deze beelden zelf gemaakt heeft?
Wat als hij ziet dat de weg terug niet een lange weg is terug naar de oorsprong, maar dat zowel het begin en het einde vlak onder zijn neus staan te wachten op of instandhouding of vergeving. En ineens de betekenis ziet van: ‘Niets werkelijks kan bedreigd worden, niets onwerkelijks bestaat. Hierin ligt de vrede van God.’(Inl.2:2)
En doet me ook denken aan logion 18 uit het Thomas evangelie: ‘(..) Want waar het begin is zal het einde zijn. Gelukkig is degene die aan het begin staat: hij zal het einde weten en de dood niet proeven.’ (Jouw onsterfelijke werkelijkheid H7 en Closing The Circle logion 18 blz. 91)

Zo wordt de soap nu in handen gegeven van de Heilige Geest (de werkelijke staat van de Zoon van God) ineens werkelijk een cursus in Vergeving. Ik neem al mijn projecties, mis-makingen, terug en geef deze geprojecteerde gedachten terug aan de bron ter vergeving. Ik hoef niets aan de projecties te veranderen, immers als ik mijn mis-makende-gedachten terugneem kan ik als waarnemer en keuzemaker een andere keuze maken en wel voor Heilige Geest, en wat kan er anders voortkomen uit Heilige Geest gedachten dan Liefde. Daar hoef ik niets voor te doen, ‘Ik hoef niets te doen’ (T18.VII) Liefde breid zich uit, omdat het niet anders kan.

Dit is een cursus in Vergeven.
Het doel is altijd vergeving:

Les 46 God is de Liefde waarin ik vergeef
Les 62 Vergeving is mijn functie als het licht van de wereld
Les 63 Het licht van de wereld brengt elke denkgeest vrede door mijn vergeving
Les 64 Laat me mijn functie niet vergeten
Les 98 Ik aanvaard mijn rol in Gods verlossingsplan
Les 100 Mijn rol is essentieel voor Gods verlossingsplan
Les 121 Vergeving is de sleutel tot geluk
Les 122 Vergeving biedt alles wat ik wens
Les 132 Ik bevrijd deze wereld van al wat ik haar heb toegedacht
Les 134 Laat me vergeving zien zoals ze is
Les 186 De verlossing van de wereld hangt af van mij
Les 192 Ik heb een functie die God mij graag vervullen ziet
Deel II. 1 wat is vergeving?
Les 240 Vergeving maakt een eind aan alle lijden en verlies
Les 297 Vergeving is het enige geschenk dat ik geef
Les 333 Vergeving beëindigt hier de droom van conflict
Les 334 Vandaag maak ik aanspraak op de gaven van vergeving
Les 336 Vergeving laat me weten dat denkgeesten verbonden zijn
Les 342 Ik Laat op alles vergeving rusten, want zo werd vergeving mij geschonken

En de slot lessen 361-365:
‘Neemt U het in handen. Want U wil ik volgen, in de zekerheid dat Uw leiding mij vrede geeft.’

En ik hoef niets te doen…

Uit ‘Jouw onsterfelijke werkelijkheid’ blz. 192:
Arten: Ik heb je gezegd te vergeven, maar het is tijd daar iets aan toe te voegen. Ja je moet altijd vergeven. Wanneer je dan vergeven hebt, en je voelt dat er iets gedaan moet worden, vraag dan altijd aan de Heilige Geest of er iets is dat je moet doen. Onthoud dat de Heilige geest niets doet in de wereld, nooit. Maar Hij kan je inspireren om te doen wat je moet doen.

 

Het enige wat werkelijk is, is wat IS. En voor de rest kan ik er dan het zwijgen toe doen, maar ook al zijn woorden symbolen van symbolen volgens de Cursus zijn ze (gelukkig) ook tevens nog hét communicatiemiddel wat ons ter beschikking staat zolang we in deze ‘droom’ rondlopen.

(‘Laten we echter niet vergeten: woorden zijn slechts symbolen van symbolen. Ze zijn daarom dubbel van de werkelijkheid verwijderd.’ (ECIW H21.1:9))

Ik heb vaak gedachtes die ik dan ook zo nodig wil opschrijven en dat is vaak heel behulpzaam. In de boeken van JedMcKenna (‘Spirituele verlichting, vergeet het maar!’ en ‘Spiritueel incorrecte verlichting’ Uitg, Samsara) wordt het spontaan opschrijven van al je gedachtes autolyse genoemd. En ik heb dat als zeer behulpzaam ervaren, ik loop dan helemaal leeg en kan dan achteraf om mijn schrijfsel heenlopen er afstand van nemen, boven het slachtveld zweven en er ánders naar leren kijken en daardoor ineens weten wat te doen.

En dat is precies wat de Cursus beoogt; de blokkades die ik zelf heb opgeworpen weg nemen (vergeven) zodat dat wat IS, Liefde vanzelf weer zal Zijn.

Maar hoe zit dat dan als we in ons dagelijks gedoe zeggen ‘tja het is wat het is hè’…Ik denk dat er nooit een neurtraal ‘het is wat het is’ kan zijn, we zien immers wat we denken (willen) zien. Alles wat we zien is een projectie uit onze denkgeest. Er bestaan geen neutrale ‘zomaar’ plaatjes. Er is niets wat niet geprojecteerd is door mijn denkgeest.Ja alleen dat wat IS, maar dat valt niet te omschrijven dat valt buiten het projectiedomein, buiten woorden en beelden.

Nu zegt Een cursus in wonderen ‘projectie maakt waarneming.’ In het Voorwoord xi van ECIW staat daar het volgende over:

‘De wereld die wij zien weerspiegelt slechts ons eigen innerlijk referentiekader– de ideeën, wensen en emoties die de overhand hebben in onze denkgeest. ‘Projectie maakt waarneming’ (T13.V.3:5; T21.In.1:1). Eerst kijken we naar binnen, besluiten welke wereld we willen zien en vervolgens projecteren we die wereld naar buiten, en maken haar tot de waarheid zoals wij die zien. We maken die waar door onze interpretaties van wat we zien.’

Ik ben dan ook volledig verantwoordelijk voor al mijn gedachten en er bestaat geen buiten mij dat mij kan aanvallen, bedreigen of wat dan ook. Ik projecteer al mijn gedachtes naar buiten op het witte lege doek en daar verschijnen uitbeeldingen van wat ik denk. Ik kan in mijn eigen projecties terug herkennen wat ik denk, en dat zijn altijd gedachtes over hoe ik over mijzelf denk. Het heeft dan ook weinig zin te denken dat ik de boel kan fiksen of veranderen op het filmdoek, ik kan echter wel mijn denken veranderen en mijn waarneming van mijn projecties zullen dan ook dien ten gevolgen veranderen. De vorm hoeft niet persé te veranderen, alleen de waarneming ervan.

Een cursus in wonderen is dan ook geen cursus in het veranderen van de gevolgen (van mijn projecties) maar houdt zich bezig met de oorzaak, mijn denkgeest. Als ik angst gedachten uitzend zal ik ook angstige beelden zien.Als ik niet angstige beelden uitzend zal ik niet angstige beelden waarnemen. Oorzaak en gevolg.

Een cursus in wonderen leert mij ook dat gedachtes nooit hun bron verlaten:

‘Er is geen wereld los van jouw ideeën, want ideeën verlaten nooit hun bron, en jij houdt in je denkgeest de wereld in gedachten in stand.'(WdI21.1:9)

Als basis is het dan ook goed te weten dat ECIW zegt dat ik Geest ben, onveranderlijk en héél. En die Geest is onkwetsbaar. Echter ik ervaar mijzelf als een lichaam en loop en ervaar tussen mij projecties door en voel me bijna doorlopend kwetsbaar. Heb ik ‘iets’ gemist? Ja dat gevoel van ‘gemis’ heb ik heel m’n leven al. Ik ben ‘vergeten’ dat ik Geest ben en niet een lichaam. De projecties worden in stand gehouden door de denkgeest, die, ja precies, denkt wat ‘ie ziet.. Zodra het denken begon, begon de tijd en zodra er ‘beweging is’, van a naar b zijn er tegenstellingen mogelijk, de dualiteit is geboren. Er lijkt schijnbaar iets tegenover Liefde te zijn gekomen. Wat natuurlijk sowieso al onmogelijk is, want één is één, héél is héél, Liefde is Liefde, IS, IS. Dus dan moet al het andere toch een vergissing zijn….. ‘Het nietig dwaas idee’ noemt de Cursus dit:

‘In de eeuwigheid, waar alles één is, sloop een nietig dwaas idee binnen waarom de Zoon van God vergat te lachen. Door dit te vergeten werd de gedachte een serieus idee, in staat tot zowel verwezenlijking als werkelijke gevolgen.'(T27.VIII.6:2)

En ja door dit idee serieus te nemen en het niet als een droom te zien, ben ik bang geworden voor mijn eigen projecties, voor mijn eigen film. Net zoals ik me volledig kan identificeren met een enge film in de bioscoop of op tv en de neiging heb achter de bank te kruipen, terwijl er niets aan de hand is. De denkgeest die tijd en ruimte als erg serieus is gaan beschouwen is nu een bange denkgeest die nu dus ook bange prjecties uitzend en bange beelden ziet. ECIW leert mij om de beelden terug te nemen, te vergeven, en terug te keren naar mijn oorspronkelijk Staat; Geest. In dat proces wat ECIW het proces van Vergeving noemt wat het ongedaan maken van het nietig dwaas idee (het ego) inhoudt, leer ik langzaam stapje voor stapje te denken vanuit Geest die Liefde is, de oorspronkelijke staat. De Cursus biedt hier symbolen voor aan in de vorm van ‘Jezus’ of ‘de Heilige Geest’. Deze staan symbool voor de staat die in mij potentieel aanwezig is en waar ik altijd een beroep op kan doen, als Hulp voor bij me dat te helpen herinneren.

Deze Hulp maakt gebruik van mijn miscreaties, mijn projecties vanuit angst, en zet deze om doordat nu de bron Liefde is in een totaal anders ervaren van de vorm, die precies hetzelfde kan zijn gebleven, maar ineens totaal anders wordt ervaren. En dat noemt Een cursus in wonderen een wonder.

Tijd voor een muziekje dacht ik zo

 

%d bloggers liken dit: