archiveren

Tagarchief: waarnemer

Hoe langer ik met ECIW bezig bent en ook echt toepas in het dagelijkse leven van alle dag en nacht, des te meer en duidelijker zie ik de truc van het egodenken om alles wat herinnert aan Waarheid eenvoudig weg om te keren, zodat het het tegenovergestelde van Waarheid laat zien. Als ik op die manier kijk naar wat het egodenken maakt kan ik ook beter zien wat het probeert te verbergen achter deze wisseltruc welke alleen maar een poging tot het verbergen en vergeten van Waarheid, Eenheid is.

Als de ervaring er een is van het leven van een ‘normaal’ rustig leven, met wat onvermijdelijke hobbels hier en daar afgewisseld met leuke en succesvolle ervaringen, valt de omkeer truc van het egodenken niet zo op en wordt het leven geaccepteerd zoals het is en berust men gelaten in zijn lot ondertussen een zo comfortabel mogelijk leventje te maken, door alle problemen die langskomen te negeren, of zo snel mogelijk uit de weg te ruimen.

Is de ervaring echter dat van een zeer intensief leven, met grote pieken en vooral zeer diepe dalen, dan zal vroeg of laat de vraag rijzen: ‘is dit nou leven, zoveel ellende dat kan toch niet echt de bedoeling zijn, dat moet toch anders kunnen?’
Dan wordt de waarnemer in ons wakker en groeit de bereidheid ‘anders te willen kijken’.

Als dat wat wij in de wereld van het ego denken waarnemen/ervaren als ‘weef foutjes’, als iets wat afwijkt van wat wij accepteren als ‘normaal’, dan kan ik dat zien als een reminder dat de wereld nu eenmaal niet perfect is, dat ‘shit happens’, of ja je hebt nu eenmaal slechterikken en braverikken, het is je eigen schuld, het zit in je genen daar doe je niets aan, het is de schuld van de ouders, kinderen, familie, buren, regering, dingen en situaties, maar ik kan het ook, als tot ontwaken bereid zijnde denkgeest zien als een reminder dat die ‘weef foutjes’ totaal niet passen binnen Waarheid, Eenheid, dus het ook gezien kan worden als slechts een poging Waarheid, Eenheid te verbergen achter het precies tegenovergestelde van Waarheid, Eenheid. Dat maakt het ‘weef foutje’ niet fout maar slechts een op z’n kop beeld van Waarheid, Eenheid.

Neem ik bijvoorbeeld waar dat het leven ervaren wordt als een aan ernstige angststoornis en depressiviteit lijdende persoon wat een ‘normaal’ leven onmogelijk maakt, dan kan ik dat als tot ontwaken bereid zijnde denkgeest ook zien als juist het omgekeerde van wat het lijkt te zijn.
Ik denk dan maar weer meteen aan les 5 uit het Werkboek:

“Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk:

1. Dit idee kan, evenals het voorgaande, gebruikt worden bij elke persoon,
situatie of gebeurtenis waarvan jij denkt dat die jou pijn bezorgt. Pas het
uitdrukkelijk toe op alles waarvan jij gelooft dat het de oorzaak van je onvrede
is, en gebruik daarbij de omschrijving van het gevoel in een bewoording
die je juist lijkt. De onvrede kan zich voordoen als angst, bezorgdheid,
depressiviteit, verontrusting, kwaadheid, haat, jaloezie en nog
talloze andere vormen, die je allemaal als verschillend zult waarnemen.
Dit is niet waar.
Maar tot je geleerd hebt dat de vorm er niet toe doet, is
elke vorm geschikt als onderwerp van de oefeningen van de dag.
Hetzelfde idee op elke vorm afzonderlijk toepassen is de eerste stap naar
de uiteindelijke erkenning dat ze allemaal hetzelfde zijn” (WdI.5.1).

Ik zie deze woorden: “Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk”, dan ook als een uitnodiging, om dat wat ik dacht te zien en te geloven en als waarheid aannam, binnen het egodenken, als precies het omgekeerde van Waarheid te zien en dus als een poging om mijzelf aan Waarheid, Eenheid, Liefde te onttrekken. Wat natuurlijk sowieso een onmogelijk idee is, wat alleen mogelijk lijkt te zijn door mijn geloof erin.

Dus de waarneming van een aan angststoornis en depressie lijdende persoon welke eigenlijk een projectie laat zien van de keuze voor afgescheiden te willen zijn van Waarheid, Eenheid, Liefde wordt nu een uitnodiging ‘anders’ te willen gaan zien, door dat wat ik dacht te zien als waarheid, als vergissing te onderkennen, en deze vergissing te Vergeven, (Ware Vergeving zie: WdII.1 blz. 404) waardoor de herinnering aan Waarheid, Eenheid, Liefde weer in het bewustzijn terug keert.
Les 34 helpt mij hieraan te herinneren:

“Ik zou in plaats hiervan vrede kunnen zien.

1. Het idee voor vandaag maakt een begin met de beschrijving van de voorwaarden
die gelden voor de andere manier van zien. Innerlijke vrede is
ontegenzeglijk een innerlijke zaak. Het moet beginnen bij je eigen gedachten
en zich dan naar buiten toe uitbreiden. Juist uit jouw vredige
denkgeest vloeit een vredige waarneming van de wereld voort” (WdI.34.1)

Een waarneming van een vredige wereld, niet een vredige wereld op zich als feitelijke vorm. (onthoud: “Er is geen wereld” (WdI.132.6:2))
Dus hoe dit zich als resultaat van Ware Vergeving zal projecteren in enige vorm, doet er dan niet meer toe, omdat ik dan werkelijk weet en ervaar dat niet de vorm de oorzaak is van angst en depressie, maar de keuze voor het denksysteem van zonde, schuld en angst en deze voor waarheid aan te zien en erin te geloven. Hoe dan ook zal er vanzelf de Inspiratie zijn om dat te doen wat het meest liefdevol is, hoe het er ook uit moge zien.

Dat wat ik in mijn broeder denk en geloof te zien is altijd een spiegel voor mijzelf die laat zien voor welk denksysteem ik kies; voor het geloof in zonde, schuld en angst (ego), of voor juist gerichtheid van denken (HG/J).
Zo zal de omkeer truc van het egodenken mij niet meer verblinden, maar juist een reminder worden voor wat het probeert te verbergen achter deze meester omkeer truc.

 

“Ik”, en dus het hele “zoonschap” ervaren deze wereld en het persoonlijke leven als “normaal”. We vinden wel van alles normaal en abnormaal in de wereld, maar dat is een gedachte vanuit het “normaal” vinden van deze wereld, en het “normaal” vinden van een lichaam te zijn. Binnen dat gedachte systeem (want dat is het) kan iets als normaal of als abnormaal gezien en ervaren worden. Echter de bron van dit gedachte systeem, de egodenkgeest, is (tijdelijk) uit het bewustzijnsgeheugen verdwenen. Met opzet, omdat dit hele denksysteem als doel heeft af te scheiden van Eénheid, iets wat onmogelijk is, nooit kan gebeuren en nooit zal gebeuren, behalve schijnbaar in de denkgeest van een “abnormaal” denksysteem.
En een “abnormaal” denksysteem, dat denkt zich te kunnen hebben afgescheiden van Eénheid, kan vervolgens alleen maar abnormale gedachten uitbreiden, dat is logisch.
Ziedaar, kijk om je heen; een abnormale projectie, vanuit een abnormaal denksysteem.

Dit wetende en aanvarende hoef “ik” niet meer m’n verdomde best te doen ook maar iets in deze wereld te verbeteren, wetende dat ik dat vanuit het waar maken van de wereld simpelweg niet kan, omdat ik vanuit een “ik” (geloof een lichaam te zijn) alleen maar pogingen tot afscheiding kan projecteren. Met andere woorden, ik vanuit het geloof een lichaam te zijn in een bestaande wereld van vormen en situaties kan nooit de wereld redden, het zullen altijd projecties vanuit een abnormaal onmogelijk, onwaar denksysteem blijven.

Goed, ik weet nu wat abnormaal, onwaar is en waarom, hoe kom ik dan nu weer in contact met Eénheid, met dat wat wel normaal is, waar is.
Er lijkt nog steeds een “ik” te zijn welke ervaart binnen het abnormale denksysteem dat niet anders kan dan abnormale projecties uitzenden.
Maar er is ook een soort waarnemer/observeerder “wakker” geworden kennelijk, de onvermijdelijke herinnering aan dat er toch iets anders moet zijn dan deze abnormale toestand komt terug in de denkgeest.
Er is een kennelijk andere keuze mogelijk.
De nu waarnemende denkgeest begint zich te herinneren dat er een andere keuze mogelijk is.
De keuze voor onwaar of Waar.
Iedere keer als de waarnemende denkgeest waarneemt dat hij een “abnormale” dus onware, onmogelijke gedachte projecteert, kan nu een bewuste keuze worden gemaakt:
wil “ik” (ik=nu de waarnemende/keuzemakende denkgeest die zich bewust is geen lichaam, projectie te zijn, maar (projecterende) denkgeest), deze projectie, welke eruit ziet als iets wat in “mijn” leven lijkt te gebeuren, gebruiken om de afscheiding in stand te houden en uit te breiden, of wil ik het laten gebruiken om de kloof van afscheiding te dichten?

Dat betekent dat ik (denkgeest) besef dat mijn drang tot “doen” niet komt vanuit het lichaam dat dingen lijkt te willen doen, maar altijd vanuit denkgeest.
Dus er is nog steeds de ervaring het gevoel, emotie dat “mijn” lichaam iets doet, maar tegelijkertijd wordt ingezien dat het de denkgeest is die kiest voor uitbreiding van afscheiding, door net te doen alsof het lichaam de bron is van het “doen”.
Daardoor krijgt het “doen” nog steeds schijnbaar vanuit het lichaam, maar nu beseffend dat het de denkgeest welke de de bron is, een totaal andere functie.
Ik “doe” schijnbaar nog steeds hetzelfde in mijn wereld, maar het heeft nu een totaal andere doel gekregen. Het doel verschuift van afscheiding uitbreiden naar afscheiding oplossen.
In ECIW wordt dit het proces van ware vergeving genoemd wat gebeurt vanuit de denkgeest die zich aan het herinneren is; de juist-gerichte denkgeest, wat praktischer voorgesteld in ECIW als Jezus en of de Heilige Geest.
Aangezien het geloof in het abnormale denksysteem van het egodenken erg hardnekkig is maakt het denksysteem van ware vergeving gebruik van hetzelfde abnormale denkgeest systeem, omdat dat bekend is en begrepen kan worden.
Het abnormale egodenksysteem maakt gebruik van zijn projecties, door ze echt te maken, het denksysteem van ware vergeving gebruikt ook dezelfde projecties (dus beelden, situaties, woorden enz.), maar nu enkel en alleen nog om ze te vergeven, vanuit de gedachte dat wat lijkt te gebeuren niet kan gebeuren, omdat afscheiding simpelweg niet mogelijk is.
Dat wat lijkt te gebeuren wordt hierbij niet ontkend, maar volledig en eerlijk onder ogen gezien, precies zoals het zich lijkt voor te doen binnen het (ego)denksysteem wat we kennen, er wordt niets aan de projectie verandert, (“we” blijven dat wat binnen het egodenksysteem normaal is, normaal doen) het wordt alleen vergeven.
Als ware vergeving heeft plaatsgevonden, betekent dat niet dat de projectie persé wel of niet verandert, maar het betekent wel dat het denken erover totaal verandert is. En als gevolg daarvan kan de projectie veranderen, zonder dat we van te voren weten hoe dat eruit zal gaan zien, laat staan dat het een doel op zich is.

Het zal duidelijk zijn dat dit proces van ware vergeving, dus de omslag in het denken welke logischergewijs alleen in de denkgeest plaatsheeft, heel veel oefening nodig heeft.
Een cursus in wonderen heet niet voor niets een “cursus”.
Het is een levenslang leerproces dat duurt zolang het onvermijdelijke proces van ontwaken vanuit de “abnormale” (ego)denkgeest duurt.
Een stap voor stap schijnbaar individueel leerproces, waarbij het individuele schijnbare script (mijn/jouw/ons leven) wordt her-gebruikt om te ontwaken uit een zelfgekozen abnormaal (ego)denksysteem dat gelukkig geen enkele invloed heeft op wat Waar, Eén, Heel is. In die zin is het hele proces van ontwaken een reis zonder afstand.

Zinloos dus? Op waarheid niveau inderdaad volstrekt zinloos, maar op on-waarheid niveau noodzakelijk en behulpzaam, omdat dat wat weliswaar on-waar is, maar bekent is, heel slim wordt her-gebruikt en als het ware terug gedraaid wordt tot de ene afscheidingsgedachte die het hele denksysteem van tijd en ruimte schijnbaar in beweging zet en zich als een vastgelopen plaat steeds maar herhaald.
Nogmaals een schijnbaar individueel proces, terwijl het ondertussen de ene denkgeest die zich vergist en on-waarheid als waarheid ziet is, die ervoor kiest terug te herinneren in Waarheid, Eenheid, God, Liefde.

Kortom ECIW ontmoet ons waar we denken en geloven te zijn, midden in een volstrekt onwaar, onmogelijk abnormaal denksysteem en her-gebruikt dat zelfde denksysteem volledig oordeelloos middels ware vergeving om terug te keren in waar nooit uit is weggegaan.
De troostrijke gedachte is dan ook, dat als afscheiding nooit heeft plaatsgevonden het proces van het ongedaan maken van het geloof in afscheiding nooit kan mislukken, de afloop staat immers al vast…

Kan de denkgeest (mind) beschadigd worden?
Anders gezegd, betekent dat als ik een beschadigd lichaam of brein waarneem of ervaar, ook de denkgeest beschadigd is?
De enige eigenschap van de denkgeest is dat het een gedachte is een gedachte die komt vanuit de denkgeest, de denkgeest is dus een gedachte.
Dat is een abstract gegeven, iets wat de denkgeest die denkt en gelooft dat hij een lichaam is met een brein, niet kan bevatten, ómdat de denkgeest dit denkt en wil geloven.
De denkgeest is door dit geloof als het ware uit het zicht verdwenen, ‘vergeten’, omdat de denkgeest nu gelooft dat deze een lichaam is.
De denkgeest heeft zich dus vermomd als lichaam met hersenen die kunnen denken en ziet daardoor ook andere lichamen en dingen, die denken en dingen doen.
En dat wat de denkgeest denkt, én gelooft, dus dat het nu een lichaam is tussen andere lichamen, wordt dien ten gevolgen geprojecteerd en weerspiegelt als lichamen en dingen.
De denkgeest die zich nu volledig identificeert met het lichaam heeft zichzelf afgesloten van het feit denkgeest te zijn, heeft zich dus afgesloten van zijn oorspronkelijke bron. Het denkgeest zijn is nu een onbewuste gedachte geworden en het onderbewuste waar de herinnering aan het ware zelf zich nu schuil houdt  zorgt voor een voortdurend gevoel van iets kwijt zijn, iets vergeten zijn, maar niet weten wat.
Het onderbewuste wordt extra beveiligd door de angst die erop geprojecteerd wordt door de denkgeest die ervoor heeft gekozen te geloven een lichaam te zijn en wil vergeten dat er alleen denkgeest is.
Angst en ook zonde en vooral schuld zijn een prima drie-eenheid om dit ‘geheim’ te bewaken.

Als we het dan over beschadigen hebben kan gesteld worden dat de denkgeest die nu in zijn eigen bedrog gelooft, en zichzelf dus voor de gek houdt, zich in wezen krankzinnig gedraagt. Dat leidt echter niet tot een beschadiging van de denkgeest, maar wel tot een geloof en het waarmaken van waanzinnige onmogelijke gedachten.
En deze waanzinnige, onmogelijke gedachten projecteren zich dan onmiddellijk weer uit in waanzinnig gedrag in een waanzinnige wereld. Dat kan niet anders, waanzin kan alleen maar waanzin zien en ervaren.

Aangezien dit eigenlijk zo logisch en duidelijk is, maar ook de herinnering aan ‘normaal’, namelijk denkgeest zijn, ook nog aanwezig is in de denkgeest, zien en ervaren we niet alleen waanzin, hoewel de geprojecteerde wereld 100% waanzin is, maar hebben we ook gradaties aangebracht in onze projecties. Gradaties die lopen van ‘normale’ lichamen tot volledig krankzinnige lichamen. En daarbij worden krankzinnige lichamen, of zieke lichamen als ‘fout’ bestempeld, foutje van de natuur noemen we dat, of erger nog een opzettelijk foutje van God, als straf of als les. En om deze verschillen kracht bij te zetten zijn wij, die denken en geloven een lichaam te zijn, druk met het onderbrengen van de verschillende gradaties van waanzin en ziekte in verschillende categorieën en hokjes.

Maar is deze denkgeest ‘vergissing’ ook een denkgeest beschadiging?
Nee, een gedachte op zich is geen beschadiging, het is wat het is een gedachte en de eigenschap van gedachten is dat ze kunnen veranderen.
De denkgeest kan wel verwrongen, dwaze ideeën hebben, maar daarmee is de denkgeest niet beschadigt. Let wel, even ter herinnering, we hebben het hier niet over het geloof in een lichaam te zijn met hersenen die beschadigt kunnen zijn. We hebben het over de denkgeest, dat wat we in werkelijkheid zijn en blijven, wat we ook voor waanzinnige dromen mogen hebben.

Een momentje van helder bewustzijn kan de denkgeest weer terugbrengen in zijn werkelijke staat, die van waarnemer die kan ‘zien’ (niet met de ogen van het lichaam wel te verstaan, maar vanuit puur denkgeest) en zich bewust is van zijn vergissing en weet dat hij opnieuw kan kiezen, nu vanuit 100% denkgeest.
De denkgeest bevindt zich niet in een lichaam, maar het idee, de projectie het lichaam, bevindt zich in de denkgeest.
De denkgeest die zich weer ‘herinnert’ is genezen en zal zichzelf niet meer verwarren met een lichaam.

Zolang er dan nog wel spraken is van ervaren in een wereld, dient het lichaam nog als handig hulpmiddel, en hoe dat hulpmiddel eruit ziet, ziek, zwak en misselijk, bijna dood, dun, dik, lelijk of mooi of zgn kerngezond, maakt helemaal niets uit.
Deze verschillende vormen zijn en blijven altijd projecties. En een dood ziek terminaal lichaam kan volledig de vrede van God weerspiegelen of volledig de krankzinnigheid van de egodenkgeest, daar heeft de uiterlijke vorm niets mee te maken. Want er is of alleen het lichaam, of er is alleen denkgeest. Een autonoom lichaam dat een denkgeest bevat is onmogelijk. Dus afhankelijk van de staat van de denkgeest die de gedachte, het idee van een lichaam te zijn bevat en daar wel of niet in gelooft maakt hoe we de wereld zien en ervaren.

Hoe dan ook, de denkgeest die denkt een lichaam te zijn is ‘ziek’, hij vergist zich gewoon en deze vergissing, dit ‘ziek’ zijn wordt geprojecteerd in een wereld waarin we door dit vreemde zieke geloof alleen nog maar zieke en waanzinnige projecties waarnemen in verschillende gradaties, waar we in geloven en ze daardoor ‘echt’ lijken.
Dit alles vindt plaats als in een droom, dus als een illusie, in de totaal onveranderlijke Geest die we in werkelijkheid ZIJN.
Dit totaal ‘abstract’ zijn kunnen we niet in onze in waanzin gelovende denkgeest brengen, want dat is nu juist wat de waanzinnige keuze voor egodenkgeest niet wil zien. Dus we kunnen alleen onze waanzin doorzien, er ons bewust van worden en al deze waanzinnige gedachten terug geven aan de ‘herinnering’ die nog altijd aanwezig is in de denkgeest, zodat de zieke denkgeest kan genezen en van zijn waan wordt verlost.

Om deze ‘herinnering’ minder abstract te maken, kunnen we gebruik maken van symbolen. Daar zijn we als projecterende denkgeest heel goed in. Immers alle projecties (de wereld met alles erop en eraan) zijn symbolen van afscheiding. Dus kunnen al deze projecties van afscheiding ook her-gebruikt worden als symbolen voor het terug herinneren in wat we werkelijk zijn en nooit uit zijn weggeweest.
Deze projecties blijven dus projecties, het is niet zo dat de projecties ineens magische ‘dingen’ worden die ons doen terug toveren in Waarheid.

Bijvoorbeeld als symbool voor het vragen om ‘Hulp’ kan de innerlijke leraar gebruikt worden, en afhankelijk van de voorkeur kan daarvoor alles gekozen worden dat symbool staat voor mij voor onpersoonlijke, onvoorwaardelijke, niet oordelende liefde, die zich in mij, de denkgeest bevindt.
Dat kan Jezus zijn, of de Heilige Geest of een ander symbool, als het maar voor mij die ‘hulp’ functie heeft.
Deze ‘hulp’ bevindt zich niet buiten mij, als lichaam, maar ‘in’ mij als denkgeest, omdat er niets kan bestaan buiten de denkgeest.

En deze hulp zal dus niet zijn focus leggen op het genezen van een ziek lichaam, of zieke hersenen, maar op het genezen van de zieke denkgeest, wat niets anders is dan een denk-correctie, daar denkgeest nooit echt ziek of beschadigd kan zijn.

 

Het is niet genoeg alleen een uitstekend waarnemer te zijn van de eigen gedachtes, en daardoor het ego denken van voor naar achter en van binnen en van buiten helemaal te kennen en te doorgronden en te zien wat een vernietigend denksysteem het is.
Dat kan zelfs tot verdere moedeloosheid, uitzichtloosheid en depressies lijden. Duidelijk niet het doel wat ECIW voor ogen heeft.

Dat is vaak het punt waarop men denkt, nou weet ik het wel met dat vergeven, daar kan je je wel achter blijven verschuilen, ik moet nog wel ‘gewoon’ kunnen leven hier in dit leven en men ploetert door.
En gebruikt de Cursus zo’n beetje om het leven niet al te zwaar te laten zijn.

Alsof het vergeven, de kern van de Cursus, alleen maar afleidt van het leven in de wereld.

Het is een reddingspoging van de egodenkgeest, de denkgeest te houden waar deze is, in de egodenkgeest, in de droom.

En ook al wordt nu gezien dat het ego alleen maar angst projecteert in talloze vormen, de volgende stap zetten en louter alles zien als vergevingskans, wordt vermeden, juist nu men voor de deur staat en slechts één volgende stap hoeft te zetten.

De angst is nog te groot en als deze niet wordt vergeven in al zijn vormen, blijft men waar men is in afscheiding.

Het betekent ook dat men er nog steeds voor kiest of denkt het helemaal alleen te moeten doen, maar dit alleen doen betekend gewoon voor de egodenkgeest kiezen als gids en dat kan niets anders betekenen dan voor afscheiding kiezen.
De Verzoening aanvaarden voor jezelf houdt in dat er eerst voor HG/J denkgeest gekozen moet worden, als dat is gedaan en men zich totaal olv dit denksysteem heeft geplaatst zal de Verzoening aanvaarden daarvan een logisch gevolg zijn.

Dit aanvaarden van de Verzoening kan dus nooit olv de egodenkgeest gebeuren. Olv de egodenkgeest kan alleen voor afscheiding van het zelf gekozen worden.
Dus wil men de Cursus echt doen, dan zal er naast het observeren van alle gedachtes, voor vergeving gekozen moeten worden, consequent, als manier van ‘leven’, want anders werkt de Cursus gewoon niet.

De Cursus is niet een Masters opleiding in het verkrijgen van een graad in de wetenschap van de egodenkgeest, maar louter en alleen om de blokkades die de egodenkgeest voor Liefde heeft geplaatst aan het licht te brengen en ze te leren vergeven.

Vergeven, ware vergeving lijkt zo lastig, wordt als lastig ervaren, omdat ware vergeving zegt dat er in werkelijkheid niets gebeurd is. Door vergeving komt men bij de harde kern die ziet dat niets werkt in de wereld en dat alle waan achtergelaten moet worden, voordat de werkelijkheid zich weer laat zien, die hierachter verborgen ligt, en nog steeds onveranderlijk en ongeschonden is. Het is dus het totale loslaten van alles wat men dacht dat waar was en waar men aan gehecht was. Vergeven is eigenlijk een heel mild hulpmiddel bij dit afbraak proces, zoals het wordt ervaren. Door daarbij de voorheen ego symbolen Jezus en de Heilige Geest nu te zien als symbolen voor de brug terug naar de werkelijkheid, wordt de denkgeest daar liefdevol over teruggeleid en vindt een zacht en geleidelijk ontwaken plaats.

Het enige wat dit proces moeilijk doet lijken is de weerstand van de egodenkgeest die dit niet wil, en het enige antwoord hierop is hier oordeelloos naar leren kijken samen met Jezus en vergeven.

 Leestip: Wat is vergeving? WdII.1. (blz.404)

 

 

We vergeten te vergeven omdat we dat willen, en we vergeten het vergeten te vergeven omdat we dat willen en we vergeten het vergeten, dat we vergeten zijn te vergeven omdat we dat willen…. tot we het echt niet meer willen vergeten, en vergeven.

Het stom vinden en of verachtelijk van onszelf (het ego), dat we het vergeten, is weer een verdekte vorm van het willen vergeten, het niet willen vergeven enz.

Zo ontdekken we vanzelf, door het toenemend alert zijn op de eigen gedachtes, als waarnemer, dat er maar één probleem is en maar één oplossing voor elke afscheidingsgedachte, die maar één verborgen doel heeft en dat is vergeten te vergeven en maar één echte oplossing kent, het vergeten in al zijn kleurrijke vormen te vergeven.

Dus we hoeven niet te stoppen met te vergeten te vergeven, maar simpelweg vergeven dat we vergeten.

 

Het vergeten vergeven.

 

verborgen achter het ene vergeten,

verdwaald in vergeten,

vergeten waar naar toe,

vergeten waarheen,

vergeten waarom,

vergeten waartoe,

vergeten wat liefde is,

vergeten,

dolend in angst,

tastend naar wat is vergeten,

in het duister van de nacht,

vergeten vergat ik te vergeven.

 

God ik vergeef je dat je niet vergaf.

 

999764p

 

‘De wereld die wij zien weerspiegelt slechts ons eigen innerlijk referentiekader – de ideeën, wensen en emoties die de overhand hebben in onze denkgeest. ‘Projectie maakt waarneming’ (T13.V.3:5; T21.In.1:1). Eerst kijken we naar binnen, besluiten welke wereld we willen zien en vervolgens projecteren we die wereld naar buiten, en maken haar tot de waarheid zoals wij die zien. We maken die waar door onze interpretaties van wat we zien. Als we waarneming gebruiken om onze eigen vergissingen te rechtvaardigen – onze woede, onze neiging tot aanvallen, ons gebrek aan liefde in welke vorm ook –, dan zien we een wereld van slechtheid, verwoesting, kwaadaardigheid, afgunst en wanhoop. Dat alles moeten we leren vergeven, niet omdat we ‘lief en aardig’ zijn, maar omdat niet waar is wat we zien. We hebben de wereld door onze verwrongen verdedigingsmechanismen vervormd en zien daarom wat er niet is. Naarmate we leren onze waarnemingsfouten te herkennen, leren we ook eraan voorbij te zien of te ‘vergeven’. Op hetzelfde moment vergeven we onszelf, en kijken we voorbij ons verwrongen zelfbeeld naar het Zelf dat God in ons en als ons geschapen heeft. (ECIW Vw.xi)’

‘Projectie maakt waarneming, en daarbuiten kun je niet zien. Steeds en steeds weer heb jij je broeder aangevallen, omdat je in hem een schaduwfiguur in je privé-wereld zag. En zo komt het dat het onvermijdelijk is dat je eerst jezelf aanvalt, want wat je aanvalt bevindt zich niet in anderen. De enige realiteit die het heeft bevindt zich in jouw eigen denkgeest, en door anderen aan te vallen, val je letterlijk aan wat er niet is. (T13.V.3:5-8)’

‘Projectie maakt waarneming. De wereld die jij ziet is wat jij haar gegeven hebt, niets meer. Maar ook al is ze niets meer, ze is ook niets minder. Daarom is ze voor jou belangrijk. Ze getuigt van de staat van jouw denkgeest, de uiterlijke weergave van een innerlijke toestand. Zoals een mens denkt, zo neemt hij waar. (T21.Inl.1:1-5)’

Dit besef leert mij als waarnemer te kijken, los te komen van de identificatie met de projectie. De dromer is niet de droom. Alles wat onwaar is kan nu gezien worden als wat het is, als afscheiding van wat Waar is.  Zodra de identificatie vergeven is verdwijnt schuld/zonde/angst, omdat ze gezien wordt als wat zij is; een projectie uit de ene egodenkgeest die zich denkt afgescheiden te kunnen hebben van de Eenheid.

Kan angst nog in stand worden gehouden als dit werkelijk gezien wordt?

De projectie lijkt angst in te boezemen, terwijl de oorzaak ligt in een angst projecterende denkgeest.
Als waarnemer samen met J hierna kijken alsof ik naar een film zit te kijken laat de werkelijke betekenis zien van:

‘Niets werkelijks kan bedreigd worden.
Niets onwerkelijks bestaat.
Hierin ligt de vrede van God.
(Inl. 2:2-4)



Schuldgevoel komt vanuit de denkgeest die denkt afgescheiden te zijn van zijn Bron. In de praktijk van het dagelijkse leven lijkt schuldgevoel het gevolg te zijn van iets wat ik doe in de buitenwereld. Ik verzuim iets te doen en voel me daar dan schuldig over. Het gaat gepaard met een emotie. Dit idee en deze emotie zorgen ervoor dat ik stevig vast blijf zitten in dit waanidee.
Zodra ik door heb dat niet de buitenwereld de bron is, maar de denkgeest die de gedachte van afscheiding naar buiten projecteert in een poging het kwijt te raken, kan er een verandering in gang worden gezet.
Ik, als de waarnemer, kan dan samen met HG/J , (dat gedeelte van de denkgeest dat weet dat het nog steeds in verbinding staat met zijn Bron) boven het slagveld hangen en oordeelloos kijken en dan kiezen vanuit welke bron ik voortaan wil kijken vanuit de egodenkgeest of vanuit de Heilige Geest/Jezus denkgeest.
En dan pas zal ik ook precies weten wat te doen in de wereld van de vorm. Dan kan ik werkelijk behulpzaam zijn vanuit een werkelijk liefdevolle bron, en niet vanuit een bron van schuld/zonde/angst.

Leestip: ECIW T16.I. Ware inleving.

%d bloggers liken dit: