archiveren

Tagarchief: waarnemende/keuzemakende denkgeest

Ja, de ervaring is toch echt dat ‘het niet serieus nemen’, wat betekent bewust niet kiezen voor het waarnemen door de zeer serieuze bril van de egodenkgeest, gewoon werkt.
Niet als het zoveelste trucje om me beter te voelen, maar als resultaat van het echt accepteren en weten dat de wereld niet meer is dan een droom, te vergelijken met wat we een slaapdroom noemen, maar dan weten dat alles een droom is en er geen verschil is tussen de slaapdroom en wat wij ons wakkere leven noemen.
Het is dus niet het lichaam dat slaapt en droomt, maar de denkgeest die een lichaam droomt dat kan slapen en dromen en wakker kan zijn.
Dat wat ik werkelijk ben, denkgeest bevindt zich niet in een lichaam, het idee van een lichaam bevindt zich in de denkgeest.
Ideeën zoals uittreden uit het lichaam is dus ook een droom.
Dus dat wat ECIW boven het slagveld hangen noemt, de zgn waarnemende/keuzemakende denkgeest positie, is niet de geest die uit het lichaam treed en zichzelf, het lichaam, bezig ziet.
Het is de denkgeest die zich niet meer vereenzelvigt met het lichaam, omdat deze weet dat het geen lichaam kan zijn, en het lichaam een projectie is geprojecteerd door de denkgeest zelf.
Dus dat kan je vergelijken met het kijken naar een film waar ‘ik’ de hoofdrol in speel (en ook alle bijrollen trouwens en ook de regie doe) en allerlei wilde zeer serieuze avonturen beleef. Als ik me volledig vereenzelvig als lichaam met de film en alle rollen en met wat er zich daar afspeelt dan kan ik niet anders dan het allemaal heel serieus nemen en al het lijden en de pijn en de vreugde echt voelen.
Denk maar weer aan de vergelijking dat als je naar een film zit te kijken, hoe je daar dusdanig in op kan gaan dat je de pijn, het lijden, en ook de vreugde echt lichamelijk voelt.
ECIW zegt onder andere over ‘het serieus nemen’:

“Het geheim van de verlossing is slechts dit: dat jij dit jezelf aandoet. Wat
ook de vorm van de aanval is, dit is nog steeds waar. Wie ook de rol van
vijand of van aanvaller op zich neemt, dit is nog steeds de waarheid. Wat
ook de oorzaak lijkt van enig leed of lijden dat je voelt, dit is nog steeds
waar. Je zou namelijk helemaal niet reageren op figuren in een droom
waarvan je wist dat je die droomde. Laat ze zo haatdragend en kwaadaardig
zijn als ze maar zijn, ze kunnen geen effect op jou hebben, behalve
wanneer jij naliet in te zien dat het jouw droom is” (T27.VIII.10:1-6).

en ook:
“In de eeuwigheid, waar alles één is, sloop een nietig dwaas idee binnen waarom de Zoon van God vergat te lachen. Door dit te vergeten werd de gedachte een serieus idee, in staat tot zowel verwezenlijking als werkelijke gevolgen” (T27.VIII.6:2-3).

Het niet serieus nemen, wil dus niet zeggen, dat ik onverschillig ben geworden of alles met een bulderende lach weg-lach…
Immers als ik lach om vreselijke dingen die gebeuren in de droom, maak ik de droom ‘echt’ en probeer het met een lach weg te lachen. Het lachen is dan gewoon weer de sluier van vergetelheid in dienst van de keuze voor de egokant van de denkgeest.

Het werkelijk niet serieus nemen is van een andere orde.
Het werkelijk niet serieus nemen is het gevolg van Ware Vergeving, of van het ‘echt’ zien en weten dat wat ik denk te zien slechts een reflectie is van mijn keuze om afgescheiden te zijn van wat ik werkelijk ben: denkgeest, de Ene Denkgeest, Eenheid, Waarheid, Liefde, God.
En als ik daardoor mezelf (denkgeest+projectie (wat hetzelfde is)) weer terug herinner in wat ik werkelijk Ben: Liefde kan het niet anders zijn dan dat er alleen nog maar Liefde uitgebreid zal worden. Daar hoef ik niet bij na te denken, dat zal een vanzelfsprekendheid zijn.

De film zal nog steeds ‘draaien’, of de droom zal nog steeds doorgaan, zolang ik nog ‘ervaar’, maar ik ben nu de bewuste denkgeest die ‘Weet’ die niet meer geloofd of zich vereenzelvigt met zonde, schuld en angst, de componenten waarop de film, de droom is gebaseerd. En het in die zin ook niet meer serieus kan nemen, maar omdat het geloof in zonde, schuld en angst niet meer aanwezig is, zal er vanzelf Ware Inleving, en Ware Behulpzaamheid voor in de plaats komen.

Deze bewustwording speelt zich dus nog wel steeds af in de (droom)wereld van de ‘ervaring’, maar zal nu niet meer de serieuze droom onder leiding van het geloof in zonde, schuld en angst zijn, maar ‘de gelukkige droom’ onder leiding van de keuze van de waarnemende/keuzemakende positie van de denkgeest voor de Heilige Geest kant van de denkgeest. Gelukkig betekent dus in deze zin zonder, zonde, schuld en angst zijn.
En nogmaals het is een valkuil (dus opnieuw de keuze voor de egokant) te denken dat dan de wereld een betere wereld wordt, want dan vergeten we weer voor het gemak, en dat is duidelijk een ego vergeten, dat er geen wereld is…
En waarom zou ik een leukere droom willen hebben, als ik Weet dat het slechts een droom is, die ik dan gewoon weer serieus neem en alleen een beetje opleuk, maar daarmee de Waarheid weer volkomen negeer, en ‘vergeet’?

Het bewust worden en vervolgens opleuken of een betere versie maken van de droom is dus niet wat Ontwaken is. Ontwaken is Ontwaken uit de droom, dus bereid zijn met volkomen lege handen, zonder zonde, schuld en angst (symbool voor zonder invulling van wat Ontwaken zal opleveren voor mij) en volledige openheid van geest en vol vertrouwen me te laten vallen in wat ik Ben.

Ik kan dus elke morgen bij het opstaan, of op wat voor moment dan ook ervoor kiezen en me voornemen, het geloof in het serieus nemen van de droom op te geven, want ook het serieus nemen is weer een geloof. Dat wat ik werkelijk ben, denkgeest kan alleen gedachten+projecties (wat hetzelfde is) voortbrengen en ik ben als waarnemende/keuzemakende denkgeest volledig verantwoordelijk voor welke gedachtegang ik kies, die van de egokant of die van de HG kant.
Dat is de enige ‘serieuze’ overweging die bij elke gedachte die mij uit onvrede lijkt te halen gemaakt mag worden.
En naarmate ik de ladder (symbool voor het proces van terug herinneren waar ik in werkelijkheid nooit uit ben weggegaan) terug naar Huis verder bestijg zal er een moment komen dat ik de bewuste keuze (voor ego of HG) niet meer hoef te maken en ik alleen nog maar onder leiding van HG sta.
ECIW noemt dit ‘een periode van voltooiing’:

“En tenslotte is er ‘een periode van voltooiing’. Hier wordt wat werd geleerd
geconsolideerd. Wat vroeger louter werd gezien in schaduwbeeld,
wordt nu solide verworvenheid waarop zowel in alle ‘tijden van nood’ als
in rustige tijden kan worden gerekend. Zeker, rust is het resultaat ervan,
de vrucht van oprecht leren, van consequent denken en volledige overdracht.
Dit is de fase van werkelijke vrede, want hier wordt de hemelse
staat ten volle weerspiegeld. Van hieruit ligt de weg naar de Hemel open
en is hij makkelijk begaanbaar. In feite is hij hier. Wie zou ergens ‘heen’
gaan als innerlijke vrede al totaal is? En wie zou willen proberen gemoedsrust
te ruilen voor iets wat nog begerenswaardiger is? Wat zou
nog begerenswaardiger kunnen zijn dan dit? (H4.I.A.8:1-10)”

De egodenkgeest is zo slim in het bedenken van weerstand als de mate van bereidheid van de waarnemende/keuzemakende denkgeest te investeren in afscheiding.
Des te minder de waarnemende/keuzemakende denkgeest zich wenst te identificeren met de keuze voor vanuit egodenkgeest te willen denken, des te minder wordt de weerstand van de egodenkgeest.

Kortom het voortbestaan van de egodenkgeest is geheel afhankelijk van de wil en de keuze van de waarnemende/keuzemakende denkgeest.
Dit alles wordt uitgebeeld door de bijpassende projecties en ervaringen.
Derhalve kan het ‘doen’ van ECIW maar twee functies dienen:

1. doen waar het voor bedoeld is, namelijk bewust worden van het afscheidingsmechanisme van de egodenkgeest en de wil elke afscheidingsgedachte te willen leren vergeven.
2. bewust worden van het afscheidingsmechanisme van de egodenkgeest en daar opnieuw zonde, schuld en angst op projecteren, met als (zgn onbewust doel) juist in de afscheiding te blijven.

De schijnbare bereidwilligheid van de egodenkgeest.
Dat is een lastige om te ontdekken, toe te geven en te doorzien.

Freud constateerde dit al bij zijn patiënten, die maar niet leken te willen genezen. En hij kwam tot de conclusie dat achter de schijnbare bereidheid te willen genezen, juist alleen maar de bereidheid lag om juist niet te willen genezen.

Zowel leraar als leerling houden deze beide keuzes in stand, het is een gezamenlijke keuze op denkgeest niveau.
De keuze voor het volgen van de egodenkgeest kan echter ongedaan worden gemaakt, of doorbroken worden, als één van beide er niet meer in wil investeren en opnieuw voor Ware Vergeving kiest.
Dit is een keuze die ieder voor zich moet maken.
Het is een keuze op denkgeest niveau, niet door het lichaam, of door een overeenkomst tussen lichamen, maar een keuze gemaakt door de denkgeest die niet langer wil investeren in zonde, schuld en angst.

Dit alles vereist vooral heel eerlijk kijken. een kijken zonder oordeel, ook dat is een keuze.
Als ik bovenbeschreven ego mechanisme zie in een zgn. ander, betekent dat alleen dat ik het waarschijnlijk ontken in mijzelf en het heb geprojecteerd op iemand buiten mij.
Maar als ik dat zie, heb ik ook de mogelijkheid in handen om het te laten corrigeren voor mijzelf, op denkgeest niveau.
En alleen op dat niveau kan ik werkelijk behulpzaam zijn voor de hele ene denkgeest.

Als de reden waarom ik iets doe verschuift van vormgerichtheid naar denkgeestgerichtheid, gaat alles wat ik ‘doe’met plezier en zonder moeite.

“Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk”(WdI.5).

Ik voel nooit onvrede, omdat er iets mis lijkt te zijn in enige vorm. Ik voel nooit onvrede, omdat mijn lichaam problemen heeft, of omdat er iets mis is met andere lichamen om mij heen, of omdat dingen niet gaan zo als ik het wil, of omdat anderen of ikzelf er een zooitje van maken.
Ik voel onvrede, omdat mijn denkgeest in onvrede is en ik dat projecteer, zodat de oorzaak niet meer in mij ligt, maar buiten mij. Ik ben onschuldig en alles en iedereen buiten mij is nu schuldig. Dit pleit mij vrij van alle schuld.
De schuld projecteren op mijzelf gebeurt ook, dan krijgt mijn lichaam de schuld, ook dat is schuld zien en projecteren buiten mijzelf, de denkgeest.

Het iets met grote moeite en inspanning doen, of het iets met plezier en gemak doen is het verschil tussen doen vanuit ego, dus met zonde, schuld en angst als drijfveer, of doen vanuit Juist gerichte-denkgeest, vanuit Liefde.

De verschuiving is niet iets wat de ‘ik’ Annelies lichaam doe, want dat is immers net als de hele wereld ook een projectie vanuit schuld, het is het resultaat van het besluit van de denkgeest, van de waarnemende/keuzemakende denkgeest, om alle opdoemende gedachten die komen vanuit zonde, schuld en angst eerlijk te herkennen, te onderkennen en vervolgens te vergeven en te accepteren wat van daaruit vanzelf op zal komen in de dan genezen denkgeest.

Als ik ‘aan de hand van Jezus/Heilige Geest’, of aan de hand van een ander behulpzaam symbool dat voor non-dualistische Liefde staat, al ervarend door mijn leven ga, dan hoef ik me geen zorgen te maken over al die zelfgegraven kuilen voor anderen, waar ik zelf in zal vallen, of voor beren op de weg, of dat ik in zeven sloten tegelijk zal lopen, of in kleine hoekjes terechtkom vol met ongelukken. Ik laat me dan vol Vertrouwen vallen in het leven dat kennelijk mijn script is voor nu, zodat ik al mijn verdedigingen tegen Liefde onder ogen kan gaan zien en de zonde, schuld en angst die eraan ten grondslag ligt kan gaan Vergeven.
De enige andere optie, de hand van ego, dus van zonde, schuld en angst vasthouden, zal alleen nog maar meer angst oproepen en mij gegarandeerd vasthouden in een wereld gemaakt van het geloof in zonde, schuld en angst.

Er zijn maar twee keuzemogelijkheden, en ik ben de waarnemende/keuzemakende denkgeest die in staat is tot een bewuste keuze.
Welke functie geef ik mijn leven, afscheiding, of het terug herinneren in Liefde?
Dat is de enige keuze die gemaakt kan worden.

De denkgeest is toe aan ‘ontwaken’ als de waarnemende/keuzemakende kant van de denkgeest door krijgt dat ‘ontwaken’ uit de zelfgemaakte droom niet iets is wat de met de ‘jij/ik’ geïdentificeerde (ego)denkgeest actief ‘doet’.
Des te harder de met de ‘jij/ik’ geïdentificeerde (ego)denkgeest aan ontwaken werkt, des te verder raakt de denkgeest er van verwijderd, en dat is precies het doel van de nog met een ‘jij/ik’ geïdentificeerde (ego)denkgeest.

De denkgeest is toe aan ontwaken als de investering in ‘doen’ geheel is doorzien en Vergeven.

Het doel van ECIW is volledig terug te keren in de waarnemende/keuzemakende wakkere denkgeest positie.
En te leren/onderwijzen dat binnen de ervaring van de waarneming alleen nog kiezen voor ware vergeving van elk ego gedachte/projectie, uiteindelijk de enige ware optie is.

Dat wat buiten de waarneming ligt, ligt buiten het bereik van de nog waarnemende/keuzemakende denkgeest en dus speelt het onderwijs/leren van ECIW zich enkel en alleen af binnen de ervaring van de waarneming, precies daar waar de denkgeest denkt en gelooft te zijn.

Buiten het ‘gebied’ van het waarnemen/ervaren is onderwijs overbodig en dus niet meer nodig.

Zolang we onszelf hier nog waarnemen en ervaren is dat wat waargenomen wordt en ervaren ons leer/onderwijs materiaal.
Mits we als denkgeest daarvoor kiezen, dus bereid zijn wat we onze wereld en ons leven noemen deze andere functie te geven. Kiezen we hier niet bewust voor dan zal automatisch het leren/onderwijzen, geleerd en onderwezen worden vanuit egodenkgeest.

Het lastigste is in die soort van twilight zone te zitten, van bewust weten dat dit zo is en zo werkt als ik voor een pad als ECIW kies, maar onvermijdelijk het leer/onderwijs proces zal moeten doorlopen via de verschillende stadia. Het is onmogelijk meteen volledig in het bewustzijn te springen en ineens alleen nog maar vanuit de ‘wakkere’ positie te kunnen waarnemen en ervaren.
Het is een geleidelijk proces en zal als moeilijk, lastig en pijnlijk worden ervaren afhankelijk van onze weerstand ertegen.
ECIW zegt hierover:

“7. De brug zelf is niets anders dan een overgang in perspectief op de werkelijkheid.
Aan deze kant is alles wat je ziet grof vervormd en totaal uit
perspectief. Wat klein en onbeduidend is wordt uitvergroot, terwijl wat
sterk en machtig is tot kleinheid wordt teruggebracht. Tijdens deze overgang
is er een periode van verwarring, waarin een gevoel van daadwerkelijke
desoriëntatie kan optreden. Vrees dit echter niet, want het betekent
alleen dat je bereid bent geweest je greep los te laten op het verwrongen
referentiekader dat jouw wereld bij elkaar leek te houden. Dit
referentiekader is opgebouwd rond de speciale relatie. Zonder deze illusie
zou er geen betekenis kunnen zijn waar je hier nog naar zoeken zou.

8. Vrees niet dat je opeens zult worden opgetild en de werkelijkheid in geslingerd.
De tijd is mild, en als je hem ten behoeve van de werkelijkheid
benut zal hij bij jouw overgang zachtjes gelijke tred met je houden. De
dringende noodzaak bestaat alleen hierin dat jij je denkgeest loswrikt uit
zijn verstarde positie hier. Je zult hierdoor niet ontheemd of zonder referentiekader
raken. De periode van desoriëntatie, die aan de eigenlijke
overgang voorafgaat, is vele malen korter dan de tijd die het vergde om je
denkgeest zo stevig op illusies te fixeren. Uitstel zal jou nu meer pijn doen
dan vroeger, alleen al omdat je beseft dat het uitstel is, en dat het werkelijk
mogelijk is aan pijn te ontsnappen. Vind hoop en vertroosting in
plaats van vertwijfeling hierin: zelfs de illusie van liefde zou jij in welke
speciale relatie ook hier niet lang kunnen vinden. Want je bent niet langer
volslagen krankzinnig, en je zou al snel de schuld over zelfverraad aanzien
voor wat die is” (T16.VI.7-8).

We zijn een leven lang geobsedeerd bezig het lichaam in stand te houden. Wat we eigenlijk in stand willen houden, maar wat verborgen moet blijven, is ons geloof in de egodenkgeest.
En we willen het geloof in de egodenkgeest in stand houden, omdat dat gedachtesysteem de enige brandstof is die het idee en het geloof in een lichaam gaande houdt.
Een schijnbaar gesloten gedachtesysteem dat zichzelf draaiende houdt, maar in z’n geheel een illusie een waanidee is.

Onze obsessieve relatie met het lichaam is gebaseerd op een waanidee waar we in geloven en dus denken dat het waar is.
Onze focus op het lichaam is een dagtaak, we zijn altijd met ons lichaam bezig, ook als we het negeren, want iets negeren, betekent dat we geloven dat het er eerst was, maar nu genegeerd wordt.

De obsessie voor het lichaam is eigenlijk de verdediging tegen Eenheid, tegen Liefde, tegen God.
Hoewel het eigenlijk juist het tegenovergestelde lijkt te doen.
Onze ultieme, goed verborgen, verdediging tegen Eenheid, Liefde, God is, van God ook een ´lichaam´ te maken, in de zin van ´iets´ wat los van ons staat en ver verheven is boven ons kwetsbare lichaampjes. En zo wordt ook van Eenheid een dualistische versie gemaakt; jij en ik, twee aparte lichamen, en van Liefde, speciale liefde; ik hou van jou, omdat jij mijn geliefde, kind, ouder, familie, vrienden enz. bent, allemaal met als centraal uitgangspunt het lichaam.

Dus van waar we ons tegen verdedigingen (Eenheid, Liefde, God) hebben we nu een speciale eigen versie gemaakt, naar ons eigen waan-evenbeeld.
Het verhaal wat we kennen dat God ons heeft gemaakt naar zijn evenbeeld lijkt nu te kloppen, want alleen op die manier kunnen we voor onszelf hard maken dat we een lichaam zijn, want we hebben nu een god bedacht die ook een soort lichaam is, los van ons staat en ons ‘geboetseerd’ heeft en adem heeft ingeblazen.
Het verhaal van zonde, schuld en angst werd leven ingeblazen, het grote theater van de zonde, schuld en angst ving aan. En we namen en nemen dit bloedserieus, we zien het zeker niet als het theater van de lach. We spelen onze rollen bloedserieus en vergeten dat dit alles voortkomt uit de (ego)denkgeest en we niet onze rollen zijn.

Dus dit hele gedoe heeft maar één doel en dat is ‘vergeten’ dat we in werkelijkheid denkgeest zijn en niet een lichaam.
Het doel is dus helemaal niet lichaamsgericht, zoals de egodenkgeest wil geloven, maar denkgeest gericht, omdat er niets anders is dan denkgeest en dus alleen de denkgeest kan veranderen.
Het lichaam is de enige troef die de egodenkgeest heeft, dus dat moet obsessief bewaakt en gebruikt worden.
Alles wat we, de denkgeest, doen is gericht op het in stand houden van de gedachte een lichaam te zijn, alles, elke ademteug, elke beweging, elke hap, elke gedachte over ziekte en gezondheid, allemaal lichaamsgericht.

De obsessie die we hebben tov het lichaam is dus helemaal niet lichaamsgericht, maar egodenkgeest gericht, met als enig doel te voorkomen dat we ons herinneren denkgeest te zijn, dat een lichaam projecteert.
De denkgeest huist niet in een lichaam, maar andersom, het lichaam is een gedachte van, door en in de denkgeest. En wat we zien en denken te zijn is een projectie, een lichtbeeld, en dus nog steeds een gedachte, aangestuurd door gedachten en wel gedachten van zonde, schuld en angst.
Het is immers onmogelijk uit Eenheid, Liefde, God te stappen, dus moet wat de egodenkgeest probeert te doen, zich toch af te scheiden, wel zeer pijnlijk en onnatuurlijk zijn en precies het tegengestelde van Liefde zijn, namelijk zonde, schuld en angst. En zo lijden we nooit om de reden dat we denken en geloven te lijden, namelijk door iets wat zich buiten ons afspeelt in enige vorm welke eruit ziet als lijden.

En natuurlijk is de weerstand dit te willen en kunnen zien enorm. Een weerstand die geprojecteerd wordt op het lichaam en daar wordt ervaren, als lichamelijk pijn en ongemak, maar niet van het lichaam komt, maar van de denkgeest die de lichamelijk pijn en ongemak als rookgordijn gebruikt, als afleiding van de oorzaak, die enkel en alleen in de denkgeest ligt. De egodenkgeest is immers in elke gedachte die we denken aanwezig en doet dus altijd mee, doet waar deze is voor bedacht; weerstand geven. Maar gelukkig is ook de herinnering aan wat we werkelijk zijn, denkgeest ook nog steeds aanwezig in elke gedachte; de waarnemende/keuzemakende denkgeest. En alleen de denkgeest die zich aan het bewust worden is van dit hele waanzinnige (on)mogelijke gedoe, kan leren dat er een bewuste keuze gemaakt kan worden, niet een keuze op vorm niveau, dus lichaamsniveau, over het lichaam, maar op denkgeest niveau, over naar welk denksysteem we willen luisteren: ego of Heilige Geest.

Gedachten zoals, ja maar het lichaam dan, moet ik dat dan maar negeren, is een egogedachte, een verdedigingsgedachte. En dat is niet fout of goed, het ego doet waar we het voor hebben bedacht, het kan niet anders.
Het enige wat we wel kunnen doen, als waarnemende/keuzemakende denkgeest is oordeelloos leren kijken naar al die verdedigingen tegen Liefde, Waarheid, God, en deze vergeven, omdat we willen zien dat het onmogelijk is en onzinnig, onnodig ons te verdedigen tegen Liefde, Waarheid, God of hoe we het Onnoembare ook noemen.
En het lichaam dan? Dat krijgt dan een andere functie in handen van onze HG kant van de denkgeest en zal moeiteloos zijn nieuwe functie vervullen, nu als projectie vanuit HG, waarbij het lichaam slechts een hulpmiddel is wat we, zolang we in de ‘ervaring’ verkeren, kunnen begrijpen.

Ik laat de egodenkgeest voor wat het is met z´n speeltje (het lichaam) en geef het terug aan HG/J, alsjeblieft her-gebruik het maar, her-gebruik elke beweging elke handeling elke gedachte die lichaamsgericht lijkt te zijn.
En ik ga dus nu niet mee in de (ego)gedachte dat ik nu ik dit zie al mijn ‘slechte’ gewoontes aan moet gaan pakken, en nieuwe ‘goeie’ gewoontes aan moet leren, want dan maak ik weer het lichaam tot centraal uitgangspunt en ben ik weer gewoon aan het oordelen.
Ik hoef alleen maar te leren elke gedachte die ik heb terug te nemen in de denkgeest en te vergeven, zonder resultaat gericht te zijn. En als ik merk dat ik dat wel ben, die gedachte ook weer te vergeven, en als ik daar ook weer een oordeel over heb, dat ook weer te vergeven. Alleen zo zal ik leren oordeelloos te kijken en wordt ik als een toeschouwer in de zaal die naar zijn eigen toneelstuk kijkt, erin speel, maar zich er niet meer mee vereenzelvigt. Zoals een acteur op het toneel ook donders goed weet dat hij z’n rol niet is, maar hem wel speelt.
Ik ben dan helemaal terug in de waarnemende/keuzemakende denkgeest positie die alleen nog maar kan kiezen tussen angst of Liefde, terwijl het toneelstuk op het toneel gewoon doorgaat, tot het klaar is, niet door de lichamelijke dood, maar doordat de denkgeest zich volledig herinnert in God.

%d bloggers liken dit: