archiveren

Tagarchief: waarnemende keuzemakende denkgeest

De verdediging tegen “kijken” naar de verdediging tegen god is een verdediging die de verdediging verdedigt.

Elke verdediging tegen wat of voor wat dan ook komt hieruit voort en is duidelijk de keuze voor het egodenken.
Niets hoeft verdedigt te worden en niets hoeft niet verdedigt te worden.
De wereld is niets en “niets” hoeft niet verdedigt te worden.
“Niets” verdedigen is een poging om van niets iets te maken, wat alleen maar kan resulteren in nog meer niets.

Ik hoef niets te doen, niets kan niets doen, niets kan niet iets doen.

Opmerkingen zoals, “ja maar ik kan toch niet gewoon maar niets meer doen” is niets meer of minder opnieuw een poging van het ego om van niets iets te maken.

“Niets” is een bedachte angst gedachte van de egodenkgeest, die “niets” gebruikt als verdedigingsmiddel tegen de nietsheid van niets.

De egodenkgeest is daarom niet de beste raadgever om naar te luisteren.

Alleen dit volledig doorzien en het besef dat het slechts een geloof is kan de denkgeest focus verplaatsen via de waarnemende keuzemakende denkgeest naar “Heilige Geest” denkgeest door middel van het vergeven van elke opgemerkte en aan het licht gebrachte “niets” gedachte.
Ware vergeving die ziet dat “niets” niet gebeurt kan zijn.

4.Vergeving daarentegen is stil en doet in alle rust niets. 2Ze schendt geen enkel aspect van de werkelijkheid, en probeert die evenmin te verdraaien tot een verschijningsvorm die haar aanstaat. 3Ze kijkt alleen, en wacht, en oordeelt niet. 4Wie niet wil vergeven, moet wel oordelen, want hij moet zijn onvermogen om te vergeven rechtvaardigen. 5Maar wie zichzelf vergeven wil, moet leren de waarheid te verwelkomen precies zoals die is.

5.Doe daarom niets en laat vergeving je tonen wat jou te doen staat, via Hem die je Gids is, je Verlosser en Beschermer, sterk in hoop en zeker van jouw uiteindelijk succes. 2Hij heeft jou al vergeven, want dat is Zijn functie, Hem gegeven door God. 3Nu moet jij Zijn functie delen en vergeven wie Hij heeft verlost, wiens zondeloosheid Hij ziet, en wie Hij eert als de Zoon van God.
(WdII.1.4,5)

Dat wat ik hier schrijf is een weerslag en weerspiegeling van mijn schijnbaar persoonlijke proces tot ontwaken uit de droom.
Dat lijkt een persoonlijk proces, zo wordt het ook ervaren, omdat dat binnen het concept van de droom waar we in geloven nu eenmaal de enige manier is, maar is dat feitelijk niet, ontwaken uit de ene droom van afscheiding is onvermijdelijk voor het hele “zoonschap”. Echter omdat we geloven in de droom en geloven in een wereld en geloven een lichaam te zijn, kunnen we alleen die droom taal begrijpen. Vanuit de keuze voor het vergeven van alle droom ervaringen wordt de droom taal omgezet naar her-bruikbaar terug herinner materiaal en krijgt daardoor een totaal andere functie.
Het her-gebruik van het eerst als afscheidingsmateriaal bedoelde denksysteem (het ego) lijkt dus heel persoonlijk te zijn, daar we dat kunnen begrijpen en daar iets mee kunnen.
Het proces van ontwaken uit de droom lijkt dus om redenen van verstaanbaarheid heel persoonlijk.
Ik kan dus ook alleen maar denken en schrijven over hoe ik het ervaar.
Dat wil zeggen dat ik niet de intentie heb om ook maar iets van wat ik schrijf als zijnde “waarheid” over te brengen naar wie of wat dan ook. Ik kan absoluut niet weten wat de bedoeling is, en al helemaal niet hoe het onvermijdelijke proces van de denkgeest in een ander stukje denkgeest (de ander) verloopt of zou moeten verlopen.
Ja, het kan resoneren in anderen die er op denkgeest niveau aan toe zijn, maar dat heeft niets met de “mij” te maken.
Dat betekent dat alles wat ik over anderen denk en wat anderen over mij denken ook een weerslag is een afspiegeling van hoe ik denk en in die zin behulpzaam kan zijn voor mijn eigen vergevingsproces.
Dat kan als egoïstisch worden gezien (een ego gedachte die onvermijdelijk langskomt, dus weer behulpzaam als vergevingskans), maar kan ook worden gezien als juist heel liefdevol, omdat het de focus terugbrengt van een “ik” lichaam dat alleen aan zichzelf denkt (het ego concept van afscheiding), naar een focus op de denkgeest waar alles met alles is verbonden en vergeving er juist voor zorgt dat in de grenzeloze denkgeest uitbreiding van Liefde plaatsvindt waar de “ik” geen enkele weet van kan hebben hoe dat werkt en waar dat effect heeft. Ik kan het wel zelf ervaren als een innerlijke heel liefdevolle los van oordelen rust die veel verder gaat dan de ego versie van rust.

Er zijn zoveel paden als dat er afgescheiden stukjes van de ene denkgeest zijn, en allemaal leiden ze onvermijdelijk terug naar het herinneren van Eenheid. Er is geen enkel pad fout ze werken uiteindelijk allemaal hoe vreemd ze er soms ook uit mogen zien in “mijn” ogen (wat ook weer een ego afscheidingsgedachte is, maar weer een kostbare vergevingskans is, als ik bereid ben dat erin te zien).
Er is immers niet werkelijk iets gebeurt waardoor afscheiden van Waarheid mogelijk zou kunnen zijn. Dus welke vorm van afscheiding ook geprobeerd wordt geen een kan succesvol zijn dan in onware dromen van afscheiding. Dus uiteindelijk zal elk pad van afscheiding zichzelf ontmaskeren en zal dáárdoor behulpzaam zijn tot het terug herinneren in Éénheid.

Ik heb dus geleerd in de loop van het proces dat ik me niet hoef te bemoeien met iemand anders gekozen pad en proces, laat staan hoef te verbeteren of te corrigeren, want zo heb ik gemerkt dat werkt niet. Het kan lijken dat het werkt, maar dat komt alleen omdat de denkgeest dan even resoneert met een ander stukje denkgeest, zichtbaar of niet zichtbaar, dat eraan toe is. Hoe dan ook het heeft niets te maken met de persoon, het lichaam Annelies, maar met de houding van de denkgeest en hoe deze de projectie Annelies ziet en wil laten gebruiken; door ego (afscheidingsdoeleinden) of door Heilige Geest (voor terug herinneren in Éénheid), dat is de enige keuze die er is en maar één van de twee keuzes is, een weerspiegeling van Één, Waarheid, Liefde, God, non-dualisme (allemaal termen voor hetzelfde).

Dat is de betekenis van “ik hoef niets te doen”, Annelies het lichaam hoeft niets te doen, want dat is een projectie (projecties zijn projecties en kunnen niets doen zonder de projector, de denkgeest) van de denkgeest die wel tot iets “doen” in staat is, en dat “doen” bestaat enkel en alleen uit kiezen tussen ego of HG. DE REST VOLGT ALS VANZELF VANUIT DIE KEUZE, en kunnen we het best omschrijven als inspiratie en precies weten hoe te handelen in de droom in en door een geprojecteerd droomlichaam. En die inspiratie kan dus komen vanuit het ego of vanuit HG, afhankelijk van de keuze die ik (de waarnemende/keuzemakende denkgeest maak.
Het verschil herkennen tussen ego inspiratie en HG inspiratie is een leer- en oefenproces wat alleen via een persoonlijk ervaren kan verlopen, zolang er een geloof is in deze droom van afscheiding te zijn. Hierbij wordt de wereld, het lichaam en alles wat er lijkt te zijn in de droom niet ontkend en aan de kant geschoven als zijnde slecht of verwerpelijk, maar juist her-gebruikt, maar nu niet meer voor afscheidingsdoeleinden, maar voor het terug herinneren in Éénheid, waar nooit uit is weggegaan…

Alleen de keuze van de waarnemende/keuzemakende denkgeest is nodig en mogelijk, de keuze voor afscheiding (egodenkgeest) of voor terug herinneren in Eenheid (HG/J denkgeest), waar nooit uit is weggegaan.
Deze keuze is niet een soort duiveluitdrijving waarbij het kwade verslagen en vernietigd dient te worden en Waarheid, God, Eenheid overwint. Dat zou een 100% gewoon weer de keuze voor ego zijn, want daarbij wordt immers “het kwaad” als werkelijk bestaand gezien, wat vervolgens bestreden en vernietigd moet worden.
Het is als de eenvoudige keuze je slaapdroom als echt gebeurt te zien of als slechts een droom die echt leek, maar het niet is.
De slaapdroom kan daarom als symbool worden gezien van dat alles een droom is, welke er lijkt te zijn doordat erin wordt geloofd. Een ander bestaansgrond dan het geloof erin heeft het niet.
Als dit gegeven wordt geaccepteerd dient de droom, net zoals de slaapdroom, alleen nog als symbool voor wat de wereld, mijn leven NIET is en om eruit te ontwaken, door dat wat niet waar kan zijn te vergeven.
Het enige probleem, wat niet eens een probleem is, omdat het een onmogelijk slechts verzonnen probleem is, is de wens om afgescheiden te willen zijn en blijven van wat met opzet vergeten moet worden.

Kijk maar eens goed naar elke gedachte en ontdek dan dat eigenlijk elke gedachte symbool staat voor de wil tot afscheiding: ik, jij, wij, zij, het, daar, hier, morgen, gisteren, vandaag, seconde, minuten uren, dagen, weken, maanden, jaren, gebeurtenissen, en zo maar door, een eindeloze lijst met losse elementen die schijnbaar buiten mij plaatsvinden in lichamen en dingen die schijnbaar los van elkaar plaats lijken te vinden.

Daar gaan de eerste lessen van het werkboek ook over. Leren zien dat alles als los en gescheiden van elkaar gezien wordt en daarom niets (kunnen) betekenen. De symbolen van de wil tot afgescheiden willen zijn is in alles, echt alles terug te herkennen.
Dit willen leren waarnemen zijn de eerste stappen tot het onvermijdelijke terug herinneren in de natuurlijke staat van Eenheid.
Onvermijdelijk, omdat het slechts dromen van afscheiding zijn en dus niet werkelijk gebeurt, net als de slaapdroom, die daar symbool voor staat.

Dit kan in eerste instantie een enorme opluchting geven, precies zo als het wakker worden uit een nachtmerrie, wetende dat het niet echt gebeurt is.
Daarna begint de lange weg van afkicken van de egodromen, welke altijd ook onvermijdelijk als heftig en zwaar wordt ervaren. Niet omdat dat moet, maar omdat de keuze voor het ego zo’n gewoonte is geworden en zo lang voor waar is aangezien. Het is daarom een stap voor stap proces van terug herinneren, waarbij het droommateriaal nu als vergevingsmateriaal en kans wordt her-gebruikt.

Alleen als ik oordeelloos kijk, vanuit mijn niet op oordeel en veroordelende uit zijnde observerende denkgeest positie, alleen dan kan ik het denksysteem van de keuze voor het ego denksysteem doorzien en begrijpen. Elk veroordelend oordeel wat ik weer zie voorbij komen in mijn denken, is opnieuw kiezen voor het ego denksysteem. Door er oordeelloos naar te leren kijken, wordt ik mij ervan bewust dat het een (bewuste) keuze is met welk denksysteem ik wens te denken.
Hoe en wat ik denk lijkt een automatisme, maar eigenlijk is wat en hoe ik denk een gevolg van training van de denkgeest bepaalde denkpatronen te volgen. De denkgeest functioneert zoals deze geconditioneerd is.

Zodra de geest zichzelf als iets anders ‘denkt’ dan alleen geest te zijn, begint de droom van afscheiding. De geest blijft geest, maar droomt nu iets anders te zijn dan geest, iets wat het tegenovergestelde van geest uitbeeldt dankzij het idee van afscheiding. Wat één lijkt nu twee en dat kan alleen als één zich lijkt te kunnen opsplitsen in iets wat tegenovergesteld is aan elkaar; dualiteit is geboren.
Elke volgende gedachte wordt nu geboren uit dit idee van dualiteit en kan niets anders dan dualiteit uitbreiden.

“In de eeuwigheid, waar alles één is, sloop een nietig dwaas idee binnen waarom de Zoon van God vergat te lachen. Door dit te vergeten werd de gedachte een serieus idee, in staat tot zowel verwezenlijking als werkelijke gevolgen.
Samen kunnen we ze beide weglachen, en begrijpen dat de tijd geen inbreuk kan maken op de eeuwigheid. Het is ridicuul te denken dat de tijd de eeuwigheid kan omringen, die juist betekent dat er geen tijd bestaat” (T27.VIII.6:2-5).

Echter, de ware aard van de geest, non-dualistische Eenheid is niet verdwenen, de herinnering aan Eenheid huist nog steeds in de geest die droomt van de mogelijkheid van afscheiding.
Uiteindelijk, als blijkt dat afscheiding niet kán werken, dat Eenheid nooit echt twee kan worden, dat Waarheid nooit werkelijk onwaarheid kan worden, dan wordt de herinnering aan onveranderlijke Eenheid zo sterk, dat de gedachte opkomt vanuit de herinnering die nog steeds aanwezig is in de denkgeest; “er moet een andere manier zijn”.

De denkgeest die de herinnering aan de verbinding met Eenheid weer toelaat zal deze gedachte projecteren op een wijze die de nog in de droom gelovende denkgeest kan begrijpen. De herinnering zal altijd afgestemd zijn op wat de nog dromende denkgeest kan begrijpen. Daardoor lijkt de herinnering zich dan ook op een ‘persoonlijke’ manier te manifesteren binnen ruimte en tijd.

De herinnering lijkt uit de persoonlijke projecties (lichamen dus) te komen, maar aangezien er nog steeds alleen maar geest is, komt de herinnering uit de denkgeest die zich wil herinneren. Anders gesteld, de waarnemende, keuzemakende denkgeest is het eerste deel van de dromende denkgeest wat ontwaakt en stap voor stap leert de droom te observeren en te overzien en vooral leert dat de keuze voor het ego denksysteem, de keuze is voor afscheiding en dat daar het ‘probleem’ ligt en niet in de wereld van de projecties.
De wereld van de projecties verandert nu van functie; van oorzaak en gevolg zijn, naar een reminder zijn voor de ‘andere’ keuze, namelijk de keuze voor het terug herinneren in de geest, daar waar de bron van oorzaak en gevolg ligt en waar opnieuw de keuze kan worden gemaakt nu voor Eenheid, in plaats van voor afscheiding.

Bewustwording betekent ook bewust worden van het feit dat alles wat gedacht wordt voortkomt uit een keuze. Niet de keuzes die een ik lijkt te maken op vorm niveau, dus niet de keuze die ik het lichaam maak voor het ziek worden van het lichaam, of ik het lichaam dat kiest voor arm te zijn of rijk, of voor falen of geluk, of succes of voor wat dan ook in enige vorm, maar dat alles wat een ogenschijnlijk ik denkt en gelooft te ervaren een keuze is van de denkgeest die kiest voor te geloven in zonde, schuld en angst en dit projecteert, ogenschijnlijk buiten zichzelf, zodat dit ‘nietig dwaas’ idee heel serieus genomen wordt en als werkelijk wordt gezien.

Bewustwording betekent bewust worden van het in bovenstaande alinea beschreven, onbewust gehouden, ego denksysteem van afscheiding en zich de mogelijkheid herinneren een andere keuze te maken, vanuit de langzaam ontwakende en bewust wordende denkgeest die tot oordeelloos observeren in staat is.

En vervolgens vormt Ware Vergeving van al die onbewust gehouden afscheidingsgedachten, die nu via de waarnemende/keuzemakende denkgeest in het bewustzijn aan het licht mogen komen, de stap voor stap weg terug naar het herinneren in de onveranderlijke Eenheid van de Geest.

 

 

%d bloggers liken dit: