archiveren

Tagarchief: waarnemende denkgeest

Als het lijkt alsof ergens specifiek bang voor zijn mij tegenhoudt een bepaald iets te doen, wat betekent dan “Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk” (WdI.5)?
Het betekent dat er niet eerst iets buiten mij is waar ik bang voor ben, of tegenop zie, of wat mij tegenhoudt ook al lijkt dat wel zo. Het betekent dat ik standaard kies voor luisteren naar de ego mogelijkheid in de denkgeest, welke als enig doel heeft de afscheiding van God, Éénheid, Liefde (schijnbaar) mogelijk te maken en in stand te houden.
Zodra dat automatisch kiezen voor ego gezien wordt betekent dat het “iets” dat dit waarneemt, iets anders moet zijn dan ego.
Het “iets” dat in staat is tot waarnemen. We kunnen dit de waarnemende denkgeest noemen. En als er iets is dat kan waarnemen houdt dat automatisch in dat er ook gekozen kan worden. De waarnemende denkgeest neemt niet alleen waar, maar kan ook kiezen. Dus we hebben nu de egodenkgeest en de waarnemende/keuzemakende denkgeest mogelijkheid. De waarnemende/keuzemakende denkgeest is nu in staat achter elke keuze de altijd aanwezige drang tot afscheiding (ego) te zien, en als dat gezien wordt, kan het niet anders of de conclusie moet getrokken worden vroeg of laat, dat er naast afscheiding ook nog een andere keuze moet zijn. En die andere keuze is de keuze voor terugherinneren in God, Éénheid, Liefde, Waarheid, en die aanwezige herinnering we kunnen dat Heilige Geest denkgeest noemen.

De ene denkgeest lijkt nu opgesplits in drie mogelijkheden: egodenkgeest, keuzemakende/waarnemende denkgeest en Heilige Geest denkgeest.
Dat betekent dat elke gedachte, letterlijke elke gedachte deze drie mogelijkheden in zich draagt.
ECIW leert ons, in de mate dat wij denkgeest daar aan toe zijn, daar naar te kijken, zonder oordeel en zonder er meteen in de vorm (op projectie niveau) iets aan te veranderen. En daardoor te leren beseffen dat er opnieuw gekozen kan worden.
Dit is niet opnieuw een dualistische keuze, hoewel dat wel zo gezien kan/zal worden, door de keuze voor ego, omdat het ego dit zal interpreteren als kiezen tussen goed en kwaad, wat niets anders is dan de keuze tussen de beide zijde van de egodenkgeest medaille.

Het kan echter ook gezien worden als een manier tot her-gebruik van dit dualistische egodenksysteem. In dat geval kiest de waarnemende/keuzemakende denkgeest voor de andere manier en wel voor de keuze voor kijken met Heilige Geest denkgeest NAAR de keuze voor egodenkgeest zonder oordeel en met enkel en alleen het doel om de voorheen egogedachte te vergeven.
Daarbij wordt de keuze voor egodenkgeest niet ontkend, weggestopt, aangepast, veranderd, vermomd, maar gezien voor wat het is: een manier om in de egodenkgeest te blijven en deze keuze te verbergen achter een projectie.
Dat is wat er vergeven wordt, niet een of andere daad in een wereld door een lichaam, maar alleen een denkgeest gedachte welke maar één doel heeft: afscheiding.

Dus stel ik zie er tegenop ergens naar toe te gaan en ik vraag me af, wat moet ik nu doen, wat moet ik kiezen?
Dan kan ik eerst stellen dat “Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk” (WdI.5) of in het Engels: “I am never upset for the reason I think” (WpI-5).
Wat betekent dat ik niet onvrede voel of upset ben omdat ik niet weet of ik nu wel of niet zal gaan, maar dat ik onvrede voel, omdat ik de goed achter het schijnbare probleem verborgen gedachte dat ik hoe dan ook afgescheiden moet blijven van God in stand wil houden.
Als ik dat door heb kan ervoor gekozen worden die gedachte, die op dat moment het “probleem” bewust teruggebracht heeft in de denkgeest, de bron, te vergeven. Te vergeven dat ik het probleem niet zag zoals het is, namelijk als een manier om afscheiding van God in stand te houden, maar het opgezet heb als een schijnbaar probleem buiten mij in dit geval als “ik weet niet of ik nou zal kiezen voor gaan of niet gaan”.
De focus op een schijnbaar probleem buiten een “een mij als lichaam” verschuift nu terug naar de denkgeest naar slechts één probleem en dat is de keuze tussen ego of HG, tussen angst of Liefde.
Dat is echt de enige keuze die in werkelijkheid gemaakt kán worden en waarvoor alles wat zich af lijkt te spelen in een wereld (“er is geen wereld!” (WdI.132.6:2),  “de uiterlijke weegave van een innerlijke toestand” (T21.In.1:5)) kan worden her-gebruikt. Nogmaals niet ontkend, maar her-gebruikt door de keuze te maken voor Heilige Geest.
Dat is de betekenis van “ik hoef niets te doen”:

“7Ik hoef niets te doen’ is een verklaring van trouw, een waarlijk onverdeelde loyaliteit. 8Geloof het voor slechts één enkel ogenblik, en je zult meer tot stand brengen dan een eeuw van contemplatie of van strijd tegen verleiding je oplevert.

7.Met iets doen is het lichaam gemoeid. 2En als je inziet dat je niets hoeft te doen, heb je uit je denkgeest de waarde van het lichaam weggenomen. 3Hier is de snelle, openstaande deur waardoor jij voorbijglipt aan eeuwen van inspanning, en aan de tijd ontsnapt. 4Dit is de manier waarop zonde direct alle aantrekkingskracht verliest. 5Want hier wordt de tijd verworpen, en zijn verleden en toekomst voorbij. 6Wie niets hoeft te doen heeft geen behoefte aan tijd. 7Niets doen betekent rusten en binnenin je een plaats maken waar de activiteit van het lichaam niet langer aandacht eist. 8Naar die plaats komt de Heilige Geest, en houdt daar verblijf. 9Hij zal daar blijven wanneer jij dat vergeet, en de activiteiten van het lichaam opnieuw je bewuste denkgeest in beslag nemen.

8.Toch zal er steeds die rustplaats zijn waarnaar je terug kunt keren. 2En je zult je meer bewust zijn van dit rustige centrum van de storm dan van al zijn razende activiteit. 3Dit rustige centrum, waarin je niets doet, zal bij je blijven, en jou rust geven te midden van alle drukke bezigheden waarop je wordt uitgestuurd. 4Want vanuit dit centrum zal je gewezen worden hoe je het lichaam zondeloos kunt benutten. 5En dit centrum, waarin het lichaam afwezig is, zal het zo in je bewustzijn ervan bewaren” (T18.VII.6:7,7-8).

Neem waar dat het ego zal lezen dat ik dan maar helemaal niets meer moet doen in de wereld, want het ego doet voorkomen dat het lichaam de bron is terwijl het de denkgeest is welke de bron is. Er staat dus NIET dat het lichaam niets hoeft te doen en dat ik maar de rest van mn leven in bed moet gaan liggen.
Er staat duidelijk:

“…en je zult meer tot stand brengen dan een eeuw van contemplatie of van strijd tegen verleiding je oplevert”.
En ook:
“4Want vanuit dit centrum zal je gewezen worden hoe je het lichaam zondeloos kunt benutten”.

Als de bereidheid er is voorbij het ogenschijnlijke probleem dat zich in enige vorm lijkt voor te doen te kijken door voor ware vergeving te kiezen dan zal mij precies getoond worden wat wel of niet te doen ongeacht de uitkomst die mijn keuze voor ego misschien liever gezien zou hebben.
ECIW zegt daarover heel duidelijk in het Handboek voor leraren (en let wel we zijn allemaal leeraar/leerling tegelijkertijd):

“6Dit proces is niets anders dan een bijzonder voorbeeld van de les uit het werkboek die zegt: ‘Ik doe een stap terug en laat Hem de weg wijzen.’ 7De leraar van God aanvaardt de woorden die hem geboden worden en geeft zoals hij ontvangt. 8Hij beheerst niet de richting van zijn spreken. 9Hij luistert en hoort en spreekt.

5.Een aanzienlijke belemmering bij dit aspect van zijn leerweg is de angst van Gods leraar over de geldigheid van wat hij hoort. 2En wat hij hoort kan zonder meer heel verbijsterend zijn. 3Het kan ook ogenschijnlijk helemaal niet van toepassing zijn op het voorliggende probleem zoals hij dat ziet, en kan de leraar zelfs met een situatie confronteren die hem in grote verlegenheid lijkt te brengen. 4Dit zijn allemaal oordelen die geen waarde hebben. 5Ze zijn van hemzelf en komen voort uit een armoedig zelfbeeld dat hij achter zich zou kunnen laten. 6Vel geen oordeel over de woorden die tot je komen, maar biedt ze in vertrouwen aan. 7Ze zijn veel wijzer dan de jouwe. 8Gods leraren beschikken over Gods Woord achter hun symbolen. 9En aan de woorden die ze gebruiken geeft Hij Zelf de kracht van Zijn Geest, en verheft ze van betekenisloze symbolen tot de Roep van de Hemel zelf” (H.21.4:6,5).

Het komt uiteindelijk neer op heel veel oefenen, oefenen, oefenen in Vertrouwen en met het voorheen egomateriaal dat nu HG materiaal wordt en nu als doel heeft terug herinneren in God, waar we in werkelijkheid nooit uit zijn weggeweest. Dat kan, mits geaccepteerd een heel rustgevend gevoel geven, er is niets verandert aan Waarheid, dus wat kan er fout gaan?
Niets, elke gevoel van “fout” is gebasseerd op het geloof in één nietig onmogelijk dwaas idee dat het mogelijk is afgescheiden te kunnen zijn van God, van Ééneid, van Liefde, van Waarheid.

 

Vanuit waarnemende/keuzemakende denkgeest.
Het observeren verdiept zich.
En daarmee bedoel ik het verschil opmerken tussen de keuze voor waarnemen vanuit  de keuze voor ego denkgeest of waarnemen vanuit de keuze voor Heilige Geest/Jezus denkgeest.
ECIW ontmoet ons (schijnbaar individueel, omdat we dat concept kunnen bevatten en begrijpen) precies daar waar we zijn. Als dat gezien en aanvaard wordt vanuit de keuze voor HG/J denkgeest verloopt het proces van waarnemen en vergeven moeiteloos.
Wordt het gezien van uit de keuze voor egodenkgeest dan loopt het altijd uit op een worsteling.

Als ik bijvoorbeeld gedachtes/emoties van jalouzie, en uitgesloten zijn (om er maar even 2 uit te lichten, maar er zijn er nog veel en veel meer natuurlijk) ervaar, treed automatisch (heb ik opgemerkt) eerst de keuze voor het ego-reflex-mechanisme in werking. Met als middel volledige identificatie met het “mijn” lichaam. Dat kan twee kanten op, en beide kanten komen vanuit het geloof in de ego’s drieenheid: zonde, schuld en angst en dat is duidelijk te voelen.
1. boosheid/weerstand/verdediging: “krijg allemaal het heen en weer, ik heb toch niemand nodig”, “niemand is te vertrouwen”, “ik ben helemaal alleen, iedereen negeert mij” en nog zo wat van die gerelateerde gedachtes die ik waarneem.
2. Sussen/relativeren/goedpraten: “ach, zo erg is het toch niet, gewoon je eigen pad volgen en niet mauwen”, “niet op reageren, negeren”, “het is toch allemaal niet echt, dus reageer er maar niet op”, “Je doet toch de Cursus dan weet je toch wat je moet doen, sukkel, ben je dat nou alweer vergeten”, en nog zo wat van dit soort ego gedachtes.

Dit wordt dus steeds duidelijker opgemerkt na jarenlang oefenen in het leren observeren zonder oordeel. Dus observeren vanuit de keuze voor HG/J denkgeest en steeds minder kiezen voor het observeren vanuit egodenkgeest. Dat is het leerproces wat ECIW aanbiedt.

Het onderscheid, is vooral te herkennen aan de mate van lijden ten gevolgen van welke keuze ik maak.
Als ik vanuit HG verkies te observeren en waar te nemen kijk en voel ik precies zoals de emotie zich voordoet, zonder te sussen/relativeren/goedpraten. Zeg maar de rauwe emotie zien en ervaren. En dat is niet te doen (te pijnlijk) zonder de keuze voor over te stappen naar de andere leraar, de keuze voor HG/J denkgeest.

Ik moet meteen denken aan de duidelijk tekst hierover in ECIW zelf:
(5 en 6 vet gedrukt, omdat deze twee zinnen de sleutel zijn voor mij).

“3.Waar ieder einde vaststaat is er geen keuze. 2Misschien wil je ze liever allemaal proberen, voordat je echt leert dat ze eender zijn. 3De wegen die deze wereld te bieden heeft lijken zeer groot in aantal, maar de tijd zal stellig komen dat ieder gaat zien hoezeer ze op elkaar lijken. 4Mensen zijn gestorven toen ze dit ontdekten, omdat ze geen andere weg zagen dan de paden die de wereld biedt. 5En toen ze inzagen dat die nergens heenleidden, verloren ze hun hoop. 6En toch was dat het moment waarop zij hun grootste les hadden kunnen leren. 7Ieder moet dit punt bereiken, en eraan voorbijgaan. 8Het is inderdaad waar dat in de wereld helemaal geen keuze is. 9Maar dat op zich is niet de les. 10De les heeft een bedoeling, en hierdoor ga je begrijpen waartoe ze dient.

4.Waarom zou je eropuit zijn een andere weg, een andere persoon, of een andere plaats uit te proberen, als je al geleerd hebt hoe de les begint, maar nog niet ziet waartoe ze dient? 2Haar bedoeling is antwoord te geven op de zoektocht die allen moeten ondernemen die nog steeds geloven dat er een ander antwoord te vinden is. 3Leer nu, zonder wanhopig te zijn, dat er in de wereld geen hoop op een antwoord is. 4Oordeel echter niet over de les die hiermee pas is begonnen. 5Zoek in de wereld niet naar weer een andere wegwijzer die weer een andere weg lijkt aan te geven. 6Ga niet langer op zoek naar hoop waar er geen is. (T31.IV.3:1-10,4:1-6)”

Het dringt langzamerhand door dat er wel degelijk een keuze is, en wel uiteindelijk maar één.
Zodra ik waarneem dat ik voor het egodenken heb gekozen, en dat weet ik door mijn gevoel wat ermee gepaard gaat, dan weet ik zo langzamerhand dat ik als waarnemende/keuzemakende denkgeest opnieuw de keuze kan maken tussen de ego kant van mijn denkgeest of voor de HG/J kant van de denkgeest. MEER KEUZES ZIJN ER NIET.
Keuzes in de vorm, dus over het schijnbare probleem in mijn wereld, bestaan niet, want er is alleen denkgeest die projecteert, dus kan de keuze alleen gemaakt worden op denkgeest niveau, lichamen kiezen niet.
De vorm waarin zich de projectie lijkt uit te spelen krijgt zodoende een compleet omgekeerde functie. De functie van de projectie wordt, het herkennen van de projectie als zijnde komende van de keuze voor het ego (de keuze voor afscheiding dus), en het dan zien als een kans om opnieuw te kiezen (nu voor HG/J denkgeest) en ware vergeving toe te passen in het vertrouwen dat het antwoord dan altijd liefdevol zal zijn, hoe het er ook uit mag zien!

 

 

“Ik”, en dus het hele “zoonschap” ervaren deze wereld en het persoonlijke leven als “normaal”. We vinden wel van alles normaal en abnormaal in de wereld, maar dat is een gedachte vanuit het “normaal” vinden van deze wereld, en het “normaal” vinden van een lichaam te zijn. Binnen dat gedachte systeem (want dat is het) kan iets als normaal of als abnormaal gezien en ervaren worden. Echter de bron van dit gedachte systeem, de egodenkgeest, is (tijdelijk) uit het bewustzijnsgeheugen verdwenen. Met opzet, omdat dit hele denksysteem als doel heeft af te scheiden van Eénheid, iets wat onmogelijk is, nooit kan gebeuren en nooit zal gebeuren, behalve schijnbaar in de denkgeest van een “abnormaal” denksysteem.
En een “abnormaal” denksysteem, dat denkt zich te kunnen hebben afgescheiden van Eénheid, kan vervolgens alleen maar abnormale gedachten uitbreiden, dat is logisch.
Ziedaar, kijk om je heen; een abnormale projectie, vanuit een abnormaal denksysteem.

Dit wetende en aanvarende hoef “ik” niet meer m’n verdomde best te doen ook maar iets in deze wereld te verbeteren, wetende dat ik dat vanuit het waar maken van de wereld simpelweg niet kan, omdat ik vanuit een “ik” (geloof een lichaam te zijn) alleen maar pogingen tot afscheiding kan projecteren. Met andere woorden, ik vanuit het geloof een lichaam te zijn in een bestaande wereld van vormen en situaties kan nooit de wereld redden, het zullen altijd projecties vanuit een abnormaal onmogelijk, onwaar denksysteem blijven.

Goed, ik weet nu wat abnormaal, onwaar is en waarom, hoe kom ik dan nu weer in contact met Eénheid, met dat wat wel normaal is, waar is.
Er lijkt nog steeds een “ik” te zijn welke ervaart binnen het abnormale denksysteem dat niet anders kan dan abnormale projecties uitzenden.
Maar er is ook een soort waarnemer/observeerder “wakker” geworden kennelijk, de onvermijdelijke herinnering aan dat er toch iets anders moet zijn dan deze abnormale toestand komt terug in de denkgeest.
Er is een kennelijk andere keuze mogelijk.
De nu waarnemende denkgeest begint zich te herinneren dat er een andere keuze mogelijk is.
De keuze voor onwaar of Waar.
Iedere keer als de waarnemende denkgeest waarneemt dat hij een “abnormale” dus onware, onmogelijke gedachte projecteert, kan nu een bewuste keuze worden gemaakt:
wil “ik” (ik=nu de waarnemende/keuzemakende denkgeest die zich bewust is geen lichaam, projectie te zijn, maar (projecterende) denkgeest), deze projectie, welke eruit ziet als iets wat in “mijn” leven lijkt te gebeuren, gebruiken om de afscheiding in stand te houden en uit te breiden, of wil ik het laten gebruiken om de kloof van afscheiding te dichten?

Dat betekent dat ik (denkgeest) besef dat mijn drang tot “doen” niet komt vanuit het lichaam dat dingen lijkt te willen doen, maar altijd vanuit denkgeest.
Dus er is nog steeds de ervaring het gevoel, emotie dat “mijn” lichaam iets doet, maar tegelijkertijd wordt ingezien dat het de denkgeest is die kiest voor uitbreiding van afscheiding, door net te doen alsof het lichaam de bron is van het “doen”.
Daardoor krijgt het “doen” nog steeds schijnbaar vanuit het lichaam, maar nu beseffend dat het de denkgeest welke de de bron is, een totaal andere functie.
Ik “doe” schijnbaar nog steeds hetzelfde in mijn wereld, maar het heeft nu een totaal andere doel gekregen. Het doel verschuift van afscheiding uitbreiden naar afscheiding oplossen.
In ECIW wordt dit het proces van ware vergeving genoemd wat gebeurt vanuit de denkgeest die zich aan het herinneren is; de juist-gerichte denkgeest, wat praktischer voorgesteld in ECIW als Jezus en of de Heilige Geest.
Aangezien het geloof in het abnormale denksysteem van het egodenken erg hardnekkig is maakt het denksysteem van ware vergeving gebruik van hetzelfde abnormale denkgeest systeem, omdat dat bekend is en begrepen kan worden.
Het abnormale egodenksysteem maakt gebruik van zijn projecties, door ze echt te maken, het denksysteem van ware vergeving gebruikt ook dezelfde projecties (dus beelden, situaties, woorden enz.), maar nu enkel en alleen nog om ze te vergeven, vanuit de gedachte dat wat lijkt te gebeuren niet kan gebeuren, omdat afscheiding simpelweg niet mogelijk is.
Dat wat lijkt te gebeuren wordt hierbij niet ontkend, maar volledig en eerlijk onder ogen gezien, precies zoals het zich lijkt voor te doen binnen het (ego)denksysteem wat we kennen, er wordt niets aan de projectie verandert, (“we” blijven dat wat binnen het egodenksysteem normaal is, normaal doen) het wordt alleen vergeven.
Als ware vergeving heeft plaatsgevonden, betekent dat niet dat de projectie persé wel of niet verandert, maar het betekent wel dat het denken erover totaal verandert is. En als gevolg daarvan kan de projectie veranderen, zonder dat we van te voren weten hoe dat eruit zal gaan zien, laat staan dat het een doel op zich is.

Het zal duidelijk zijn dat dit proces van ware vergeving, dus de omslag in het denken welke logischergewijs alleen in de denkgeest plaatsheeft, heel veel oefening nodig heeft.
Een cursus in wonderen heet niet voor niets een “cursus”.
Het is een levenslang leerproces dat duurt zolang het onvermijdelijke proces van ontwaken vanuit de “abnormale” (ego)denkgeest duurt.
Een stap voor stap schijnbaar individueel leerproces, waarbij het individuele schijnbare script (mijn/jouw/ons leven) wordt her-gebruikt om te ontwaken uit een zelfgekozen abnormaal (ego)denksysteem dat gelukkig geen enkele invloed heeft op wat Waar, Eén, Heel is. In die zin is het hele proces van ontwaken een reis zonder afstand.

Zinloos dus? Op waarheid niveau inderdaad volstrekt zinloos, maar op on-waarheid niveau noodzakelijk en behulpzaam, omdat dat wat weliswaar on-waar is, maar bekent is, heel slim wordt her-gebruikt en als het ware terug gedraaid wordt tot de ene afscheidingsgedachte die het hele denksysteem van tijd en ruimte schijnbaar in beweging zet en zich als een vastgelopen plaat steeds maar herhaald.
Nogmaals een schijnbaar individueel proces, terwijl het ondertussen de ene denkgeest die zich vergist en on-waarheid als waarheid ziet is, die ervoor kiest terug te herinneren in Waarheid, Eenheid, God, Liefde.

Kortom ECIW ontmoet ons waar we denken en geloven te zijn, midden in een volstrekt onwaar, onmogelijk abnormaal denksysteem en her-gebruikt dat zelfde denksysteem volledig oordeelloos middels ware vergeving om terug te keren in waar nooit uit is weggegaan.
De troostrijke gedachte is dan ook, dat als afscheiding nooit heeft plaatsgevonden het proces van het ongedaan maken van het geloof in afscheiding nooit kan mislukken, de afloop staat immers al vast…

Ik, de denkgeest is precies daar waar deze is (denkt en gelooft te zijn).
Dat is geen oordeel maar een ‘feit’ binnen de feit-loze wereld van de droom.
En dat is precies wat het kan zijn, een feit waar niet over geoordeeld hoeft te worden.
Dat betekent ook dat ik de waarnemende denkgeest, vermomd als (droom) lichaam tussen alle andere vermomde schijnbare (droom) deeltjes van de denkgeest ook niet hoef te oordelen over de andere vermommingen, maar beseft dat ze alleen maar uitbeelden waar de onderliggende projecterende denkgeest is en aan toe is, en waar ik als denkgeest ben en aan toe ben. Het reflecteert alleen dat, en dat maakt de denkgeest tot bron en niet de projecties (denkgeest-vermommingen).

Elk oordeel wat er nog is over mijzelf en anderen reflecteert dan ook alleen oordelen over het feit-loze. Er is dan uiteindelijk geen reden meer om te oordelen, het hoeft simpelweg niet meer.
Dit is niet iets wat ‘ik’ doe, het is het logische resultaat van daar waar de denkgeest is en aan toe is.

En als de denkgeest wel oordeelt en wel de wereld als echt ziet en daardoor helemaal niet ziet dat er alleen denkgeest is die kan oordelen en niet een lichaam dat kan oordelen, dan is dat waar de denkgeest is en aan toe is. Dat is het enige feit, binnen het feit-loze, omdat het het feit-loze reflecteert.

Van totaal afgescheiden zijn naar totaal Heel zijn via en door de poort van eenzaamheid.
Er komt een punt op de weg naar Huis waar ik inderdaad moet erkennen dat ik niet weet wat ik ben, niet weet wat ik doe, waar ik ben, of hoe ik de wereld of mijzelf moet bezien.

Het ‘niets punt’ waar de tijd stilstaat, waar alleen de waarnemende-denkgeest de definitieve keuze maakt. De keuze voor het luisteren naar de ego-denkgeest of de Heilige Geest Denkgeest, voor de onjuist- of juistgerichte denkgeest.

Dit is de keuze die de ene Zoon van God moet maken, de Verzoening voor zichzelf moet aanvaarden. Niemand buiten hem kan daarbij helpen, alleen de Innerlijke leraar Jezus die hem hierin is voorgegaan kan hem hierbij terzijde staan.
Alle verleidingen worden terzijde gelegd, alle verleidingen die uit een buitenwereld lijken te komen. Alle gedachtes van dat het mogelijk is dat dingen buiten mij, mij pijn kunnen doen, verstoren, afleiden, tot gebrek en schaarste kunnen leiden, ziekte kan veroorzaken maar ook dat ik niet zonder ze kan, ze nodig heb enz.

En dan komt er onvermijdelijk het gevoel van eenzaamheid, leegte, de laatste blokkade, schijnbaar de schuld van de buitenwereld, in de steek gelaten voelen, nergens meer aansluiting vinden, vijandigheid. En de waarnemende-denkgeest observeert al deze gedachtes en maakt de keuze. En zo worden al deze gedachtes de poort verder de hel in of de poort naar de Hemel.
De Cursus heeft troostrijke woorden voor tijdens dit schijnbare eenzame proces door te laten zien hoe waanzinnig de gedachtes en de keuze voor de ego-denkgeest eigenlijk is:

Alleen zijn betekent afgescheiden zijn van de oneindigheid, maar hoe kan dit als de oneindigheid geen einde kent? Niemand kan zich buiten het onbegrensde bevinden, want wat geen grenzen heeft moet wel overal zijn. In God, wiens universum Hijzelf is, is geen begin of eind. Kun jij jezelf uitsluiten van het universum, of van God, die het universum is? Ik en mijn Vader zijn één met jou, want jij bent deel van Ons. Geloof jij werkelijk dat een deel van God kan ontbreken of voor Hem verloren kan zijn? Als jij niet een deel van God was, zou Zijn Wil niet een eenheid zijn. Is zoiets denkbaar? Kan een deel van Zijn Denkgeest niets bevatten? Als jouw plaats in Zijn Denkgeest door niemand anders dan door jou kan worden ingenomen, en het innemen ervan jouw schepping was, dan zou er zonder jou een lege plaats zijn in Gods Denkgeest. Uitbreiding kan niet belemmerd worden, en ze kent geen leemten. Ze gaat eeuwig voort, hoezeer ze ook wordt ontkend. Jouw ontkenning van haar werkelijkheid kan haar tegenhouden in de tijd, maar niet in de eeuwigheid. (T11.I.2-3)

Alleen mijn ontkenning het vasthouden aan de gedachte van afscheiding houdt mij gevangen in een zelfgeschapen eenzaamheid. Niet het eenzaam zijn in een wereld is het probleem met alle bijbehorende schijnoplossingen, maar alleen maar één waangedachte, voortkomend uit schuld:

‘Alleen zijn is schuldig zijn. Want jezelf als alleen ervaren is de Eenheid van de Vader en Zijn
Zoon ontkennen, en aldus de werkelijkheid aanvallen.’ (T15.V.2:6)

Alleen, eenzaam zijn is dan ook alleen schijnbaar mogelijk in een wereld waar afscheiding een reële optie lijkt te zijn en daardoor onmogelijk:

‘Je kunt nooit alleen zijn, omdat de Bron van alle leven je vergezelt, waar je ook gaat. Niets kan jouw innerlijke vrede tenietdoen, omdat God je vergezelt, waar je ook gaat.’ (WdI.41.4:3-4)

En dan kan ik niet anders dan me afvragen hoe ik ooit heb kunnen denken dat het onmogelijke heeft kunnen plaatsvinden:

‘Hoe kan ik alleen zijn als God mij altijd vergezelt? Hoe kan ik twijfelen en onzeker zijn over mezelf als volmaakte zekerheid in Hem rust? Hoe kan ik door iets verstoord raken als Hij in absolute vrede in mij woont? Hoe kan ik lijden als liefde en vreugde mij dankzij Hem omringen? Laat ik geen illusies koesteren over mezelf. Ik ben volmaakt, omdat God me vergezelt waar ik ook ga.’ (wdI.herh.59.1.(41):2-7)

En tot de conclusie komen dat het niet heeft plaatsgevonden ómdat het onmogelijk is en het slechts ‘Een nietig dwaas idee is’. (T27.VIII.6:2)

En waarom nog tijd en energie steken in iets wat niet waar is en niet kan en precies om die reden zo vermoeiend, uitputtend en uiteindelijk dodelijk is.
En zo wordt het totale ‘niets punt’ een ‘Alles punt’ waarop de waarnemende- denkgeest de enige keuze maakt die mogelijk is…

De egodenkgeest kant van de ene denkgeest, de illusoire kant dus, ziet alles op z’n kop.
Ik zie dan als symbool daarvoor zo’n ouderwetse camera voor me, die je voor je borst hield en als je dan door de lens keek zag je het beeld wat je wilde fotograferen op z’n kop.
Zo zet de egodenkgeest alles wat Waarheid is op z’n kop en denken we en projecteren we precies het tegenovergestelde van wat onze Werkelijke gedachten zijn.
Onze Werkelijke gedachten vertegenwoordigen Eenheid, Waarheid, Werkelijkheid, Onveranderlijkheid, non-dualisme, Liefde, God (allemaal woorden voor hetzelfde, te gebruiken naar keuze).
Dus bijvoorbeeld de Werkelijke gedachte ‘Eenheid’, wordt door de onwerkelijke egodenkgeest omgekeerd naar ‘tweeheid’. Het wordt dan ook ineens een woord, het omkeren wordt ook meteen geprojecteerd en verschijnt nu als woord.
‘In den beginne was het (ego)woord)’, en meteen schiep, projecteerde (ego)god de wereld. En dan zien we meteen dat ook God omgekeerd wordt naar god.
Een van mij afgescheiden god, precies het tegenovergestelde van God die staat voor Onveranderlijke Eenheid, en van niets weet, en die ook geen enkele behoefte heeft iets te moeten weten, laat staan bedenken en maken, want waarom zou dat gewild worden als alles volmaakt en Eén IS?
Zie daar het ontstaan van de wereld, het universum en alle vormen, allemaal geschapen door (ego)god en dus het totaal tegenovergestelde van de God van Eenheid.
En omdat dit hele nietig dwaze idee onmogelijk is, want Eén blijft Eén, is en blijft het een illusie, die alleen mogelijk lijkt door mijn geloof erin.

En dat dat zo is bewijst de wereld zelf, dat wat de ogen zien, komt voort uit de gedachte, de geconditioneerde gedachte die in afscheiding gelooft, die erachter zit. De ogen zien niet zelf, de denkgeest kijkt en interpreteert zoals deze is geconditioneerd.
Dus de wereld zoals wij die DENKEN te zien is niet wat het lijkt. Het is precies het omgekeerde van wat het probeert te verbergen, te vergeten en te ontkennen, namelijk dat we onveranderlijke Geest zijn.
Die gedachte is nu de vijand en moet koste wat kost verborgen blijven en de wereld die de egodenkgeest-god heeft gemaakt moet nu verdedigd worden.
Deze omgekeerde god wordt nu aanbeden en is precies het tegenovergestelde van Liefde, namelijk angst.
En wat kan deze illusoire egogod anders projecteren dan angst? En in deze wereld van dualisme, van afgescheidenheid, van angst, zijn wij, de ‘ene Zoon van God’ , die in werkelijkheid alleen maar Liefde kan uitbreiden, ineens het omgekeerde daarvan geworden, een heleboel illusoire afzonderlijke afgescheiden ‘zonen van god’, geboren uit angst, die sidderen voor deze god van angst en zich bovendien zondig en schuldig voelen, omdat ze nooit aan de eisen van deze haatvolle god kunnen voldoen. Deze god die het prachtig lijkt te vinden om dood en verderf te zaaien en alles en iedereen tegen elkaar op lijkt te zetten, en niet genoeg kan krijgen van deze onmogelijke cyclus van geboorte en dood.

En het is niet waar, het kan niet waar zijn.
Het is slechts een ziek verzinsel van de denkgeest die gelooft in afscheiding en dat wat Waar is omkeert.
De wereld zoals wij die denken te zien laat dus precies het tegenovergestelde zien van wat we in werkelijkheid ZIJN.
Wij geloven dat we een lichaam zijn, we geloven dat er andere lichamen zijn, dieren, planten, mineralen, water, lucht, dingen en ondertussen zijn het projecties vanuit de ‘op z’n kop’ gedachte, gedacht door de denkgeest, dat het mogelijk en wenselijk is afgescheiden te zijn van Eenheid, van God, van Liefde. En we denken en geloven dat dat wat we nu zien de werkelijkheid is, terwijl het alleen maar symbolen zijn van een onmogelijke, onwerkelijke gedachte, de totale ontkenning en omkering van wat onze Werkelijkheid IS.

Waar ECIW ons bij helpt is deze zieke omkering weer recht te zetten.
ECIW is het symbool (een van de vele) voor de herinnering aan wat we werkelijk ZIJN.
En daarbij gebruikt het alles wat wij (de denkgeest) op z’n kop hebben gezet en als zodanig denken te zien en aan hebben genomen als waarheid. Daardoor wordt ons dagelijkse leven zoals we dat beleven en ervaren ‘omkeer-materiaal’, in Cursus taal ‘vergevingsmateriaal’.

Dus als ik ervaar als lichaam, dat ik wordt aangevallen door een ander lichaam, of dat er nu uitziet als een lichte irritatie, belediging of een moordaanslag of wat voor conflict dan ook, dan ervaar ik alleen maar wat onmogelijk is, namelijk dat ik me afgescheiden heb van Eenheid. En omdat het onmogelijk is, maar toch lijkt te gebeuren noemen we dat een droom of een illusie.
En het beeld dus precies het tegenovergestelde uit van de Werkelijkheid, namelijk dat alles alleen maar Een kan zijn, geen tegengestelde kent en alleen maar Liefde kan zijn.

ECIW leert mij, denkgeest, dus totaal anders naar mijzelf, anderen, de wereld en alles wat lijkt te gebeuren in die wereld, te kijken en het alleen nog maar als vergevingskans en vergevingsmateriaal te zien, oftewel, als omkeer- terugkeermateriaal te zien.
Mijn leven met al mijn ervaringen krijgt daardoor een totaal omgekeerde functie.

De denkgeest ontwaakt dan langzaamaan uit zijn krankzinnige droom van ‘op z’n kop’ zien en herinnert zich weer dat hij denkgeest is, die dit alles verzonnen heeft.
Ik neem mijn plaats als denkgeest weer in, nu heel bewust, want ik weet nu dat ik niet een lichaam ben, maar denkgeest die nu als waarnemende en keuzemakende denkgeest in elke (droom, illusoire) situatie opnieuw de keuze kan maken, tussen denken vanuit egodenkgeest, vanuit afscheiding dus, of vanuit Heilige Geest denkgeest, vanuit de herinnering aan Eenheid.
En zolang ik nog ervaar hier in deze wereld rond te lopen, zal de wereld een gelukkige droom zijn, niet omdat de ‘op z’n kop’ droom nu ineens een prettige vorm krijgt, zoals misschien een baan krijgen, een mooier huis, auto, meer geld, gezondheid, betere relaties enz., maar omdat ik nu vanuit Heilige Geest denkgeest kijk en ervaar, vanuit mijn Juist-gerichte denkgeest, die zich Herinnert, en in alles nu de Onveranderlijke Liefde zie, die eerst verborgen leek door alle wereldse vormen. De Cursus noemt dat de Christus in al mijn broeders zien.

Op een gegeven moment na jarenlang van leren wat vergeving is en hoe ik dat dan ‘doe’; door ‘niets’ te doen, en dat meer en meer ga ervaren, vindt ik mezelf zomaar ineens terug in de positie van de waarnemer en tevens de keuzemaker.
Door alles wat niet werkt en dus niet ‘waar’ is eerst eerlijk in de ogen gekeken te hebben en de zinloosheid ervan te hebben ingezien, groeide de bereidheid om dit alles te vergeven, de Cursus manier van vergeven, dat ik werkelijk inzie dat er ‘niets’ gebeurt is en ik (de denkgeest, niet het lichaam in mijn verhaal) onveranderlijk Eén Geest ben.
En dan ineens weet ik het zeker, er is geen wereld, er is geen ‘ik’ zijnde een lichaam er is alleen denkgeest die dit alles heeft geprojecteerd vanuit zonde, schuld en angst.
Ik bevind me dan op dat punt van de denkgeest dat in staat is waar te nemen en bereid is de keuze te maken tussen waar te nemen vanuit egodenkgeest, dat gedeelte van de denkgeest dat gelooft dat het afgescheiden kan zijn van Eenheid, of waar te nemen vanuit Heilige Geest Denkgeest dat gedeelte van de denkgeest dat ‘weet’ dat de verbreking met de verbinding met Eenheid nooit heeft kunnen plaatsvinden en dat ook nooit zal gebeuren.
Ik kan nu zien dat alles wat ik denk te zien mijn eigen keuze is en niets met een onwillekeurige, grillige, ‘ze doen maar raak’ wereld buiten mij te maken heeft. Het zijn mijn eigen projecties die de achterliggende bron, de gedachten van zonde, schuld en angst weerspiegelen. Meer is het niet.
De monsters onder mijn bed en de enge schaduwen op de muren zijn niet ‘echt’, het zijn projecties vanuit angst.
Ik wordt wakker uit deze nachtmerrie en ben alleen nog maar waarnemer.
Elke situatie waarin ik me lijk te bevinden is nu als een droom, of een film die enkel en alleen mijn innerlijke denkgeest toestand weergeeft in een uiterlijke, geprojecteerde vorm, in een van de miljarden mogelijkheden (scripts) die de egodenkgeest maar bedenken kan, en waarbinnen één van deze miljarden mogelijke scripts ik ‘geloof’ te leven. En tevens is dát het enige probleem wat er is; mijn ‘geloof’ er in.
Daarom kan je ECIW ook geen nieuw soort ‘geloof’ noemen.
Het is een denkgeest toestand waarin ik heel duidelijk zie en weet dat er enkel en alleen een uiterlijke weergave van een innerlijke toestand aan de hand is.
Allemaal ‘verhalen’, verhalen, sproken, die niet werkelijk gebeurd zijn, maar waar wel in wordt geloofd.

Daar sta ik dan, op die splitsing in de weg, waar ik de keuze moet maken, een bewuste keuze, die voorheen onbewust was en mijn keuze was gebaseerd op mogelijkheden binnen het verhaal van het door de egodenkgeest geprojecteerde script, dat wat ik mijn leven noemde.
Nu zie ik dat mijn werkelijke keuze niet gaat om de rechter of de linker weg te kiezen, maar om de keuze op denkgeest niveau, en daar kan alleen gekozen worden voor egodenkgeest of voor Heilige Geest Denkgeest, symbolische namen voor de keuze voor angst of voor Liefde.

En ik maak die keuze, als voortdurende waarnemende en keuzemakende denkgeest, steeds weer opnieuw, in elke situatie die zich aandient in het script.
En dan maakt het helemaal geen bal uit of ik rechts of linksaf sla, want beide scripts, beide mogelijkheden zijn al opgenomen/geschreven, het gaat er alleen om de keuze te maken onder wiens leiding ik een bepaald script in stap; ego of HG.

Kies ik alsnog voor ego dan zullen al mijn avonturen, al mijn verhalen doordrenkt
zijn van angst in al zijn kleurrijke geprojecteerde vormen en zal ik me slachtoffer blijven voelen.
Kies ik voor de leiding van Heilige Geest en of Jezus, dan zal ik al mijn verhalen zien als lessen om te leren dat ik de verhalen niet ben en dat ik voor een andere ervaring kan kiezen. Een ervaring die mijn mijn ware Zijn zal tonen en tevens die van alles en iedereen, niets en niemand uitgezonderd.

Een nieuwe ervaring wil niet zeggen dat de vorm van het script ook verandert, we hebben immers aanvaard dat er alleen denkgeest is en dat wat we zien niets anders is dan een projectie vanuit de denkgeest. En de projectie veranderen is niet het doel, want dat zou de vorm alleen maar weer ‘waar’ maken en tot doel maken en dat is niet het werkelijke doel namelijk; ontwaken uit de droom.
En mijn denkgeest ervaringen zullen me dan ook tonen voor welke leiding ik heb gekozen en het enige wat ik, waarnemende en keuzemakende denkgeest, dan hoef te doen is opnieuw te kiezen, en opnieuw en opnieuw, en opnieuw en dat gaat steeds sneller en makkelijker, tot het niet meer nodig is…

%d bloggers liken dit: