archiveren

Tagarchief: vorm

En ineens is daar weer het geschenk van doorzien en het aanvaarden van het geschenk van vergeving en het wonder.
Plotseling was daar het bewust worden van hoe vaak ik (de denkgeest/mind) gedachten van schaamte heb en die projecteer.
En ik ontdekte dit door de gedachte van schaamte ineens duidelijk te zien achter wat er leek te gebeuren als iets buiten me waarvoor ik me schaamde.
Zelf al is het zo dat ik bijna altijd wel herkende dat ik me schaamde voor iets, dan kwam die herkenning altijd toch eerst van het ego wat altijd weer resulteerde in meer schaamte. Schaamte voor de schaamte en zo maar door; het Droste effect.
Nu zag ik ineens heel duidelijk het doel van dit ego mechanisme.

Het schamen vanuit ego, wat dus altijd eerst gebeurt, want schamen is nu eenmaal van het ego en zeker niet van “Heilige Geest” (de juist-gerichte-denkgeest), heeft altijd als doel af te scheiden het heeft echt geen ander doel dan dat.
Ik kan dat ook duidelijk voelen: ik ben anders, ik deug niet, fout bezig, want ik schaam mij, en ik kan me beter afzonderen en me in een hoekje verder gaan zitten schamen en mezelf vervloeken.
En mijn reactie was dan altijd na de schaamte, mezelf een schop onder m’n kont geven, vlug wegstoppen, niet meer aan denken, kom op je hoeft je niet te schamen, doe lekker wat je wil trek je van niemand iets aan. Het ego assertiviteitsplan dus.

Op zich niets mis mee, niet fout of zo (want iets beschuldigend fout vinden is ook weer gewoon kiezen voor schuld, dus egodenken), maar het is een tijdelijke oplossing die bij een volgende situatie welke weer schaamte oproept gewoon weer opnieuw de schaamte op een schuldige manier laat ervaren.
De Cursus beschrijft dit verschijnsel heel beeldend:

“De boodschappers van de angst worden door een schrikbewind afgericht, en ze beven wanneer hun meester ze oproept hem te dienen. Want angst is meedogenloos, zelfs voor zijn vrienden. Zijn boodschappers sluipen schuldbewust weg in hun hongerige
zoektocht naar schuld, want hun meester hongert ze uit, laat ze verkleumen,
en maakt ze heel vals, en vergunt ze alleen zich tegoed te doen
aan wat ze naar hem hebben teruggebracht. Geen enkele flinter schuld
ontsnapt aan hun hongerige ogen. En in hun bloeddorstig zoeken naar
zonde storten zij zich op elk levend wezen dat ze zien, en slepen het
schreeuwend voor hun meester, om te worden verslonden.

Zend deze bloeddorstige boodschappers niet de wereld in om zich daaraan
te goed te doen en de werkelijkheid leeg te zuigen. Want ze zullen je
berichten brengen van botten, vel en vlees. Hun is geleerd naar het bederfelijke
op zoek te gaan, en terug te keren met de strot vol bedorven en
verrotte dingen. Voor hen zijn dergelijke dingen prachtig, want ze lijken
hun knagende, razende honger te stillen. Want ze zijn uitzinnig van
angstpijn, en willen de straf afwenden van hem die ze uitgezonden heeft
door hem dat te bieden wat ze dierbaar is” (T19.i.IV.12:3-7,13.1:5).

Het komt er dus op neer, dat zolang er naar het ego geluisterd wordt en dat gebeurt altijd eerst bij iedere gedachte automatisch, er voor zonde, schuld en angst gekozen wordt, welke keuze vervolgens wordt geprojecteerd (uitgezonden) en zich als iets op z’n zacht gezegd vervelends toont buiten een “mij”. Een “mij” welke ook een projectie is vanuit zonde schuld en angst.

Boos worden of vol walging afkeren van dit ego denken, of het vergoelijken met verdedigende gedachten als “waarom moet je het altijd over dat ego hebben, dat hebben we toch nodig in deze wereld!”, houdt ook de keuze voor egodenken stevig in het zadel.
Weer, daar is niets mis mee, maar het is een groot verschil of we deze constateringen vanuit de keuze voor zonde, schuld en angst (ego) wensen te doen, en dus inzetten om het idee van afscheiding te voeden, of deze zelfde gedachten als vergevingskans en materiaal willen gaan zien, zodat diezelfde gedachten een ander doel krijgen en door ze te vergeven juist richting uitgang uit de afscheiding zullen leiden.

Het gaat dus om de functie en niet om goed en fout.

Zo ook alle momenten van schaamte die ik ervoer, om weer even naar dit thema van dit blog terug te keren.
Doordat ik ineens heel helder doorzag dat ik het geloof in schaamte (een vorm van zonde, schuld en angst) als middel tot afscheiding gebruikte, kon ik nu de keuze maken hier niet meer voor te kiezen en het in plaats daarvan te vergeven. Het soort vergeven waar ECIW het over heeft, werkelijk inzien dat dit wat ik ervaar niet is wat ik dacht dat het was, iets buiten mij dat mij wordt aangedaan, maar slechts een poging tot afscheiding is, door mijzelf uit de bron, de denkgeest te lokken in een wereld die alleen in de waan van de keuze voor de egodenkgeest bestaat.

Deze bewustwording volgt op een eigenlijk al heel lang intellectueel ‘weten’ en snappen van dit ego mechanisme, maar altijd weer blijkt dat dat intellectueel weten een eerste stap is en dat een ervaring nodig is om de werkelijke omkeer in het denken, het wonder dus, te laten gebeuren.

Het is nu niet zo, dat zolang ik nog een “ikje” lijk te ervaren in een “wereld” er geen schaamte meer zal zijn.  Het grote verschil is dat de identificatie met de acteur die schaamte uitbeeld op het toneel terug gegeven is naar de bron, de denkgeest. En deze keuzemaker is zich nu bewust van de keuze die gemaakt kan worden, de keuze tussen afscheiding (egodenken) of de keuze voor terug herinneren in waar nooit uit kan zijn weggegaan: Waarheid, Eenheid, God, Liefde.

Nogmaals, de vorm waarin dit alles in wordt uitgespeeld hoeft niet (kan wel) te veranderen, maar wel het doel en dat maakt het verschil tussen hel of Hemel (egodenkgeest of Heilige Denkgeest), dat is de schaamte echt voorbij zijn.

Vergeven is het geven van overvloed als tegenhanger van de gaven van het dualistische ego die altijd over schaarste/overvloed gaan.
Geven door vergeven is geven en ontvangen zijn hetzelfde en is niet vorm gericht.
Geven vanuit schaarste/overvloed (het dualisme van het ego) is geven en nemen zijn verschillend en is altijd vormgericht.

Geven vanuit schaarste/overvloed (ego) is ik geef jou wat en dan verwacht ik van jou wat terug, anders verlies ik iets en win jij er is dus altijd een verliezer en een winnaar en altijd vorm gericht.

Beide vormen van geven komen vanuit de denkgeest, er is immers alleen maar denkgeest die denkt en projecteert.
Dus de vorm, de projectie is nooit de bron, maar altijd de denkgeest, ook al lijkt dat bij het ego-geven/nemen wel om een bepaalde uiterlijke vorm te gaan welke als oorzaak/gevolg wordt gezien.

Als ik altijd het gevoel en de ervaring heb dat ik te weinig of geen geld heb, dan lijkt het wel of niet hebben van geld de oorzaak te zijn. En zal mijn ego-gerichte oplossing zich altijd concentreren op het verkrijgen van meer geld. De onderliggende bron, de wens van het ego om, als tegenhanger van de natuurlijke overvloed van Eenheid en als verdediging daar tegen, de gedachte/idee van schaarste, blijft hierdoor opzettelijk verborgen.
Door mijn vorm/situatie gericht denken en dat te zien als oorzaak en gevolg blijf ik rond draaien in het geloof in schaarste/verlies en de (ego) oplossing daarvoor, het idee van geven en nemen, zonder de werkelijke oorzaak te (willen) zien.

Door deze gedachten wel te leren zien en te onderscheppen, door eerlijk naar al mijn gedachten te kijken, kan ik dit ego spelletje van schaarste/verlies en geven en nemen doorbreken door consequent elke gedachten van schaarste/verlies te leren herkennen en te leren vergeven.
Dit vereist veel oefening en vertrouwen, want het ego doet ook mee in elke gedachte en zal proberen het idee van schaarste/verlies en geven en nemen in stand te houden.
Dit zal een ervaring van hevige weerstand geven, waardoor het een slecht idee lijkt en er van wordt afgezien en opnieuw gekozen wordt voor het oude, bekende ‘veilige’ ook al voelt die ego versie ook niet prettig, maar wel bekend en schijnbaar controleerbaar.
Zoals bij een verslaving aan bijvoorbeeld alcohol, roken, drugs de verslaving ook uiteindelijk niet prettig voelt, maar wel prettig in de zin van bekend, veilig en vertrouwd.
Bovendien schuilt daaronder diep verborgen in het onderbewuste, de angst, het idee van, als ik mijn verslaving aan schaarste/verlies opgeef, en vergeef, dan valt mijn verdediging tegen Overvloed dat wat Eenheid, Waarheid, God is weg en wat dan?!
Deze onbewust gehouden angst wordt ervaren als een niet te benoemen angst voor het grote onbekende en als het verlies van “ik” zoals ik die nu als verslaafde aan schaarste/verlies ken, ook al haat ik (onbewust) die “ik”.

Ware Vergeving ziet dit hele ego spel onder ogen, zonder daar nog een oordeel over te hebben, door ook elk oordeel erover consequent te vergeven.
Dit lijkt onmogelijk door de veelheid van gedachten die er altijd zijn. Maar bedenk dan dat dit ook weer een verdedigende ego gedachte is.
En dat mijn verdediging niets anders is dan de ontkenning van de herinnering dat er alleen denkgeest is, en niet een lichaam dat denkt.
Want ook de gedachte een lichaam te zijn is een verslaving aan schaarste/verlies. Kijk maar naar wat je gelooft over het lichaam, het moet onderhouden worden, het kan zich alleen voelen, bestolen, rijk, arm, niet geliefd, wel geliefd, het slijt, wordt ouder, kan ziek worden,enz. enz. en gaat bovendien onvermijdelijk dood. Nou als dat geen projectie van schaarste/verlies is!?

De bron van al deze ideeën ligt niet in het lichaam, maar in de denkgeest die ze denkt en projecteert. En, zoals we al eerder hebben besproken, ideeën verlaten nooit hun bron; het lichaam kan dus nooit de oorzaak en het gevolg zijn, (WdI.5) ook al willen we dat wel geloven uit angst voor schaarste en verlies.
De oorzaak en het gevolg bevinden zich altijd in de denkgeest.

Ware Vergeving gaat dus over het vergeven van de gedachte, de gedachte van schaarste/verlies, en niet het vergeven van een “ik” die het maar niet lukt om voldoende geld bij elkaar te scharrelen, want dat is niet het probleem. Het probleem is de gedachte en het geloof in schaarste/verlies en niet zoals het zich heeft geprojecteerd in een bepaalde vorm als een persoon die aan schaarste/verlies lijdt.

Als de gedachte van schaarste/verlies vergeven wordt, wordt automatisch de projectie ook vergeven, want nogmaals ideeën verlaten niet hun bron.
De focus zal dan niet meer liggen op het opheffen van schaarste/verlies in de vorm, zoals het zich heeft geprojecteerd, maar op de gedachte die nu van schaarste/verlies verschuift naar Overvloed. Het idee van Overvloed.
De denkgeest die zich daarvan bewust wordt, doordat de onbewust gehouden gedachten van schaarste/verlies aan het licht gebracht zijn en vergeven, zal zich zijn ware aard: grenzeloze overvloed herinneren.
Verwacht ik echter dat ik dan ook in de vorm overvloed zal ervaren in de vorm van ineens heel veel geld krijgen, dan weet ik dat ik weer voor het ego idee van schaarste/verlies gekozen heb, want geen enkele vorm is onveranderlijk.
Een vergeven denkgeest echter heeft zich herinnerd Onveranderlijk te zijn en zal zich dat blijven herinneren hoe het script zich ook verder ontvouwd als vorm.

Niets werkelijks kan bedreigd worden.
Niets onwerkelijks bestaat.
(T.In.2:2-3)

Voor een vergeven denkgeest is geven en ontvangen hetzelfde, omdat hij geeft vanuit de overvloed van de onveranderlijke grenzeloze non-dualistische Geest.

 

Stel dat ik nou andere keuzes in mijn leven had gemaakt, wat zou er dan gebeurt zijn? Dit is een vraag die we ons allemaal wel eens stellen neem ik zomaar aan.
Wie stelt deze vraag? Duidelijk dat gedeelte van mijn denkgeest dat in tijd en ruimte gelooft; de egodenkgeest.
Maar ik heb toch wel een ernstig vermoeden dat ik dat niet ben en ook niet de projectie die aan die gedachte vast zit; een lichaam en de rest van de wereld die mijn zintuigen waarnemen.
Als ik dat allemaal niet ben, dan blijft over dat ik 100% denkgeest ben.
Dus dat wat ik mijn leven noem is 100% een projectie vanuit de denkgeest die gelooft in zonde, schuld en angst en dat projecteert in beelden die getuigen van deze innerlijke toestand (zie vorig blog).
Dat moet wel betekenen dat ik alleen maar een keuze kan maken voor welke kant van de denkgeest ik kies, voor zonde, schuld en angst, of voor Liefde en niet voor een bepaalde vorm, een situatie in een wereld.
Want als er alleen denkgeest is die denkt en gelooft en projecteert, kan er nooit ‘vorm’ zijn zonder de projector, de denkgeest.

Dat wat wij ‘de vorm’ noemen, de wereld met alles d’rop en d’ran lijkt een tijd en ruimte gebonden gebeuren te zijn.
Dat is het niet er is maar ‘één nietig dwaas idee’, een onmogelijk idee waardoor de gedachte ‘tijd en ruimte’ mogelijk leek en waarin de denkgeest die voor afscheiding koos gelooft.
Om dit onmogelijke idee ogenschijnlijk waar te lijken zijn moet dat ene nietig dwaas idee steeds herhaald worden, want op het moment dat het er lijkt te zijn verdwijnt het ook weer onmiddellijk. En alleen het geloof in tijd en ruimte houdt het onmogelijke schijnbaar in stand. Elke gedachte die ik heb wordt gedacht met maar één doel; mijn zelf bedachte wereld in stand te houden. Stoppen met denken betekent voor de denkgeest die voor ego kiest en daarin gelooft, einde verhaal. En dat is duidelijk een angst gedachte, die zichzelf alleen door diezelfde angst in stand houdt.
Een gesloten angst-denksysteem, dat wat we de egodenkgeest noemen.

Dat ene nietig dwaas idee (de gedachte en het geloof in zonde, schuld en angst) wat elke nietig dwaas idee variant die er maar te bedenken valt bevat, spat elke keer weer als een big bang in miljarden denkgeest fragmenten uiteen, zodat er miljarden verschillende ideeën + projecties lijken te gebeuren. Ideeën die gevoed worden door het idee en het geloof in zonde, schuld en angst en worden geprojecteerd als schijnbaar afzonderlijk van elkaar afgescheiden levens.
Al die levens, al die mogelijkheden lijken zich nu horizontaal af te spelen in tijd en ruimte, terwijl ze nog steeds allemaal tegelijkertijd ontstaan en meteen weer verdwijnen, zoals hierboven beschreven, omdat dat wat niet kan bestaan alleen maar schijnbaar kan bestaan door het geloof erin.

Dus in werkelijkheid maakt er geen ‘ik’ een keuze voor een bepaald leven of voor een bepaalde situatie, dat doet de denkgeest. Er is alleen maar EEN dus alles is er tegelijkertijd, de ene keus voor afscheiding en het ene geloof in zonde, schuld en angst + de bijbehorende uiterlijke weergave van die innerlijke toestand van het geloof in zonde schuld en angst, de projecties. De keuzes die ik maak op vorm gebied zijn slechts schijnbare keuzes op nog steeds denkgeest niveau, die alleen maar dienen om dat wat nooit gebeurt kan zijn toch de schijn van waarheid te geven, door één verhaal lijntje eruit te pikken en dat op een schijnbare tijd en ruimte spoortje te zetten, zodat er iets lijkt te ontstaan wat ik ‘mijn leven’ te noem. En nogmaals enkel en alleen het geloof van de denkgeest, die zich verstopt achter zijn projecties, in dit systeem houdt het in stand. De ‘ik’ denkgeest die denkt en gelooft een lichaam te zijn en vanuit die gedachte en geloof, denkt en gelooft een bepaald leven te lijden vol met keuzes die gemaakt moeten worden en daar eventueel spijt van kan krijgen (heel duidelijk een projectie van zonde, schuld en angst).
De enige keuze die steeds weer gemaakt wordt door de in zonde, schuld en angst gelovende denkgeest, is de keuze voor zonde, schuld en angst, ook al lijken de scripts te verschillen, en lijken er keuzes gemaakt te moeten worden op vorm (projectie) niveau.

Kan ik dus spreken van kiezen voor wat voor leven ik wil lijden, of ik rechts of links, of rechtdoor wil gaan?
Nee, want alles vindt tegelijkertijd plaats, alle scripts ‘bestaan’ als projecties op hetzelfde moment en hebben als enige bron het geloof en de keuze voor zonde, schuld en angst.

Het heeft dus geen zin om me af te vragen, had ik toen en toen een andere keuze moeten maken en wat zou er dan gebeurt zijn. Want dat suggereert dat projecties van zonde, schuld en angst, in dit geval ‘spijt’, echt bestaan en werkelijk zijn, instaat tot allerlei gevolgen.
Het heeft wel zin om de vraag die duidelijk afkomstig is vanuit het geloof in zonde, schuld en angst: spijt + projectie, terug te nemen in de denkgeest en te laten vergeven, in het ‘gebied’ van de HG kant van de denkgeest, omdat illusies (alle gedachten van zonde, schuld en angst) daarin simpelweg oplossen, omdat ze nooit gebeurt kunnen zijn.

Praktisch gezien als ik voor een keuze kom te staan die zich schijnbaar op vorm niveau afspeelt, dan verschuif ik de keuze van kiezen voor het geloof in zonde, schuld en angst (keuze voor ego) naar de waarnemende/keuzemakende denkgeest en kies voor het vergeven (keuze voor HG) van mijn geloof in zonde, schuld en angst gedachten. En vertrouw er dan op dat het juiste antwoord zal komen, wat dat ook moge zijn.

Het wordt mij steeds duidelijker getoond dat mijn ego symbolen voor liefde, die als afleiding en substituut voor de Liefde van God zijn opgeworpen, eerst heel eerlijk en duidelijk onder ogen moet worden gezien, voordat ze kunnen oplossen in Ware Vergeving. En dan natuurlijk ‘aan de hand’ van Jezus/Heilige Geest voor mij de symbolen voor de verbinding terug naar de Liefde van God. Doe ik dit ‘aan de hand’ van ego (angst), dan zal de weerstand om eerlijk te kijken gewoon te groot zijn. En het is heel behulpzaam te gaan leren herkennen wanneer ik toch de hand van ego vastpak, en hier eerlijk naar te leren kijken. Gewoon te kijken naar dat wat er op dat moment is en er niet iets anders van te maken, wat mij beter uitkomt, wat weer niets anders is dan weer kiezen voor weerstand, voor angst, dus voor ego.

In de praktijk komt het er dan op neer dat juist mijn symbolen die ik als substituut voor mijn werkelijke Bron heb opgeworpen, de symbolen zijn die mij in de droom het meest nabij lijken te staan. Dus bijvoorbeeld ouders, kinderen, partner, familie, vrienden en niet te vergeten mezelf. Het is niet zo moeilijk om mijn speciale liefde in deze speciale relaties te herkennen, maar het is verdomd lastig de speciale haat te willen herkennen, zien en erkennen.
En toch is dat nodig hier heel eerlijk in te zijn. In de wereld van de droom heerst de dualiteit, en deze bevat zowel speciale liefde, als de andere zijde van de ego medaille, de tegenhanger van speciale liefde, speciale haat. Beide moeten eerst eerlijk onder ogen worden gezien.

Kijk ik hier opnieuw met het ego naar dan is er opnieuw een gevoel van afschuw, wat weer opnieuw nog meer afschuw en weerstand oproept, want de ego denkgeest kan alleen maar zonde, schuld en angst herkennen en projecteren.
Vechten tegen deze gevoelens van afschuw, haat en woede, versterkt het alleen maar en zorgt voor een nog verder wegzakken in haat. Daar is geen uitweg uit als ik dit met het ego (zonde, schuld en angst) blijf bevechten.

Ben ik bereid hier met J/HG naar te kijken, met mijn Juist gerichte denkgeest, dán is er een uitweg.
En daar is behalve bereidheid dit te willen, ook de bereidheid voor nodig oordeelloos eerlijk te kijken naar dat wat er is:  bijvoorbeeld, ja, ik haat mijn moeder, ja, die en die voorheen vriendschappelijke relatie irriteert mij nu ineens bovenmatig, en vooral mijn zelfhaat is enorm. Dat is eerlijk kijken, zonder identificatie ermee, zonder het persoonlijk te maken. En dat is niet erg als ik mezelf dat toch weer zie doen, maar gewoon een vergissing en het geloof een lichaam te zijn te midden van andere lichamen, in plaats van te willen herinneren denkgeest te zijn en wel één denkgeest welke alles en iedereen zonder uitzondering omvat.

Alleen als ik bereid ben hier eerlijk naar te kijken, precies zoals ik het heb opgezet, geprojecteerd en het doel erken, namelijk mijn wil om in afscheiding te blijven, en bereid ben te zien dat het niets maar dan ook niets heeft te maken met de projecties, dus een lastige moeder, of een andere lastige verbinding, (herinner je les 5, Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk), dan pas zal Ware Vergeving werken.

Dat betekent ook dat ik elke uitkomst elke verwachting die mij het beste lijkt in de vorm mag laten varen en ik me gewoon kan laten vallen in dat wat is, aan de hand van HG/J, of een ander symbool dat voor mij staat voor de onvoorwaardelijke Liefde van God, in het vertrouwen dat ik niet weet wat het meest liefdevol is in enige situatie of relatie.

Het ‘doen’ speelt zich niet af in het vervolgens dan toch zelf veranderen van wat zich in de vorm, de wereld, in mijn relaties afspeelt, maar in de denkgeest. En dat ‘doen’, bestaat uit de bereidheid om eerlijk te kijken naar al mijn gedachten, tijdens het ervaren, en deze over te dragen aan HG/J, ‘mijn’ Juist gerichte denkgeest, daar opnieuw de keuze maken, nu heel bewust, voor Vergeving.

Let wel dit betekent niet dat ik me moet terugtrekken uit de wereld en niets meer moet doen. Ik heb het verhaal nog steeds nodig zolang ik hier ‘ervaar’, alleen het verhaal krijgt nu een andere functie, dat is het enige verschil.

Alles wat we denken te danken te hebben aan personen en situaties buiten ons, is in werkelijkheid afkomstig en een reflectie van onze eigen beslissing als denkgeest gemaakt in de ene denkgeest voor ego of voor HG.
Dus in werkelijkheid worden we niet geholpen door andere ‘personen’ buiten ons, (er is geen wereld) maar door wat er zich afspeelt in de denkgeest, want we zijn 100% denkgeest.

“Er is geen wereld! Dit is de kerngedachte die de cursus probeert te onderwijzen. Niet ieder is bereid dit te aanvaarden en ieder moet zo ver gaan als hij zich kan laten leiden langs de weg die hem naar de waarheid voert. Hij zal terugkeren en weer verder gaan, of misschien een tijdje ervoor terugwijken en terugkeren eens weer.” (WdI.132.6:2-5)

We vragen dus altijd hulp in de denkgeest, (ego of HG) ook als we denken hulp te vragen en te krijgen via een of andere vorm (persoon situatie), want dat we dat denken en geloven maakt het nog niet werkelijk, het blijft een geprojecteerde gedachte.
Dus de hulp die we krijgen en terug zien in een of andere vorm is altijd de weerspiegeling van de keuze die gemaakt is om naar toe te gaan voor hulp in de denkgeest.
De verleiding en valkuil kan wel weer zijn dat als we ons, omdat we ons door de geboden hulp in de vorm, weer prettig voelen, we weer helemaal terugkeren in het waarmaken van de vorm, die nu prettiger is en weer als werkelijk wordt gezien.
Dat betekend dan alleen dat de egodenkgeest weer aan het roer staat, niet dat de vorm nu ineens toch echt, echt is geworden.
Het gaat om het doel .

“Waartoe?’ Dit is de vraag die jij in relatie tot alles moet leren stellen. Wat is het doel? Wat het ook is, het zal jouw inspanningen automatisch richting geven. Wanneer je dan tot een doel besluit, heb je een besluit genomen over je toekomstige inspanningen, een besluit dat van kracht blijft tenzij jij van gedachten verandert.” (T4.V.6:8-11)

Wat is het doel, het prettiger krijgen in de vorm, of het Thuis zijn in God, waar Geluk, Vrede en Vreugde de onveranderlijke grondtoon is, van waaruit alles ervaren zal worden onafhankelijk van de vorm waar we in lijken te zitten, zolang we hier nog denken en lijken te zijn.
Je kan in een vreselijke situatie lijken te zitten en je diep ongelukkig voelen, of je kan in een vreselijke situatie zitten en toch in onveranderlijke vrede blijven.
En dat hangt alleen af van de denkgeest waarvoor je kiest om vanuit te denken.
En wat als vreselijk in de vorm wordt bestempeld, voelt alleen vreselijk omdat we ons identificeren met iets wat regelrecht tegen onze ware natuur, denkgeest zijn, indruist.
We voelen ons nooit vreselijk vanwege de vorm, die de oorzaak lijkt te zijn van het vreselijk voelen.
We voelen ons vreselijk, omdat we iets proberen te doen wat niet onze ware natuur is, niet omdat de vorm vreselijk lijkt te zijn.

“Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk.

Dit idee kan, evenals het voorgaande, gebruikt worden bij elke persoon, situatie of gebeurtenis waarvan jij denkt dat die jou pijn bezorgt. Pas het uitdrukkelijk toe op alles waarvan jij gelooft dat het de oorzaak van je onvrede is, en gebruik daarbij de omschrijving van het gevoel in een bewoording die je juist lijkt. De onvrede kan zich voordoen als angst, bezorgdheid, depressiviteit, verontrusting, kwaadheid, haat, jaloezie en nog talloze andere vormen, die je allemaal als verschillend zult waarnemen. Dit is niet waar. Maar tot je geleerd hebt dat de vorm er niet toe doet, is elke vorm geschikt als onderwerp van de oefeningen van de dag. Hetzelfde idee op elke vorm afzonderlijk toepassen is de eerste stap naar de uiteindelijke erkenning dat ze allemaal hetzelfde zijn.” (WdI.5.1)

Als we geholpen worden door ‘anderen’ op een wonderlijke onverwachte manier, dan is dat de weerspiegeling van onze eigen keuze als denkgeest op denkgeest niveau.
De hulp is dus afkomstig van een beslissing en is de beslissing in de ene denkgeest, die alles omvat en niemand uitsluit, ook niet jezelf dus.
De vrede die we dan voelen is dan niet de weerspiegeling van het geloof in vormen die de oorzaak lijken te zijn, maar de weerspiegeling van de Vrede van God en deze Vrede is vormloos en omdat deze vormloos is, zal deze weerspiegeld worden in alles en iedereen die we zien, niets en niemand uitgesloten.

“Het lichaam van jouw broeder laat jou niet de Christus zien. Die is in zijn heiligheid tentoongespreid.
Kies dus zijn lichaam of zijn heiligheid als wat jij wenst te zien, en wat je kiest is wat er voor jou te zien valt. Maar je zult in talloze situaties en in de loop der tijd die geen einde lijkt te hebben, kiezen totdat de waarheid jouw beslissing is. Want de eeuwigheid wordt niet herwonnen door eens te meer Christus in hem te verloochenen. En waar is jouw verlossing, als hij slechts een lichaam is? Waar is jouw vrede behalve in zijn heiligheid?
En waar is God Zelf anders dan in dat deel van Hem dat Hij voor immer in de heiligheid van jouw broeder heeft geplaatst, opdat jij de waarheid omtrent jezelf zou kunnen zien, eindelijk uiteengezet in bewoordingen die je herkende en begreep?” (24.VI.6:7,7:1-6)

Als we toch nog iemand daarvan buitensluiten weten we dat we weer voor egodenkgeest hebben gekozen en het doel weer vormgericht hebben gemaakt.
Dit moet opgemerkt worden en niet ontkend, het is juist goed als het opgemerkt wordt, want dan kan het weer vergeven worden, waardoor het doel weer richting HG gaat.
En zo kunnen we dan het begrip hulpvragen en krijgen opnieuw definiëren. Hulp is altijd afkomstig van de denkgeest, van ego of van HG denkgeest en nooit van een of andere persoon of vorm, en de keuze makende denkgeest maakt de keuze en bepaalt het doel.

Het resultaat van vragen om hulp op HG denkgeest niveau is niet vorm-resultaat-gericht, hoewel de vorm, de personen en situaties dus, de projecties, wel de reminders zijn voor het hulp gaan vragen. Hulp vragen aan HG/J is bevrijd willen worden van zonde, schuld en angst, niet van bepaalde vervelende vormen en situaties.
En als we dan bevrijd zijn van zonde, schuld en angst dan zullen we ook vrij in de wereld staan, zolang we nog in de droom lijken rond te lopen, en alles en iedereen als ‘hetzelfde’ zien als hetzelfde in de ene denkgeest (niet als lichamen, want die zijn allemaal anders op dat niveau) en dus ook niet bang meer zijn de geboden kansen nu zonder angst nu vanuit Liefde in ontvangst te nemen.
De wereld en elke ervaring in de wereld is een symbool en staat symbool voor afscheiding of voor het terug herinneren in Eenheid.

 

 

 

%d bloggers liken dit: