archiveren

Tagarchief: vluchtpoging

Toch wel een groot geschenk dat ik in middels echt zeker weet dat ik nooit in onvrede ben om de reden die ik denk.
Er lijkt van alles te gebeuren op dit moment wat het egodenken zal interpreteren als vormen van “verlies” en het ego antwoord daarop is opvullen dat verlies met iets waar ik wel schijnbaar macht over heb, en dat is wat ik nu net gedaan heb: zo’n 5 liter soep maken en invriezen in 10 portie zakjes, zodat ik 10 dagen niets te verliezen heb, zo!! HAHAHA!

Deze ego oplossing doorzien voor het kwijt proberen te raken of opvullen van het gevoel van verlies wat weer komt van de egokeuze voor vormen van zonde, schuld en angst, krijgt nu ik het doorzie, de functie van een reminder zijn voor waar ik (de denkgeest die in afscheiding geloofd) eigenlijk voor weg loop en dat is het kijken naar wat het ego mechanisme eigenlijk is en dat is alleen maar één grote vluchtpoging weg te rennen uit Eénheid. Een andere functie heeft de keuze voor het egodenken niet.
Dit hele schijnbare soepgebeuren, staat dus symbool voor de keuze uit Eénheid te blijven, het is dus een vlucht.
Even voor de goede orde, het soepverhaal is dus nu geen fout verhaal meer (want dat zou weer de keuze voor schuld zijn) maar een prachtige reminder om naar deze projectie van zonde, schuld en angst te kijken en te vergeven.
Hetzelfde verhaal, want dat is wat de wereld is; een verzameling gedroomde verhalen, krijgt nu een heel andere functie.
Enorm behulpzaam om alles als symbool te gaan leren zien en daardoor niet zo vreselijk serieus meer, alsof het “echt” is.
En de soep smaakt geweldig, want een schuldeloze soep kan niet anders dan lekker zijn!
HAHAHA!

Er is een gedachte over gisteren, over het verleden, er is een gedachte over morgen, de toekomst, er is een gedachte over nu, wat er nu gebeurt, er zijn honderden gedachten, en ze zijn allemaal NU. Ze spelen niet in een verleden of in een toekomst, ze spelen in de denkgeest en dat is altijd NU, ik denk ze NU en NU en NU er is niets anders, ook deze gedachte is NU. En het woord NU is slechts een omschrijving van een gedachte over NU, in het NU.

Het NU is niet iets wat zich in tijd en ruimte bevindt en afspeelt, dat kan geen NU zijn, dat is juist een vlucht uit NU.
Het NU in ruimte en tijd is wat projectie is. Het is de NU gedachte van de denkgeest die naar buiten vlucht, op de vlucht voor zichzelf.
Maar de projectie kan niet het NU van zich afschudden, er werkelijk los van raken, het blijft ermee verbonden. Het kan wel ontkend worden, en dat is wat tijd en ruimte doet, het ontkennen door te vluchten voor het NU en er een eigen versie van maken, dat wat we tijd en ruimte noemen. Wat niet kan, dus alleen maar een illusie kan zijn.
Zie daar wat wij onze wereld in ruimte en tijd noemen. Een grote vluchtpoging uit het NU.

Stel, ik maak me zorgen dat ik bijvoorbeeld een grote belastingschuld moet afbetalen, maar kan dat met geen mogelijkheid afbetalen, want ik heb geen werk. Ik zit dus voor de rest van mijn leven vast aan een schuld die zwaar op me drukt.
Het lijkt alsof dit scenario zich werkelijk afspeelt in tijd en ruimte, er is een verleden (zonde), de toestand waar ik me nu in bevindt (schuld), en een onheilspellende toekomst (angst).
Wat er echter aan de hand is, is een poging tot vluchten uit het NU.
Een vlucht uit de denkgeest, een vlucht uit dat wat we werkelijk zijn, onveranderlijke geest.

De denkgeest denkt, droomt en gelooft dat het zich uit eenheid kan terugtrekken. Dat kan in werkelijkheid helemaal niet, want één is één, het is een onnatuurlijke gedachte en dus kan deze gedachte alleen maar enorme angst met zich meebrengen, en angst zorgt voor een vluchtreactie, de angst gedachte is nu op de vlucht voor zijn eigen angstgedachte. We, de ene denkgeest is in een nachtmerrie terechtgekomen, en vergeten dat het slechts een droom is van en in de denkgeest.

Boven beschreven ‘schuld’ situatie is dus een angstige droomprojectie, een vlucht uit het NU.
Het lijkt nu over een situatie te gaan buiten mij, waar ik het slachtoffer en/of de dader van ben geworden. In werkelijkheid, en werkelijkheid noem ik de denkgeest, is er niets gebeurd en is er alleen een NU gedachte die vervolgens naar buiten geprojecteerd is, zodat het lijkt alsof er zich een situatie buiten mij afspeelt. Ook de ‘mij’ is hierbij getransformeerd (ook geprojecteerd) van denkgeest tot een ‘mij’ lichaam, zodat het nu lijkt dat ‘ik’ een lichaam, enorme belastingschulden heeft.

Ondertussen is er in werkelijkheid niets veranderd, er is nog steeds alleen denkgeest, de denkende denkgeest die alleen maar in het NU kan denken en alleen maar NU gedachten kan hebben..
En ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk, ik voel niet onvrede vanwege mijn belastingschulden, of wat voor schijnbaar probleem dan ook, ik voel onvrede, omdat ik (denkgeest) me van éénheid probeer los te maken, wat onmogelijk is en daarom alleen maar onvrede, pijn en lijden kan opleveren.

Ik kan hiervoor in de plaats ook vrede zien, want ik kies voor mijn eigen gedachten. Alleen ik ben verantwoordelijk voor mijn eigen gedachten en dus ook voor de daaraan gekoppelde projecties, die nog steeds ook gedachten zijn, en gedachten verlaten nooit hun bron.
Ik kan dus in plaats vanuit angst hier ook naar kijken van uit Liefde, vanuit Waarheid.

Ik heb gezien dat waar ik onvrede over lijk te voelen (belastingschuld of enig ander probleem) niet de oorzaak is van mijn onvrede. Ik kan dit ontmaskeren als zijnde ‘onwaarheid’ dus als onmogelijk, en dat is hetzelfde wat Ware Vergeving doet, onderkennen dat wat gebeurd lijkt te zijn buiten mij en dat ik de schuld heb gegeven van wat mij is aangedaan, niet werkelijk heeft plaatsgevonden. Het is een gedachte, en het blijft een gedachte, ook al is deze gedachte geprojecteerd.

Ik kan dus nu de gedachte + projectie terugnemen in de denkgeest, dus terug in het NU, terug naar het ene punt, waar het ontstaan is en nooit uit vertrokken is, het NU.
Ik kan nu ook zien, dat elke gedachte zich alleen maar NU af kan spelen, omdat er in werkelijkheid geen tijd en ruimte is, alleen de gedachte die ik NU heb.
Er is niets gebeurd, er is alleen een gedachte die over zonde, schuld en angst gaat en ik hoef deze niet te projecteren, ik kan de gedachte op laten lossen in de Eenheid van het NU.
En Eenheid van het NU is grenzeloos, dit geeft een ervaring van grenzeloosheid, oneindigheid en totale Vrijheid, zolang we toch nog ervaren in ruimte en tijd, een oneindige creativiteit, de creativiteit van het Scheppen.
Onnodig te zeggen dat uit deze toestand van de denkgeest alleen maar Liefde uitgebreid zal kunnen worden en precies geweten zal worden wat te zeggen en te doen, zoals in dat prachtige gebed in (T2.A.V.18:4) staat, (zie ook het hele gebed aan het einde van dit blog):

“Ik hoef me geen zorgen te maken om wat ik zal zeggen
of wat ik moet doen, want Hij die mij gezonden heeft zal mij leiden.”

Niet om een betere wereld te maken, want er is nog steeds geen wereld (zie vorig blog) maar puur om Liefde uit te breiden en dit kan alleen tot ervaringen van Liefde leiden en de projecties zullen hiervan getuigen, omdat het nu gedachten van Liefde zijn in plaats vanuit angst, vanuit een zich eeuwig uitbreidend NU, het NU dat altijd NU blijft en geen verleden, een huidige toestand, of toekomst kent.

“Ik ben hier alleen om werkelijk behulpzaam te zijn.
Ik ben hier om Hem te vertegenwoordigen die mij gezonden heeft.
Ik hoef me geen zorgen te maken om wat ik zal zeggen
of wat ik moet doen, want Hij die mij gezonden heeft zal mij leiden.
Ik ben tevreden daar te zijn waar Hij me wenst,
wetend dat Hij me vergezelt.
Ik zal genezen zijn, wanneer ik toelaat dat Hij mij
genezen leert” (T2.A.V.18:2-6).

Projecties (de wereld die wij zien en ervaren) zijn uitbreidingen van de keuze van de waarnemende/keuzemakende denkgeest voor egodenkgeest, van zonde, schuld en angst, die als enig aan het oog ontrokken, verborgen doel heeft zonde, schuld en angst, te vermeerderen, door de focus te leggen op de uiterlijke vorm van de projectie, en daardoor de gedachte erachter, de gedachte van zonde, schuld en angst, die geprojecteerd wordt, te verbergen.

Projectie maakt waarneming, en wat wij denken waar te nemen zijn de uiterlijke vormen van de projectie, die de uitbeelding zijn van zonde, schuld en angst, maar tegelijkertijd ‘vergeten’ zijn dat dat zo is. Dus zien we alleen nog de waarneming en zijn totaal vergeten waar die waarneming vandaan komt. Een vergeten dat juist tot doel heeft het vergetene te vergeten. De waarneming is nu schijnbaar losgekoppeld van zijn bron, de denkgeest die ‘wil’ vergeten wat zijn bron is.

De enige manier om de waarneming weer terug te koppelen aan zijn bron de projecterende denkgeest, is door terug te keren naar de waarnemende/keuzemakende denkgeest en te erkennen dat we denkgeest zijn en niet onze waarnemingen/projecties.

Tegelijkertijd kunnen al onze projecties, nu niet meer gezien als los van de denkgeest, maar als uiterlijke bewijzen van de verbinding met de denkgeest, waarbij benadrukt moet worden dat denkgeest niet hetzelfde is als het brein, dienen als reminder om terug te keren naar de bron, de waarnemende/keuzemakende denkgeest positie, zodat er opnieuw gekozen kan worden.

Bijvoorbeeld, stel ik maak me zorgen over iets buiten mij, wat dus geprojecteerde zonde, schuld en angst moet zijn, want er is niets buiten mij, en er is ook geen lichaam ‘mij’ dat zich zorgen maakt, want er is alleen denkgeest. Denkgeest die de zonde, schuld en angst die zich in de egodenkgeest kant van de denkgeest bevindt probeert kwijt te raken door te projecteren, zodat de focus nu op een probleem buiten mij lijkt te liggen en de bron, de projecterende denkgeest geheel uit ‘beeld’ is verdwenen (vergeten).

Er lijkt nu een probleem buiten mij als lichaam te bestaan. Ik een lichaam dat een probleem heeft met een ander lichaam, ding of situatie.
Dit probleem (eigenlijk dus een projectie vanuit zonde, schuld en angst, maar dat mag niet herinnerd worden) breid zich verder uit, schijnbaar in de vorm. Ik zie bijvoorbeeld iets op tv, of lees iets, waardoor het probleem dat ik denk te hebben in enige vorm, wordt bevestigd en ik de schuld, boosheid, verdriet, zelfmedelijden, machteloosheid voel toenemen die ik snel weer op iets anders buiten mij projecteer, omdat ik (nu onbewust, ‘vergeten’) die vreselijke gevoelens kwijt wil raken en zo snel mogelijk buiten mij wil plaatsen, zodat ik ervan af ben. Dit kan zich laten zien, als een milde irritatie over iets wat als niets met de situatie te maken lijkt te hebben. Bijvoorbeeld ik erger me ineens aan rommel, die een ander heeft gemaakt, of een geluid wat ineens irriteert, of ik krijg ineens een enorme woede uitbarsting schijnbaar van wegen iets wat ik net op tv heb gezien, of omdat er iets in het verkeer gebeurt wat mij razend maakt, of die rot hond of kat luistert alweer niet, of omdat de natuur naar de klote wordt geholpen, of dat al het geld alleen maar naar de rijken gaat, of omdat Nederland vol is en iedereen die hier niet hoort moet oprotten, enz. enz. enz. voorbeelden in overvloed, kwestie van eerlijk kijken naar je eigen projecterende gedachten.
Ze hebben één ding gemeen en zijn daarom hetzelfde, ook al lijkt de vorm waarin ze zich lijken voor te doen te verschillen, het zijn allemaal projecties, een uiterlijke vorm, van een innerlijke toestand. En die innerlijke toestand is de keuze voor zonde, schuld en angst. Elke projectie is terug te voeren tot die keuze.

Als ik (denkgeest) dit doorzie kan ik constateren dat ik helemaal niet onvrede voel om de reden die ik denk (les 5). Ik ben helemaal niet in onvrede, van wegen iets of iemand buiten mij.
De hele wereld, alles wat ik lijk te beleven in ‘mijn’ wereld is niets anders dan één grote geprojecteerde vluchtpoging gebaseerd op zonde, schuld en angst.
En dat geld voor alles, er kan niet iets zijn wat zich toch echt buiten mij afspeelt, waar ik toch echt niets aan kan doen en ik toch echt het slachtoffer van ben en waarvan de schuldigen zich buiten mij bevinden.
Er is werkelijk een wereld, of er is geen wereld. Een beetje wel wereld en een beetje geen wereld bestaat niet. Net zoals een beetje zwanger niet bestaat.

Het wordt makkelijker als ik, de denkgeest, een duidelijke keuze maak.
Als ik kies voor: jazeker er is een wereld en ik ben wel degelijk een lichaam met een brein dat denkt en er gebeurt van alles buiten mij en ik ben hier om de wereld te verbeteren en ik ben daar gelukkig mee, dan is dat prima. Wees dan gelukkig afgewisseld met ongelukkig, zoals dat werkt in een dualistische wereld, en doe wat je denkt te moeten doen, zand erover, niet meer over nadenken.

Als ik kies voor ‘er is geen wereld’ alles wat ik zie en ervaar is een projectie vanuit zonde, schuld en angst en dus ben ik nooit in onvrede om de reden die ik denk, dan zal ik alles wat ik ervaar in twijfel gaan trekken en moeten bevragen.
Mijn keuze voor ‘er is geen wereld, mijn enige bron is de denkgeest’, wordt dan mijn anker en uitgangspunt. En al mijn ervaringen worden dan herinneringen aan de enige vraag die dan gesteld kan worden door mij als waarnemende denkgeest; is dit waar of niet waar. In de zin van is dit wat ik nu ervaar een uitbeelding van mijn onveranderlijke ZIJN, of is dit wat ik ervaar een uiterlijke uitdrukking van mijn wil me juist af te willen scheiden van wat ik BEN?

Bij de keuze voor ‘er is wel een wereld, en ik ben een lichaam’ zal de wereld van de vormen: lichamen, dingen en situaties, het anker lijken te zijn, terwijl ondertussen de verborgen, geheime, en vergeten keuze voor de egodenkgeest het anker is en waarvan uit wordt gedacht en gehandeld. Maar dat zal diep weg gestopt en ‘vergeten’ blijven in het onderbewuste, en zal ik mijzelf nooit de vraag kunnen stellen is dit WAAR of onwaar, want wat ik met de ogen van het lichaam wens te zien zal dan altijd voor mij de waarheid zijn.

Het is echter wel zo, dat als ik eenmaal een vlaag van herinnering aan een Onveranderlijke Werkelijkheid heb gehad, een diep Inzicht in wat ik werkelijk Ben, ik nooit meer helemaal zal kunnen geloven dat wat mijn ogen zien de waarheid is en wat ik niet kan zien met mijn ogen, of niet kan begrijpen met mijn brein, of niet wetenschappelijk bewezen kan worden niet bestaat.
Het heeft mij zeker geholpen toch op enig moment de keuze te maken, omdat dat de richting aangaf en geeft waar ik werkelijk naar verlang en dat is terug herinneren in Waarheid.
Laat ik de keuze in het midden en wil ik eigenlijk beide, zowel ‘er is wel een wereld en ik ben een lichaam’ als ‘er is geen wereld en ik ben denkgeest’ dan zal geen enkel ‘pad’ mij werkelijk naar Huis kunnen leiden, omdat deze keuze voor beiden een dualistische keuze is en dus wel van de keuze voor de egodenkgeest kant van de denkgeest moet komen. Die maar één doel heeft: in de afscheiding blijven en dat kan alleen door de wereld tot werkelijkheid te maken, ook al overgiet ik dat met een spiritueel sausje.

Daarom is het ook zo belangrijk dat als ik werkelijk voor het ‘doen’ van ECIW kies ik de metafysica die ECIW onderwijst altijd duidelijk op de achtergrond moet hebben. Deze vertegenwoordigt immers de keuze voor ‘Er is geen wereld’:

‘Er is geen wereld! Dit is de kerngedachte die de cursus probeert te onderwijzen. Niet ieder is bereid dit te aanvaarden en ieder moet zo ver gaan als hij zich kan laten leiden langs de weg die hem naar de waarheid voert. Hij zal terugkeren en weer verder gaan, of misschien een tijdje ervoor terugwijken en terugkeren eens weer’ (WdI.132.6:2-5).

%d bloggers liken dit: