archiveren

Tagarchief: verlossing

Op zich is er voor “verlossing” (verlossing van het nietig dwaas idee dat afscheiding van Eén mogelijk is), maar één gedachte nodig…

Maar ja zo werkt het niet in de praktijk waarin we denken en echt geloven te zijn.
Miljarden gedachten worden elke seconde gedacht, met maar één doel het nietig dwaas idee dat afscheiding mogelijk is werkelijk te doen laten lijken.
En ook al hebben al die miljarden gedachten maar één doel; een nietig dwaas idee dat afscheiding mogelijk is in stand te houden, ogenschijnlijk hebben al die miljarden (afscheidingsgedachten) allemaal verschillende en wisselende doelen.
De ene denkgeest die dit denkt, en wil denken, om redenen van afscheiding, bevindt zich nu in een totale chaotische compleet gestoorde wirwar van gedachten en probeert dat enigszins te sturen en onder controle te houden door al die verschillende doelen aan de verschillende stukjes afgescheiden denkgeest (wat er uit ziet als personen, dingen en situaties) toe te bedelen.
Wat we denken en geloven te zien en ervaren zijn dus projecties van de ene denkgeest die voor afscheiding kiest en dat ziet eruit en wordt ervaren als een persoonlijke “ik” ervaring, ten midden, van miljarden andere “ik” ervaringen.

In die zin is het idee van er is maar één gedachte nodig voor verlossing te volgen.
(zie ook: H.12. Hoeveel leraren van God zijn er nodig om de wereld te redden? En bedenk dat ECIW ons altijd aanspreekt als denkgeest, dat wat we zijn, en niet als mensen van vlees en bloed, wat we onmogelijk kunnen zijn dan alleen in een krankzinnige afscheidings fantasie van zonde, schuld en angst).

Echter de volstrekt schizofrene, krankzinnige in totale verwarring zijnde denkgeest (wij dus) zal dit niet zomaar kunnen aanvaarden en accepteren.
En mocht je je nu beledigd voelen of wat voor weerstand voelen dan ook, (wees daar eerlijk in, want die weerstand is er, in wat voor vorm dan ook) dan is dat niet om de reden die ik denk (les 5).
De gestoorde, zieke denkgeest zal zijn zieke denkgeest verdedigen, van geboorte tot dood, omdat het hem in de afscheiding houdt. Er is geen andere reden dan die onmogelijke, krankzinnige wens.

En ook al doorzie ik intellectueel de totale krankzinnigheid van die onmogelijke wens (onmogelijk omdat afscheiding van Eén, Waar echt onmogelijk is) dan nog is een stap voor stap proces nodig om de denkgeest totaal te doen laten genezen.
En dat is de enige verantwoordelijkheid die ik als denkgeest heb.
Mijn verantwoordelijkheid is niet de wereld te verbeteren, mijn verantwoordelijkheid is de denkgeest te laten genezen van één onmogelijk krankzinnig idee dat slechts in stand wordt gehouden door het geloof erin.
In dat stap voor stap proces van vergeving (zie WdII.1. Wat is vergeving? (blz.404)), wordt elke gedachte gedachte, (mijn hele zelf bedachte, gekozen en geprojecteerde script) opnieuw gebruikt, nu niet meer als middel tot afscheiding, maar als middel voor vergeving. Vergeving van wat onmogelijk werkelijk gebeurt kan zijn, namelijk afgescheiden raken van Eén, van wat Waar is.

Vandaar dat in principe enkel en alleen les 5 en les 34 zouden kunnen voldoen.
Ik zal beide lessen hieronder plakken voor het gemak:

“LES 5
Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk.

1. Dit idee kan, evenals het voorgaande, gebruikt worden bij elke persoon,
situatie of gebeurtenis waarvan jij denkt dat die jou pijn bezorgt. 2Pas het
uitdrukkelijk toe op alles waarvan jij gelooft dat het de oorzaak van je onvrede
is, en gebruik daarbij de omschrijving van het gevoel in een bewoording
die je juist lijkt. 3De onvrede kan zich voordoen als angst, bezorgdheid,
depressiviteit, verontrusting, kwaadheid, haat, jaloezie en nog
talloze andere vormen, die je allemaal als verschillend zult waarnemen.
4Dit is niet waar. 5Maar tot je geleerd hebt dat de vorm er niet toe doet, is
elke vorm geschikt als onderwerp van de oefeningen van de dag.
6Hetzelfde idee op elke vorm afzonderlijk toepassen is de eerste stap naar
de uiteindelijke erkenning dat ze allemaal hetzelfde zijn.

2. Wanneer je het idee van vandaag gebruikt bij een specifieke vermeende
oorzaak van enigerlei vorm van onvrede, hanteer dan zowel de naam van
de vorm waarin je die onvrede ziet, als de oorzaak die je daaraan toeschrijft.
2Bijvoorbeeld:

3Ik voel me niet kwaad op _________ om de reden die ik denk.
4Ik voel me niet bang voor _________ om de reden die ik denk.

3. Maar nogmaals, dit moet niet in de plaats komen van oefenperioden
waarin je eerst je denkgeest onderzoekt op ‘oorzaken’ van onvrede waarin
je gelooft, en vormen van onvrede die, naar jij meent, daaruit voortvloeien.

4. Je zult het bij deze oefeningen, meer nog dan bij de vorige, misschien
moeilijk vinden om willekeurig te zijn en te vermijden dat je sommige onderwerpen
zwaarder laat wegen dan andere. 2Het kan helpen de oefeningen
te laten voorafgaan door de volgende stelling:

3Er zijn geen kleine vormen van onvrede.
4Ze verstoren mijn innerlijke vrede allemaal evenzeer.

5. Onderzoek dan je denkgeest op alles wat jou verstoort, ongeacht de mate
waarin jij denkt dat het dit doet.

6. Misschien merk je ook dat je minder bereid bent het idee van vandaag
toe te passen op sommige vermeende bronnen van onvrede dan op andere.
2Als dit gebeurt, denk dan eerst hieraan:

3Ik kan niet aan deze vorm van onvrede vasthouden en alle andere loslaten.
4Voor het doel van deze oefeningen beschouw ik ze daarom allemaal
als gelijk.

7. Onderzoek dan, niet langer dan ongeveer een minuut, je denkgeest en
probeer een aantal verschillende vormen te achterhalen van dingen die
jouw vrede verstoren, ongeacht het relatieve belang dat jij misschien aan
ze hecht. 2Pas het idee van vandaag op elk ervan toe, waarbij je zowel de
naam noemt van de bron van de onvrede, zoals jij die ziet, als van het gevoel,
zoals jij dat ervaart. 3Andere voorbeelden zijn:

4Ik voel me niet bezorgd over _________ om de reden die ik denk.
5Ik voel me niet neerslachtig over _________ om de reden die ik denk.

6Drie of vier keer in de loop van de dag is genoeg” (WdI.5.1-7).

“LES 34
Ik zou in plaats hiervan vrede kunnen zien.

1. Het idee voor vandaag maakt een begin met de beschrijving van de voorwaarden
die gelden voor de andere manier van zien. 2Innerlijke vrede is
ontegenzeglijk een innerlijke zaak. 3Het moet beginnen bij je eigen gedachten
en zich dan naar buiten toe uitbreiden. 4Juist uit jouw vredige
denkgeest vloeit een vredige waarneming van de wereld voort.

2. Voor de oefeningen van vandaag zijn drie langere oefenperioden nodig.
2Aangeraden wordt er een ‘s ochtends en een ‘s avonds te doen, met nog
een derde ergens daartussenin op een tijdstip waarop je je er het meest
klaar voor voelt. 3Alle oefeningen moeten met gesloten ogen worden gedaan.
4Het is je innerlijke wereld waarop het idee van vandaag moet worden
toegepast.

3. Voor elk van de lange oefenperioden is ongeveer vijf minuten van gedachtenonderzoek
nodig. 2Onderzoek je denkgeest op angstgedachten, situaties
die je verontrusten, ‘ergerlijke’ personen of gebeurtenissen, of iets
anders waarover je weinig liefdevolle gedachten koestert. 3Merk ze allemaal
terloops op, en herhaal het idee voor vandaag langzaam terwijl je
gadeslaat hoe ze in je denkgeest opdoemen, laat ze dan een voor een los,
en ga door met de volgende.

4. Als het je moeite gaat kosten om aan specifieke onderwerpen te denken,
blijf het idee dan rustig voor jezelf herhalen, zonder het op iets in het bijzonder
toe te passen. 2Zorg er echter wel voor dat je niets speciaal uitsluit.

5. De korte toepassingen dienen talrijk te zijn en moeten telkens worden
uitgevoerd wanneer je voelt dat je innerlijke vrede op enigerlei wijze
wordt bedreigd. 2De bedoeling is jezelf de hele dag tegen verleidingen te
beschermen. 3Als een concrete vorm van verleiding in je bewustzijn omhoogkomt,
moet de oefening deze vorm krijgen:

4Ik zou in deze situatie vrede kunnen zien in plaats van wat ik er nu in zie.

6. Als de aantasting van je innerlijke vrede meer een algemene vorm van
nare emoties aanneemt zoals gedeprimeerdheid, onrust of tobberij, hanteer
dan het idee in zijn oorspronkelijke vorm. 2Als je voelt dat jij meer dan
één toepassing van het idee van vandaag nodig hebt om je te helpen in
enige specifieke context tot andere gedachten te komen, probeer er dan
een paar minuten voor uit te trekken en die te besteden aan het herhalen
van het idee, tot je enig gevoel van verlichting bespeurt. 3Het zal jou
helpen als je concreet tegen jezelf zegt:

4Ik kan mijn gevoelens van gedeprimeerdheid, onrust of tobberij [of mijn
gedachten over deze situatie, persoon of gebeurtenis] vervangen door
vrede” (wdI.34.1-6).

En bedenk lessen zijn er om geoefend te worden, alleen begrijpen is niet genoeg.
En het oefenmateriaal is altijd voorhanden, want dat zijn simpelweg alle gedachten die ik heb elke seconden van wat ik geloof en denk dat “mijn” leven is.
Een eraan toe zijnde denkgeest zal bereid zijn te oefenen, omdat “hij” niet anders meer kan.

En wat resultaatgerichtheid betreft, wat denk je dat het resultaat is van een genezen denkgeest, zou deze nog voor het voort laten duren van afscheiding kiezen door nog steeds te blijven geloven in zijn eigen projecties van zonde, schuld en angst?

 

 

 

De eenvoud van verlossing, en de moeite die het kost daar tegenin te gaan door het extreem moeilijk te doen laten lijken en dat allemaal omdat de ‘ik’ die niet bestaat verlossing niet wil en daarom een ‘ik’ heeft bedacht in een ‘ik’ wereld die op zoek gaat naar verlossing daar waar het onmogelijk gevonden kan worden, omdat het juist als verdediging tegen verlossing is bedacht…
Zonder verdere uitleg, omdat het voor zichzelf spreekt en ik deze reminder echt nodig heb nu, laat ik ECIW hier zelf aan het woord (T31.I.1-13):

DE EINDVISIE

I. De eenvoud van verlossing

1. Wat is verlossing toch eenvoudig! 2Al wat ze zegt is dat wat nooit waar
was nu niet waar is, en dat nooit zal zijn. 3Het onmogelijke is niet gebeurd,
en kan geen gevolgen hebben. 4En dat is alles. 5Kan dit voor iemand
die wil dat dit waar is, lastig te leren zijn? 6Alleen de onwil dit te
leren kan zo’n makkelijke les ingewikkeld maken. 7Hoe moeilijk is het
om te zien dat wat onwaar is niet waar, en wat waar is niet onwaar kan
zijn? 8Je kunt niet langer zeggen dat je geen verschil ziet tussen onwaar
en waar. 9Er is jou exact verteld hoe je het ene van het andere kunt onderscheiden,
en wat je precies moet doen als je in verwarring raakt.
10Waarom volhard je er dan in zulke simpele dingen niet te leren?

2. Daar is een reden voor. 2Maar verwar die niet met het idee dat de simpele
dingen die de verlossing jou vraagt te leren, moeilijk zijn. 3Ze onderwijst
slechts het zeer voor de hand liggende. 4Ze gaat eenvoudig van
de ene duidelijke les naar de volgende, in makkelijke stappen die jou
zachtjes en zonder de minste inspanning van de ene naar de andere leiden.
5Dit kan niet verwarrend zijn, en toch ben je in verwarring. 6Want
op een of andere manier geloof je dat wat totaal verward is, makkelijker
te leren en te begrijpen valt. 7Wat jij jezelf geleerd hebt is zo’n geweldig
staaltje leerwerk dat het inderdaad ongelooflijk is. 8Maar je hebt het
voor elkaar gekregen omdat je dat wilde, en je hebt er in je ijver niet
eens bij stilgestaan dat dit lastig te leren is en te ingewikkeld om te vatten.

3. Niemand die begrijpt wat je geleerd hebt, hoe zorgvuldig je dat hebt
gedaan, en welke moeite jij je hebt getroost die lessen eindeloos te oefenen
en te herhalen in elke jou denkbare vorm, kan ooit de kracht van
jouw leervaardigheid in twijfel trekken. 2Er is in de wereld geen grotere
kracht. 3De wereld werd erdoor gemaakt, en ook nu nog is ze op niets
anders aangewezen. 4De lessen die jij jezelf hebt onderwezen, zijn zo
uit-en-te-na geleerd en zo star, dat ze als zware gordijnen oprijzen om
eenvoudige en voor de hand liggende zaken aan het oog te onttrekken.
5Zeg niet dat jij die niet kunt leren. 6Want jouw vermogen om te leren is
sterk genoeg om je te onderwijzen dat jouw wil niet de jouwe is, je gedachten
jou niet toebehoren, en zelfs dat jij iemand anders bent.

4. Wie kan er nu beweren dat lessen zoals deze makkelijk zijn? 2Toch heb je
meer dan dit geleerd. 3Je bent doorgegaan, en hebt zonder morren iedere
stap gezet, hoe moeilijk die ook was, tot er een wereld was opgebouwd die
jou paste. 4En elke les waardoor de wereld wordt samengesteld, komt
voort uit die eerste leerprestatie, een enormiteit zo groot dat de Stem van
de Heilige Geest voor de grootheid daarvan nietig en stil lijkt.* 5De wereld
nam een aanvang met één enkele zonderlinge les, krachtig genoeg om ervoor
te zorgen dat God vergeten werd en dat Zijn Zoon van zichzelf vervreemdde,
verbannen uit het huis waarin God Zelf hem gevestigd heeft.
6Jij, die jezelf geleerd hebt dat de Zoon van God schuldig is, zeg niet dat je
de eenvoudige zaken die de verlossing jou onderwijst niet leren kunt!

5. Leren is een bekwaamheid die jij gemaakt hebt als een geschenk aan jezelf.
2Ze werd niet gemaakt om de Wil van God te doen, maar om de wens
in stand te houden dat die kon worden weerstaan, en dat een wil los daarvan
toch werkelijker zou zijn dan deze Wil. 3En dit is wat leren heeft geprobeerd
te demonstreren, en jij hebt datgene geleerd waartoe dit onderwijs
ontworpen was. 4Nu staat wat jij vanouds uit-en-te-na geleerd hebt
onverbiddelijk voor de Stem van de waarheid, en onderwijst het jou dat
Haar lessen niet waar zijn, te lastig zijn om te leren, te moeilijk om te zien,
en te zeer tegengesteld aan wat werkelijk waar is. 5Toch zul jij ze leren,
want die lessen te leren is het enige doel dat de Heilige Geest voor jouw
leervaardigheid in heel de wereld ziet. 6Zijn eenvoudige lessen in vergeving
hebben een kracht machtiger dan de jouwe, want ze roepen jou toe
vanuit God en vanuit jouw Zelf.

6. Is dit een zwakke Stem, zo nietig en stil*, dat Ze zich niet verheffen kan
boven het zinloze lawaai van klanken zonder betekenis? 2God heeft niet
gewild dat Zijn Zoon Hem vergeet. 3En de macht van Zijn Wil huist in de
Stem die namens Hem spreekt. 4Welke les ga jij leren? 5Welk resultaat is
onontkoombaar, zo zeker als God, en ver boven alle twijfel en vragen verheven?
6Kan het zijn dat al jouw futiele leren, met een merkwaardig resultaat
en ongelooflijke moeilijkheidsgraad, de eenvoudige lessen zal
weerstaan die jou op ieder moment van elke dag worden onderwezen sedert
de tijd begon en het leren werd gemaakt?

7. Er vallen maar twee lessen te leren. 2Elk resulteert in een andere wereld.
3En elke wereld volgt met zekerheid uit haar bron. 4Het vaststaand resultaat
van de les dat Gods Zoon schuldig is, is de wereld die jij ziet. 5Het is
een wereld van verschrikking en vertwijfeling. 6En ze biedt geen enkele
hoop op geluk. 7Er is geen plan dat jij ten behoeve van jouw veiligheid
kunt opstellen dat ooit werken zal. 8Er is geen vreugde die je hier kunt
zoeken, met de hoop die te vinden. 9Dit is echter niet het enige resultaat
waartoe jouw leren kan leiden. 10Hoe uit-en-te-na jij de door jou gekozen
taak ook mag hebben geleerd, de les die de Liefde van God weerspiegelt
is nog altijd sterker. 11En je zult leren dat Gods Zoon onschuldig is, en een
andere wereld zien.

8. Het resultaat van de les dat Gods Zoon schuldeloos is, is een wereld zonder
angst waar alles door hoop wordt verlicht en sprankelt van een milde
vriendelijkheid. 2Er is niets wat jou niet roept met een zacht verzoek jouw
vriend te mogen zijn, en zich met jou te mogen verbinden. 3En nooit blijft
een oproep ongehoord, onbegrepen, of zonder antwoord in precies dezelfde
taal als waarin de oproep werd gedaan. 4En jij zult begrijpen dat dit de
oproep was die iedereen en alles in de wereld altijd al heeft gedaan, maar
die jij niet aanzag voor wat ze was. 5En nu zie je in dat jij je hebt vergist. 6Je
werd misleid door de vormen waarin de oproep zat verscholen. 7En daarom
hoorde jij die niet, en verloor je een vriend die altijd deel van jou wilde
zijn. 8De zachte, eeuwige roep van elk deel van Gods schepping tot het geheel
wordt over heel de wereld gehoord die deze tweede les jou brengt.

9. Er is geen enkel levend wezen dat niet de universele Wil deelt dat het
heel is, en dat jij zijn roep niet onbeantwoord laat. 2Zonder jouw antwoord
is het ten dode opgeschreven, zoals het van de dood wordt gered wanneer
jij zijn roep hebt gehoord als de aloude oproep tot het leven, en begrepen
hebt dat het slechts jouw eigen roep is. 3De Christus in jou herinnert Zich
God met al de zekerheid waarmee Hij Zijn Liefde kent. 4Maar alleen als
Zijn Zoon onschuldig is, kan Hij Liefde zijn. 5Want God zou inderdaad
angst zijn als hij die door Hem onschuldig is geschapen, slaaf van schuld
zou kunnen zijn. 6Gods volmaakte Zoon herinnert zich zijn schepping.
7Maar in schuld is hij vergeten wat hij in werkelijkheid is.

10. De angst voor God is even zeker het gevolg van de les dat Zijn Zoon
schuldig is als Gods Liefde onherroepelijk herinnerd wordt wanneer hij
zijn onschuld leert. 2Want haat moet wel de vader zijn van angst, en zichzelf
als de vader daarvan zien. 3Hoezeer vergis jij je die niet de oproep
hoort die weerklinkt achter elke schijnbare roep om de dood, die zingt
achter elke moorddadige aanval en ervoor pleit dat liefde de stervende
wereld herstelt. 4Jij begrijpt niet Wie jou vanachter elke vorm van haat,
elke roep om oorlog roept. 5Maar je zult Hem herkennen als je Hem antwoordt
in de taal waarmee Hij jou roept. 6Hij zal verschijnen wanneer jij
Hem geantwoord hebt, en in Hem zul je weten dat God Liefde is.

11. Wat is verleiding anders dan de wens om de verkeerde beslissing te
nemen over wat je wilt leren, en een resultaat te verkrijgen dat je niet wilt?
2De erkenning dat het een ongewenste staat van je denkgeest is, wordt het
middel waarmee de keuze wordt herzien, en een ander resultaat gezien
wordt dat de voorkeur geniet. 3Je bent misleid als je gelooft dat jij ramp-
spoed, onenigheid en pijn wilt. 4Hoor in jezelf de roep hierom niet. 5Maar
luister liever naar de diepere roep daarachter, die tot vrede en vreugde
aanspoort. 6En heel de wereld zal jou vreugde en vrede geven. 7Want zoals
je hoort, zo zul je antwoorden. 8En zie! 9Jouw antwoord is het bewijs van
wat je hebt geleerd. 10Het resultaat is de wereld die jij aanschouwt.

12. Laten we een ogenblik stil zijn en alles vergeten wat we ooit hebben geleerd,
alle gedachten die we ooit hebben gehad, en alle vooroordelen die
we eropna houden over de betekenis en de bedoeling der dingen. 2Laten
we ons niet onze eigen ideeën herinneren over waartoe de wereld dient.
3Wij weten het niet. 4Laat elk beeld dat we van wie ook in onze denkgeest
vasthouden, daaruit worden losgemaakt en weggeveegd.

13. Wees vrij van oordelen en je onbewust van enige gedachte over goed of
kwaad die ooit over iemand in je denkgeest opgekomen is. 2Nu ken je hem
niet. 3Maar je bent vrij om hem te leren kennen, en op nieuwe wijze te leren
kennen. 4Nu is hij voor jou herboren en ben jij voor hem herboren, zonder
het verleden dat hem ter dood veroordeeld heeft, en jou samen met hem.
5Nu is hij vrij om te leven, net als jij, want een oeroud leren is heengegaan
en heeft plaatsgemaakt zodat de waarheid kan worden herboren.

Wil ik werkelijk verlossing, wil ik echt terug herinnerd worden in Eenheid, wil ik echt de Waarheid? Waarom zou ik iets willen wat nooit veranderen kan? Dan moet hier wel een heel vreemd ‘spelletje’ gespeeld worden. Ik (denkgeest)  verzin een krankzinnig verstoppertjes spel waarbij ik een wereld en een lichaam verzin om mezelf achter te verstoppen, vergeet dat het een spel is dus niet ‘echt’ waardoor ik niet eens meer door heb dat ik überhaupt een spel speel, en nu verstoppertjes speel verblind door angst ronddolend in angst, daardoor vrijwillig angst in stand houdend, en dat allemaal met als verborgen doel vooral niet verlost te worden.
Vandaar dat het pad van ECIW gaat via het stap voor stap leren kijken naar alles wat ik, denkgeest vermomd als lichaam in een wereld, mijn bescherming (harnas) tegen verlossing, gebruik als wapen en bescherming tegen verlossing.

ECIW zegt hierover in Hoofdstuk 13.III.1,2:

III. De angst voor verlossing

1. Je vraagt je misschien af waarom het zo cruciaal is dat jij je haat in ogenschouw neemt en de volle omvang ervan beseft. Je denkt misschien ook dat het voor de Heilige Geest een klein kunstje moet zijn jou die te laten zien, en hem te verdrijven zonder dat jij jezelf daarvan bewust hoeft te maken. Maar er is nog een hinderpaal die jij tussen jezelf en de Verzoening hebt geplaatst. We hebben gezegd dat niemand angst zal gedogen wanneer hij die als zodanig herkent. Toch ben jij in je wanordelijke staat van denken niet bang voor angst. Je vindt het niet prettig, maar het is niet jouw verlangen om aan te vallen dat jou werkelijk angst inboezemt. Je bent niet in ernstige mate verontrust door je vijandigheid. Je houdt die verborgen omdat je banger bent voor wat ze bedekt. Je zou zelfs zonder angst naar de donkerste hoeksteen van het ego kunnen kijken, als je niet geloofde dat je, zonder het ego, iets in jezelf zou vinden waar je nog banger voor bent. Je bent niet werkelijk bang voor de kruisiging. Je echte doodsangst betreft de verlossing.

2. Onder het donkere fundament van het ego ligt de Godsherinnering, en juist hiervoor ben je werkelijk bang. Want door deze herinnering zou jij terstond je eigen plaats hervinden, en juist deze plaats heb je proberen te verlaten. Je angst voor aanval is niets vergeleken bij je angst voor liefde.
Als je niet zou geloven dat je wrede wens om de Zoon van God te doden jou van de liefde zou verlossen, zou jij bereid zijn zelfs daarnaar te kijken.
Want die wens heeft de afscheiding veroorzaakt, en jij hebt die beschermd omdat je niet wilt dat de afscheiding wordt genezen. Je beseft dat door de donkere wolk weg te nemen die haar aan het oog onttrekt, jouw liefde voor je Vader jou ertoe zou aanzetten Zijn Roep te beantwoorden en met een vreugdesprong de Hemel binnen te gaan. Jij gelooft dat aanval verlossing is omdat die jou hiervan zou weerhouden. Want dieper nog dan het fundament van het ego, en veel sterker dan dat ooit zal zijn, brandt jouw intense liefde voor God, en die van Hem voor jou. Dit nu is wat jij werkelijk wilt verbergen.

In de Inleiding van Een cursus in wonderen staat:

‘Dit is een cursus in wonderen. Het is een verplichte cursus. Alleen de tijd waarop je hem doet staat jou vrij.’ (Inl.1:1-2)

Dit woordje ‘verplicht’ is meestal de eerste heftige weerstand die een beginnende Cursus student tegenkomt, omdat deze zoals alles eerst ‘speciaal’ dus vanuit de ego-denkgeest, hoort, en op z’n kop interpreteert.

Met ‘verplicht’ wordt bedoeld, dat Verlossing, Ontwaken, onvermijdelijk is voor het hele Ene Zoonschap. Niemand, geen enkel (schijnbaar) stukje denkgeest kan hier aan ontkomen, omdat er in werkelijkheid niets is gebeurt. Vandaar dat in diezelfde Inleiding wordt gesteld:

‘Deze cursus kan daarom heel eenvoudig aldus worden samengevat:

Niets werkelijks kan bedreigd worden.

Niets onwerkelijks bestaat.

Hierin ligt de vrede van God.’ (Inl.2:1-4)

Zo zie ik dat eigenlijk de hele wereld met alles erop en eraan een poging tot ontkomen aan het onvermijdelijke is en dat we van alles verzinnen om het onvermijdelijke uit te stellen. Dat is het ‘speciale’ doel van de ego-denkgeest die is gefundeerd in ‘angst’.

Zoals in de Cursus staat en tevens het centrale thema is van ECIW:

‘De wereld werd gemaakt als een aanval op God. Ze symboliseert angst.’ (WdII.3.2:1-2)

Het grote vermijden van God en als we goed en eerlijk kijken zien we het overal in terug in al ons dagelijks handelen. We zijn zeer bedreven ‘uitstellers’ geworden geprojecteerd in een wereld van tijd en ruimte hét symbool van vermijden en uitstellen en het gereedschap van de ego-denkgeest.

Maar van uitstel kan in dit geval geen afstel komen, want Verlossing is onvermijdelijk:

‘Het woord ‘onvermijdelijk’ is beangstigend voor het ego, maar vreugdevol voor de geest. God is onvermijdelijk, en jij kunt Hem evenmin vermijden als Hij jou.’ (T4.I.9:10-11)

 

resizelayout

 

 

 

 

De Heilige Geest kan alles wat je Hem geeft voor jouw verlossing gebruiken. Maar wat jij achterhoudt kan Hij niet gebruiken, want zonder jouw bereidwilligheid kan Hij het niet van jou wegnemen. (T25.VIII.1-2)

Alles wat ‘ik’ (de egodenkgeest, dus niet het ‘ikje’ de droomfiguur) denk over mijzelf, en anderen, wat ook niets anders is dan gedachten over mijzelf geprojecteerd naar buiten op zgn anderen, en wat zijn oorsprong vindt in de egodenkgeest, in angst, en waar ik nu eerlijk naar leer kijken aan de bron ervan, als waarnemende denkgeest, geef ik over aan HG/J denkgeest.

En al deze waangedachtes over mijzelf, (en anderen wat dus geprojecteerde gedachten over mijzelf zijn) zullen door de HG/J denkgeest omgezet worden in waardevolle hulpmiddelen die nu als helende gedachten over het hele Zoonschap worden uitgespreid en niet anders kunnen dan Helen.

Niets, maar dan ook niets is waardeloos aan de Zoon van God (één denkgeest) die zich terugherinnert en vergeven heeft in de Vader.

De genezen denkgeest zal alleen nog maar als kanaal voor het uitbreiden van Liefde kunnen dienen.

(zie ook de oefening in les 91 (WdI.91.8)

 

‘Ik zal genezen zijn, wanneer ik toelaat dat Hij mij genezen leert’ (T2.V.18:2-6)

 

 

 

 

Höchster, mache deine Güte
Ferner alle Morgen neu.
    So soll vor die Vatertreu
    Auch ein dankbares Gemüte
    Durch ein frommes Leben weisen,
    Dass wir deine Kinder heißen.


 

 

 

Een andere kijk op ongeduld?

  

Ik heb een ongeduldig karakter, heb een hekel aan wachten.

Ongeduld speelt zich af in tijd en ruimte, ongeduld is een gedachte uit de denkgeest die in tijd denkt. Binnen deze context is er een probleem dat zo snel mogelijk moet worden opgelost. Dus fout moet goed worden en wel zo snel mogelijk. Dit speelt zich allemaal af binnen de tijd, dus binnen de droom, De oplossing van een probleem zal daarom altijd tijdelijk zijn en nooit definitief.

 

Daarom verheugt het mij enorm te lezen in ‘Het handboek voor leraren’,  H29.7:6 ‘Vraag alles aan Zijn Leraar en alles zal jou gegeven worden. Niet in de toekomst, maar onmiddellijk: nu. God wacht niet, want wachten veronderstelt tijd en Hij is tijdloos.’

 

Dit betekent voor mij dat hoe ik mijn Hulp vraag ook ‘stel’ vanuit ongeduld, of vanuit geduld, hij wordt altijd gehoord, meteen.

Want: ‘Vergeet nooit dat de Heilige Geest niet op jouw woorden aangewezen is. Hij begrijpt de verzoeken van je hart en geeft daar antwoord op. (..)  Hij begrijpt dat een aanval een roep is om hulp. En Hij antwoord dienovereenkomstig met hulp.’ H29.6.1:1-6

 

En dit is het werkterrein van de Heilige Geest, niet van het ego…

 

Dus mijn ‘talent’ ongeduldig zijn, is niet fout of goed, maar een reminder: ‘Zo is het niet.’ (WdI.11:3)

 

En ik geeft dit talent aan HG, want die kan alles gebruiken voor mijn verlossing.

 

 

 


%d bloggers liken dit: