archiveren

Tagarchief: vergeten

De logica van alles is al gebeurt, er is geen tijd en ik kijk terug op iets wat zich steeds herhaalt, maar nooit werkelijk is geweest, zou dan ook moeten zijn; ik heb geen idee van wat ik doe, wat het betekent, waar het heen gaat en waarom.
Dat kan ontmoedigend, zelfs depressief overkomen, maar dat gebeurt alleen als ik me nog helemaal identificeer met wat ik denk en geloof dat ik ben, hier als lichaam in een wereld, waar ik lijk bezig te zijn met overleven, zo goed en lang mogelijk, want dood ga ik toch, van afstel komt geen uitstel.

Dat we ondanks deze vaststaande uitkomst toch collectief hoopvol de strijd aan gaan en niet massaal als lemmingen ons in zee storten is op zich wel verbazingwekkend. We gaan weliswaar op allerlei rampzalige, droevige, dramatische wijze dood, maar dat noemen we rampen, ongelukken, pech gehad, ziekte, ouderdom, zelfmoord, maar de rest die overblijft blijft hopen en geloven op een gelukkig leven zonder ellende, rampen en ongelukken en we denken te weten hoe dat moet, wat het betekent, waar het heen gaat en waarom.

En zo maken we hardnekkig en koppig van iets wat niet gebeurt kan zijn toch ‘iets’, we maken het waar. Vanuit die gedachte heeft een massale laatste duik in zee geen zin, en als we al het bewustzijn hebben bewust te kunnen zijn van het feit dat we steeds maar in rondjes lopen te rennen, van geboren worden en doodgaan, omdat we per se van niets iets willen maken, heeft het ook geen zin om massaal de dood in te rennen, want dat doen we toch al, zij het wat subtieler en minder opvallend.

Nog steeds een negatief verhaal?
Ja als ik nog steeds geloof in en waar maak wat niet waar kan zijn, ja dan wordt ik heel depressief van dit verhaal.
Maar waarom zou ik depressief worden van een droom, verhaal, van een sprookje, een film terwijl ik weet dat het een droom, verhaal, een sprookje, een film is.
Wie/wat verteld, verzint deze droom, dit verhaal, dit sprookje, deze film?
Het lichaam, het brein?
Doet de figuur op het filmdoek iets?
Doet de figuur in een verhaal iets?
Doet de pop in de poppenkast iets?
Dat lijkt wel zo, maar is dat wel zo?
Het zijn duidelijk ideeën die geprojecteerd zijn, die onze gedachten verbeelden en waar we ons mee kunnen identificeren.
Dat kunnen we en willen we allemaal wel snappen. En (bijna) niemand gelooft dat de rol die te zien is op het witte doek zo van het witte doek kan stappen en zichzelf ‘echt’ kan maken.

Dus waarom zou dit alles niet symbool kunnen staan voor wat wij denken te zijn, een geprojecteerde film figuur die een rol speelt op het filmdoek, gelovend dat we die geprojecteerde film-figuur ook echt zijn?
Het feit dat ik dit kan denken bewijst voor mij dat het waar kan zijn, of op z’n minst een optie zou kunnen zijn.
Ik denk dat het waar is, in z’n onwaarheid. Onwaarheid kan nooit waar zijn, onwaarheid verbergt waarheid.
Dus moet de onwaarheid wel het omgekeerde zijn van waarheid, dus moet dat wat ik denk te zien en geloof te zien wel het omgekeerde zijn van wat waarheid is, van dat wat ik in werkelijkheid ben.

De ‘ik’ is dus niet de filmfiguur, maar de bedenker, niet het brein, want dat is ook ‘lichaam’, maar iets anders daar weer achter.
En als dat geen lichaam is dan blijft over binnen ons begripsniveau, geest, geest die kennelijk kan denken, dus denkgeest.
Denkgeest die kan denken en kan bedenken/projecteren; een hele wereld, vol met lichamen, dingen en situaties.

Maar wat gebeurt er, dát wat niet kan, alleen in ziekelijke fantasieën; de denkgeest gelooft in zijn eigen fantasieën en vergeet dat het deze zelf heeft bedacht.
Het kenmerk van geest is dat deze grenzeloos is, de denkgeest zit dus niet opgesloten in een lichaam, maar andersom het lichaam bevindt zich in de denkgeest. Het lichaam denkt niet, de denkgeest denkt.
Onze ervaring van een individueel lichaam te zijn is dus het resultaat van de gedachte en het geloof van de denkgeest dat deze een lichaam is en dus denkt en gelooft afgescheiden te kunnen zijn van geest. Geest is grenzeloos, dus één, individuele denkgeesten bestaan alleen bij de gratie van het geloof individuele lichamen te kunnen zijn. Opnieuw een waanidee, waar ik in geloof zolang ik denk en geloof een lichaam te zijn.

Nou ja, we weten allemaal wat het met ons doet in de wereld als ons ‘geloof’ in iets dreigt te worden afgepakt, de angst breekt uit, we slaan op de vlucht, of vallen aan. En we verdedigen onze vrijheid van denken en meningsuiting te vuur en te zwaard.
Maar wat verdedigen we eigenlijk, waar vluchten we voor, waar zijn we bang voor?
Verdedigen we ons lichaam, ons geloof in wat we geloven, wat altijd lichaamsgericht is?
Verdedigen we dan eigenlijk niet iets wat niet kan bestaan, heeft het zin om projecties te verdedigen of aan te vallen?
Of verdedigen we misschien de dekmantel voor een achter de projectie, achterliggende angst, die daardoor uit het beeld is verdwenen?
En wat is dat…; de denkgeest.
En waarom zou de denkgeest afgedekt, verstopt moeten worden en blijven?
Waarom moeten we vergeten dat we denkgeest zijn?

Omdat als we dat niet verbergen, we ons weer herinneren dat we denkgeest zijn en dat wat we willen geloven dat we zijn, een lichaam in een wereld, een fantasie gedachte is, gedacht door de denkgeest, die we de egodenkgeest noemen, die enkel en alleen is aangesteld om te verbergen, te vergeten dat we denkgeest zijn.
Dus het lichaam, de wereld is gemaakt om te ‘vergeten’, dus kan ik die denkt en gelooft een lichaam te zijn, niet weten wat ik doe, wat het betekent, waar het heen gaat en waarom, want dat ben ik ‘vergeten’… logisch, toch?

“We are here to forget that we Know, and when we remember that we are here to forget that we Know, we can start remembering that we already Know, using the forgetting as forgiveness material.”

“We zijn hier om te vergeten dat we Weten, en zodra we ons herinneren dat we hier zijn om te vergeten dat we Weten, kan het terug herinneren in wat we Weten beginnen, het vergeten gebruikend als vergevingsmateriaal.”

Projecties (de wereld die wij zien en ervaren) zijn uitbreidingen van de keuze van de waarnemende/keuzemakende denkgeest voor egodenkgeest, van zonde, schuld en angst, die als enig aan het oog ontrokken, verborgen doel heeft zonde, schuld en angst, te vermeerderen, door de focus te leggen op de uiterlijke vorm van de projectie, en daardoor de gedachte erachter, de gedachte van zonde, schuld en angst, die geprojecteerd wordt, te verbergen.

Projectie maakt waarneming, en wat wij denken waar te nemen zijn de uiterlijke vormen van de projectie, die de uitbeelding zijn van zonde, schuld en angst, maar tegelijkertijd ‘vergeten’ zijn dat dat zo is. Dus zien we alleen nog de waarneming en zijn totaal vergeten waar die waarneming vandaan komt. Een vergeten dat juist tot doel heeft het vergetene te vergeten. De waarneming is nu schijnbaar losgekoppeld van zijn bron, de denkgeest die ‘wil’ vergeten wat zijn bron is.

De enige manier om de waarneming weer terug te koppelen aan zijn bron de projecterende denkgeest, is door terug te keren naar de waarnemende/keuzemakende denkgeest en te erkennen dat we denkgeest zijn en niet onze waarnemingen/projecties.

Tegelijkertijd kunnen al onze projecties, nu niet meer gezien als los van de denkgeest, maar als uiterlijke bewijzen van de verbinding met de denkgeest, waarbij benadrukt moet worden dat denkgeest niet hetzelfde is als het brein, dienen als reminder om terug te keren naar de bron, de waarnemende/keuzemakende denkgeest positie, zodat er opnieuw gekozen kan worden.

Bijvoorbeeld, stel ik maak me zorgen over iets buiten mij, wat dus geprojecteerde zonde, schuld en angst moet zijn, want er is niets buiten mij, en er is ook geen lichaam ‘mij’ dat zich zorgen maakt, want er is alleen denkgeest. Denkgeest die de zonde, schuld en angst die zich in de egodenkgeest kant van de denkgeest bevindt probeert kwijt te raken door te projecteren, zodat de focus nu op een probleem buiten mij lijkt te liggen en de bron, de projecterende denkgeest geheel uit ‘beeld’ is verdwenen (vergeten).

Er lijkt nu een probleem buiten mij als lichaam te bestaan. Ik een lichaam dat een probleem heeft met een ander lichaam, ding of situatie.
Dit probleem (eigenlijk dus een projectie vanuit zonde, schuld en angst, maar dat mag niet herinnerd worden) breid zich verder uit, schijnbaar in de vorm. Ik zie bijvoorbeeld iets op tv, of lees iets, waardoor het probleem dat ik denk te hebben in enige vorm, wordt bevestigd en ik de schuld, boosheid, verdriet, zelfmedelijden, machteloosheid voel toenemen die ik snel weer op iets anders buiten mij projecteer, omdat ik (nu onbewust, ‘vergeten’) die vreselijke gevoelens kwijt wil raken en zo snel mogelijk buiten mij wil plaatsen, zodat ik ervan af ben. Dit kan zich laten zien, als een milde irritatie over iets wat als niets met de situatie te maken lijkt te hebben. Bijvoorbeeld ik erger me ineens aan rommel, die een ander heeft gemaakt, of een geluid wat ineens irriteert, of ik krijg ineens een enorme woede uitbarsting schijnbaar van wegen iets wat ik net op tv heb gezien, of omdat er iets in het verkeer gebeurt wat mij razend maakt, of die rot hond of kat luistert alweer niet, of omdat de natuur naar de klote wordt geholpen, of dat al het geld alleen maar naar de rijken gaat, of omdat Nederland vol is en iedereen die hier niet hoort moet oprotten, enz. enz. enz. voorbeelden in overvloed, kwestie van eerlijk kijken naar je eigen projecterende gedachten.
Ze hebben één ding gemeen en zijn daarom hetzelfde, ook al lijkt de vorm waarin ze zich lijken voor te doen te verschillen, het zijn allemaal projecties, een uiterlijke vorm, van een innerlijke toestand. En die innerlijke toestand is de keuze voor zonde, schuld en angst. Elke projectie is terug te voeren tot die keuze.

Als ik (denkgeest) dit doorzie kan ik constateren dat ik helemaal niet onvrede voel om de reden die ik denk (les 5). Ik ben helemaal niet in onvrede, van wegen iets of iemand buiten mij.
De hele wereld, alles wat ik lijk te beleven in ‘mijn’ wereld is niets anders dan één grote geprojecteerde vluchtpoging gebaseerd op zonde, schuld en angst.
En dat geld voor alles, er kan niet iets zijn wat zich toch echt buiten mij afspeelt, waar ik toch echt niets aan kan doen en ik toch echt het slachtoffer van ben en waarvan de schuldigen zich buiten mij bevinden.
Er is werkelijk een wereld, of er is geen wereld. Een beetje wel wereld en een beetje geen wereld bestaat niet. Net zoals een beetje zwanger niet bestaat.

Het wordt makkelijker als ik, de denkgeest, een duidelijke keuze maak.
Als ik kies voor: jazeker er is een wereld en ik ben wel degelijk een lichaam met een brein dat denkt en er gebeurt van alles buiten mij en ik ben hier om de wereld te verbeteren en ik ben daar gelukkig mee, dan is dat prima. Wees dan gelukkig afgewisseld met ongelukkig, zoals dat werkt in een dualistische wereld, en doe wat je denkt te moeten doen, zand erover, niet meer over nadenken.

Als ik kies voor ‘er is geen wereld’ alles wat ik zie en ervaar is een projectie vanuit zonde, schuld en angst en dus ben ik nooit in onvrede om de reden die ik denk, dan zal ik alles wat ik ervaar in twijfel gaan trekken en moeten bevragen.
Mijn keuze voor ‘er is geen wereld, mijn enige bron is de denkgeest’, wordt dan mijn anker en uitgangspunt. En al mijn ervaringen worden dan herinneringen aan de enige vraag die dan gesteld kan worden door mij als waarnemende denkgeest; is dit waar of niet waar. In de zin van is dit wat ik nu ervaar een uitbeelding van mijn onveranderlijke ZIJN, of is dit wat ik ervaar een uiterlijke uitdrukking van mijn wil me juist af te willen scheiden van wat ik BEN?

Bij de keuze voor ‘er is wel een wereld, en ik ben een lichaam’ zal de wereld van de vormen: lichamen, dingen en situaties, het anker lijken te zijn, terwijl ondertussen de verborgen, geheime, en vergeten keuze voor de egodenkgeest het anker is en waarvan uit wordt gedacht en gehandeld. Maar dat zal diep weg gestopt en ‘vergeten’ blijven in het onderbewuste, en zal ik mijzelf nooit de vraag kunnen stellen is dit WAAR of onwaar, want wat ik met de ogen van het lichaam wens te zien zal dan altijd voor mij de waarheid zijn.

Het is echter wel zo, dat als ik eenmaal een vlaag van herinnering aan een Onveranderlijke Werkelijkheid heb gehad, een diep Inzicht in wat ik werkelijk Ben, ik nooit meer helemaal zal kunnen geloven dat wat mijn ogen zien de waarheid is en wat ik niet kan zien met mijn ogen, of niet kan begrijpen met mijn brein, of niet wetenschappelijk bewezen kan worden niet bestaat.
Het heeft mij zeker geholpen toch op enig moment de keuze te maken, omdat dat de richting aangaf en geeft waar ik werkelijk naar verlang en dat is terug herinneren in Waarheid.
Laat ik de keuze in het midden en wil ik eigenlijk beide, zowel ‘er is wel een wereld en ik ben een lichaam’ als ‘er is geen wereld en ik ben denkgeest’ dan zal geen enkel ‘pad’ mij werkelijk naar Huis kunnen leiden, omdat deze keuze voor beiden een dualistische keuze is en dus wel van de keuze voor de egodenkgeest kant van de denkgeest moet komen. Die maar één doel heeft: in de afscheiding blijven en dat kan alleen door de wereld tot werkelijkheid te maken, ook al overgiet ik dat met een spiritueel sausje.

Daarom is het ook zo belangrijk dat als ik werkelijk voor het ‘doen’ van ECIW kies ik de metafysica die ECIW onderwijst altijd duidelijk op de achtergrond moet hebben. Deze vertegenwoordigt immers de keuze voor ‘Er is geen wereld’:

‘Er is geen wereld! Dit is de kerngedachte die de cursus probeert te onderwijzen. Niet ieder is bereid dit te aanvaarden en ieder moet zo ver gaan als hij zich kan laten leiden langs de weg die hem naar de waarheid voert. Hij zal terugkeren en weer verder gaan, of misschien een tijdje ervoor terugwijken en terugkeren eens weer’ (WdI.132.6:2-5).

De dood vertegenwoordigt onze grootste angst, de angst voor God, dat laatste wordt verborgen gehouden, ‘vergeten’, waardoor alleen het gevoel van angst overblijft, de angst voor het onbekende noemen we dat dan, en de angst voor het verlies van het lichaam waarvan we geloven dat dat is wat we zijn. We kunnen echter, omdat alles een gedachte is, niet gedacht door het lichaam, maar door de denkgeest, deze gedachte laten sterven door deze te vergeven, en wat dan overblijft is de dan weer tevoorschijn komende Liefde van God. Deze manier van het laten sterven van een idee heeft niets met het sterven van een lichaam te maken.
Ontwaken is het sterven (verdwijnen) van de gedachte een lichaam te zijn en weer te herinneren dat er alleen denkgeest is.
De projecties (lichamen, dingen, situaties) zullen in stand worden gehouden, zolang ze nog een functie hebben voor de ontwaakte denkgeest.

De angst voor God is niet de angst van de ego-god versie, de god die we kennen van de religie, want die is als verdediging bedacht tegen God, tegen de Liefde van God, oftewel tegen Eenheid.
Dat is duidelijk te herkennen aan het dualistische kenmerk van alle religies, uitgebeeld als het verschil tussen goed en kwaad, god en de duivel, kortom het zogenaamde bestaan van zonde, schuld en angst.
Dat is waar alle religies op zijn gebaseerd.
Het bijzondere van ECIW is dat het deze oude verzonnen vervangende waarde voor Liefde: zonde, schuld en angst dmv nog een bekende en beladen christelijke vorm, namelijk vergeven, her-gebruikt en er een compleet andere functie aan geeft.
Zo worden we genoodzaakt eerst onze angsten bewust onder ogen te zien, zodat we weten wat we kunnen gaan vergeven, in de zin van vergeven wat niet gebeurt kan zijn, maar slechts een bedenksel is waar we enorm in geloven.
En zo kan het idee van de dood van lichamen ook gezien worden als een gedachte die vergeven kan worden en dit zal leiden tot het ontwaken uit de droom van zonde, schuld en doodsangst.

 

 

Een projectie is een projectie, is een projectie en wordt nooit iets anders dan een projectie.
Dat is wat er bedoeld wordt met alles is een illusie. Het is geen illusie wat betreft ervaring, maar wat betreft de vorm.
Dus ook als we ons iets denken te herinneren uit een vorig leven, is het niet dat we ons een werkelijk in de vorm gebeurde situatie herinneren, maar een van de projectie mogelijkheden die door de egodenkgeest zijn bedacht en opgeslagen in de ego videotheek, en als projecties worden geprojecteerd. Met als doel het laten verschuiven van het weten naar het vergeten dat het een projectie is vanuit de egodenkgeest en vervolgens naar denken en geloven dat de projecties op zichzelf staande situaties zijn geworden en niets te maken hebben met de vaardigheid van de egodenkgeest te kunnen projecteren.
Dit zegt de zich totaal onbewuste en totaal vergetende denkgeest helemaal niets, en als dit al gelezen wordt dan zal er alleen weerstand zijn, of misschien wel helemaal geen reactie.
Eventuele weerstand laat echter wel zien, dat er wel een vage herinnering omhoog dreigt te komen aan dit vreemde ego mechanisme van het doen laten vergeten denkgeest te zijn. Want dat is wat alle weerstand is, de blokkade tegen het ‘herinneren’.
De boosheid zal zich echter schijnbaar richten en dus projecteren, want zo werkt de egodenkgeest, naar ‘buiten’ toe en dan zullen de projecties aangewezen worden als de schuldigen van deze als belachelijk afgeschreven gedachten.

Echter de bereidwillige denkgeest die deze herinnering wel onder ogen wil zien, zonder oordeel, zal nu de keuze hebben dit te onderzoeken en alle projecties aan het licht willen brengen en deze als terug-herinneringsmateriaal willen gaan laten gebruiken, door dat gedeelte van de denkgeest dat zich wil herinneren en in de Cursus Heilige Geest, of Jezus wordt genoemd.

 

 

Verwacht nooit meer 100% van jezelf, want 100% binnen het ego is altijd 100% ego en is dus alleen maar 100% ego perfectie, dus niets.
Je bent al 100%, dat hoef je niet te bewijzen, want waarom zou willen bewijzen wat je al bent, dat kan je alleen willen als je vergeten bent wat je bent.
Je bent vergeten dat je 100% denkgeest bent en daarom denk je nu dat je 100% lichaam bent, want dat er ‘iets’ was dat 100% was wist je nog wel, maar niet meer wát dat dan wel was.
Dus koos je voor 100% lichaam, omdat dát wat een lichaam projecteerde, de (ego)denkgeest, de eigenschap heeft te vergeten, want dat had het nodig om te vergeten dat het 100% denkgeest is.
Dus vergeet het 100% willen zijn in de wereld, vergeef het en dat wat je wel 100% bent zal overblijven….

 

De Christus in al je broeders zien, is eigenlijk, zien dat wat de ogen lijken te zien slechts een vermomming is, waarachter de denkgeest schuilgaat die de vermomming schijnbaar tot leven brengt en ‘vergeet’, dat hij, de denkgeest, zelf die rol speelt, maar niet ‘is’.

Derhalve kan je ook zeggen dat ‘wij’ de denkgeest acteurs zijn die rollen spelen en vergeten zijn dat ze de rol die ze spelen niet ‘zijn’, maar voor ‘waar’ en als identiteit hebben aangenomen.
Sterker nog, de ene denkgeest speelt al die rollen tegelijkertijd lopend langs miljarden tijdlijnen, steeds verder weglopend van de bron, van het begin, steeds verder in de ruimte van ‘het vergeten’.

Maar wat is vergeten kan terug gevonden worden, en zal terug gevonden worden, omdat het nooit verloren is gegaan.

 

 

We vergeten te vergeven omdat we dat willen, en we vergeten het vergeten te vergeven omdat we dat willen en we vergeten het vergeten, dat we vergeten zijn te vergeven omdat we dat willen…. tot we het echt niet meer willen vergeten, en vergeven.

Het stom vinden en of verachtelijk van onszelf (het ego), dat we het vergeten, is weer een verdekte vorm van het willen vergeten, het niet willen vergeven enz.

Zo ontdekken we vanzelf, door het toenemend alert zijn op de eigen gedachtes, als waarnemer, dat er maar één probleem is en maar één oplossing voor elke afscheidingsgedachte, die maar één verborgen doel heeft en dat is vergeten te vergeven en maar één echte oplossing kent, het vergeten in al zijn kleurrijke vormen te vergeven.

Dus we hoeven niet te stoppen met te vergeten te vergeven, maar simpelweg vergeven dat we vergeten.

 

Het vergeten vergeven.

 

verborgen achter het ene vergeten,

verdwaald in vergeten,

vergeten waar naar toe,

vergeten waarheen,

vergeten waarom,

vergeten waartoe,

vergeten wat liefde is,

vergeten,

dolend in angst,

tastend naar wat is vergeten,

in het duister van de nacht,

vergeten vergat ik te vergeven.

 

God ik vergeef je dat je niet vergaf.

 

999764p

 

 

Het vergeten vergeven.

 

verborgen achter het ene vergeten,

verdwaald in vergeten,

vergeten waar naar toe,

vergeten waarheen,

vergeten waarom,

vergeten waartoe,

vergeten wat liefde is,

vergeten,

dolend in angst,

tastend naar wat is vergeten,

in het duister van de nacht,

vergeten vergat ik te vergeven.

 

God ik vergeef je dat je niet vergaf.

 

999764p

 

 

%d bloggers liken dit: