archiveren

Tagarchief: verdediging

De eenvoud van verlossing, en de moeite die het kost daar tegenin te gaan door het extreem moeilijk te doen laten lijken en dat allemaal omdat de ‘ik’ die niet bestaat verlossing niet wil en daarom een ‘ik’ heeft bedacht in een ‘ik’ wereld die op zoek gaat naar verlossing daar waar het onmogelijk gevonden kan worden, omdat het juist als verdediging tegen verlossing is bedacht…
Zonder verdere uitleg, omdat het voor zichzelf spreekt en ik deze reminder echt nodig heb nu, laat ik ECIW hier zelf aan het woord (T31.I.1-13):

DE EINDVISIE

I. De eenvoud van verlossing

1. Wat is verlossing toch eenvoudig! 2Al wat ze zegt is dat wat nooit waar
was nu niet waar is, en dat nooit zal zijn. 3Het onmogelijke is niet gebeurd,
en kan geen gevolgen hebben. 4En dat is alles. 5Kan dit voor iemand
die wil dat dit waar is, lastig te leren zijn? 6Alleen de onwil dit te
leren kan zo’n makkelijke les ingewikkeld maken. 7Hoe moeilijk is het
om te zien dat wat onwaar is niet waar, en wat waar is niet onwaar kan
zijn? 8Je kunt niet langer zeggen dat je geen verschil ziet tussen onwaar
en waar. 9Er is jou exact verteld hoe je het ene van het andere kunt onderscheiden,
en wat je precies moet doen als je in verwarring raakt.
10Waarom volhard je er dan in zulke simpele dingen niet te leren?

2. Daar is een reden voor. 2Maar verwar die niet met het idee dat de simpele
dingen die de verlossing jou vraagt te leren, moeilijk zijn. 3Ze onderwijst
slechts het zeer voor de hand liggende. 4Ze gaat eenvoudig van
de ene duidelijke les naar de volgende, in makkelijke stappen die jou
zachtjes en zonder de minste inspanning van de ene naar de andere leiden.
5Dit kan niet verwarrend zijn, en toch ben je in verwarring. 6Want
op een of andere manier geloof je dat wat totaal verward is, makkelijker
te leren en te begrijpen valt. 7Wat jij jezelf geleerd hebt is zo’n geweldig
staaltje leerwerk dat het inderdaad ongelooflijk is. 8Maar je hebt het
voor elkaar gekregen omdat je dat wilde, en je hebt er in je ijver niet
eens bij stilgestaan dat dit lastig te leren is en te ingewikkeld om te vatten.

3. Niemand die begrijpt wat je geleerd hebt, hoe zorgvuldig je dat hebt
gedaan, en welke moeite jij je hebt getroost die lessen eindeloos te oefenen
en te herhalen in elke jou denkbare vorm, kan ooit de kracht van
jouw leervaardigheid in twijfel trekken. 2Er is in de wereld geen grotere
kracht. 3De wereld werd erdoor gemaakt, en ook nu nog is ze op niets
anders aangewezen. 4De lessen die jij jezelf hebt onderwezen, zijn zo
uit-en-te-na geleerd en zo star, dat ze als zware gordijnen oprijzen om
eenvoudige en voor de hand liggende zaken aan het oog te onttrekken.
5Zeg niet dat jij die niet kunt leren. 6Want jouw vermogen om te leren is
sterk genoeg om je te onderwijzen dat jouw wil niet de jouwe is, je gedachten
jou niet toebehoren, en zelfs dat jij iemand anders bent.

4. Wie kan er nu beweren dat lessen zoals deze makkelijk zijn? 2Toch heb je
meer dan dit geleerd. 3Je bent doorgegaan, en hebt zonder morren iedere
stap gezet, hoe moeilijk die ook was, tot er een wereld was opgebouwd die
jou paste. 4En elke les waardoor de wereld wordt samengesteld, komt
voort uit die eerste leerprestatie, een enormiteit zo groot dat de Stem van
de Heilige Geest voor de grootheid daarvan nietig en stil lijkt.* 5De wereld
nam een aanvang met één enkele zonderlinge les, krachtig genoeg om ervoor
te zorgen dat God vergeten werd en dat Zijn Zoon van zichzelf vervreemdde,
verbannen uit het huis waarin God Zelf hem gevestigd heeft.
6Jij, die jezelf geleerd hebt dat de Zoon van God schuldig is, zeg niet dat je
de eenvoudige zaken die de verlossing jou onderwijst niet leren kunt!

5. Leren is een bekwaamheid die jij gemaakt hebt als een geschenk aan jezelf.
2Ze werd niet gemaakt om de Wil van God te doen, maar om de wens
in stand te houden dat die kon worden weerstaan, en dat een wil los daarvan
toch werkelijker zou zijn dan deze Wil. 3En dit is wat leren heeft geprobeerd
te demonstreren, en jij hebt datgene geleerd waartoe dit onderwijs
ontworpen was. 4Nu staat wat jij vanouds uit-en-te-na geleerd hebt
onverbiddelijk voor de Stem van de waarheid, en onderwijst het jou dat
Haar lessen niet waar zijn, te lastig zijn om te leren, te moeilijk om te zien,
en te zeer tegengesteld aan wat werkelijk waar is. 5Toch zul jij ze leren,
want die lessen te leren is het enige doel dat de Heilige Geest voor jouw
leervaardigheid in heel de wereld ziet. 6Zijn eenvoudige lessen in vergeving
hebben een kracht machtiger dan de jouwe, want ze roepen jou toe
vanuit God en vanuit jouw Zelf.

6. Is dit een zwakke Stem, zo nietig en stil*, dat Ze zich niet verheffen kan
boven het zinloze lawaai van klanken zonder betekenis? 2God heeft niet
gewild dat Zijn Zoon Hem vergeet. 3En de macht van Zijn Wil huist in de
Stem die namens Hem spreekt. 4Welke les ga jij leren? 5Welk resultaat is
onontkoombaar, zo zeker als God, en ver boven alle twijfel en vragen verheven?
6Kan het zijn dat al jouw futiele leren, met een merkwaardig resultaat
en ongelooflijke moeilijkheidsgraad, de eenvoudige lessen zal
weerstaan die jou op ieder moment van elke dag worden onderwezen sedert
de tijd begon en het leren werd gemaakt?

7. Er vallen maar twee lessen te leren. 2Elk resulteert in een andere wereld.
3En elke wereld volgt met zekerheid uit haar bron. 4Het vaststaand resultaat
van de les dat Gods Zoon schuldig is, is de wereld die jij ziet. 5Het is
een wereld van verschrikking en vertwijfeling. 6En ze biedt geen enkele
hoop op geluk. 7Er is geen plan dat jij ten behoeve van jouw veiligheid
kunt opstellen dat ooit werken zal. 8Er is geen vreugde die je hier kunt
zoeken, met de hoop die te vinden. 9Dit is echter niet het enige resultaat
waartoe jouw leren kan leiden. 10Hoe uit-en-te-na jij de door jou gekozen
taak ook mag hebben geleerd, de les die de Liefde van God weerspiegelt
is nog altijd sterker. 11En je zult leren dat Gods Zoon onschuldig is, en een
andere wereld zien.

8. Het resultaat van de les dat Gods Zoon schuldeloos is, is een wereld zonder
angst waar alles door hoop wordt verlicht en sprankelt van een milde
vriendelijkheid. 2Er is niets wat jou niet roept met een zacht verzoek jouw
vriend te mogen zijn, en zich met jou te mogen verbinden. 3En nooit blijft
een oproep ongehoord, onbegrepen, of zonder antwoord in precies dezelfde
taal als waarin de oproep werd gedaan. 4En jij zult begrijpen dat dit de
oproep was die iedereen en alles in de wereld altijd al heeft gedaan, maar
die jij niet aanzag voor wat ze was. 5En nu zie je in dat jij je hebt vergist. 6Je
werd misleid door de vormen waarin de oproep zat verscholen. 7En daarom
hoorde jij die niet, en verloor je een vriend die altijd deel van jou wilde
zijn. 8De zachte, eeuwige roep van elk deel van Gods schepping tot het geheel
wordt over heel de wereld gehoord die deze tweede les jou brengt.

9. Er is geen enkel levend wezen dat niet de universele Wil deelt dat het
heel is, en dat jij zijn roep niet onbeantwoord laat. 2Zonder jouw antwoord
is het ten dode opgeschreven, zoals het van de dood wordt gered wanneer
jij zijn roep hebt gehoord als de aloude oproep tot het leven, en begrepen
hebt dat het slechts jouw eigen roep is. 3De Christus in jou herinnert Zich
God met al de zekerheid waarmee Hij Zijn Liefde kent. 4Maar alleen als
Zijn Zoon onschuldig is, kan Hij Liefde zijn. 5Want God zou inderdaad
angst zijn als hij die door Hem onschuldig is geschapen, slaaf van schuld
zou kunnen zijn. 6Gods volmaakte Zoon herinnert zich zijn schepping.
7Maar in schuld is hij vergeten wat hij in werkelijkheid is.

10. De angst voor God is even zeker het gevolg van de les dat Zijn Zoon
schuldig is als Gods Liefde onherroepelijk herinnerd wordt wanneer hij
zijn onschuld leert. 2Want haat moet wel de vader zijn van angst, en zichzelf
als de vader daarvan zien. 3Hoezeer vergis jij je die niet de oproep
hoort die weerklinkt achter elke schijnbare roep om de dood, die zingt
achter elke moorddadige aanval en ervoor pleit dat liefde de stervende
wereld herstelt. 4Jij begrijpt niet Wie jou vanachter elke vorm van haat,
elke roep om oorlog roept. 5Maar je zult Hem herkennen als je Hem antwoordt
in de taal waarmee Hij jou roept. 6Hij zal verschijnen wanneer jij
Hem geantwoord hebt, en in Hem zul je weten dat God Liefde is.

11. Wat is verleiding anders dan de wens om de verkeerde beslissing te
nemen over wat je wilt leren, en een resultaat te verkrijgen dat je niet wilt?
2De erkenning dat het een ongewenste staat van je denkgeest is, wordt het
middel waarmee de keuze wordt herzien, en een ander resultaat gezien
wordt dat de voorkeur geniet. 3Je bent misleid als je gelooft dat jij ramp-
spoed, onenigheid en pijn wilt. 4Hoor in jezelf de roep hierom niet. 5Maar
luister liever naar de diepere roep daarachter, die tot vrede en vreugde
aanspoort. 6En heel de wereld zal jou vreugde en vrede geven. 7Want zoals
je hoort, zo zul je antwoorden. 8En zie! 9Jouw antwoord is het bewijs van
wat je hebt geleerd. 10Het resultaat is de wereld die jij aanschouwt.

12. Laten we een ogenblik stil zijn en alles vergeten wat we ooit hebben geleerd,
alle gedachten die we ooit hebben gehad, en alle vooroordelen die
we eropna houden over de betekenis en de bedoeling der dingen. 2Laten
we ons niet onze eigen ideeën herinneren over waartoe de wereld dient.
3Wij weten het niet. 4Laat elk beeld dat we van wie ook in onze denkgeest
vasthouden, daaruit worden losgemaakt en weggeveegd.

13. Wees vrij van oordelen en je onbewust van enige gedachte over goed of
kwaad die ooit over iemand in je denkgeest opgekomen is. 2Nu ken je hem
niet. 3Maar je bent vrij om hem te leren kennen, en op nieuwe wijze te leren
kennen. 4Nu is hij voor jou herboren en ben jij voor hem herboren, zonder
het verleden dat hem ter dood veroordeeld heeft, en jou samen met hem.
5Nu is hij vrij om te leven, net als jij, want een oeroud leren is heengegaan
en heeft plaatsgemaakt zodat de waarheid kan worden herboren.

De allerbeste truc van de egodenkgeest is het geloof in dat het allemaal zo ‘echt’ lijkt.
Het geloof in de ‘echtheid’ van de wereld kan alleen maar zo sterk zijn, omdat de bron, de denkgeest, welke de grote illusionist is, zichzelf onzichtbaar, eigenlijk beter ‘ondenkbaar’ heeft getoverd, zodat alleen nog maar de uiterlijke weergave van de truc wordt gezien en gelooft.
Deze knapste illusionisten truc ooit is heel overtuigend, maar alleen overtuigend door het geloof erin. Slechts een simpele gedachte van het erin geloven houd de truc schijnbaar in leven. En dat geloof moet verdedigt worden, want als de illusie aan het licht komt betekent dat einde truc, einde wereld, einde ‘ik’.

En hoe wordt dat geloof  in stand gehouden? Door de illusie zo krachtig en heftig te doen laten lijken dat het alle aandacht opeist en de bron, de denkgeest zelf totaal uit het denken verdwijnt.

Alle projecties getuigen hiervan. Voel ik me niet lekker, haalt iemand een rotstreek uit, is er zorgen om geld, gaat er iemand dood, is er slecht nieuws, hou ik van de een en haat ik de ander, dan lijkt dat heel echt, en laat niemand me vertellen dat het niet echt is, want dan gooi ik er nog een schepje verdediging bovenop.

En dat is precies waar het allemaal voor dient, als verdediging tegen Eenheid, Waarheid, Liefde, God. Dus eigenlijk zijn al mijn projecties een verdediging tegen Eenheid, Waarheid, Liefde, God en heb ik ze zelf opgezet. Niet om de reden die ik denk als illusionist die vergeten wil dat hij zelf de illusionist is die zelf de illusies bedenkt en echt doet lijken, maar enkel en alleen om maar uit Eenheid, Waarheid, Liefde, God te blijven.

Boos en verontwaardigt worden om wat gedacht wordt dat hier geschreven wordt en zeggen: “oh, dan is het zeker m’n eigen schuld dat ik ziek ben, ongelukkig ben, grote schulden heb”, is wederom een verdediging van de denkgeest die alles uit de kast zal blijven halen om maar uit Eenheid, Waarheid, Liefde, God te blijven.

Ook beweren dat ik zo vreselijk veel van Jezus en God hou is een verdediging, een hele slimme, want het lijkt te ontkennen wat het ego wil ontkennen. Het ego wil ontkennen dat er alleen God (Onveranderlijke niet persoonlijke Eenheid/Liefde) is, wat natuurlijk niet lukt, dus wordt er een ego god neergezet die de plaats van God (Onveranderlijke niet persoonlijke Eenheid/Liefde) in neemt en alle eigenschappen van het egodenken heeft, zoals oordelend zijn, met twee maten wegen, denken in goed en in kwaad, voorkeuren hebbend, bestraffend zijn, belonend onder voorwaarden enz.

Deze ego god nu als buiten mij geprojecteerd gezien, wordt nu aanbeden en geliefd of gehaat, aanbeden en verdedigt, aangevallen niet van wegen zijn door het ego bedachte kenmerken, maar om te verbergen dat Eenheid, Waarheid, Liefde, God niet echt veranderen kan, dan alleen door de illusie van het ‘op z’n kop’ denken en geloven.
Waarheid, Eenheid, Liefde, Zelf, God (allemaal woorden die omschrijven maar het niet ‘zijn’, daar woorden en omschrijvingen Eenheid enz. niet kunnen beschrijven) kan worden ontkend, weggestopt, weggetoverd, maar nooit compleet verdwijnen.
Ook al lijkt de grote illusie show gepresenteerd door de beste illusionist (de egodenkgeest) die er maar te bedenken valt heel, heel echt, het is en blijft een illusie show.

De egodenkgeest gebruikt het idee van ‘persoonlijk’ als hulpmiddel om afgescheiden te lijken zijn van Eenheid.
En ook om het idee van dat er ook maar één egodenkgeest is, dus dat er telkens eigenlijk maar één gedachte ten grondslag ligt aan het steeds weer kiezen voor afscheiding, te verbergen.
Door te denken en te geloven een persoon te zijn in een lichaam met een eigen individuele persoonlijkheid lijkt het idee van afscheiding een heel normale gedachte en het komt niet meer in de nu in afscheiding gelovende denkgeest op dat er maar één denkgeest is, die er voor heeft gekozen dit te vergeten, teneinde afscheiding schijnbaar mogelijk te laten lijken.

Zonde, schuld en angst hebben nu makkelijk vat op de in afscheiding en afgescheiden persoonlijkheden gelovende denkgeest.
Ik hoef maar even eerlijk te kijken naar hoe ik reageer op wat er om me heen gebeurt om te zien hoe ik me alles persoonlijk aantrek.
Ik voel me voortdurend persoonlijk aangesproken, beledigd, gevleid, beschuldigd, beschuldigend, aangevallen, verdedigend, op m’n hoede, geliefd, gehaat, enz.
Dat is wat de egodenkgeest denkt en projecteert, omdat deze voor dit doel zo is geprogrammeerd door de (waarnemende/keuzemakende) denkgeest die nog zogenaamd onbewust kiest voor afscheiding.
Zogenaamd onbewust, omdat ‘onbewust’ ook een verdedigingsgedachte is die er voor moet zorgen dat het hele egomechanisme en hoe dat werkt verborgen blijft.

Het is belangrijk dit hele egomechanisme onder ogen te gaan leren zien, want wat niet gezien wordt kan ook niet vergeven worden en ontkracht.
Vandaar dat het belangrijkste onderdeel van het hele vergevingsproces is, leren kijken, en wel heel eerlijk, ongecensureerd en oordeelloos onder leiding van de symbolen voor oordeelloosheid: Jezus en of Heilige Geest.
Dit eerlijk kijken is onmogelijk olv de egodenkgeest, want dat is immers geprogrammeerd om oordelend en niet eerlijk te kijken, om maar niet door de mand te vallen.

Egodenkgeest gedachten kenmerken zich door het altijd persoonlijk gelijk te willen hebben en krijgen.
Dat kan ook een persoonlijk groeps gelijk zijn, maar het kenmerk en het doel is altijd afscheiding.

Dit is een krachtig verdedigingsmechanisme van de egodenkgeest. Vandaar dat we ‘persoonlijk’ ook erg belangrijk vinden en de neiging bestaat dat we de persoonlijkheid koste wat kost willen verdedigen. Ik denk immers dat ik mijn persoonlijkheid ben in een lichaam, en als ik die niet verdedig, zal ik het onderspit delven, en zal mijn persoonlijkheid me worden afgenomen en vernietigd. Dat uiteindelijk het gevecht om de persoonlijkheid huizend in een lichaam toch altijd verloren wordt door de onvermijdelijke dood, verschuiven we liever naar de achtergrond en proberen dat zo lang mogelijk uit te stellen of bedenken hoopvolle mogelijkheden voor na de dood, zoals de persoonlijke ziel, die naar de hemel gaat of naar de hel, of zal reïncarneren, of zal worden gerecycled door de aarde zelf in de natuur.
Allemaal pogingen om de persoonlijkheid te beschermen en intact te houden, niet van wegen het verlies van de persoonlijkheid, maar van wegen de angst terug te herinneren in Eenheid welke volledig onpersoonlijk een grenzeloos is.

Echter als de denkgeest eraan toe is om te ontwaken, komen er barstjes in dit denksysteem, doordat de waarnemende/keuzemakende denkgeest langzaamaan ‘bewust’ wordt, langzaamaan boven het egodenksysteem van alles persoonlijk nemen uitstijgt en zich bewust wordt van de dynamiek van de egodenkgeest en zich afvraagt; is dit wel waar, en is er ook een andere manier, want dit ‘werkt’ niet.

Ware vergeving brengt de denkgeest terug naar de bron waar voorheen onbewust de keuze werd gemaakt voor afscheiding, dus voor de egodenkgeest, en waar nu opnieuw de keuze gemaakt kan worden, nu voor dat gedeelte van de denkgeest dat zogenaamd ‘vergeten’ was; de oordeelloze onpersoonlijke Heilige Geest denkgeest, welke nog steeds onveranderlijk in verbinding staat, de brug vormt, terug naar Eenheid, waar we nooit werkelijk uit zijn weggeraakt.

Alleen onder leiding van de Juist gerichte oordeelloze niet persoonlijke denkgeest (HG of Jezus denkgeest) kan ik eerlijk kijken, zonder oordeel, naar al die ‘persoonlijk’ genomen gedachten. Dat is een leerproces, want de egokant van de denkgeest doet nog steeds mee, is in elke gedachte aanwezig, en zal reacties opwerpen, van weerstand. Bijvoorbeeld dat ik walg van bepaalde gedachten, m’n hoofd afwent voor bepaalde gedachten, dat ik afgeleid wordt, me niet kan focussen op bepaalde gedachten, gewoon ogenschijnlijk ‘niets’ kan denken, een muur van woede voel optrekken, nog sterker lichaamsgericht wordt, enz.
De egodenkgeest is schier eindeloos creatief in zijn verdedigingsgedachten.
Het vereist heel veel bereidwilligheid, overgaven en vertrouwen in het Hulp vragen hierbij aan de Juist gerichte (HG) kant van de denkgeest.

Ook hulp vragen bij een specifiek probleem is een keuze voor hulp vragen aan het ego. Het ego is immers altijd specifiek persoonlijk vormgericht en dus nooit denkgeest gericht.
Ware Hulp vragen is dus hulp vragen op denkgeest niveau, daar waar de gedachten beginnen en vervolgens geprojecteerd worden.
Vandaar nogmaals dat gedachten leren herkennen en leren onderkennen zo belangrijk is bij het leren van Ware Vergeving.
Specifieke problemen worden op deze manier alleen nog gezien als reminders om terug te keren naar hun bron, de denkgeest. Ze worden niet meer als specifieke, serieuze persoonlijke aanvallen gezien, maar als vergevingskansen.

Dit wordt onvermijdelijk in het proces als heel lastig ervaren, omdat er ook maar één egodenkgeest is, die alle verdedigingsgedachten bevat die maar mogelijk zijn. Dat betekent dat we allemaal dezelfde egogedachten hebben in de ogenschijnlijke persoonlijke egodenkgeest.
Dus het hele ego arsenaal van de serieverkrachtende, fascistische, terroristische zelfmoordenaars, tot de altijd voor iedereen klaarstaande barmhartige, zichzelf volledig wegcijferende wereldredder/verbeteraar, en alle tinten grijs die maar mogelijk zijn daar tussenin.
En om dit ene totaal krankzinnige vernietigende mechanisme van de ene egodenkgeest ogenschijnlijk waar te kunnen maken, is dit hele ene waanzinnige egodenkgeest pakket netjes verdeeld over miljoenen schijnbaar aparte persoonlijkheden, zodat het niet zo opvalt en er een soort vertekend evenwicht tussen goed en kwaad lijkt te zijn.

Als dat bewustzijn van weten dat er altijd maar één egodenkgeest is, ook al lijkt het dat er miljarden persoonlijke vormen en variaties zijn, groeit  dan hebben we echt de oordeelloze onpersoonlijke Hulp van de HG kant van de denkgeest nodig om hier überhaupt naar te durven kijken.

Maar voor Ware Vergeving hebben we al dat egodenkgeest materiaal wel nodig, helemaal van a t/m z, omdat het niet is wat het lijkt zoals het zich heeft geprojecteerd, maar slechts een onmogelijke verdediging tegen Eenheid, tegen Liefde, tegen God is.
Alleen als ik al mijn gedachten niet meer ‘persoonlijk’ neem en ze daardoor ongecensureerd naar boven durf te laten komen, en ernaar leer kijken olv de onpersoonlijke kant van de denkgeest: HG/J,  kan ik Ware Vergeving beoefenen.
En alleen dan kan ik zien en ervaren dat het allemaal ‘onschuldig’ is en er niets gebeurt is in en met de Werkelijkheid.

Naarmate het proces van ontwaken uit de droom vordert wordt de denkgeest steeds transparanter. Dit is een logisch gevolg van het opruimen (vergeven) van de blokkades die de denkgeest die wil ‘vergeten’ (vergeten dat deze denkgeest is en niet een lichaam) opgeworpen heeft. Het lijken massieve blokkades, maar het zijn niet meer dan ‘gedachten’ sluiers van vergeten.
De ervaring bij het opruimen (vergeven)  van de blokkerende gedachten, is dat ze wel heel massief voelen, vooral ook door de emoties waar het onder ogen zien en het vergeven mee gepaard gaat. Dit alles is ook slechts weer een verdediging van de denkgeest die bang is ontmaskerd te worden als zijnde slechts een gedachte, een idee, een fantasie. Dat betekent immers dat het zorgvuldig opgebouwde en verzonnen verhaal dat er geen denkgeest is, maar alleen lichamen in een wereld, in duigen zal vallen en de zorgvuldige nieuwe niet bestaande identiteit van de egodenkgeest een lichaam te zijn, een persoontje, met een eigen verhaal ook doorzien zal worden en daardoor verdwijnen.

De denkgeest echter is niet zozeer bang dat het zijn bedachte lichaam en persoonlijkheid zal verliezen, want ergens weet de denkgeest ook wel dat dat slechts een verzinsel, een droom is. Waar de denkgeest wel doodsbang voor is, is het blootleggen van zijn geloof in zonde, schuld en angst. Want als die blokkade verdwijnt staat de denkgeest (zo gelooft deze) oog in oog met de god die wraak zal willen nemen en woedend zal zijn, omdat de (verloren) ‘zoon van god’ ervandoor is gegaan en voor zichzelf wilde beginnen. Het geloof in zonde, schuld en angst houdt deze verborgen angst voor god verborgen en projecteert het als een wereld buiten zichzelf, met als doel de oorsprong te vergeten zodat nu de zonde, schuld en angst buiten mij waar te nemen is in een wereld die voor 100% vanuit het geloof in zonde, schuld en angst komt en als enige waarheid wordt gezien.

Ook van deze fantasie gedachte weet de denkgeest, (namelijk dat gedeelte van de ene denkgeest dat nog steeds verbonden is met Eenheid, Waarheid, Liefde, God), ergens nog dat de gedachte niet waar kán zijn en slechts een verdediging is tegen niets.
Dus ook  het geloof in zonde, schuld en angst, als verdediging tegen de Liefde van God is een verzinsel en niet waar.

Naarmate dat gedeelte van de ene denkgeest dat zich begint te herinneren en bereid is zich volledig te herinneren, zich steeds meer gáát herinneren en de blokkades transparanter worden en laag voor laag zullen oplossen in ‘weten’, zal er ook steeds meer helderheid ontstaan.
Wat een logisch gevolg is van het verdwijnen van de blokkades. De met opzet aangebrachte grenzen zullen worden doorzien en door ze te vergeven zullen ze verdwijnen, waardoor de eenheid van alles steeds zichtbaarder wordt.
Dit kan ervaren worden als een steeds groter wordende alertheid, het makkelijker doorzien van de blokkades die de egodenkgeest nog steeds opwerpt, maar deze steeds minder persoonlijk nemen en steeds minder als aanval of verdediging zien. De oorspronkelijke opzet van de egodenkgeest, namelijk verdediging tegen Eenheid, Waarheid, God, Liefde, zal meer en meer worden doorzien en ontmanteld.

Echter de egodenkgeest doet ook nog gewoon mee, er is immers maar één denkgeest, welke alles omvat, dus ook de egodenkgeest. De egodenkgeest bevind zich nog steeds in Eén, en alleen denkt en gelooft dat het zich kan afscheiden van één, maar aangezien dat onmogelijk is, is het niet gebeurt, en is en blijft het slechts een fantasie alleen in stand gehouden door het geloof erin.
En dit onmogelijke stukje zich vergissende egodenken zal deze toenemende helderheid ook weer gaan misverstaan, omkeren en projecteren als iets speciaals, bijvoorbeeld als speciale kracht in een lichaam dat dan helderziend genoemd wordt.
Weer, niet van wegen de wil een lichaam te maken met speciale krachten, maar om het onderliggende geloof in zonde, schuld en angst te verbergen.

De steeds helder wordende waarnemende denkgeest zal ook deze verdediging van de nog steeds aanwezige ego gedachten steeds beter en bewuster gaan doorzien en gaan beseffen dat er een keuze gemaakt kan worden tussen dit ego denken en het Eenheids denken.

De toenemende helderheid van de denkgeest kan opnieuw worden misbruikt als er opnieuw gekozen wordt voor het egodenken, of worden her-gebruikt als er wordt gekozen voor dat gedeelte van de denkgeest dat ‘weet’ en zich verbonden weet met zijn ware aard: Eenheid, Waarheid, Liefde, God.
In het eerste geval, dus keuze voor het egodenken, zal de helderziendheid als speciaal worden gezien en als iets van het lichaam en ook als zodanig in de wereld worden gezet, of als er opnieuw wordt gekozen voor Juist gericht denken, zal de helderziendheid gezien worden als logisch gevolg van het wegvallen van de blokkades, waardoor er een toenemend grenzeloos denken zal worden ervaren, waarbij alle blokkades, dus alle egogedachten worden gezien, en doorzien maar niet meer persoonlijk worden genomen en de drang tot aanval of verdediging steeds zwakker wordt doordat deze wordt doorzien.

Dat is even wennen voor de steeds minder persoonlijk gerichte denkgeest, die nu werkelijk alle ego-mogelijke-gedachten voorbij ziet komen, doordat de ‘speciale’ persoonlijkheids grenzen vervagen en tenslotte verdwijnen.
Dan wordt duidelijk dat alle ego gedachten die ooit gedacht zijn, gedacht worden en nog gedacht zullen worden al hebben plaatsgevonden en dat al die zelfde egogedachten zich met elke gedachte, binnen het geloof in tijd en ruimte zich voortdurend herhalen. Allemaal, zowel de ogenschijnlijk leuke en aardige, maar ook de meest moordlustige, vernietigende gedachten. En dat slechts het geloof in speciale aparte lichamen dit hele pakket aan geprojecteerde gedachten de schijn van overzichtelijkheid geeft, door elk geprojecteerd lichaam van een portie van deze egogedachten te voorzien, zodat het nu lijkt alsof er miljarden aparte lichamen zijn met bepaalde karaktertrekken en eigenschappen. Grof onder te verdelen in goed en kwaad.

De ontwakende denkgeest krijgt dit allemaal in één keer binnen. Er ontstaat een enorme grenzeloze alertheid waarbinnen alles gezien en gehoord, kortom waargenomen wordt.
Gelukkig leert de tot werkelijkheid ontwakende denkgeest tegelijkertijd ook dat dit zo werkt en zal dit alles voorbij zien komen razen, maar leren het niet meer persoonlijk te nemen en het gaan zien als bewijs dat wat de egodenkgeest denkt en gelooft niet waar kán zijn en op z’n best nog bruikbaar is als vergevingsmateriaal en vergevingskans.

Neemt niet weg dat het proces van alert wordende helderheid, het proces van grenzeloos worden van de denkgeest, gepaard gaat met de nodige schrik, verwarring, verbazing, ontzetting, weerstand, want het stukje geloof in egodenken reist nog steeds mee, ook al wordt het steeds zwakker en wordt er niet meer 100% in gelooft. Het Eenheids, Waarheids idee is op zich een simpel idee, maar wordt niet als gemakkelijk ervaren in z’n uitvoering op z’n zachts gezegd.

Daarom zegt ECIW ‘doe het niet alleen’, wat betekent ga dit proces liever niet aan onder leiding van het egodenken, dus onder leiding van het geloof dat er een ik is die het proces aangaat als lichaam (bijvoorbeeld) Annelies, want dan verandert er helemaal niets, en blijft het egodenken gewoon intact, omdat dan de focus nog steeds ligt op het veranderen van de wereld en een ‘mij’ en anderen als lichaam en zoals we hebben gezien, er is geen wereld, er zijn geen lichamen, er is alleen een geloof in een wereld en in lichamen.

Het ‘doe het niet alleen’ is de uitnodiging ‘Hulp’ te vragen bij dit proces van ‘Helder Zien’, aan dat gedeelte van de denkgeest dat zich ‘Herinnert’, in ECIW wordt deze hulp symbolisch Heilige Geest en of Jezus genoemd.
Door Heilige Geest en of Jezus symbolisch een hand te geven, verbind ik mij als denkgeest met de herinnering aan Waarheid, Eenheid, God, Liefde, en geef ik al mijn blokkades die ik tegen kom in mijn dagelijkse leven aan Hen, door eerst eerlijk oordeelloos alle oordelen onder ogen te zien, niets achter te houden en te Vergeven. Het soort Vergeving dat weet en ziet dat er in werkelijkheid niets gebeurt is dat in staat is Werkelijkheid te vernietigen.

 

 

We, de (waarnemende/keuzemakende) denkgeest, moeten door het ´zwarte gat´, van de speciale haat, speciale liefde heen, teneinde te herinneren dat er alleen Liefde is. Vormloze alles omvattende Liefde.
Maar alleen omdat alle speciale liefde, speciale haat, projecties (vorm) zijn, en dus illusies, een droom, kunnen we, de waarnemende/keuzemakende denkgeest, dit volbrengen als we, waarnemende/keuzemakende denkgeest, daarvoor willen kiezen.
Zou de wereld geboren uit speciale haat en speciale liefde werkelijk zijn, wat wij, die willen vergeten denkgeest te zijn en denken dat deze wereld werkelijk is, geloven, dan is ontwaken of herinneren wat we werkelijk zijn, onmogelijk, we blijven dan een in dromen gelovende denkgeest.
Dus ons geloof in een wereld die werkelijkheid is, houdt ons, de denkgeest die wil vergeten, in de afscheiding.
Zonde, schuld en angst houdt ons in de illusie, het geloof in zonde, schuld en angst houdt de illusie waarin de denkgeest wil geloven in stand.
Alleen aan de ‘Hand’ van de herinnering (HG/J) die altijd nog aanwezig is in dat deel van de denkgeest dat weet dat de zonde, schuld en angst die ervaren wordt niet is wat deze lijkt te zijn zoals deze in de vorm waarin zonde, schuld en angst worden uit geprojecteerd en verschijnt, kan er worden terug herinnert, dwars door de ´zwarte gaten´ van de ervaringen heen.
Aan de ‘hand’ van het vergeten (ego), is dit niet mogelijk. Angst kan onmogelijk angst uit angst leiden, het zal de angst juist vergroten.
En ook dit moet onderkend worden, bijvoorbeeld als we uitroepen “die cursus werkt niet”, of we iets of iemand anders de schuld geven dat het niet werkt.
Allemaal zelf sabotage, wat eerst onderkend dient te worden.
Alleen de herinnering aan Liefde (HG/J) kan uit angst leiden, terug in Liefde.

Eerst moet onder ogen worden gezien dat alle speciale relaties, zowel liefde als haat relaties, die ik heb niet lijken te zijn wat ik bedacht heb dat ze zouden moeten zijn.
Ze hebben niets met liefde of haat te maken, ze zijn enkel en alleen een verdediging tegen wat ik, denkgeest, werkelijk ben: Één in God, Liefde alleen in staat tot uitbreiding van non-dualistische Liefde.
Dat wat ik als zogenaamd lichaam in een zogenaamde wereld met andere lichamen en dingen en situaties ervaar is slechts een afspiegeling van wat ik wens te denken en te zien, vanuit de wil tot afscheiding van Liefde. En daardoor kan ik, denkgeest, alleen speciale liefde en speciale haat uitbreiden. Ik kan het bewijs hiervan in al mijn relaties terug zien, als ik dat ten minste wil zien.

Besluit ik, als denkgeest, want lichamen beslissen niets, omdat ze niets zijn, slechts projecties vanuit denkgeest, dat er een andere manier moet zijn om te ‘zien’, dan begint de weg van het terug herinneren, dwars door alles wat diende als verdediging tegen het herinneren, en juist daardoor een verdediging werd. Dat wat ik mijn leven noem en als zodanig ervaar, is de verdediging tegen Liefde.

Elke ervaring uit verleden (zonde), toekomst (schuld) en nu (angst), kan nu als ik (denkgeest die zich wil herinneren) dat besluit het aan de ‘Hand’ van de herinnering (HG/J) anders laten gebruiken, nu als vergevingskans en vergevingsmateriaal.

En ja dit vereist bereidwilligheid en hard werken.
Niet in de zin van wat wij als zogenaamde lichamen als hard werken denken en geloven te ervaren, maar hard werken op het enige niveau wat er is, het denkgeest niveau, door elke gedachte die geprojecteerd wil worden onder ogen te gaan zien, inclusief de bijbehorende emoties en gevoelens, en louter en alleen als vergevingskans en vergevingsmateriaal te gaan willen zien.
Dwars tegen de aantrekkingskracht van de verslaving aan de egodenkgeest die opgericht is als verdediging tegen Liefde in.
Maar het is een liefdevol hard werken als we dit olv de altijd nog aanwezige Herinnering aan wat we werkelijk zijn: ‘Liefde’ doen.
Een hard werken, precies op maat gemaakt, nooit te veel, nooit te weinig, precies goed helemaal gebaseerd op ons eigen geloof in ons eigen nietig dwaas leventje, aan de hand van HG/J (de nog steeds aanwezige herinnering aan wat we werkelijk zijn) wat ons het benodigde vertrouwen zal geven dit aan te gaan in het vertrouwen dat de afloop alleen maar goed en liefdevol kan zijn.

Aanval en verdediging zijn hetzelfde.
Het zijn de beide zijden van de egodenkgeest.
Het een is niet beter of slechter dan het andere.
Het is ego-eenheid die zich heeft opgesplitst en afgescheiden van elkaar en dat kan alleen door twee tegengestelde kanten te verzinnen, er in te geloven en het waar te maken, door het te projecteren, waardoor de bron, de denkgeest ‘vergeten’ is.
En dat uit geprojecteerd kan zich voordoen als, dat ik het slachtoffer ben van iemand buiten mij, of dat ik iemand aanval buiten mij.
Ondertussen val ik mijzelf aan of verdedig mijzelf, want de afscheiding is denkbeeldig en tevens onmogelijk, eenheid is immers één en kan nooit twee worden, ook niet binnen het ego-denken.
Maar aangezien ik mijzelf als een lichaam zie en ervaar, en de zgn. ‘ander’ ook, geloof ik dat er echt een vijand is, of geloof ik dat ik een ander aan kan vallen en ben ik ‘vergeten’ dat er alleen denkgeest is, die onveranderlijk één is.
En zo vecht ik tegen of verdedig me tegen een denkbeeldige vijand en vecht ik tegen ‘mijzelf’.

De wereld lijkt dan ook verdeeld in slachtoffers en daders.
De slachtoffers zijn de goeieriken, en de daders de slechteriken.
Je bent het een of het ander en dat zijn we dan ook afwisselend.
En we nemen dit zeer serieus, en maken er soms grappen over, terwijl we niet weten wat de werkelijke grap nu eigenlijk is, namelijk de ene denkgeest die twee tegengestelde rollen speelt, maar vergeet dat hij, denkgeest alle twee de rollen speelt en elke kant heel serieus neemt.
Ik moet dan altijd denken aan de hilarische ‘Split Personality Sketch’ van Tommy Cooper waar dit prachtig in wordt uitgebeeld, althans dat zie ik er in:

De wat wij de psychische aandoening ‘multi personality disorder’ noemen beeldt precies hetzelfde uit; de ene denkgeest die zichzelf opsplitst in verschillende persoonlijkheden. En zich identificeert met elk afzonderlijke persoonlijkheid, telkens één tegelijk, en zich dan op dat moment niet bewust is dat hij nog andere persoonlijkheden verzonnen heeft.
Wij de ene denkgeest die onveranderlijk alleen maar één kan zijn, ook in zijn zelfbedachte afscheiding; de ene egodenkgeest, lijden allemaal zonder uitzondering aan deze aandoening.
Dat wat wij als ziekte zien, is enkel en alleen een spiegel van wat wij ons hele leven lang doen, maar niet willen zien en afdoen als een ziekte, waar we liever niet naar kijken. We zijn liever een ‘ziek’ lichaam/brein, dan dat we willen zien dat we denkgeest zijn, die ziekelijk denkt.

Dus spenderen we ons hele leven aan het gezond houden, of als dat niet lukt, genezen van ons lichaam en het repareren van dingen en het fixen van situaties.
Waardoor de oorzaak, namelijk het ‘ziek’ zijn van de ene denkgeest die gelooft in afscheiding netjes en veilig verborgen blijft, achter deze muur van ziekelijke projecties.

Maar zoals we al eerder constateerden, de herinnering aan wat we werkelijk zijn; denkgeest is niet verdwenen, die herinnering blijft op de achtergrond doorklinken als een doorgaande grondtoon.
Maar omdat we nu geloven in wat we geprojecteerd hebben en vergeten zijn dat we het hebben geprojecteerd, voelt die grondtoon als een doorlopende onbewuste bedreiging, de angst voor het grote onbekende…
En met onze keuze voor de ‘zieke’ (ego)denkgeest, die ‘vergeten’ is dat deze denkgeest ‘is’, verdringen we die angst en projecteren we deze en lijkt de vijand zich nu te bevinden in onze wereld die lijdt aan allerlei ziektes en kwalen, die nu op vorm niveau bestreden moeten worden.
Het voelt aan als lijden, omdat het onnatuurlijk is omdat het tegen de wetten van Eenheid ingaat, maar wordt tegelijkertijd gekoesterd en aanbeden en wordt het spel van aanval en verdediging, slachtoffer en vijand met veel overgave onder leiding van de zelfverzonnen (ego)god met verve gespeeld.

De ware oorzaak van dit alles welke vanuit de denkgeest komt, wordt hierdoor weggedrukt in het zogenaamde onderbewuste, de kelder van de egodenkgeest, op slot gedaan, de sleutel weggegooid en vergeten.
En waag het niet die kelder open te maken, want je zal alles verliezen.
Weer die omkering ter verdediging (zie vorig blog), want het openen van die denkbeeldige kelder van het onbewuste zal ons juist weer terug doen herinneren in wat we werkelijk zijn, Onveranderlijk Een in God.
Einde egogod en ja dat kost mij mijn hele zorgvuldig als verdediging opgebouwde wereldje wat ik koester en verdedig met mijn leven. Althans zo voelt dat tot we door krijgen dat die gedachte ook weer niets anders is dan de verdediging van ‘een nietig dwaas idee’ dat gelooft in afscheiding.

Daarom zal de weerstand bij het werkelijk ‘doen’ van ECIW onvermijdelijk op enig moment toeslaan, want omdat er maar één denkgeest is, zal de egodenkgeest kant van onze ene denkgeest, die daardoor onvermijdelijk ook de Cursus doet, zich gaan verdedigen en in de slachtoffer, of vijand positie reflex schieten, beide zijden van de egodenkgeest, die maar één ding wil bereiken; in de afscheiding blijven.
En die weerstand projecteert zich dan uit als beweren dat de Cursus te moeilijk is, te veel woorden, te intellectueel, te christelijk, te mannelijk, te duur, te negatief, te dik, te tijdrovend, gevaarlijk, te autoritair, sektarisch, satanisch enz.
Maar ook schijnbaar positief, in de zin van ‘het derde testament’, blij makend, leert ons wonderen te verrichten in de vorm, maakt een mooiere en betere wereld, helpt alle ellende uit de wereld te verwijderen, brengt mij Jezus en de Heilige Geest om mij persoontje uit mijn lijden te verlossen.
Beide zijn vormen van weerstand, waarbij de focus ligt op het ‘waar’ maken van de wereld met als enig doel, vergeten dat we denkgeest zijn en dat dáár en alleen dáár de oorzaak en het gevolg liggen.
Beide vormen van weerstand mogen dan ook niet ontkend of afgewezen worden, als we ECIW werkelijk willen doen, dwars door alle weerstand heen.
ECIW leert ons al deze vormen van weerstand te zien als de ego reflex kant van de ene denkgeest, die niet anders kan reageren dan met weerstand, omdat het daarvoor is bedacht.
En omdat wij de denkgeest het zelf hebben bedacht, kunnen we het ook weer ont-denken.
ECIW onderwijst ons dat te doen via ‘vergeving’:

‘Vergeving ziet in dat wat jij dacht dat je broeder jou heeft aangedaan, niet heeft plaatsgevonden’ (WdII.1.1:1).

Dat is uiteindelijk, mits goed begrepen, uitstekend nieuws, want Ware Vergeving, nogmaals mits goed begrepen, haalt ons uit de aanval/verdediging, slachtoffer/aanvaller rol.



Wachten in elke vorm die ongeduld in zich draagt en als vervelend en pijnlijk wordt ervaren, is eigenlijk als we heel eerlijk kijken een ego verdediging tegen de terugkeer naar God.
Dus de ontmoetingen waar we vol ongeduld op wachten in de vorm, staan eigenlijk symbool voor het niet willen ontmoeten van Hem. En we doen of we dat vervelend vinden maar het is gewoon een verdediging tegen de werkelijke Ontmoeting.
We doen of we dat vervelend vinden (emotie), andere laten ons wachten (projectie) en we nemen dat heel serieus en zo blijven we vastzitten in de zelfgeschapen wachtkamer, de glazen wand die God erbuiten moet houden, louter en alleen door dit nietig dwaas idee serieus te nemen.

Wachten samen met de Heilige Geest echter:

‘De geestdriftigheid van de Heilige Geest om jou dit te geven is zo intens dat hij niet wachten wil, ook al wacht hij vol geduld. Beantwoord zijn geduld met jouw ongeduld over enige vertraging in de ontmoeting met Hem. Ga vol blijdschap je Verlosser tegemoet, en wandel vol vertrouwen met Hem deze wereld uit, de werkelijke wereld van schoonheid en vergeving in.’ (T17.II.8:3-5)



… achter een zelfbedachte glazen wand…
ENDI


%d bloggers liken dit: