archiveren

Tagarchief: verbergen

Hoe langer ik met ECIW bezig bent en ook echt toepas in het dagelijkse leven van alle dag en nacht, des te meer en duidelijker zie ik de truc van het egodenken om alles wat herinnert aan Waarheid eenvoudig weg om te keren, zodat het het tegenovergestelde van Waarheid laat zien. Als ik op die manier kijk naar wat het egodenken maakt kan ik ook beter zien wat het probeert te verbergen achter deze wisseltruc welke alleen maar een poging tot het verbergen en vergeten van Waarheid, Eenheid is.

Als de ervaring er een is van het leven van een ‘normaal’ rustig leven, met wat onvermijdelijke hobbels hier en daar afgewisseld met leuke en succesvolle ervaringen, valt de omkeer truc van het egodenken niet zo op en wordt het leven geaccepteerd zoals het is en berust men gelaten in zijn lot ondertussen een zo comfortabel mogelijk leventje te maken, door alle problemen die langskomen te negeren, of zo snel mogelijk uit de weg te ruimen.

Is de ervaring echter dat van een zeer intensief leven, met grote pieken en vooral zeer diepe dalen, dan zal vroeg of laat de vraag rijzen: ‘is dit nou leven, zoveel ellende dat kan toch niet echt de bedoeling zijn, dat moet toch anders kunnen?’
Dan wordt de waarnemer in ons wakker en groeit de bereidheid ‘anders te willen kijken’.

Als dat wat wij in de wereld van het ego denken waarnemen/ervaren als ‘weef foutjes’, als iets wat afwijkt van wat wij accepteren als ‘normaal’, dan kan ik dat zien als een reminder dat de wereld nu eenmaal niet perfect is, dat ‘shit happens’, of ja je hebt nu eenmaal slechterikken en braverikken, het is je eigen schuld, het zit in je genen daar doe je niets aan, het is de schuld van de ouders, kinderen, familie, buren, regering, dingen en situaties, maar ik kan het ook, als tot ontwaken bereid zijnde denkgeest zien als een reminder dat die ‘weef foutjes’ totaal niet passen binnen Waarheid, Eenheid, dus het ook gezien kan worden als slechts een poging Waarheid, Eenheid te verbergen achter het precies tegenovergestelde van Waarheid, Eenheid. Dat maakt het ‘weef foutje’ niet fout maar slechts een op z’n kop beeld van Waarheid, Eenheid.

Neem ik bijvoorbeeld waar dat het leven ervaren wordt als een aan ernstige angststoornis en depressiviteit lijdende persoon wat een ‘normaal’ leven onmogelijk maakt, dan kan ik dat als tot ontwaken bereid zijnde denkgeest ook zien als juist het omgekeerde van wat het lijkt te zijn.
Ik denk dan maar weer meteen aan les 5 uit het Werkboek:

“Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk:

1. Dit idee kan, evenals het voorgaande, gebruikt worden bij elke persoon,
situatie of gebeurtenis waarvan jij denkt dat die jou pijn bezorgt. Pas het
uitdrukkelijk toe op alles waarvan jij gelooft dat het de oorzaak van je onvrede
is, en gebruik daarbij de omschrijving van het gevoel in een bewoording
die je juist lijkt. De onvrede kan zich voordoen als angst, bezorgdheid,
depressiviteit, verontrusting, kwaadheid, haat, jaloezie en nog
talloze andere vormen, die je allemaal als verschillend zult waarnemen.
Dit is niet waar.
Maar tot je geleerd hebt dat de vorm er niet toe doet, is
elke vorm geschikt als onderwerp van de oefeningen van de dag.
Hetzelfde idee op elke vorm afzonderlijk toepassen is de eerste stap naar
de uiteindelijke erkenning dat ze allemaal hetzelfde zijn” (WdI.5.1).

Ik zie deze woorden: “Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk”, dan ook als een uitnodiging, om dat wat ik dacht te zien en te geloven en als waarheid aannam, binnen het egodenken, als precies het omgekeerde van Waarheid te zien en dus als een poging om mijzelf aan Waarheid, Eenheid, Liefde te onttrekken. Wat natuurlijk sowieso een onmogelijk idee is, wat alleen mogelijk lijkt te zijn door mijn geloof erin.

Dus de waarneming van een aan angststoornis en depressie lijdende persoon welke eigenlijk een projectie laat zien van de keuze voor afgescheiden te willen zijn van Waarheid, Eenheid, Liefde wordt nu een uitnodiging ‘anders’ te willen gaan zien, door dat wat ik dacht te zien als waarheid, als vergissing te onderkennen, en deze vergissing te Vergeven, (Ware Vergeving zie: WdII.1 blz. 404) waardoor de herinnering aan Waarheid, Eenheid, Liefde weer in het bewustzijn terug keert.
Les 34 helpt mij hieraan te herinneren:

“Ik zou in plaats hiervan vrede kunnen zien.

1. Het idee voor vandaag maakt een begin met de beschrijving van de voorwaarden
die gelden voor de andere manier van zien. Innerlijke vrede is
ontegenzeglijk een innerlijke zaak. Het moet beginnen bij je eigen gedachten
en zich dan naar buiten toe uitbreiden. Juist uit jouw vredige
denkgeest vloeit een vredige waarneming van de wereld voort” (WdI.34.1)

Een waarneming van een vredige wereld, niet een vredige wereld op zich als feitelijke vorm. (onthoud: “Er is geen wereld” (WdI.132.6:2))
Dus hoe dit zich als resultaat van Ware Vergeving zal projecteren in enige vorm, doet er dan niet meer toe, omdat ik dan werkelijk weet en ervaar dat niet de vorm de oorzaak is van angst en depressie, maar de keuze voor het denksysteem van zonde, schuld en angst en deze voor waarheid aan te zien en erin te geloven. Hoe dan ook zal er vanzelf de Inspiratie zijn om dat te doen wat het meest liefdevol is, hoe het er ook uit moge zien.

Dat wat ik in mijn broeder denk en geloof te zien is altijd een spiegel voor mijzelf die laat zien voor welk denksysteem ik kies; voor het geloof in zonde, schuld en angst (ego), of voor juist gerichtheid van denken (HG/J).
Zo zal de omkeer truc van het egodenken mij niet meer verblinden, maar juist een reminder worden voor wat het probeert te verbergen achter deze meester omkeer truc.

 

Vergevorderd wil volgens mij niet zeggen hoever je op een zogenaamd spiritueel pad bent gevorderd, maar in hoeverre je bent gevorderd in eerlijk kijken naar elke gedachte die voorbijkomt. Eerlijk kijken is de sleutel uit de leugen die ik denk en geloof te zijn.
Het is tevens het moeilijkste wat er is, eerlijk kijken, want dat wat eerlijk wil leren kijken is zeker niet dat wat de leugen van de illusie in stand wil houden. Dat wat de leugen in stand wil houden kan wel doen alsof het eerlijk wil leren kijken. Dat wat de leugen in stand wil houden bevindt zich immers ook in de denkgeest, ook al lijkt dat een afgezonderd stukje denkgeest te zijn wat we het ego noemen. Afzonderen van Eén is echter onmogelijk ook al lijkt het wel gelukt te zijn, en is en blijft dus een illusie, een droom. Echter “dat” (ego) wat de leugen nodig heeft om zich af te scheiden van Eén zal dat bij elke volgende gedachte weer willen bewijzen. Zo draagt elke gedachte zowel de leugen voor afscheiding als de wil voor Waarheid/Eenheid in zich, dit kunnen we voor het gemak de waarnemende/keuzemakende denkgeest noemen, want ja op het niveau waar we denken en geloven te zijn gebruiken we nu eenmaal woorden.

De wil om naar de leugen voor afscheiding te luisteren is heel sterk en zal eerst aan het licht gebracht moeten worden en dat kan alleen door eerlijk te kijken, precies zoals de leugen zich voordoet inclusief alle gevoelens die ermee gepaard gaan.
Het ego draait dus altijd om “ik”, wat symbool staat voor afscheiding, nog eens versterkt door de bijbehorende projectie die een “ik” projectie (het lichaam) laat zien ter illustratie en bevestiging dat de afscheiding een feit is (lijkt).
Wat echter nog steeds onmogelijk is, want een afscheidingsgedachte + projectie, blijft een afscheidingsgedachte, dus onmogelijk. Ik (denkgeest)  kan er wel in geloven, en geloof laat dingen echt lijken en waar, ook al zijn ze dat niet. Ik bedoel we zijn allemaal bekend met het verschijnsel gezichtsbedrog, voor mij betekent dat dat alles “gezichtsbedrog” is, één grote illusionisten show, allemaal draaiend om een illusoire “ik”.
Het ego, het idee van afscheiding binnen Eén, wat dus onmogelijk is, heeft het geloof in een “ik” nodig om een schijn van ‘bestaan’ op te houden, vandaar dat de “ik” centraal staat in de droom: geen geloof in “ik”, geen droom. Die angst voor verlies is de laatste en eerste verdediging tegen Eenheid, en is niets anders dan angst voor de angst, want wat nou als er achter die angst “niets” is? Dat is de rede dat angst, angst in stand moet houden, angst met al zijn projecties. En daarom moeten we ook eerst toegeven en zien dat we angst in al z’n vormen nodig hebben en willen op dat (illusoire) niveau van het ego denken. En moet ook eerlijk onderkend worden dat we om die reden angst, pijn, lijden “prettig” vinden, en we liefde liever buiten de deur houden, ook al roepen we om het hardst “alles is liefde”, het doel is altijd hoe dan ook afscheiding van Eén in stand te houden (wat dus een illusie is, want Eén is Eén en geen twee).
Is het dan vreemd dat we onszelf voortdurend ziek, zwak en misselijk voelen? Nee, dat is logisch, want we hebben gekozen en kiezen voortdurend voor iets wat tegennatuurlijk is, afscheiding is tegennatuurlijk, daarom lijden we en daarom is de wereld een puinhoop. Een puinhoop waar we zogenaamd met z’n allen toch nog iets van proberen te maken, wat slechts tot hooguit tijdelijke schijn oplossingen leidt, omdat illusie nu eenmaal niets anders kan zijn dan illusie en de denkgeest die daar uit angst voor kiest nooit echt uit die illusie wil, maar deze juist in stand wil houden.

Uiteindelijk zal terug herinneren in Eenheid onvermijdelijk zijn, omdat de denkgeest zichzelf nooit zal kunnen vernietigen, de denkgeest die voor ego kiest, dus voor zelfvernietiging, zal daar (gelukkig) nooit in slagen, omdat het niet kán. En na eeuwen en eeuwen van proberen van gelijk willen hebben in dat het wel kan, zal de waarnemende/keuzemakende denkgeest, die gewoon niet meer pijn en lijden kan verdragen, uitgeput zijn verdedigingen opgeven, zodat er gaten vallen in de verdediging en dat wat IS vanzelf weer tevoorschijn komt. Immers een verdediging kan wel iets verbergen, maar niet doen laten verdwijnen.

De voorheen persoonlijke “ik” functie in dienst van de egodenkgeest zal mee veranderen naar een niet persoonlijke “ik” functie die nu als kanaal zal dienen om louter en alleen behulpzaam te zijn voor het hele “Zoonschap”, waar alleen een gedeeld (ook onpersoonlijk) gemeenschappelijk doel geldt. Dan geldt niet meer “het draait allemaal om een persoonlijk “mij” afgescheiden van een persoonlijk “hun”, maar het onpersoonlijke het draait om “mij+hun=wij” welke maar één gemeenschappelijk doel dient; terug herinneren in Eén.

We kennen allemaal wel het gevoel van ontmaskerd te worden, door de mand te vallen en ook dan weer kan ik zien, als ik bereid ben dat te willen zien, dat ik niet bang ben ontmaskerd te worden om de reden die ik denk.
De reden is helemaal niet de angst dat ik me als persoon, als lichaam, als meer voordoe dan ik ben en of kan en dat ik niet zal kunnen waarmaken dat wat ik beloof te zullen doen. Het is niet faalangst en ik als lichaam die last van faalangst en daardoor de angst om door de mand te vallen en bang is verstoten te worden heeft.

Mijn angst is wederom een verdediging tegen dat ontmaskerd zal worden, dat de oorzaak van mijn angst ontmaskerd te worden, niet in de wereld buiten mij ligt, maar dat het ‘ontmaskerd’, aan het licht zal brengen, dat ik als denkgeest probeer te maskeren dat de bron van de angst ontmaskerd te worden in mij als denkgeest ligt en dat die angst komt van de gedachte dat ik de waangedachte moet verbergen dat het onmogelijke mogelijk is, namelijk dat het mogelijk is mij als denkgeest te kunnen verstoppen voor Waarheid, Eenheid, Liefde, God, achter het masker van een lichaam in een wereld.

Deze waanzinnige onmogelijke gedachtegang mag natuurlijk niet ontmaskerd worden, mag niet aan het licht worden gebracht en daarom projecteer ik deze hele gedachtegang naar buiten, zodat het lijkt dat nu de oorzaak ligt in mij als lichaam dat bang is ontmaskerd te worden, door de mand zal vallen, verstoten wordt.
En dan is het niet zo moeilijk te zien dat dit over afscheiding gaat, de wens van de denkgeest tot afscheiding, uit geprojecteerd als ‘ik’ het lichaam dat bang is ontmaskerd te worden en te worden verstoten.

Dus die hele complexe chaotische gedachtegang is enkel en alleen bedoeld om het tegenovergestelde, dat wat ik in Werkelijkheid Ben, Geest en Een en Heel in God te verbergen.
En de pijn en het lijden dat ik hierbij ervaar is ook al niet wat het lijkt, de pijn en het lijden worden ervaren door ‘ik’ de denkgeest die zich probeert wijs te maken dat het onmogelijke mogelijk is geworden. Iets toch doen wat niet kan, is altijd pijnlijk.
Het is onmogelijk grenzeloze Geest in miljarden stukjes te hakken en in allerlei vreemde vormen te proppen, zoals lichamen en verder alle vormen die we, de (ene) egodenkgeest, maar bij elkaar geprojecteerd heeft, dat is pijnlijk en roept bovendien, omdat het onmogelijk is schuld op.
En toch proberen we het telkens weer als we denken een lichaam te zijn dat pijn kan hebben en kan lijden.We doen er alles aan te voorkomen dat deze vreemde, onmogelijk wens dat wat oneindig is in iets eindigs te forceren, ontmaskerd zal worden, waardoor de kans bestaat dat we ineens wakker zullen worden en verbaast om ons heen kijken en ons afvragen, waar was ik in vredesnaam mee bezig, gelukkig was het maar een droom. Want dat zou wel eens kunnen betekenen, einde wereld en ook dus einde ‘ik’, het lichaam en wie of wat ben ik dan nog? Dat is een hele angstige gedachte, waar niet naar gekeken mag worden, niet ontmaskerd mag worden.

Nee, ik ben niet bang als persoon, als lichaam dat ik ontmaskerd zal worden als een bedrieger die niet nakomt wat ze belooft, niet haar afspraken nakomt, niet zo’n geweldige partner moeder, dochter, zus, vriendin, is. Dat is slechts een afleiding van wat ik als denkgeest wil verbergen achter het masker van de wereld, zoals hierboven beschreven.
Dit maakt de wereld tot één grote pijnlijke maskerade. Maar een maskerade is maar een maskerade en de eigenschap van een maskerade is dat deze ontmaskerd kan worden.
Ik de waarnemende/keuzemakende denkgeest maak de keuze…

 

 

Het doel van de wereld, van de egodenkgeest dus, is te vergeten dat we één zijn in God.
De wereld die wij hebben geprojecteerd is de sluier van vergetelheid die opgetrokken is om te verbergen en daardoor te vergeten dat we de ene Zoon van God zijn.
En opeens zie ik een van die sluiers duidelijk voor me.
Als wij, denkgeest één zijn in God, bevatten we hetzelfde ‘DNA materiaal’, denkgeest materiaal, als God. Daar kunnen we nooit van loskomen, ook al geloven we dat we dat wel gedaan hebben door zelf een wereld te maken die als doel heeft zich af te scheiden van éénheid, van God.
We kunnen dat alleen geloven, het is niet werkelijk gebeurt. En vragen waarom we dat dan hebben gedaan, is alleen maar proberen te bevestigen dat het is gebeurt en het dan bevragen.
De vraag is dus zinloos, en op z’n best kan deze vraag in handen van HG/J gelegd worden en vergeven, zodat helderheid over wat we werkelijk zijn terugkeert in ons geheugen.

Toen ik naar aanleiding van les 231: ‘Vader, ik wil me niets herinneren dan U.’ hierover zat na te denken en dan vooral over het idee dat als alles nog steeds onveranderlijk één is in God, alle verzinsels met hun projecties die wij gemaakt hebben in een bij voorbaat al tot mislukken gedoemde poging tot afscheiding van éénheid, van God, alle verzinsels met hun projecties ook nog steeds, om het zo maar eens te noemen, het God DNA bevatten.
En ineens begreep ik met een schok, waarom ik er altijd zo’n pest hekel aan had als bijvoorbeeld mijn moeder elke keer weer een lijst van uiterlijke en innerlijke familie karaktertrekken opnoemt, vooral die van mijn vaders kant, als ik bij haar op bezoek was en zo mijn ‘uniekheid’ ontkende en mij terugbracht tot een stapeltje nageaapte en van DNA geërfde eigenschappen. Dat doet ze nog steeds, maar ik heb er zogezegd geen ‘last’ meer van, het is vergeven.
En als afronding van de vergeving zie ik hier nu ook de afscheiding duidelijk in teruggespiegeld en kan ik het nu onder woorden brengen.
De vaststellingen van mijn moeder triggerde een aloude verborgen herinnering, namelijk het vergeten dat ik altijd en eeuwig op mijn Vader zal lijken, hoe ik dat ook probeer te verbergen of te ontkennen achter al mijn projecties. Het ‘God DNA’ raak ik nooit kwijt en blijft aanwezig in elke gedachte en dus ook in elke projectie. Wat een bevrijdende gedachte.

De Vader en de Zoon zijn en blijven Eén, en daar kan geen zelfgemaakte wereld iets aan veranderen.
Zoals in les 29: ‘God is in alles wat ik zie.’ wordt vastgesteld:

‘ Het idee voor vandaag verklaart waarom je in elk ding de totale bedoeling kunt zien. Het verklaart waarom niets afgezonderd is, op zichzelf of in zichzelf. En het verklaart waarom niets wat jij ziet iets betekent. In feite verklaart het elk idee dat we tot nu toe gehanteerd hebben en ook alle volgende. Het idee van vandaag vormt de algehele basis voor visie’ (WdI.29.1.1:5).

%d bloggers liken dit: