archiveren

Tagarchief: veranderen

Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk.
Dat besef is er in middels onomkeerbaar.
De reden dat er een ervaring is van onvrede is dat er een ik lijkt te zijn die de vorm van de droom serieus neemt.
“Ik” zie de droom aan voor de werkelijkheid.
Eerst wordt een “ik” aangezien voor de werkelijkheid en dan volgt logischerwijs, vanuit dat standpunt dat er een “ik” is die alles als werkelijk ervaart.
En dan zit de denkgeest (mind) gevangen in zijn eigen opgezette val van de denkgeest die probeert geen denkgeest te zijn, maar een lichaam.
En dat is zo onnatuurlijk, zo pijnlijk dat het niets anders dan een hele onnatuurlijke en pijnlijke, angstige met schuld beladen droom kan opleveren, die zeer serieus wordt genomen. Schuld, te herkennen aan het voortdurende zeurende gevoel van er klopt iets niet, wat doe ik verkeerd?
Kijk hoe serieus de dagelijkse persoonlijke droom wordt genomen en voor de waarheid wordt aangezien.
Elke vorm van ongenoegen van regelrechte blinde woede, tot een licht irritatie, van totale uitputting tot moeheid, van overmoed tot moedeloosheid enz. heeft maar één oorzaak en ook maar één doel: het serieus nemen van de droom en deze aanzien voor waarheid.

Als dit gezien wordt door de uit deze vreemde onnatuurlijke droomstaat ontwakende denkgeest, wat een onvermijdelijk proces is, want waarheid kan wel ontkend worden maar nooit verdwijnen, kan de onnatuurlijke droom een andere functie krijgen.
Niet door de onnatuurlijke droom te veranderen in een natuurlijke, een droom blijft immers een droom, dus nog steeds onwaar, maar hem op de eerste plaats precies zo te zien zoals hij zich voordoet, maar tegelijkertijd niet serieus te nemen.
Dit vereist een eerlijk kijken naar wat zich lijkt af te spelen in de droom, er niets zelf aan te willen veranderen, maar eerst terug te keren naar de bron, de denkgeest van waaruit de droom wordt geprojecteerd vanuit de wens waarheid te veranderen in onwaarheid.
En dan opnieuw de keuze te maken deze onnatuurlijke droom opnieuw in te zetten om onwaarheid in waarheid te doen laten terugkeren. Oftewel de afscheiding van waarheid mogelijk te doen laten lijken, of te kiezen voor deze onnatuurlijke droom te laten her-gebruiken door de juist-gerichte denkgeest die de vergissing ongedaan kan maken en de herinnering aan waarheid weer doet laten terugkeren in de denkgeest.

Observeren, kijken naar de droom, zonder er zelf (vanuit ego) iets aan te veranderen is dus van essentieel belang bij het proces van her-gebruiken door de juist-gerichte denkgeest (HG). De opzettelijke vergissing van de denkgeest die met opzet wil vergeten dat deze denkgeest is, kan alleen hersteld en teruggedraaid worden als het droommateriaal precies zo gezien wordt als het zich voordoet. Dan kan de vergissing precies zoals deze zich voordoet terug genomen worden in de denkgeest en worden vergeven. Vergeven in de betekenis van dat wordt ingezien dat het een grote vergissing is dat een onnatuurlijke, pijnlijke droom, vol met lijden, beroofd van liefde een prima alternatief zou zijn voor Waarheid, Eenheid, Liefde, God.

Niet de droom hoeft te veranderen, maar de bedenker van de droom, de denkgeest door ervoor te kiezen zijn pijnlijke onnatuurlijke droom terug te nemen en te vergeven, zodat de denkgeest weer gezond wordt en uiteindelijk heel natuurlijk zonder moeite en pijn zal oplossen in Waarheid, Eenheid, Liefde, God.

Angst lijkt zich te verergeren, naarmate het mechanisme van angst meer en meer wordt doorzien, en tegelijkertijd de angst om angst onder ogen te zien vermindert.
Dat is wat het proces van oordeelloos leren kijken met zich mee brengt.
Oordeelloos leren kijken naar elke verdediging die het vanuit zonde, schuld en angst denken (ego) opwerpt als verdediging tegen Waarheid, Eenheid, Liefde, God.
Dwars door de angst, precies zoals deze zich voor lijkt te doen, en tegelijkertijd verdedigingsloos aan de hand van de steeds sterker wordende herinnering aan onschuld.

Angst is de grootste verdediging tegen angst, en meer is het ook niet.
Deze verdediging gaat gaten vertonen als dit mechanisme van angst voor angst wordt doorzien.
Het is niet angst die dit mechanisme van angst voor angst leert doorzien. Hoewel angst dit wel probeert door het doorzien niet als uitweg uit angst te zien, maar juist als een bedreiging waardoor de angst juist erger lijkt te worden. Angst met angst bestrijden kan alleen maar tot meer angst leiden.
Angst vergeven terwijl het zich in al zijn vormen voordoet als dat wat verschijnt in “mijn” leven is de weg uit angst waardoor dat wat vergeten moest worden als verdediging tegen weten weer zal worden herinnert.

Dat wat angst doorziet door het recht in de ogen te kijken terwijl angst zich voor doet, is niet het “ik” het lichaam. Het “ik” het lichaam is immers slechts een projectie van de innerlijke denkgeest toestand van de keuze voor angst.
Dat wat angst doorziet is de waarnemer die zich de bron herinnert en beseft dat angst slechts een keuze is als verdediging tegen Waarheid, Eenheid, Liefde, God.
Deze waarnemende, keuzemakende denkgeest is in staat opnieuw te kiezen nu niet weer voor  ego angst/liefde, maar voor de non-dualistische Liefde van God die niet de tegenstelling ervan; angst kent, door elke zich voordoende vormen van angst consequent te vergeven. Niet door de projecties te veranderen, te verbeteren, maar door het denken erover, door middel van vergeving te laten veranderen.

 

 

Het ego is ontstaan vanuit het idee van ‘veranderen’.
Het onveranderlijke veranderde schijnbaar in iets wat veranderlijk leek te kunnen zijn.
Iets wat onmogelijk is, want het kenmerk van onveranderlijk is dat het onveranderlijk is.
Veranderlijkheid moet dan wel een onmogelijkheid zijn.
Alleen door het serieus te nemen lijkt het een mogelijkheid te worden.
Onveranderlijkheid is tijd en ruimteloos, veranderlijkheid is juist afhankelijk van tijd en ruimte.
Door veranderlijkheid te verkiezen boven onveranderlijkheid en veranderlijkheid serieus te nemen en onveranderlijkheid te ontkennen en te vergeten ontstond het (nog steeds) onmogelijke, maar als serieus idee schijnbaar in staat tot verwezenlijking.

En dat zien we elke seconde terug in onze eigen denkgeest projecties, pogingen tot verwezenlijking van dat wat we denken en geloven te zijn; een lichaam, in een wereld waarin we van alles ervaren te midden van en met andere lichamen, dingen en situaties.

Het ego is aan de ene kant dol op veranderingen, omdat het het onveranderlijke daarmee ontkend en uit de herinnering houdt, en tegelijkertijd aan de andere kant haat het, is bang voor veranderingen, om dezelfde reden.

Kijk maar naar projecties als de angst voor veranderingen in je leven, en aan de andere kant van de ego medaille, de constante drang om veranderingen in je leven aan te brengen.
Beide zijde hebben gemeen dat ze lichaams en situatie gericht zijn.
Het lijkt te gaan om veranderingen in de vorm. En beide zijde kunnen extreme vormen aannemen.
Omdat veranderlijkheid een van de verdedigingswapens van de egodenkgeest is blijft de (on)werkelijke oorzaak, namelijk de keuze voor veranderlijkheid boven die van onveranderlijkheid op denkgeest niveau verborgen achter de ogenschijnlijke oorzaak die nu in de vorm (de projectie) lijkt te liggen.

De keuze voor veranderlijkheid boven die van onveranderlijkheid gaat ook over de angst voor controleverlies.
De identificatie van de denkgeest met een lichaam, welke een keuze is voor veranderlijkheid, geeft de schijn van individuele zelfcontrole maar is eigenlijk een verdediging tegen het onveranderlijke, welke altijd één is en niet iets lichamelijks en individueels is.

Vanuit dit egodenken lijkt terugkeren in het onveranderlijke dus hetzelfde te zijn als zelfvernietiging. Dit wordt geprojecteerd en ervaren als angst.
De egodenkgeest houdt het liever in eigen hand door zowel zelfvernietiging in eigen hand te houden door zoiets als de dood te bedenken en te projecteren, of juist door kost wat kost zelfvernietiging tegen te gaan of in ieder geval uit te stellen, door het lichaam te beschermen en te verdedigen.

Kenmerk van beide mogelijkheden is weer dat beide 100% lichaamsgericht zijn en dat met maar één doel, het onveranderlijke van de Geest te verbergen en te vergeten.
Lichaamsgericht zijn is en heeft als enig doel de weg naar het terug herinneren denkgeest te zijn volledig te vergeten.
Een aardig dichtgetimmerd denksysteem, maar tegelijkertijd door zijn onmogelijkheid (gelukkig) zo lek als een mandje.

Het is een troost, ook al is dat juist de angst van de egodenkgeest, dat wat de egodenkgeest ook voor angstdromen bedenkt en gelooft om maar uit het onveranderlijke te blijven dit niets werkelijk kan veranderen aan de Onveranderlijk Eenheid van Liefde.

%d bloggers liken dit: