archiveren

Tagarchief: twee

Een ietwat ongebruikelijke en daardoor onconventionele gedachte vanuit dat wat “we” gewend zijn te denken, en geloven te weten en te kennen:
De wereld met alles wat daarbij hoort, mensen, dieren, voorwerpen, situatie, kortom alles wat wij beschouwen als “leven”, is een illusie, een gigantische projectie. Dat hele schijnbare gebeuren kan alleen maar schijnbaar verschijnen OMDAT het een illusie is.
Er is geen enkele reden te bedenken waarom in DAT WAT IS, non-dualiteit, Eenheid “iets” zou moeten verschijnen, “iets” anders waardoor “één” ineens “twee” lijkt te zijn.
Eén is één en heeft geen enkele goede reden om twee te worden, te blijven, te zijn.
Het heeft ook geen enkele zin het hiermee eens of oneens te zijn, te analyseren, er tegen te verzetten, te verwelkomen of wat voor gedachte dan ook aan te besteden, omdat al die gedachten in de illusie verschijnen en dus onmogelijk zijn in Eén. Een illusie, een droom, een waanidee heeft als eigenschap dat het onwerkelijk is en vooral veranderlijk en kan juist DAARDOOR alleen maar een illusie, een droom, een waanidee zijn.
Het lijkt allemaal te verschijnen in “Één”, maar dat is tegelijkertijd onmogelijk, omdat “Één” nooit “twee” kan worden dan alleen in onmogelijke dromen.

Moet “ik” nu, omdat ik kennelijk in deze droom geloof enorm hard gaan werken, of iets opofferen om weer van “twee” “Één” te maken?
Nee, want dat zou betekenen dat “iets” binnen een onmogelijk en niet werkelijk bestaande “tweeheid” iets moet doen om weer “één” te worden, wat zou betekenen dat het lijkt of één van de twee moet verdwijnen.
En waarom zou iets wat al onmogelijk is moeten verdwijnen? Bovendien kan “Eén” in ieder geval onmogelijk verdwijnen omdat het sowieso buiten het concept “twee” valt en daardoor niet valt te beschrijven of te benoemen, laat staan zou kunnen verdwijnen, want dan zou het onmiddellijk binnen het concept “twee” vallen, en dus een illusie zijn welke als eigenschap heeft “veranderlijk” te zijn, een droom, wat weer aangeeft dat het niet werkelijk kan “bestaan”.

De weerstand die deze gedachte oproept is ook niet wat het lijkt. Boosheid, ongeloof, weerstand, irritatie, moordlust, of juist het ophemelen of neersabelen van iets of iemand die deze gedachte uitspreekt, publiceert of hoe dan ook kenbaar maakt gaat helemaal niet over de weerstand tegen het idee van “er is geen wereld”, of over er is alleen een illusie, een droom, een onmogelijke gedachte welke schijnbaar verschijnt in “Één”. De weerstand heeft enkel als doel de gedachte van “twee” koste wat kost in stand te houden, ja zelfs ten koste van “Éen”, wat dus sowieso verspilde moeite is, want onmogelijk.

Dat wat we “mijn leven” noemen is een gevecht van leven op dood om in “twee” te blijven geloven, want dat is het niet meer en niet minder, een geloof. Niet een strijd tegen een “iets” dat machtiger probeert te zijn dan “twee”, zoals “twee” doet voorkomen.
De enorme angst en schuld die deze waan gedachte oproept is ook alleen maar weer een krampachtige, zeer vermoeiende poging om deze onmogelijke scheiding van “Één” in stand te houden. En heeft dus niet met “iets” of “iemand” die tegengesproken of bejubelt wil of moet worden te maken.
Het hele droom script van het idee en het geloof in “mijn leven” (of überhaupt “leven”) heeft geen enkel ander doel dan dit: het onmogelijke idee van zich te willen kunnen afscheiden van “Één” tot werkelijkheid te maken.

Totdat de veranderlijke aard van “een nietig dwaas idee” van “twee” onvermijdelijk doorzien wordt doordat wordt ingezien dat “twee” nu eenmaal nooit voorgoed de plaats kan innemen van “Één”, OMDAT dat onmogelijk is.
Zodra dat wordt gezien en geaccepteerd wordt ook de onvermijdelijkheid van terug herinneren in “Één” onvermijdelijk en krijgt alle weerstand die zich alleen in dromen, illusies, waanbeelden van schijnbaar “twee” een totaal andere functie…

De droom hoeft niet weg gesaneerd of vernietigt te worden of zelfs maar verandert, maar krijgt een totaal andere functie, als de denkgeest daar aan toe is, die van “Ware vergeving”, wat niets anders is dan werkelijk inzien dat er niets gebeurt kan zijn, dat niets ook maar één momentje werkelijk invloed zou kunnen hebben, laat staan in staat om non-dualistische “Éénheid” te veranderen en zal uiteindelijk onvermijdelijk op een heel vanzelfsprekende wijze oplossen in “niets”, vanwaaruit het schijnbaar is ontstaan.

Een cursus in wonderen vat dit als volgt samen:

“Niets werkelijks kan bedreigd worden.
Niets onwerkelijks bestaat.

Hierin ligt de vrede van God.”
(In.2.2-4)

Al lijkt een conflict met wie, wat, waar dan nog zo intens, vreselijk en onoverkomelijk, of zo klein dat het niet eens opvalt als zijnde een conflict, het is nooit de verschijning waarin het lijkt te verschijnen en ervaren wordt welke de oorzaak is. De oorzaak ligt altijd in de onbewust gehouden keuze voor de egodenkgeest die geprogrammeerd is om op elk moment binnen het geloof in ruimte en tijd voor afscheiding te kiezen en dit voortdurend elke seconde van de tijd projecteerd, zodat het lijkt alsof er zich een conflict buiten een ‘mij’ plaatsheeft en daardoor verbergt dat er alleen een keuze is gemaakt op denkgeest niveau. de keuze voor afscheiding.

Dat is de betekenis van “ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk” (les 5).

Als we dan geaccepteerd hebben dat een conflict zich enkel en alleen in de keuze voor egodenkgeest bevindt, om de reden dat er voor afscheiding wordt gekozen, kan ook gezien worden (dankzij de bereidheid dat te willen zien), dat het conflict wat zich schijnbaar vertoont buiten mij, slechts een projectie, een lichtbeeld is van de keuze voor het innerlijke conflict gemaakt in de denkgeest welke voor afscheiding (ego)  kiest en dat dus dan ook ervaart als afscheiding, gevoeld als een of ander groot of klein conflict.

De egodenkgeest is dus de keuze voor afscheiding. En afscheiding betekent dat er ergens van afgescheiden is, iets wat eerst heel was en nu kennelijk niet meer.
Heelheid, Eenheid, kan in werkelijkheid niet opgesplitst worden, want dan is het geen Eenheid meer. Dit kan alleen ogenschijnlijk gebeuren door te geloven dat het wel mogelijk is.
Het verschijnsel egodenkgeest is dus niets anders dan een geloof.
Dientengevolge is alles wat afkomstig is vanuit het egodenken, en dat is elke afgescheiden conflict gedachte, oftewel onze ervaring van een wereld, ook wel dualisme genoemd, ook een geloof.
Ik (het geloof een lichaam te zijn) kan ogenschijnlijk binnen het onveranderlijke Eén toch kiezen voor twee, afscheiding, dualisme en geloven dat dat waarheid is.
Maar aangezien waarheid, éénheid door wat het is nooit dualistisch kán zijn is alles wat ik ervaar als lichaam in een wereld niet waar. Het is slechts een fantasie, een droom een illusie, van dat het mogelijk is van één twee te maken.

Dus als ik een heftig conflict lijk te hebben met iets of iemand is dat een poging om van één twee te maken. En aangezien dat onmogelijk is, ook al wordt het conflict als zeer heftig en echt ervaren binnen de droom van afscheiding, het is en blijft onmogelijk, de werkelijke verbinding van éénheid blijft ongeschonden en onveranderlijk intact.

En dit hele mechanisme van afscheiding kan pas echt worden doorzien als het helemaal doorleeft wordt zoals het zich voordoet in wat mijn leven wordt genoemd en zich als bijvoorbeeld conflicten voordoet en tegelijkertijd vanuit dit “weten” oordeelloos wordt geobserveerd. Dat observeren gebeurt door de waarnemende/keuzemakende denkgeest, waar men gedurende het proces van ontwaken steeds meer verbinding mee gaat voelen.
En daardoor kan er vanuit die oordeelloze observatiepost opnieuw een keuze worden gemaakt, nu heel bewust.

Het is zeker niet de bedoeling om dat wat zich voordoet te ontlopen, omdat dit afscheidingsmechanisme alleen intellectueel begrepen wordt, want daardoor wordt de ervaring, welke het enige middel is waardoor echt geleerd kan worden, overgeslagen, wat niets anders is dan ook weer een truc van de keuze voor het egodenken.

Aangezien er alleen maar één is, dat alles omvat, dus ook het geloof in een egodenkgeest, kan een conflict, hoe schijnbaar heftig dan ook, nooit voor werkelijke afscheiding zorgen.
Dus ik kan een heftig conflict hebben met iemand, die ik misschien nooit meer wil zien, ondertussen blijft de werkelijke verbinding, die van de Geest volledig ongeschonden in tact.
Dat betekent ook dat het op ervaringsniveau niet echt uitmaakt of na vergeving het op ervaringsniveau weer helemaal koek en ei wordt in een conflict, want dat is nu eenmaal het egoscript, wat immers gemaakt is om voortdurend conflict (afscheiding) te generen. Binnen het egodenken zal dat nooit veranderen. Binnen dat niveau blijven conflicten bestaan, die op dat niveau ook wel schijnbaar opgelost kunnen worden, maar eigenlijk alleen het conflict een andere wending geven waardoor die als beter kan worden ervaren, maar altijd een compromis blijven en altijd in een andere vorm weer vroeg of laat oplaaien.

Er kan alleen maar ware genezing plaatsvinden op denkgeest niveau als de keuze wordt gemaakt voor ware vergeving. Vervolgens zal er op projectie niveau dat ervaren worden wat het meest liefdevol is, en dat kan werkelijk alles zijn. Het conflict kan op ervaringsniveau blijven bestaan of niet, maar het zal doordat ware vergeving heeft plaatsgevonden ánders ervaren worden op denkgeest niveau. Zodra ik mij op ervaringsniveau ga bemoeien met de door mij gewenste uitkomst dan maak ik gewoon weer de keuze voor egodenken, voor een ego oplossing, dus voor afscheiding.

Steeds weer terugkeren naar de bron, de denkgeest is daarom het belangrijkste, en de enige beslissing die gemaakt moet en kan worden, want alleen daar kan genezing van de denkgeest plaatsvinden, terwijl op projectieniveau de film, het script zich gewoon afspeelt en nu een symbolische betekenis en functie krijgt, een reminder om steeds maar weer terug te gaan naar de denkgeest, welke de bron is van alles wat ik denk en geloof te ervaren, de enige “plek” waar opnieuw gekozen kan worden, en de enige “plek” waar ware genezing kan plaatsvinden, via ware vergeving.

 

 

 

Bewustzijn is de eerste stap die leidde en leidt tot afscheiding.
Vanuit het Niets dat Alles Is, ook wel Werkelijkheid, Waarheid, Eenheid, God, Liefde genoemd, allemaal woorden welke slechts symbolen zijn van wat perfect Eén en dus onnoembaar is, leek iets te ontstaan wat zich bewust leek te kunnen zijn van iets anders dan Eén.
Eén valt buiten het bewustzijn, omdat bewustzijn twee is, dus gescheiden.
Dat wat bewust is, is afgescheiden van Eén.
Dat wat bewust is en afgescheiden van Eén, is zich hier niet van bewust en denkt en geloofd dat het dit is wat het nu is; bewust levend in een lichaam in een wereld los van andere lichamen, dingen en situaties.
Bewustzijn wordt nu gezien als; ik ben mij bewust van mijzelf en wat ik doe en wat anderen doen, en van wat ik om me heen zie.
De herinnering aan en wat Eenheid, Waarheid, Werkelijkheid, God, Liefde vertegenwoordigt is diep weggestopt, en vergeten in het zogenaamde onbewuste.

Wij die zich bewust zijn van zijnde mensen, dingen en situaties in een wereld ervaren dit alles, omdat de keuze werd gemaakt om iets anders te zijn dan Eén, waardoor we nu afgescheiden lijken te zijn van Eén en dat ook lijken te ervaren.
Elke ervaring is dus een omkering van Eén naar twee. Elke keer breken we Eén door en maken er twee van. Dit kost enorm veel energie, pijn en lijden, omdat opsplitsing van Eén in twee onmogelijk is en vooral onnodig. Vandaar dat al onze ervaringen hoe mooi  of lelijk we ze ook denken te kunnen maken stuk voor stuk getuigen van deze onmogelijke poging van Eén twee te maken. Sterker nog in deze wereld van dualiteit wordt alleen maar opgedeeld in een oneindige reeks afsplitsingen, waardoor afscheiding als natuurlijk wordt gezien, in plaats van een onmogelijke poging om van Eén, Waarheid, Werkelijkheid, God, Liefde te maken.

Gelukkig maar dat werkelijk afsplitsen van Eén onmogelijk is en slechts een dwaas onmogelijk idee is, een bange maar onschuldige droom, vaak een nachtmerrie, waaruit de dromer van deze droom uiteindelijk onvermijdelijk zal ontwaken.

Dat wat verborgen ligt in het onbewuste, de herinnering aan Eénheid, Werkelijkheid, Waarheid, God, Liefde komt vroeg of laat, maar onvermijdelijk bovendrijven niet meer tegengehouden door het uitgeputte bewustzijn dat de kracht niet meer heeft om dat wat verborgen moest blijven nog langer tegen te houden. Dat wat vergeten moest worden en blijven komt naar boven in het bewustzijn en de dromer van de droom wordt zich “bewust” van dat deze droomt en niets is wat het leek te zijn.
Dit “nieuwe” bewustzijn vormt nu de brug, de verbinding naar het terug herinneren in wat door het afgescheiden bewustzijn (het ego) verborgen moest worden gehouden.

Dan kan de weg terug naar totale herinnering aanvangen stap voor stap, waarbij het oude bewustzijn materiaal (ego), getransformeerd wordt naar het bewustzijn dat kan waarnemen en kan kiezen tussen Eén of twee, en de verbinding vormt naar het terug herinneren in Eénheid, Werkelijkheid, Waarheid, God, Liefde.

Vergevorderd wil volgens mij niet zeggen hoever je op een zogenaamd spiritueel pad bent gevorderd, maar in hoeverre je bent gevorderd in eerlijk kijken naar elke gedachte die voorbijkomt. Eerlijk kijken is de sleutel uit de leugen die ik denk en geloof te zijn.
Het is tevens het moeilijkste wat er is, eerlijk kijken, want dat wat eerlijk wil leren kijken is zeker niet dat wat de leugen van de illusie in stand wil houden. Dat wat de leugen in stand wil houden kan wel doen alsof het eerlijk wil leren kijken. Dat wat de leugen in stand wil houden bevindt zich immers ook in de denkgeest, ook al lijkt dat een afgezonderd stukje denkgeest te zijn wat we het ego noemen. Afzonderen van Eén is echter onmogelijk ook al lijkt het wel gelukt te zijn, en is en blijft dus een illusie, een droom. Echter “dat” (ego) wat de leugen nodig heeft om zich af te scheiden van Eén zal dat bij elke volgende gedachte weer willen bewijzen. Zo draagt elke gedachte zowel de leugen voor afscheiding als de wil voor Waarheid/Eenheid in zich, dit kunnen we voor het gemak de waarnemende/keuzemakende denkgeest noemen, want ja op het niveau waar we denken en geloven te zijn gebruiken we nu eenmaal woorden.

De wil om naar de leugen voor afscheiding te luisteren is heel sterk en zal eerst aan het licht gebracht moeten worden en dat kan alleen door eerlijk te kijken, precies zoals de leugen zich voordoet inclusief alle gevoelens die ermee gepaard gaan.
Het ego draait dus altijd om “ik”, wat symbool staat voor afscheiding, nog eens versterkt door de bijbehorende projectie die een “ik” projectie (het lichaam) laat zien ter illustratie en bevestiging dat de afscheiding een feit is (lijkt).
Wat echter nog steeds onmogelijk is, want een afscheidingsgedachte + projectie, blijft een afscheidingsgedachte, dus onmogelijk. Ik (denkgeest)  kan er wel in geloven, en geloof laat dingen echt lijken en waar, ook al zijn ze dat niet. Ik bedoel we zijn allemaal bekend met het verschijnsel gezichtsbedrog, voor mij betekent dat dat alles “gezichtsbedrog” is, één grote illusionisten show, allemaal draaiend om een illusoire “ik”.
Het ego, het idee van afscheiding binnen Eén, wat dus onmogelijk is, heeft het geloof in een “ik” nodig om een schijn van ‘bestaan’ op te houden, vandaar dat de “ik” centraal staat in de droom: geen geloof in “ik”, geen droom. Die angst voor verlies is de laatste en eerste verdediging tegen Eenheid, en is niets anders dan angst voor de angst, want wat nou als er achter die angst “niets” is? Dat is de rede dat angst, angst in stand moet houden, angst met al zijn projecties. En daarom moeten we ook eerst toegeven en zien dat we angst in al z’n vormen nodig hebben en willen op dat (illusoire) niveau van het ego denken. En moet ook eerlijk onderkend worden dat we om die reden angst, pijn, lijden “prettig” vinden, en we liefde liever buiten de deur houden, ook al roepen we om het hardst “alles is liefde”, het doel is altijd hoe dan ook afscheiding van Eén in stand te houden (wat dus een illusie is, want Eén is Eén en geen twee).
Is het dan vreemd dat we onszelf voortdurend ziek, zwak en misselijk voelen? Nee, dat is logisch, want we hebben gekozen en kiezen voortdurend voor iets wat tegennatuurlijk is, afscheiding is tegennatuurlijk, daarom lijden we en daarom is de wereld een puinhoop. Een puinhoop waar we zogenaamd met z’n allen toch nog iets van proberen te maken, wat slechts tot hooguit tijdelijke schijn oplossingen leidt, omdat illusie nu eenmaal niets anders kan zijn dan illusie en de denkgeest die daar uit angst voor kiest nooit echt uit die illusie wil, maar deze juist in stand wil houden.

Uiteindelijk zal terug herinneren in Eenheid onvermijdelijk zijn, omdat de denkgeest zichzelf nooit zal kunnen vernietigen, de denkgeest die voor ego kiest, dus voor zelfvernietiging, zal daar (gelukkig) nooit in slagen, omdat het niet kán. En na eeuwen en eeuwen van proberen van gelijk willen hebben in dat het wel kan, zal de waarnemende/keuzemakende denkgeest, die gewoon niet meer pijn en lijden kan verdragen, uitgeput zijn verdedigingen opgeven, zodat er gaten vallen in de verdediging en dat wat IS vanzelf weer tevoorschijn komt. Immers een verdediging kan wel iets verbergen, maar niet doen laten verdwijnen.

De voorheen persoonlijke “ik” functie in dienst van de egodenkgeest zal mee veranderen naar een niet persoonlijke “ik” functie die nu als kanaal zal dienen om louter en alleen behulpzaam te zijn voor het hele “Zoonschap”, waar alleen een gedeeld (ook onpersoonlijk) gemeenschappelijk doel geldt. Dan geldt niet meer “het draait allemaal om een persoonlijk “mij” afgescheiden van een persoonlijk “hun”, maar het onpersoonlijke het draait om “mij+hun=wij” welke maar één gemeenschappelijk doel dient; terug herinneren in Eén.

Laten we nou eens voor de lol heel rationeel, logisch en als het even kan oordeelloos, gewoon observerend kijken en denken.
En laten we dan voor het gemak de observerende denkgeest als uitgangspunt als bron nemen en al is het maar voor de duur van dit blogje, de aanname aannemen dat er in werkelijkheid alleen EEN mogelijk is en twee onmogelijk is, wat zich ook eigenlijk wel zelf bewijst door het simpele feit dat twee (dualiteit) niet blijkt te werken, ook al blijven we proberen tot de dood er op volgt en zelfs dat maakt aan het wanhopige proberen niet een einde.
Waarom we dat blijven proberen tegen beter weten (want voor het gemak vergeten) in, heb ik in het vorige blog uitgelegd. Wat ik ga schrijven geen idee ik laat gedachten gewoon komen en gaan en schrijf ze onderwijl op.

Als er alleen EEN mogelijk is, en twee daardoor logischerwijs onmogelijk, hoe kan er dan conflict zijn?
Kan EEN in conflict zijn met zichzelf? Uh, nee…
Hoe kan het dan dat er wel voortdurend de ervaring is van conflict. Voor conflict is ‘twee’ nodig. Kan Onveranderlijk EEN twee worden? Nee….. tenzij het onmogelijke gelooft wordt.
Maar maakt het in iets geloven het ook ‘echt’? Nee, want het blijft een (onmogelijke) gedachte waarin wordt gelooft, waardoor het onmogelijke ineens mogelijk lijkt, maar ondertussen nog steeds onmogelijk is.
EEN hoeft niet te denken of zich bewust te zijn laat staan te vergeven, want waarom zou dat nodig zijn?

“In de eeuwigheid, waar alles één is, sloop een nietig dwaas idee binnen waarom de Zoon van God vergat te lachen. Door dit te vergeten werd de gedachte een serieus idee, in staat tot zowel verwezenlijking als werkelijke gevolgen” (T27.VIII.6:2-3).

God staat voor EEN de Zoon van God staat voor uitbreiding van Een. Uitbreiding van Een is niet twee, uitbreiding van EEN is uitbreiding van EEN.

“God deelt Zijn Vaderschap met jou, die Zijn Zoon bent, want Hij maakt geen onderscheid tussen wat Hijzelf is en wat nog steeds Hijzelf is. Wat Hij schept staat niet los van Hem, en nergens eindigt de Vader en begint de Zoon als iets afzonderlijk van Hem” (WdI.132.12:3-4).

Twee is dus onmogelijk.
Voor de duidelijkheid: EEN staat voor non-dualisme, is vormloos, twee staat voor dualisme, dat wat we (twee) de wereld, het universum met alles drop en dran noemen.

Dit lijkt allemaal theorie en gefilosofeer, maar stel dan even de vraag; door wie/wat?
‘Iets’ moet van EEN afweten en kunnen observeren dat er kennelijk ‘iets’ een andere onmogelijke afslag heeft genomen, waardoor EEN nu ook ineens als en in twee kan denken.
Twee die zich niet meer bewust is van EEN (want vergeten zie vorig blog) kan dit niet bedenken. Twee, die een ernstig vermoeden krijgt dat hier iets vreemds aan de gang lijkt te zijn wat niet helemaal klopt, met andere woorden zich begint te herinneren en daardoor in staat is te observeren los van totale identificatie met twee, kan dat kennelijk wel.
Er is binnen twee kennelijk nog de herinnering aan EEN. Dat moet ook wel want EEN kan niet vernietigt worden, alleen verdrongen, en vergeten worden.
En dat stukje herinnering binnen twee is in staat tot observeren.

Kennelijk is dat stukje herinnering nu aan het woord en wordt herkend of resoneert met een ander stukje herinnering.

En dan komt het erop aan in hoeverre dat tot observeren instaat zijnde stukje twee, twee zat is en eraan toe is ‘twee’ stap voor stap op te geven, waardoor vanzelf onvermijdelijk het terug herinneren in EEN het gevolg zal zijn.
Terug herinneren, niet terug keren, want EEN is alleen ‘vergeten’, en niet vermomd als twee echt weg geweest, ook al lijkt dat zo.

Dat wat nu de vraag voelt opkomen: “WAAROM???”, moet wel dat stukje twee zijn wat twee wil blijven.
“Waarom??” is immers een vraag welke een antwoord impliceert en een vraag en een antwoord is een variatie op ‘twee’, en houdt alleen maar de dualiteit in stand, wat dan ook precies het doel van de vraag is. Twee wil helemaal geen antwoord, twee wil gewoon in twee blijven en doet dat door vragen te stellen, vragen die niets anders zijn dan opgesplitst EEN.
En kan het onmogelijke mogelijk gemaakt worden, oftewel kan van Onveranderlijk EEN twee worden gemaakt? NEEN.
Beide kunnen onmogelijk samen gaan, dus er is of EEN of twee.

Kiest twee voor EEN vanuit het referentiekader van twee, dan is terug herinneren in EEN onmogelijk. Gewoon weer een slim idee van twee die voordoet dat het zich wil herinneren, maar de boel saboteert, door toch twee als uitgangspunt en referentiekader te nemen.
Kiest twee voor EEN vanuit het Vergeven van twee, dan is terug herinneren in EEN onvermijdelijk. Ware Vergeving wel te verstaan, het soort vergeving dat ziet dat er in werkelijkheid niets gebeurt is en dat EEN nog steeds onveranderlijk EEN is en dat wat zich als twee lijkt te manifesteren slechts een dwaze vergissing is, niet in staat om ook maar wat binnen EEN aan te richten.
Twee hoeft niet vernietigt te worden, want waarom zou wat er niet kan zijn vernietigt moeten worden. De gedachte van vernietigen kan dan ook alleen afkomstig zijn van twee.
Dat wat het terug herinneren wel als vernietigend ervaart moet wel dat stukje twee zijn wat tegenstribbelt en zich niet wil herinneren, maar dit zogenaamd onbewust verbergt achter het ogenschijnlijk wel willen.
Ook dit is niet hopeloos, want de ervaring van vernietigd worden, een gedachte die overigens onvermijdelijk is maar wel onderkent dient te worden, kan weer worden Vergeven door het stukje twee wat zich wel wil herinneren.

Dit hele verhaal lijkt misschien behoorlijk abstract, maar wie/wat denkt dit?
Zonder kennis te hebben van wat metafysica, dus van de bron welke achter de wereld van projecties ligt, zal het heel moeilijk zijn om een pad als ECIW te begrijpen.
Alleen de metafysica begrijpen zonder deze toe te passen in dat wat ik als mijn leven zie en ervaar, is ook een dood lopende weg.
Kennis hebben van de metafysica van in dit geval ECIW werkt het beste als ik het gebruik als een soort anker, waar ik naar terug kan gaan als mijn leven weer eens een totale chaos lijkt doordat ik me weer helemaal laat opslokken door ‘twee’. Ik kan me dan bewust zijn van dat ik weer kies voor ‘twee’ (de keuze voor ego, dus vormgericht) en kan dan altijd terugkeren naar het idee van EEN, en weer inpluggen op de Hulp (de symbolen daarvoor Jezus en of Heilige Geest, oftewel denkgeest gericht zijn) die de brug vormen en de illusoire kloof tussen twee en EEN kunnen overbruggen en dichten.

ECIW is een 100% praktische cursus. Vandaar dat er ook een Werkboek gedeelte is dat onderwijst hoe terug te herinneren van twee naar EEN, daarbij gebruikmakend van het dagelijkse leven als vergevingsmateriaal. Dat wat als ‘leven’ wordt gezien hier in een wereld hoeft niet te worden vernietigd, het kan worden her-gebruikt en krijgt dus ‘alleen’ een andere functie.

En bedenk dat elke gedachte die gedacht wordt tegelijkertijd bestaat uit 1. ego, het (onmogelijke) idee van de mogelijkheid van ‘twee’. 2. Heilige Geest, de herinnering aan onveranderlijke EEN en 3. het waarnemende/keuzemakende gedeelte dat in staat is om te kiezen tussen te luisteren naar ego of naar Heilige Geest.
Zolang er de ervaring is van in een wereld te zijn in een lichaam zal er altijd de schijn zijn van twee, ook al komt alles nog steeds vanuit EEN en is er ook maar één ego, ook al is die gedachte illusoir. Vandaar dat elke gedachte uit bovengenoemde drie gedeelten lijkt te bestaan binnen één.
ECIW ontmoet ons waar we denken en geloven te zijn en werkt vandaar uit terug naar het herinneren terug in EEN.
ECIW is vooral een training in 100% waarnemende/keuzemakende denkgeest worden. Totdat totaal wordt ingezien en ervaren dat er eigenlijk maar één keuze mogelijk is omdat alleen EEN werkelijk is en twee onwerkelijk, dus onmogelijk. Dan zal het resterende nog ‘ervaren’ in een wereld nog maar één doel dienen; terug herinneren in EEN.

Hou even in gedachten, want dat is behulpzaam bij het begrijpen dat er altijd maar ‘één’ is, dat alles zich afspeelt in de ene denkgeest, ook al ervaren we ‘twee’, omdat we denken en geloven dat wat we buiten ons denken te zien en ervaren, ons is aangedaan door ‘anderen’.
ECIW zegt hierover:

“De wereld demonstreert slechts een oeroude waarheid: je zult geloven
dat anderen jou precies datgene aandoen wat jij denkt dat jij hun hebt aangedaan.
Maar als je eenmaal jezelf zover hebt gebracht hun de schuld te
geven, zul je de oorzaak niet zien van wat ze doen, omdat jij verlangt dat
de schuld op hen rust. Hoe kinderachtig is de koppige manoeuvre om je
onschuld te behouden door de schuld naar buiten af te schuiven, maar
nooit los te laten! Het is niet makkelijk de grap daarvan te zien wanneer
jouw ogen overal rondom je de zware gevolgen ervan aanschouwen, maar
zonder hun onbeduidende oorzaak. Zonder de oorzaak lijken de gevolgen
ervan inderdaad ernstig en droevig. Toch volgen ze er slechts uit. En
het is juist hun oorzaak die uit niets volgt, en slechts een grap is” (T27.VIII.8:1-6).

en even verderop, mijn favoriete aanhaling:

“Het geheim van de verlossing is slechts dit: dat jij dit jezelf aandoet. Wat
ook de vorm van de aanval is, dit is nog steeds waar. Wie ook de rol van
vijand of van aanvaller op zich neemt, dit is nog steeds de waarheid. Wat
ook de oorzaak lijkt van enig leed of lijden dat je voelt, dit is nog steeds
waar. Je zou namelijk helemaal niet reageren op figuren in een droom
waarvan je wist dat je die droomde. Laat ze zo haatdragend en kwaadaardig
zijn als ze maar zijn, ze kunnen geen effect op jou hebben, behalve
wanneer jij naliet in te zien dat het jouw droom is” (T27.VIII.10:1-6).

En geloven dat wat ‘anderen’, of ‘iets’ mij aandoet de oorzaak is van mijn lijden, komt van het geloof in de onderliggende zonde, schuld en angst die kost wat kost verborgen moet blijven, want daaronder ligt de oerangst voor ‘God’, de grote griezelige onbekende stille kracht die zint op wraak, waar ik niet naar mag kijken, omdat ik dan op z’n minst in een zoutpilaar zal veranderen, en wie wil dat nou…?
En dit soort eigenlijk kinderachtige gedachten, deze ‘nietige dwaze ideeën’, waarom we vergeten te lachen, nemen we dan serieus waardoor onze projecties werkelijkheid lijken te worden.

Terug naar ‘één’…
Zodra we weer even bereid zijn terug te gaan naar dat alleen maar ‘één’ mogelijk is, klopt dit hele bovengenoemde verhaal gewoon niet meer.
Alles wat we buiten ons denken en geloven te zien, past niet in de gedachte van ‘één’.
Dan zijn er maar twee mogelijkheden, waarvan er maar één echt mogelijk is:
of ‘twee’ is waar en de wereld van de ‘tweeheid’ is waar en is de wereld die we zien en ervaren ‘echt’ en niet zomaar een droom van afscheiding, of ‘één’ is waar, vergis ik me en ben ik bereid, werkelijk bereid de omslag te maken, en met deze zelfchantage te stoppen, waarbij ik wat ik eerst dacht en geloofde dat waar was om laat keren, dmv Ware Vergeving, wat onvermijdelijk zal leiden tot het ontwaken uit deze nachtmerrie die ik mijn leven noem.
Meer keuzes zijn er niet.

Ik weet het, het is enorm lastig mijzelf niet in de slachtofferrol/dader te zien en ook te zien dat de zgn anderen ook geen slachtoffer/dader zijn. De bewijzen lijken enorm sterk. Kijk wat ik moet doorstaan, kijk wat een pijn ik heb, kijk hoe ik lijd dankzij jou, kijk hoe slecht de wereld is, kijk naar alle armoe, kijk naar alle oorlogen, de vernietiging van het milieu, en de rijken die alsmaar rijker worden en de armen die alsmaar armer worden, kijk naar alle onrecht in de wereld, kijk naar die afschuwelijke zich zelf verrijkende financiële wereld, kijk hoe ik wordt behandelt door anderen, kijk dan, ik ben toch niet blind!!

Jawel, ik ben ‘blind’ en zie niet dat ik dit alles projecteer, met maar een doel, mijzelf te chanteren, voor de gek te houden, om maar hoe dan ook in ‘twee’, in afscheiding te blijven geloven, en daardoor uit handen van de ‘grote enge boeman’ die mij wil vernietigen, te blijven.
Dit willen zien en toegeven stuit op enorme weerstand, een weerstand die komt van de onderliggende zonde, schuld en angst, die de motor van de weerstand vormen.
Zelf merk ik dat ik pas bereid ben om het ‘anders’ te willen zien als de situatie echt te erg, en onhoudbaar wordt en ik geen kant meer op kan.
Dan komt er een moment dat ik denk: “ok, ok, ik weet het niet meer, dit werkt niet, niets lijkt te werken, ik geef me over, ik laat alles vallen, ik ben bereid te ‘luisteren’, naar de andere mogelijkheid, naar de andere keuze”.
En dan is het niet zo dat er dan van buiten mij ‘iets’ in mijn leven komt, een soort Superman die mij komt redden en mij bevrijd van al die idioten die mij het leven zuur maken. En ook niet dat ‘ik’ het lichaam, de persoon Annelies, zelf wel bepaal wat ik wil en wat goed is voor mij, ik heb al die eikels buiten mij niet nodig. Ik ben de baas over mij eigen leven en ik maak mijn eigen leven, zoals ik dat wil, ik ga vanaf nu alleen maar zorgen dat ik geniet!
Nou, succes…

Nee, dat is niet wat ware bevrijding doet. Voor ware bevrijding, ware vrijheid, is een volledig omslag nodig van mijn hele denksysteem.
Niet het denksysteem van de persoon Annelies, maar van de denkgeest die denkt en geloofd dat deze het lichaam, de persoon Annelies is.
Dan zal ik in moeten gaan zien dat alles wat ik eerst dacht, pure zelfchantage is, dat ik wil lijden, dat ik andere buiten mij de schuld wil geven van mijn lijden, en ik mijzelf schuldig wil voelen en…. dat ik me vergis.

Ik beschuldig een ander ervan dat ik hem/haar onmogelijk lief kan hebben van wegen haar/zijn aanvallende gedrag, dat alles behalve liefde uitbeeld:

“De wereld demonstreert slechts een oeroude waarheid: je zult geloven
dat anderen jou precies datgene aandoen wat jij denkt dat jij hun hebt aangedaan.”

Daarmee de schuld die ik in mijzelf voel en zie uit projecteer buiten mij dus, en nu een ander buiten mij waarneem die schuldig is, waardoor ik de oorzaak van de schuld niet meer zie, en ik mijn schuld lekker kwijt ben en onschuldig blijf.

“Maar als je eenmaal jezelf zover hebt gebracht hun de schuld te
geven, zul je de oorzaak niet zien van wat ze doen, omdat jij verlangt dat
de schuld op hen rust.”

Betekent dit dat ik als ik dit zie, mijn gedrag ten opzichten van haar/hem moet veranderen en gewoon maar ‘lief’ en ‘aardig’ moet zijn, dwars tegen mijn weerstand in?
Nee, het gaat niet om gedragsverandering, het gaat om, nogmaals, op de eerste plaats om de omslag in het denken, het denken van de denkgeest, niet over het gedrag van de projectie.
Pas als dat heeft plaatsgevonden kan ik echt vanuit Liefde denken en handelen, en hoe dat ‘handelen’ eruit ziet, is niet iets wat ik vanuit mijn beperkte ego zicht, dat alleen afscheiding kan zien, kan bepalen. Loslaten en overgeven betekent elke uitkomst open laten in het volle vertrouwen dat ik niet kan weten wat ‘goed’ is of wat ‘fout’ is. Elke zelf-invulling, elke zelf gekozen uitkomst zal als een belemmering werken, omdat deze vanuit angst komt, vanuit afscheiding:

“Een aanzienlijke belemmering bij dit aspect van zijn leerweg is de angst
van Gods leraar over de geldigheid van wat hij hoort. En wat hij hoort kan
zonder meer heel verbijsterend zijn. Het kan ook ogenschijnlijk helemaal
niet van toepassing zijn op het voorliggende probleem zoals hij dat ziet,
en kan de leraar zelfs met een situatie confronteren die hem in grote verlegenheid
lijkt te brengen. Dit zijn allemaal oordelen die geen waarde
hebben. Ze zijn van hemzelf en komen voort uit een armoedig zelfbeeld
dat hij achter zich zou kunnen laten. Vel geen oordeel over de woorden
die tot je komen, maar biedt ze in vertrouwen aan. Ze zijn veel wijzer dan
de jouwe. Gods leraren beschikken over Gods Woord achter hun symbolen.
En aan de woorden die ze gebruiken geeft Hij Zelf de kracht van Zijn
Geest, en verheft ze van betekenisloze symbolen tot de Roep van de
Hemel zelf” (H21.5:1-8).

Let wel, Gods Woord waarover wordt gesproken, is niet afkomstig van een God buiten mij, het staat symbool voor de herinnering aan wat ik in werkelijkheid ben één in God, één in Waarheid, één in Liefde, één in Geest.

Afscheiding

Afscheiding is zeg maar wel een dingetje in onze wereld.
En dat kan ook niet anders, want de wereld is het resultaat van het geloof in afscheiding.
Dus projecteren we bij iedere gedachte van afscheiding, afscheiding. De wereld zit wat dat betreft heel logisch in elkaar, ja, er zit een simpele logica achter de krankzinnige chaos. Dat wat in termen van afscheiding wenst te denken en dat ook gelooft, kan alleen maar afscheiding projecteren.

En we scheiden wat af, we scheiden relaties, we scheiden huwelijken, we scheiden kinderen van ouders, gezinnen, families, vrienden, relaties, lichamen, we scheiden afval, we scheiden eieren, we scheiden goed en kwaad, we scheiden stad en platteland, hij en zij, rechts en links, links en rechts, zwart en wit, mooi en lelijk, we scheiden hoofd en bijzaken, we scheiden Siamese tweelingen, we scheiden wonen en zorg, we scheiden de schapen van de bokken, de meisjes van de jongens, de dikken van de dunnen, we scheiden hoofden van rompen, mijn lichaam scheid van alles af, we maken een scheiding in onze haren, we scheiden landen van elkaar, we scheiden onze tuintjes af met hekjes, we richten afscheidingsbewegingen op, we scheiden religies van elkaar, politieke partijen, bitter en zoet, oud en nieuw, schoon en vies, we scheiden atomen, onze hersenhelften zijn van elkaar gescheiden, onze van elkaar gescheiden ogen zien alles als van elkaar gescheiden, we scheiden af binnen de afscheiding, we scheiden chemische stoffen, we scheiden de wateren, we leven gescheiden, we slapen gescheiden, 1+1=2, kortom we zijn ons hele leven bezig om van één twee te maken en leven daardoor in totale afscheiding en ons hele bestaan getuigt daarvan. In ons hele leven is alles een symbool van afscheiding, een symbool van dat ene nietig dwaas idee, dat dacht en denkt dat afscheiding wenselijk én mogelijk is.
En dat doet pijn, scheiden doet lijden, waarom? Niet omdat de situaties waarin scheiding plaats lijkt te vinden pijnlijk zijn, maar omdat Eenheid de onveranderlijke staat van ZIJN is en twee een veranderlijke onmogelijke staat van zijn is. Dat veroorzaakt alle lijden. En toch proberen we hardnekkig, wanhopig uit alle macht de afscheiding te verwezenlijken, in de hoop daar ons geluk te vinden en leiden daardoor een onnatuurlijk leven waarin afscheiding de norm is geworden en Eenheid is vergeten.

Daarom is het streven naar eenheid binnen het denksysteem van afscheiding onmogelijk, maar we proberen het wel, omdat ergens die vage herinnering aan eenheid, onze ware natuur, nog steeds onbewust aanwezig is in de denkgeest. Dus proberen we daar waar het niet kan, zonder echt te begrijpen waarom, in de afscheiding toch eenheid te verwezenlijken.
We proberen van twee lichamen één te maken, wat lijkt te lukken, maar hé dat leid vaak weer tot meer afscheiding, namelijk een baby, wat we dan weer compenseren door eenheid te realiseren als een gezin. Wel weer afgescheiden van andere gezinnen, wat dan weer gecompenseerd wordt door het vormen van buurtjes, clubjes, kerkgenootschappen, dorpen, steden, provincies, landen, werelddelen, planeten, universa… Maar altijd meervoud, nooit EEN.
En zo blijven we zoeken naar eenheid, in een wereld, een gedachtesysteem, wat als enig doel heeft afscheiding en waar Ware Eenheid onmogelijk gevonden kan worden.
En dat is de vergissing die we maken, we hoeven helemaal niet naar Eenheid te zoeken, want dat zijn we al als denkgeest, nog steeds onveranderlijk.
We hoeven alleen maar alles wat we als gescheiden waarnemen en ervaren terug te geven aan wat we onveranderlijk nog steeds ZIJN en alleen dat zal de herinnering aan EENHEID terugbrengen in de denkgeest, die slechts vergat en zich vergist. Een vergeten dat geen enkele invloed heeft op de onveranderlijke EENHEID die we in werkelijkheid ZIJN.
We hoeven ons dus niet zondig, schuldig of angstig te voelen, omdat we denken en geloven dat we ons echt hebben afgescheiden van Eenheid.
EEN is EEN en wordt nooit TWEE.

%d bloggers liken dit: