archiveren

Tagarchief: tv

Heel behulpzaam bij het ware vergevingsproces is me eerst af te vragen als ik weer eens onvrede ervaar over iets of iemand of “mijzelf”, en dat is in principe altijd het eerste gevoel bij elke gedachte.
Want wees eerlijk, komt het heel vaak voor dat ik me bij een gedachte in totale vrede voel? En als ik nu denk, nou soms wel soms niet, dan zou ik eigenlijk, ook weer als ik heel eerlijk kijk, moeten constateren dat het eigenlijk nooit is. Omdat elke gedachte die er is altijd eerst als een speciale, dus als ego gedachte verschijnt.
Ontken ik dat, dan is dat meteen weer een ego gedachte, want ontkennen gaat (als ik eerlijk kijk) met een gevoel van onvrede gepaard, dus komende van de keuze voor ego, oftewel de keuze om in de afscheiding te blijven, oftewel de (onmogelijke) wens uit Eenheid, Liefde, God te blijven.

Mocht ik tijdens het lezen van deze zin gedachten voorbij zien komen als: ja, hallo, mag ik dan niets meer denken, of ja dááág, dat is toch niet te doen…, moeten we het nu altijd over dat ego hebben!.. vertel eens wat leuks… ik ben toch liefde, potverdorie!? Of wat voor onvrede gedachte dan ook, dan kies ik gewoon weer voor afgescheiden te blijven: de ego reflex, welke niet anders kan. Dat is immers het doel van elke ego gedachte: niets anders dan in afscheiding te blijven, uit de buurt blijven van Eenheid, van Liefde, van God, of hoe je het onnoembare non-dualistische ook wilt noemen. Dáár is het ego, het afgescheiden dualistische denken voor gemaakt en nergens anders voor.

Ik voel helemaal geen onvrede, ook al lijkt dat zo, omdat iemand mij iets aandoet, of dat alles tegen lijkt te zitten, of ik ziek ben of m’n stinkende best doe om gezond te blijven, of dat ik alles alleen moet doen, of dat iedereen zich met mij bemoeit, of dat ik geen geld heb, of juist te veel, geen werk, of te veel werk, of wat dan ook. Alles van een piepklein gevoel van onvrede tot een lawine van onvrede, het heeft enkel en alleen als doel in de afscheiding te blijven, afgescheiden van Eenheid, Liefde, God. Er is géén rangorde in ego ervaringen, want ook al zien ze er allemaal verschillend uit en voelen ze allemaal verschillend, ze hebben maar één doel: in afscheiding te blijven, en dat is een keuze. Niet de vorm (ziekte, armoe en noem nog maar een paar miljard verschijningsmogelijkheden) waarin het gevoel zich toont is een keuze, maar wel de keuze voor afgescheiden te willen blijven. Er ligt dus eigenlijk maar één keuze ten grondslag aan elke ervaring die ik denk en geloof te hebben: de wens om afgescheiden te zijn en blijven.
En die keuze ziet er op een bepaalde manier uit (mijn persoonlijke projecties), omdat de keuze voor afgescheiden te blijven verborgen moet blijven, en het moet lijken alsof iets buiten mij, of ikzelf als lichaam, de oorzaak is van alle persoonlijke ellende en overwinningen die ik behaal op anderen of situaties.

Als ik dat eerst weet te constateren als ik weer eens onvrede voel, (hoe groot of klein ook) dan is het enorm behulpzaam dát eerst te constateren: ik voel nooit onvrede om de rede die ik denk (les 5).
Het is een geweldige reminder even stil te staan op het denkgeest kruispunt van de keuze, de keuze voor afscheiding of dat wat ik voel en ervaar als reminder te laten gebruiken om juist terug te herinneren in Eenheid, Liefde, God, in plaats als een reminder om af te scheiden daarvan.

De valkuil eerst te gaan analyseren, richt de focus weer op de vorm waarin het gevoel van onvrede zich wil weg-projecteren, weg van de bron de denkgeest die alleen voor afscheiding wil kiezen en dat verbergt achter de projectie die dan weer alle aandacht krijgt en als oorzaak wordt gezien, in plaats van de (onbewust gehouden) keuze voor afscheiding.

Er is overigens niets mis met analyseren, als maar eerst het verborgen doel ervan onder ogen wordt gezien; en dat is altijd de wens tot afscheiding. Analyseren kan dan voor in ieder geval begrip zorgen waarom iets leek te gebeuren, zodat het proces van ware vergeving makkelijker kan worden voltooit.
Op die manier krijgt elke gedachte en gevoel van onvrede die ik herken achter de projectie nu een andere functie. Niet meer die van de wens om af te scheiden van Eénheid, Liefde, God, maar juist van die van reminder om pas op de plaats te maken en opnieuw te kiezen en nu voor ware vergeving van wat leek te gebeuren, maar nu wordt ontmanteld als enkel en alleen de onnodige, onmogelijke wens van de denkgeest om zich af te scheiden van Eénheid, Liefde God.

Er valt niets anders te doen dan dat.
De film die “ik” als denkgeest die kiest voor afscheiding heb gemaakt, vanuit een geloof in afscheiding, wat onbewust (verborgen) voor een gigantisch schuldgevoel zorgt, geprojecteerd, kan nu ook alleen nog gezien worden als reminder voor welke keuze “ik” de denkgeest heeft gekozen.
Niet de film dient daarom verandert te worden in iets beters, want hoe kan dan nog mijn vergevingsmateriaal en kansen worden gezien? Nee, laat de film de film, alleen nog gebruikt als reminder voor waar hij voor staat (afscheiding) en verander alleen het denken erover door middel van ware vergeving.
En omdat het denken kan veranderen zal dat automatisch voor een andere ervaring zorgen, welke kan Inspireren tot een meer liefdevollere beslissing, vanuit de denkgeest die heel goed beseft dat niet de film is wat hij is, maar de gedachte achter de film.
Het wonder gaat over een omslag in het denken niet om een omslag in de film.
Net zo goed als het in de afspiegeling ervan in de wereld onzin zou zijn als ik naar een film zit te kijken en ter plekke de film wil gaan veranderen op het doek of in de tv.
Ik kan hooguit weglopen of de tv uitzetten.
En dat is precies wat we voortdurend doen als denkgeest die met opzet “vergeten” is dat deze denkgeest is en niet een lichaam. We weigeren te kijken naar de bron van wat we lijken te ervaren, de denkgeest, die kiest voor afscheiding en zetten dat bewustzijn uit en zien dan niet dat het dan slechts gewoon weer een andere interpretatie is, nog steeds de keuze voor afgescheiden te willen zijn.

Maar…. er is een andere manier, die weliswaar “vergeten” kan worden, maar er altijd nog is en onvermijdelijk weer herinnerd zal worden.

 

 

Ik bedenk met net dat de reden waarom we ons zo makkelijk identificeren met wat we bijvoorbeeld in een film zien, of op tv, is, omdat we denkgeest ZIJN, grenzeloze denkgeest, onmogelijk in staat zich werkelijk af te scheiden. En daarom is identificeren met iets of iemand in een film, maar dus ook in de film die we ons dagelijkse leven noemen, zo natuurlijk voor ons, daarom moeten we wel één (denk)geest zijn, die zich enkel en alleen inbeeldt dat deze een lichaam is te midden van andere lichamen, maar niet in staat is zich werkelijk los te maken, omdat de geest altijd één blijft en nooit kan veranderen in iets wat zich kan afscheiden.

“Wat als al je dromen uit zouden komen?”, hoor ik op tv langskomen.
Maar als dit leven, deze wereld een droom is, dan is dit leven deze droom toch precies waar ik van droom?
Een droom vol met droomfiguren, droom dingen en droom situaties. Een chaotische nachtmerrie vol met geweld, goed en kwaad, zonde, schuld en angst.
Wil ik echt dat dit de dromen zijn die ik wens en uit wil zien komen?
Wil ik echt dat alle gewelddadigheid, al die aanvallen en verdedigingen, al dat onderscheid tussen goed en kwaad, precies zo gebeurt als het lijkt te gebeuren in mijn droom?
Kennelijk, anders zou ik deze droom niet zo ervaren.
Een droom kan alleen maar uit mij voorkomen, net als in de slaap droom, waar we dit heel normaal vinden.
En ja het is werkelijk een verlichtende gedachte ineens de mogelijkheid te zien van dat dit leven deze wereld ook wel eens een droom zou kunnen zijn, net zoals in een slaapdroom.
De onvermijdelijke consequentie hiervan is dat als ik mijn eigen dromen droom en zowel de dromer, de regisseur, de projector en alle droomfiguren ben, niet mezelf meer als slachtoffer kan zien van alles wat mij en de wereld lijkt te overkomen en wordt aangedaan.
En net als in mijn slaapdromen, is alles wat zich afspeelt in mijn dromen niet letterlijk, maar een metafoor. Het staat symbool voor de gedachten die de dromen maken.
En als ik zo naar mijn dromen kijk, dan moeten dat wel erg gewelddadige, angstige gedachten, vol goed en kwaad en zonde en schuld zijn.

Ik zou wel blind moeten zijn om dat niet te zien, zodra ik accepteer dat dit mijn eigen droom is, gemaakt door mijzelf.
En dat is precies wat er gebeurt als ik de droom letterlijk neem en deze als iets buiten mij, los van mijzelf zien, dan ben ik blind, want ik zie iets anders dan wat er IS.
De droom werd werkelijkheid, en verving daarmee de werkelijke Werkelijkheid.
Niet werkelijk, maar het lijkt wel zo te zijn, doordat de herinnering aan wat we Werkelijk zijn is vergeten en er alleen een schijnbaar werkelijke wereld, met alles d’rop en d’ran lijkt te zijn.
Een chaotische kluwen van botsende deeltjes, die elkaar aantrekken en afstoten in een dans van leven en dood.

Dus ja, als ik daar in geloof, dan krijg ik precies waar ik om vraag, een dans van leven en dood, en komt die ‘droom’ helemaal uit.
Dus de vraag “wat als al je dromen uit zouden komen”, is allang vervult.
En als ik daar in blijf geloven, omdat ik dat wil, blijf ik tegen beter weten in geloven dat het nog wel wat wordt met die door mij geprojecteerde wereld en dat als ik m’n best maar blijf doen ik de wereld en z’n bewoners, inclusief mijzelf echt wel kan veranderen, verbeteren en er een gelukkige droom van kan maken.
Het enige wat ik hiermee dan zeg is, ja allemaal leuk dat dit allemaal een droom is, maar het is wel mijn droom, mijn zandbak waar ik mijn eigen zandluchtkastelen bouw, zoals ik dat wil.
Als ik echt zou accepteren dat dit een droom is en ik zou daaruit ontwaken “WAAR BLIJF IK DAN!?”.
En precies dat is de enige angst die mijn droom in stand houd, het verdwijnen van het droom ‘ikje’.

Angst voorkomt dat ik met open niet oordelende ‘ogen’ door de angst heen zal gaan kijken, en dan misschien zal ontdekken dat er geen angst is, maar alleen de angst voor de angst, en dat er achter die angst mijn Werkelijkheid ligt, die nooit verdwenen is, maar slechts vergeten.
Dus de vraag zou nu ook kunnen zijn, in plaats van: “wat als mijn dromen uit zouden komen?”, “wat als “ik” (de denkgeest niet het lichaam “ik”) uit de droom zou ontwaken?”.
Dat is echt totaal ‘out of the box’, ‘buiten de lijntjes’ durven denken.
En daartoe kan ik alleen maar bereid toe zijn, als ik helemaal totaal ‘klaar’ ben met al mijn dromen, en ik totaal onder ogen zie dat er een andere manier moet zijn, omdat deze nachtmerrie van leven en dood niet ‘waar’ kán zijn.

Dit doe ik niet door vol in de aanval te gaan door alles buiten mij waarvan ik nu zie dat het niet klopt aan te vallen en te vernietigen, of desnoods met geweld te verbeteren, want dat is gewoon weer het voortzetten van de aloude droom van angst.
Dit kan alleen door mijn eerdere gedachten die vanuit angst komen plus de daar aan verbonden projecties die de angst uitbeelden, terug te nemen in waar ze vandaan komen, de denkgeest en ze te vergeven, zodat ze oplossen in Waarheid, in Eenheid.
En zolang ik dan nog ‘ervaar’ in de wereld zal alles wat ik doe ook vanuit Waarheid, Eenheid, Liefde komen. Niet met als doel de wereld te verbeteren, maar me volledig te laten leiden door de Waarheidsherinnering, door ECIW de Heilige Geest genoemd.
En dat is de werkelijke betekenis van de gelukkige droom. Mijn droom nu volledig onder leiding van Heilige Geest, in plaats van die van het ego.
Het doel van de wereld die ik dan nog ervaar is totaal anders , niet meer het vermeerderen van angst, met alle daar bijbehorende projecties, maar het uitbreiden van Liefde vanuit Inspiratie en de rest volgt van daaruit automatisch…
Dit is een persoonlijke aanvaarding en ervaring en kan mij niet door ‘iemand’ anders buiten mij gegeven worden.
Want dat is in de wereld van het geloof in het werkelijk bestaan van een wereld vol met afgescheiden figuren onmogelijk.
Geven en ontvangen als één gebaar, als één gedachte, is alleen mogelijk op Geest niveau waar alles alleen maar één is.

%d bloggers liken dit: