archiveren

Tagarchief: stap voor stap

Misschien een gedachte waard…
Is dat wat “we” binnen het (onmogelijke) concept van de illusoire droom van ruimte en tijd, dat we in “onze” wereld, “normaal”, “abnormaal” , “afwijkend”, “gestoord” (geestelijk en of lichamelijk) noemen, eigenlijk niet een volstrekt “normaal”, en “logisch” gevolg, van het volstrekt onnatuurlijke en onmogelijke geloof in de mogelijkheid van het werkelijk bestaan van een dualistische wereld welke als enig doel heeft afgescheiden te zijn en blijven van dat wat IS, “onze” werkelijke non-dualistische aard?

Dus praktisch gezien kan je dan stellen dat alles en iedereen wat we als “normaal”, “abnormaal”, “afwijkend”, “apart”, “speciaal”, “gek”, “krankzinnig” enz. enz. zien, eigenlijk alleen maar een afspiegeling of reflectie is van “onze” poging tot afscheiden van Één.
Een zinloze poging, welke nooit echt succesvol zal kunnen zijn, ook al wordt er alles aan gedaan om het wel voor elkaar te krijgen, tot de dood erop volgt, waarna er weer geboren wordt zodat het onmogelijke krankzinnige spel van “normaal” en “abnormaal” opnieuw en opnieuw kan worden gespeeld.

We benoemen alles wat z’n stinkende best doet om in een krankzinnig, onmogelijk idee van afscheiding het hoofd boven water te houden als zeer positief en zeer prijzenswaardig, en alles wat daar niet in slaagt wordt al snel gezien als negatief, zielig, zwak, beneden pijl, abnormaal, ziek, onderontwikkeld, achterlijk, geestesziek enz..

En dus moeten de zogenaamde normal krankzinnige die de wereld van afscheiding zien als normaal, en iets als waar je je aan moet aanpassen, en wat bovenal verdedigd moet worden, degene die het zogenaamd niet redden, omdat het moeten/willen leven in een onmogelijke krankzinnige wereld van het geloof in afscheiding uiteindelijk onvermijdelijk niet meer vol te houden is, tot de orde roepen door ze als zieken te verplegen en ze zo snel mogelijk weer tot de als normaal geldende krankzinnigheid (welke als de normale norm wordt gezien) terug te brengen.

De wereld is aldus gezien een totaal op z’n kop krankzinnig, totaal ziek en onmogelijke idee, waar dien ten gevolgen alles op z’n kop wordt gezien en ervaren.
En beide partijen de normaal krankzinnigen als de door de normaal krankzinnige beschouwde krankzinnige, hebben allebei als doel: afscheiding van Één.

En ja daar kan men als dit langzaamaan duidelijk wordt behoorlijk van in de war raken, maar bedenk dan dat het in de war raken niet komt door bovenstaand verhaal, maar doordat de herinnering aan Één, welke gelukkig nooit is weg geraakt, langzaamaan onvermijdelijk naar boven komt en aldus een bedreiging vormt voor het geloof in de mogelijkheid van afgescheiden te kunnen zijn van Één en dat weerspiegelt zich in een projectie die eruit ziet en ervaren wordt als bedreigend.

Gelukkig door de onvermijdelijkheid van het terug herinneren in Één, zal elke schijnbaar individuele (afgescheiden) denkgeest zich terug herinneren in dat wat IS en buiten de illusie van tijd en ruimte bevindt.

De denkgeest die zich weer bewust wordt en daardoor het op z’n kop ego denken en geloven kan en wil “vergeven” (vergeven als in “er is niets werkelijk gebeurt binnen onveranderlijke Éénheid”) zal stap voor stap terug herinneren in Één.
Dat is niet weggelegd voor een enkeling, maar voor de hele ene denkgeest, welke er nu nog voornamelijk uitziet, door het geloof daarin, als versplinterd in miljarden aparte stukjes.

 

 

 

Een interne dialoog…
oké, alles is een projectie, geloof ik dat?, ja, want het is voor mij de enige logische verklaring van dit verschijnsel “wereld” en alles wat zich daarin lijkt te bevinden; mensen, dieren dingen, situaties, inclusief natuurlijk het “ik” lichaam.
Alles wat “ik” zie is een projectie en komt als ik verder terug denk schijnbaar uit een persoonlijke aparte denkgeest die ik nog steeds “ik” noem. Dat is zo’n beetje de reikwijdte van wat de denkgeest op z’n best kan en vooral wil begrijpen. Verder terug kan de beperkte reikwijdte van dat denksysteem niet. De beperking van dit denksysteem, en die beperking komt altijd voort uit angst en schuld, kan dan verschillende kanten op gaan:

–  het blijft waar het is, accepteert aan de uiterste grenzen van een als nog steeds persoonlijke denkgeest dat inderdaad alles een projectie is vanuit schuld en angst en besluit daar mee te leren leven en er maar het beste van te maken, nog steeds vanuit een persoonlijk lichaams idee.
–  denkt met deze gedachte, wat als openbaring gezien wordt verlicht te zijn en denkt zich daarnaar te moeten gaan gedragen, nu als officieel spiritueel wezen (mens) met speciale eigenschappen, nog steeds vanuit een persoonlijk lichaams idee.
–  schiet door deze ontdekking nog meer in de angst en schuld en trekt zich terug in een nog steeds als een persoonlijk zijnde “ik” lichaam.

Al deze mogelijkheden, en er zijn nog meer variaties denkbaar, hebben als kenmerk dat er nog steeds een persoonlijke identificatie is met een “ik” lichaam, of “ik” denkgeest.
Dit proces is onvermijdelijk en hoort bij het ontwaken uit de als “persoonlijk” geziene en ervaren droom. Immers dit zien en geloven dat er een “persoonlijk” “ik/lichaam” is te midden van andere “ik/lichamen, dingen en situaties” is een poging, en heeft enkel en alleen maar de functie om de ergens nog aanwezige vage diep weggestopte herinnering aan volledige non-dualistische Eenheid voorgoed te verbergen achter een denkbeeldige maar schijnbaar o zo “echte” muur van projectie vanuit zonde, schuld en angst.
Angst voor de herinnering dat afscheiding van Eén onmogelijk is en dat dat zich openbaart, omdát het onmogelijk is en schuld omdat er een poging wordt gedaan om uit Eenheid te geraken, terwijl deep down geweten wordt dat dat onmogelijk is, maar waar uit angst toch hardnekkig aan wordt vastgehouden. Een vicieuze cirkel van zonde, schuld en angst.

Als even goed en eerlijk even objectief gekeken wordt naar alles wat er gedacht wordt en geprojecteerd zal niets maar dan ook niets wat als persoonlijk wordt gezien en ervaren NIET uit zonde, schuld en angst voortkomen.
Dat betekent dat in elk gevoel van onrust, ongenoegen, woede, haat, speciale liefde en nog een paar duizend gevoelens en emoties die maar mogelijk zijn, de krampachtige wil tot afscheiding (wat dus eigenlijk onmogelijk is) tot uitdrukking komt.
En dat wordt niet als leuk ervaren, hoewel ik toen ik dit ontdekte wel meteen een missing link gevoel had in eerste instantie. Het was even een herinneringsflits als het ware, een even open gaan van de zelfgemaakte “gevangenis”, maar dat is slechts het begin van een lang, lang proces van langzaamaan terug herinneren in dat wat zo zorgvuldig en met alle macht verborgen moet blijven. Stap voor stap, want de weerstand, lees schuld en angst is groot.

Er is alleen Waarheid, Eénheid, non-dualisme, en niets van wat “hier” ervaren wordt voldoet aan dat criterium. Dus moet alles wat “hier” ervaren wordt wel een poging tot afscheiding zijn van Waarheid, Eénheid, non-dualisme. Het is het een of het ander, beide tegelijkertijd is onmogelijk.
Dit betekent ook als alleen één mogelijk is, dat een ervaring van twee (dualiteit) eigenlijk ook nog steeds één is, maar dan een omgekeerde versie ervan: één krijgt ineens twee kanten, ook al lijken het nu twee zijden van één te zijn, opgesplitst in goed en kwaad. En schijnbaar “ervaren” kan worden.
In non-dualisme is geen ervaring, is ook niet nodig.
Uit één wordt dus schijnbaar één stukje gehakt, wat in uitgehakte vorm twee kanten lijkt te hebben waardoor één plotseling een tegenstelling lijkt te hebben en die gedachte van twee splits zich en breid zich vervolgens uit waardoor Eén uit het “zicht”, uit de herinnering verdwijnt en tevens “vergeten” wordt dat de twee schijnbare zijden van één ook nog steeds één zijn (ideeën verlaten nooit hun bron, ook al zijn ze nog zo krankzinnig en onmogelijk).
Kortom er is ook maar één afscheidingsidee, ook al is dat een schijnbaar twee-zijdig, dualistisch idee.
Dus de ervaring van miljarden “ik lichamen”, dingen en situaties is onjuist en niets meer of minder dan een vergissing, (dus niets zondigs, schuldigs of angstigs) want het is niet werkelijk gebeurt.

Het lijkt alsof er individueel miljarden verschillende scripts zijn (mijn leven, jouw leven, ons leven enz.) maar dat is een schijnvertoning. Er is maar één afscheidingsidee, één ego dus en is alles nog steeds met alles verbonden ook in die ene egodenkgeest.
Vandaar dat als het proces van onvermijdelijk ontwaken vordert er ervaringen kunnen zijn van “iemands gedachte kunnen lezen”, of in de toekomst kijken, of aanvoelen wat er gaat gebeuren, met dieren en of planten of dingen kunnen communiceren of iets in een groter geheel kunnen overzien, of wat voor een grensoverschrijdende ervaring dan ook welke dan ook weer als “speciaal”, als plezierig of als zeer bedreigend kan worden ervaren. Het laat hoe dan ook zien dat er ook maar één egodenkgeest is waarbinnen ook alles met alles verbonden is. En vandaar dat we ook vrij simpel kunnen zien dat hoe bijzonder ook “mijn” persoonlijke “ik” ervaringen, verhalen lijken te zijn er niets nieuws onder de zon is en het allemaal op hetzelfde neer komt: de verborgen wil tot afgescheiden willen zijn van Eén.

Die ene egodenkgeest, dat ene afscheidingsidee, is dus ook nog steeds onvermijdelijk verbonden met Eén, met Waarheid, met non-dualisme, het is er alleen een op z’n kop versie ervan, waardoor binnen dit op z’n kop denken alles een tegenstelling is van Eén, zoals al eerder opgemerkt werd.
Vandaar dat die op z’n kop versie wel ook nog steeds de “kracht” of misschien beter de eigenschappen van Eén in zich draagt. En vandaar ook dat het zo hardnekkig is en schijnbaar heel veel (ego)kracht heeft. Zoals een kind het dna van zijn ouders in zich draagt, wat ook weer een op z’n kop afspiegeling is van Ware Eenheid, de Eenheid die geen vorm nodig heeft om dat uit te beelden in vormen die vervolgens als oorzaak en gevolg worden gezien.

Die op z’n kop kracht zien we terug in de projecties. We denken en geloven, van wegen de wil tot afscheiding van Eén, dat alles in de wereld gebeurt door krachten die we niet in de hand hebben, met het verschijnsel “natuur” voorop. Ook collectieve krachten op wereld schaal niveau zien we niet zo makkelijk als een projectie van de ene denkgeest die dit doet met maar één doel: afscheiding van Eén. Op kleinere schaal moeten we onvermijdelijk, omdat we het meer persoonlijk nemen, wel toegeven (of ontkennen) dat we er iets mee te maken hebben als er iets gebeurt en is de schuld en de angst die erachter schuil gaan makkelijker te herkennen. Maar als er goed gekeken en vooral eerlijk gekeken wordt is achter elk van deze gedachten, hoe groot of klein ze ook zijn in geprojecteerde vorm, de zonde en de schuld welke maar één doel heeft: afscheiding van Eén te herkennen.

Tot zover even deze persoonlijke dialoog, die persoonlijk lijkt omdat dat zo ervaren wordt, maar het niet kan zijn, omdat “persoonlijk” niet bestaat en slechts één nietig dwaas afscheidingsidee is…
Het “persoonlijke” als ervaring hoeft niet ontkent, verandert of vermeden te worden, want dat zou alleen nog maar meer poging tot afscheiding zijn. Het kan in het beste geval binnen het concept van de afscheiding vanaf een zogenaamde waarnemend langzaamaan wakker wordend uit de droom zich herinnerend bewustzijn geobserveerd worden en vanaf dat standpunt als hulpmiddel, door te leren zien wat het is en waarvoor het dient, her-gebruikt worden. Daardoor wordt het op z’n kop idee weer langzaamaan terug gegeven aan Waarheid, Eenheid, God, Liefde.

Dankzij een vraag nav het blog: “De Verzoening aanvaarden”, raakte ik geïnspireerd tot het volgende “antwoord”, wat bij nader inzien gewoon wel weer erg op een nieuw blog ging lijken. En toen Frits me daar ook op wees besloot ik het ook als nieuw blog te plaatsen.
Ik merkte al schrijvend dat het toch weer even handig leek erop te wijzen dat de metafysica van ECIW wel gekend dient te worden, wil de Cursus ten volle begrepen worden op alle niveaus.
Eerst zal ten volle moeten worden aanvaard, en is een levenslang stap voor stap proces, dat de Cursus zegt “Er is geen wereld” (WdI.132.6:2).
Wat is het dan dat lijkt te ervaren? Dat is de keuze van de denkgeest (denkgeest is dat wat “ik” werkelijk ben binnen het concept van de droom) voor of angst of voor Liefde, oftewel of voor ego of voor HG/J denkgeest.
Er is dus alleen denkgeest, en niet een “ik” lichaam dat keuzes maakt en vervolgens één van deze twee keuzes ervaart. Er is alleen een keuze mogelijk door en in de denkgeest. Bewustwording is dus het werkelijk inzien en aanvaarden van dat er alleen denkgeest is en dat ECIW ons alleen aanspreekt op denkgeest niveau en niet op het niet werkelijk bestaande “lichaamsniveau”. Alles wat wordt ervaren vindt plaats in de denkgeest, en daar blijft het een gedachte, een projectie.

Er is dus ook geen “ander” er zijn alleen projecties die eruit zien als anderen, maar ze hebben geen enkele werkelijkheid, ze zijn en blijven projecties.
Nogmaals dit is erg lastig om te begrijpen laat staan te aanvaarden, omdat het een langzaam stap voor stap proces is van lichaamsbewustwording terug naar denkgeest bewustwording, dat wat we werkelijk zijn.
Niemand begrijpt dat meteen. Toen ik dit voor het eerst las “Er is geen wereld”, en God heeft deze wereld niet geschapen, en God weet niets van deze wereld, was dat voor mij de missing link: “ah, nu begrijp ik waarom niets echt werkt in deze wereld, ik probeer geluk te bereiken in iets wat juist gemaakt is om afgescheiden te blijven van Geluk (Liefde, God, Waarheid, Eenheid)”.
Het was toen nog een voornamelijk intellectueel begrijpen, maar ik was bereid mij de weg te laten wijzen door HG/J in het vertrouwen dat het een stap voor stap proces zou worden naar volledige bewustwording en uiteindelijk volledige terugkeer in de herinnering van Eenheid, God, Liefde.
En stap voor stap door het leren herkennen van al mijn ego gedachten (afscheidingsgedachten) binnen al mijn dagelijkse ervaringen en de bereidheid deze te willen vergeven aan de hand van de Juist gerichte denkgeest (HG/J=oordeelloos kijken) groeit het bewustzijn en de bereidheid deze Stem te volgen in plaats van die van het ego.

Bedenk ook dat zowel ego als HG zich in de ene denkgeest bevinden en niet buiten “mij” of buiten “de ander”, vandaar dat de keuze gemaakt wordt ook binnen de ene denkgeest voor het gemak de keuzemakende denkgeest genoemd.
Vandaar dat “ik” (keuzemakende denkgeest) alleen een keuze kan maken vanuit mijn eigen focus punt in de denkgeest en ik niet voor een ander de keuze tussen ego of HG kan maken.

Op het niveau van de vorm, de wereld van de projectie, doe ik “normaal”, dat wat de regels zijn binnen de wereld van de projecties. Ik help anderen, ik doe boodschappen, sluit verzekeringen af, doe mn deur op slot, voedt de kinderen op, ga na de dokter, neem medicatie, eet gewoon, slaap gewoon, adem gewoon enz.
Alleen het enige verschil is dat als ik aanvaard dat dit alles een projectie is vanuit de denkgeest dat ik kan kiezen of de projectie komt vanuit zonde, schuld en angst (de keuze voor ego dus), of vanuit Liefde (de keuze voor HG/J denkgeest).
Als ik kies vanuit zonde, schuld en angst dan kan ik dat herkennen aan dat ik zelf bepaal wat de uitkomst moet zijn. Bijvoorbeeld de uitkomst moet zijn dat dit of dat conflict met die en die opgelost wordt, of dat ik weer genoeg geld op mn rekening heb, zodat ik eindelijk dit of dat kan kopen, of dat ik een parkeerplaats zal vinden, of dat m’n kinderen gezond blijven en gelukkig worden enz. enz.
Kies ik voor de leiding van de HG/J kant van de denkgeest dan laat ik de uitkomst open en vertrouw erop dat de uitkomst altijd liefdevol zal zijn, hoe het er ook uit mogen zien als projectie.
Vanuit het ego perspectief willen kijken is altijd beperkt. Het ego ziet altijd maar een stukje en kan nooit het geheel overzien, dus kan ook nooit de juiste uitkomst zien en kan dus eigenlijk helemaal geen andere keuze maken, dan alleen vanuit de beperktheid van het ego denken, dat altijd vanuit het geloof in zonde, schuld en angst komt.
Dus iets voor iemand anders bepalen is helemaal onmogelijk, want ik weet niet wat het “beste” is voor de ander, van wegen dat beperkte afgescheiden ego denkgeest standpunt.
Bovendien is wat ik in een ander denk en geloof te zien altijd een spiegel van hoe ik over mijzelf denk als denkgeest. En dat is dan weer kostbaar vergevingsmateriaal, als ik daar voor kies als keuzemakende denkgeest.
Dus als ik de ander als eenzaam zie, dan zie ik een projectie van mijn eigen afgescheiden wil tot afscheiding, en dat ziet eruit als een “iemand anders die eenzaam lijkt”, en de emoties die daarbij horen versterken nog het “waarheidsgehalte”.

Maar diezelfde emoties kunnen echter door de keuze voor vergeving, de keuze voor de gedachte teruggeven aan HG/J, worden hergebruikt, (dus niet ontkend, omarmt, bevestigd, gehaat, aanvaard!) en de denkgeest weer terug herinneren in Eenheid, God, Liefde. En aangezien er ook maar één denkgeest is, wordt de schijnbaar zogenaamde “ander” welke eigenlijk ook alleen maar een stukje van de ene denkgeest is, ook terug herinnerd in Liefde. Dat is de betekenis van de Christus in de ander zien. Het is het terugkoppelen naar de ene denkgeest waar we (de denkgeest) één zijn. Het is niet het “zien” door de ogen, het is een geestelijk zien.

Ik hoop dat ik door dit hele verhaal duidelijk heb gemaakt dat het erg belangrijk is de achterliggende metafysica van de Cursus te kennen en steeds paraat te hebben; dus er is alleen Eén, Waarheid, Liefde, God Denkgeest mogelijk, dus kan er geen afgescheiden dualistische, geprojecteerde wereld vanuit zonde, schuld en angst bestaan. Het is het één of het ander, beide tegelijkertijd is onmogelijk.
Wordt dit niet gezien of ontkend, omdat er toch steeds weer voor het egodenken wordt gekozen, dan blijft ECIW onbegrijpelijk en niet te doen.
En nogmaals geduld is in deze een schone zaak, ECIW doen is meestal een levenslang proces van steeds weer leren opnieuw te observeren en kijken zonder oordeel (dus olv HG/J) naar al mijn gedachten en opnieuw de keuze te maken, niet voor een andere projectie, maar voor het andere gedachten systeem, dat van de Heilige Geest.
Dat is de betekenis van de uitspraak van Helen en Bill: “Er moet een andere manier zijn”, waardoor het proces van het doorgeven van ECIW, door Helen mogelijk werd en ook door “ons” het hele Ene Zoonschap mogelijk werd, mits wij de keuze maken dat toe te laten. Wat uiteindelijk onvermijdelijk is, want er is op Werkelijkheidsniveau niets gebeurt, dat wat lijkt te gebeuren is dus onmogelijk, ook al lijkt het nog zo “echt” en dus alleen geschikt om te Vergeven (heeft het tenminste nog één functie…). Voor het begrijpen wat Vergeven volgens ECIW is verwijs ik naar WdII.1, op blz. 404 van het Werkboek.

Niets gebeurt zonder reden, maar nooit om de reden die ik denk.
Dat wat verborgen moet worden gehouden, namelijk dat Eenheid onmogelijk echt twee kan worden en dat wat lijkt te gebeuren daarom onmogelijk is en slechts een waanvoorstelling is, mag onder geen beding terug komen in het bewustzijn.

En zo wordt het onderbewuste bedacht, waar het geloof in zonde, schuld en angst er voor zorgen dat het onmogelijke daar veilig blijft opgesloten. En waaruit het zelfde geloof in zonde, schuld en angst geprojecteerd wordt weg van zijn nu onderbewuste bron via een wederom zelf bedachte uitweg, waar zonde, schuld en angst nu als projectie, als beeld, als script, als bron worden gezien en als waarheid.

Elke keer dat ik onvrede voel hoe groot of klein ook (vooral de kleintjes vergen veel oefenen in eerlijk kijken, maar zijn net zo belangrijk als de hele grote), realiseer ik me dat ik nooit in onvrede, of schijnbaar in vrede ben om de reden die ik denk.
Het lijkt alsof de onvrede of vrede komt door wat er buiten het “mij” lichaam gebeurt, maar dat is nóóit het geval. Er is immers alleen denkgeest (mind).

Zodra ik uiteindelijk en onvermijdelijk bereid ben er ánders naar te leren kijken, zoals hierboven beschreven, kan het grote Herinneren beginnen.
En ook van hoe dat Herinneren in z’n werk gaat weet ik niets. Al terugkerend leer ik al lerend en vergevend dwars door alle ervaringen heen wat de verborgen reden is achter elke ervaring en dat is altijd de wens tot afscheiding, hoe het er ook uit mag zien, en mag ik leren dat er een keuze is om voor de onware reden of de ware reden te kiezen, door de onware redenen stap voor stap te vergeven en de ware reden, namelijk de onvermijdelijk wens terug te herinneren in Eén, God, Liefde stap voor stap toe te laten.

Alleen waarheid is waar. Het kenmerk van waarheid is dat deze onveranderlijk is. Dus alles wat veranderlijk is is onwaar.
Als ik dat idee over mijn leven leg, dan is mijn leven en alle verdere leven dat ik ken en waarneem onwaar, inclusief dat wat zich “ik” noemt, want ook dat is enorm veranderlijk.

Het feit dat de gedachte er kan zijn dat alleen onveranderlijke waarheid waar kan zijn, maar dat dat kennelijk niet is wat als waar wordt aangenomen binnen onwaarheid, er vanuit gaande dus dat waarheid alleen waarheid is als het onveranderlijk is, geeft aan dat er iets anders moet zijn dan het veranderlijke wat een veranderlijke “ik” kan waarnemen.

Een ander bewijs dat er onveranderlijke waarheid moet zijn is dat de “ik” voortdurend opzoek is binnen onwaarheid, welke als kenmerk heeft veranderlijk te zijn, naar waarheid.
Dat is zoeken naar iets waar het onmogelijk kán zijn. Het zoeken op zich is dus al een onware handeling.
Waarheid kan niet gezocht worden, en niet gevonden worden door er actief naar te zoeken binnen onwaarheid.

En waarom is dat toch de belangrijkste motivatie en is elke handeling daar op gericht binnen de veranderlijke waarheid?
Omdat onwaarheid als functie heeft waarheid te verbergen. Onwaarheid moet dus actief in stand worden gehouden ten einde waarheid te verbergen. Een onmogelijke zoektocht die niet gericht is op vinden, maar juist op niet vinden, met als verborgen doel dat waarheid niet meer herinnerd mag worden.
Onveranderlijke waarheid is nu immers de grootste bedreiging voor veranderlijke (on)waarheid.
Aangezien dit hele mechanisme verborgen blijft achter een scherm van projecties, die de aandacht zeer succesvol afleiden van het doel van de veranderlijke (on)waarheid, namelijk uit waarheid zien te blijven, blijft de nu onwetende denkgeest/mind ijverig zoeken binnen de veranderlijke (on)waarheid naar waarheid, zich zogenaamd niet bewust van de onmogelijkheid ervan.

Wat doet het terug herinneren van dit vreemde onmogelijke en vooral onnodig mechanisme van het ontkennen van waarheid met dat wat de als “ik” vermomde denkgeest als zijn/haar leven is gaan zien en heeft aangenomen als waarheid?
Dat onvermijdelijke dreigende terug herinneren zal op de eerste plaats heftig ontkend worden, omdat het voelt als een rechtstreekse aanval op “mijn” waarheid. Deze ontkenning kan ook geuit worden als een schijnbaar omarmen van dit idee door razendsnel een onware versie van onveranderlijke waarheid te integreren binnen de veranderlijke (on)waarheid.
En elke keer als die zelfgemaakte waarheid toch eigenlijk ook weer veranderlijk blijkt te zijn, wat niet anders kan binnen nog steeds veranderlijke (on)waarheid, wordt deze weer aangepast, zodat het veranderlijke toch weer de schijn van onveranderlijkheid krijgt.

Een voorbeeld hiervan is dat god als iets daar buiten wordt gezien als vertegenwoordiger van de waarheid en het leven, maar dat diezelfde god als verschillend wordt gezien en ervaren en bevochten en verdedigd moet worden, onder het mom van “er is maar één god en dat is die van mij (ons)”.

Het gevolg van het onvermijdelijke terug komen van de herinnering aan onveranderlijke waarheid, is dat langzaamaan stap voor stap de schellen van de ogen vallen (van de denkgeest eigenlijk) en wordt gezien dat alles wat veranderlijk is niet waar kan zijn, omdat het veranderlijk is.
Dat betekent dat wat de “ik” “mijn leven” noemt per definitie niet waar kán zijn.

Heel begrijpelijk dat dat niet in één keer gezien wil worden, de weerstand tegen dit zien is dan ook enorm, hoewel het zich kan vermommen en ook doet in het schijnbaar juist wel willen zien, bijvoorbeeld door het enthousiast omarmen  de als “ik” vermomde denkgeest van een spiritueel pad.

De als “ik” vermomde denkgeest kan namelijk doen alsof de als “ik” vermomde denkgeest nu actief moet gaan zoeken naar waarheid wat niet lukt en zich vervolgens in een zware depressie denkt, waarbij de als “ik” vermomde denkgeest zichzelf gaat beschuldigen van het zondige besluit zich van waarheid (god) af te keren en het daardoor voorgoed verbruid heeft bij god, welke mij, de zondaar zal straffen en eeuwig zal blijven vervolgen. En wat ik verwerpelijke zondaar ook zal proberen om weer in een goed blaadje te komen bij god, ik zal me toch uiteindelijk moeten verantwoorden na mijn dood en maar hopen dat god een goeie bui heeft en mij toelaat in de eeuwigheid.
Kortom angst is nu mijn leidraad, mijn anker, mijn leermeester.

Deze angst is niet zomaar weg als in de als “ik” vermomde denkgeest begint te dagen dat het in angst leven toch eigenlijk ondragelijk is en dat er misschien toch een andere manier moet zijn, want dit kan toch niet waar zijn!?
Nee. precies dit kan niet waar zijn en is niet waar, omdat het onwaar is door de veranderlijkheid ervan. De situaties zijn niet waar of onwaar, de gedachtes die de situaties projecteren zijn onwaar, dus zijn de projecties ook niet waar.

Na het verwerken van deze eerste schokkende onthulling kan het schiften beginnen.
Stap voor stap is de denkgeest er nu klaar voor alles wat als waarheid werd gezien, nu te ontmaskeren als onwaarheid, door steeds de vraag te stellen is dit wat ik nu ervaar 100% waar of niet.
Dat zal in het begin van het proces van ontmaskeren alleen voor de schijnbaar dramatische projecties in mijn leven lijken te gelden, maar al gaande door het proces zal onvermijdelijk moeten worden aanvaard dat het voor elke gedachte geldt.
Van het meest verschrikkelijke wat gebeurt tot de kleinste bijna niet merkbare verstoring in mijn dagelijkse leven.
Tot definitief onthuld wordt dat de als “ik” vermomde denkgeest in zijn totaliteit onwaar is, van wegen zijn voortdurend en altijd veranderlijke aard.

Dit bevragen van of dat wat de als “ik” vermomde denkgeest ervaart waar of onwaar is, heeft dus niet als doel om een beter leven te maken, want dat zou weer de focus leggen op de projectie als zijnde de oorzaak en gevolg, wat gewoon weer de keuze zou zijn voor het waar maken van het veranderlijke onware.
Het doel van het bevragen is de onwaarheid van de als “ik” vermomde denkgeest te ontmaskeren.

De angst dat dit besef in één keer zal gebeuren is ongegrond, omdat de denkgeest precies dat kan denken wat het kán denken. Het is dus een geleidelijk proces, waarbij de denkgeest gedachte, voor gedachte wordt terug herinnerd door gedachte voor gedachte terug te nemen naar de bron en het daar te (ver)geven aan waarheid, in dat wat het eigenlijk van nature is: onveranderlijke waarheid.

Dus dat wat de als “ik” vermomde denkgeest heeft bedacht als vlucht voor onveranderlijke waarheid, namelijk dat wat de als “ik” vermomde denkgeest als zijn leven in een wereld ervaar, wordt nu her-gebruikt als de manier om terug te helpen herinneren in waarheid, door alles wat ik ervaar als een “ik” in mijn wereld als onwaar te zien en te vergeven.

Dit kan alleen onder leiding van een andere gids dan de gids van onwaarheid (ego), namelijk de gids van waarheid dat zich bevindt in dat gedeelte van de denkgeest dat de verbinding vormt met de herinnering aan onveranderlijke waarheid door zijn eigenschap oordeelloos te kunnen kijken naar de zelfgemaakte veranderlijke versie van onveranderlijke waarheid. En in staat is het veranderlijke te laten vergeven door de keuze te maken voor waarheid.
Met nadruk op keuze, niet op een uitvoering hiervan, omdat deze altijd weer vormgericht zal zijn en het toch weer draait om het verbeteren van de wereld en een beter leven voor de als “ik” vermomde denkgeest.

Onderschat niet de kracht van de egodenkgeest.
De bron, de kracht, en de motor van de egodenkgeest is “geloof”.
Enkel en alleen “geloof” houdt de egodenkgeest in stand.
Enkel het terugnemen van “geloof” kan de egodenkgeest doen oplossen als het “niets” wat het is: een geloof.
Want wat is “geloof” anders dan een “geloof”, een gedachte, een nietig dwaas idee.

“Geloof” kan alleen effect hebben op dat wat uit “geloof” is ontstaan. Dat wat uit “geloof” is ontstaan is nog steeds “geloof”, het verandert niet ineens in “waarheid”.
“geloof” zelf is enorm krachtig, door het “geloof” zelf.
“Geloof” kan bergen verzetten, omdat de berg zelf ook een “geloof” is.
Alles wat ik “geloof” te zien, is dus inderdaad ook een “geloof”.
En zo wordt de denkgeest geconditioneerd door “geloof”.
Ik “geloof” dat ik een mens ben, ik “geloof”dat ik Annelies heet, dat ik een vrouw ben, dat ik…. een bijna eindeloze hele lijst conditioneringen over wat ik “geloof” te zijn.
Alles wat ik denk, letterlijk iedere gedachte die ik heb, inclusief de gedachte dat er een ik is, is “geloof”.

Ik (wat een geloof is, dus lees elke volgende “ik” maar als “geloof”) “geloof” dat er een ik is in een wereld waar van alles gebeurt. Aangezien die wereld ontstaat uit de keuze voor het denken en geloven in afscheiding, het egodenken, en dus het tegenovergestelde moet zijn van waarheid, eenheid, liefde, God, richt ik mijn “geloof” op het tegenovergestelde daarvan, het “geloof” in onwaarheid, tweeheid, haat en een god versie die denkt vanuit zonde, schuld en angst.

Nu geheel gelovend en opgaand in dat “geloof”, kan ik (ander woord voor geloof) niet anders dan dat “geloof” uitbreiden vanuit het “geloof” in onwaarheid, tweeheid, haat met altijd op de achtergrond het geloof in een oplettende god, zodat er altijd een vaag gevoel van zonde, schuld en angst op de achtergrond van alles wat ik denk/doe loert.
Dit “geloof” in zonde, schuld en angst bepaalt nu mijn hele leven en ben ik (geloof) totaal vergeten dat er alleen maar  “geloof” aan ten grondslag ligt en verder helemaal niets.

Zolang ik (geloof), “geloof” in alles wat ik (geloof) “geloof” te zien en “geloof” te doen, is “geloof” in afscheiding veilig en zal dat “geloof” zich blijven uitbreiden, tot het “geloof” erin gaat wankelen en de “gelover” zich al is het maar heel even, zich ineens afvraagt…. “is dit wel zo?”.
Dat kan dan het signaal zijn om “geloof” stap voor stap te laten ontmaskeren, gedachte voor gedachte, te laten ont-geloven.

Dit is wat ECIW ware vergeving noemt, het ego “geloof” laten vervangen door Heilige Geest “geloof”, een “geloof” dat weet dat er niets gebeurt is dan enkel “geloven” dat er iets gebeurt is.
En ja, het is nog steeds “geloof”, omdat wij die “geloof” zijn alleen die taal kunnen begrijpen, maar nu omgekeerd her-gebruikt wordt, zodat kan worden teruggekeerd naar dat ene nietig dwaas idee (“geloof”), dat afscheiden van waarheid, eenheid, liefde, God wenselijk en mogelijk is.

Onderschat de kracht van het egodenken als “geloof” niet, en dat dat “geloof” niet zomaar in één keer op kan houden. Het is een geleidelijk proces van stap voor stap ont-geloven, met een groeiend vertrouwen dat ik (geloof) en de wereld en alles wat ik (geloof) zie en ervaar niet is wat ik (geloof) “geloof” dat het is.
En dat elke angst gedachte die de in een “ik” gelovende gedachte in dit proces van ont-geloven tegen kom slechts ook maar weer “geloof” in verdediging is, niet meer en niet minder.
Uiteindelijk is het verdwijnen van “geloof” onvermijdelijk, omdat er in werkelijkheid niets anders gebeurt is dan erin geloven…
En met het verdwijnen van “geloof” verdwijnt ook vanzelf de “ik” en de wereld, omdat het slechts een geloof is wat geloofd wordt.

%d bloggers liken dit: