archiveren

Tagarchief: sprookjes

Alles liever dan de liefde van God, is de grondgedachte van het ego, voelbaar als “mijn” ego. Deze gedachte is echter diep opgesloten in een zogenaamd onderbewuste. En op zogenaamd bewust niveau wordt een nieuw geloof geintroduceerd met aan het hoofd (ego)god aan wie we juist om hulp vragen om een einde te maken aan al ons lijden.
Hierdoor blijft de grondgedachte en verborgen ego-doel: “alles liever dan de liefde van God” op een hele slimme en vooral zeer effectieve manier verborgen.
De wereld kan er nu schijnbaar echt zijn, want hij is immers geschapen door god die ons daardoor ook zou kunnen helpen om uit onze ellende en lijden te ontsnappen. Terwijl we dat juist helemaal niet willen en juist deze god bedacht hebben om juist te kunnen lijden. Dit geloof is zo sterk dat we het officieel omgezet hebben in “geloof” met de daarbij behorende projecties; alle religies. Welke niets anders vertegenwoordigen dan de wens om afgescheiden te zijn en blijven van de liefde van God, door juist de liefde van god te prediken. Een gebed tot een dualistische god die gelooft in schuld en zonde, en straft of beloont afhankelijk van hoe wij ons gedragen. Met als ultieme beloning het ultieme zich eindeloos herhalende ego verhaal op een tijdlijn van geboorte t/m dood.

Elke reactie van ontkenning, weerstand, woede, verbijstering, schrik op deze ego gedachte lijn is wederom de bevestiging van het werkelijk waar kunnen zijn van deze waanzinnige (gelukkig) onmogelijke gedachte en is dus wederom een ego gedachte.

Nadat van de schrik bekomen is van deze verbijsterende boodschap en er op een gegeven (onvermijdelijk) moment toch iets daagt van, wat als dat nou eens waar is dat ik me vergis en dit allemaal een droom is waarin afscheiden van God het doel is?
Dan kan het terug herinneren in de liefde van God beginnen, stap voor stap.
Daarbij wordt niets wat eerst geloofd werd vermeden en of weggegooid (nooit het kind met het badwater weggooien), integendeel, dat wat als waar werd aangenomen vanuit een nietig dwaas idee waarin geloofd werd, kan nu worden hergebruikt als vergevingsmateriaal en kans, waarbij wordt gezien dat wat ik denk en geloof dat was gebeurt niet gebeurt kán zijn, maar slechts nare dromen van de wil tot afscheiding van God zijn. En dat slechts mijn geloof daarin dit verhaal, deze nare droom in stand houdt.
Sprookjes, verhalen, dromen zijn een afspiegeling van wat zich in mijn denkgeest afspeelt. En er zijn maar twee keuze mogelijkheden binnen de denkgeest, de keuze voor ego (afscheiding) of Heilige Geest (éénheid) en de keuze kan opnieuw gemaakt worden, nu heel bewust door de waarnemende/keuzemakende denkgeest.

We kiezen dus nooit voor een losstaande vorm, dus gebeurtenis in de wereld in een lichaam, maar voor afscheiding (ego) of voor Één (HG). De wereld, en gebeurtenissen zijn  de projecties en nooit de bron van alle lijden, dat kan alleen de denkgeest zijn.
En dat is zoals in het begin van dit stuk wordt beweerd zorgvuldig en angstvallig opgesloten in het onderbewuste waarop we gezworen hebben er nooit naar te kijken.
En waarom niet, niet omdat we zoals het lijkt bang zijn voor de wraak van god, maar omdat de ego gedachte is, wat als ontdekt wordt dat er achter die angst om te kijken “niets” is, geen angst, geen zonde, geen schuld, geen wraak van god, geen “bang godvrezend ikje”, maar juist de liefde van God?

Deze vraag mag nooit gesteld worden en kan nooit gesteld worden door ego, want ego is juist gemaakt om deze vraag diep weg te stoppen in een zogenaamd onderbewuste.
Dit onnatuurlijke egodenksysteem tegen God, kan echter niet werkelijk bestaan en daarom komt de onvermijdelijke herinnering aan God altijd weer naar boven en wordt de onnatuurlijke op z’n kop visie van het egodenken weer stapje voor stapje omgedraaid naar Visie en maakt terugherinneren in de ondualistische waarheid van God onvermijdelijk en hoogst wenselijk.

Denkgeest = mind

Laten we het eens hebben over denkgeest.
Denkgeest is een nieuw bedacht woord om het Engelse woord mind op een juiste manier te kunnen vertalen.
ECIW helpt ons herinneren wat we vergeten zijn, en voortdurend willen vergeten, namelijk dat we denkgeest/mind zijn.
En eigenlijk is het woord denkgeest een heel goede vertaling.
Geest zou namelijk niet helemaal de lading die het woord mind heeft dekken.
Denkgeest verwijst naar een bewust denkende, in staat tot waarnemen en keuzemakende geest.

Ja, we zijn 100% (denk)geest, helpt en leert ECIW ons herinneren, maar we zijn ons ook bewust. En binnen dat bewustzijn lijken we van alles te doen in een wereld die we zelf bedacht hebben. We zijn bedenkers, makers, denkende makers en makende denkers, kortom 100% denkgeest.
We hebben alles bedacht, ook lichamen. Wat niet wil zeggen dat we dan ook meteen volledig en alleen maar onze bedenksels zijn. Bedenksels, gedachten verlaten nooit hun bron, de denkgeest. Ja, de denkgeest kan zijn bedenksels projecteren, maar daarmee maakt zich het bedenksel nog niet los van de bedenker de denkgeest. Een bedenksel blijft een bedenksel, inclusief de daaraan nog steeds verbonden projectie.
Dus daarom is denkgeest een prima symbolisch woord. We zijn denkende geest, denkgeest.
We zijn dus niet denkende lichamen. Lichamen zijn immers projecties en zijn projecties in staat tot denken?
Denkt en doet de figuur op het filmdoek of de tv iets uit zichzelf, los van de bedenker?
Of is en blijft de figuur op het filmdoek of op tv misschien toch alleen een projectie?
En als je het stadium van in Sinterklaas, God of wat voor bedacht sprookjes figuur geloven als een letterlijk bestaand iets in de vorm voorbij bent, als je dus het kleuter bestaan van de denkgeest voorbij bent, of ten minste in twijfel begint te trekken, dan zal je misschien tot de (onvermijdelijk schokkende) conclusie komen dat het allemaal bedacht is en dat je je vergist hebt door het allemaal letterlijk te nemen.

En ja dat kan een schokkende ontdekking zijn, te vergelijken met toen je ontdekte dat Sinterklaas ook maar een bedenksel was en is. Een gevoel van verlies, van houvast enz. tot je Sinterklaas en ook God en verder alle sprookjesfiguren in je leven, hun rechtmatige plaats weer terug geeft, door ze louter als symbool te gaan zien.
Ja, ook God, want er komt in bijna ieders leven wel een punt waarop je ook aan God gaat twijfelen en we vervolgens wel of niet van ons geloof af vallen.
En wat is geloof anders dan een gedachte? Maar wel een gedachte die zijn bron dacht te kunnen verlaten en dacht in zijn geprojecteerde symbolen te kunnen gaan wonen en zich daar vervolgens helemaal mee identificeerde en dacht en vervolgens vergat dat hij (de gedachte nog steeds) die geprojecteerde symbolen was en is.
En dat is precies wat de wereld waarin wij denken en geloven te leven is; een geprojecteerde gedachte, waarvan we vergeten zijn dat het nog steeds gedachten zijn en dus nog steeds op z’n best symbolen.
Het geloof dat ik nu een echt kopje koffie ga maken en opdrinken is hetzelfde geloof als geloven in Sinterklaas of een God die mij wel of niet cadeautjes geeft.
We zien de symboliek niet meer, maar nemen het letterlijk, met als verborgen doel het uitwissen, vergeten van het feit dat we denkgeest zijn en dus niets anders kunnen dan ‘bedenken’, ‘verzinnen’.
Hierbij hoort dus ook het geloof in lichamen. Ik denk en geloof dat ik een lichaam ben dat kan denken dmv mijn brein.
Ook dit is een gedachte, een bedenksel, en het blijft een gedachte en een bedenksel, gedachten en bedenksels verlaten nooit hun bron; de gedachte, de bedenker, kortom de denkgeest.

En ja, als we dat echt tot ons door willen laten dringen, dan is dat net zo’n schok als toen we ontdekten dat Sinterklaas een bedenksel was of dat God met bijpassende diverse religies ook een bedenksel was/is. En dan nu de mega schok dat mijn lichaam ook een bedenksel is, en oh wacht, dus ook alle lichamen om me heen, mijn partner, mijn kinderen, ouders, familie, vrienden, buren, collega’s, kennissen, voorbijgangers, maar ook alle dingen, deze pc, dit boek (de cursus), deze lamp, dit potlood, dit glas, dit kopje, deze koffie en ook alle situaties en gebeurtenissen… *slik*
En dat kan niet anders dan gevoelens (gedachten dus ook) van angst naar boven brengen. Het slaat de bodem onder ons zorgvuldig bij elkaar bedachte wereld met alles d’rop en d’ran volledig weg.
Maar als het dan allemaal een bedenksel is, bedacht door denkgeest, wat is dan de angst, de *slik*, die we voelen?
Zijn we wel echt bang voor het verlies van een wereld, van lichamen, van dingen en situaties, kortom wat is het dat angst heeft?
Is het wel mijn lichaam dat bang is? Maar wacht even als mijn lichaam een bedenksel is, een projectie, kan het dan bang zijn, of komt de angst misschien uit de bedenker, de denkgeest en kan dan dus onmogelijk uit wat ik noem ‘mijn’ of een ander lichaam komen?

Kortom wat is die angst dan?
De angst is niets anders dan de bescherming van de angst. Angst houd angst in stand. Het is de angst voor de angst, voor de angst, voor de angst die de angst in stand houd. Het is niet het lichaam en het brein dat de angst in stand houd, het is de denkgeest die angst gebruikt om uit de herinnering te blijven dat de angst uit de denkgeest komt en alleen maar dient als bescherming van de angst.

Mocht de lieve lezer nu denken, uh… ja, dit wordt me te technisch, te theoretisch, ik leef liever vanuit mijn hart, dan vanuit de denkgeest, vraag je dan even af, wie of wat denkt dit? En hoe voelt die gedachte?
Verdedigend, verontwaardigd, vijandig, overmoedig, oordelend, kortom angstig. En wat zijn al die emoties anders dan gedachten?
En waar komen die gedachten dan vandaan? Uit je lichaam/brein, of misschien toch ergens anders vandaan, maar ben je gewoon te angstig om naar die vage omhoog komende herinnering te willen kijken en blijf je liever in je veilige comfort zone, in dat wat je denkt te kennen, namelijk ik ben wel degelijk mijn lichaam en ik denk met mijn brein, punt.
En wat is dan vanuit je ‘hart’ denken als je dat ziet vanuit de gedachte dat vanuit de denkgeest denken ‘fout’ is?
Als er alleen maar denkgeest is, kan dan vanuit je hart denken iets anders zijn dan denkgeest?
Is vanuit mijn hart denken, denken buiten de denkgeest? Kan dat?
Dat kan alleen als ik de denkgeest zie als een keuze buiten mijzelf, wat automatisch kiezen voor mijn ‘hart’ ook als iets buiten mij zien is. En wat is het dan wat dit denkt? Het lichaam of toch de denkgeest?
Als ik voor het lichaam kies als de denkende bron, ja dan zie ik mijn keuze voor denkgeest en de keuze voor het ‘hart’ als iets buiten mij. Kies ik voor de denkgeest als mijn bron, dan kan het niet anders dan dat ik ga zien dat alles zich in de denkgeest bevindt. En aangezien de denkgeest grenzeloos is, is er geen ‘buiten’ mij.

Welke gedachten ik ook ontdek te hebben, het is nooit fout, zondig of schuldig.
ECIW is geen cursus in wat we al zijn, namelijk denkgeest, want waarom zou ik een cursus volgen in wat ik al ben en ergens ook weet?
ECIW helpt ons terug herinneren in wat we opzettelijk willen vergeten, namelijk dat ik ergens nog steeds ‘weet’ dat ik 100% denkgeest ben, en niet een lichaam in een wereld vol met vormen en situaties.
En hoe leren we dat terug herinneren? Door alles wat we ingezet hebben om te kunnen vergeten, te herkennen, te onderkennen, als een vergissing te zien en te vergeven.
Ware Vergeving wel te verstaan, het soort vergeving dat ons laat zien dat wat we dachten (bedachten) dat waar was te onderkennen als louter en alleen een gedachte, een bedenksel van de (ego)denkgeest, en daardoor te zien dat er in werkelijkheid niets gebeurt is dat ons uit dat wat we zijn (HG) denkgeest heeft kunnen halen.

ECIW speelt zich dus louter en alleen af op denkgeest niveau, omdat dat is waar het grote vergeten, de vergissing, ‘een nietig dwaas idee’ ontstaat, dat is de bron. De denkgeest is ziek, gestoord, en alleen de denkgeest kan genezen.
Lichamen kunnen niet genezen, want ‘welke lichamen’, de projecties? Dat zijn projecties en dat blijven ze ook, ik ben niet mijn eigen denkgeest projecties, ik ben de bedenker van mijn eigen denkgeest projecties, waaronder dat wat ik mijn lichaam noem.

Trouwens als je tijdens het lezen van deze woorden enige vorm van weerstand voelt, vraag jezelf dan eens af, wat het is dat weerstand voelt. Je lichaam, je hersenen, of misschien je denkgeest? Kijk gewoon naar wat je voelt en kijk of je daar ook oordeelloos gewoon als observeerder naar kunt kijken. En vraag je dan ook af of je wel oordeelloos kán kijken als je dat vanuit lichaams/brein perspectief doe. En wil je wel zien dat het alleen maar een gedachte is dat je een lichaam/brein bent en geen feit in de vorm?
Is het (eerlijke) antwoord ‘nee’, ik ben mijn lichaam/brein en dat wil ik zo houden, dan is ECIW misschien niet het pad voor jou. En dat is geen schande, afgang, mislukking of iets waar je je schuldig over moet voelen, het is gewoon eerlijk kijken en accepteren dat dat is wat je op dit moment wilt. En je gaat gewoon door met je leven op de manier die jij verkiest, want je lijdt namelijk altijd het leven wat je verkiest te lijden. Dit kan je dan ook weer ontkennen als je dat wilt natuurlijk.

Het kan echter ook zo zijn dat je én de Cursus wilt doen én wilt blijven geloven dat je je lichaam/brein bent. Dat is een lastige om te onderkennen, omdat het met een omweg ook een manier is om mijzelf te verdedigen tegen de herinnering denkgeest te zijn en zo toch in het lichaam te blijven. Ik kan mezelf dan heel spiritueel voelen en geloven dat ik heel goed bezig ben, en geloven dat ik echt de Cursus of een ander prachtig spiritueel pad doe, maar ondertussen is het gewoon de egokant van mijn denkgeest die maar één doel heeft, blijven geloven dat ik hoe dan ook een lichaam ben en er alles aan zal doen en alles zal gebruiken om mijzelf maar uit de beurt van de herinnering te houden dat ik denkgeest ben.
ECIW willen doen vanuit het vasthouden aan het geloof toch een lichaam te zijn in een wereld die toch echt bestaat en dus veranderd kan worden is ECIW NIET doen, zoals deze bedoelt is.
En ook dat is niet fout of zondig, maar gewoon een kwestie van eerlijk zijn tegen jezelf.
En eerlijk zijn is oordeelloos kijken naar al mijn gedachten. Al mijn gedachten bevragen is een prima hulpmiddel.

Wat ook behulpzaam is, is kijken naar mijn gedrag, naar wat ik doe in de wereld, wat betreft mijzelf, tov anderen, met ECIW, met wat dan ook en dat zien als de uiterlijke vorm (projectie), van wat er zich in mijn denkgeest afspeelt. Op die manier wordt de wereld en wat ik ervaar een symbool, een spiegel, een reminder om terug te gaan naar de bron, de denkgeest, waar wat ik ervaar begint als gedachte en wordt uit geprojecteerd.
Blijf ik echter alles in de wereld, inclusief mijn lichaam en bijvoorbeeld ECIW letterlijk nemen, dan is het onmogelijk ECIW te doen zoals deze bedoeld is en is het enige wat ik wel doe, de illusies van de egodenkgeest in stand houden. ECIW doen wordt dan alleen maar een enorme worsteling, zonder uitzicht, het is de Cursus doen olv de egodenkgeest kant van de denkgeest, die kost wat kost het geloof een lichaam te zijn in stand wil houden.
En weer, kijk wat je nu denkt en vraag jezelf af, wat denkt dit…?
Ik een lichaam, of ‘ik’ denkgeest? En wees gewoon eerlijk tegen jezelf. Wat het antwoord ook is het laat zien waar je staat, wat je denkt en wat je gelooft en projecteert. En dat is niet zondig, niet fout, dat is wat het is nu op dit moment.

Vecht niet tegen jezelf…
Wat dat betreft is ECIW, ten minste, als je ECIW wel als jouw pad volledig aanvaardt, gewoon heel liefdevol.
Ook al komen we, onvermijdelijk bergen aan weerstand tegen als we ECIW werkelijk willen doen, het is geen weerstand van buiten mij als denkgeest, net zo goed als de Hulp die ik ervaar bij het doen van de Cursus niet van buiten mij als denkgeest komt.
Er is maar één denkgeest waarbinnen zich alles bevindt. Zowel de egodenkgeest, als de Heilige Geest denkgeest én de waarnemende keuzemakende denkgeest. Het is allemaal één denkgeest.
Onderkennen dat dat zo is, opent de weg naar bewustzijn, en bewust-zijn betekent gewoon me bewust zijn van het feit dat ik (denkgeest) de bedenker ben van alles wat ik ervaar en denk te zijn en dus ook kan kiezen wat ik wil denken en wil geloven. Zodoende wordt ik de enige verantwoordelijke voor alles wat ik wil zien, wil bedenken en wil geloven. Dan neem ik ook de verantwoordelijkheid voor al mijn weerstandsgedachten en de daarbij bijbehorende projecties en blijf ik als denkgeest de keuzemakende denkgeest, die alleen maar kan kiezen voor mijzelf, als denkgeest onder leiding van de ego kant van mijn denkgeest, of onder leiding van de HG kant van mijn denkgeest.

Enuh… even van denkgeest tot denkgeest, even onder elkaar… jij bent ik en ik ben jij, dit is een dialoog binnen de ene denkgeest die dankzij zijn bewustwording in staat is een dialoog aan te gaan binnen de ene denkgeest met als doel het onvermijdelijk terug herinneren in wat we werkelijk zijn; (één)denkgeest.
Maar dat is nog niet het eindstadium, of moet ik zeggen het Begin stadium, want uiteindelijk zal het totaal terug herinneren voltooid zijn en is alle ervaren met als enige functie vergeven ook overbodig, omdat het klaar is…

En dat kan alleen zo zijn als alle angstblokkades vergeven zijn, want angst is het enige wat mij in de wereld van de droom houdt en daarom enorm gekoesterd wordt, want alles liever dan de uiteindelijke angst voor Waarheid, voor Eenheid, voor God, voor Liefde onder ogen te moeten zien. En er is heel wat bereidwillig bewustzijn voor nodig al mijn egodenkgeest verdedigingen daar tegen onder ogen te zien en speciaal de in spiritualiteit verpakte verdedigingen zijn lastig te onderkennen. De egodenkgeest is briljant in het spelen van verstoppertje.

En ook is er heel wat bereidwillig bewustzijn voor nodig de krachtige wil om te projecteren onder ogen te zien waardoor de schuld zich buiten mijn denkgeest lijkt te bevinden. Zoals bijvoorbeeld een oordeel te hebben over anderen die de Cursus niet op de juiste manier doen… Welke anderen?
Als er maar één denkgeest is die zich bewust wordt van zichzelf en zijn eenheidsaard, wie is het dan die de Cursus niet wil doen? Iets of iemand buiten mij, de denkgeest? Ja, geef maar zelf antwoord, want ik ben jij en jij bent ik…
En wat is ECIW dan eigenlijk helemaal, een boek, een heilig boek? Welk boek?
Geef maar antwoord en kijk wat ‘klopt’ volgens jou en observeer wat de aard van je antwoord-gedachten zijn. Kijk, observeer en wees bloedeerlijk, want er is maar één denkgeest waarin alles zich afspeelt, tenzij ik dit niet geloof en dat is ook goed.
Ik ben jij en jij bent ik… één denkgeest… of toch één lichaam? Onderzoek zelf wat klopt en wat werkt en vergeef (of niet) wat niet werkt. Aanvaardt de Verzoening wel of niet voor jezelf, in beide gevallen doe je het voor de hele ene denkgeest.
Eén is één en wordt nooit twee.

Voor nu einde dialoog binnen de ene zich van zichzelf bewuste denkgeest…

De hele wereld is gebaseerd op angst, als verdediging tegen de Liefde van God.
De wereld is een uiterlijke verbeelding van een innerlijke conditie.
En die innerlijke conditie is angst.
Wat ik bijvoorbeeld in die hele zwartepieten discussie mis, is die ene oorzaak en dat is angst.
Als kind zijnde is het enige wat ik me herinner van zwarte Piet en Sinterklaas angst, alleen maar angst. Ego angst die ook wel als een soort opwinding wordt ervaren, het adrenaline shotje van de angst.
En wat ik nu zie gebeuren in deze hele discussie is het angstig vastklampen en vasthouden aan die angst, bij alle betrokken partijen. Precies wat de ego functie is van alle rituelen, tradities, geloven, religies enz., het vasthouden aan angst, zonde en schuld als verdediging tegen de Liefde van God, terwijl het juist lijkt dat het dat wil bevorderen. We krijgen in dit geval immers geschenken van die goed heilig man en zijn onvermijdelijke dualistische donkere schaduw kant.
Is dat niet heel duidelijk de verbeelding van het ego, de dualiteit, licht en donker, zwart en wit, de regels van ego liefde volgend; geven en nemen.
We kopen onze angst af voor straf met het geven en nemen van geschenken in de hoop er liefde voor terug te krijgen.
Het enige wat angst in stand houdt is ons geloof erin, meer niet, dus ja het is ons (het ego) er erg aan gelegen het ‘geloof’ in Sinterklaas en zwarte Piet in stand te houden, dus moet het geloof in Sinterklaas en zwarte Piet van jongs af aan worden aangeleerd. Angst moet worden aangeleerd, want angst is niet onze ware aard, dus moet deze worden aangeleerd, dat is de ego kant functie van dit soort verhalen en sprookjes die we in alle culturen over de hele wereld tegenkomen in talloze rituelen en tradities. Zo leren we angst aan en bezweren we ze tegelijkertijd.
Kortom deze hele discussie is gewoon weer zoals alle discussies in deze wereld, een maladaptieve oplossing voor een niet bestaand probleem, met als enig doel het verbergen van de oorzaak en het in stand houden van deze oorzaak en dat is angst (+zonde en schuld).
Aangezien dat zo is, moet er dus ook een andere manier zijn en kan dit hele opgezette ego plan dit verzonnen angst verhaal ook als vergevingsmateriaal en kans gezien worden.
Niet door er op ego vorm niveau eindeloos over te discussiëren en te bekvechten, wat tot niets leidt, althans niet tot een echte oplossing, maar door het te laten her-gebruiken en te vergeven wat niet waar kán zijn, zodat dat wat Waar is vanzelf zal overblijven.
En dan zullen we misschien deze uiterlijke verbeelding van de innerlijke conditie angst, ánders gaan zien en ervaren.

De we, de ene denkgeest, droomt verhalen, dit wat we nu ervaren en ons leven noemen, is een verhaal, niets meer en niets minder. De we, de ene denkgeest, dwaalt rond in zijn eigen verhalen en dromen. En het zijn er velen, allemaal met maar één thema: afscheiding. Het verhaal, het sprookje, de fabel, de film, het boek van de afscheiding waarin wordt verbeeld, geprojecteerd wat nooit gebeurt kan zijn. Daarom blijft het slechts een verhaal, een sprookje, een fabel, een film een boek en kan nooit de Werkelijkheid, de Werkelijkheid van de Eenheid, of de Liefde van God vervangen of verdringen.
Het kan de Werkelijkheid wel doen laten vergeten. En dat is precies wat de verhalen doen. Door ze serieus te nemen en als waar, worden ze de vervangers van de ene Waarheid. Niet dat de Waarheid echt vervangen of vergeten kan worden door verhalen, maar de we, de ene denkgeest, kan dit wel denken en vervolgens geloven.
Zelfs in de droom-illusie zien we dit terug, kijk maar naar al die boeken. We lezen over de meest verschrikkelijke  zaken, wat zijn het anders dan ‘verhalen’, en dat weerspiegelt zich in boeken, films, reportages enz.
In het ‘ene afscheidingsmoment’ worden de verhalen gemaakt, geprojecteerd en ervaren door lichamen, de spelers, de helden in het verhaal, de sprookjesfiguren, en ze leven vervolgens voort als verhalen. En hoe kan het ook anders als alles in de denkgeest begint. Heeft dit alles zich afgespeeld in een ‘Werkelijkheid’? Ja, in de werkelijkheid van de droom, en is dat werkelijk een werkelijkheid?, of blijft het een droom, blijven het verhalen?
Als je aanneemt dat deze wereld een droom is, hoe kan je het dan tegelijkertijd ook ‘werkelijk’ noemen en alles wat daarin gebeurt als werkelijkheid zien?
Moet je het dan ontkennen, nee zeker niet!!

De Cursus zegt daarover:

Het lichaam maakt eenvoudig deel uit van jouw ervaring in de fysieke wereld. Zijn vermogens kunnen worden overschat en dat gebeurt ook vaak. Toch is het haast onmogelijk zijn bestaan in deze wereld te ontkennen. Wie dit doet, begaat een bijzonder onwaardige vorm van ontkenning.
(T2.IV.3:8-11)

Dus niet ontkennen, maar wel vergeven en het materiaal laten HERGEBRUIKEN door HG/J Denkgeest.
Alle verhalen, avonturen, sprookjes, alles wat we ons leven noemen, krijgt dan een symbolische betekenis en functie, met als enig Doel terugherinneren in Eenheid.
Dan keert de herinnering langzaamaan terug in de denkgeest. Je kan dat ontwaken noemen of verlichting, maar eigenlijk is het niets meer of minder dan het terugherinneren en vind ik ‘terugherinneren’ daarom een beter woord.
Ontwaken en zeker verlichting heeft toch iets van een totaal andere een nieuwe onbekende toestand en wordt vaak als heel speciaal en slechts weggelegd voor een enkeling gezien, terwijl terugherinneren refereert naar een toestand die bekend is, maar slechts even is vergeten.
De Cursus heeft het over een aloude herinnering:

Wat anders dan de visie van Christus zou ik vandaag willen aanwenden, wanneer die mij een dag kan bieden waarop ik een wereld zie die zo op de Hemel lijkt dat een aloude herinnering bij mij terugkeert?
(WdII.306.1)

Of over een aloude toestand, een vergeten lied:

Luister, – misschien vang je wel een vleugje op van een aloude toestand, niet geheel vergeten; vaag, wellicht, en toch niet helemaal onbekend, zoals een lied waarvan de naam allang vergeten is en waarvan jij je de omstandigheden waarin je het hoorde totaal niet meer heugen kan. Niet het hele lied is jou bijgebleven, maar slechts een zweem van een melodie, niet gebonden aan een persoon, een plaats of iets bepaalds. Maar jij herinnert je, alleen al aan dit fragmentje, hoe lieflijk het lied was, hoe wonderschoon de omgeving waarin jij het hoorde, en hoezeer jij degenen liefhad die daar aanwezig waren en daar luisterden met jou.
(T21.I.6:1-3)

Op de momenten dat ik mijn diepste ego put ervaringen had en helemaal op de bodem van de put zat, op dat punt waarop de denkgeest alle vormen van angst loslaat en het echt niet meer weet, geen verhalen meer kon verzinnen, geen uitvluchten meer, kwam er altijd tegelijkertijd een gevoel van grote rust gepaard gaand met een vaag gevoel van herinnering naar boven, een gevoel dat te vergelijken is met dat je op het punt staat je iets te herinneren wat je vergeten was en het ligt op het puntje van je tong, maar hoe meer ik vervolgens probeerde het te herinneren en het te pakken des te verder zakte dat gevoel weer weg.
Pas toen ik totaal overgaf en ook niet meer probeerde de herinnering te pakken, kwam de herinnering in al z’n Heelheid weer tevoorschijn. En doorzag ik het hele verhaal echt.

Alles wat gedacht is, wordt en gedacht zal worden, wordt, is en zal ook geprojecteerd worden. Alle gedachtes ooit gedacht bij elkaar vormen het grote ene ego- projectie-sprookjesboek van de wereld.
Geen enkele gedachte gaat verloren. Je kunt wel zeggen dat iets niet bestaat of niet kan, maar als het gedacht wordt, wordt het ook geprojecteerd. En ook de bewering dat het niet kan of bestaat wordt geprojecteerd en dan bestaat het ook niet voor je.
Zo werkt nu eenmaal het denksysteem van de egodenkgeest; bedenk een wereld om je achter te verstoppen en verstop ook dat het de egodenkgeest is die dit wil en doet, zodat het lijkt alsof er miljoenen aparte deeltjes; mensen, dieren, dingen situaties zijn die los van elkaar staan en hun eigen portie geprojecteerd (denk)materiaal hebben.
Zo blijft ook het feit dat er ook maar één egodenkgeest is die dit alles veroorzaakt, verborgen en ook wordt onzichtbaar dat er maar één idee van afscheiding achter dit hele ego-projectie-sprookjesboek van de wereld zit.

Ik zag net een flits uit een programma op tv over het wel of niet bestaan van Aliens en de bewijzen daarvoor die in alle culturen over de hele wereld worden gevonden en die er het zelfde uitzien, dezelfde soort rotstekeningen dezelfde eeuwen overgedragen verhalen met bewijzen dat de mens waarschijnlijk hier is gekomen vanaf een andere plaats in de ruimte enz. Dit zijn allemaal geprojecteerde gedachtes en net zo echt, dus onecht, als alles wat we denken en projecteren. Dus ze staan allemaal in het grote-ego-projectie-sprookjesboek en geprojecteerde gedachtes blijven het, niets meer en niets minder dan dat.
Het heeft dus geen zin te bewijzen of het waar is of niet, want het zijn geprojecteerde egodenkgeest gedachtes dus illusies en dus ‘waar’ alleen binnen de illusie, maar in het grote geheel van de Waarheid alleen maar onwaar.
Dus binnen de sprookjes van de illusie is het allemaal waar, want het is gedacht en dus uit geprojecteerd, de film van de egodenkgeestprojector.
Alle verhalen zijn allemaal net zo ‘waar’ als elk verhaal wat we nu op dit moment denken en projecteren, in die zin is er geen verleden of toekomst er is steeds alleen maar dat ene idee wat uiteenspat in miljoenen variaties en verhalen. En zo wordt het sprookjesboek van de wereld steeds dikker en vormt een dikke gedachte-muur van ruimte en tijd als verdediging tegen de Waarheid.

Als we in deze sprookjes geloven en ze als waar zien binnen het kader van de egodenkgeest zijn we als kleine kinderen die in sprookjes geloven.
Geven we de ego-sprookjes en ons geloof erin aan HG/J denkgeest dan gaan we als (spiritueel)volwassenen ánders kijken naar al die sprookjes en zien dan de symboliek erachter en dan kan het ook gezien worden als hulpmiddel om via het ándere denken en ware vergeving terug te herinneren in Waarheid.

Image

 

Alles wat uit de ‘ik’-denkgeest komt is verzonnen.

Gedachte verzinsel-spinsels weven een sluier teneinde dat wat Waar is te verbergen en projecteren daar voor in de plaats een vervangende wereld gegrond in schuld/zonde en angst en waar we in zijn geloven en vergeten zijn dat we ze zelf verzonnen hebben.

 

‘Er blijft wel een eenvoudige vraag over, die nog een antwoord behoeft. Bevalt jou wat jij hebt gemaakt? – een wereld van moord en aanval, waardoorheen jij je schuchter een weg baant door constante gevaren, alleen en angstig, hopend dat de dood in het beste geval nog een poosje wachten zal alvorens hij jou overvalt en jij verdwijnt. Jij hebt dit verzonnen. Het is een beeld van wat jij denkt dat je bent, van hoe jij jezelf ziet. Een moordenaar is angstig, en zij die doden zijn beducht voor de dood. Dit alles zijn slechts de angstige gedachten van diegenen die zichzelf willen aanpassen aan een wereld die door hun aanpassingen angstaanjagend is gemaakt. En vanuit wat droef is vanbinnen, kijken ze bedroefd naar buiten, en zien de droefheid aldaar.’ (T20.III.4:1-7)

 

We zijn als kleine kinderen die in de sprookjes geloven die ons worden voorgelezen, en geloven in Sinterklaas en in een soort über-Sinterklaas die we God noemen. We worden van jongs af aan getraind in het verzinnen en het geloven in verhalen en bouwen zo een stevige verdediging op tegen God.

 

‘Wanneer Gods schepping wordt waargenomen zonder jouw deel daarin, wordt ze als zwak gezien, en zij die van zichzelf vinden dat ze verzwakt zijn, vallen beslist aan. Maar de aanval moet wel blind zijn, aangezien er niets valt aan te vallen. Daarom verzinnen ze beelden, zien die als onwaardig en vallen die om hun onwaardigheid aan. Dat is alles wat de wereld van het ego inhoudt. Niets. Ze heeft geen betekenis. Ze bestaat niet. Probeer haar niet te begrijpen, want als je dat doet, geloof je dat ze kan worden begrepen en daarom kan worden gewaardeerd en bemind. Dat zou haar bestaan rechtvaardigen, en dat kan niet worden gerechtvaardigd. Jij kunt het betekenisloze geen betekenis geven. Zo’n poging is niets dan waanzin.’ (T7.VI.11:1-10)

 

Kijken we als klein kind nog verwonderlijk om ons heen, geleidelijk aan groeit de ego-denkgeest en geleidelijk aan gaan we meer en meer geloven in de droom die we zelf maken en die niets anders is dan een kast vol zorgvuldig bedachte conditioneringen die als stevige blokkades staan voor dat wat we eigenlijk werkelijk zijn, zuiver Geest.

 

De vergelijking dringt zich op met poppen in een poppenkast. Als kind geloven we dat de poppen ‘echt’ zijn in hun verschijning en hun rol. En gaan volledig op in het verhaal van Jan Klaassen en Katrijn, en vergeten volledig dat de pop gestuurd wordt door de poppenspeler.

 

En zo zijn we gaan geloven dat we niet geest zijn maar lichamen en zijn een levenlang bezig ons om lichamen en vormen te bekommeren, weer zoals we kinderen om zien gaan met hun poppen en deze behandelen als levende lichamen, en met veel zorg en liefde in hun poppenbedje zien leggen en werkelijk geloven dat de poppen slapen en rusten. Niets meer of minder dan oefenmateriaal voor het steeds vaster in het zadel zittende ego. Zo worden de verzinsels meer en meer als werkelijkheid beschouwd en raakt het in werkelijkheid ‘geest’ zijn volledig aan het zicht ontrokken.

 

En als dan de ego-denkgeest vast in het zadel zit zijn we de rest van ons leven bezig het in stand te houden en verliezen de strijd dan uiteindelijk toch doordat het lichaam dood gaat (de enige zekerheid in het spel van het ego) en we hartverscheurend treuren om dat wat nooit werkelijk bestond. Gelukkig vinden we juist op die momenten juist vaak troost in het weten dat  we in de geest nog altijd verbonden zijn en vinden daar troost en verzacht de pijn van het ‘verlies’.

En juist op die hele pijnlijke momenten, als de pijn welhaast ondragelijk is, kan de herinnering opkomen: ‘Er moet een andere manier zijn’. Dat is het moment dat de denkgeest weer toegang krijgt, even de poppenspeler achter de pop wordt ‘ontmaskerd’ en we ons even niet met schrik en schaamte afkeren van deze ontdekking, maar we de poppenspeler toestaan achter de kast vandaan te komen.
En ons de helpende hand bied vanuit de verbondenheid van de Geest waar we onveranderlijk, onafscheidelijk verbonden zijn.

We gaan dan open staan voor gedachtes als:

 

‘Ik voel onvrede omdat ik zie wat er niet is.

De werkelijkheid is nooit angstaanjagend. Ze kan onmogelijk mijn vrede verstoren. Werkelijkheid brengt louter volmaakte vrede. Wanneer ik onvrede voel, komt dat altijd doordat ik de werkelijkheid heb vervangen door illusies die ik zelf verzonnen heb. Die illusies verstoren mijn vrede, omdat ik ze werkelijkheid heb verleend en ik daardoor de werkelijkheid als een illusie beschouw. Niets in Gods schepping wordt ook maar enigszins door deze verwarring van mij beïnvloed. Ik raak altijd mijn vrede kwijt om niets.’ (WdI.52.herh.6)


En langzaamaan kan er dan een proces van ont-leren beginnen.

ECIW is een van de wegen die daar behulpzaam bij is. En was en is dat zeker in mijn geval zo.

Het ont-leren is een proces van schuld/zonde en angst laten varen, stapje voor stapje, door middel van het vergeven van die kasten vol met conditioneringen, olv de in ons onveranderlijk aanwezige herinnering aan wat we werkelijk zijn, Jezus en of de Heilige Geest.

Zij leren ons dat als dromen, illusies, verzinsels, conditioneringen geen voedingsbodem meer hebben in schuld/zonde/angst, ze gewoon verdwijnen, oplossen in waar ze begonnen zijn en geëindigd.

Vergeving is dan ook een ander soort vergeving dan we hebben geleerd van de ego-denkgeest, werkelijk vergeven olv. Jezus en of de Heilige Geest, is de gedachtes achter de vorm vergeven aan de bron en dat zijn altijd gedachtes van schuld/zonde/angst.

Deze volledige omkering in het denken, in de denkgeest, de bron waar alles ontstaat, noemt de Cursus een wonder:

‘Het wonder stelt vast dat je een droom droomt waarvan de inhoud niet waar is. Dit is een cruciale stap in het omgaan met illusies. Niemand is er bang voor wanneer hij ziet dat hij ze zelf verzonnen heeft. De angst werd op zijn plaats gehouden doordat hij niet inzag dat hij de auteur was van de droom, en niet een personage in de droom.’ (T28.II.7:1-4)


en:

‘Deze wereld is van wonderen vervuld. Ze staan in stralende stilte naast elke droom van pijn en lijden, van zonde en schuld. Ze zijn het alternatief voor de droom, de keuze om liever de dromer te zijn dan de actieve rol in het verzinnen van de droom te ontkennen.’ (T28.II.12:1-3)

 

En dan komt het moment voor iedereen, het hele ‘zoonschap’ onvermijdelijk uiteindelijk, dat het volledig doorzien wordt, de schellen ons van de ogen vallen en we werkelijk ‘zien’. Dat wat de Cursus omschrijft als de Verzoening aanvaarden voor onszelf.

Het moment dat er voorbij het ego wordt gegaan we stoppen met ‘ego-zelf-verzinsels’ en we weer volledig terugkeren in de Geest, waar we nooit zijn weggeweest in werkelijkheid.

En dan rest alleen nog grote dankbaarheid:

‘Vader, ik dank U voor wat ik ben, dat U mijn Identiteit onaangetast en vrij van zonden hebt bewaard, te midden van alle zondegedachten die mijn dwaze denkgeest verzonnen heeft. En ik dank U dat U me daarvan hebt verlost.

Amen.’ (WdII.229.2)

 

 

Pieter_brueghel_the_elder-children_playing-detail

 

 

 

%d bloggers liken dit: