archiveren

Tagarchief: speciale liefde

Alle vormen van speciale haat en speciale liefde zijn niets meer of minder dan de beide zijde van de ego medaille. Ze lijken verschillend maar beide hebben één gemeenschappelijk doel: het geloof in afscheiding (van de Liefde van God, Waarheid, Éénheid, non-dualisme) te bevestigen en daardoor het onmogelijke (afscheiding van Één) mogelijk te doen laten lijken.

De keuze voor het geloof in het egodenken is de keus voor het geloof in de ego eigenschappen speciale haat en speciale liefde.
Dat is de matrix van het egodenken. En zoals een koe alleen maar melk kan geven kan het ego alleen maar ego gedachten geven, want zo is het met opzet geprogrammeerd.

Pas als de pijn en het lijden hun dieptepunt hebben bereikt kan echt worden doorzien wat het kost om hardnekkig en koppig te blijven geloven in het waarheidsgehalte van het ego, en kan er ruimte komen voor de gedachte, “er moet een andere manier zijn”…

Zodra een blokkade, de sluier die we voor Waarheid, “dat wat IS” (God, Liefde, Éénheid) geplaatst hebben, met als enig doel afgescheiden te blijven van Waarheid oplost, gaat de poort naar wat IS als het ware vanzelf open en komt de herinnering aan dat wat IS vanzelf weer te voorschijn.
De herinnering kan zich weerspiegelen (zolang er nog geloofd wordt in de wereld van de vorm te zijn) in een ervaring van een plotselinge creatieve impuls, of inzicht, of gewoon precies weten wat te doen met een eerst schijnbaar onoplosbaar probleem.
Er wordt dan duidelijk gezien dat niet het probleem in de vorm op zich het probleem was, maar dat de keuze voor afgescheiden te willen zijn van dat wat IS (Éénheid, Waarheid, God, Liefde) het probleem was en is

Dus de herinnering, of de brug, naar Waarheid, in ECIW Heilige Geest of de manifestatie daarvan Jezus genoemd, zorgt niet dat er een schijnbaar probleem in de vorm wordt opgelost, of dat ik antwoord krijg op een vraag, maar helpt bij het oplossen van de blokkade in mijn denkgeest daar waar voor afscheiding is gekozen en nu opnieuw gekozen kan worden voor het vergeven van het idee van afscheiding.

Dit alles gebeurt op een wijze die ik kan begrijpen op het niveau van de mate van begrip waar ik me op dat moment (denk en geloof) te bevinden.
Het kan daarom lijken alsof er hulp van buiten komt wat mij precies verteld wat ik moet doen, maar dat is niet zo.
Nogmaals de enige keuze die echt helpt, ongeacht de uitkomst die ik denk te weten te willen en wens in de vorm is de enige keuze die gemaakt kán worden en dat is de keuze voor afscheiding (ego) of voor het genezen van de afscheiding (HG/J). Niet het genezen in en van de vorm (lichamen, dingen en situaties), maar de genezing van de denkgeest die in afscheiding geloofd.
En zolang ik nog de ervaring heb van in een wereld te zijn in een lichaam, zal de genezing van de denkgeest zich soms zichtbaar en soms onzichtbaar lijken te manifesteren in de vorm. En zal ik leren onderscheid te maken tussen de manifestaties van het ego (de wens voor afscheiding) en de manifestaties van de genezen denkgeest de wens van de genezing van het afscheidingsidee. Kortom weten dat het probleem nooit in de vorm ligt, maar altijd in de denkgeest.
Vandaar dat oordeelloos leren kijken zo belangrijk is, want alleen in oordeelloosheid kan opnieuw gekozen worden voor ego of voor HG/J.

Elke vorm van depressiviteit hoe groot of klein ook elke vorm van ongenoegen, woede, verdriet, kortstondige vreugde, haat, speciale liefde zijn manifestaties van de achterliggende keuze voor afscheiding. Als dit gezien en geaccepteerd wordt kunnen al deze manifestaties van de keuze voor afscheiding her-gebruikt worden als ik dat wil en erom vraag.
Ik ben dan niet langer meer een speelbal van mijn emoties die naar believen lijken te komen en te gaan. Ik weet dan dat ik deze manifestaties niet “ben” maar er wel 100% verantwoordelijk voor ben, omdat ik kennelijk liever voor afscheiding koos, maar dat nu niet meer wil en weet dat ik slechts anders hoef te kiezen door die manifestaties terug te nemen in de denkgeest en te vergeven.
Dat opent de poort tot totale vrijheid van de denkgeest…

De speciale relatie is een dualistische relatie, die dus uit twee kanten bestaat, de twee zijde van de egomedaille: speciale liefde en speciale haat.
De speciale relatie is altijd persoonlijk gericht. Persoonlijk gericht zowel op personen, dieren, als dingen en situaties, kortom op alles wat leeft en beweegt en niet beweegt, in onze bij elkaar geprojecteerde wereld. De speciale relatie kan zowel als speciale haat beginnen of als speciale liefde. De twee zijde van de egomedaille afzonderlijk lijken te verschillen en de een lijkt beter dan de andere, maar allebei, omdat ze beide vanuit de egodenkgeest voortkomen, hebben als doel af te scheiden van Liefde, als tegenhanger en verdediging tegen de non-dualistische Liefde die voor God staat.
Dus ook al lijkt speciale liefde beter te zijn dan speciale haat, beide vertegenwoordigen de beide zijde van de ene ego medaille, en ego kan alleen maar verschillende vormen van zonde, schuld en angst voortbrengen, daar is het voor bedacht.
Dus ook al lijkt speciale liefde in een betere, prettiger, mooiere verpakking (projectie) te komen dan speciale haat, beide komen voort uit zonde, schuld en angst, met als enig doel, het in stand houden van de afscheiding van God, van Liefde.

En weer is het herkennen en onderkennen van dit mechanisme in de eigen denkgeest, of gespiegeld terug te herkennen in zgn ‘anderen’, wat zich ook in de eigen denkgeest afspeelt, enorm belangrijk in het proces van Ware Vergeving.
Het alleen herkennen en erkennen is niet genoeg, pas als ik ernaar wil kijken olv de HG kant van de denkgeest (oordeelloos kijken) in plaats van met de ego kant  van de denkgeest (oordelend kijken), kan de gedachte oplossen in Ware Vergeving.

We zijn een leven lang geobsedeerd bezig het lichaam in stand te houden. Wat we eigenlijk in stand willen houden, maar wat verborgen moet blijven, is ons geloof in de egodenkgeest.
En we willen het geloof in de egodenkgeest in stand houden, omdat dat gedachtesysteem de enige brandstof is die het idee en het geloof in een lichaam gaande houdt.
Een schijnbaar gesloten gedachtesysteem dat zichzelf draaiende houdt, maar in z’n geheel een illusie een waanidee is.

Onze obsessieve relatie met het lichaam is gebaseerd op een waanidee waar we in geloven en dus denken dat het waar is.
Onze focus op het lichaam is een dagtaak, we zijn altijd met ons lichaam bezig, ook als we het negeren, want iets negeren, betekent dat we geloven dat het er eerst was, maar nu genegeerd wordt.

De obsessie voor het lichaam is eigenlijk de verdediging tegen Eenheid, tegen Liefde, tegen God.
Hoewel het eigenlijk juist het tegenovergestelde lijkt te doen.
Onze ultieme, goed verborgen, verdediging tegen Eenheid, Liefde, God is, van God ook een ´lichaam´ te maken, in de zin van ´iets´ wat los van ons staat en ver verheven is boven ons kwetsbare lichaampjes. En zo wordt ook van Eenheid een dualistische versie gemaakt; jij en ik, twee aparte lichamen, en van Liefde, speciale liefde; ik hou van jou, omdat jij mijn geliefde, kind, ouder, familie, vrienden enz. bent, allemaal met als centraal uitgangspunt het lichaam.

Dus van waar we ons tegen verdedigingen (Eenheid, Liefde, God) hebben we nu een speciale eigen versie gemaakt, naar ons eigen waan-evenbeeld.
Het verhaal wat we kennen dat God ons heeft gemaakt naar zijn evenbeeld lijkt nu te kloppen, want alleen op die manier kunnen we voor onszelf hard maken dat we een lichaam zijn, want we hebben nu een god bedacht die ook een soort lichaam is, los van ons staat en ons ‘geboetseerd’ heeft en adem heeft ingeblazen.
Het verhaal van zonde, schuld en angst werd leven ingeblazen, het grote theater van de zonde, schuld en angst ving aan. En we namen en nemen dit bloedserieus, we zien het zeker niet als het theater van de lach. We spelen onze rollen bloedserieus en vergeten dat dit alles voortkomt uit de (ego)denkgeest en we niet onze rollen zijn.

Dus dit hele gedoe heeft maar één doel en dat is ‘vergeten’ dat we in werkelijkheid denkgeest zijn en niet een lichaam.
Het doel is dus helemaal niet lichaamsgericht, zoals de egodenkgeest wil geloven, maar denkgeest gericht, omdat er niets anders is dan denkgeest en dus alleen de denkgeest kan veranderen.
Het lichaam is de enige troef die de egodenkgeest heeft, dus dat moet obsessief bewaakt en gebruikt worden.
Alles wat we, de denkgeest, doen is gericht op het in stand houden van de gedachte een lichaam te zijn, alles, elke ademteug, elke beweging, elke hap, elke gedachte over ziekte en gezondheid, allemaal lichaamsgericht.

De obsessie die we hebben tov het lichaam is dus helemaal niet lichaamsgericht, maar egodenkgeest gericht, met als enig doel te voorkomen dat we ons herinneren denkgeest te zijn, dat een lichaam projecteert.
De denkgeest huist niet in een lichaam, maar andersom, het lichaam is een gedachte van, door en in de denkgeest. En wat we zien en denken te zijn is een projectie, een lichtbeeld, en dus nog steeds een gedachte, aangestuurd door gedachten en wel gedachten van zonde, schuld en angst.
Het is immers onmogelijk uit Eenheid, Liefde, God te stappen, dus moet wat de egodenkgeest probeert te doen, zich toch af te scheiden, wel zeer pijnlijk en onnatuurlijk zijn en precies het tegengestelde van Liefde zijn, namelijk zonde, schuld en angst. En zo lijden we nooit om de reden dat we denken en geloven te lijden, namelijk door iets wat zich buiten ons afspeelt in enige vorm welke eruit ziet als lijden.

En natuurlijk is de weerstand dit te willen en kunnen zien enorm. Een weerstand die geprojecteerd wordt op het lichaam en daar wordt ervaren, als lichamelijk pijn en ongemak, maar niet van het lichaam komt, maar van de denkgeest die de lichamelijk pijn en ongemak als rookgordijn gebruikt, als afleiding van de oorzaak, die enkel en alleen in de denkgeest ligt. De egodenkgeest is immers in elke gedachte die we denken aanwezig en doet dus altijd mee, doet waar deze is voor bedacht; weerstand geven. Maar gelukkig is ook de herinnering aan wat we werkelijk zijn, denkgeest ook nog steeds aanwezig in elke gedachte; de waarnemende/keuzemakende denkgeest. En alleen de denkgeest die zich aan het bewust worden is van dit hele waanzinnige (on)mogelijke gedoe, kan leren dat er een bewuste keuze gemaakt kan worden, niet een keuze op vorm niveau, dus lichaamsniveau, over het lichaam, maar op denkgeest niveau, over naar welk denksysteem we willen luisteren: ego of Heilige Geest.

Gedachten zoals, ja maar het lichaam dan, moet ik dat dan maar negeren, is een egogedachte, een verdedigingsgedachte. En dat is niet fout of goed, het ego doet waar we het voor hebben bedacht, het kan niet anders.
Het enige wat we wel kunnen doen, als waarnemende/keuzemakende denkgeest is oordeelloos leren kijken naar al die verdedigingen tegen Liefde, Waarheid, God, en deze vergeven, omdat we willen zien dat het onmogelijk is en onzinnig, onnodig ons te verdedigen tegen Liefde, Waarheid, God of hoe we het Onnoembare ook noemen.
En het lichaam dan? Dat krijgt dan een andere functie in handen van onze HG kant van de denkgeest en zal moeiteloos zijn nieuwe functie vervullen, nu als projectie vanuit HG, waarbij het lichaam slechts een hulpmiddel is wat we, zolang we in de ‘ervaring’ verkeren, kunnen begrijpen.

Ik laat de egodenkgeest voor wat het is met z´n speeltje (het lichaam) en geef het terug aan HG/J, alsjeblieft her-gebruik het maar, her-gebruik elke beweging elke handeling elke gedachte die lichaamsgericht lijkt te zijn.
En ik ga dus nu niet mee in de (ego)gedachte dat ik nu ik dit zie al mijn ‘slechte’ gewoontes aan moet gaan pakken, en nieuwe ‘goeie’ gewoontes aan moet leren, want dan maak ik weer het lichaam tot centraal uitgangspunt en ben ik weer gewoon aan het oordelen.
Ik hoef alleen maar te leren elke gedachte die ik heb terug te nemen in de denkgeest en te vergeven, zonder resultaat gericht te zijn. En als ik merk dat ik dat wel ben, die gedachte ook weer te vergeven, en als ik daar ook weer een oordeel over heb, dat ook weer te vergeven. Alleen zo zal ik leren oordeelloos te kijken en wordt ik als een toeschouwer in de zaal die naar zijn eigen toneelstuk kijkt, erin speel, maar zich er niet meer mee vereenzelvigt. Zoals een acteur op het toneel ook donders goed weet dat hij z’n rol niet is, maar hem wel speelt.
Ik ben dan helemaal terug in de waarnemende/keuzemakende denkgeest positie die alleen nog maar kan kiezen tussen angst of Liefde, terwijl het toneelstuk op het toneel gewoon doorgaat, tot het klaar is, niet door de lichamelijke dood, maar doordat de denkgeest zich volledig herinnert in God.

We, de (waarnemende/keuzemakende) denkgeest, moeten door het ´zwarte gat´, van de speciale haat, speciale liefde heen, teneinde te herinneren dat er alleen Liefde is. Vormloze alles omvattende Liefde.
Maar alleen omdat alle speciale liefde, speciale haat, projecties (vorm) zijn, en dus illusies, een droom, kunnen we, de waarnemende/keuzemakende denkgeest, dit volbrengen als we, waarnemende/keuzemakende denkgeest, daarvoor willen kiezen.
Zou de wereld geboren uit speciale haat en speciale liefde werkelijk zijn, wat wij, die willen vergeten denkgeest te zijn en denken dat deze wereld werkelijk is, geloven, dan is ontwaken of herinneren wat we werkelijk zijn, onmogelijk, we blijven dan een in dromen gelovende denkgeest.
Dus ons geloof in een wereld die werkelijkheid is, houdt ons, de denkgeest die wil vergeten, in de afscheiding.
Zonde, schuld en angst houdt ons in de illusie, het geloof in zonde, schuld en angst houdt de illusie waarin de denkgeest wil geloven in stand.
Alleen aan de ‘Hand’ van de herinnering (HG/J) die altijd nog aanwezig is in dat deel van de denkgeest dat weet dat de zonde, schuld en angst die ervaren wordt niet is wat deze lijkt te zijn zoals deze in de vorm waarin zonde, schuld en angst worden uit geprojecteerd en verschijnt, kan er worden terug herinnert, dwars door de ´zwarte gaten´ van de ervaringen heen.
Aan de ‘hand’ van het vergeten (ego), is dit niet mogelijk. Angst kan onmogelijk angst uit angst leiden, het zal de angst juist vergroten.
En ook dit moet onderkend worden, bijvoorbeeld als we uitroepen “die cursus werkt niet”, of we iets of iemand anders de schuld geven dat het niet werkt.
Allemaal zelf sabotage, wat eerst onderkend dient te worden.
Alleen de herinnering aan Liefde (HG/J) kan uit angst leiden, terug in Liefde.

Eerst moet onder ogen worden gezien dat alle speciale relaties, zowel liefde als haat relaties, die ik heb niet lijken te zijn wat ik bedacht heb dat ze zouden moeten zijn.
Ze hebben niets met liefde of haat te maken, ze zijn enkel en alleen een verdediging tegen wat ik, denkgeest, werkelijk ben: Één in God, Liefde alleen in staat tot uitbreiding van non-dualistische Liefde.
Dat wat ik als zogenaamd lichaam in een zogenaamde wereld met andere lichamen en dingen en situaties ervaar is slechts een afspiegeling van wat ik wens te denken en te zien, vanuit de wil tot afscheiding van Liefde. En daardoor kan ik, denkgeest, alleen speciale liefde en speciale haat uitbreiden. Ik kan het bewijs hiervan in al mijn relaties terug zien, als ik dat ten minste wil zien.

Besluit ik, als denkgeest, want lichamen beslissen niets, omdat ze niets zijn, slechts projecties vanuit denkgeest, dat er een andere manier moet zijn om te ‘zien’, dan begint de weg van het terug herinneren, dwars door alles wat diende als verdediging tegen het herinneren, en juist daardoor een verdediging werd. Dat wat ik mijn leven noem en als zodanig ervaar, is de verdediging tegen Liefde.

Elke ervaring uit verleden (zonde), toekomst (schuld) en nu (angst), kan nu als ik (denkgeest die zich wil herinneren) dat besluit het aan de ‘Hand’ van de herinnering (HG/J) anders laten gebruiken, nu als vergevingskans en vergevingsmateriaal.

En ja dit vereist bereidwilligheid en hard werken.
Niet in de zin van wat wij als zogenaamde lichamen als hard werken denken en geloven te ervaren, maar hard werken op het enige niveau wat er is, het denkgeest niveau, door elke gedachte die geprojecteerd wil worden onder ogen te gaan zien, inclusief de bijbehorende emoties en gevoelens, en louter en alleen als vergevingskans en vergevingsmateriaal te gaan willen zien.
Dwars tegen de aantrekkingskracht van de verslaving aan de egodenkgeest die opgericht is als verdediging tegen Liefde in.
Maar het is een liefdevol hard werken als we dit olv de altijd nog aanwezige Herinnering aan wat we werkelijk zijn: ‘Liefde’ doen.
Een hard werken, precies op maat gemaakt, nooit te veel, nooit te weinig, precies goed helemaal gebaseerd op ons eigen geloof in ons eigen nietig dwaas leventje, aan de hand van HG/J (de nog steeds aanwezige herinnering aan wat we werkelijk zijn) wat ons het benodigde vertrouwen zal geven dit aan te gaan in het vertrouwen dat de afloop alleen maar goed en liefdevol kan zijn.

 

Iedere vorm van relatie die we aangaan in deze wereld van de droom, heeft in eerste instantie als enig doel af te scheiden van God. Dus in elke relatie wordt speciale haat en speciale liefde uitgespeeld, op duizenden manieren of het nu om een speciale liefdesrelatie gaat tussen twee mensen, of een speciale haat relatie tussen twee mensen, of wat dan ook, elke vorm van strijd, dus ook als het eruit ziet als speciale liefde, heeft als doel afscheiding van wat werkelijk Liefde is; de Liefde van God.

Pas als wordt ontdekt dat speciale liefde en of speciale haat in welke vorm dan ook niet tot werkelijk blijvend onveranderlijk geluk leid, komt de vraag naar boven, of er misschien een andere weg moet zijn.

En dan krijgt de herinnering en het verlangen die nog altijd aanwezig zijn in de Zoon van God aan wat werkelijk Liefde is, weer een kans. En kunnen de symbolen voor deze herinnering: Heilige Geest en of Jezus worden ingezet. En kan de Zoon van God die dromen had van speciale liefde en haat, deze vergissing (ver)geven aan de Heilige Geest en of Jezus, zodat de herinnering weer helder wordt en de weg naar Huis, naar de Liefde van God weer zichtbaar wordt. En deze aan ‘de Hand’ van Jezus en of de Heilige Geest verder gegaan kan worden.

Zo worden alle relaties die we hebben in de droom omgezet van speciaal naar Heilig met als enig doel terugkeer naar Liefde.

In de praktijk gaat dat niet zonder slag of stoot, de weerstand van de ego-denkgeest en zijn verdediging door het inzetten van pijn en emoties zijn enorm en worden niet als makkelijk ervaren. Maar het is te doen, en uiteindelijk onvermijdelijk, zolang we maar inzien dat alles altijd met alles verbonden is, dat de Zoon niet afgescheiden kan zijn van zijn Vader, ook niet binnen een afscheidings droom van een ego-denkgeest.  En we de Heilige Geest en Jezus als de Troosters zien en de herinnering aan de Eenheid, met wiens hulp de kloof gedicht wordt die er in werkelijkheid nooit geweest is.

Op deze manier worden de symbolen van afscheiding, onze broeders, weer terug gebracht tot één Geest en dat geschenk geven we dus aan al onze broeders en aan ons zelf als we dát vergeven wat nooit heeft plaatsgevonden namelijk:  nachtmerries van afscheiding uitgespeeld in speciale haat/liefdes relaties.

 

c_v_earth_oceans

 

 

“De Liefde is niemand vergeten”.

Afgekort: DLHNV, zoals het eerste boek De verdwijning van het universum al snel bekend stond onder de afkorting: VU en het tweede boek Jouw onsterfelijke werkelijkheid als JOW.

En nu dan alweer het derde boek De Liefde is niemand vergeten.

Intrigerende titel alweer.

Eerst leren we dat het universum wat we kennen inclusief onszelf een droom is en dat we door middel van ware Vergeving zullen ontwaken uit die droom.

Vervolgens is het goede nieuws dat ontwaken slechts betekent dat we wakker zullen worden in wat we werkelijk zijn en wat nooit kan verdwijnen.

En tenslotte dat we allemaal zullen ontwaken, omdat de werkelijkheid één is en er dus niemand vergeten kán worden.

Dat woordje vergeten roept bij mij onmiddellijk de herinnering op aan die beroemde sleuteltekst in Hoofdstuk 27.VIII. De ‘held’ van de droom: 6:2 om precies te zijn:

‘In de eeuwigheid, waar alles één is, sloop een nietig dwaas idee binnen waarom de Zoon van God vergat te lachen. Door dit te vergeten werd de gedachte een serieus idee, in staat tot zowel verwezenlijking als werkelijke gevolgen.’

Maar zoals de titel van deze paragraaf aangeeft gaat het om een droom en zijn wij niet de droom, maar dromen hem.

Als we dat nou maar niet steeds zouden vergeten dan zouden we er misschien ook om kunnen lachen. En beseffen dat het onmogelijk is om dromen van afscheiding te dromen, die door ze serieus te nemen en te vergeten erom te lachen als erg angstig worden ervaren. En ja dan zijn we gewoon vergeten dat het eigenlijk onmogelijk is werkelijk los te kunnen zijn van Liefde.

Liefde met een hoofdletter L dan wel, dus ondualistisch en volmaakt één in God.

Om onze vergeetachtigheid nog een beetje te maskeren is er ook in de droom een surrogaat voor Liefde, namelijk liefde. Speciale liefde noemt de Cursus dit. Dat lijkt heel verrukkelijk, plezierig, gelukzaligmakend, totdat er iemand met z’n fikken aanzit het afpakt of er iets tussenkomt, dan slaat deze vorm van liefde onmiddellijk om naar de andere kant van de ego medaille: haat. Gedonder in de zandbak!

En ontstaat het verlangen naar dat fijne prettige gevoel en voordat we het beseffen staat ons hele leven in het teken van het zoeken naar liefde en het vermijden van alles wat dat in de weg lijkt te staan en zie daar de ultieme verslaving is geboren. En een oneindig vicieuze cirkel van dualiteit is ontstaan. En zijn we totaal vergeten dat we eigenlijk bezig zijn ons te herinneren wat we vergeten zijn en dat is dat de Liefde niemand vergeten heeft.

%d bloggers liken dit: