archiveren

Tagarchief: sleutel

Laat ik even heel duidelijk zijn en vooral eerlijk (naar mijzelf) over wat ik wel kan weten en wat ik absoluut niet kan weten.
Ik denk en geloof hier in een lichaam in een wereld te zijn, het heeft geen enkele zin dat te ontkennen, ook al is het niet waar. En dat denk en geloof ik, omdat verborgen moet blijven dat het niet waar is, omdat het onmogelijk is om een ik in een lichaam in een wereld te zijn.

Dit kan ik intellectueel vatten, terwijl ik ondertussen niet weet (want met opzet en om redenen vergeten), wat er is als ik niet meer denk en geloof een lichaam te zijn in een wereld.
“ik” kan, heb dus geen enkele voorstelling, en kan dat ook niet hebben, omdat het buiten het gebied van het voorstellingsvermogen, van wat non-dualisme, Eenheid, Waarheid, God Liefde, IS is.
Elk beeld of gevoel dat ik daarbij denk te hebben als ik mezelf in “het licht” mediteer is vals, en hooguit een zwak aftreksel van wat ik om redenen met opzet vergeten wil.
Het is niet fout, maar het is niet meer dan weer een fantasie, gefantaseerd door de denkgeest die wil vergeten en heeft gekozen voor een onmogelijke droom van afscheiding.
Wat ik wel weet en ervaar is de weerstand tegen waar geen voorstelling van mogelijk is.
Ik kan dus alleen dat zien wat ik als blokkers gebruik tegen dat waar geen voorstelling van mogelijk is en dus ook buiten het idee van een “ik ben” valt.
Het heeft geen enkele zin mijzelf de hemel in te mediteren, fantaseren of visualiseren, want daarmee blijf ik alleen stevig verankerd in de onmogelijke fantasieën van de in afscheiding gelovende denkgeest. En speel daarmee juist het onmogelijke spel van afgescheidenheid keurig mee.

Nogmaals het is niet fout om dat wel te doen, maar laat ik het dan doen voor de lol, omdat ik er plezier in heb, het goed voelt, het rust geeft of om wat voor redenen dan ook, en niet om spirituele redenen om zo snel mogelijk terug te keren in waar nooit uit vertrokken is en waar geen voorstelling van te maken is.

Denkend, gelovend en ervarend kan ik alleen dat weten en ervaren wat ik denk en geloof te weten en ervaar.
En als ik dan uiteindelijk onvermijdelijk wil gaan zien dat dat wat ik denk en geloof te weten en ervaar enkel en alleen mijn wens tot afgescheiden zijn uitbeeld, kan ik me dáár op gaan focussen, door bewust te worden van die functie die het denken, geloven en ervaren in een lichaam in een wereld heeft en me dan bewust gaan afvragen of ik dat nog wel wil.
En er komt een moment van genoeg is genoeg, het keerpunt waarop de denkgeest die tot dan toe voor afgescheiden zijn heeft gekozen, tot het bewustzijn komt dat er een andere manier moet zijn.

En dan kan het onvermijdelijke terug herinneren beginnen, waarbij het tot dan toe afscheidingsmateriaal, dus alles wat ik dacht, geloofde en ervoer en dacht dat dat was wat ik was, een totaal andere functie krijgt, en nu in plaats van een blokkerende functie een sleutel functie krijgt, die mijn blokkades kan doen laten oplossen.

Kortom ik kan alleen dat gebruiken om terug te herinneren in dat wat vergeten moest worden, wat ik ken, en herken, mijn leven, mijn ervaringen en dat stuk voor stuk, stap voor stap terug (ver)geven, totdat alles vergeven is…

En dan?
Een totaal vergeven denkgeest stelt geen vragen meer, omdat er geen vragen meer zijn.

Vergeving is mijn enige functie, en dat blijft het totdat het geen functie meer heeft.

Op het moment dat ik bereid ben een door mij uitgekozen pad als bijvoorbeeld ECIW te volgen, sta ik mijzelf toe ‘anders’ te gaan willen kijken dan ik tot dan toe gewend ben.
Ik gebruik altijd de ‘ik’ vorm, omdat ik er vanuit ga dat er alleen denkgeest is en wel één denkgeest waarin alles met alles verbonden is. Dus als ik ‘ik’ zeg bedoel ik daar alles en iedereen mee, alleen ik kan het alleen zien vanuit het focuspunt van wat ik ‘ik’ noem, want dat is wat ik geloof dat ik ben.
Daarom lijkt het ook alsof we allemaal op een verschillende manier bij de Cursus zijn uitgekomen. Vanuit mijn focuspunt was dat de uitkomst van een levenslang gevoel van een vaag gemis wat ik maar niet kon duiden en waarvan ik het gevoel had dat het bij wijzen van spreken op het puntje van m’n tong lag, maar ik kon er maar niet bijkomen. Er waren momenten dat de sluier even opgelicht leek te worden en ik dacht, ja, ja, ja dát is het, maar dan was het alweer weg, achter de sluier van ‘het vergeten’…
ECIW was voor mij de missing link, dit is mijn pad, de uitgang, ervoer ik meteen, ik ben bereid hier vol voor te gaan, en na een diepe ontroering, eigenlijk wel een openbaring, tijdens het lezen van T1.II, aanvaardde ik ‘Jezus’ voor mij het symbool en de herinnering aan de oordeelloze Liefde die ‘ik’ ben.
En ik heb die ‘hand’ nooit meer losgelaten.

ECIW ontmoet ‘mij’ precies waar ik denk en geloof te zijn.
Mits ik dat aanvaard, want ik weet om te beginnen helemaal niet waar ik werkelijk denk te zijn.
Waar ik denk te zijn is wat ik zie en geloof dat ik zie en denk te zijn. In een wereld, in een lichaam te midden van andere lichamen dingen en situaties.
Dat is zoals ik wat ik mijzelf noem, zie en ervaar.
En hoe ben ik daar gekomen, waarom zie en ervaar ik mezelf zo? Doordat ik dat zelf heb bedacht en geprojecteerd. Niet het zelf ‘lichaam’, maar het zelf ‘denkgeest’.
En tegelijkertijd was daar de zelfopgelegde opdracht, en dat mag ik me nooit meer herinneren.

ECIW ontmoet mij daar waar ik denk te zijn, in mijn geloof een lichaam te zijn en als er in dat geloof in een lichaam te zijn te midden van andere lichamen en situaties een klein beetje twijfel binnensluipt. En ik me vertwijfeld afvraag, ‘is dat wel zo’, ben ik wel wie en wat ik denkt te zijn, of is er meer…?
En op dat moment vallen er gaten in de dunne gedachtesluiers die ik tussen wat ik werkelijk ben en wat ik niet kán zijn en komt de herinnering aan wat ik probeer te verbergen én vergeten even naar boven.
Er ligt namelijk niet een dikke verdedigingsmuur tussen wat ik niet ben en wat ik wel ben, het is eigenlijk slechts één nietig dwaas idee, waarin ‘ik’ serieus nam dat ik afgescheiden kon zijn van Eenheid, van Liefde, van God.
Maar zo ervaar ik dat nog niet, ik ervaar mijzelf dan nog in een wereld van vormen en lichamen en situaties, waar het recht van de sterkste telt en dat bevochten moet worden van de wieg tot het graf.
Dáár ontmoet ECIW of een ander pad ons, en dat kan ook niet anders, want ook zoiets als ECIW is een projectie vanuit de ene denkgeest. Dus alles komt vanuit één, ook als het vanuit schijnbare afscheiding komt; de egodenkgeest, er is ook maar één egodenkgeest.
Als ik ECIW als een door ‘mij’ gekozen pad kies zou het ook logisch zijn dat ik ervoor kies het pad te volgen, maar aangezien een gedeelte van de ene denkgeest zich denkt te kunnen afscheiden van éénheid, is er ook een stuk weerstand tegen in dit geval het doen van ECIW.
En in die weerstand vindt de ontmoeting plaats, de weerstand kan nu worden ingezet als de sleutel naar het terug herinneren in wat ik Ben en waar ik nooit uit ben weggegaan.
Ik heb nu dus de keuze de weerstand die ik voel serieus te nemen als weerstand komende vanuit en door iets of iemand buiten mij aangedaan, of de weerstand te zien als mijn eigen denkgeest verdediging tegen mijzelf terug te herinneren in wat ik werkelijk ben, namelijk denkgeest en niet een lichaam.

Ik heb dus het waarnemen van mijn weerstand nodig om te bepalen welk doel ik eraan wil geven.
Wil ik mijn gedachten gebruiken om mij afgescheiden te houden van wat ik in werkelijkheid ‘Ben’ (denkgeest), wil ik dus het doel van de wereld volgen, het doel dat ik er als in mijn hoedanigheid als egodenkgeest aan wil geven, of wil ik leren hier ‘anders’ naar te kijken en het leren zien als vergevingsmateriaal, een waardevolle vergevingskans om me te laten terug herinneren in wat ik ‘Ben’ (denkgeest).
Het doel bepaal ‘ik’, als de keuzemakende denkgeest. Niet het lichaam beslist, want het lichaam is en blijft een projectie en kan ook alleen maar op die manier in dienst staan van de egokant van de denkgeest, of in dienst van de HG-Kant van de denkgeest. Dit haalt mij ook uit de slachtoffer rol me een speelbal van het lot te voelen. De keuzemaker bevindt zich in ‘mijn’ denkgeest en ik ben verantwoordelijk voor de keuze.

ECIW ontmoet ons waar we denken te zijn en dat is precies waar we NU denken te zijn. Elke gedachte beeldt precies uit waar we zijn, dat is dus wat we kunnen leren waarnemen als dat wat er is, en dat als leermateriaal, leerkans en tevens vergevingsmateriaal en vergevingskans kunnen leren laten her-gebruiken.
Ons huidige leven precies zoals we dat elke seconde beleven is het perfecte leer/vergevingsmateriaal. We zijn precies waar we zijn. Niets is verkeerd, fout of zondig. Het is op zich onschuldig en neutraal, ik als denkgeest geef er betekenis aan.
En geef ik er betekenis aan vanuit egodenkgeest, dan zal ik angst ervaren in de vele duizenden vormen waarin angst zich kan uit projecteren. Geef ik er betekenis aan vanuit mijn HG denkgeest kant, dan zal ik geen angst ervaren, en zal ik al mijn weerstandsgedachtes zonder angst onder ogen durven zien en ze dan ook een andere functie kunnen geven, namelijk die van vergevingsmateriaal en vergevingskans.

Aanval en verdediging zijn hetzelfde.
Het zijn de beide zijden van de egodenkgeest.
Het een is niet beter of slechter dan het andere.
Het is ego-eenheid die zich heeft opgesplitst en afgescheiden van elkaar en dat kan alleen door twee tegengestelde kanten te verzinnen, er in te geloven en het waar te maken, door het te projecteren, waardoor de bron, de denkgeest ‘vergeten’ is.
En dat uit geprojecteerd kan zich voordoen als, dat ik het slachtoffer ben van iemand buiten mij, of dat ik iemand aanval buiten mij.
Ondertussen val ik mijzelf aan of verdedig mijzelf, want de afscheiding is denkbeeldig en tevens onmogelijk, eenheid is immers één en kan nooit twee worden, ook niet binnen het ego-denken.
Maar aangezien ik mijzelf als een lichaam zie en ervaar, en de zgn. ‘ander’ ook, geloof ik dat er echt een vijand is, of geloof ik dat ik een ander aan kan vallen en ben ik ‘vergeten’ dat er alleen denkgeest is, die onveranderlijk één is.
En zo vecht ik tegen of verdedig me tegen een denkbeeldige vijand en vecht ik tegen ‘mijzelf’.

De wereld lijkt dan ook verdeeld in slachtoffers en daders.
De slachtoffers zijn de goeieriken, en de daders de slechteriken.
Je bent het een of het ander en dat zijn we dan ook afwisselend.
En we nemen dit zeer serieus, en maken er soms grappen over, terwijl we niet weten wat de werkelijke grap nu eigenlijk is, namelijk de ene denkgeest die twee tegengestelde rollen speelt, maar vergeet dat hij, denkgeest alle twee de rollen speelt en elke kant heel serieus neemt.
Ik moet dan altijd denken aan de hilarische ‘Split Personality Sketch’ van Tommy Cooper waar dit prachtig in wordt uitgebeeld, althans dat zie ik er in:

De wat wij de psychische aandoening ‘multi personality disorder’ noemen beeldt precies hetzelfde uit; de ene denkgeest die zichzelf opsplitst in verschillende persoonlijkheden. En zich identificeert met elk afzonderlijke persoonlijkheid, telkens één tegelijk, en zich dan op dat moment niet bewust is dat hij nog andere persoonlijkheden verzonnen heeft.
Wij de ene denkgeest die onveranderlijk alleen maar één kan zijn, ook in zijn zelfbedachte afscheiding; de ene egodenkgeest, lijden allemaal zonder uitzondering aan deze aandoening.
Dat wat wij als ziekte zien, is enkel en alleen een spiegel van wat wij ons hele leven lang doen, maar niet willen zien en afdoen als een ziekte, waar we liever niet naar kijken. We zijn liever een ‘ziek’ lichaam/brein, dan dat we willen zien dat we denkgeest zijn, die ziekelijk denkt.

Dus spenderen we ons hele leven aan het gezond houden, of als dat niet lukt, genezen van ons lichaam en het repareren van dingen en het fixen van situaties.
Waardoor de oorzaak, namelijk het ‘ziek’ zijn van de ene denkgeest die gelooft in afscheiding netjes en veilig verborgen blijft, achter deze muur van ziekelijke projecties.

Maar zoals we al eerder constateerden, de herinnering aan wat we werkelijk zijn; denkgeest is niet verdwenen, die herinnering blijft op de achtergrond doorklinken als een doorgaande grondtoon.
Maar omdat we nu geloven in wat we geprojecteerd hebben en vergeten zijn dat we het hebben geprojecteerd, voelt die grondtoon als een doorlopende onbewuste bedreiging, de angst voor het grote onbekende…
En met onze keuze voor de ‘zieke’ (ego)denkgeest, die ‘vergeten’ is dat deze denkgeest ‘is’, verdringen we die angst en projecteren we deze en lijkt de vijand zich nu te bevinden in onze wereld die lijdt aan allerlei ziektes en kwalen, die nu op vorm niveau bestreden moeten worden.
Het voelt aan als lijden, omdat het onnatuurlijk is omdat het tegen de wetten van Eenheid ingaat, maar wordt tegelijkertijd gekoesterd en aanbeden en wordt het spel van aanval en verdediging, slachtoffer en vijand met veel overgave onder leiding van de zelfverzonnen (ego)god met verve gespeeld.

De ware oorzaak van dit alles welke vanuit de denkgeest komt, wordt hierdoor weggedrukt in het zogenaamde onderbewuste, de kelder van de egodenkgeest, op slot gedaan, de sleutel weggegooid en vergeten.
En waag het niet die kelder open te maken, want je zal alles verliezen.
Weer die omkering ter verdediging (zie vorig blog), want het openen van die denkbeeldige kelder van het onbewuste zal ons juist weer terug doen herinneren in wat we werkelijk zijn, Onveranderlijk Een in God.
Einde egogod en ja dat kost mij mijn hele zorgvuldig als verdediging opgebouwde wereldje wat ik koester en verdedig met mijn leven. Althans zo voelt dat tot we door krijgen dat die gedachte ook weer niets anders is dan de verdediging van ‘een nietig dwaas idee’ dat gelooft in afscheiding.

Daarom zal de weerstand bij het werkelijk ‘doen’ van ECIW onvermijdelijk op enig moment toeslaan, want omdat er maar één denkgeest is, zal de egodenkgeest kant van onze ene denkgeest, die daardoor onvermijdelijk ook de Cursus doet, zich gaan verdedigen en in de slachtoffer, of vijand positie reflex schieten, beide zijden van de egodenkgeest, die maar één ding wil bereiken; in de afscheiding blijven.
En die weerstand projecteert zich dan uit als beweren dat de Cursus te moeilijk is, te veel woorden, te intellectueel, te christelijk, te mannelijk, te duur, te negatief, te dik, te tijdrovend, gevaarlijk, te autoritair, sektarisch, satanisch enz.
Maar ook schijnbaar positief, in de zin van ‘het derde testament’, blij makend, leert ons wonderen te verrichten in de vorm, maakt een mooiere en betere wereld, helpt alle ellende uit de wereld te verwijderen, brengt mij Jezus en de Heilige Geest om mij persoontje uit mijn lijden te verlossen.
Beide zijn vormen van weerstand, waarbij de focus ligt op het ‘waar’ maken van de wereld met als enig doel, vergeten dat we denkgeest zijn en dat dáár en alleen dáár de oorzaak en het gevolg liggen.
Beide vormen van weerstand mogen dan ook niet ontkend of afgewezen worden, als we ECIW werkelijk willen doen, dwars door alle weerstand heen.
ECIW leert ons al deze vormen van weerstand te zien als de ego reflex kant van de ene denkgeest, die niet anders kan reageren dan met weerstand, omdat het daarvoor is bedacht.
En omdat wij de denkgeest het zelf hebben bedacht, kunnen we het ook weer ont-denken.
ECIW onderwijst ons dat te doen via ‘vergeving’:

‘Vergeving ziet in dat wat jij dacht dat je broeder jou heeft aangedaan, niet heeft plaatsgevonden’ (WdII.1.1:1).

Dat is uiteindelijk, mits goed begrepen, uitstekend nieuws, want Ware Vergeving, nogmaals mits goed begrepen, haalt ons uit de aanval/verdediging, slachtoffer/aanvaller rol.

Verdriet, huilen, is een projectie die staat voor het niet kunnen (willen) toelaten en het afstoten van Liefde (de Liefde van God, die staat voor Eenheid, Waarheid, Onveranderlijkheid, non-dualisme), van wege het onderliggende schuldgevoel, dat verborgen moet blijven en in plaats daarvan uit geprojecteerd wordt als verdriet binnen een vorm van speciale liefde ten einde aan dat diep verborgen schuldgevoel (de angst voor God, voor Liefde, voor Eenheid, Waarheid, onveranderlijkheid) te ontsnappen.

De projectie kan er bijvoorbeeld uitzien als zomaar moeten huilen tijdens een tv programma of tijdens een film, of als dit zich voordoet in onze eigen persoonlijke ‘film’(ons dagelijkse leven) waarbij het afscheid moeten nemen van iets wat dierbaar en of zeer geliefd is wordt uitgebeeld. Vooral als het gaat om het verbreken van banden met naasten en geliefden, of dat nu door de dood gebeurt of door het verbreken van banden door ruzie, of het uit elkaar gaan binnen een relatie, het verbreken van de ouder-kind band. Maar ook speelt dit als de relatie juist weer hersteld wordt in een ‘speciale’ vorm, ruzie die bijgelegd wordt, kinderen die weer worden herenigd met ouder/ouders, familie ruzies die worden bijgelegd enz. ook dan is er weer verdriet en komen de tranen.
Hoe dan ook, omdat we het (willen) zien en ervaren als verdriet om redenen die zich in een of andere vorm laat zien buiten ons, is het niet de werkelijke reden waarom we verdriet hebben en moeten huilen. Of dat nu tranen van verdriet of tranen van vreugde zijn, binnen de ‘speciale relatie’, beiden beelden de twee zijden van de egodenkgeest mogelijkheden uit.

Denk maar weer aan les 5, ‘Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk’.
Ik ben niet verdrietig om de reden die ik denk, ik huil niet om de reden die ik denk.

Maar naast het hoofddoel wat verborgen wordt achter het verdriet en de tranen, namelijk het in stand houden van de afscheiding, door het geloof in de mogelijkheid en het tegelijkertijd vergeten van de onmogelijkheid van het kunnen verliezen van Liefde met het daarbij behorende zonde en schuldgevoel, dragen beiden (de twee zijden van de egodenkgeest mogelijkheden) ook de onveranderlijke herinnering in zich aan de Liefde van God, Eenheid, Waarheid, het Onveranderlijke. Daardoor kunnen beiden zijden met hun projecties, als we bereid zijn er ‘anders’ naar te willen kijken als waarnemende en keuzemakende denkgeest, daar ook een herinnering voor worden en als zodanig worden her-gebruikt.

En dit kan door simpelweg te erkennen dat het verdriet er is, het niet tegen te houden, verbergen, goed te praten of wat dan ook, maar er open en eerlijk naar te kijken precies zoals het zich voordoet, zonder te oordelen, zonder te analyseren. Door er alleen maar naar te kijken, oordeelloos, wat betekent kijken met de keuze voor onze Heilige Geest kant, kijken met de herinnering aan Eenheid, Waarheid, God, Onveranderlijkheid (allemaal namen voor hetzelfde), stop je vanzelf met kijken met je egodenkgeest kant, omdat het altijd een keuze is.
Het ego hoeft niet vernietigd, of ongedaan gemaakt te worden, het simpelweg er niet meer voor kiezen is voldoende, in plaats daarvan kijken we, oordelen niet, vergeven en kiezen opnieuw. Steeds weer. En zo krijgt ook verdriet een andere functie en kan ook verdriet de functie krijgen van een sleutel die de deur opent terug naar Liefde.

%d bloggers liken dit: