archiveren

Tagarchief: schuld

Ik zat net even naar een programma te kijken waarbij de Scientology Church werd doorgelicht en zag mezelf daar weer met stijgende verontwaardiging maar kijken, terwijl ik het programma al eerder had gezien.
Nu wil ik het absoluut niet over het verschijnsel Scientology Church hebben, alsjeblieft niet, daar is genoeg over te lezen op internet. Ik wil het hier hebben over de “andere” functie die elke ervaring kan hebben en dat dat een keuze is.

Wat er gebeurde is dat ik merkte dat ik naast de verontwaardiging en woede ook tegelijkertijd keek met een observerende blik van boven het slagveld en zag ook dat de verontwaardiging en boosheid, niet over dat wat ik zag ging, maar als afleiding diende en diende om “het alles buiten mijzelf zien” te versterken en in stand te houden. Met andere woorden ik hoefde nu weer niet naar mijn eigen geloof in zonde, schuld en angst te kijken, maar kon het projecteren, zodat het lijkt alsof anderen fout bezig zijn en niet ik. Dit geeft als we heel eerlijk durven kijken, naast de woede ook ergens wel een zij het tijdelijk prettig, en opluchtend gevoel.

Het eerste effect van dit zien was dat de zonde, schuld en angst zich weer (zoals dat meestal gebeurt als ik even geen “schuldigen” buiten mijzelf kan vinden) naar binnen keerde, naar mijzelf. Wat eigenlijk ook nog steeds een projectie naar buiten is trouwens, want mijzelf als lichaam zien is ook nog steeds een projectie poging om uit de denkgeest te stappen.
En we hebben al eerder gezien dat elke projectie uit de denkgeest alleen maar dient om in de afscheiding te blijven. Vervolgens zag ik mezelf nog steeds flink oordelen en mezelf daarvoor weer veroordelen. Tot ik er hulp bij vroeg, wat niets anders betekent dat ik bereid ben er “anders” naar te kijken.

En vervolgens zag ik ineens weer de symboliek van alle oordelen achter alle geprojecteerde vormen. Het feit dat ik denk en geloof hier in een lichaam in een wereld te zijn laat zien dat ik het ego heel serieus neem net zoals leden van bijvoorbeeld een SC dat verschijnsel ook heel serieus nemen. Kortom het gaat hier in de droom altijd over het ego serieus nemen.
Ik zag dat de symboliek achter een projectie zoals de SC (maar dat geld dus voor alle projecties, zonder uitzondering, want de vorm doet er niet toe voor het doel waar het voor dient: afscheiding) weer het wanhopig zoeken naar Éénheid is (zie vorig blog) waar het niet te vinden is. Als ik het wil zien (en dat wil ik) is het een prachtig zeg maar gerust caricaturaal  voorbeeld van ego’s  voortdurende poging door middel van projectie uit het bewustzijn van denkgeest zijn te blijven door voortdurend de “hongerige honden” van zonde, schuld en angst erop uit te sturen om bewijzen te vergaren van een bestaande wereld vol met bewijzen van zonde, schuld en angst. Dit specifieke verschijnsel (de projectie) SC is daar een prachtig uitvergroot voorbeeld van.
Het is dus niet wat het lijkt waar ik zo verontwaardigt en woedend over ben.
Het ego pakt alleen maar weer gretig deze kans aan om Waarheid, Éénheid te bedekken met een sluier van projecties vanuit zonde, schuld en angst, daarmee tevens de tijdlijn verleden (zonde), heden (schuld), en toekomst (angst) in werking zettend en in stand houdend.

Wat er gebeurt is dus dat de verontwaardiging en woede een andere functie krijgt, niet meer om de afscheiding van Één te bevestiging en te bestendigen, maar om dit ego mechanisme te doorzien en het niet meer serieus te nemen, zodat het kan gaan dienen als reminder om het te doorzien en te vergeven, zodat gezien wordt dat wat er zich ook lijkt af te spelen in de droom, de droom in werkelijkheid geen enkele invloed heeft of kan hebben op Waarheid, of Éénheid.
Nogmaals het is niet zo dat ik nu niet meer verontwaardiging en woeden zou mogen of moeten ervaren, nee, dat is er gewoon als onderdeel van het egodenkgeest mechanisme en dat zal nooit in die hoedanigheid veranderen, zolang ik denk en geloof en ervaar in deze droom rond te lopen. Maar ik kan wel terwijl het zich lijkt af te spelen er tegelijkertijd anders naar leren kijken en de (ego) functie ervan doorzien. En dan vervolgens kiezen voor welke functie ik deze droom van afscheiding wil laten dienen en gebruiken. En vervolgens binnen het concept “ervaren” de juiste inspiratie krijgen wat wel of niet te doen eventueel.
Een keuze, overigens, die ook illusoire is, daar er in werkelijkheid niets te kiezen valt en er alleen onveranderlijke Éénheid bestaat, maar binnen het concept “wereld” waarin nog steeds in geloofd wordt en daardoor ervaren, is “kiezen” een hulpmiddel bij het onvermijdelijke terug herinneren in “Dat wat IS”.

Een ietwat ongebruikelijke en daardoor onconventionele gedachte vanuit dat wat “we” gewend zijn te denken, en geloven te weten en te kennen:
De wereld met alles wat daarbij hoort, mensen, dieren, voorwerpen, situatie, kortom alles wat wij beschouwen als “leven”, is een illusie, een gigantische projectie. Dat hele schijnbare gebeuren kan alleen maar schijnbaar verschijnen OMDAT het een illusie is.
Er is geen enkele reden te bedenken waarom in DAT WAT IS, non-dualiteit, Eenheid “iets” zou moeten verschijnen, “iets” anders waardoor “één” ineens “twee” lijkt te zijn.
Eén is één en heeft geen enkele goede reden om twee te worden, te blijven, te zijn.
Het heeft ook geen enkele zin het hiermee eens of oneens te zijn, te analyseren, er tegen te verzetten, te verwelkomen of wat voor gedachte dan ook aan te besteden, omdat al die gedachten in de illusie verschijnen en dus onmogelijk zijn in Eén. Een illusie, een droom, een waanidee heeft als eigenschap dat het onwerkelijk is en vooral veranderlijk en kan juist DAARDOOR alleen maar een illusie, een droom, een waanidee zijn.
Het lijkt allemaal te verschijnen in “Één”, maar dat is tegelijkertijd onmogelijk, omdat “Één” nooit “twee” kan worden dan alleen in onmogelijke dromen.

Moet “ik” nu, omdat ik kennelijk in deze droom geloof enorm hard gaan werken, of iets opofferen om weer van “twee” “Één” te maken?
Nee, want dat zou betekenen dat “iets” binnen een onmogelijk en niet werkelijk bestaande “tweeheid” iets moet doen om weer “één” te worden, wat zou betekenen dat het lijkt of één van de twee moet verdwijnen.
En waarom zou iets wat al onmogelijk is moeten verdwijnen? Bovendien kan “Eén” in ieder geval onmogelijk verdwijnen omdat het sowieso buiten het concept “twee” valt en daardoor niet valt te beschrijven of te benoemen, laat staan zou kunnen verdwijnen, want dan zou het onmiddellijk binnen het concept “twee” vallen, en dus een illusie zijn welke als eigenschap heeft “veranderlijk” te zijn, een droom, wat weer aangeeft dat het niet werkelijk kan “bestaan”.

De weerstand die deze gedachte oproept is ook niet wat het lijkt. Boosheid, ongeloof, weerstand, irritatie, moordlust, of juist het ophemelen of neersabelen van iets of iemand die deze gedachte uitspreekt, publiceert of hoe dan ook kenbaar maakt gaat helemaal niet over de weerstand tegen het idee van “er is geen wereld”, of over er is alleen een illusie, een droom, een onmogelijke gedachte welke schijnbaar verschijnt in “Één”. De weerstand heeft enkel als doel de gedachte van “twee” koste wat kost in stand te houden, ja zelfs ten koste van “Éen”, wat dus sowieso verspilde moeite is, want onmogelijk.

Dat wat we “mijn leven” noemen is een gevecht van leven op dood om in “twee” te blijven geloven, want dat is het niet meer en niet minder, een geloof. Niet een strijd tegen een “iets” dat machtiger probeert te zijn dan “twee”, zoals “twee” doet voorkomen.
De enorme angst en schuld die deze waan gedachte oproept is ook alleen maar weer een krampachtige, zeer vermoeiende poging om deze onmogelijke scheiding van “Één” in stand te houden. En heeft dus niet met “iets” of “iemand” die tegengesproken of bejubelt wil of moet worden te maken.
Het hele droom script van het idee en het geloof in “mijn leven” (of überhaupt “leven”) heeft geen enkel ander doel dan dit: het onmogelijke idee van zich te willen kunnen afscheiden van “Één” tot werkelijkheid te maken.

Totdat de veranderlijke aard van “een nietig dwaas idee” van “twee” onvermijdelijk doorzien wordt doordat wordt ingezien dat “twee” nu eenmaal nooit voorgoed de plaats kan innemen van “Één”, OMDAT dat onmogelijk is.
Zodra dat wordt gezien en geaccepteerd wordt ook de onvermijdelijkheid van terug herinneren in “Één” onvermijdelijk en krijgt alle weerstand die zich alleen in dromen, illusies, waanbeelden van schijnbaar “twee” een totaal andere functie…

De droom hoeft niet weg gesaneerd of vernietigt te worden of zelfs maar verandert, maar krijgt een totaal andere functie, als de denkgeest daar aan toe is, die van “Ware vergeving”, wat niets anders is dan werkelijk inzien dat er niets gebeurt kan zijn, dat niets ook maar één momentje werkelijk invloed zou kunnen hebben, laat staan in staat om non-dualistische “Éénheid” te veranderen en zal uiteindelijk onvermijdelijk op een heel vanzelfsprekende wijze oplossen in “niets”, vanwaaruit het schijnbaar is ontstaan.

Een cursus in wonderen vat dit als volgt samen:

“Niets werkelijks kan bedreigd worden.
Niets onwerkelijks bestaat.

Hierin ligt de vrede van God.”
(In.2.2-4)

Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk.
Dat besef is er in middels onomkeerbaar.
De reden dat er een ervaring is van onvrede is dat er een ik lijkt te zijn die de vorm van de droom serieus neemt.
“Ik” zie de droom aan voor de werkelijkheid.
Eerst wordt een “ik” aangezien voor de werkelijkheid en dan volgt logischerwijs, vanuit dat standpunt dat er een “ik” is die alles als werkelijk ervaart.
En dan zit de denkgeest (mind) gevangen in zijn eigen opgezette val van de denkgeest die probeert geen denkgeest te zijn, maar een lichaam.
En dat is zo onnatuurlijk, zo pijnlijk dat het niets anders dan een hele onnatuurlijke en pijnlijke, angstige met schuld beladen droom kan opleveren, die zeer serieus wordt genomen. Schuld, te herkennen aan het voortdurende zeurende gevoel van er klopt iets niet, wat doe ik verkeerd?
Kijk hoe serieus de dagelijkse persoonlijke droom wordt genomen en voor de waarheid wordt aangezien.
Elke vorm van ongenoegen van regelrechte blinde woede, tot een licht irritatie, van totale uitputting tot moeheid, van overmoed tot moedeloosheid enz. heeft maar één oorzaak en ook maar één doel: het serieus nemen van de droom en deze aanzien voor waarheid.

Als dit gezien wordt door de uit deze vreemde onnatuurlijke droomstaat ontwakende denkgeest, wat een onvermijdelijk proces is, want waarheid kan wel ontkend worden maar nooit verdwijnen, kan de onnatuurlijke droom een andere functie krijgen.
Niet door de onnatuurlijke droom te veranderen in een natuurlijke, een droom blijft immers een droom, dus nog steeds onwaar, maar hem op de eerste plaats precies zo te zien zoals hij zich voordoet, maar tegelijkertijd niet serieus te nemen.
Dit vereist een eerlijk kijken naar wat zich lijkt af te spelen in de droom, er niets zelf aan te willen veranderen, maar eerst terug te keren naar de bron, de denkgeest van waaruit de droom wordt geprojecteerd vanuit de wens waarheid te veranderen in onwaarheid.
En dan opnieuw de keuze te maken deze onnatuurlijke droom opnieuw in te zetten om onwaarheid in waarheid te doen laten terugkeren. Oftewel de afscheiding van waarheid mogelijk te doen laten lijken, of te kiezen voor deze onnatuurlijke droom te laten her-gebruiken door de juist-gerichte denkgeest die de vergissing ongedaan kan maken en de herinnering aan waarheid weer doet laten terugkeren in de denkgeest.

Observeren, kijken naar de droom, zonder er zelf (vanuit ego) iets aan te veranderen is dus van essentieel belang bij het proces van her-gebruiken door de juist-gerichte denkgeest (HG). De opzettelijke vergissing van de denkgeest die met opzet wil vergeten dat deze denkgeest is, kan alleen hersteld en teruggedraaid worden als het droommateriaal precies zo gezien wordt als het zich voordoet. Dan kan de vergissing precies zoals deze zich voordoet terug genomen worden in de denkgeest en worden vergeven. Vergeven in de betekenis van dat wordt ingezien dat het een grote vergissing is dat een onnatuurlijke, pijnlijke droom, vol met lijden, beroofd van liefde een prima alternatief zou zijn voor Waarheid, Eenheid, Liefde, God.

Niet de droom hoeft te veranderen, maar de bedenker van de droom, de denkgeest door ervoor te kiezen zijn pijnlijke onnatuurlijke droom terug te nemen en te vergeven, zodat de denkgeest weer gezond wordt en uiteindelijk heel natuurlijk zonder moeite en pijn zal oplossen in Waarheid, Eenheid, Liefde, God.

Dankzij een vraag nav het blog: “De Verzoening aanvaarden”, raakte ik geïnspireerd tot het volgende “antwoord”, wat bij nader inzien gewoon wel weer erg op een nieuw blog ging lijken. En toen Frits me daar ook op wees besloot ik het ook als nieuw blog te plaatsen.
Ik merkte al schrijvend dat het toch weer even handig leek erop te wijzen dat de metafysica van ECIW wel gekend dient te worden, wil de Cursus ten volle begrepen worden op alle niveaus.
Eerst zal ten volle moeten worden aanvaard, en is een levenslang stap voor stap proces, dat de Cursus zegt “Er is geen wereld” (WdI.132.6:2).
Wat is het dan dat lijkt te ervaren? Dat is de keuze van de denkgeest (denkgeest is dat wat “ik” werkelijk ben binnen het concept van de droom) voor of angst of voor Liefde, oftewel of voor ego of voor HG/J denkgeest.
Er is dus alleen denkgeest, en niet een “ik” lichaam dat keuzes maakt en vervolgens één van deze twee keuzes ervaart. Er is alleen een keuze mogelijk door en in de denkgeest. Bewustwording is dus het werkelijk inzien en aanvaarden van dat er alleen denkgeest is en dat ECIW ons alleen aanspreekt op denkgeest niveau en niet op het niet werkelijk bestaande “lichaamsniveau”. Alles wat wordt ervaren vindt plaats in de denkgeest, en daar blijft het een gedachte, een projectie.

Er is dus ook geen “ander” er zijn alleen projecties die eruit zien als anderen, maar ze hebben geen enkele werkelijkheid, ze zijn en blijven projecties.
Nogmaals dit is erg lastig om te begrijpen laat staan te aanvaarden, omdat het een langzaam stap voor stap proces is van lichaamsbewustwording terug naar denkgeest bewustwording, dat wat we werkelijk zijn.
Niemand begrijpt dat meteen. Toen ik dit voor het eerst las “Er is geen wereld”, en God heeft deze wereld niet geschapen, en God weet niets van deze wereld, was dat voor mij de missing link: “ah, nu begrijp ik waarom niets echt werkt in deze wereld, ik probeer geluk te bereiken in iets wat juist gemaakt is om afgescheiden te blijven van Geluk (Liefde, God, Waarheid, Eenheid)”.
Het was toen nog een voornamelijk intellectueel begrijpen, maar ik was bereid mij de weg te laten wijzen door HG/J in het vertrouwen dat het een stap voor stap proces zou worden naar volledige bewustwording en uiteindelijk volledige terugkeer in de herinnering van Eenheid, God, Liefde.
En stap voor stap door het leren herkennen van al mijn ego gedachten (afscheidingsgedachten) binnen al mijn dagelijkse ervaringen en de bereidheid deze te willen vergeven aan de hand van de Juist gerichte denkgeest (HG/J=oordeelloos kijken) groeit het bewustzijn en de bereidheid deze Stem te volgen in plaats van die van het ego.

Bedenk ook dat zowel ego als HG zich in de ene denkgeest bevinden en niet buiten “mij” of buiten “de ander”, vandaar dat de keuze gemaakt wordt ook binnen de ene denkgeest voor het gemak de keuzemakende denkgeest genoemd.
Vandaar dat “ik” (keuzemakende denkgeest) alleen een keuze kan maken vanuit mijn eigen focus punt in de denkgeest en ik niet voor een ander de keuze tussen ego of HG kan maken.

Op het niveau van de vorm, de wereld van de projectie, doe ik “normaal”, dat wat de regels zijn binnen de wereld van de projecties. Ik help anderen, ik doe boodschappen, sluit verzekeringen af, doe mn deur op slot, voedt de kinderen op, ga na de dokter, neem medicatie, eet gewoon, slaap gewoon, adem gewoon enz.
Alleen het enige verschil is dat als ik aanvaard dat dit alles een projectie is vanuit de denkgeest dat ik kan kiezen of de projectie komt vanuit zonde, schuld en angst (de keuze voor ego dus), of vanuit Liefde (de keuze voor HG/J denkgeest).
Als ik kies vanuit zonde, schuld en angst dan kan ik dat herkennen aan dat ik zelf bepaal wat de uitkomst moet zijn. Bijvoorbeeld de uitkomst moet zijn dat dit of dat conflict met die en die opgelost wordt, of dat ik weer genoeg geld op mn rekening heb, zodat ik eindelijk dit of dat kan kopen, of dat ik een parkeerplaats zal vinden, of dat m’n kinderen gezond blijven en gelukkig worden enz. enz.
Kies ik voor de leiding van de HG/J kant van de denkgeest dan laat ik de uitkomst open en vertrouw erop dat de uitkomst altijd liefdevol zal zijn, hoe het er ook uit mogen zien als projectie.
Vanuit het ego perspectief willen kijken is altijd beperkt. Het ego ziet altijd maar een stukje en kan nooit het geheel overzien, dus kan ook nooit de juiste uitkomst zien en kan dus eigenlijk helemaal geen andere keuze maken, dan alleen vanuit de beperktheid van het ego denken, dat altijd vanuit het geloof in zonde, schuld en angst komt.
Dus iets voor iemand anders bepalen is helemaal onmogelijk, want ik weet niet wat het “beste” is voor de ander, van wegen dat beperkte afgescheiden ego denkgeest standpunt.
Bovendien is wat ik in een ander denk en geloof te zien altijd een spiegel van hoe ik over mijzelf denk als denkgeest. En dat is dan weer kostbaar vergevingsmateriaal, als ik daar voor kies als keuzemakende denkgeest.
Dus als ik de ander als eenzaam zie, dan zie ik een projectie van mijn eigen afgescheiden wil tot afscheiding, en dat ziet eruit als een “iemand anders die eenzaam lijkt”, en de emoties die daarbij horen versterken nog het “waarheidsgehalte”.

Maar diezelfde emoties kunnen echter door de keuze voor vergeving, de keuze voor de gedachte teruggeven aan HG/J, worden hergebruikt, (dus niet ontkend, omarmt, bevestigd, gehaat, aanvaard!) en de denkgeest weer terug herinneren in Eenheid, God, Liefde. En aangezien er ook maar één denkgeest is, wordt de schijnbaar zogenaamde “ander” welke eigenlijk ook alleen maar een stukje van de ene denkgeest is, ook terug herinnerd in Liefde. Dat is de betekenis van de Christus in de ander zien. Het is het terugkoppelen naar de ene denkgeest waar we (de denkgeest) één zijn. Het is niet het “zien” door de ogen, het is een geestelijk zien.

Ik hoop dat ik door dit hele verhaal duidelijk heb gemaakt dat het erg belangrijk is de achterliggende metafysica van de Cursus te kennen en steeds paraat te hebben; dus er is alleen Eén, Waarheid, Liefde, God Denkgeest mogelijk, dus kan er geen afgescheiden dualistische, geprojecteerde wereld vanuit zonde, schuld en angst bestaan. Het is het één of het ander, beide tegelijkertijd is onmogelijk.
Wordt dit niet gezien of ontkend, omdat er toch steeds weer voor het egodenken wordt gekozen, dan blijft ECIW onbegrijpelijk en niet te doen.
En nogmaals geduld is in deze een schone zaak, ECIW doen is meestal een levenslang proces van steeds weer leren opnieuw te observeren en kijken zonder oordeel (dus olv HG/J) naar al mijn gedachten en opnieuw de keuze te maken, niet voor een andere projectie, maar voor het andere gedachten systeem, dat van de Heilige Geest.
Dat is de betekenis van de uitspraak van Helen en Bill: “Er moet een andere manier zijn”, waardoor het proces van het doorgeven van ECIW, door Helen mogelijk werd en ook door “ons” het hele Ene Zoonschap mogelijk werd, mits wij de keuze maken dat toe te laten. Wat uiteindelijk onvermijdelijk is, want er is op Werkelijkheidsniveau niets gebeurt, dat wat lijkt te gebeuren is dus onmogelijk, ook al lijkt het nog zo “echt” en dus alleen geschikt om te Vergeven (heeft het tenminste nog één functie…). Voor het begrijpen wat Vergeven volgens ECIW is verwijs ik naar WdII.1, op blz. 404 van het Werkboek.

Wantrouwen kan gezien worden als de ego omkering van Vertrouwen.
Wantrouwen is zoals alle ego eigenschappen gewoon weer een ander gevolg van de (onmogelijke) keuze om afgescheiden te willen zijn van Eenheid, God, Liefde, Waarheid.
Een van de sterkste ego symbolen voor vertrouwen in de wereld zijn de ouders.
We zijn niet allemaal ouders, maar we hebben allemaal wel ouders waar we deze projectie voor afscheiding op kunnen en zullen projecteren.
En aangezien we het hier over ego projecties hebben, dus projecties vanuit zonde, schuld en angst, zien we dat terug in al onze relaties die we in ons leven tegenkomen. Bijvoorbeeld terug te zien in het leven als een voortdurend gevoel van wantrouwen ten opzichten van alles en iedereen, of omgekeerd te snel van vertrouwen zijn er daar dan telkens weer in teleurgesteld worden.
In het geval van de ouder/kind relatie als afhankelijk zijn van ouders, niet zonder of niet met ze kunnen leven, van ze houden of ze haten, bij ze willen zijn of er zo ver mogelijk vandaan blijven, prima mee kunnen opschieten of juist totaal niet en alle gradaties daar tussen in, kortom het hele scala aan dualistische mogelijkheden uit het ego arsenaal vinden we terug in de ouder/kind relatie en in alle andere relaties die we hebben.

De ouder/kind relatie vormt een van de lastigste uitdagingen binnen het scala van afscheidingsmogelijkheden binnen de keuze voor de egodenkgeest.
En ik ondervind dat ECIW en zijn proces van ware vergeving een zeer behulpzaam proces is in de slechte relatie met mijn moeder.
Het is daardoor zeker geen makkelijk proces, want ware vergeving vraagt eerst eerlijk kijken naar het ego proces, precies zoals het zich projecteert en dus voordoet in “mijn leven”, alvorens het echt vergeven kan worden. Dus de confrontatie aangaan met al mijn gevoelens en emoties die zich voordoen op het toneel waar het ego drama zich afspeelt.
En er de totale verantwoordelijkheid voor nemen, als zijnde mijn gedachtes met hun projecties. Wel belangrijk dit niet onder de leiding van het egodenken te doen, maar hierbij de leiding van de Juist gerichte kant van de denkgeest (HG/J) in te roepen.

Evengoed geen makkelijk en pijnloos proces, maar wel een proces van ware genezing van de denkgeest die leert dat de oorzaak de keuze voor afscheiding is en niet een keuze is geweest om een slechte relatie te hebben met mijn moeder.
En dan kom ik weer uit op die behulpzame les 5: “Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk”.
Ik voel geen onvrede van wegen een slechte relatie met mijn moeder, maar omdat ik op het niveau van de denkgeest, een keuze die verborgen moest blijven, zodat het lijkt alsof de keuze zich op “vorm” niveau afspeelt, voor afscheiding van mijn Ware Bron; God, Liefde, Eenheid, Waarheid, heb gemaakt.

Ware Vergeving vergeeft deze oorspronkelijke vergissing en in het kielzog daarvan wordt de projectie, een slechte relatie met de moeder, een projectie die nooit losstaat van de oorspronkelijke gedachte (vergissing) ook vergeven.
Ware Vergeving verandert dus de oorspronkelijke vergissing (de keuze voor afscheiding) die gemaakt is in en door de keuzemakende denkgeest en geneest deze, zodat de denkgeest zijn ware verbinding, die nooit verdwenen is, weer herinnert en daardoor genezen is.
Onware vergeving, dus dat is de projectie als een losstaand van de denkgeest oorzaak zien en deze vergeven, dus in het moeder geval, mijn moeder vergeven die ik als oorzaak van mijn lijden zie, werkt niet. De oorzaak, de keuze van de denkgeest om afgescheiden te willen zijn van God, Liefde, Eenheid, Waarheid blijft intact en zal dan ook steeds weer terugkeren in schijnbare andere vormen, of dezelfde, omdat de denkgeest ongenezen blijft.

Maar als de denkgeest dan is genezen, zal er onvermijdelijk ook anders gekeken worden naar de projectie vanuit de eigen denkgeest focus. Dit resulteert in een mildere kijk en meer begrip omdat er nu vanuit “liefde” gekeken en gehandeld wordt.
Echter dat hoeft niet te betekenen dat de “ander” in dit geval de moeder, hierin mee zal gaan, want uiteindelijk zal dat stukje denkgeest dat de rol van de moeder speelt ook zelf de keuze moeten maken om te willen genezen op het niveau waar alleen ware genezing mogelijk is, het niveau van de denkgeest.

Dat ware genezing door middel van ware vergeving zich op denkgeest niveau afspeelt, betekent ook, dat de projectie, dus hoe de relatie zich uitspeelt op vorm niveau, niet per se aanwezig of zelfs maar levend hoeft te zijn. Op denkgeest niveau is immers alles met alles verbonden, hoe het er op vorm niveau ook uit lijkt te zien.
Als de angst voor genezing in de denkgeest nog te groot is zal dat stukje denkgeest nog even of voor lange tijd blijven kiezen voor angst, maar in plaats van dat dat ook weer de keuze voor angst in mijzelf aan kan wakkeren, zal de nu voor genezing kiezende denkgeest ook deze gedachte kunnen leren vergeven.

Dus hoe ware genezing er in de vorm uitziet is niet te voorspellen, maar het zal hoe dan ook welke vorm het ook aanneemt de meest liefdevolle optie zijn voor dat moment, ook al kan het er ook uitzien als een einde maken aan een relatie. Het is niet aan mijn beperkte overzicht het geheel te overzien en op grond daarvan te beslissen wat het beste is om te doen, dat kan alleen dat wat wel het totale overzicht heeft, in ECIW de Heilige Geest en of Jezus genoemd, beide symbool voor de keuze voor de Juist gerichte denkgeest. De rest zal op een heel vanzelfsprekende natuurlijke manier volgen, nu geheel ontdaan van alle zonde, schuld en angst projecties.
En dientengevolge is er ook niet meer de drang vertrouwen te zoeken en te vinden “buiten mij” in een ouder of een andere speciale relatie. Het besef is er dat Vertrouwen gegrond is in de enige relatie die mogelijk is, die met God, Liefde, Eenheid, Waarheid, of hoe we het Onnoembare, Non-dualisme ook willen noemen.

 

Toch wel een groot geschenk dat ik in middels echt zeker weet dat ik nooit in onvrede ben om de reden die ik denk.
Er lijkt van alles te gebeuren op dit moment wat het egodenken zal interpreteren als vormen van “verlies” en het ego antwoord daarop is opvullen dat verlies met iets waar ik wel schijnbaar macht over heb, en dat is wat ik nu net gedaan heb: zo’n 5 liter soep maken en invriezen in 10 portie zakjes, zodat ik 10 dagen niets te verliezen heb, zo!! HAHAHA!

Deze ego oplossing doorzien voor het kwijt proberen te raken of opvullen van het gevoel van verlies wat weer komt van de egokeuze voor vormen van zonde, schuld en angst, krijgt nu ik het doorzie, de functie van een reminder zijn voor waar ik (de denkgeest die in afscheiding geloofd) eigenlijk voor weg loop en dat is het kijken naar wat het ego mechanisme eigenlijk is en dat is alleen maar één grote vluchtpoging weg te rennen uit Eénheid. Een andere functie heeft de keuze voor het egodenken niet.
Dit hele schijnbare soepgebeuren, staat dus symbool voor de keuze uit Eénheid te blijven, het is dus een vlucht.
Even voor de goede orde, het soepverhaal is dus nu geen fout verhaal meer (want dat zou weer de keuze voor schuld zijn) maar een prachtige reminder om naar deze projectie van zonde, schuld en angst te kijken en te vergeven.
Hetzelfde verhaal, want dat is wat de wereld is; een verzameling gedroomde verhalen, krijgt nu een heel andere functie.
Enorm behulpzaam om alles als symbool te gaan leren zien en daardoor niet zo vreselijk serieus meer, alsof het “echt” is.
En de soep smaakt geweldig, want een schuldeloze soep kan niet anders dan lekker zijn!
HAHAHA!

Ware vergeving is het stap voor stap, steen voor steen, afbouwen van elke gedachte + projectie die geboren wordt uit de keuze voor zonde, schuld en angst welke door de egodenkgeest gebruikt wordt om in de afscheiding te blijven.
En dit afbouwen kan onmogelijk gebeuren door dezelfde (ego) denkgeest die deze muur van angst opbouwt. Angst kan alleen maar angst voortbrengen.
Het kan alleen gebeuren door dat gedeelte van de denkgeest dat het egomechanisme kan observeren, zonder zich ermee te vereenzelvigen en weet dat er een andere keuze mogelijk is, welke zich op denkgeest niveau afspeelt en praktisch gezien als ware vergeving kan worden omschreven.
En ware vergeving is:

1. Wat is vergeving?
1. Vergeving ziet in dat wat jij dacht dat je broeder jou heeft aangedaan, niet
heeft plaatsgevonden. 2Wat ze niet doet is: zonden kwijtschelden en ze
werkelijk maken. 3Ze ziet dat er geen zonde is geweest. 4En in die zienswijze
zijn al jouw zonden vergeven. 5Wat is zonde anders dan een onjuist
idee omtrent Gods Zoon? 6Vergeving ziet eenvoudig de onjuistheid daarvan
en laat het daarom los. 7Wat dan vrij is om nu de plaats daarvan in te
nemen, is de Wil van God.

2. Een niet-vergevende gedachte is er een die een oordeel velt dat ze niet in
twijfel trekt, ook al is het niet waar. 2De denkgeest is gesloten en zal niet
worden bevrijd. 3De gedachte beschermt projectie en trekt haar ketenen
strakker aan, zodat vervormingen meer versluierd en verborgen zijn, minder
makkelijk toegankelijk voor twijfel en nog verder weggehouden van
gezond verstand. 4Wat kan er komen tussen een starre projectie en het
doel dat ze als haar gewenste bestemming gekozen heeft?

3. Een niet-vergevende gedachte doet vele dingen. 2In koortsachtige actie
jaagt ze haar doel na, waarbij ze verwringt en omverwerpt wat ze als een
doorkruising van haar gekozen pad beschouwt. 3Verdraaiing is haar doel
en tevens het middel waarmee ze dat tot stand wil brengen. 4Ze doet
woeste pogingen de werkelijkheid te vermorzelen, zonder zich ook maar
enigszins te bekommeren om wat haar gezichtspunt lijkt tegen te spreken.

4. Vergeving daarentegen is stil en doet in alle rust niets. 2Ze schendt geen
enkel aspect van de werkelijkheid, en probeert die evenmin te verdraaien
tot een verschijningsvorm die haar aanstaat. 3Ze kijkt alleen, en wacht, en
oordeelt niet. 4Wie niet wil vergeven, moet wel oordelen, want hij moet
zijn onvermogen om te vergeven rechtvaardigen. 5Maar wie zichzelf vergeven
wil, moet leren de waarheid te verwelkomen precies zoals die is.

5. Doe daarom niets en laat vergeving je tonen wat jou te doen staat, via
Hem die je Gids is, je Verlosser en Beschermer, sterk in hoop en zeker van
jouw uiteindelijk succes. 2Hij heeft jou al vergeven, want dat is Zijn functie,
Hem gegeven door God. 3Nu moet jij Zijn functie delen en vergeven
wie Hij heeft verlost, wiens zondeloosheid Hij ziet, en wie Hij eert als de
Zoon van God.
(WdII.1 blz.404)

Het is niet de projectie (het lichaam, “anderen”, situaties, kortom de wereld), dat droomt. Het is de denkgeest die kiest voor dromen van zonde, schuld en angst. Dus projecties (het lichaam, “anderen”, situaties, kortom de wereld) zijn altijd een uiterlijke weergave van een innerlijke toestand.
En kijk ik met de keuze voor ego, wat niets anders is dan de keuze voor zonde, schuld en angst, een innerlijke toestand dus, dan zie ik de uiterlijke weergave daarvan (het lichaam, “anderen”, situaties, kortom de wereld), en denk en geloof dan dat dat de waarheid is.

Een cursus in wonderen zegt hierover:

“1. Projectie maakt waarneming. 2De wereld die jij ziet is wat jij haar gegeven
hebt, niets meer. 3Maar ook al is ze niets meer, ze is ook niets
minder. 4Daarom is ze voor jou belangrijk. 5Ze getuigt van de staat van
jouw denkgeest, de uiterlijke weergave van een innerlijke toestand.
6Zoals een mens denkt, zo neemt hij waar.* 7Probeer dan ook niet de
wereld te veranderen, maar kies ervoor je denken over de wereld te
veranderen. 8Waarneming is een gevolg, geen oorzaak. 9En juist om die
reden is een rangorde naar moeilijkheid bij wonderen zonder betekenis.
10Alles wat met visie wordt bezien, is genezen en heilig. 11Niets wat
zonder dat wordt gezien, heeft enige betekenis. 12En waar geen betekenis
is, heerst chaos” (T21.In.1:1-12).

Dit (willen) doorzien is een belangrijke sleutel in het proces van terug herinneren door middel van ware vergeving.

Op zich is er voor “verlossing” (verlossing van het nietig dwaas idee dat afscheiding van Eén mogelijk is), maar één gedachte nodig…

Maar ja zo werkt het niet in de praktijk waarin we denken en echt geloven te zijn.
Miljarden gedachten worden elke seconde gedacht, met maar één doel het nietig dwaas idee dat afscheiding mogelijk is werkelijk te doen laten lijken.
En ook al hebben al die miljarden gedachten maar één doel; een nietig dwaas idee dat afscheiding mogelijk is in stand te houden, ogenschijnlijk hebben al die miljarden (afscheidingsgedachten) allemaal verschillende en wisselende doelen.
De ene denkgeest die dit denkt, en wil denken, om redenen van afscheiding, bevindt zich nu in een totale chaotische compleet gestoorde wirwar van gedachten en probeert dat enigszins te sturen en onder controle te houden door al die verschillende doelen aan de verschillende stukjes afgescheiden denkgeest (wat er uit ziet als personen, dingen en situaties) toe te bedelen.
Wat we denken en geloven te zien en ervaren zijn dus projecties van de ene denkgeest die voor afscheiding kiest en dat ziet eruit en wordt ervaren als een persoonlijke “ik” ervaring, ten midden, van miljarden andere “ik” ervaringen.

In die zin is het idee van er is maar één gedachte nodig voor verlossing te volgen.
(zie ook: H.12. Hoeveel leraren van God zijn er nodig om de wereld te redden? En bedenk dat ECIW ons altijd aanspreekt als denkgeest, dat wat we zijn, en niet als mensen van vlees en bloed, wat we onmogelijk kunnen zijn dan alleen in een krankzinnige afscheidings fantasie van zonde, schuld en angst).

Echter de volstrekt schizofrene, krankzinnige in totale verwarring zijnde denkgeest (wij dus) zal dit niet zomaar kunnen aanvaarden en accepteren.
En mocht je je nu beledigd voelen of wat voor weerstand voelen dan ook, (wees daar eerlijk in, want die weerstand is er, in wat voor vorm dan ook) dan is dat niet om de reden die ik denk (les 5).
De gestoorde, zieke denkgeest zal zijn zieke denkgeest verdedigen, van geboorte tot dood, omdat het hem in de afscheiding houdt. Er is geen andere reden dan die onmogelijke, krankzinnige wens.

En ook al doorzie ik intellectueel de totale krankzinnigheid van die onmogelijke wens (onmogelijk omdat afscheiding van Eén, Waar echt onmogelijk is) dan nog is een stap voor stap proces nodig om de denkgeest totaal te doen laten genezen.
En dat is de enige verantwoordelijkheid die ik als denkgeest heb.
Mijn verantwoordelijkheid is niet de wereld te verbeteren, mijn verantwoordelijkheid is de denkgeest te laten genezen van één onmogelijk krankzinnig idee dat slechts in stand wordt gehouden door het geloof erin.
In dat stap voor stap proces van vergeving (zie WdII.1. Wat is vergeving? (blz.404)), wordt elke gedachte gedachte, (mijn hele zelf bedachte, gekozen en geprojecteerde script) opnieuw gebruikt, nu niet meer als middel tot afscheiding, maar als middel voor vergeving. Vergeving van wat onmogelijk werkelijk gebeurt kan zijn, namelijk afgescheiden raken van Eén, van wat Waar is.

Vandaar dat in principe enkel en alleen les 5 en les 34 zouden kunnen voldoen.
Ik zal beide lessen hieronder plakken voor het gemak:

“LES 5
Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk.

1. Dit idee kan, evenals het voorgaande, gebruikt worden bij elke persoon,
situatie of gebeurtenis waarvan jij denkt dat die jou pijn bezorgt. 2Pas het
uitdrukkelijk toe op alles waarvan jij gelooft dat het de oorzaak van je onvrede
is, en gebruik daarbij de omschrijving van het gevoel in een bewoording
die je juist lijkt. 3De onvrede kan zich voordoen als angst, bezorgdheid,
depressiviteit, verontrusting, kwaadheid, haat, jaloezie en nog
talloze andere vormen, die je allemaal als verschillend zult waarnemen.
4Dit is niet waar. 5Maar tot je geleerd hebt dat de vorm er niet toe doet, is
elke vorm geschikt als onderwerp van de oefeningen van de dag.
6Hetzelfde idee op elke vorm afzonderlijk toepassen is de eerste stap naar
de uiteindelijke erkenning dat ze allemaal hetzelfde zijn.

2. Wanneer je het idee van vandaag gebruikt bij een specifieke vermeende
oorzaak van enigerlei vorm van onvrede, hanteer dan zowel de naam van
de vorm waarin je die onvrede ziet, als de oorzaak die je daaraan toeschrijft.
2Bijvoorbeeld:

3Ik voel me niet kwaad op _________ om de reden die ik denk.
4Ik voel me niet bang voor _________ om de reden die ik denk.

3. Maar nogmaals, dit moet niet in de plaats komen van oefenperioden
waarin je eerst je denkgeest onderzoekt op ‘oorzaken’ van onvrede waarin
je gelooft, en vormen van onvrede die, naar jij meent, daaruit voortvloeien.

4. Je zult het bij deze oefeningen, meer nog dan bij de vorige, misschien
moeilijk vinden om willekeurig te zijn en te vermijden dat je sommige onderwerpen
zwaarder laat wegen dan andere. 2Het kan helpen de oefeningen
te laten voorafgaan door de volgende stelling:

3Er zijn geen kleine vormen van onvrede.
4Ze verstoren mijn innerlijke vrede allemaal evenzeer.

5. Onderzoek dan je denkgeest op alles wat jou verstoort, ongeacht de mate
waarin jij denkt dat het dit doet.

6. Misschien merk je ook dat je minder bereid bent het idee van vandaag
toe te passen op sommige vermeende bronnen van onvrede dan op andere.
2Als dit gebeurt, denk dan eerst hieraan:

3Ik kan niet aan deze vorm van onvrede vasthouden en alle andere loslaten.
4Voor het doel van deze oefeningen beschouw ik ze daarom allemaal
als gelijk.

7. Onderzoek dan, niet langer dan ongeveer een minuut, je denkgeest en
probeer een aantal verschillende vormen te achterhalen van dingen die
jouw vrede verstoren, ongeacht het relatieve belang dat jij misschien aan
ze hecht. 2Pas het idee van vandaag op elk ervan toe, waarbij je zowel de
naam noemt van de bron van de onvrede, zoals jij die ziet, als van het gevoel,
zoals jij dat ervaart. 3Andere voorbeelden zijn:

4Ik voel me niet bezorgd over _________ om de reden die ik denk.
5Ik voel me niet neerslachtig over _________ om de reden die ik denk.

6Drie of vier keer in de loop van de dag is genoeg” (WdI.5.1-7).

“LES 34
Ik zou in plaats hiervan vrede kunnen zien.

1. Het idee voor vandaag maakt een begin met de beschrijving van de voorwaarden
die gelden voor de andere manier van zien. 2Innerlijke vrede is
ontegenzeglijk een innerlijke zaak. 3Het moet beginnen bij je eigen gedachten
en zich dan naar buiten toe uitbreiden. 4Juist uit jouw vredige
denkgeest vloeit een vredige waarneming van de wereld voort.

2. Voor de oefeningen van vandaag zijn drie langere oefenperioden nodig.
2Aangeraden wordt er een ‘s ochtends en een ‘s avonds te doen, met nog
een derde ergens daartussenin op een tijdstip waarop je je er het meest
klaar voor voelt. 3Alle oefeningen moeten met gesloten ogen worden gedaan.
4Het is je innerlijke wereld waarop het idee van vandaag moet worden
toegepast.

3. Voor elk van de lange oefenperioden is ongeveer vijf minuten van gedachtenonderzoek
nodig. 2Onderzoek je denkgeest op angstgedachten, situaties
die je verontrusten, ‘ergerlijke’ personen of gebeurtenissen, of iets
anders waarover je weinig liefdevolle gedachten koestert. 3Merk ze allemaal
terloops op, en herhaal het idee voor vandaag langzaam terwijl je
gadeslaat hoe ze in je denkgeest opdoemen, laat ze dan een voor een los,
en ga door met de volgende.

4. Als het je moeite gaat kosten om aan specifieke onderwerpen te denken,
blijf het idee dan rustig voor jezelf herhalen, zonder het op iets in het bijzonder
toe te passen. 2Zorg er echter wel voor dat je niets speciaal uitsluit.

5. De korte toepassingen dienen talrijk te zijn en moeten telkens worden
uitgevoerd wanneer je voelt dat je innerlijke vrede op enigerlei wijze
wordt bedreigd. 2De bedoeling is jezelf de hele dag tegen verleidingen te
beschermen. 3Als een concrete vorm van verleiding in je bewustzijn omhoogkomt,
moet de oefening deze vorm krijgen:

4Ik zou in deze situatie vrede kunnen zien in plaats van wat ik er nu in zie.

6. Als de aantasting van je innerlijke vrede meer een algemene vorm van
nare emoties aanneemt zoals gedeprimeerdheid, onrust of tobberij, hanteer
dan het idee in zijn oorspronkelijke vorm. 2Als je voelt dat jij meer dan
één toepassing van het idee van vandaag nodig hebt om je te helpen in
enige specifieke context tot andere gedachten te komen, probeer er dan
een paar minuten voor uit te trekken en die te besteden aan het herhalen
van het idee, tot je enig gevoel van verlichting bespeurt. 3Het zal jou
helpen als je concreet tegen jezelf zegt:

4Ik kan mijn gevoelens van gedeprimeerdheid, onrust of tobberij [of mijn
gedachten over deze situatie, persoon of gebeurtenis] vervangen door
vrede” (wdI.34.1-6).

En bedenk lessen zijn er om geoefend te worden, alleen begrijpen is niet genoeg.
En het oefenmateriaal is altijd voorhanden, want dat zijn simpelweg alle gedachten die ik heb elke seconden van wat ik geloof en denk dat “mijn” leven is.
Een eraan toe zijnde denkgeest zal bereid zijn te oefenen, omdat “hij” niet anders meer kan.

En wat resultaatgerichtheid betreft, wat denk je dat het resultaat is van een genezen denkgeest, zou deze nog voor het voort laten duren van afscheiding kiezen door nog steeds te blijven geloven in zijn eigen projecties van zonde, schuld en angst?

 

 

 

Een aanhaling die ik graag even wil delen is een stukje tekst uit “De 50 wonderprincipes van Een cursus in wonderen“, van Kenneth Wapnick, uit principe 24.
Hier wordt het misverstand uiteengezet over wat onder “de gelukkige droom” wordt verstaan.

De gelukkige droom is een staat van volledige bewustwording van de denkgeest (dus niet van het brein/lichaam) welke weet dat het droomt, en weet dat de wereld en het lichaam dat er lijkt te zijn, alleen een projectie is vanuit het geloof in zonde, schuld en angst, dat is “ware waarneming”.
De gelukkige droom is NIET een betere gelukkige versie van een wereld die nog steeds als waar wordt gezien, want dat is nog steeds “onware waarneming”.
Het draait enkel en alleen om het wel of niet meer aanwezig zijn van schuld in de denkgeest. Dus niet om de afwezigheid van schuld in de wereld of in mij als lichaam, maar om de afwezigheid van schuld in de denkgeest (mind).
En dat maakt een “wereld” van verschil.

Dat wat “wij” met opzet willen vergeten, kan dan ook niet door  de “ons” die wij denken en geloven te zijn; lichamen in een wereld, worden bereikt, door iets te “doen” aan de illusie die we juist hebben opgezet om dat wat Waar is te verbergen.
Elke vorm van fiksen in de wereld die als verdediging is opgezet tegen wat Waar is, is juist het verstevigen van de afscheiding van wat Waar is, en verankert de denkgeest juist steviger in onwaarheid.

“Omdat het in deze principes niet aan de orde komt, wil ik hierbij
opmerken dat het ontwaken uit de droom niet het doel is van Een
cursus in wonderen. Het doel is de nachtmerrie te veranderen in een
gelukkige droom. In de gelukkige droom leven we nog steeds in
deze illusoire wereld, de wereld van afzonderlijke lichamen, maar
zonder dat we er nog langer enige schuld op projecteren. Het is leven
in deze wereld met wat “ware waarneming” wordt genoemd. Wat
de Cursus “de werkelijke wereld” noemt, is een wereld volkomen
zonder zonde in onze denkgeest. Dat is het doel van de Cursus. Hij
zegt dat God Zelf de laatste stap zet, en dat is wat ons uiteindelijk
volledig uit de droom doet ontwaken ( T11.VIII.15:5). Maar waar Een
cursus in wonderen zich op richt, is ons te helpen in deze wereld te
leven, die een wereld van het lichaam is, maar zonder de projecties
van schuld.”
(Principe 24)

En aangezien een wereld, welke een projectie is van de (ego) denkgeest vanuit het geloof in zonde, schuld en angst, na volledige vergeving de (illusoire droom) functie van het geloof in zonde, schuld en angst niet meer nodig heeft, zal deze verdwijnen, omdat het er nooit geweest is, zonder een spoor van angst. Dat wordt er met de laatste stap die God Zelf zet bedoelt.
Deze laatste stap en het hoe en waarom ervan kan door ons in de hoedanigheid van waar we denken en geloven te zijn als lichaam in een wereld niet echt begrepen of overzien worden.
Het blijft een abstract iets. Vandaar dat ECIW ons ontmoet daar waar we denken en geloven te zijn en ons in een voor ons begrijpelijke “taal”, stap voor stap terug leidt, door elke stap die eerst diende om afgescheiden te raken van God, Liefde, Eénheid, dmv ware vergeving om te draaien en zo het tapijt van ruimte en tijd terug te rollen tot het uiteindelijk oplost in dat wat IS en buiten ons beperkte droom begrip valt.

Het feit dat dit angst oproept, angst voor het onbekende, (en dat doet het als we eerlijk durven te kijken, dus ook gedachten als “nee hoor ik ben niet bang voor God”) bewijst dat we in onze huidige staat van afgescheidenheid, geen idee hebben, laat staan een overzicht hebben over waar Waar, of God of Liefde over gaat. Tegelijkertijd geeft het ook de kans deze weerstand tegen God, Liefde, Eénheid (want dat is het) onder ogen te leren zien en als vergevingskans en materiaal te gaan leren zien.
De gelukkige droom is de staat van de denkgeest die elke gedachte als vergevingsmateriaal en kans ziet en meteen zonder aarzeling (ver)geeft aan HG/J en weet dat het daarmee helpt de hele ene denkgeest tenslotte te bevrijden uit de waan van het afgescheiden ego denken.

%d bloggers liken dit: