archiveren

Tagarchief: projectie

…. ach ja, denkt de gedachte terwijl het denken uit zijn eigen projectie zit te staren…:
de zich tot uitbreiden in staat zijnde denkgeest: “Zoon van God” is eigenlijk een gek geworden stukje denkgeest dat denkt en geloofd voor zichzelf begonnen te zijn, daar tegelijkertijd enorm van geschrokken is en doodsbang van wegen het resultaat en de gevolgen waar het nu in geloofd, met z’n magische toverstafje waanzinnig en totaal in paniek om zich heen aan het scheppen is zichzelf een nachtmerrie dromend die nu heel echt lijkt en waar niet uit te ontsnappen lijkt.

(Ik denk dan altijd aan de ballade van de tovenaarsleerling van Goethe later op muziek gezet door Paul Dukas, L’Apprenti Sorcier. En veel later door Disney bewerkt)

De van nature uitbreidende eigenschap “Liefde” van “de Zoon van God” is een nachtmerrie geworden van zonde, schuld en angst en verblind daarmee zijn natuurlijke eigenschap welke alleen Liefde kan uitbreiden, waardoor de onnatuurlijke eigenschap die nu alleen zonde, schuld en angst lijkt uit te kunnen breiden als waar wordt gezien en geloofd.
Maar helemaal God-dicht kan dat wat Waar, Eén, God, Liefde is niet weg geprojecteerd worden. Het Licht wordt niet gedoofd als de “Zoon van God” gek van angst en zijn geloof in schuld zijn “handen” voor zijn “ogen” houdt.

En uiteindelijk zal dan ook de alles omvattende en niets uitsluitende eigenschap van Liefde weer herinnerd worden en zal het “Licht” straaltje voor straaltje de zelfbedachte duisternis weg stralen, omdat er in werkelijkheid niets gebeurt is.

Angst lijkt zich te verergeren, naarmate het mechanisme van angst meer en meer wordt doorzien, en tegelijkertijd de angst om angst onder ogen te zien vermindert.
Dat is wat het proces van oordeelloos leren kijken met zich mee brengt.
Oordeelloos leren kijken naar elke verdediging die het vanuit zonde, schuld en angst denken (ego) opwerpt als verdediging tegen Waarheid, Eenheid, Liefde, God.
Dwars door de angst, precies zoals deze zich voor lijkt te doen, en tegelijkertijd verdedigingsloos aan de hand van de steeds sterker wordende herinnering aan onschuld.

Angst is de grootste verdediging tegen angst, en meer is het ook niet.
Deze verdediging gaat gaten vertonen als dit mechanisme van angst voor angst wordt doorzien.
Het is niet angst die dit mechanisme van angst voor angst leert doorzien. Hoewel angst dit wel probeert door het doorzien niet als uitweg uit angst te zien, maar juist als een bedreiging waardoor de angst juist erger lijkt te worden. Angst met angst bestrijden kan alleen maar tot meer angst leiden.
Angst vergeven terwijl het zich in al zijn vormen voordoet als dat wat verschijnt in “mijn” leven is de weg uit angst waardoor dat wat vergeten moest worden als verdediging tegen weten weer zal worden herinnert.

Dat wat angst doorziet door het recht in de ogen te kijken terwijl angst zich voor doet, is niet het “ik” het lichaam. Het “ik” het lichaam is immers slechts een projectie van de innerlijke denkgeest toestand van de keuze voor angst.
Dat wat angst doorziet is de waarnemer die zich de bron herinnert en beseft dat angst slechts een keuze is als verdediging tegen Waarheid, Eenheid, Liefde, God.
Deze waarnemende, keuzemakende denkgeest is in staat opnieuw te kiezen nu niet weer voor  ego angst/liefde, maar voor de non-dualistische Liefde van God die niet de tegenstelling ervan; angst kent, door elke zich voordoende vormen van angst consequent te vergeven. Niet door de projecties te veranderen, te verbeteren, maar door het denken erover, door middel van vergeving te laten veranderen.

 

 

Vergeven is het geven van overvloed als tegenhanger van de gaven van het dualistische ego die altijd over schaarste/overvloed gaan.
Geven door vergeven is geven en ontvangen zijn hetzelfde en is niet vorm gericht.
Geven vanuit schaarste/overvloed (het dualisme van het ego) is geven en nemen zijn verschillend en is altijd vormgericht.

Geven vanuit schaarste/overvloed (ego) is ik geef jou wat en dan verwacht ik van jou wat terug, anders verlies ik iets en win jij er is dus altijd een verliezer en een winnaar en altijd vorm gericht.

Beide vormen van geven komen vanuit de denkgeest, er is immers alleen maar denkgeest die denkt en projecteert.
Dus de vorm, de projectie is nooit de bron, maar altijd de denkgeest, ook al lijkt dat bij het ego-geven/nemen wel om een bepaalde uiterlijke vorm te gaan welke als oorzaak/gevolg wordt gezien.

Als ik altijd het gevoel en de ervaring heb dat ik te weinig of geen geld heb, dan lijkt het wel of niet hebben van geld de oorzaak te zijn. En zal mijn ego-gerichte oplossing zich altijd concentreren op het verkrijgen van meer geld. De onderliggende bron, de wens van het ego om, als tegenhanger van de natuurlijke overvloed van Eenheid en als verdediging daar tegen, de gedachte/idee van schaarste, blijft hierdoor opzettelijk verborgen.
Door mijn vorm/situatie gericht denken en dat te zien als oorzaak en gevolg blijf ik rond draaien in het geloof in schaarste/verlies en de (ego) oplossing daarvoor, het idee van geven en nemen, zonder de werkelijke oorzaak te (willen) zien.

Door deze gedachten wel te leren zien en te onderscheppen, door eerlijk naar al mijn gedachten te kijken, kan ik dit ego spelletje van schaarste/verlies en geven en nemen doorbreken door consequent elke gedachten van schaarste/verlies te leren herkennen en te leren vergeven.
Dit vereist veel oefening en vertrouwen, want het ego doet ook mee in elke gedachte en zal proberen het idee van schaarste/verlies en geven en nemen in stand te houden.
Dit zal een ervaring van hevige weerstand geven, waardoor het een slecht idee lijkt en er van wordt afgezien en opnieuw gekozen wordt voor het oude, bekende ‘veilige’ ook al voelt die ego versie ook niet prettig, maar wel bekend en schijnbaar controleerbaar.
Zoals bij een verslaving aan bijvoorbeeld alcohol, roken, drugs de verslaving ook uiteindelijk niet prettig voelt, maar wel prettig in de zin van bekend, veilig en vertrouwd.
Bovendien schuilt daaronder diep verborgen in het onderbewuste, de angst, het idee van, als ik mijn verslaving aan schaarste/verlies opgeef, en vergeef, dan valt mijn verdediging tegen Overvloed dat wat Eenheid, Waarheid, God is weg en wat dan?!
Deze onbewust gehouden angst wordt ervaren als een niet te benoemen angst voor het grote onbekende en als het verlies van “ik” zoals ik die nu als verslaafde aan schaarste/verlies ken, ook al haat ik (onbewust) die “ik”.

Ware Vergeving ziet dit hele ego spel onder ogen, zonder daar nog een oordeel over te hebben, door ook elk oordeel erover consequent te vergeven.
Dit lijkt onmogelijk door de veelheid van gedachten die er altijd zijn. Maar bedenk dan dat dit ook weer een verdedigende ego gedachte is.
En dat mijn verdediging niets anders is dan de ontkenning van de herinnering dat er alleen denkgeest is, en niet een lichaam dat denkt.
Want ook de gedachte een lichaam te zijn is een verslaving aan schaarste/verlies. Kijk maar naar wat je gelooft over het lichaam, het moet onderhouden worden, het kan zich alleen voelen, bestolen, rijk, arm, niet geliefd, wel geliefd, het slijt, wordt ouder, kan ziek worden,enz. enz. en gaat bovendien onvermijdelijk dood. Nou als dat geen projectie van schaarste/verlies is!?

De bron van al deze ideeën ligt niet in het lichaam, maar in de denkgeest die ze denkt en projecteert. En, zoals we al eerder hebben besproken, ideeën verlaten nooit hun bron; het lichaam kan dus nooit de oorzaak en het gevolg zijn, (WdI.5) ook al willen we dat wel geloven uit angst voor schaarste en verlies.
De oorzaak en het gevolg bevinden zich altijd in de denkgeest.

Ware Vergeving gaat dus over het vergeven van de gedachte, de gedachte van schaarste/verlies, en niet het vergeven van een “ik” die het maar niet lukt om voldoende geld bij elkaar te scharrelen, want dat is niet het probleem. Het probleem is de gedachte en het geloof in schaarste/verlies en niet zoals het zich heeft geprojecteerd in een bepaalde vorm als een persoon die aan schaarste/verlies lijdt.

Als de gedachte van schaarste/verlies vergeven wordt, wordt automatisch de projectie ook vergeven, want nogmaals ideeën verlaten niet hun bron.
De focus zal dan niet meer liggen op het opheffen van schaarste/verlies in de vorm, zoals het zich heeft geprojecteerd, maar op de gedachte die nu van schaarste/verlies verschuift naar Overvloed. Het idee van Overvloed.
De denkgeest die zich daarvan bewust wordt, doordat de onbewust gehouden gedachten van schaarste/verlies aan het licht gebracht zijn en vergeven, zal zich zijn ware aard: grenzeloze overvloed herinneren.
Verwacht ik echter dat ik dan ook in de vorm overvloed zal ervaren in de vorm van ineens heel veel geld krijgen, dan weet ik dat ik weer voor het ego idee van schaarste/verlies gekozen heb, want geen enkele vorm is onveranderlijk.
Een vergeven denkgeest echter heeft zich herinnerd Onveranderlijk te zijn en zal zich dat blijven herinneren hoe het script zich ook verder ontvouwd als vorm.

Niets werkelijks kan bedreigd worden.
Niets onwerkelijks bestaat.
(T.In.2:2-3)

Voor een vergeven denkgeest is geven en ontvangen hetzelfde, omdat hij geeft vanuit de overvloed van de onveranderlijke grenzeloze non-dualistische Geest.

 

Al lijkt een conflict met wie, wat, waar dan nog zo intens, vreselijk en onoverkomelijk, of zo klein dat het niet eens opvalt als zijnde een conflict, het is nooit de verschijning waarin het lijkt te verschijnen en ervaren wordt welke de oorzaak is. De oorzaak ligt altijd in de onbewust gehouden keuze voor de egodenkgeest die geprogrammeerd is om op elk moment binnen het geloof in ruimte en tijd voor afscheiding te kiezen en dit voortdurend elke seconde van de tijd projecteerd, zodat het lijkt alsof er zich een conflict buiten een ‘mij’ plaatsheeft en daardoor verbergt dat er alleen een keuze is gemaakt op denkgeest niveau. de keuze voor afscheiding.

Dat is de betekenis van “ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk” (les 5).

Als we dan geaccepteerd hebben dat een conflict zich enkel en alleen in de keuze voor egodenkgeest bevindt, om de reden dat er voor afscheiding wordt gekozen, kan ook gezien worden (dankzij de bereidheid dat te willen zien), dat het conflict wat zich schijnbaar vertoont buiten mij, slechts een projectie, een lichtbeeld is van de keuze voor het innerlijke conflict gemaakt in de denkgeest welke voor afscheiding (ego)  kiest en dat dus dan ook ervaart als afscheiding, gevoeld als een of ander groot of klein conflict.

De egodenkgeest is dus de keuze voor afscheiding. En afscheiding betekent dat er ergens van afgescheiden is, iets wat eerst heel was en nu kennelijk niet meer.
Heelheid, Eenheid, kan in werkelijkheid niet opgesplitst worden, want dan is het geen Eenheid meer. Dit kan alleen ogenschijnlijk gebeuren door te geloven dat het wel mogelijk is.
Het verschijnsel egodenkgeest is dus niets anders dan een geloof.
Dientengevolge is alles wat afkomstig is vanuit het egodenken, en dat is elke afgescheiden conflict gedachte, oftewel onze ervaring van een wereld, ook wel dualisme genoemd, ook een geloof.
Ik (het geloof een lichaam te zijn) kan ogenschijnlijk binnen het onveranderlijke Eén toch kiezen voor twee, afscheiding, dualisme en geloven dat dat waarheid is.
Maar aangezien waarheid, éénheid door wat het is nooit dualistisch kán zijn is alles wat ik ervaar als lichaam in een wereld niet waar. Het is slechts een fantasie, een droom een illusie, van dat het mogelijk is van één twee te maken.

Dus als ik een heftig conflict lijk te hebben met iets of iemand is dat een poging om van één twee te maken. En aangezien dat onmogelijk is, ook al wordt het conflict als zeer heftig en echt ervaren binnen de droom van afscheiding, het is en blijft onmogelijk, de werkelijke verbinding van éénheid blijft ongeschonden en onveranderlijk intact.

En dit hele mechanisme van afscheiding kan pas echt worden doorzien als het helemaal doorleeft wordt zoals het zich voordoet in wat mijn leven wordt genoemd en zich als bijvoorbeeld conflicten voordoet en tegelijkertijd vanuit dit “weten” oordeelloos wordt geobserveerd. Dat observeren gebeurt door de waarnemende/keuzemakende denkgeest, waar men gedurende het proces van ontwaken steeds meer verbinding mee gaat voelen.
En daardoor kan er vanuit die oordeelloze observatiepost opnieuw een keuze worden gemaakt, nu heel bewust.

Het is zeker niet de bedoeling om dat wat zich voordoet te ontlopen, omdat dit afscheidingsmechanisme alleen intellectueel begrepen wordt, want daardoor wordt de ervaring, welke het enige middel is waardoor echt geleerd kan worden, overgeslagen, wat niets anders is dan ook weer een truc van de keuze voor het egodenken.

Aangezien er alleen maar één is, dat alles omvat, dus ook het geloof in een egodenkgeest, kan een conflict, hoe schijnbaar heftig dan ook, nooit voor werkelijke afscheiding zorgen.
Dus ik kan een heftig conflict hebben met iemand, die ik misschien nooit meer wil zien, ondertussen blijft de werkelijke verbinding, die van de Geest volledig ongeschonden in tact.
Dat betekent ook dat het op ervaringsniveau niet echt uitmaakt of na vergeving het op ervaringsniveau weer helemaal koek en ei wordt in een conflict, want dat is nu eenmaal het egoscript, wat immers gemaakt is om voortdurend conflict (afscheiding) te generen. Binnen het egodenken zal dat nooit veranderen. Binnen dat niveau blijven conflicten bestaan, die op dat niveau ook wel schijnbaar opgelost kunnen worden, maar eigenlijk alleen het conflict een andere wending geven waardoor die als beter kan worden ervaren, maar altijd een compromis blijven en altijd in een andere vorm weer vroeg of laat oplaaien.

Er kan alleen maar ware genezing plaatsvinden op denkgeest niveau als de keuze wordt gemaakt voor ware vergeving. Vervolgens zal er op projectie niveau dat ervaren worden wat het meest liefdevol is, en dat kan werkelijk alles zijn. Het conflict kan op ervaringsniveau blijven bestaan of niet, maar het zal doordat ware vergeving heeft plaatsgevonden ánders ervaren worden op denkgeest niveau. Zodra ik mij op ervaringsniveau ga bemoeien met de door mij gewenste uitkomst dan maak ik gewoon weer de keuze voor egodenken, voor een ego oplossing, dus voor afscheiding.

Steeds weer terugkeren naar de bron, de denkgeest is daarom het belangrijkste, en de enige beslissing die gemaakt moet en kan worden, want alleen daar kan genezing van de denkgeest plaatsvinden, terwijl op projectieniveau de film, het script zich gewoon afspeelt en nu een symbolische betekenis en functie krijgt, een reminder om steeds maar weer terug te gaan naar de denkgeest, welke de bron is van alles wat ik denk en geloof te ervaren, de enige “plek” waar opnieuw gekozen kan worden, en de enige “plek” waar ware genezing kan plaatsvinden, via ware vergeving.

 

 

 

Ik heb er vast al eerder over geschreven herinner ik me vaag, maar ga het niet controleren, want ik wil even overdenken wat ik er nu over ervaar.
Ik heb het over het weer dieper begrijpen en doorvoelen van het: “Gelijk willen hebben of gelukkig zijn”.

In het algemeen beschouwd is de hele wereld zoals ik die ervaar inclusief mijn lichaams zelfje een uitdrukking (projectie) van gelijk willen hebben over dat de afscheiding van Eenheid, van Liefde, van God, of hoe je dat wat niet te vatten valt in woorden ook noemt, wel degelijk heeft plaatsgevonden en plaatsvindt, bij elke gedachte die vormgericht is.
Dat is precies het doel van deze wereld die niets anders is dan de projectie van gelijk willen hebben over wat onmogelijk is.
Onnodig te zeggen dat dat een hele stevige blokkade lijkt te zijn, welke lastig is om te onderkennen en te herkennen, daar ik diep daaronder probeer te verbergen dat ik onmogelijk gelijk kan hebben over dat afscheiding waar kan zijn. Van het in stand houden van deze (onderbewuste) blokkade hangt immers dat wat ik wil denken en geloven dat ik ben af. Als ik die blokkade onder ogen wil en durf te zien, betekend dat einde ‘ikje’ zoals ik dat wens te zien: een lichaam in een wereld. En wat als ik toelaat dat ik daar geen gelijk meer in heb, wat dan??!!

Theoretisch lijkt dit eenvoudig te doorzien en op te lossen, maar in de praktijk van het in stand houden van de in het onderbewuste verzegelde blokkade: “ik wil gelijk hebben in dat de afscheiding plaats heeft gevonden en nog steeds plaatsvindt, want dan pas wordt ik gelukkig”, is er grote weerstand en zal ik de tegen bewustwording strijdende egodenkgeest er alles aan doen deze blokkade onderbewust te houden en bij dreigend onraad, te ontkennen en te verdedigen met vuur en vlam. Vandaar dat gelijk willen hebben in enige vorm altijd gepaard gaat met heftige emoties en koppigheid. Onderbewust hangt immers mijn bestaan af van gelijk krijgen en hebben!

Eerst is het de denkgeest die eraan toe moet zijn dit onder ogen te willen gaan zien, niet het brein, maar de denkgeest dus. Het gaat niet om begrijpen, hoewel dat wel handig en behulpzaam kan zijn, maar over ervaren en voelen.
Vervolgens kan dan geprobeerd worden oordeelloos te kijken naar elke poging die elke gedachte in zich draagt om gelijk te krijgen.
Ogenschijnlijk wil ik de hele dag door gelijk krijgen over zaken, dingen, die zich afspelen binnen relaties met anderen, dingen en/of situaties. Dat moet eerst gespot worden, bijvoorbeeld ik zie dat ik gelijk wil hebben over iets wat ik beweer dat waar is of niet waar is. Ook over dat het wel of niet waar is dat ik overal gelijk over wil hebben, of niet 😉 Dit vraagt om eerlijk kijken, wat hetzelfde is als oordeelloos kijken. Kijken zonder iets te vinden over iets en zien dat als ik er toch iets over vind, dat het dan weer een gevalletje: “ik wil gelijk hebben” is, wat weer een uitnodiging is tot opnieuw “eerlijk” kijken enz. enz.
Vervolgens kan ik dan voelen of ik toch wel degelijk gelijk wil hebben of niet en er dus anders naar wil leren kijken. Als de denkgeest eraan toe is zal ik dat weten en voelen. Er tegen vechten en of forceren, is gewoon weer “gelijk willen hebben en krijgen”.

Ook daar is 100%  eerlijk kijken voor nodig, want ik kan wel zeggen dat ik geen gelijk meer hoef te hebben, omdat ik graag die methode wil volgen en ik het theoretisch helemaal snap maar voelt dat ook zo…?
In veel gevallen voelt het nog niet helemaal 100% dat ik het “geen gelijk willen hebben” kan loslaten en naar “het andere” durf te kijken.

En dat is niet erg, dat is het proces van stapje voor stapje terug herinneren in “Geluk”, “Liefde”, termen die verworden zijn tot zwakke aftreksels bedacht door de denkgeest die gekozen heeft voor “gelijk willen hebben” over deze termen, in zijn eigen onmogelijke gevangenis.

Wil ik nog steeds “gelijk hebben, liever dan gelukkig zijn”, (en dan heb ik het dus niet over gelijk hebben en gelukkig zijn in de vorm, die we de wereld noemen), neen zeg ik uit de grond van mijn hart, maar ik ben er nog niet, wat ik kom nog dagelijks pogingen tegen om gelijk te hebben en gelukkig te worden in enige vorm, maar de bereidheid is er en die zorgt ervoor dat ik stapje voor stapje steeds eerlijker durf en kan kijken naar mijn wens om nog steeds gelijk te willen hebben, maar nu met de bedoeling het om te laten keren middels ware vergeving, naar: Ja, het enige waar ik gelijk over wil en kan hebben is over GELIJK in de zin van Eén, Liefde, God.
Het proces verdiept zich nog meer en meer, steeds maar weer “verder”…

Alle twijfel gedachtes komen van die waarnemende denkgeest ‘plek’ waar de keuze is gemaakt voor afgescheiden (ego) denken, maar is tegelijkertijd de ‘plek’ die de mogelijkheid in zich draagt ánders te kiezen. En dan heb ik het niet over de keuze links of rechts te gaan, dit/dat/iets wel of niet te doen in welke vorm dan ook, maar over de keuze voor afscheiding (ego) te kiezen of voor het pad in te gaan wat leidt naar terug herinneren in Waarheid, Eenheid, Liefde, God.
Dat kan, als ik daarvoor kies, de nieuwe functie worden van alle vormen van angst, zoals twijfelen, minderwaardigheid, overmoed enz. enz.  een eindeloze lijst.

Als ik ergens over twijfel, schijnbaar over iets in de vorm; zal ik wel of niet dit of dat doen, gepaard gaande met gevoelens van zorg, schuld, angst enz, dan zeg ik sowieso ‘ik weet het niet’, en neem de gedachte + projecties terug, vergeef deze (ik weet immers in middels dat wat er lijkt te gebeuren in de vorm een projectie is vanuit de keuze voor angst, dus een waanbeeld) en kies nu, deze keer bewust voor ‘Heilige Geest’, het symbool voor dat gedeelte van de denkgeest, dat niet standaard vlucht in de vorm, zoals de keuze voor het egodenken doet, maar de projectie her-gebruikt, niet door deze te veranderen, maar te zien voor wat het is en als poort gebruikt terug te herinneren in Waarheid, Eenheid, Liefde, God.
Dat is de betekenis van ‘ik hoef niets te doen’, ik hoef niet de vorm te veranderen in een ‘betere’ aangenamere versie, ik hoef alleen mijn denken erover te laten veranderen, door al mijn waanideeën te vergeven. De ‘film’ die ik mijn leven noem, draait gewoon door, maar krijgt nu een totaal andere functie.
En vergeet niet dat het nooit het lichaam is dat kiest, maar altijd de bron van alle denken, de denkgeest (mind). Het lichaam is altijd een projectie van de denkgeest, niets meer en niets minder.

 

Wat zie ik als ik in een spiegel kijk?
Wat kan ik eigenlijk anders zien/waarnemen dan mijn eigen gedachten!
En wie/wat kan het anders zijn dan een waarnemer die tot deze conclusie komt.
En wat kan deze waarnemer anders zijn dan ook een gedachte die een gedachte denkt en waarneemt.
Daaruit volgt dat het nooit een lichaam kan zijn dat kijkt in een spiegel door de ogen van een lichaam. Dat wat gezien/waargenomen wordt is een gedachte, gedacht door de denkgeest.

Wat metafysische onderbouwing kan de logica hiervan onderstrepen voor zover dat mogelijk is via woorden.
Er is in werkelijkheid alleen Geest, onveranderlijke Geest, één Geest. Dit wordt gedacht en in een geprojecteerde vorm als dat wat we ‘schrijven’ noemen op dit moment opgeschreven, door zich hiervan bewust wordende ‘denkgeest’.
Er ‘bestaat’ alleen gedachte, elke projectie is een gedachte en blijft dat ook, gedachten kunnen nooit hun bron, de denkgeest, verlaten.

Dat wat ik in een spiegel zie is niet een lichaam met bepaalde kenmerken, maar een geprojecteerde gedachte, een gedachte over hoe de denkgeest over zichzelf denkt.
Dus zeker niet een lichaam dat een lichaam ziet door de ogen van dat lichaam.
Als er nooit een lichaam is dat wordt gezien door de ogen van een lichaam kunnen er ook geen zogenaamde ‘andere’ lichamen zijn die kijken door de ogen van een lichaam.
Dat betekent dat als ik andere lichamen denk te zien/waarneem ik (denkgeest) ook eigenlijk alleen mijn gedachten zie/waarneem, gespiegeld zie.
Wat ik ook denk te zien met de ogen van het lichaam, het zijn altijd de reflecties van mijn gedachten als denkgeest, omdat er alleen Geest is.

Hierop is de leergang van ECIW gebaseerd; het terug leren herinneren dat er niet een lichaam is dat denkt en doet, maar alleen denkgeest. Dat we alleen denken als denkgeest niet als lichaam. We zijn denkende denkgeest, die altijd alleen maar zijn eigen gedachten kan waarnemen, via de spiegels welke de projecties zijn van de denkgeest.

Dit alleen theoretisch begrijpen is een bijna noodzakelijkheid, in ieder geval heel behulpzaam, maar niet genoeg. Dit echt als waar aannemen en weten, of beter herinneren, want er is alleen een vergeten wat voor het herinneren ligt, kan niet anders geschieden dan via dezelfde weg waarop het ‘vergeten’ heeft plaatsgevonden, maar nu omgekeerd door het ‘vergeten’ weer te ‘herinneren’ door middel van Ware Vergeving van elke gedachte welke het herinneren blokkeert.

De dagelijkse oefeningen van het Werkboek zijn oefeningen in het weer willen en bereid zijn dit te herinneren. Vooral de eerste 50 Werkboek lessen gaan hierover.

Dat wat ik in de spiegel zie is altijd een gedachte over mijzelf als denkgeest, ook al lijkt het een gedachte te zijn over mij als lichaam. Dat is niet zo, en is alleen een afleiding van het feit dat er alleen Geest kan zijn. Het bewust worden hiervan projecteert zich binnen dit veld van ‘vergeten’ (dat wat we de wereld noemen) als denkgeest die eraan toe is zich dit weer te herinneren. Het is een hulpmiddel, niet meer en niet minder, want als de herinnering voltooit is, is er alleen Geest…

%d bloggers liken dit: