archiveren

Tagarchief: probleem

Alleen de keuze van de waarnemende/keuzemakende denkgeest is nodig en mogelijk, de keuze voor afscheiding (egodenkgeest) of voor terug herinneren in Eenheid (HG/J denkgeest), waar nooit uit is weggegaan.
Deze keuze is niet een soort duiveluitdrijving waarbij het kwade verslagen en vernietigd dient te worden en Waarheid, God, Eenheid overwint. Dat zou een 100% gewoon weer de keuze voor ego zijn, want daarbij wordt immers “het kwaad” als werkelijk bestaand gezien, wat vervolgens bestreden en vernietigd moet worden.
Het is als de eenvoudige keuze je slaapdroom als echt gebeurt te zien of als slechts een droom die echt leek, maar het niet is.
De slaapdroom kan daarom als symbool worden gezien van dat alles een droom is, welke er lijkt te zijn doordat erin wordt geloofd. Een ander bestaansgrond dan het geloof erin heeft het niet.
Als dit gegeven wordt geaccepteerd dient de droom, net zoals de slaapdroom, alleen nog als symbool voor wat de wereld, mijn leven NIET is en om eruit te ontwaken, door dat wat niet waar kan zijn te vergeven.
Het enige probleem, wat niet eens een probleem is, omdat het een onmogelijk slechts verzonnen probleem is, is de wens om afgescheiden te willen zijn en blijven van wat met opzet vergeten moet worden.

Kijk maar eens goed naar elke gedachte en ontdek dan dat eigenlijk elke gedachte symbool staat voor de wil tot afscheiding: ik, jij, wij, zij, het, daar, hier, morgen, gisteren, vandaag, seconde, minuten uren, dagen, weken, maanden, jaren, gebeurtenissen, en zo maar door, een eindeloze lijst met losse elementen die schijnbaar buiten mij plaatsvinden in lichamen en dingen die schijnbaar los van elkaar plaats lijken te vinden.

Daar gaan de eerste lessen van het werkboek ook over. Leren zien dat alles als los en gescheiden van elkaar gezien wordt en daarom niets (kunnen) betekenen. De symbolen van de wil tot afgescheiden willen zijn is in alles, echt alles terug te herkennen.
Dit willen leren waarnemen zijn de eerste stappen tot het onvermijdelijke terug herinneren in de natuurlijke staat van Eenheid.
Onvermijdelijk, omdat het slechts dromen van afscheiding zijn en dus niet werkelijk gebeurt, net als de slaapdroom, die daar symbool voor staat.

Dit kan in eerste instantie een enorme opluchting geven, precies zo als het wakker worden uit een nachtmerrie, wetende dat het niet echt gebeurt is.
Daarna begint de lange weg van afkicken van de egodromen, welke altijd ook onvermijdelijk als heftig en zwaar wordt ervaren. Niet omdat dat moet, maar omdat de keuze voor het ego zo’n gewoonte is geworden en zo lang voor waar is aangezien. Het is daarom een stap voor stap proces van terug herinneren, waarbij het droommateriaal nu als vergevingsmateriaal en kans wordt her-gebruikt.

“Freud’s mistake was in thinking the problem was ‘what’ a person dissociates – that there is something rotten there that must be looked at. He failed to recognize that there is nothing rotten. In contrast to Freud, Jesus says, to repeat this central point, that the problem is not ‘what’ we dissociate but ‘that’ we dissociate. In other words, it does not matter what we split off and what we do not want to look at. The problem is simply that we are splitting off, that we are actively choosing to separate. This is where the guilt is, because it is reminiscent, as is everything in the world, of the original splitting off from our Source. Similarly, defenses are not the problem; it is the idea that we think we need defenses that is the problem. It makes no sense, after all, to defend against a problem that is not there.”
Ending Our Escape From Love – Kenneth Wapnick, Page 47.

“Freud maakte de vergissing om te denken dat het probleem datgene was wat iemand dissocieert – dat er een rotte plek is waarnaar gekeken moet worden. Hij zag niet in dat er geen rotte plek is. Om dit centrale punt nog eens te herhalen, Jezus zegt in tegenstelling tot Freud dat het probleem niet is wat we dissociëren maar dat we dissociëren. Met andere woorden, het maakt niet uit wat we afgesplitst hebben en waar we niet naar willen kijken. Het probleem is eenvoudig dat we afsplitsen, dat we er daadwerkelijke voor kiezen om afgescheiden te zijn. Daar ligt de schuld, omdat dit, evenals alles in de wereld, ons herinnert aan de oorspronkelijke afsplitsing van onze Bron. Zo zijn verdedigingen evenmin het probleem; het probleem is de overtuiging dat we denken verdedigingen nodig te hebben. Het heeft per slot van rekening geen zin om je te verdedigen tegen een probleem dat niet bestaat.”
Je vlucht voor liefde loslaten – Kenneth Wapnick, pagina 43.

Image may contain: 1 person, sitting, ocean and text

De grote en enige juiste vraag is, wil ik echt ontwaken uit de droom en terug herinneren in Waarheid?
Het enige echt eerlijke antwoord dat eerst gegeven zou moeten worden is “nee!”, want het feit dat ik geloof in een “hier” te zijn als een “ik+ lichaam” betekent dat ik niet wil ontwaken uit de droom.
Wil ik dit niet eerst onder ogen zien, dan kan het wel lijken alsof ik m’n best aan het doen ben uit de droom te ontwaken, maar eigenlijk ben ik dan alleen maar m’n best aan het doen in de droom te blijven steken.
En wat is het meest slimme idee om “veilig” in de droom te blijven (geloven): doen alsof ik uit de droom wil ontwaken.
Op deze manier blijft er heel slim een “ik” die zogenaamd wil ontwaken uit de droom, zich daarmee juist vaster verankerend in de droom, want er is namelijk geen “ik” die moet of kan ontwaken uit de droom. Dus zolang er een “ik” lijkt te zijn die wil ontwaken uit de droom, bevestig ik mijn wil om een “ik” te blijven en bescherm ik mijzelf tegen ontwaken uit de droom.
De “ik” en het daarbij behorende lichaam en het geloof erin, blokkeert het zicht op de bron waar dit “idee”, van een “ik+lichaam” vandaan komt, namelijk uit een gedachte, gedacht door de denkgeest die gelooft afgescheiden te kunnen zijn van de ene geest. En daar zo sterk in gelooft dat het nu “waarheid”, de enige waarheid lijkt te zijn.

Echter als dit zichzelf verblindende denksysteem stap voor stap onvermijdelijk in het bewuste bewustzijn komt en het eerlijk zonder oordeel onder ogen wordt gezien, dan pas kan de eerste vraag echt gemeend worden beantwoord met een “ja, dat wil ik” en kan het terug herinneren in Waarheid echt beginnen.

En dit kan niet worden “gedaan”, of geforceerd door de “ik+lichaam”.
Die “ik” identificatie is precies de reden waarom het zo lang lijkt te duren en waarom we ons afvragen waarom duurt het zolang, wanneer gebeurt het nou eens, ik ben al 30 jaar bezig te vergeven en er gebeurt niets. Dat komt omdat het tijd nodig heeft om als het ware af te kicken van de verslaving aan de gedachte en het geloof een “ik+ lichaam” te zijn. En die verslaving kan alleen maar stap voor stap afgebouwd worden. En zelfs al gaat het stap voor stap zal het nog bij tijd en wijle als cold turkey ervaren worden. Werkelijk alles wat wij als “ik+lichaam” als normaal ervaren zoals het belangrijkste wat we als normaal zien; ademhalen, is een verdediging tegen Waarheid, tegen Eenheid.
Beweren dat ik dan moet stoppen met ademhalen, gaat echter ook niet werken, omdat er dan eerst het geloof is dat we moeten ademen om te kunnen leven. Stoppen met iets houdt in dat er eerst iets is waarmee gestopt kan worden, namelijk een “ik+lichaam”.
Het enige waarmee gestopt kan worden, stap voor stap, middels Ware Vergeving, is ophouden met geloven een “ik+lichaam” te zijn en erkennen dat er alleen een gedachte is, gedacht door de denkgeest die wil geloven in afscheiding. Meer (maar ook niet minder) is er aan de hand.

Ware Vergeving biedt een uitweg, omdat het dat vergeeft wat nooit gebeurt is.
En het heet vergeving, omdat we eerst onder ogen moeten willen zien wat we allemaal denken/doen om maar niet uit de droom te ontwaken. En dat is letterlijk elke gedachte+projectie van zonde, schuld en angst die we hebben tijdens dat wat we ons leven noemen.
Dus bij alles wat ik denk en geloof te beleven op een dag zou ik me moeten afvragen helpt dat wat ik nu doe, wat ik denk, wat ik voel, geloof en ervaar en zeg op mijn pad naar het ontwaken uit de droom, of houdt het dat juist tegen.
De op zich simpele constatering of iets waar of onwaar is (onveranderlijk of veranderlijk) helpt daarbij.
En wat ook helpt is de aanvaarding van de gedachte dat er maar één probleem is, het geloof in afscheiding, en dus ook maar één oplossing het terugtrekken van het geloof in afscheiding.

De wereld op zich is niet het probleem, niet de projecties vormen een probleem, enkel en alleen het geloof erin maakt het onmogelijke ogenschijnlijk ‘waar’.
En zolang we geloven dat we lichamen zijn te midden van andere vormen is het onmogelijk te zien, laat staan te accepteren dat alles wat we zien enkel en alleen gebaseerd is op ons geloof erin. Een geloof afkomstig van de denkgeest (mind) die wil vergeten dat deze denkgeest is, door zich een wereld te projecteren en daar vervolgens in te geloven.

Projecties (de wereld die wij zien en ervaren) zijn uitbreidingen van de keuze van de waarnemende/keuzemakende denkgeest voor egodenkgeest, van zonde, schuld en angst, die als enig aan het oog ontrokken, verborgen doel heeft zonde, schuld en angst, te vermeerderen, door de focus te leggen op de uiterlijke vorm van de projectie, en daardoor de gedachte erachter, de gedachte van zonde, schuld en angst, die geprojecteerd wordt, te verbergen.

Projectie maakt waarneming, en wat wij denken waar te nemen zijn de uiterlijke vormen van de projectie, die de uitbeelding zijn van zonde, schuld en angst, maar tegelijkertijd ‘vergeten’ zijn dat dat zo is. Dus zien we alleen nog de waarneming en zijn totaal vergeten waar die waarneming vandaan komt. Een vergeten dat juist tot doel heeft het vergetene te vergeten. De waarneming is nu schijnbaar losgekoppeld van zijn bron, de denkgeest die ‘wil’ vergeten wat zijn bron is.

De enige manier om de waarneming weer terug te koppelen aan zijn bron de projecterende denkgeest, is door terug te keren naar de waarnemende/keuzemakende denkgeest en te erkennen dat we denkgeest zijn en niet onze waarnemingen/projecties.

Tegelijkertijd kunnen al onze projecties, nu niet meer gezien als los van de denkgeest, maar als uiterlijke bewijzen van de verbinding met de denkgeest, waarbij benadrukt moet worden dat denkgeest niet hetzelfde is als het brein, dienen als reminder om terug te keren naar de bron, de waarnemende/keuzemakende denkgeest positie, zodat er opnieuw gekozen kan worden.

Bijvoorbeeld, stel ik maak me zorgen over iets buiten mij, wat dus geprojecteerde zonde, schuld en angst moet zijn, want er is niets buiten mij, en er is ook geen lichaam ‘mij’ dat zich zorgen maakt, want er is alleen denkgeest. Denkgeest die de zonde, schuld en angst die zich in de egodenkgeest kant van de denkgeest bevindt probeert kwijt te raken door te projecteren, zodat de focus nu op een probleem buiten mij lijkt te liggen en de bron, de projecterende denkgeest geheel uit ‘beeld’ is verdwenen (vergeten).

Er lijkt nu een probleem buiten mij als lichaam te bestaan. Ik een lichaam dat een probleem heeft met een ander lichaam, ding of situatie.
Dit probleem (eigenlijk dus een projectie vanuit zonde, schuld en angst, maar dat mag niet herinnerd worden) breid zich verder uit, schijnbaar in de vorm. Ik zie bijvoorbeeld iets op tv, of lees iets, waardoor het probleem dat ik denk te hebben in enige vorm, wordt bevestigd en ik de schuld, boosheid, verdriet, zelfmedelijden, machteloosheid voel toenemen die ik snel weer op iets anders buiten mij projecteer, omdat ik (nu onbewust, ‘vergeten’) die vreselijke gevoelens kwijt wil raken en zo snel mogelijk buiten mij wil plaatsen, zodat ik ervan af ben. Dit kan zich laten zien, als een milde irritatie over iets wat als niets met de situatie te maken lijkt te hebben. Bijvoorbeeld ik erger me ineens aan rommel, die een ander heeft gemaakt, of een geluid wat ineens irriteert, of ik krijg ineens een enorme woede uitbarsting schijnbaar van wegen iets wat ik net op tv heb gezien, of omdat er iets in het verkeer gebeurt wat mij razend maakt, of die rot hond of kat luistert alweer niet, of omdat de natuur naar de klote wordt geholpen, of dat al het geld alleen maar naar de rijken gaat, of omdat Nederland vol is en iedereen die hier niet hoort moet oprotten, enz. enz. enz. voorbeelden in overvloed, kwestie van eerlijk kijken naar je eigen projecterende gedachten.
Ze hebben één ding gemeen en zijn daarom hetzelfde, ook al lijkt de vorm waarin ze zich lijken voor te doen te verschillen, het zijn allemaal projecties, een uiterlijke vorm, van een innerlijke toestand. En die innerlijke toestand is de keuze voor zonde, schuld en angst. Elke projectie is terug te voeren tot die keuze.

Als ik (denkgeest) dit doorzie kan ik constateren dat ik helemaal niet onvrede voel om de reden die ik denk (les 5). Ik ben helemaal niet in onvrede, van wegen iets of iemand buiten mij.
De hele wereld, alles wat ik lijk te beleven in ‘mijn’ wereld is niets anders dan één grote geprojecteerde vluchtpoging gebaseerd op zonde, schuld en angst.
En dat geld voor alles, er kan niet iets zijn wat zich toch echt buiten mij afspeelt, waar ik toch echt niets aan kan doen en ik toch echt het slachtoffer van ben en waarvan de schuldigen zich buiten mij bevinden.
Er is werkelijk een wereld, of er is geen wereld. Een beetje wel wereld en een beetje geen wereld bestaat niet. Net zoals een beetje zwanger niet bestaat.

Het wordt makkelijker als ik, de denkgeest, een duidelijke keuze maak.
Als ik kies voor: jazeker er is een wereld en ik ben wel degelijk een lichaam met een brein dat denkt en er gebeurt van alles buiten mij en ik ben hier om de wereld te verbeteren en ik ben daar gelukkig mee, dan is dat prima. Wees dan gelukkig afgewisseld met ongelukkig, zoals dat werkt in een dualistische wereld, en doe wat je denkt te moeten doen, zand erover, niet meer over nadenken.

Als ik kies voor ‘er is geen wereld’ alles wat ik zie en ervaar is een projectie vanuit zonde, schuld en angst en dus ben ik nooit in onvrede om de reden die ik denk, dan zal ik alles wat ik ervaar in twijfel gaan trekken en moeten bevragen.
Mijn keuze voor ‘er is geen wereld, mijn enige bron is de denkgeest’, wordt dan mijn anker en uitgangspunt. En al mijn ervaringen worden dan herinneringen aan de enige vraag die dan gesteld kan worden door mij als waarnemende denkgeest; is dit waar of niet waar. In de zin van is dit wat ik nu ervaar een uitbeelding van mijn onveranderlijke ZIJN, of is dit wat ik ervaar een uiterlijke uitdrukking van mijn wil me juist af te willen scheiden van wat ik BEN?

Bij de keuze voor ‘er is wel een wereld, en ik ben een lichaam’ zal de wereld van de vormen: lichamen, dingen en situaties, het anker lijken te zijn, terwijl ondertussen de verborgen, geheime, en vergeten keuze voor de egodenkgeest het anker is en waarvan uit wordt gedacht en gehandeld. Maar dat zal diep weg gestopt en ‘vergeten’ blijven in het onderbewuste, en zal ik mijzelf nooit de vraag kunnen stellen is dit WAAR of onwaar, want wat ik met de ogen van het lichaam wens te zien zal dan altijd voor mij de waarheid zijn.

Het is echter wel zo, dat als ik eenmaal een vlaag van herinnering aan een Onveranderlijke Werkelijkheid heb gehad, een diep Inzicht in wat ik werkelijk Ben, ik nooit meer helemaal zal kunnen geloven dat wat mijn ogen zien de waarheid is en wat ik niet kan zien met mijn ogen, of niet kan begrijpen met mijn brein, of niet wetenschappelijk bewezen kan worden niet bestaat.
Het heeft mij zeker geholpen toch op enig moment de keuze te maken, omdat dat de richting aangaf en geeft waar ik werkelijk naar verlang en dat is terug herinneren in Waarheid.
Laat ik de keuze in het midden en wil ik eigenlijk beide, zowel ‘er is wel een wereld en ik ben een lichaam’ als ‘er is geen wereld en ik ben denkgeest’ dan zal geen enkel ‘pad’ mij werkelijk naar Huis kunnen leiden, omdat deze keuze voor beiden een dualistische keuze is en dus wel van de keuze voor de egodenkgeest kant van de denkgeest moet komen. Die maar één doel heeft: in de afscheiding blijven en dat kan alleen door de wereld tot werkelijkheid te maken, ook al overgiet ik dat met een spiritueel sausje.

Daarom is het ook zo belangrijk dat als ik werkelijk voor het ‘doen’ van ECIW kies ik de metafysica die ECIW onderwijst altijd duidelijk op de achtergrond moet hebben. Deze vertegenwoordigt immers de keuze voor ‘Er is geen wereld’:

‘Er is geen wereld! Dit is de kerngedachte die de cursus probeert te onderwijzen. Niet ieder is bereid dit te aanvaarden en ieder moet zo ver gaan als hij zich kan laten leiden langs de weg die hem naar de waarheid voert. Hij zal terugkeren en weer verder gaan, of misschien een tijdje ervoor terugwijken en terugkeren eens weer’ (WdI.132.6:2-5).

De hele wereld is gebaseerd op angst, als verdediging tegen de Liefde van God.
De wereld is een uiterlijke verbeelding van een innerlijke conditie.
En die innerlijke conditie is angst.
Wat ik bijvoorbeeld in die hele zwartepieten discussie mis, is die ene oorzaak en dat is angst.
Als kind zijnde is het enige wat ik me herinner van zwarte Piet en Sinterklaas angst, alleen maar angst. Ego angst die ook wel als een soort opwinding wordt ervaren, het adrenaline shotje van de angst.
En wat ik nu zie gebeuren in deze hele discussie is het angstig vastklampen en vasthouden aan die angst, bij alle betrokken partijen. Precies wat de ego functie is van alle rituelen, tradities, geloven, religies enz., het vasthouden aan angst, zonde en schuld als verdediging tegen de Liefde van God, terwijl het juist lijkt dat het dat wil bevorderen. We krijgen in dit geval immers geschenken van die goed heilig man en zijn onvermijdelijke dualistische donkere schaduw kant.
Is dat niet heel duidelijk de verbeelding van het ego, de dualiteit, licht en donker, zwart en wit, de regels van ego liefde volgend; geven en nemen.
We kopen onze angst af voor straf met het geven en nemen van geschenken in de hoop er liefde voor terug te krijgen.
Het enige wat angst in stand houdt is ons geloof erin, meer niet, dus ja het is ons (het ego) er erg aan gelegen het ‘geloof’ in Sinterklaas en zwarte Piet in stand te houden, dus moet het geloof in Sinterklaas en zwarte Piet van jongs af aan worden aangeleerd. Angst moet worden aangeleerd, want angst is niet onze ware aard, dus moet deze worden aangeleerd, dat is de ego kant functie van dit soort verhalen en sprookjes die we in alle culturen over de hele wereld tegenkomen in talloze rituelen en tradities. Zo leren we angst aan en bezweren we ze tegelijkertijd.
Kortom deze hele discussie is gewoon weer zoals alle discussies in deze wereld, een maladaptieve oplossing voor een niet bestaand probleem, met als enig doel het verbergen van de oorzaak en het in stand houden van deze oorzaak en dat is angst (+zonde en schuld).
Aangezien dat zo is, moet er dus ook een andere manier zijn en kan dit hele opgezette ego plan dit verzonnen angst verhaal ook als vergevingsmateriaal en kans gezien worden.
Niet door er op ego vorm niveau eindeloos over te discussiëren en te bekvechten, wat tot niets leidt, althans niet tot een echte oplossing, maar door het te laten her-gebruiken en te vergeven wat niet waar kán zijn, zodat dat wat Waar is vanzelf zal overblijven.
En dan zullen we misschien deze uiterlijke verbeelding van de innerlijke conditie angst, ánders gaan zien en ervaren.

%d bloggers liken dit: