archiveren

Tagarchief: principes

Een aanhaling die ik graag even wil delen is een stukje tekst uit “De 50 wonderprincipes van Een cursus in wonderen“, van Kenneth Wapnick, uit principe 24.
Hier wordt het misverstand uiteengezet over wat onder “de gelukkige droom” wordt verstaan.

De gelukkige droom is een staat van volledige bewustwording van de denkgeest (dus niet van het brein/lichaam) welke weet dat het droomt, en weet dat de wereld en het lichaam dat er lijkt te zijn, alleen een projectie is vanuit het geloof in zonde, schuld en angst, dat is “ware waarneming”.
De gelukkige droom is NIET een betere gelukkige versie van een wereld die nog steeds als waar wordt gezien, want dat is nog steeds “onware waarneming”.
Het draait enkel en alleen om het wel of niet meer aanwezig zijn van schuld in de denkgeest. Dus niet om de afwezigheid van schuld in de wereld of in mij als lichaam, maar om de afwezigheid van schuld in de denkgeest (mind).
En dat maakt een “wereld” van verschil.

Dat wat “wij” met opzet willen vergeten, kan dan ook niet door  de “ons” die wij denken en geloven te zijn; lichamen in een wereld, worden bereikt, door iets te “doen” aan de illusie die we juist hebben opgezet om dat wat Waar is te verbergen.
Elke vorm van fiksen in de wereld die als verdediging is opgezet tegen wat Waar is, is juist het verstevigen van de afscheiding van wat Waar is, en verankert de denkgeest juist steviger in onwaarheid.

“Omdat het in deze principes niet aan de orde komt, wil ik hierbij
opmerken dat het ontwaken uit de droom niet het doel is van Een
cursus in wonderen. Het doel is de nachtmerrie te veranderen in een
gelukkige droom. In de gelukkige droom leven we nog steeds in
deze illusoire wereld, de wereld van afzonderlijke lichamen, maar
zonder dat we er nog langer enige schuld op projecteren. Het is leven
in deze wereld met wat “ware waarneming” wordt genoemd. Wat
de Cursus “de werkelijke wereld” noemt, is een wereld volkomen
zonder zonde in onze denkgeest. Dat is het doel van de Cursus. Hij
zegt dat God Zelf de laatste stap zet, en dat is wat ons uiteindelijk
volledig uit de droom doet ontwaken ( T11.VIII.15:5). Maar waar Een
cursus in wonderen zich op richt, is ons te helpen in deze wereld te
leven, die een wereld van het lichaam is, maar zonder de projecties
van schuld.”
(Principe 24)

En aangezien een wereld, welke een projectie is van de (ego) denkgeest vanuit het geloof in zonde, schuld en angst, na volledige vergeving de (illusoire droom) functie van het geloof in zonde, schuld en angst niet meer nodig heeft, zal deze verdwijnen, omdat het er nooit geweest is, zonder een spoor van angst. Dat wordt er met de laatste stap die God Zelf zet bedoelt.
Deze laatste stap en het hoe en waarom ervan kan door ons in de hoedanigheid van waar we denken en geloven te zijn als lichaam in een wereld niet echt begrepen of overzien worden.
Het blijft een abstract iets. Vandaar dat ECIW ons ontmoet daar waar we denken en geloven te zijn en ons in een voor ons begrijpelijke “taal”, stap voor stap terug leidt, door elke stap die eerst diende om afgescheiden te raken van God, Liefde, Eénheid, dmv ware vergeving om te draaien en zo het tapijt van ruimte en tijd terug te rollen tot het uiteindelijk oplost in dat wat IS en buiten ons beperkte droom begrip valt.

Het feit dat dit angst oproept, angst voor het onbekende, (en dat doet het als we eerlijk durven te kijken, dus ook gedachten als “nee hoor ik ben niet bang voor God”) bewijst dat we in onze huidige staat van afgescheidenheid, geen idee hebben, laat staan een overzicht hebben over waar Waar, of God of Liefde over gaat. Tegelijkertijd geeft het ook de kans deze weerstand tegen God, Liefde, Eénheid (want dat is het) onder ogen te leren zien en als vergevingskans en materiaal te gaan leren zien.
De gelukkige droom is de staat van de denkgeest die elke gedachte als vergevingsmateriaal en kans ziet en meteen zonder aarzeling (ver)geeft aan HG/J en weet dat het daarmee helpt de hele ene denkgeest tenslotte te bevrijden uit de waan van het afgescheiden ego denken.

Wat is vrijheid van meningsuiting eigenlijk?
En is dat niet hetzelfde als vrijheid tot belediging?
Interessante vragen waar ik graag even naar wil kijken.

Als ik vanuit mijn waarnemende denkgeest positie hiernaar kijk, dan zie ik dat vanuit de egokant van de denkgeest de uitgangspositie is: lichamen, personen die verschillend denken er verschillende principes, geloofsovertuigingen, conditioneringen erop na houden, kortom ik zie verschillen.
Verschillen die alleen gezien kunnen worden als er is gekozen voor projectie vanuit het serieus nemen van het idee dat afscheiding mogelijk en wenselijk is.
Ondanks het feit dat er alleen Eenheid bestaat, de Eenheid die Geest is, is er dan toch de wil afgescheiden te willen zijn. ECIW noemt dit ‘een nietig dwaas idee’.
En dit kan alleen als de Eenheid en de onveranderlijke aard van Geest ‘vergeten’ wordt achter een muur van projecties en de projecties nu als enig zichtbaar bewijs worden gezien van wat nu ‘waar’ lijkt en er miljarden afzonderlijk denkende en opererende fragmenten lijken te zijn. Dit wordt gezekerd en veilig gesteld door het ‘geloof’ erin. Dit is wat de wil tot afscheiden, de egodenkgeest wil zien en dus denkt te zien.

Vanuit egodenkgeest gezien is vrijheid van meningsuiting enkel en alleen een prachtige manier om de afscheiding ‘waar’ te maken. Er lijkt nu immers een apart lichaam te bestaan dat los staat van andere lichamen en die aparte lichamen hebben aparte gedachtes, die voortkomen uit opvoeding, plaats van geboorte, geslacht, leeftijd, conditioneringen, psychische gesteldheid, godsdienst enz. En dit hele licht ontvlambare mengseltje heeft zich genesteld in de afzonderlijke hersenen van al die afzonderlijke lichamen en dit alles wordt nu gezien en geloofd als zijnde ‘waar’.

Echter de natuurlijk drang naar eenheid is niet verdwenen, zelfs niet uit de egodenkgeest (waarvan er ook maar één is immers ook al is het doel van de egodenkgeest dit te vergeten en te ontkennen), ze is alleen in de vergetelheid geraakt. En deze natuurlijke drang naar eenheid uit zich dus ook onvermijdelijk in de wereld van afscheiding, maar dan in vermomming. Het vermomt zich bijvoorbeeld, als het naarstig zoeken naar partners in de strijd (speciale relaties noemt ECIW dat).
Men klontert samen in groepjes van gelijkgestemden, in een nu onbewuste poging om aan die onbewuste natuurlijke drang tot eenheid gehoor te geven en zo een einde te maken aan het pijnlijke gevoel wat juist komt door de poging gehoor te willen geven aan de onnatuurlijke drang tot afscheiding. Vandaar weer die uitspraak in ECIW ‘ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk’ (les 5).

Het samen klonteren lijkt enige verlichting van de pijn en het lijden te geven, het voelt goed om met gelijkgestemden te zijn, veilig, hekje eromheen, vlaggetje erop, klaar, dit zijn ‘WIJ’. Maar zodra een groepje gelijkgestemden een ander groepje gelijkgestemden, die over iets anders gelijkgestemd zijn dan het eerste groepje gelijkgestemden tegenkomt, slaat de angst, de pijn, de haat, de woede weer toe. En de pijn en het lijden, de angst, de haat wordt dan geprojecteerd op dat andere groepje gelijkgestemden, want de nog steeds onbewuste boodschap van de egodenkgeest blijft: afscheiding in stand houden kost wat kost.

Deze ontmoeting van verschillende groepjes van het binnen de groepjes zelf gelijkgestemdheid kan zich ook wat schijnbaar mooier voordoen, bijvoorbeeld als de eis voor ‘vrijheid van meningsuiting’.
Het ene groepje tolereert het andere groepje, respecteert het, begrijpt het; ‘natuurlijk’, zeggen de lichamen en de samengeklonterde groepjes dan: ‘natuurlijk ben jij anders, je komt uit een ander land, bent anders opgevoed, hebt een andere denkwijze, een andere religie, andere huidskleur, ander uiterlijk, tuurlijk en weet je ‘dat mag’. Iedereen mag zijn wie hij/zij is. We zijn allemaal verschillend en dat is best leuk en gezellig…’
Dat zeggen de lichamen en de groepjes dan, maar met de onbewuste geprojecteerde (egodenkgeest nog steeds) boodschap, ‘allemaal leuk en aardig en je mag er zijn, maar we zijn wel degelijk verschillend, we tolereren dat, maar de grens ligt bij; jij mag mij niet jouw ideeën, gebruiken, opvattingen, geloofsovertuigingen opdringen, wij eisen hier vrijheid van meningsuiting en jij past je maar aan. En dat zeggen beide afgescheiden groepen, waarbij de een aan het moorden slaat en de andere aan het protesteren. En waarbij over het hoofd wordt gezien dat beide groepen hetzelfde zeggen en het slechts uitingen zijn van de beide zijden van de ene egodenkgeest.
Uitingen van angst, maar eigenlijk een roep om liefde, gezocht waar het niet te vinden is; ‘Een roepende in de woestijn’.
We zijn daar volkomen blind voor geworden, omdat het naar het onbewuste verdrongen is, dat het over elkaars grenzen gaan en elkaars gedachten proberen op te dringen eigenlijk een omgekeerde uiting is van de onbewuste natuurlijk drang van de denkgeest naar Eenheid, naar Liefde.

Deze natuurlijke drang is nu echter totaal vervormd en totaal omgekeerd, door het verschijnsel projectie, zodat het juist het tegenovergestelde lijkt te zeggen. En dat geldt dus voor beide kanten zowel voor de grensoverschijders, als de grensbewakers. Beide vertegenwoordigers van de twee verschillende zijden van de egodenkgeest, de dualiteit.

Door voor de egodenkgeest als raadgever en gids te kiezen zijn wij, die nog steeds onveranderlijke Geest zijn, volledig de weg kwijtgeraakt en denken en doen (projecteren) precies het tegenovergestelde van wat we eigenlijk ZIJN en eigenlijk WILLEN. En dit komt doordat we ‘vergeten’ zijn dat we één Geest zijn en dus ook één Denkgeest en daardoor alleen nog lichamen en dingen (projecties dus) zien.
We hebben onze projecties afgesneden van hun bron en zien alleen de projecties nog. En de projecties zien eruit als afzonderlijke lichamen, dingen en situaties, omdat we nu geloven in afscheiding en we zien wat we geloven en geloven wat we zien. Met als gevolg dat al onze pogingen om aan onze natuurlijke drang tot eenheid gehoor te geven op de ‘verkeerde’ plaats wordt gezocht.
Lichamen, dingen en situaties kunnen nooit een eenheid vormen, van wegen hun aard en hun doel, namelijk afscheiding.

Zolang we denken en geloven dat de wereld met al zijn, met opzet, met als doel afscheiding geprojecteerde zaken ooit één zal worden, is dat gedoemd tot mislukken en dat is precies wat wij als we voor de egodenkgeest kant van de denkgeest kiezen, willen.

Er is maar één uitweg uit deze krankzinnige doolhof, en dat is terugkeren naar het feit dat er alleen denkgeest is. En dit kan bereikt worden door dit eerst onder ogen te willen zien en dan al onze projecties terug te nemen in de denkgeest, waar ze overigens nooit uit vertrokken zijn, maar wat we wel geloofden dat mogelijk was. Dus door dat geloof terug te nemen en te zien dat er in werkelijkheid niets gebeurt is en dat eenheid alleen mogelijk is in de denkgeest en er alleen denkgeest is en wij niet onze projecties zijn.

En wat zal dit dan betekenen voor de ‘vrijheid van meningsuiting’?
Deze vraag, dit idee zal gewoon verdwijnen, omdat het een overbodige vraag is geworden.
Immers als we terugkeren naar onze bron, dan zien we de werkelijke Eenheid, die van de Geest weer. Alle bedachte grenzen verdwijnen dan eenvoudig vanzelf en wie heeft dan nog behoefte aan ‘vrijheid van meningsuiting’, welke ‘mening’ wil dan nog geuit worden, laat staan verdedigd?

Alleen het zeker weten Liefde te zijn en dat hoeft niet geuit te worden dat IS er gewoon en zal zich vanzelf uitbreiden omdat het simpelweg herkent wordt door de hele ene Denkgeest, die zich weer zijn natuurlijke staat herinnert.
En dat kan zich uiten, zolang we onszelf hier nog in een wereld zien en ‘ervaren’, terwijl we ontwaken uit de droom van afscheiding, via al onze projecties, die nu getuigen van de nu weer zichtbare achterliggende natuurlijke wens tot Eenheid, ook al ziet het er als droombeeld nog hetzelfde uit. Dat is de betekenis van de metafoor van ‘Christus zien in al je broeders’, en dat is niet iets wat je ‘doet’, dat is het logische gevolg van het ons weer herinneren van wat we ZIJN, Geest.

‘Vrijheid van meningsuiting’ kan dus een symbool zijn van de egodenkgeest wens tot afscheiding die bevochten en verdedigd moet worden, of een symbool voor Heilige Geest en dan alleen nog maar gezien als een kans om terug te herinneren in Eenheid in Liefde. Door te zien dat er niets gebeurt is, en onze vergissingen te vergeven, waarna ze simpelweg oplossen in het ‘niets’, wat ze ook al waren.

Ik had dus kunnen volstaan met deze laatste alinea, want dat is het enige wat er aan de hand is.
Maar misschien zijn al die woorden toch een beetje behulpzaam, voor mij in ieder geval wel…

%d bloggers liken dit: