archiveren

Tagarchief: oorzaak

Terug herinneren in dat alles wat ervaren wordt afkomstig is uit de denkgeest, dat de denkgeest de bron, de oorzaak is. Daar is waar ontwaken uit de droom over gaat.
En de denkgeest is niet het brein. Het brein is ook een gedachte en projectie vanuit de denkgeest. De denkgeest is dat wat we “zijn”, althans zolang we nog geloven en “ervaren” binnen de door de denkgeest gemaakte droomstaat.

Als die herinnering werkelijk weer terug komt in de denkgeest, dan is er geen twijfel meer over de herkomst van “de wereld”, “anderen”, “dingen” en situaties.
Dan is er geen twijfel meer over dat alles komt vanuit de denkgeest. Ook het ego is een denkgeest verschijnsel. Dus we kiezen ALTIJD op denkgeest niveau en NOOIT op projectie (de vorm dus) niveau. Er is alleen denkgeest, binnen het concept de droom welliswaar, maar niet meer de totale vereenzelviging met de droom, maar nu als observeerder en keuzemakende denkgeest die nu bewust kan leren kiezen..

Als die twijfel verdwenen is dmv ware vergeving (telkens weer), dan wordt het proces van ontwaken steeds makkelijker, er wordt immers nu geweten dat de oplossing niet ligt in het fiksen van de projectie (zoals het zich vorm heeft gegeven in de droom), maar louter en alleen door het vergeven van de schier eindeloze vormen van zonde, schuld en angst.
En dan groeit ook het vertrouwen dat vanuit ware vergeving de eventuele effecten automatisch zullen volgen. Ook al hebben we geen idee, wanneer, waarom en hoe dan.

Daar gaat het gebed over wat Jezus aan Bill Thetford gaf om over zijn angst voor in het openbaar spreken te komen. Het is een hulpmiddel vanuit de Juist gerichte denkgeest (HG/J) wat helpt terug te herinneren naar de denkgeest, van waaruit we nooit weg zijn geweest:

Ik ben hier alleen om werkelijk behulpzaam te zijn.
Ik ben hier om Hem te vertegenwoordigen die mij gezonden heeft.
Ik hoef me geen zorgen te maken om wat ik zal zeggen of wat ik moet doen, want Hij die mij gezonden heeft zal mij leiden.
Ik ben tevreden daar te zijn waar Hij me wenst, wetend dat Hij me vergezelt.
Ik zal genezen zijn, wanneer ik toelaat dat Hij mij genezen leert. (T2.V.A.18:2-6)

De “ik” in dit gebed is de denkgeest, want nogmaals ECIW spreekt ons altijd aan op denkgeest niveau, want er is immers geen ander niveau. En dat we toch zijn geloven in een lichaam te zijn en geen denkgeest is enkel een droom, een illusie.
En in plaats van de droom waar te maken door te geloven in zonde, schuld en angst, kan de droom ook worden her-gebruikt als vergevingskans- en materiaal.

.

Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk.
Dat besef is er in middels onomkeerbaar.
De reden dat er een ervaring is van onvrede is dat er een ik lijkt te zijn die de vorm van de droom serieus neemt.
“Ik” zie de droom aan voor de werkelijkheid.
Eerst wordt een “ik” aangezien voor de werkelijkheid en dan volgt logischerwijs, vanuit dat standpunt dat er een “ik” is die alles als werkelijk ervaart.
En dan zit de denkgeest (mind) gevangen in zijn eigen opgezette val van de denkgeest die probeert geen denkgeest te zijn, maar een lichaam.
En dat is zo onnatuurlijk, zo pijnlijk dat het niets anders dan een hele onnatuurlijke en pijnlijke, angstige met schuld beladen droom kan opleveren, die zeer serieus wordt genomen. Schuld, te herkennen aan het voortdurende zeurende gevoel van er klopt iets niet, wat doe ik verkeerd?
Kijk hoe serieus de dagelijkse persoonlijke droom wordt genomen en voor de waarheid wordt aangezien.
Elke vorm van ongenoegen van regelrechte blinde woede, tot een licht irritatie, van totale uitputting tot moeheid, van overmoed tot moedeloosheid enz. heeft maar één oorzaak en ook maar één doel: het serieus nemen van de droom en deze aanzien voor waarheid.

Als dit gezien wordt door de uit deze vreemde onnatuurlijke droomstaat ontwakende denkgeest, wat een onvermijdelijk proces is, want waarheid kan wel ontkend worden maar nooit verdwijnen, kan de onnatuurlijke droom een andere functie krijgen.
Niet door de onnatuurlijke droom te veranderen in een natuurlijke, een droom blijft immers een droom, dus nog steeds onwaar, maar hem op de eerste plaats precies zo te zien zoals hij zich voordoet, maar tegelijkertijd niet serieus te nemen.
Dit vereist een eerlijk kijken naar wat zich lijkt af te spelen in de droom, er niets zelf aan te willen veranderen, maar eerst terug te keren naar de bron, de denkgeest van waaruit de droom wordt geprojecteerd vanuit de wens waarheid te veranderen in onwaarheid.
En dan opnieuw de keuze te maken deze onnatuurlijke droom opnieuw in te zetten om onwaarheid in waarheid te doen laten terugkeren. Oftewel de afscheiding van waarheid mogelijk te doen laten lijken, of te kiezen voor deze onnatuurlijke droom te laten her-gebruiken door de juist-gerichte denkgeest die de vergissing ongedaan kan maken en de herinnering aan waarheid weer doet laten terugkeren in de denkgeest.

Observeren, kijken naar de droom, zonder er zelf (vanuit ego) iets aan te veranderen is dus van essentieel belang bij het proces van her-gebruiken door de juist-gerichte denkgeest (HG). De opzettelijke vergissing van de denkgeest die met opzet wil vergeten dat deze denkgeest is, kan alleen hersteld en teruggedraaid worden als het droommateriaal precies zo gezien wordt als het zich voordoet. Dan kan de vergissing precies zoals deze zich voordoet terug genomen worden in de denkgeest en worden vergeven. Vergeven in de betekenis van dat wordt ingezien dat het een grote vergissing is dat een onnatuurlijke, pijnlijke droom, vol met lijden, beroofd van liefde een prima alternatief zou zijn voor Waarheid, Eenheid, Liefde, God.

Niet de droom hoeft te veranderen, maar de bedenker van de droom, de denkgeest door ervoor te kiezen zijn pijnlijke onnatuurlijke droom terug te nemen en te vergeven, zodat de denkgeest weer gezond wordt en uiteindelijk heel natuurlijk zonder moeite en pijn zal oplossen in Waarheid, Eenheid, Liefde, God.

Wat ik buiten me denk en geloof te zien is altijd de projectie van wat er vanuit een schijnbaar persoonlijke denkgeest gedacht wordt.
Niets van wat de “ik” buiten de “ik” denk en geloof te zien is als schijnbaar uiterlijke vorm waar. Ik kan dus nooit in onvrede zijn om wat ik denk en geloof buiten mij te zien in iets of iemand anders.
Ik kan wel mijn aandacht van de projectie (dat wat ik als oorzaak van mijn onvrede buiten mij zie) terug nemen naar de bron van mijn onvrede, die zich in “mijn” denkgeest bevindt.
Daar aangekomen vraag ik altijd hulp aan iets anders dan dat wat projecteert (de keuze voor egodenken), namelijk dat wat oordeelloos kan kijken, de keuze voor Heilige Geest en of Jezus, oftewel vanuit Juist-gericht denken. Dat is een keuze gemaakt vanuit de keuzemakende/waarnemende denkgeest positie.

Vanuit die oordeelloze post kijk ik naar alles wat zich lijkt af te spelen buiten mij, precies zoals het zich voor lijkt te doen met alles wat er bij hoort aan emoties en gevoel. Ik verander er niets aan, ik hou niets achter ik kijk alleen naar alle weerstand.
Want weerstand is wat ik zie uitgebeeld als ik eerlijk en oordeelloos naar mijn projecties kijk. Of ze nu liefdevol of haatdragend zijn, als ik mijn projecties zie als de oorzaak van wat ik voel dan heb ik voor afscheiding/weerstand (van Eenheid, Waarheid, Liefde, God) gekozen en de uitbeelding van de keuze voor afscheiding is wat ik denk en geloof te zien.

Ik voel nooit eerst de rechtstreekse verdediging/weerstand tegen Eenheid, Waarheid, Liefde, God, want dat is onder leiding van het egodenken onmogelijk geworden, omdat het egodenken juist ervoor is om dat te doen laten vergeten, zodat de bron van mijn onvrede geheel achter de sluier van vergetelheid is verdwenen en nu dat wat zich buiten mij lijkt te bevinden als oorzaak wordt gezien. Een rechtstreekse confrontatie met de onderliggende angst en weerstand tegen Eenheid, Waarheid, Liefde God, wordt dus door het ego vertaald/geprojecteerd in een meer handelbare verdraagbare vorm, zodat het nu lijkt dat er een “ik” is die nu volledige macht en autonomie heeft over alles wat ervaren wordt.

Als ik echter bereid ben om terug te gaan naar de bron (de denkgeest) en eerlijk leer kijken naar al mijn gedachten, olv Oordeelloosheid (HG/J) zal ik leren door de (ego) angst (verdediging/weerstand) heen te gaan en de confrontatie aan te gaan met de daaronder liggende angst/weerstand tegen Eenheid, Waarheid, Liefde, God.
Nogmaals dit is onmogelijk olv het egodenken, en alleen mogelijk olv Heilige Geest/Jezus, dus het oordeelloze denken. Dit is een keuze, niet een “doen” maar een keuze.

Ik hoef niets te veranderen aan wat zich af lijkt te spelen buiten mij, zeg maar wat zich op het filmdoek (de situatie) afspeelt. Dat is niet mijn werkelijke functie. Mijn functie is nu, alles wat zich lijkt af te spelen buiten mij te gaan leren zien en accepteren als vergevingsmateriaal en vergevingskans, en het proces te volgen zoals hierboven beschreven.

Het grote verschil tussen voor ego leiding of voor HG leiding kiezen is dat voor ego kiezen altijd de drang met zich mee brengt dat er iets buiten mij moet veranderen zodat ik me beter zal gaan voelen in een meer plezieriger wereld. Voor HG/J leiding kiezen is oordeelloos naar de keuze voor ego leiding en de gevolgen daarvan kijken, deze terug te nemen en te vergeven en me niet meer op de eerste plaats te bekommeren op een uitkomst in enige vorm buiten mij.

Het vertrouwen zal dan groeien dat alles gebeurt precies zoals het gebeurt en niet meer als oorzaak gezien zal worden van mijn onvrede. Het vertrouwen van volledig terug herinneren in denkgeest en vrij te leven vanuit Inspiratie. En leven vanuit Inspiratie is precies weten wat te doen in elk gegeven situatie die nog binnen het ervaren ervaren wordt. Dat is de betekenis van de gelukkige droom. Niet op vorm geluk buiten een mij in een wereld gericht, maar op de totale innerlijke vrijheid van de nu genezen denkgeest.

Er is geen wereld welke ziek is of niet deugt, het is denkgeest die ervoor gekozen heeft zich af te scheiden van Eenheid, Waarheid, Liefde, God. En aangezien dat een onmogelijk ziek idee is, voelt de denkgeest die dit nu voortdurend projecteert zich ziek, ongelukkig, boos enz. en lijkt er een wereld te bestaan die ziek is en niet deugt.

Vandaar dat les 5 in het Werkboek echt een sleutel les is:
“Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk” (WdI.5)

 

Vergeven is het geven van overvloed als tegenhanger van de gaven van het dualistische ego die altijd over schaarste/overvloed gaan.
Geven door vergeven is geven en ontvangen zijn hetzelfde en is niet vorm gericht.
Geven vanuit schaarste/overvloed (het dualisme van het ego) is geven en nemen zijn verschillend en is altijd vormgericht.

Geven vanuit schaarste/overvloed (ego) is ik geef jou wat en dan verwacht ik van jou wat terug, anders verlies ik iets en win jij er is dus altijd een verliezer en een winnaar en altijd vorm gericht.

Beide vormen van geven komen vanuit de denkgeest, er is immers alleen maar denkgeest die denkt en projecteert.
Dus de vorm, de projectie is nooit de bron, maar altijd de denkgeest, ook al lijkt dat bij het ego-geven/nemen wel om een bepaalde uiterlijke vorm te gaan welke als oorzaak/gevolg wordt gezien.

Als ik altijd het gevoel en de ervaring heb dat ik te weinig of geen geld heb, dan lijkt het wel of niet hebben van geld de oorzaak te zijn. En zal mijn ego-gerichte oplossing zich altijd concentreren op het verkrijgen van meer geld. De onderliggende bron, de wens van het ego om, als tegenhanger van de natuurlijke overvloed van Eenheid en als verdediging daar tegen, de gedachte/idee van schaarste, blijft hierdoor opzettelijk verborgen.
Door mijn vorm/situatie gericht denken en dat te zien als oorzaak en gevolg blijf ik rond draaien in het geloof in schaarste/verlies en de (ego) oplossing daarvoor, het idee van geven en nemen, zonder de werkelijke oorzaak te (willen) zien.

Door deze gedachten wel te leren zien en te onderscheppen, door eerlijk naar al mijn gedachten te kijken, kan ik dit ego spelletje van schaarste/verlies en geven en nemen doorbreken door consequent elke gedachten van schaarste/verlies te leren herkennen en te leren vergeven.
Dit vereist veel oefening en vertrouwen, want het ego doet ook mee in elke gedachte en zal proberen het idee van schaarste/verlies en geven en nemen in stand te houden.
Dit zal een ervaring van hevige weerstand geven, waardoor het een slecht idee lijkt en er van wordt afgezien en opnieuw gekozen wordt voor het oude, bekende ‘veilige’ ook al voelt die ego versie ook niet prettig, maar wel bekend en schijnbaar controleerbaar.
Zoals bij een verslaving aan bijvoorbeeld alcohol, roken, drugs de verslaving ook uiteindelijk niet prettig voelt, maar wel prettig in de zin van bekend, veilig en vertrouwd.
Bovendien schuilt daaronder diep verborgen in het onderbewuste, de angst, het idee van, als ik mijn verslaving aan schaarste/verlies opgeef, en vergeef, dan valt mijn verdediging tegen Overvloed dat wat Eenheid, Waarheid, God is weg en wat dan?!
Deze onbewust gehouden angst wordt ervaren als een niet te benoemen angst voor het grote onbekende en als het verlies van “ik” zoals ik die nu als verslaafde aan schaarste/verlies ken, ook al haat ik (onbewust) die “ik”.

Ware Vergeving ziet dit hele ego spel onder ogen, zonder daar nog een oordeel over te hebben, door ook elk oordeel erover consequent te vergeven.
Dit lijkt onmogelijk door de veelheid van gedachten die er altijd zijn. Maar bedenk dan dat dit ook weer een verdedigende ego gedachte is.
En dat mijn verdediging niets anders is dan de ontkenning van de herinnering dat er alleen denkgeest is, en niet een lichaam dat denkt.
Want ook de gedachte een lichaam te zijn is een verslaving aan schaarste/verlies. Kijk maar naar wat je gelooft over het lichaam, het moet onderhouden worden, het kan zich alleen voelen, bestolen, rijk, arm, niet geliefd, wel geliefd, het slijt, wordt ouder, kan ziek worden,enz. enz. en gaat bovendien onvermijdelijk dood. Nou als dat geen projectie van schaarste/verlies is!?

De bron van al deze ideeën ligt niet in het lichaam, maar in de denkgeest die ze denkt en projecteert. En, zoals we al eerder hebben besproken, ideeën verlaten nooit hun bron; het lichaam kan dus nooit de oorzaak en het gevolg zijn, (WdI.5) ook al willen we dat wel geloven uit angst voor schaarste en verlies.
De oorzaak en het gevolg bevinden zich altijd in de denkgeest.

Ware Vergeving gaat dus over het vergeven van de gedachte, de gedachte van schaarste/verlies, en niet het vergeven van een “ik” die het maar niet lukt om voldoende geld bij elkaar te scharrelen, want dat is niet het probleem. Het probleem is de gedachte en het geloof in schaarste/verlies en niet zoals het zich heeft geprojecteerd in een bepaalde vorm als een persoon die aan schaarste/verlies lijdt.

Als de gedachte van schaarste/verlies vergeven wordt, wordt automatisch de projectie ook vergeven, want nogmaals ideeën verlaten niet hun bron.
De focus zal dan niet meer liggen op het opheffen van schaarste/verlies in de vorm, zoals het zich heeft geprojecteerd, maar op de gedachte die nu van schaarste/verlies verschuift naar Overvloed. Het idee van Overvloed.
De denkgeest die zich daarvan bewust wordt, doordat de onbewust gehouden gedachten van schaarste/verlies aan het licht gebracht zijn en vergeven, zal zich zijn ware aard: grenzeloze overvloed herinneren.
Verwacht ik echter dat ik dan ook in de vorm overvloed zal ervaren in de vorm van ineens heel veel geld krijgen, dan weet ik dat ik weer voor het ego idee van schaarste/verlies gekozen heb, want geen enkele vorm is onveranderlijk.
Een vergeven denkgeest echter heeft zich herinnerd Onveranderlijk te zijn en zal zich dat blijven herinneren hoe het script zich ook verder ontvouwd als vorm.

Niets werkelijks kan bedreigd worden.
Niets onwerkelijks bestaat.
(T.In.2:2-3)

Voor een vergeven denkgeest is geven en ontvangen hetzelfde, omdat hij geeft vanuit de overvloed van de onveranderlijke grenzeloze non-dualistische Geest.

 

Mezelf depressief voelen, somber, energieloos, is nu eenmaal een van de mogelijke denkstaat vormen waarin de egodenkgeest zich kan denken, geloven en ervaren.
Meer is het niet. Het is zeer verleidelijk de redenen voor die staat van ervaren in oorzaken buiten mij te projecteren, zoals het weer, gebrek aan zon, de toestand in de wereld, familieomstandigheden, de leeftijd, griep enz. enz., maar daar geloof ik niet meer in.

Ondertussen speelt die film zich nog wel gewoon af in zijn geprojecteerde egodenkgeest vorm. De persoonlijk geprojecteerde ego film, waarvan, zo weet ik, niet de oorzaak is gelegen in wat ik denk te zien en te ervaren, maar alleen maar tot doel heeft af te scheiden van Waarheid, van Eenheid, van Liefde.
En ook al lijkt de verleiding erg groot door het gevoel wat gepaard gaat met de verslavende verleiding, ‘ik’ de waarnemende/keuzemakende denkgeest hoef niet mee te gaan in de projecties die zich af lijken te spelen in de film die de egodenkgeest wenst te projecteren. Ik ben niet mijn projecties, ik projecteer ze alleen maar.
Ik de waarnemende denkgeest kan er naar kijken en het ervaren en tegelijkertijd weten dat het niet is wat ‘ik’ denkgeest ben, en dat het juist de ontkenning is van wat ‘ik’ denkgeest ben.
Ik geloof het niet, maar ontken het ook niet.
Ik rust in het gevoel en vergeef.
Ware Vergeving is stil en doet in alle rust niets.
Ik doe niets en laat vergeving mij tonen wat mij te doen staat, via Hem die mijn Gids is…

Als de denkgeest ontwaakt dan weet ik gewoon dat het niet ‘mijn’ lichaam is dat iets denkt, zegt, doet. Ik weet dan dat er alleen denkgeest is, ook al kan deze van alles en nog wat projecteren, de projecties zijn nog steeds denkgeest materiaal.
Dan is ook duidelijk dat niet het lichaam iets doet, maar de denkgeest die dat laat weerspiegelen door zijn projecties en dat is totaal iets anders dan denken dat het lichaam iets doet.
Het ziet er hetzelfde uit, maar het is totaal 100% anders.
Het lichaam, de projectie dus, kan onmogelijk autonoom zijn, want het kan zijn bron, de denkgeest niet verlaten.
Dus oorzaak en gevolg bevinden zich beide in de denkgeest.
Derhalve kan welke oorzaak en of gevolg dan ook zich nooit buiten mij, de denkgeest bevinden, ook al vindt er projectie plaats.

Hou even in gedachten, want dat is behulpzaam bij het begrijpen dat er altijd maar ‘één’ is, dat alles zich afspeelt in de ene denkgeest, ook al ervaren we ‘twee’, omdat we denken en geloven dat wat we buiten ons denken te zien en ervaren, ons is aangedaan door ‘anderen’.
ECIW zegt hierover:

“De wereld demonstreert slechts een oeroude waarheid: je zult geloven
dat anderen jou precies datgene aandoen wat jij denkt dat jij hun hebt aangedaan.
Maar als je eenmaal jezelf zover hebt gebracht hun de schuld te
geven, zul je de oorzaak niet zien van wat ze doen, omdat jij verlangt dat
de schuld op hen rust. Hoe kinderachtig is de koppige manoeuvre om je
onschuld te behouden door de schuld naar buiten af te schuiven, maar
nooit los te laten! Het is niet makkelijk de grap daarvan te zien wanneer
jouw ogen overal rondom je de zware gevolgen ervan aanschouwen, maar
zonder hun onbeduidende oorzaak. Zonder de oorzaak lijken de gevolgen
ervan inderdaad ernstig en droevig. Toch volgen ze er slechts uit. En
het is juist hun oorzaak die uit niets volgt, en slechts een grap is” (T27.VIII.8:1-6).

en even verderop, mijn favoriete aanhaling:

“Het geheim van de verlossing is slechts dit: dat jij dit jezelf aandoet. Wat
ook de vorm van de aanval is, dit is nog steeds waar. Wie ook de rol van
vijand of van aanvaller op zich neemt, dit is nog steeds de waarheid. Wat
ook de oorzaak lijkt van enig leed of lijden dat je voelt, dit is nog steeds
waar. Je zou namelijk helemaal niet reageren op figuren in een droom
waarvan je wist dat je die droomde. Laat ze zo haatdragend en kwaadaardig
zijn als ze maar zijn, ze kunnen geen effect op jou hebben, behalve
wanneer jij naliet in te zien dat het jouw droom is” (T27.VIII.10:1-6).

En geloven dat wat ‘anderen’, of ‘iets’ mij aandoet de oorzaak is van mijn lijden, komt van het geloof in de onderliggende zonde, schuld en angst die kost wat kost verborgen moet blijven, want daaronder ligt de oerangst voor ‘God’, de grote griezelige onbekende stille kracht die zint op wraak, waar ik niet naar mag kijken, omdat ik dan op z’n minst in een zoutpilaar zal veranderen, en wie wil dat nou…?
En dit soort eigenlijk kinderachtige gedachten, deze ‘nietige dwaze ideeën’, waarom we vergeten te lachen, nemen we dan serieus waardoor onze projecties werkelijkheid lijken te worden.

Terug naar ‘één’…
Zodra we weer even bereid zijn terug te gaan naar dat alleen maar ‘één’ mogelijk is, klopt dit hele bovengenoemde verhaal gewoon niet meer.
Alles wat we buiten ons denken en geloven te zien, past niet in de gedachte van ‘één’.
Dan zijn er maar twee mogelijkheden, waarvan er maar één echt mogelijk is:
of ‘twee’ is waar en de wereld van de ‘tweeheid’ is waar en is de wereld die we zien en ervaren ‘echt’ en niet zomaar een droom van afscheiding, of ‘één’ is waar, vergis ik me en ben ik bereid, werkelijk bereid de omslag te maken, en met deze zelfchantage te stoppen, waarbij ik wat ik eerst dacht en geloofde dat waar was om laat keren, dmv Ware Vergeving, wat onvermijdelijk zal leiden tot het ontwaken uit deze nachtmerrie die ik mijn leven noem.
Meer keuzes zijn er niet.

Ik weet het, het is enorm lastig mijzelf niet in de slachtofferrol/dader te zien en ook te zien dat de zgn anderen ook geen slachtoffer/dader zijn. De bewijzen lijken enorm sterk. Kijk wat ik moet doorstaan, kijk wat een pijn ik heb, kijk hoe ik lijd dankzij jou, kijk hoe slecht de wereld is, kijk naar alle armoe, kijk naar alle oorlogen, de vernietiging van het milieu, en de rijken die alsmaar rijker worden en de armen die alsmaar armer worden, kijk naar alle onrecht in de wereld, kijk naar die afschuwelijke zich zelf verrijkende financiële wereld, kijk hoe ik wordt behandelt door anderen, kijk dan, ik ben toch niet blind!!

Jawel, ik ben ‘blind’ en zie niet dat ik dit alles projecteer, met maar een doel, mijzelf te chanteren, voor de gek te houden, om maar hoe dan ook in ‘twee’, in afscheiding te blijven geloven, en daardoor uit handen van de ‘grote enge boeman’ die mij wil vernietigen, te blijven.
Dit willen zien en toegeven stuit op enorme weerstand, een weerstand die komt van de onderliggende zonde, schuld en angst, die de motor van de weerstand vormen.
Zelf merk ik dat ik pas bereid ben om het ‘anders’ te willen zien als de situatie echt te erg, en onhoudbaar wordt en ik geen kant meer op kan.
Dan komt er een moment dat ik denk: “ok, ok, ik weet het niet meer, dit werkt niet, niets lijkt te werken, ik geef me over, ik laat alles vallen, ik ben bereid te ‘luisteren’, naar de andere mogelijkheid, naar de andere keuze”.
En dan is het niet zo dat er dan van buiten mij ‘iets’ in mijn leven komt, een soort Superman die mij komt redden en mij bevrijd van al die idioten die mij het leven zuur maken. En ook niet dat ‘ik’ het lichaam, de persoon Annelies, zelf wel bepaal wat ik wil en wat goed is voor mij, ik heb al die eikels buiten mij niet nodig. Ik ben de baas over mij eigen leven en ik maak mijn eigen leven, zoals ik dat wil, ik ga vanaf nu alleen maar zorgen dat ik geniet!
Nou, succes…

Nee, dat is niet wat ware bevrijding doet. Voor ware bevrijding, ware vrijheid, is een volledig omslag nodig van mijn hele denksysteem.
Niet het denksysteem van de persoon Annelies, maar van de denkgeest die denkt en geloofd dat deze het lichaam, de persoon Annelies is.
Dan zal ik in moeten gaan zien dat alles wat ik eerst dacht, pure zelfchantage is, dat ik wil lijden, dat ik andere buiten mij de schuld wil geven van mijn lijden, en ik mijzelf schuldig wil voelen en…. dat ik me vergis.

Ik beschuldig een ander ervan dat ik hem/haar onmogelijk lief kan hebben van wegen haar/zijn aanvallende gedrag, dat alles behalve liefde uitbeeld:

“De wereld demonstreert slechts een oeroude waarheid: je zult geloven
dat anderen jou precies datgene aandoen wat jij denkt dat jij hun hebt aangedaan.”

Daarmee de schuld die ik in mijzelf voel en zie uit projecteer buiten mij dus, en nu een ander buiten mij waarneem die schuldig is, waardoor ik de oorzaak van de schuld niet meer zie, en ik mijn schuld lekker kwijt ben en onschuldig blijf.

“Maar als je eenmaal jezelf zover hebt gebracht hun de schuld te
geven, zul je de oorzaak niet zien van wat ze doen, omdat jij verlangt dat
de schuld op hen rust.”

Betekent dit dat ik als ik dit zie, mijn gedrag ten opzichten van haar/hem moet veranderen en gewoon maar ‘lief’ en ‘aardig’ moet zijn, dwars tegen mijn weerstand in?
Nee, het gaat niet om gedragsverandering, het gaat om, nogmaals, op de eerste plaats om de omslag in het denken, het denken van de denkgeest, niet over het gedrag van de projectie.
Pas als dat heeft plaatsgevonden kan ik echt vanuit Liefde denken en handelen, en hoe dat ‘handelen’ eruit ziet, is niet iets wat ik vanuit mijn beperkte ego zicht, dat alleen afscheiding kan zien, kan bepalen. Loslaten en overgeven betekent elke uitkomst open laten in het volle vertrouwen dat ik niet kan weten wat ‘goed’ is of wat ‘fout’ is. Elke zelf-invulling, elke zelf gekozen uitkomst zal als een belemmering werken, omdat deze vanuit angst komt, vanuit afscheiding:

“Een aanzienlijke belemmering bij dit aspect van zijn leerweg is de angst
van Gods leraar over de geldigheid van wat hij hoort. En wat hij hoort kan
zonder meer heel verbijsterend zijn. Het kan ook ogenschijnlijk helemaal
niet van toepassing zijn op het voorliggende probleem zoals hij dat ziet,
en kan de leraar zelfs met een situatie confronteren die hem in grote verlegenheid
lijkt te brengen. Dit zijn allemaal oordelen die geen waarde
hebben. Ze zijn van hemzelf en komen voort uit een armoedig zelfbeeld
dat hij achter zich zou kunnen laten. Vel geen oordeel over de woorden
die tot je komen, maar biedt ze in vertrouwen aan. Ze zijn veel wijzer dan
de jouwe. Gods leraren beschikken over Gods Woord achter hun symbolen.
En aan de woorden die ze gebruiken geeft Hij Zelf de kracht van Zijn
Geest, en verheft ze van betekenisloze symbolen tot de Roep van de
Hemel zelf” (H21.5:1-8).

Let wel, Gods Woord waarover wordt gesproken, is niet afkomstig van een God buiten mij, het staat symbool voor de herinnering aan wat ik in werkelijkheid ben één in God, één in Waarheid, één in Liefde, één in Geest.

%d bloggers liken dit: