archiveren

Tagarchief: oordelen

Het idee van Éenheid is voor de denkgeest die duidelijk in tweeheid gelooft en het dien ten gevolgen ook als “twee” ervaart, een volstrekt abstract idee.
En het feit dat het niet begrepen kán worden door de denkgeest die gekozen heeft voor geloven in tweeheid zorgt er opzettelijk (onbewust) voor dat tweeheid nu als de waarheid wordt gezien, waardoor, de natuurlijke staat van Éenheid die niet te vatten valt binnen de concepten van tweeheid waarin “we” geloven, totaal vergeten lijkt.
Maar vergeten betekent niet verdwenen. In elke projectie en ervaring als ik heel eerlijk kijk (zonder oordelend te zijn, want oordelen is altijd het domein van “twee”) is de met opzet verborgen Éenheid, zij het omgekeerd, symbolisch terug te herkennen. Het sijpelt als het ware overal doorheen.

Zo hebben alle aardse projecties en ervaringen gemeen dat ze op een of andere manier ademen. Dat lijkt me een duidelijke weerspiegeling van doorsijpelende Éénheid welke niet zomaar weg te denken is . En denk maar aan dat we altijd op de een of andere manier bezig zijn met overeenkomsten te zoeken in alles en iedereen. Zelfs als we uniek willen zijn, vormen anderen die dat ook willen zijn een grote aantrekkingskracht. Overeenkomsten klonteren bij elkaar en vormen groepen die zich dan binnen de groep toch weer een soort van één voelen.
Maar aangezien één binnen het twee denken onmogelijk is, splitsen die samengeklonterde eenheidszoekers zich weer af van andere samengeklonterde groepjes en zo is er toch weer twee. Het heeft dus geen enkele zin binnen de wereld van projecties naar Éénheid te zoeken en of te streven. Het heeft ook geen zin tweeheid te ontkennen en Éenheidje te gaan spelen binnen het concept van twee. Gaat niet lukken, omdat de opzet is dat het niet mág lukken. De wereld van de projecties is gebaseerd op afsplitsing, afsplitsing van Één. Alles splitst zich en breid zich al afsplitsend uit in miljarden deeltjes, die zich al delend steeds verder lijken af te splitsen van één. Maar net als bijvoorbeeld het opdelen van een brood waarbij je allemaal stukjes brood krijgt, blijft de oorsprong toch dat ene brood. Ook al ziet het er nu heel anders uit.
En dit voorbeeld is ook weer een afspiegeling van dat het onmogelijk is onveranderlijke Éenheid werkelijk te verdelen, iets wat we in alles wat verdeelt lijkt terug kunnen herkennen. En zo zijn er tal van voorbeelden te bedenken van achter wat je denkt dat iets is, ligt iets heel anders verborgen en wel een met opzet verborgen en op z’n kop gezette Non-dualistische Waarheid.

Een Éénheids ervaring is dan ook alleen mogelijk komende vanaf buiten het concept dualiteit en is het gevolg van volledig doorzien van het mechanisme dualiteit en werkelijk zien dat het weliswaar ervaren wordt als dualiteit, maar tegelijkertijd onmogelijk is, waardoor dat wat “natuurlijk” is en we Éénheid of on-dualisme noemen als vanzelf weer in de herinnering boven komt drijven.

Dualisme krijgt op die manier de functie van laten zien wat het NIET is, zodat wat WAAR is vanzelf weer in de herinnering terug kan komen. Totaal terug herinneren in Één valt buiten het concept van “ervaren”, want in Één valt niets te ervaren…

Mocht nu de gedachte opkomen, en wees daar eerlijk in voor jezelf, want die gedachte is er gewoon, omdat in elke gedachte zich nu eenmaal altijd ook een afscheidingsgedachte (ego) bevindt: “wat saai zal dat zijn”, dan weet je alleen maar zeker dat die gedachte komt van de denkgeest die liever in afscheiding blijft geloven.
En dan weet je ook in welk stadium je denkgeest zich op dat moment bevindt en simpelweg nog niet toe is aan een eventuele volgende stap. Het “er aan toe zijn” is een stap voor stap onvermijdelijk onderdeel van het proces, voor alle schijnbaar afgesplitste/afgescheiden deeltjes. Een proces dat zich daardoor als een persoonlijk proces laat ervaren op een wijze die begrepen kan worden en daarbij de altijd nog aanwezige herinnering aan Één aanspreekt en bijna infuus-gewijs wordt toegediend, nooit te veel en nooit te weinig, precies goed. Tot de denkgeest volledig “genezen” is en op een natuurlijke wijze oplost waar het nooit echt uit is weggeweest.
De angst die de dualistische denkgeest daarvoor heeft is enorm, maar die angst dient er alleen voor om het waanidee van afgescheiden te kunnen zijn van Één in stand te houden.
Het uiteindelijke onvermijdelijke totale terug herinneren in Éénheid zal nooit bevraagt kunnen worden. Want wat kan wat bevragen in totale Éénheid?

Ik merk al ervarend, want hoe kan het anders opgemerkt worden dan via ervaren, dat het onvermijdelijke proces van ontwaken, echt een proces is dat via verschillende stadia gaat.

Zo ervaar ik op dit moment dat het oordelen vanuit een persoonlijke “ik” aan het verdwijnen is. Althans misschien beter omschreven als een niet meer hoeven oordelen vanuit het geloof in zonde, schuld en angst. Ik zie nu zo duidelijk dat alle oordelen voortkomen uit angst, en dat angst, met daaraan vast het geloof in zonde en schuld, de droom in stand houdt. Dat is de enige functie van angst en het geloof in zonde en schuld, de droom in stand houden.

En ik zie ook dat het ontdekken hiervan een proces is dat zich op denkgeest niveau afspeelt en dat elke schijnbaar afzonderlijke denkgeest hier achter gaat komen onvermijdelijk. Dat valt niet te forceren, of op te dringen, af te dwingen of te onderwijzen, dat besef of inzicht komt wanneer het komt als de denkgeest er klaar voor is. En ook dit besef hoef ik niet steeds te bevestigen door ‘anderen’ daarmee om de oren te slaan. Het is echt iets wat zich in de ogenschijnlijk persoonlijke denkgeest afspeelt, en dus niet in het persoonlijke lichaam, want dat is ook nog steeds denkgeest.

Het lijkt misschien wel dat onderwijzen helpt, maar ik denk dat alleen de denkgeest die eraan toe is dát opvangt wat deze kán (wil) opvangen.

Alles wat een ik daar meer aan doe dan het ‘eraan toe zijn’ gewoon toe te laten, is weer opnieuw kiezen voor angst (ego).Nu dat besef er is, en nog steeds groeit, kan ik ook niet meer boos worden op zgn anderen die er nog niets van snappen, of dom bezig zijn of wat voor (angst) gedachten die ik daar nog over had. De denkgeest is waar deze is en daar kan niemand wat aan veranderen. Uiteindelijk is ontwaken onvermijdelijk of ik daar nu iets aan doe of niet. Ik hoef niet meer zo nodig mee te helpen met dat ontwaken. Hierdoor merk ik dat ik weer een soort van terugkeer in de wereld, maar nu totaal anders. Ik gedraag me “normaal”, maar nu niet meer vanuit het geloof in zonde, schuld en angst en maak me geen zorgen meer dat ik “iets” moet doen om de denkgeest te veranderen.
“Normaal” doen is het script spelen/leven zoals het zich voordoet en dat niet veranderen vanuit het oordelen over of het wel spiritueel verantwoord is of niet, of het wel spiritueel liefdevol is of niet spiritueel haatvol. Want dat is duidelijk kiezen voor het proces van ontwaken over te laten nemen door het ego (de keuze voor angst en het geloof in zonde en schuld).Nogmaals het gevoel dat het een onvermijdelijk proces is, geeft enorm veel rust en alles wat ik te veel doe aan dat proces, is voor ego kiezen, dus voor het geloven in zonde, schuld en angst kiezen, remt het juist af, en houdt de denkgeest vast in de droom van afscheiding.
Ik hoef ook niet te vechten tegen al die ego verdedigingsgedachten, of ze te ontkennen, of er boos om te worden. Terwijl ik ze speel, ervaar precies zoals ze zich voordoen in het script, kan ik tegelijkertijd ervoor kiezen er naar te kijken vanuit de onpersoonlijke denkgeest die niet vanuit het geloof in zonde, schuld en angst denkt en bereid is tot ware vergeving.

Ik zie ook wel hoe het proces verder zich ontwikkeld, daar heb ik geen idee over, tot het ervaren wordt. Dat vertrouwen is er nu gewoon altijd.

Dit alles wat ik nu opschrijf is niet om na te doen, of na te streven, het is een persoonlijke ervaring, die niet beter of slechter is dan wat voor ervaring dan ook ervaren door de denkgeest.
Het onvermijdelijke ontwaken uit de droom, onvermijdelijk omdat ook de droom maar een droom is, welke niets aan Waarheid, Eenheid, de Liefde van God, kan veranderen, lijkt een persoonlijk proces, omdat dat een concept is wat ik, de in afscheiding gelovende denkgeest kan begrijpen. En dat begripsniveau wordt nu her-gebruikt in een omgekeerde beweging waarbij als het ware door ware vergeving elke gedachte die de droom in stand houdt, stap voor stap wordt afgepeld, totdat het klaar is en het onvermijdelijke terug herinneren in Liefde, Eenheid, Waarheid een feit is.

 

Ik, de denkgeest is precies daar waar deze is (denkt en gelooft te zijn).
Dat is geen oordeel maar een ‘feit’ binnen de feit-loze wereld van de droom.
En dat is precies wat het kan zijn, een feit waar niet over geoordeeld hoeft te worden.
Dat betekent ook dat ik de waarnemende denkgeest, vermomd als (droom) lichaam tussen alle andere vermomde schijnbare (droom) deeltjes van de denkgeest ook niet hoef te oordelen over de andere vermommingen, maar beseft dat ze alleen maar uitbeelden waar de onderliggende projecterende denkgeest is en aan toe is, en waar ik als denkgeest ben en aan toe ben. Het reflecteert alleen dat, en dat maakt de denkgeest tot bron en niet de projecties (denkgeest-vermommingen).

Elk oordeel wat er nog is over mijzelf en anderen reflecteert dan ook alleen oordelen over het feit-loze. Er is dan uiteindelijk geen reden meer om te oordelen, het hoeft simpelweg niet meer.
Dit is niet iets wat ‘ik’ doe, het is het logische resultaat van daar waar de denkgeest is en aan toe is.

En als de denkgeest wel oordeelt en wel de wereld als echt ziet en daardoor helemaal niet ziet dat er alleen denkgeest is die kan oordelen en niet een lichaam dat kan oordelen, dan is dat waar de denkgeest is en aan toe is. Dat is het enige feit, binnen het feit-loze, omdat het het feit-loze reflecteert.

De maten van werkelijk eerlijk kunnen kijken naar al mijn gedachten, noodzakelijk voor het vergevingsproces, loopt evenredig aan het minder worden van de schuld en de angst, die uitnodigt tot oordelen en in al mijn projecties terug te ‘zien’ is.
En de maten van eerlijk kunnen en willen kijken loopt ook evenredig aan het groeiende vertrouwen als eenmaal het resultaat van eerlijkheid en de bereidheid tot vergeven gezien en ervaren wordt.

Eerlijk kijken vanuit schuld en angst is onmogelijk, Ware Vergeving vanuit schuld en angst is onmogelijk.
Schuld en angst zijn er nu juist voor bedacht om eerlijk kijken te blokkeren. Want eerlijk kijken is de vijand van de egodenkgeest die enkel en alleen kan overleven dankzij het geloof in schuld en angst.
Kijken vanuit schuld roept alleen nog maar meer schuld en angst op.
Dus het minder worden van de blokkerende schuld en angst gedachten, die in elke gedachte aanwezig zijn, leid de denkgeest vanzelf uit de schuld en angst, het enige wat we als denkgeest daarvoor hoeven te ‘doen’ is eerlijk kijken naar elke gedachte en deze (ver)geven aan de Juist gerichte denkgeest kant van de denkgeest, die nog altijd verbonden is aan de herinnering van wat ‘we’ werkelijk zijn: Liefde.

Onschuld, angstloosheid, waarheid, eenheid, god, liefde, ‘spelen’ is niet wat ‘gedaan’ moet worden, het enige wat ‘gedaan’ kan worden is de bereidheid elke gedachte te vergeven, zonder resultaatgerichtheid in enige vorm, maar enkel in het groeiende vertrouwen dat als we, dat wat we ervaren alleen nog maar als vergevingsmateriaal en vergevingskans zien we automatisch terug herinneren in wat we Zijn, in Waarheid, Eenheid, God, Liefde.

Het idee van zelfhaat speelt zich nog verder uit met les 134 in gedachte:

“Laat me vergeving zien zoals ze is.
Wil ik mezelf hiervan beschuldigen?
Ik zal mezelf deze keten niet omhangen” (WdI.134.17:3-5).

Het wordt me nu echt nog helderder, hoe sterk de zelfhaat lijkt.
Ik zie nu echt elke zelf aanval in bijna elke gedachte.
Een heel eenvoudig alledaags voorbeeldje uit de praktijk, dat het verborgen doel, via oordelen en zelf haat in de afscheiding te blijven, mooi illustreert.
Hierbij gaat het dus niet om het verhaal, maar om het verborgen doel wat erachter ligt, en dat verborgen doel is altijd ‘in de afscheiding blijven’ te illustreren.

De afwasmachine had zijn programma niet afgemaakt, omdat er net even wat weerstand tegen de klep duwde, in de vorm van een dwarsliggende vork, waardoor het programma ergens halverwege was gestopt.
Manlief wees me daarop en we spraken erover, hoe dat kon en, wat goed dat ie vanzelf stopte, door ingebouwde beveiliging, en dat ik al vond dat ie wat vreemd klonk, alles op een gewone toon…
Maar ergens op de achtergrond kwam er een golf van zelf oordeel en zelf haat op, in de vorm van; ik ‘hoor’ man lief ‘oordelen’: jij hebt die vork verkeerd in de vaatwasser gezet, jij kan geen afwasmachine inruimen, jij bent zondig, schuldig, angst!!!!
En ik voelde de enorme aantrekkingskracht van deze zelf oordelende gedachte, de enorme zelf haat die eruit sprak en ik zag me naar mijn favoriete projectie wapen, nagelbijten grijpen: symbool voor zelfvernietiging…
AHA!, duidelijk, hoorde ik ook: ‘Wil ik mijzelf hiervan beschuldigen?, wil ik mijzelf in de ketenen van het geloof in zonde, schuld en angst slaan?
En weer voelde ik de aantrekkingskracht van: ‘ja natuurlijk wil ik dat, ik heb gelijk, ik wordt veroordeeld! Ik moet worden gestraft!’
Maar tegelijkertijd de bewustwording van ik bevind mij altijd op waarnemende denkgeest post en wil me niet meer identificeren met de oordelende in zonde, schuld en angst gelovende denkgeest. Dus de keuze is altijd, wil ik gelijk krijgen of me vrij weten van zonde, schuld en angst, uit geprojecteerd als zelfhaat, in dit geval in dit op zich kleine vergrijp.
Nu lijkt dit een onbelangrijk, onzinnig, triviaal voorbeeldje, ‘waar maak je je druk over’ voorbeeldje, maar het is een goed voorbeeld van dat elke gedachte het afscheidingsdoel in zich heeft. Of het nu om een afwasmachine gaat of over een vernietigingswapen, het is hetzelfde nietig dwaas idee.
En elke vorm waarvan ik denk dat deze de oorzaak is van mijn onrust, is een vergissing en is niet de echte reden waarom ik in onvrede raak.
Dus of ik me nu boos maak om wat ik nu ter plekke op zie komen: ‘ze zullen wel weer alleen het verhaal horen en daarop reageren, in plaats van de symboliek willen zien’, of dat ik me druk maak om de grote rampen des levens, het is allemaal hetzelfde. Ik zie iets buiten mij gebeuren, omdat ik het zelf oordeel en de zelf haat niet onder ogen durf te zien, want te pijnlijk, en deze uit projecteer zodat de zonde, schuld en angst zich buiten mij lijken te bevinden.
Dit te kunnen en willen zien vereist veel oefening en de wil bloed eerlijk te kijken naar al mijn gedachten, vooral mijn mijzelf chanterende gedachten.
En ik ben meer dan bereid eerlijk te zijn tov mijn eigen gedachten. Ik wil al deze zelf oordelen van zelf haat alleen nog maar zien als vergevingskansen en vergevingsmateriaal, zodoende krijgen al die zogenaamde gebeurtenissen die ik buiten mijzelf denk en geloof te zien een andere functie, door me steeds af te vragen als ik weer een zelf oordeel en zelf haat op voel komen:

“Laat me vergeving zien zoals ze is.
Wil ik mezelf hiervan beschuldigen?
Ik zal mezelf deze keten niet omhangen” (WdI.134.17:3-5).

En niet als een soort magische mantra, maar omdat ik het echt meen!
Met het mijzelf vergeven van al mijn zelf beschuldigingen, die zich dus enkel en alleen op denkgeest niveau afspelen, bevrijd ik de hele denkgeest, omdat er maar één denkgeest is.

En om het allemaal in het juiste perspectief te blijven zien nog even deze reminder:

“In de eeuwigheid,waar alles één is, sloop een nietig dwaas idee binnen waarom de
Zoon van God vergat te lachen. Door dit te vergeten werd de gedachte
een serieus idee, in staat tot zowel verwezenlijking als werkelijke gevolgen.
Samen kunnen we ze beide weglachen, en begrijpen dat de tijd geen
inbreuk kan maken op de eeuwigheid. Het is ridicuul te denken dat de
tijd de eeuwigheid kan omringen, die juist betekent dat er geen tijd bestaat” (T27.VIII.6:2-5)

“However, when we realize that everything negative that happens in our lives is because our minds chose guilt, we can correct that cause by choosing forgiveness instead of judgment.”

“Echter, als we ons realiseren dat alle negativiteit die plaatsvindt in ons leven komt doordat onze denkgeest voor schuld heeft gekozen, kunnen we deze oorzaak corrigeren door te kiezen voor vergeving in plaats van voor oordelen.”

Uit: Journey Through The Text Of A Course in Miracles, Chapter 30 The New Beginning, The Process Of Decission Making, page 188, onder (I.16:8-9), regel 8, Kenneth Wapnick.

Vergelijken is gebaseerd op het zien van verschillen.
En vergelijken en het zien van verschillen is oordelen.
Vergelijken is natuurlijk het domein van de egodenkgeest, van het dualistische denksysteem.
Vergelijken is een manier om van één twee te maken, met als enig doel van één twee te maken.
Het heeft niets te maken met wat het lijkt te zijn; het vergelijken van dingen in de wereld, het heeft alleen tot doel, van één twee te maken, en zo de wereld van de dualiteit in stand te houden. En zo de afscheiding in stand te houden.

Vergelijken is gebaseerd op het zien van ongelijkheid.
De ik, een stukje schijnbaar afgescheiden denkgeest, heeft een idee over wat juist is, en dus ook over wat onjuist is, ómdat ik geloof ánders te zijn dan de ander. Niet omdat ik verschillen zie in enige verschijningsvorm. Dat is alleen de projectie van het denken te zien van verschillen.
En omdat ideeën nooit hun bron kunnen verlaten, blijft ook de verschijningsvorm een idee, een gedachte, een projectie.

En ja, je hoeft geen genie te zijn om te zien dat het willen zien van verschillen tot conflicten kan en zal leiden.
En ook conflicten in welke vorm dan ook, groot of klein hebben ook weer als enig doel, de afscheiding in stand te houden, Daar willen we als denkgeest die kiest voor afscheiding gelijk in krijgen en houden. Dus weer we willen niet ons gelijk halen over wat voor vorm of situatie dan ook, maar over dat we autonoom zijn, van elkaar afgescheiden personen, dingen en situaties.
Dus nee, ik heb geen conflict met andere personen, ik wil in de afscheiding blijven. En nee, het ene land is niet in conflict met het andere, het is alleen een projectie van de miljoenen afscheidingsgedachten, met maar één doel, in de dualiteit te blijven, in de afscheiding te blijven.
De vorm waarin het zich lijkt uit te spelen is slechts een dekmantel voor de onderliggende wens in de afscheiding te blijven.

Hier uit volgt dat conflicten als gevolg van de wens tot afscheiding, een wens die zich in de denkgeest bevindt, nooit opgelost kunnen worden in de wereld die wij (de denkgeest) hebben gemaakt met als enig doel afscheiding.
De waarheid kan nooit gevonden en bewezen worden in de wereld die wij als denkgeest bedacht en geprojecteerd hebben.
De wereld is immers gemaakt om de waarheid te verbergen. En dat zorgt voor een gevoel van iets missen, en aangezien ‘vergeten’ is dat we denkgeest zijn, blijft er schijnbaar niets anders over dan de waarheid te zoeken in wat we nu denken te zijn; een lichaam in een wereld met andere lichamen, dingen en situaties.
Een gegarandeerd ‘zoekt en gij zult niet vinden’ situatie, want waar het niet is, kan het ook niet gevonden worden. Hoe logisch is dat!
Zie daar het waterdichte ‘logische’ tevens krankzinnige verdedigingsdenksysteem van de egodenkgeest.

Ook in de zogenaamde spirituele wereld heerst natuurlijk verdeeldheid en wordt er vergeleken.
Ook onder Cursus studenten. We denken in termen van beginnende, gevorderde en vergevorderde studenten/leraren en vergelijken. Vergelijken onszelf met andere studenten/leraren en meten daaraan af ‘hoever’ we zijn op ons spirituele pad.
Een zinloze actie, met ook alweer als enig onderliggend (ego) doel, het in stand willen houden van de afscheiding.

Het enige waar we enigszins aan kunnen afmeten ‘hoever’ we zelf zijn is de mate waarin we ons vredig voelen, juist omdat we niet meer vergelijken, oordelen en verschillen zien, en dat het ons helemaal niet uitmaakt ‘hoever’ we denken te zijn.

Aangezien in elke gedachte altijd het hele pakketje zit, van de egodenkgeest, de Heilige Geest én de waarnemende/keuzemakende denkgeest, doet dus de egodenkgeest ook mee in deze gedachtegang en kan zichzelf als het ware vermommen in dit oordeelloos kijken van onze Heilige Geest kant van de ene denkgeest.
Het stopt met vergelijken, door zichzelf als superieur te zien boven anderen en te denken dat het doel al bereikt is, en het geen last meer heeft van vergelijken, oordelen en het zien van verschillen, zoals anderen dat nog wel doen. Een slimme manier van het verbergen nog steeds voor vergelijken, en oordelen te willen kiezen.

De enige ware manier om met vergelijken, oordelen en het zien van verschillen te stoppen, is om er niet mee te stoppen, maar het te vergeven.
Zolang we onszelf hier ervaren doen we dingen die bij het ervaren van een wereld horen. Hiermee willen stoppen, of nog erger anderen vragen hiermee te stoppen, desnoods met dwang houdt alleen maar weer de afscheiding in stand. En dus ook de voortgang en het voortbestaan van de egodenkgeest.
Ware Vergeving is het enige antwoord en om te kunnen vergeven moeten we al onze eigen, met nadruk op ‘eigen’, gedachten onder ogen gaan zien. We moeten eerst onze weerstand tegen Waarheid volledig in kaart krijgen, om het dan vervolgens te kunnen vergeven.
Vergelijken, oordelen, het zien van verschillen is dan dus niet meer fout of verkeerd, of zondig, of om mij schuldig over te voelen, of te schamen, maar alleen nog maar vergevingsmateriaal en vergevingskans.

Zo krijgt alles wat eerst voortkwam uit de ego kant van de ene denkgeest, door de keuze van de waarnemende/keuzemakende denkgeest kant voor de Heilige Geest kant, welke de brug vormt terug naar Waarheid, een vergevende functie, met als enig doel het ontwaken uit de droom, de nachtmerrie van de egodenkgeest.

%d bloggers liken dit: