archiveren

Tagarchief: ontwaken

Grappig, ergens wel, liep ik net te bedenken al boodschappen doende; ik kwam ECIW in m’n leven tegen als antwoord op een steeds urgentere vraag: “dit kan niet waar zijn, er moet toch een andere manier zijn?” en nu kan ik stellen: ja klopt, het is ook niet waar, maar de andere manier is niet dat het anders is geworden in de vorm, maar ánders op het niveau van de denkgeest.
Dat wat niet waar is, zijn al mijn zonde, schuld en angst gedachten in al hun oneindige variaties, plus de projecties daarvan, die nog steeds gedachten zijn, wat betekent dat mijn projecties, die nog steeds alleen maar gedachten zijn ook niet waar zijn.
Dus zolang ik mijn projecties nog los zie van de gedachten waar ze aan vast zitten, zal ik blijven proberen de ‘andere manier’ te forceren in een of andere uiterlijke vorm. En zolang ik dat blijf proberen blijft alles hetzelfde, namelijk een afwisseling van grote en kleine gelukjes en grote en kleine ongelukjes in dat wat ik mijn leven noem en waar ik me tegen blijf verzetten, of er een dikke laag spirituele roze suiker over strooi. Beide met hetzelfde effect, ik blijf geloven dat er een wereld is die ik kan verbeteren of kan vernietigen.

Conclusie:
Dat wat ik mijn leven noem, de wereld, blijft als script/film precies hetzelfde. ‘Ik’, alle rollen en acteurs op het ‘doek’, doen gewoon de dingen die ze doen, blijven ademhalen, lief hebben, boos zijn, aardig, onaardig, ergeren, ziek voelen, gezond, chagrijnig, vrolijk, hebben ontmoetingen, zijn alleen, zijn samen, maken van alles mee, zeggen ja, zeggen nee, of ‘kweet niet, verbreken relaties, gaan relaties aan, kortom de film die ‘mijn leven’ heet draait vrolijk door zolang ‘ik’, de denkgeest, deze denk en geloof te ervaren.

Ik, de denkgeest, de dromer van de droom, ben als het ware de acteur achter alle rollen in mijn droom en de regisseur van mijn droom, maar ben niet de rollen en alle figuren in mijn droom. Zodra ik mij identificeer met de rollen en figuren in mijn droom, koppel ik de bron, de denkgeest los van de projecties en ga daardoor helemaal op in mijn rollen en vergeet dat ik die rollen niet ben, maar slechts uitbeeld. En dat maakt een gigantisch verschil.
Me volledig identificeren met alle rollen betekent dat ik als denkgeest volledig kies voor te geloven in zonde, schuld en angst en op dat moment kies voor het grote ‘vergeten’ en het ontkennen van het feit dat ik eigenlijk denkgeest ben.
Het enige wat uiteindelijk verandert na ontwaken is dat ik, de denkgeest die zich weer herinnerd denkgeest te zijn en niet een lichaam, dit hele denkgeest denk/geloof-systeem doorzie. Vergelijkbaar met het in de bioscoop zitten en helemaal opgaan in de film en dan gaat ineens het zaallicht aan en besef je, nog een beetje slaapdronken naar de uitgang strompelend dat je naar een film zat te kijken, die heel erg echt leek, maar dat absoluut niet was.

En dit bewustzijn valt niet af te dwingen. Het heeft geen zin te schreeuwen: “wakker worden sukkel(s) !!!!”( alle rollen worden immers gespeeld door de ene egodenkgeest), of mijzelf op te werpen als redder en prediker van de mensheid, zogenaamd uit liefde, want dat vergroot alleen maar de angst en is precies het doel van de keuze voor ego (zonde, schuld en angst).

De afscheiding, van Waarheid is nooit echt gebeurt, dus de afscheiding hoeft ook niet echt gerepareerd te worden, ik hoef ‘slechts’ stap voor stap mijn geloof eruit terug te trekken, zo eenvoudig is het.
Dat het als zeer moeilijk wordt ervaren komt slechts door de weerstand terug te keren tot het bewustzijn louter Geest te zijn! Dus als het ware bewust te zijn dat ik die naar de film zit te kijken, niet die gewelddadige film ben, maar de projector die kiest voor het projecteren van films die over zonde, schuld en angst gaan.
Maar, wat blijft er dan over als de bewuste denkgeest stopt met het projecteren van zonde, schuld en angst? Dan verdwijnt zonde, schuld en angst…
En dan?
Wie/wat stelt deze vraag, de denkgeest die nog steeds in tijd en ruimte gelooft?
Met het verdwijnen van het geloof in zonde, schuld en angst, verdwijnt ook de vraag…
Geloof is derhalve het enige denkgeest mechanisme wat de hele film draaiende houdt.

Ja, de ervaring is toch echt dat ‘het niet serieus nemen’, wat betekent bewust niet kiezen voor het waarnemen door de zeer serieuze bril van de egodenkgeest, gewoon werkt.
Niet als het zoveelste trucje om me beter te voelen, maar als resultaat van het echt accepteren en weten dat de wereld niet meer is dan een droom, te vergelijken met wat we een slaapdroom noemen, maar dan weten dat alles een droom is en er geen verschil is tussen de slaapdroom en wat wij ons wakkere leven noemen.
Het is dus niet het lichaam dat slaapt en droomt, maar de denkgeest die een lichaam droomt dat kan slapen en dromen en wakker kan zijn.
Dat wat ik werkelijk ben, denkgeest bevindt zich niet in een lichaam, het idee van een lichaam bevindt zich in de denkgeest.
Ideeën zoals uittreden uit het lichaam is dus ook een droom.
Dus dat wat ECIW boven het slagveld hangen noemt, de zgn waarnemende/keuzemakende denkgeest positie, is niet de geest die uit het lichaam treed en zichzelf, het lichaam, bezig ziet.
Het is de denkgeest die zich niet meer vereenzelvigt met het lichaam, omdat deze weet dat het geen lichaam kan zijn, en het lichaam een projectie is geprojecteerd door de denkgeest zelf.
Dus dat kan je vergelijken met het kijken naar een film waar ‘ik’ de hoofdrol in speel (en ook alle bijrollen trouwens en ook de regie doe) en allerlei wilde zeer serieuze avonturen beleef. Als ik me volledig vereenzelvig als lichaam met de film en alle rollen en met wat er zich daar afspeelt dan kan ik niet anders dan het allemaal heel serieus nemen en al het lijden en de pijn en de vreugde echt voelen.
Denk maar weer aan de vergelijking dat als je naar een film zit te kijken, hoe je daar dusdanig in op kan gaan dat je de pijn, het lijden, en ook de vreugde echt lichamelijk voelt.
ECIW zegt onder andere over ‘het serieus nemen’:

“Het geheim van de verlossing is slechts dit: dat jij dit jezelf aandoet. Wat
ook de vorm van de aanval is, dit is nog steeds waar. Wie ook de rol van
vijand of van aanvaller op zich neemt, dit is nog steeds de waarheid. Wat
ook de oorzaak lijkt van enig leed of lijden dat je voelt, dit is nog steeds
waar. Je zou namelijk helemaal niet reageren op figuren in een droom
waarvan je wist dat je die droomde. Laat ze zo haatdragend en kwaadaardig
zijn als ze maar zijn, ze kunnen geen effect op jou hebben, behalve
wanneer jij naliet in te zien dat het jouw droom is” (T27.VIII.10:1-6).

en ook:
“In de eeuwigheid, waar alles één is, sloop een nietig dwaas idee binnen waarom de Zoon van God vergat te lachen. Door dit te vergeten werd de gedachte een serieus idee, in staat tot zowel verwezenlijking als werkelijke gevolgen” (T27.VIII.6:2-3).

Het niet serieus nemen, wil dus niet zeggen, dat ik onverschillig ben geworden of alles met een bulderende lach weg-lach…
Immers als ik lach om vreselijke dingen die gebeuren in de droom, maak ik de droom ‘echt’ en probeer het met een lach weg te lachen. Het lachen is dan gewoon weer de sluier van vergetelheid in dienst van de keuze voor de egokant van de denkgeest.

Het werkelijk niet serieus nemen is van een andere orde.
Het werkelijk niet serieus nemen is het gevolg van Ware Vergeving, of van het ‘echt’ zien en weten dat wat ik denk te zien slechts een reflectie is van mijn keuze om afgescheiden te zijn van wat ik werkelijk ben: denkgeest, de Ene Denkgeest, Eenheid, Waarheid, Liefde, God.
En als ik daardoor mezelf (denkgeest+projectie (wat hetzelfde is)) weer terug herinner in wat ik werkelijk Ben: Liefde kan het niet anders zijn dan dat er alleen nog maar Liefde uitgebreid zal worden. Daar hoef ik niet bij na te denken, dat zal een vanzelfsprekendheid zijn.

De film zal nog steeds ‘draaien’, of de droom zal nog steeds doorgaan, zolang ik nog ‘ervaar’, maar ik ben nu de bewuste denkgeest die ‘Weet’ die niet meer geloofd of zich vereenzelvigt met zonde, schuld en angst, de componenten waarop de film, de droom is gebaseerd. En het in die zin ook niet meer serieus kan nemen, maar omdat het geloof in zonde, schuld en angst niet meer aanwezig is, zal er vanzelf Ware Inleving, en Ware Behulpzaamheid voor in de plaats komen.

Deze bewustwording speelt zich dus nog wel steeds af in de (droom)wereld van de ‘ervaring’, maar zal nu niet meer de serieuze droom onder leiding van het geloof in zonde, schuld en angst zijn, maar ‘de gelukkige droom’ onder leiding van de keuze van de waarnemende/keuzemakende positie van de denkgeest voor de Heilige Geest kant van de denkgeest. Gelukkig betekent dus in deze zin zonder, zonde, schuld en angst zijn.
En nogmaals het is een valkuil (dus opnieuw de keuze voor de egokant) te denken dat dan de wereld een betere wereld wordt, want dan vergeten we weer voor het gemak, en dat is duidelijk een ego vergeten, dat er geen wereld is…
En waarom zou ik een leukere droom willen hebben, als ik Weet dat het slechts een droom is, die ik dan gewoon weer serieus neem en alleen een beetje opleuk, maar daarmee de Waarheid weer volkomen negeer, en ‘vergeet’?

Het bewust worden en vervolgens opleuken of een betere versie maken van de droom is dus niet wat Ontwaken is. Ontwaken is Ontwaken uit de droom, dus bereid zijn met volkomen lege handen, zonder zonde, schuld en angst (symbool voor zonder invulling van wat Ontwaken zal opleveren voor mij) en volledige openheid van geest en vol vertrouwen me te laten vallen in wat ik Ben.

Ik kan dus elke morgen bij het opstaan, of op wat voor moment dan ook ervoor kiezen en me voornemen, het geloof in het serieus nemen van de droom op te geven, want ook het serieus nemen is weer een geloof. Dat wat ik werkelijk ben, denkgeest kan alleen gedachten+projecties (wat hetzelfde is) voortbrengen en ik ben als waarnemende/keuzemakende denkgeest volledig verantwoordelijk voor welke gedachtegang ik kies, die van de egokant of die van de HG kant.
Dat is de enige ‘serieuze’ overweging die bij elke gedachte die mij uit onvrede lijkt te halen gemaakt mag worden.
En naarmate ik de ladder (symbool voor het proces van terug herinneren waar ik in werkelijkheid nooit uit ben weggegaan) terug naar Huis verder bestijg zal er een moment komen dat ik de bewuste keuze (voor ego of HG) niet meer hoef te maken en ik alleen nog maar onder leiding van HG sta.
ECIW noemt dit ‘een periode van voltooiing’:

“En tenslotte is er ‘een periode van voltooiing’. Hier wordt wat werd geleerd
geconsolideerd. Wat vroeger louter werd gezien in schaduwbeeld,
wordt nu solide verworvenheid waarop zowel in alle ‘tijden van nood’ als
in rustige tijden kan worden gerekend. Zeker, rust is het resultaat ervan,
de vrucht van oprecht leren, van consequent denken en volledige overdracht.
Dit is de fase van werkelijke vrede, want hier wordt de hemelse
staat ten volle weerspiegeld. Van hieruit ligt de weg naar de Hemel open
en is hij makkelijk begaanbaar. In feite is hij hier. Wie zou ergens ‘heen’
gaan als innerlijke vrede al totaal is? En wie zou willen proberen gemoedsrust
te ruilen voor iets wat nog begerenswaardiger is? Wat zou
nog begerenswaardiger kunnen zijn dan dit? (H4.I.A.8:1-10)”

De denkgeest is toe aan ‘ontwaken’ als de waarnemende/keuzemakende kant van de denkgeest door krijgt dat ‘ontwaken’ uit de zelfgemaakte droom niet iets is wat de met de ‘jij/ik’ geïdentificeerde (ego)denkgeest actief ‘doet’.
Des te harder de met de ‘jij/ik’ geïdentificeerde (ego)denkgeest aan ontwaken werkt, des te verder raakt de denkgeest er van verwijderd, en dat is precies het doel van de nog met een ‘jij/ik’ geïdentificeerde (ego)denkgeest.

De denkgeest is toe aan ontwaken als de investering in ‘doen’ geheel is doorzien en Vergeven.

Ontwaken uit de droom is onvermijdelijk, omdat het al gebeurd is, omdat het nooit gebeurd is.
Dus zeggen, ik kan dit niet, is een bewering die uit angst voortkomt en dus niets betekent, alleen dat ik bang ben, omdat ik naar ego luister. En dat is niet erg, of zondig of iets om me schuldig over te voelen. Ik hoef er slechts naar te kijken, en aan HG/J (ver)geven. Dat doen we met dat wat al voorbij is, omdat het nooit gebeurd is.
Elke vorm van angst die dit weer oproept is weer de angst voor wat we al Weten, maar willen vergeten, uit angst voor het Weten.
En dat is niet erg, het is slechts mijn keuze voor te luisteren naar ego in plaats van naar wat ik al Weet: luisteren naar HG.

Laat ik met een conclusie beginnen wat betreft beloften.
De enige belofte die onmogelijk verbroken kan worden is de belofte dat er alleen Eenheid is, en de eigenschap van Eenheid is dat deze nooit verbroken kan worden.
Dus eigenlijk is de belofte niet eens nodig, want een belofte doen is suggereren dat er iets verbroken kan worden.
En suggereren dat de belofte van Eenheid wel verbroken kan worden, en werkelijkheid kan worden, is wat we ons leven noemen en wat onze wereld uitbeeld en weerspiegeld.

We maken dus een big deal van het verschijnsel onze beloften houden en waarmaken.
Maar niet om de reden die we denken (denk aan les 5).
Daarbij gaat het helemaal niet om bepaalde beloften die gedaan zijn over iets wat dan wel of niet nagekomen moet worden in enige vorm.
De achterliggende verborgen agenda is de onmogelijkheid van het verbreken van Eenheid toch waar te maken. Dus eerst wordt de onmogelijkheid om Eenheid te verbreken omgedraaid naar het toch mogelijk maken door zgn de belofte met Eenheid te verbreken. Dit verbreken van de belofte van Eenheid, wat dus onmogelijk is, moet wel tot zonde, schuld en angst gedachten/gevoelens lijden, welke ook eigenlijk onmogelijk zijn, omdat ze uit een onmogelijk idee stammen. Dit geeft wel even een andere kijk op de uitdrukking: “belofte maakt schuld”, bedenk ik me ineens.
Maar omdat de herkomst van zonde, schuld en angst ‘vergeten’ wordt en dus schijnbaar losgeraakt is van hun oorzaak, lijkt ons basisgevoel steeds uit vormen van zonde, schuld en angst te bestaan dat voor een constant onveilig, onzeker, op je hoede gevoel zorgt, dat weer opgelost moet worden door zoiets als het houden van beloften te verzinnen.
En daarbij hoort dus ook het verbreken van beloften. We eisen, om een soort van pseudo veilig gevoel te creëren, dat men zijn beloften nakomt, maar aangezien we zgn de belofte van Eenheid hebben geschonden en dit geloven en tegelijkertijd vergeten en daardoor ontkennen dat we die belofte hebben gedaan, blijven we dit projecteren. En die projecties zien we terug in ons eigen leven en dat van anderen, wat hetzelfde is.
En dus doen we ons hele leven lang beloften, die bij voorbaat al zijn gedoemd te mislukken, wat ook de achterliggende verborgen agenda en doel is van onze keuze voor te denken vanuit de ego kant van de denkgeest, die deze gedachte constructies bedenkt, om maar uit Eenheid te blijven.

Maar die verborgen agenda blijft verborgen, zodat we beloften blijven eisen en afdwingen en vervolgens weer verbreken.
Op die manier blijft het mogelijk schuldigen aan te wijzen buiten ons, als er weer eens een belofte geschonden lijkt te zijn, en we zodoende ons diepere schuldgevoel van dat we het voor elkaar hebben gekregen de belofte van Eenheid te schaden, maar niet hoeven te voelen, omdat dat ondragelijk is. En waarom is het ondragelijk, omdat het onmogelijk is. De belofte van Eenheid, van Waarheid, de belofte aan God kan niet geschonden worden. Gedachten, ideeën verlaten nooit hun bron, de denkgeest.

Dus in een dualistisch gedachtesysteem, dat wat ons leven is, is het nakomen van beloften onmogelijk, van wegen de dualistische aard, die door zijn aard veranderlijk is. Een onveranderlijke beloften doen is onmogelijk binnen dit denksysteem van dualiteit.

Dat wil niet zeggen dat ik nu geen beloften meer moet maken, want dit zijn nu eenmaal de spelregels binnen dit dualistische denksysteem. Ik hoef ze echter niet meer voor waar aan te nemen, ik hoef me er niet mee te identificeren. En, het belangrijkste, ik kan door te zien dat wat ik probeer te bereiken binnen de onmogelijkheid van het verbreken van de belofte van Eenheid, ik opnieuw de keuze kan maken hier anders naar te kijken en mijzelf vergeven dat ik geloof in het krankzinnige idee dat ik de belofte aan Eenheid, aan God kan verbreken.
Zodoende krijgt het verbreken van beloften een nieuwe functie, namelijk dat van vergevingsmateriaal en vergevingskans.

Dus, als ik zie dat iemand zijn belofte verbreekt en ik daar kwaad over wordt, dan word ik niet kwaad om de reden die ik denk. Ik zie dan eigenlijk mijn eigen angst weerspiegeld voor de zgn ‘zonde’ die ik heb begaan, en de straf die daar wel op moet volgen, door mijn belofte aan Eenheid, aan God te hebben verbroken. Deze verborgen gedachte is ondragelijk en de enige uitweg is het rot gevoel snel naar buiten te projecteren, zodat ik iemand anders als de schuldige voor het verbreken van beloften aan kan wijzen en ik onschuldig blijf.

Maar aangezien er alleen denkgeest is en de wereld en ik en anderen en verder alles ook een gedachte is, ook al worden ze geprojecteerd, is er maar één verantwoordelijk voor zijn gedachten en dat is de dromer van de droom. Een ‘ik’ fragmentje dat denkt te zijn losgeraakt uit Eenheid, en niet door heeft, vergeten is, dat dat onmogelijk is en dat er nog steeds maar Een Geest is die alles omvat.
Dit betekent dat we allemaal dezelfde strijd voeren en we ook allemaal als één zullen Ontwaken.
Dat is de enige belofte die niet verbroken kan worden.

Vergelijken is gebaseerd op het zien van verschillen.
En vergelijken en het zien van verschillen is oordelen.
Vergelijken is natuurlijk het domein van de egodenkgeest, van het dualistische denksysteem.
Vergelijken is een manier om van één twee te maken, met als enig doel van één twee te maken.
Het heeft niets te maken met wat het lijkt te zijn; het vergelijken van dingen in de wereld, het heeft alleen tot doel, van één twee te maken, en zo de wereld van de dualiteit in stand te houden. En zo de afscheiding in stand te houden.

Vergelijken is gebaseerd op het zien van ongelijkheid.
De ik, een stukje schijnbaar afgescheiden denkgeest, heeft een idee over wat juist is, en dus ook over wat onjuist is, ómdat ik geloof ánders te zijn dan de ander. Niet omdat ik verschillen zie in enige verschijningsvorm. Dat is alleen de projectie van het denken te zien van verschillen.
En omdat ideeën nooit hun bron kunnen verlaten, blijft ook de verschijningsvorm een idee, een gedachte, een projectie.

En ja, je hoeft geen genie te zijn om te zien dat het willen zien van verschillen tot conflicten kan en zal leiden.
En ook conflicten in welke vorm dan ook, groot of klein hebben ook weer als enig doel, de afscheiding in stand te houden, Daar willen we als denkgeest die kiest voor afscheiding gelijk in krijgen en houden. Dus weer we willen niet ons gelijk halen over wat voor vorm of situatie dan ook, maar over dat we autonoom zijn, van elkaar afgescheiden personen, dingen en situaties.
Dus nee, ik heb geen conflict met andere personen, ik wil in de afscheiding blijven. En nee, het ene land is niet in conflict met het andere, het is alleen een projectie van de miljoenen afscheidingsgedachten, met maar één doel, in de dualiteit te blijven, in de afscheiding te blijven.
De vorm waarin het zich lijkt uit te spelen is slechts een dekmantel voor de onderliggende wens in de afscheiding te blijven.

Hier uit volgt dat conflicten als gevolg van de wens tot afscheiding, een wens die zich in de denkgeest bevindt, nooit opgelost kunnen worden in de wereld die wij (de denkgeest) hebben gemaakt met als enig doel afscheiding.
De waarheid kan nooit gevonden en bewezen worden in de wereld die wij als denkgeest bedacht en geprojecteerd hebben.
De wereld is immers gemaakt om de waarheid te verbergen. En dat zorgt voor een gevoel van iets missen, en aangezien ‘vergeten’ is dat we denkgeest zijn, blijft er schijnbaar niets anders over dan de waarheid te zoeken in wat we nu denken te zijn; een lichaam in een wereld met andere lichamen, dingen en situaties.
Een gegarandeerd ‘zoekt en gij zult niet vinden’ situatie, want waar het niet is, kan het ook niet gevonden worden. Hoe logisch is dat!
Zie daar het waterdichte ‘logische’ tevens krankzinnige verdedigingsdenksysteem van de egodenkgeest.

Ook in de zogenaamde spirituele wereld heerst natuurlijk verdeeldheid en wordt er vergeleken.
Ook onder Cursus studenten. We denken in termen van beginnende, gevorderde en vergevorderde studenten/leraren en vergelijken. Vergelijken onszelf met andere studenten/leraren en meten daaraan af ‘hoever’ we zijn op ons spirituele pad.
Een zinloze actie, met ook alweer als enig onderliggend (ego) doel, het in stand willen houden van de afscheiding.

Het enige waar we enigszins aan kunnen afmeten ‘hoever’ we zelf zijn is de mate waarin we ons vredig voelen, juist omdat we niet meer vergelijken, oordelen en verschillen zien, en dat het ons helemaal niet uitmaakt ‘hoever’ we denken te zijn.

Aangezien in elke gedachte altijd het hele pakketje zit, van de egodenkgeest, de Heilige Geest én de waarnemende/keuzemakende denkgeest, doet dus de egodenkgeest ook mee in deze gedachtegang en kan zichzelf als het ware vermommen in dit oordeelloos kijken van onze Heilige Geest kant van de ene denkgeest.
Het stopt met vergelijken, door zichzelf als superieur te zien boven anderen en te denken dat het doel al bereikt is, en het geen last meer heeft van vergelijken, oordelen en het zien van verschillen, zoals anderen dat nog wel doen. Een slimme manier van het verbergen nog steeds voor vergelijken, en oordelen te willen kiezen.

De enige ware manier om met vergelijken, oordelen en het zien van verschillen te stoppen, is om er niet mee te stoppen, maar het te vergeven.
Zolang we onszelf hier ervaren doen we dingen die bij het ervaren van een wereld horen. Hiermee willen stoppen, of nog erger anderen vragen hiermee te stoppen, desnoods met dwang houdt alleen maar weer de afscheiding in stand. En dus ook de voortgang en het voortbestaan van de egodenkgeest.
Ware Vergeving is het enige antwoord en om te kunnen vergeven moeten we al onze eigen, met nadruk op ‘eigen’, gedachten onder ogen gaan zien. We moeten eerst onze weerstand tegen Waarheid volledig in kaart krijgen, om het dan vervolgens te kunnen vergeven.
Vergelijken, oordelen, het zien van verschillen is dan dus niet meer fout of verkeerd, of zondig, of om mij schuldig over te voelen, of te schamen, maar alleen nog maar vergevingsmateriaal en vergevingskans.

Zo krijgt alles wat eerst voortkwam uit de ego kant van de ene denkgeest, door de keuze van de waarnemende/keuzemakende denkgeest kant voor de Heilige Geest kant, welke de brug vormt terug naar Waarheid, een vergevende functie, met als enig doel het ontwaken uit de droom, de nachtmerrie van de egodenkgeest.

Ontwaakte (verlichte) lichamen, personen bestaan niet.
Er is geen wereld zegt ECIW, dus welke lichamen?
Er is alleen denkgeest en denkgeest kan ‘vergeten’ en dromen van een toestand die niet bestaat, omdat ze slechts een ‘droom’, dus een illusie is.
Het ontwaken van lichamen lijkt alleen plaats te vinden als je wakker wordt na een nachtje slapen, of na een dutje tussendoor.
En dat is dan dus eigenlijk niets anders dan ontwaken in gewoon weer eenzelfde droom, want lichamen die wakker kunnen worden, is op zich al een droom.
Alleen de denkgeest kan ontwaken uit de droom die hijzelf droomt, dus zelf bedacht, gedroomd heeft.
En dat is geen spetterend gebeuren met veel trompetgeschal, halleluja en vuurwerk.
Het is meer een ineens realisatie van weten, terug herinneren, dat ik denkgeest ben die droomt. De dromende denkgeest is ineens in een lucide droomtoestand en heeft de gewaarwording alles te zijn, ongeveer zoals we weten dat we alles zijn in onze slaapdromen en alle droomrollen in onze slaapdroom spelen. We bevinden ons dan in wat de Cursus noemt ‘de gelukkige droom’. En het voelt als ‘normaal’, een moeiteloos, rustig, vredig, gelukkig ‘normaal’, een thuiskomen, waarin alles als ‘hetzelfde’ wordt gezien, ‘grenzeloos’.
Niet dat de droom er dan als droom gelukkig uitziet in zijn droom vormen, de verschillen, de afzonderlijke projecties worden nog wel gezien en ervaren, de droomrollen worden nog gespeeld als het ware, maar de droom wordt niet meer als bedreigend gezien, ik identificeer me niet meer met mijn droom, omdat ik weet dat het een droom is. De hele droom is nu een symbool die mij kan leren hoe en wat ik denk over mijzelf, en hoe ik dat projecteer teneinde de droom echt te doen laten lijken, zonder dat ik er een schuldig of angstig oordeel over heb. Want hoe zou een droom bedreigend kunnen zijn als ik weet dat het een droom is?
En net als bij het net wakker worden in de morgen na een nachtje slapen, is er een periode van de slaap uit mijn ogen wrijven en langzaam bij bewustzijn komen en nog wat slaperig om me heen kijken balancerend tussen slapen en ontwaken. Een proces dat onvermijdelijk leidt tot het totale ontwaken van de denkgeest en het totaal oplossen van de droom. De staat van ZIJN, waar dromen en ook de lucide droomstaat geen functie meer hebben en tenslotte gewoon verdwijnen, omdat deze nooit bestaan heeft: een droom is een droom en blijft een droom.
Dit ontwaken uit de droom heeft niets te maken met het sterven van een lichaam, of het verlies van wat voor vormen dan ook, want er is sowieso geen lichaam, alleen een droom van een lichaam. En kan een lichaam echt sterven in een droom, kan er echt verlies geleden worden in een droom? Neen, alleen de denkgeest kan dit dromen en zijn eigen droom geloven, maar het blijft een droom.
En alleen de denkgeest kan ontwaken uit zijn eigen droom van zonde, schuld en angst, en zich herinneren dat er niets gebeurt is en niets Eenheid, Waarheid, Liefde verandert kan hebben. En dat is een niet te beschrijven enorme opluchting en bevrijding, enigszins te vergelijken met het ontwaken uit een nachtmerrie en te beseffen dat het maar een droom was. Niet het ontwaken als een lichaam, maar als het ontwaken van de denkgeest in de denkgeest. En tenslotte zal ook de denkgeest een illusie blijken te zijn en blijft alleen het woordeloze, dat wat er altijd was en nooit kan verdwijnen over:

‘Niets werkelijk kan bedreigd worden.
Niets onwerkelijks bestaat.

Hierin ligt de vrede van God’ (In.2:2-4).

 

Ontwaken uit de droom is het resultaat van zien en weten dat deze wereld niet ‘waar’ is, omdat hij niet werkt. Dat is niet een theoretisch zien en weten zoals ik dat nu opschrijf, maar een ervaring. Dat betekent in gaan zien dat de wereld dus ook ik, zolang ik mezelf als een ‘ikje’, lichaam zie, ik een projectie ben vanuit een vlucht voor Liefde. Het tegenovergestelde van Liefde is haat en de daar uit voortkomend angst, dus is de wereld een projectie vanuit haat en angst en ervaren we allerlei vormen van haat.
En pas als ik bereid ben dat te zien, en het totaal heb gehad met de wereld, mijzelf en iedereen, de (ego)haat en angst onder ogen wil zien, omdat ik de haat en de angst helemaal zat ben en daarnaast vermoed dat er een andere manier moet zijn, wat eigenlijk het diepe terugverlangen naar Liefde vertegenwoordigt, kan het terug herinneren in Liefde beginnen.
Het vergeten uit Liefde gaat via haat en angst:

´Want haat moet wel de vader zijn van angst, en zichzelf als de vader daarvan zien´ (T31.I.10:2)

Het terug herinneren kan alleen maar via dezelfde weg, maar dan omgekeerd, van haat en angst terug naar Liefde. En dat kan alleen door alle vormen van haat en angst te vergeven, stuk voor stuk.
En dat is moeilijk, want angst en haat onder ogen zien doet pijn. Pijn is een verdediging van de egodenkgeest en werkt zeer effectief als hulp om iets niet onder ogen te willen zien. Tegelijkertijd willen we die pijn om maar uit het denkgeest gebied te blijven waar het oorspronkelijke idee van afscheiding van Liefde zich bevindt.
Dus waar bestrijden we de pijn, daar waar deze niet bestreden kan worden, in een wereld waar pijn als verdediging tegen Liefde wordt ingezet en pijn en lijden alleen maar versterkt kan worden.
Wat de egodenkgeest dan doet als deze spiritualiteit ook inlijft als verdediging tegen Liefde, en wat het ook zeker zal doen, is de pijn ontkennen, en onder het roze tapijtje van zgn spiritualiteit vegen.
Ego spiritualiteit leert mij hetzelfde als de egodenkgeest in al zijn andere vermommingen als leermeester, via de projecties ouders, opvoeders, onderwijs, de maatschappij mij heeft geleerd. Dat kan leiden, nadat geleerd is door de ervaring heen dat dat ook niet werkt, tot een volledig terugtrekken in mijzelf en een nog grotere nu nog meer verborgen haat tov alles en iedereen. Een dubbele verdedigingsmuur: haat, en de angst voor haat. Een steeds dieper wegzakken in angst en haat, onder een sausje van spiritualiteit: sugar over shit.

De enige weg hieruit is de haat en de angst volledig onder ogen willen gaan zien.
Dat wil zeggen eerst volledig eerlijk naar alle verdedigingen van mijn egodenkgeest kijken en dat ziet er niet gezellig uit op z’n zachts gezegd.
Maar het is de enige weg, ik ben hier in geraakt door in angst, zonde en schuld te geloven, dus moet ik er ook via die weg, maar dan omgekeerd weer uit, de weg van on-geloven.
Dus moet ik onder andere onder ogen zien dat mijn zgn liefde voor mijn naasten niets met Liefde te maken heeft en er juist een verdediging tegen is.
En dat is niet makkelijk ook weer op z’n zachts gezegd.
Kortom ik moet dan volledig bereid zijn dat wat onwaar is volledig onder ogen te zien ten einde terug te kunnen keren in wat Waar is.
Het ego (dat gedeelte van mijn denkgeest dat in afscheiding geloofd) zal alles inzetten om zijn verdedigingsmuur tegen Liefde overeind te houden.
Let wel die verdedigingsmuur heb ik zelf opgericht, tegen wat ik zelf in werkelijkheid ben: Liefde. Dus het is geen oorlog tegen iets buiten mij, ook niet iets in mij als persoon, als lichaam, maar een krankzinnige onmogelijke ´strijd´ in de ene denkgeest die vergat dat deze EEN is, dus Liefde is.
Vandaar dat het idee van Vergeven zoals de Cursus ons dit leert, zo mooi is.
Omdat Vergeving laat zien dat er in Werkelijkheid niets gebeurt is, maar dat waar ik zo bang voor ben en al de haat die ik voel een onmogelijk nietig dwaas idee is. En alleen maar bestaat bij de gratie van mijn geloof erin.

Tegelijkertijd leert het mij dat ik geen stappen kan overslaan.
Denken, ok hier is al mijn shit, de hele inhoud van mijn egodenkgeest, ik geef het aan jou Heilige Geest, want ik geloof er niet meer in, werkt niet.
De weg terug gaat dwars door de eerder opgeworpen muren van angst, haat enz. heen, stap voor stap, treetje voor treetje, maar nu met een ander doel en dat maakt het verschil en maakt dat ik er wel doorheen durf te gaan, omdat ik nu prefereer naar de onvermijdelijke onontkoombare aantrekkingskracht van Liefde te willen luisteren.
En de wereld die ik gemaakt heb met alle relaties wordt me niet afgenomen, alleen de haat en de angst van waaruit de wereld en al mijn relaties zijn gemaakt zal verdwijnen…

Ga ervan uit dat we als denkgeest hebben afgesproken met onszelf dat we nooit mogen ontwaken en dat we de wereld geprojecteerd hebben en gebruiken om deze geheime afspraak te verbergen voor ons bewustzijn.
Dus het is niet de vraag of en wanneer  zal ik ontwaken, maar of en wanneer zal ik deze geheime, goed verborgen afspraak met mijzelf willen vergeven.
Elke gedachte die ik heb, bevat de kans dit goed bewaarde geheim aan het licht te brengen, of het te bewaren voor de vergetelheid…

Het is slechts een afspraak, niet een feit en ik hoef alleen deze afspraak, die in elke gedachte verborgen zit, te vergeven.

 

Er zal nooit één persoon als lichaam in deze wereld ontwaken. Lichamen kunnen niet ontwaken, lichamen zijn projecties vanuit de ene denkgeest en projecties kunnen niet ontwaken. De denkgeest die zich bewust is van zijn mogelijkheid tot projecteren kan wel ontwaken uit zijn onware staat van zich identificeren met een lichaam.
Dan is er geen, hoewel de denkgeest zichzelf nog waarneemt in een bepaalde vorm in de droom, ervaring van individu zijn meer, er is alleen nog één zijn waarin alleen nog plaats is voor de ervaring ‘alles’ te zijn. En dit voelt zeker niet als ‘verlies’, want hoe kan één en alles nu als verlies gezien worden.

%d bloggers liken dit: