archiveren

Tagarchief: ontkenning

Hardop denken, een op z’n zachts gezegd verrassend inzicht…

Wij hebben van god een serial killer gemaakt.
Huh, hoe dan?
Dat wat verborgen moet blijven, het ultieme geheim van de egodenkgeest, is het onder ogen zien van het waarom van de angst voor de dood en hoe zich dat uit-projecteert.
En als ik daar naar kijk, olv de blik van “niet angst”, symbolisch voorgesteld als olv Jesus en of de Heilige Geest, omdat de denkgeest daar kennelijk aan toe is, “zie” ik de onthulling van de volgende tot dan toe zorgvuldig door de keuze voor het geloven in de verborgen gedachtes van de egodenkgeest:

We (de keuzemakende denkgeest die kiest voor egodenken) zien de dood als de ultieme onvermijdelijke wraak van god die ons uiteindelijk toch wel weet te vinden en te pakken krijgt, ook al zijn we ons hele leven bezig de dood te ontlopen, alsof we ons kunnen verstoppen voor god, door hem te paaien, te ontkennen, ziek te worden, tijdelijk te genezen, door zelf te doden in zijn naam, door te offeren aan deze onverzadigde serial killer die leeft op dood vlees. We leven daardoor in voortdurende doodsangst, want we weten nooit wanneer god op de rode doodsknop drukt en het mijn beurt is. Euthanasie plegen of zelfmoord plegen mag dan ook niet, want dan maak je god nog bozer, want dan ontneem je hem zijn ultieme speeltje: moorden en zal er na je dood nog een veel vreselijker lot wachten.
Kortom we lijken onvermijdelijk overgeleverd te zijn aan een psychopathische serial killer van het ergste soort, waar niet mee te onderhandelen valt.

Nou, introduceer deze gedachte maar eens in een wereld die leeft op een van angst, “godslastering” en “god zal je onmiddellijk straffen” doordrenkte gedachtesysteem.
Angst zal alleen vanuit angst kunnen reageren op deze stelling.
De denkgeest die nog niet aan dit idee toe is kan dit dan ook niet aanvaarden. En dat is niet erg, kwalijk, laat staan dom. De hele ene denkgeest gelooft immers in dit waanzinnige onmogelijke denksysteem. Maar het is ook onvermijdelijk dat dit waanzinnige denksysteem uiteindelijk door de mand zal vallen, omdat het onmogelijk is (God zij dank).

Natuurlijk speelt zich dit allemaal af in de waan van de droom, en ik kan je vertellen dat het een enorme opluchting voor mij is dit verborgen droom scenario ineens in een moment zo duidelijk in een flits overziend echt onder ogen te mogen zien en helemaal uit te “bekijken”, zonder angst. Als een ontmaskeren van een Wizzard of Ozz momentje zeg maar, maar dan als een “buiten de droom. boven het slagveld hangend moment”.

Het verklaard voor mij de angst voor de dood en het (noodzakelijk) verborgen houden van de angst voor de dood, voor ons (de dromer van de droom) die geloven werkelijk dood te kunnen gaan en dat god dat beslist.
En die angst hebben wij die denken en geloven en ervaren een lichaam te zijn allemaal, niemand uitgezonderd, ook niet degene die het maar gewoon accepteert als onvermijdelijk, of god accepteren en zien als een rechtvaardige vader die beslist wanneer hij jou weer tot zich roept in de hemel, “want dood gaan we allemaal, dus leg je er maar bij neer…..”

En natuurlijk geldt dit scenario ook voor de geboorte. Ego god geeft en neemt immers? Ego god moet immers wel blijvend worden voorzien van nieuw speelgoed om zijn serial killer mind te bevredigen.
De enige manier om van dat wat pure Liefde, Eenheid, Waarheid is een tegenhanger te maken is van God precies het tegenovergestelde te maken van wat “Hij IS”, en dat is het verzinnen en projecteren van een dualistische god, een god die het tegenovergestelde is van Liefde, Eenheid, Waarheid, een god van zonde, schuld en angst en deze met elke gedachte “vast te spijkeren” in dromen van zonde, schuld en angst. (zie daar de ultieme projectie hiervan, het christelijke Paas “feest” van de kruisiging en opstanding van Jezus de zogenaamde enige zoon van God).

Dit doorzien, vereist een enorme eerlijkheid bij het kijken naar al mijn gedachten, olv de gelukkig nog steeds in de denkgeest aanwezige verbinding met God: de symbolen Jezus en of de Heilige Geest. Dit zal vanzelf gaan als de denkgeest eraan toe is en dat weet je als het zover is. Dit forceren is juist weer kiezen voor het egodenken:

“En als je bemerkt dat je weerstand sterk en je toewijding zwak is, ben je er nog niet klaar voor.Vecht niet tegen jezelf” (T30.I.1:6-7).

Ik zie nu ook dat wij die angst proberen te overschreeuwen, door bijvoorbeeld het idee van serial killers  op het toneel te laten verschijnen (te projecteren), de Jokers, de Moriato’s, de Jack the Rippers, en noem ze verder maar op de serial killers door de eeuwen heen in verhalen, sprookjes en in onze zogenaamde dagelijkse droom verhalen. Allemaal projecties van de ontkenning en de afleiding van de angst voor de hoofd serial killer: god. Een oefening in het controleren van deze angst. Maar ook de scripts waarin zonen en of dochters hun vader en of moeders vermoorden, ook dat zijn geprojecteerde verhalen die de angst reflecteren én verbergen voor een denkbeeldige moordende god.
Een training in het overschrijven van angst, zodat we aan het onvermijdelijke ego scenario wennen en het voor waar kunnen aannemen, ook al is het een onmogelijk scenario.

En zo sussen we onze angst voor de dood en voor de achterliggende angst voor god met zelf bedachte verhalen die de oorzaak van de angst, de wens om afgescheiden te blijven van God, (wat immers onmogelijk is) keurig verbergen achter nog weer een muur van angst.
Angst is de ultieme beveiliging, want het voelt vreselijk en we willen dat gevoel vermijden, of kwijtraken niet om de reden die we denken, maar omdat de verborgen wens om afgescheiden te zijn en blijven van god niet mag worden ontdekt, want dat betekent einde ego.
Niet door de dood, maar omdat het ego niet kan bestaan als het geloof eruit is verdwenen, want dan lost het gewoon op in “niets”.

Maar het is (gelukkig) allemaal een droom, een nachtmerrie, gedroomd door de ene “Zoon van God”. En wat heerlijk hier uiteindelijk zonder angst, door de angst onder ogen te zien, precies zoals deze zich voordoet, er gewoon naar te kunnen leren kijken, zonder oordeel en zonder angst. En dat kan alleen maar als ik dat doe aan de hand van dat wat oordeelloos kán kijken, ook een symbool, maar dan het symbool van “niet angst” Jezus/Heilige Geest (of een ander symbool van niet angst).
En dat is, nogmaals, iets waar de denkgeest aan toe moet zijn. We kunnen dit allemaal lezen en eventueel intellectueel begrijpen, maar dat wil nog niet zeggen dat de denkgeest er dan ook aan toe is het “echt” onder ogen te zien.
Het egodenken blijft namelijk ook mee doen, omdat wij zelf ook de egodenkgeest zijn, ook al is het een waan idee. En onze egodenkgeest kan dit verhaal, de ontsluiering ook makkelijk weer inzetten voor zijn eigen doel: afscheiding.
Ook hier moet uiteindelijk onvermijdelijk eerlijk naar gekeken worden, en weer, niet onder dwang, maar als de denkgeest er aan toe is.

Het enige wat ik, als denkgeest hier tegen kan doen, is leren kijken naar al mijn gedachten, hoe erg ze ook lijken te zijn, hoe angstig ze ook lijken te zijn, samen leren kijken met J/HG. En dan zal de denkgeest stap voor stap uit dit labyrint van angst geleid worden, waarbij dus gebruik wordt gemaakt van mijn eigen in eerste instantie uit angst geprojecteerde script en het van een angstig script met als doel afscheiding, zal worden hergebruikt als script voor het terug laat herinneren in GOD. In dat geval GOD die staat voor Liefde, Waarheid, Eenheid, die geen enkele eigenschap heeft die het ego op een ego god heeft geplakt die eigenlijk alleen maar de wens voor afscheiding uitbeeld, een wens die (God zij dank) in Werkelijkheid onmogelijk is.

Nu de poort van wetende dat er alleen ervaring is, ervaren door de ervarende zelf, of beter nog door de ervaring zelf, ontsloten is, ervaart de ‘ik ervaring’ het doorzien van het idee ervaren in elke ervaring.
Juist ook in de ontkenning van dat het de ervarende is die ervaart, waardoor er een wereld lijkt te zijn, los van de ervaring, is nu duidelijk te ervaren dat er alleen ervaring is die samenvalt met de ervarende denkgeest ervaring.
De ontkenning krijgt nu een nieuwe functie, die van terug herinneren ervarende denkgeest ervaring te zijn.

Zo denken en geloven we, de ervarende ervaring die denkt en gelooft een lichaam te zijn, dat we eerst moeten ervaren in de wereld, via een lichaam voordat we geloven dat iets wel of niet werkt. We denken en geloven dat we, de ervarende ervaring die denkt en gelooft een lichaam te zijn, door te ervaren kunnen bewijzen wat wel of niet goed, wel of niet gezond voor het lichaam en voor de wereld is.
Het enige briljant verborgen doel wat hierachter schuil gaat is bewijzen dat we, de ervarende ervaring, niet de ervarende zijn die ervaart, maar dat het het lichaam is dat ervaart en dus de oorzaak en het gevolg is van een ongezond lichaam met een ongezond brein.
Een volkomen hopeloos, maar toch schijnbaar succesvol dwaalspoor, bedacht en gedacht en gelooft door de denkgeest, dat wat de ervarende ervaring is, die enorm z’n best doet te ontkennen dat er alleen ervarende ervaring mogelijk is door de ervarende denkgeest.

Suiker en nog tig andere dingen zijn helemaal niet gevaarlijk voor het lichaam, ja in de droom wel ja, die als ‘waar’ wordt gezien en ervaren, door de in een lichaam gelovende ervarende denkgeest ervaring. Maar gevaren voor lichamen en de wereld zijn slechts een handige afleiding van de oorzaak; de wens om te vergeten ervarende denkgeest ervaring te zijn.

Dus experimenteer je suf in de droom ogenschijnlijk om te bewijzen wat goed is voor het lichaam of niet, zonder het (ego) doel van dit experiment te doorzien, namelijk uit het idee van louter denkgeest, dus de ervarende ervaring te zijn te blijven, of experimenteer in de droom om te leren doorzien dat het lichaam slechts een waanidee is, een dwaalspoor.
Dan krijgen de wereld en het lichaam als idee, louter als ervarende ervaring, een heel andere functie, namelijk die van reminder dat er alleen de ervarende denkgeest ervaring is.
Dat zijn de twee keuzemogelijkheden, meer zijn er niet.

Ontken het lichaam en de wereld niet, doe op droom niveau wat de droom voorschrijft, maar geef het en gun het als idee, als ervaring een ander doel, die van het herinneren ervarende denkgeest ervaring te zijn en terug te keren in Waarheid, in Eenheid, waar de ervarende ervaring niet meer gewenst, niet meer nodig is.
Het lichaam zal gedurende dat proces van ontleren, dan volledig doorzien als louter ervaring in de ervarende denkgeest vanzelf steeds meer als liefdevol ervaren worden, hoe het er ook als denkbeeld in de ervarende ervaring ook uit moge zien, totdat het niet meer nodig is, omdat de ervarende denkgeest ervaring dan niet meer nodig is.

…life is but a dream…

Het leven is een droom, wat betekent dat…
Laten we eerst kijken naar wat we onze slaapdroom noemen, dat is een begrip wat we kennen en ook min of meer snappen.
We denken en geloven dat we een lichaam zijn en dat lichaam kan als het gaat slapen dromen.
Als we dan ’s ochtend wakker worden, dan weten we soms nog heel goed wat we gedroomd hebben, of we zijn het vergeten. We beweren echter nooit dat de droom ‘echt’ gebeurd is, ook al leek deze heel echt, het was maar een droom, en we accepteren hooguit dat de droom een symbolische betekenis heeft, of bedoeld is als manier voor de hersenen om alle impulsen van de dag te verwerken.
En als het een nachtmerrie was halen we opgelucht adem dat we gelukkig weer wakker geworden zijn uit die nachtmerrie en hopen dat die nachtmerrie niet weer terug zal komen.
En we beweren soms ook dat ook al zijn we een droom vergeten, we altijd dromen.
We kunnen ook leren, wordt beweerd, controle over onze slaapdromen te krijgen. Daar zijn zelfs cursussen voor.  En we kunnen dromen gebruiken als toekomstvoorspellers, de zogenaamde voorspellende dromen.
Kortom we denken alles te weten over dromen en maken duidelijk onderscheid tussen de dromer van de droom, het lichaam en de droom. En we noemen de dromer van de droom, het lichaam ‘echt’ en de droom… een droom, een illusie. En daarmee is het verhaal klaar zo denken we…

Maar stel dat bovenstaand verhaal alleen maar als functie heeft te verbergen wat er achter dat verhaal  verborgen wordt gehouden?
Als dat idee plotseling naar boven komt, ben ik dan paranoia, of heb ik last van complot gedachten?
(erg ‘in’ tegenwoordig).
Of raak ik aan een belangrijke herinnering, een ‘vergeten’ dat zich langzaam een weg baant omhoog in het bewustzijn?

Misschien staat bovenstaand verhaal wel symbool voor iets heel anders, iets wat we vergeten zijn, iets wat we willen vergeten, waardoor de symboliek als ‘waar’ wordt gezien. Stel dat de wereld die we als ‘echt’ beschouwen ook een droom is, een nachtmerrie vaak, en symbool staat voor iets anders?
Het feit dat ik dit kan denken staat al symbool voor dat het wel eens zo zou kunnen zijn, want als het een onmogelijk idee zou zijn, dan zou het niet in me op kunnen komen, of het zou niet in me op kunnen komen omdat ik het wil vergeten en dus ontken. Maar ontkennen kan alleen als er ‘iets’ dreigt wat door angst ervoor vervolgens ontkent wordt.

De eerste ontkenning is al dat we denken een lichaam te zijn dat kan denken. Dit blokkeert al elke verder gedachte. Het uitgangspunt is immers, ik ben een lichaam dat denkt dankzij de hersenen en ja dat lichaam, de hersenen, kunnen als het lichaam slaapt een droom hebben. En ja die dromen kunnen een symbolische betekenis hebben die mij, het lichaam iets probeert te vertellen over mijzelf als lichaam in een wereld tussen andere lichamen, situaties en dingen.
Maar daar stopt het. Het ‘waar’ maken van de wereld, het ‘waar’ maken van lichamen en de ‘ik’ als lichaam blokkeert iedere verdere mogelijkheid tot verder kijken, dan onze neus lang is.

Mijn lichaam is de held van de droom, het centrale punt in de droom, waardoor het niet eens meer gezien kan worden als een droom, maar als ‘echt’ wordt gezien en ervaren.

Maar ja dan komt toch vroeg of laat het onvermijdelijke moment dat de ‘ik’ dit in twijfel gaat trekken.
En zich gaat afvragen: “wie of wat is die ‘ik’”, en dan begint het grote zoeken.

Het zoeken begint altijd daar waar we denken en geloven te zijn: in het lichaam, waarvan we overtuigd zijn dat we dat zijn.
Dat wat we ‘kennen’ en ‘vertrouwen’ wordt her-gebruikt om onszelf stap voor stap terug te voeren op de weg terug naar het herinneren van wat we wilde vergeten, maar nooit compleet kunnen vergeten, omdat we zijn wat we Zijn.

We zijn de dromer van onze eigen droom, maar de dromer is niet het lichaam wat droomt, de dromer is zelf een droom, die droomt van afscheiding en de afscheiding is dus ook een droom, gedroomd als een gedachte, die zich denkt en geloofd los te kunnen maken uit  Eenheid, welke dus ook verworden is tot een gedachte, een geloof binnen de droom, een onmogelijke gedachte, die dus nooit plaats kan hebben…

Het leven is een droom, in een droom, in een droom, in een droom… en dat blijft zo… totdat we de stekker van het geloven erin eruit trekken. Want alleen het geloof erin houdt de droom in stand. Dus houden we angstvallig vast aan het waarmaken van de droom, koesteren we onze dromen van angst, want alles beter dan het idee van een lichaam te zijn moeten laten vallen, want dat vormt onze enige bescherming tegen Eenheid. Want wat zijn we zonder een lichaam, een gedachte? en dan nog slechts een geloof in een gedachte, een waanzinnige droom?

Een waanzinnige droom. En moeten we waanzin te lijf gaan door deze te bestrijden, of te ontkennen?
Als we de droom gaan bestrijden, ontkennen we dat het slechts een droom is. Het geloof in een droom kan alleen stoppen als we werkelijk zien en erkennen dat het een droom is en eruit ontwaken, zoals we ‘s morgens ontwaken uit onze slaapdromen en weten dat het niet werkelijk gebeurd is.

Dus zo kan het verhaal over onze slaapdromen symbool staan voor wat erachter verborgen wordt gehouden, namelijk dat ook het lichaam en dus de wereld een droom is, een geloof, dat maar één doel kan hebben: eruit te ontwaken. Want daar dienen dromen voor, dat is het kenmerk van dromen;  er uit te ontwaken. Niet één droom is eeuwig, want niets binnen de droom van tijd en ruimte is eeuwig, want dromen binnen tijd en ruimte zijn er juist voor bedacht de eeuwigheid te beperken en af te scheiden van Eeuwigheid, wat dus onmogelijk is.

Zo ontmoet een ontwaak programma als ECIW ons daar waar we denken en geloven te zijn en staat het tegelijkertijd symbool voor de onvermijdelijkheid van het ontwaken uit een droom, die nooit heeft kunnen plaatsvinden.
En zo is een ontwaak pad zoals ECIW ook een droom binnen de droom, een reis zonder afstand.
Maar wel een behulpzame droom die ons helpt zachtjes te ontwaken uit een droom die nooit bestaan heeft…

Echter het zachtjes ontwaken uit de droom, zal tijdens de reis van het terug herinneren in Waarheid niet als zachtjes ervaren worden. De weerstand zal groot zijn van wegen het geloof in de angst en de zonde en schuld die aan de bron van de geboorte van de afscheiding staat.
Het is dus zaak goed te beseffen dat niet de angst en de zonde en de schuld de oorzaak van de droom zijn en dus bestreden moeten worden, of ontkend, maar dat slechts het geloof eruit terug getrokken hoeft te worden. En aangezien geloof altijd zijn oorsprong vindt in het denken, dus in de denkgeest (mind), heeft het niets te maken met het lichaam, dat ook slechts een gedachte projectie is, een geloof, vanuit de denkgeest. De pijn die dus ervaren wordt tijdens het ont-denken van de afscheiding is niet de pijn en het lijden van het lichaam, maar het geloof in de pijn en het lijden van de denkgeest, die zich door het te geloven, op deze manier verdedigt tegen het proces van het ontwaken uit de droom.

Vergeving is het milde middel dat ECIW ons aanbied om uit de droom te ontwaken. Vergeving ziet dat wat wij (denkgeest) denken en geloven dat heeft plaatsgevonden slechts een droom is en de eigenschap van een droom is dat deze niet voor eeuwig is, maar slechts een tijdelijke toestand waaruit onvermijdelijk ontwaakt zal worden en gezien zal worden, dat er niets gebeurd is.

…life is but a dream… niet gedroomd door het lichaam, maar door de dromer van de droom, die zelf ook een droom is in een droom van afscheiding, welke ook een droom is, een droom is, een droom is, een droom is…en niet ‘waar’.

Wat is oordeelloos kijken?

Heb ik al eens eerder een blogje over geschreven zie https://illusje.wordpress.com/2012/04/16/oordeelloos-kijken/
Maar voel de behoefte er nog wat meer over te zeggen.
Door even tegenover elkaar te zetten wat oordeelloos kijken niet is en wat het wel is.
Aangezien de egodenkgeest kant van de ene denkgeest ook onvermijdelijk de Cursus doet, want hoe zou dat anders kunnen als er altijd maar één denkgeest is, kan het niet anders dan dat de ego (onjuist-gerichte) kant van de ene denkgeest precies het tegenovergestelde denkt van het oordeelloos kijken vanuit de Heilige Geest (Juist-gerichte) kant van de ene denkgeest.

Oordeelloos kijken vanuit de egodenkgeest kant van de denkgeest is:
Mijzelf de persoon Annelies, de opdracht geven dat ik niet mag oordelen. Elke keer dat er een oordeel op dreigt te komen, zeg ik tegen mijzelf, ‘foute boel, mag niet, brr, wat een gênante gedachte, au, ik wil en kan er niet naar kijken, ik schaam me dood! De ander is onschuldig en kijk mij nu eens foute gedachten hebben over die persoon. Ik zit fout door toch een oordeel te hebben over de ander. Ik ben een sukkel, ik ben in en in slecht, wie heeft nu zulke vreselijke gedachten?’
Ik oordeel over het oordeel en veroordeel het.
En zo besluit ik vanuit de egokant keuze van de denkgeest:
‘Ok, help! Hoe raak ik dit vreselijke oordeel kwijt zodat ik weer oordeel-loos (zonder oordeel, oordeel-vrij) wordt. Ik geef dit oordeel snel aan jou Jezus, want jij verzamelt oordelen, je bent er zelfs dol op, je houdt van lijden en neemt dat graag van mij over, jij weet er wel weg mee, ben ik ervan af, zand erover, klaar, niet meer aan denken, opgelost’.
En alsof mijn oordeel een op scherp staande handgranaat is die elk moment af kan gaan en mij zal doden geef ik mijn oordelende, zondige, schuldige, angstige gedachten snel door aan Jezus. Het oude ‘Jezus is voor onze zonden gestorven’ verhaal dus; de ik-persoon Annelies, die al haar oordelen doorgeeft aan de historische Jezus van de verhalen, die nu als geest buiten mij rond zweeft en nog steeds wonderen verricht zoals in de bijbel. Als hij mij ten minste hoort, of genegen is mij aan te horen, laat staan te helpen, want ik ben niet de enige die op de wachtlijst staat.
Op die manier van m’n oordeel afkomen, oordeel-loos, oordeel-vrij raken, voelt even als een opluchting, want het lijkt of ik, Annelies, het oordeel kwijt ben, ik ben weer oordeel-loos, oordeel-vrij, dank zij de wonderdoener Jezus, die zo vriendelijk is mij het persoontje Annelies te genezen door haar te verlossen van haar oordelen (zonde, schuld en angst). Maar dat lijkt maar zo, eigenlijk ben ik het alleen tijdelijk kwijt, ‘vergeten’, dankzij de hulp van een Jezus die mijn oordelen, zonde schuld en angst door de vingers ziet en mij voor nu vergeeft.
Ik heb oordelend gekeken naar oordeelloosheid.
Zo werkt oordeelloos kijken via de egodenkgeest kant van de denkgeest.

Oordeelloos kijken vanuit de Heilige Geest kant van de denkgeest is:
Kijken vanuit de waarnemende/keuzemakende denkgeest kant van de ene denkgeest.
Ik zie vanuit die positie dat ik een oordeel heb over iemand, maar ik besef dat ik dat oordeel niet ben, er vindt geen volledige identificatie meer plaats.
Er is geen persoon Annelies die oordeelt, er is het besef dat het de denkgeest is die een oordeel heeft en deze projecteert.
Ik ontken het oordeel niet, stop het niet weg, verander het niet, kijk ernaar precies zoals het zich voordoet, inclusief de emoties en de pijn.
Ik kijk naar mijn oordeel en oordeel niet over het oordeel als manier om oordeel-loos, oordeel-vrij te worden.
Ik hoef mezelf niet oordeel-loos, oordeel-vrij te maken, ik kijk gewoon rustig naar het oordeel.
En besef dat het oordeel dat ik over de ander heb helemaal niet over een ander lichaam gaat, en ook niet over mijzelf als lichaam.
Het oordeel gaat helemaal niet over iets wat zich buiten mij lijkt af te spelen.
Het oordeel speelt zich af in de denkgeest en heeft als enige functie een schijnbare afscheiding te bewerkstelligen in de ene denkgeest.
Iets wat onmogelijk is.
En de functie van projectie is om de onmogelijkheid van afscheiding aan het ‘oog’ te onttrekken, door er een muur van beelden (projecties) voor te zetten, zodat afgescheidenheid, verschillen, toch mogelijk lijken te zijn.
En zo lijken er lichamen te zijn die van elkaar verschillen, en verschillen zien vraagt om oordelen. Werkelijk oordeelloos zijn én tegelijkertijd lichamen zien, gaat niet samen. Lichamen zijn projecties ontstaan uit oordelen vanuit de denkgeest die in afscheiding gelooft.

Een oordeelloos kijken vanuit de Heilige Geest kant van de denkgeest vraagt ook niet om hulp aan een historische Jezus of een Heilige Geest die ergens buiten ‘mijn’ lichaam is.
Oordeelloos kijken vraagt hulp aan de oordeelloze denkgeest kant en die oordeelloze kant van de denkgeest kan ik symbolisch Jezus noemen en of de Heilige Geest, of een ander symbool wat voor mij staat voor oordeelloosheid en Liefde.
Oordeelloos kijken ziet geen schuld, geen zonde veroorzaakt door iets buiten de denkgeest.
Het kijkt en doet niets, het neemt het oordeel terug in de denkgeest, waar het begon en waar het vergeven kan worden en oplossen in Liefde.

Resumerend:
Het oordeelloos kijken van de egodenkgeest is oordeel-loos worden door niet te kijken. Het oordeel verdwijnt echter niet en verschuilt zich achter de ontkenning van het oordeel of het juist veroordelen van het oordeel, waardoor de zonde, schuld en angst alleen maar versterkt worden.

Oordeelloos kijken van de Heilige Geest denkgeest is oordeel-loos worden door wel te kijken en het oordeel precies zoals het is inclusief de projectie terug te nemen in de denkgeest en te onderkennen dat het allemaal zelf bedacht is, met als enig doel afgescheiden te willen zijn van Liefde. Vergeving van dit nietig dwaas idee helpt mij terug te herinneren in Liefde.

Het doel van ECIW is te ontwaken uit de droom van het vergeten, door middel van Ware Vergeving.
En als we ECIW kiezen als het middel om dit te leren herinneren, zullen we moeten gaan leren vergeven.
Als we missen of ontkennen dat ECIW ons wil leren te vergeven zal ECIW niet voor ons werken.
Dan is ECIW niet het pad voor mij.
Dat we weerstand voelen als we vergeving leren en toepassen is onvermijdelijk, maar die weerstand is iets anders dan ontkenning of vermijden.
Ook het aanpassen van de Cursus door wat het zegt te verdraaien zodat het wel werkt voor jou is niet echt behulpzaam.
Als we de bereidwilligheid hebben om ware vergeving te leren dan zal de weerstand, de ontkenning ook als vergevingskans en materiaal gezien worden en zullen we leren dat elke gedachte een vergevingskans en vergevingsmateriaal is.
Uiteindelijk komt vergeving er op neer dat elke voorheen egogedachte omgezet zal worden naar een Juist-gerichte gedachte, in de Cursus Heilige Geest Denkgeest genoemd.
Dus ook als we moeite hebben met de vorm waarin de Cursus is geschreven; het gebruik van christelijke termen, het gebruik van de mannelijke vorm, te lange zinnen, te lastig taalgebruik, te intellectueel, te veel woorden enz., dan kunnen we het daarbij laten en de Cursus als niet ‘mijn’ pad zien, of deze gedachtes zien als weerstand gedachtes van de egodenkgeest en deze als vergevingskans en materiaal zien.

In Werkboekles 62 staat: ‘vergeving is mijn functie…’
Vergeving brengt de ‘herinnering’ aan de waarheid weer terug in de denkgeest.
En het mooie en unieke van de Cursus is dat de herinnering aan de waarheid niet gaat via het ontkennen van de wereld en je te proberen voor te stellen hoe die waarheid eruit ziet door bijvoorbeeld voortdurend licht te visualiseren en dat rond te sturen, of jezelf de wereld uit te mediteren, of je terug te trekken uit de wereld en weg te kruipen in jezelf.
Nee, niets wordt ontkend, verstopt of ontweken. Ware vergeving houdt in dat je leert kijken, heel eerlijk naar je eigen gedachten en er niet over oordeelt:

‘Een niet-vergevende gedachte doet vele dingen. In koortsachtige actie jaagt ze haar doel na, waarbij ze verwringt en omverwerpt wat ze als een doorkruising van haar gekozen pad beschouwt. Verdraaiing is haar doel en tevens het middel waarmee ze dat tot stand wil brengen. Ze doet woeste pogingen de werkelijkheid te vermorzelen, zonder zich ook maar enigszins te bekommeren om wat haar gezichtspunt lijkt tegen te spreken.
Vergeving daarentegen is stil en doet in alle rust niets. Ze schendt geen enkel aspect van de werkelijkheid, en probeert die evenmin te verdraaien tot een verschijningsvorm die haar aanstaat. Ze kijkt alleen, en wacht, en oordeelt niet. Wie niet wil vergeven, moet wel oordelen, want hij moet zijn onvermogen om te vergeven rechtvaardigen. Maar wie zichzelf vergeven wil, moet leren de waarheid te verwelkomen precies zoals die is.
Doe daarom niets en laat vergeving je tonen wat jou te doen staat, via Hem die je Gids is, je Verlosser en Beschermer, sterk in hoop en zeker van jouw uiteindelijk succes. Hij heeft jou al vergeven, want dat is Zijn functie, Hem gegeven door God. Nu moet jij Zijn functie delen en vergeven wie Hij heeft verlost, wiens zondeloosheid Hij ziet, en wie Hij eert als de Zoon van God’ (WdII.1 blz 404).

Het gaat niet om de ‘ik’, lichaam en egodenkgeest (projectie en de projecterende niet vergevende afscheidingsgedachte), maar om ‘hen’ (alles wat ik buiten mij waarneem, lichamen, dieren, voorwerpen, situaties), die de spiegel en de reflectie zijn van ‘mijn’ egogedachten, waardoor ik leer dat er geen verschil is tussen ‘mij’ en zgn ‘anderen’, mensen, dieren, voorwerpen en situaties en er alleen spraken kan zijn van ‘ons’, alles omvattend en niets uitsluitend. Ware vergeving sluit niets uit.
Ware Vergeving her-gebruikt alles wat ik eerst als egodenkgeest buiten mij probeer te projecteren vanuit zonde, schuld en angst en wat ik nu als waarnemende denkgeest o.l.v. Heilige Geest Denkgeest, vanuit Liefde (dat wat ik eigenlijk ben) bereid ben onder ogen te zien en nu wil leren vergeven.
En dan wordt vergeving mijn enige functie, omdat ik dan accepteer dat mijn hele leven alleen maar uit vergevingskansen en vergevingsmateriaal bestaat.

Een cursus in wonderen, heet niet voor niets een cursus.
Het boek (de inhoud dus) vormt de handleiding en is de leraar, je eigen leven is de praktijk waarin je het geleerde in de praktijk brengt en leert door vergeving te oefenen op alles wat er voor je neus komt.
En zoals met alles wat geleerd moet worden kost ook dit proces van (ont)leren tijd.
En zo worden tijd en ruimte nu ook her-gebruikt, niet om af te scheiden, maar om terug te herinneren in Waarheid.

En tenslotte is het belangrijk vertrouwen te leren hebben in het hele proces en dat we precies dat leren wat de denkgeest aankan en waar deze aan toe is om te leren, in die zin en alleen in die zin is het proces hoogst individueel, ook al is het een universeel proces.wat onvermijdelijk geleerd wordt door de hele ene denkgeest. Er is maar één probleem en daarom ook één oplossing. Maar omdat wij dit niet zo ervaren, omdat wij onszelf als individu zien en ervaren, gebruikt ECIW dat gegeven als leermateriaal dat hoogst individueel lijkt toegesneden.

Leestip:
‘Vergeving is mijn functie als het licht van de wereld’ (WdI.62).
en
‘1. Wat is vergeving?’ (WdII.1 blz. 404)

We (denkgeest) leven niet vanuit de lichamen (projecties) maar vanuit denkgeest.

Raak je lichaam aan en zie, en voel, dat lichaam lichaam aanraakt, raak de pc aan en voel dat lichaam een ander ding aanraakt, raak een ander lichaam, ding, voorwerp aan en voel dat je een lichaam, voorwerp, ding aanraakt.

Dingen raken dingen aan en zie en voel dan dat je dat alleen zo kan ervaren, voelen, omdat het een ontkenning is van dat wat je werkelijk bent; denkgeest, het is geprojecteerde denkgeest.  

Denkgeest die tastbaar gemaakt wil worden teneinde te verbergen dat de denkgeest het projecteert en het derhalve altijd een projectie zal blijven en nooit een losse apart staande ‘vaste vorm’ in tijd en ruimte, kan en zal worden.

De denkgeest kan niet aangeraakt worden op deze tast-vorm wijze, dus wordt ze (de denkgeest) niet gezien. Het ‘vorm aanraken’ en ‘zien’ en voor waar aannemen, is er voor in de plaats gekomen.

Zie nu dat je de projecties terug kunt nemen in de denkgeest, waar ze kunnen verdwijnen (door ze te vergeven), omdat jij, de denkgeest, ze bedacht hebt en gedaan hebt alsof jij, de denkgeest, de projecties bent.
Alsof de denkgeest ineens een vorm kan zijn geworden die uit zichzelf leeft en beweegt. Dat wat we ‘de wereld’ noemen

Als alternatief voor de denkgeest is dan het brein (bedacht/gemaakt) geprojecteerd, zodat het idee van een lichaam dat bestuurd wordt toch nog een beetje in stand blijft, maar ondertussen is het brein ook slechts een substituut voor de denkgeest; dat wat werkelijk bestuurd.

De verschuiving moet dus plaatsvinden van de focus op het lichaam, van waaruit alles lijkt te gebeuren, naar de denkgeest van waaruit alles werkelijk gebeurt. 

Kijk nu naar de vormen om je heen en zie dat het stuk voor stuk projecties zijn, geprojecteerde afscheidingsgedachtes die de denkgeest willen doen  laten geloven dat je in plaats van denkgeest die vorm bent. 

Verlies dit een seconde uit het oog en je (denkgeest) denkt weer dat het het lichaam is.

Als de denkgeest als bron wordt gezien zullen de projecties nu in dienst van de genezen denkgeest staan (in plaats van in dienst van de afgescheiden denkgeest, waardoor ze een op zichzelf autonoom bestaan leken te kunnen leiden) en zal een aanraking, een aanraking van en door de denkgeest zijn en zal de genezing van de denkgeest zich uitbreiden, omdat denkgeest, denkgeest aanraakt en in elkaar doet vervloeien.

Dan pas kan gezien worden dat vergeving, ware vergeving, het vergeven is van de vergissing, van wat als waar werd gezien. Niet het lichaam, de projectie is waar, de denkgeest die deze afscheidingsgedachte heeft, en heeft geprojecteerd, om afscheiding waar te maken, is de bron, van deze onware gedachte en kan  alleen dáár aan de bron ongedaan worden gemaakt. Niet door aan de vorm te sleutelen, die niet autonoom kán bestaan, maar alleen door te vergeven, want een gedachte blijft een gedachte, vanuit de denkgeest en kan nooit iets anders worden.

 

Deze wereld werd gemaakt als ontkenning van God, hoe kan ik iets anders waarnemen in deze wereld dan ontkenning, die vervolgens in stand gehouden wordt in een wankel dualistisch evenwicht zodat het werkelijke Kennen goed verborgen blijft?

Achter ontkenning gaat Kennen schuil. De heftige emotie die gepaard gaat met het gevoel van ontkend te worden houd tevens de ontkenning stevig op z’n plaats in de ego-denkgeest.

Echter goed beschouwd betekent het dat ik mezelf ontken en God, dus de Zoon (het hele Zoonschap) en de Vader. Aangezien dat niet te verwezenlijken valt in werkelijkheid, het is immers een vergissing, een illusie,  betekent het dat ik alleen de omkering zie, de ontkenning, en dus achter ontkend voelen, gekend (Kennen)  schuil gaat, verborgen gehouden door die gedachte van ontkenning. Dus moet ik God vergeven dat hij mij niet heeft ontkend, omdat het niet mogelijk is, het is niet gebeurt.

Iets wat ontkend wordt, wordt verborgen, er wordt dus iets verborgen en dat moet wel het tegenovergestelde zijn. En het wordt stevig op z’n plaats gehouden door schuld/zonde/angst via emoties geprojecteerd in een wereld vol met ontkenningen.

Dus door ontkenning waar te nemen weet ik dat in werkelijkheid dit bewijst dat God mij kent, terugkeer naar Kennen is dan ook alleen mogelijk door de ontkenning te vergeven….

En daar komt bij dat ik emoties nu in handen van HG/J gegeven ánders kan gaan zien; nu als een reminder voor dit vreemde krankzinnige ego-mechanisme, zodat ik kan besluiten me er niet meer door mee laat te slepen de ontkenning in.

Zo wordt de omkering doorzien en weer teruggezet d.m.v. vergeving

Ik voel dan ook heel duidelijk dat op dat moment de denkgeest geheeld wordt en niet de vorm.

Een cursus in wonderen zegt verder over ontkenning o.a.:

‘Ware ontkenning is een krachtig beschermmiddel. Je kunt en moet iedere overtuiging dat een vergissing jou kan kwetsen, ontkennen. Dit soort ontkenning is geen verhulling maar een correctie. Jouw juiste denken hangt ervan af. De ontkenning van de vergissing is een krachtige verdediging van de waarheid, maar het ontkennen van de waarheid mondt uit in miscreatie, de projecties van het ego. 6In dienst van het juiste denken maakt de ontkenning van de vergissing de denkgeest vrij en herstelt zij de vrijheid van de wil. Wanneer de wil werkelijk vrij is kan hij niet miscreëren, omdat hij alleen de waarheid ziet.'(T2.II.2)


‘Jouw denkgeest is één met die van God. Door dit te ontkennen en anders te denken wordt je ego bijeengehouden, maar het heeft je denkgeest letterlijk gespleten.’ (T4.IV.2:7-8)

 

‘Het ego kan zich niet veroorloven iets, wat ook, te kennen. Kennis is totaal, en het ego gelooft niet in totaliteit. Dit ongeloof is zijn oorsprong, en hoewel het ego jou niet liefheeft, is het wel trouw aan zijn eigen afstamming en verwekt het zoals het werd verwekt. De denkgeest produceert altijd weer zoals hij zelf werd geproduceerd. Voortgebracht door angst, produceert het ego wederom angst. Hieruit bestaat zijn trouw, en die trouw maakt het verraderlijk tegenover liefde, omdat jij liefde bent. Liefde is jouw kracht, die het ego wel ontkennen moet. Bovendien moet het alles ontkennen wat deze kracht jou geeft omdat ze jou alles geeft. Niemand die alles heeft wil nog het ego. Zijn eigen maker wil hem dus niet.

Verwerping is dan ook de enige beslissing waarmee het ego geconfronteerd kan worden, als de denkgeest die het gemaakt heeft zichzelf zou kennen. En als hij enig deel van het Zoonschap als zodanig zou herkennen, zou hij inderdaad zichzelf kennen.’  (T7.VI.4)


‘Het is ongetwijfeld duidelijk dat jij tot je denkgeest zowel iets kunt toelaten wat er niet is, als ontkennen wat er wel is. Toch kun je de functie die God Zelf via Zijn Denkgeest aan de jouwe gaf misschien wel ontkennen, maar niet tegenhouden. Ze is het logische gevolg van wat jij bent. Het vermogen om een logisch gevolg te zien hangt af van de bereidwilligheid om het te zien, maar de waarheid ervan heeft met jouw bereidwilligheid niets te maken. De waarheid is Gods Wil. Deel Zijn Wil en je deelt wat Hij weet. Ontken dat Zijn Wil de jouwe is en je ontkent Zijn Koninkrijk en dat van jou.’ (T7.X.2)

 

zonsondergang

 

 

%d bloggers liken dit: