archiveren

Tagarchief: Onschuld

Angst lijkt zich te verergeren, naarmate het mechanisme van angst meer en meer wordt doorzien, en tegelijkertijd de angst om angst onder ogen te zien vermindert.
Dat is wat het proces van oordeelloos leren kijken met zich mee brengt.
Oordeelloos leren kijken naar elke verdediging die het vanuit zonde, schuld en angst denken (ego) opwerpt als verdediging tegen Waarheid, Eenheid, Liefde, God.
Dwars door de angst, precies zoals deze zich voor lijkt te doen, en tegelijkertijd verdedigingsloos aan de hand van de steeds sterker wordende herinnering aan onschuld.

Angst is de grootste verdediging tegen angst, en meer is het ook niet.
Deze verdediging gaat gaten vertonen als dit mechanisme van angst voor angst wordt doorzien.
Het is niet angst die dit mechanisme van angst voor angst leert doorzien. Hoewel angst dit wel probeert door het doorzien niet als uitweg uit angst te zien, maar juist als een bedreiging waardoor de angst juist erger lijkt te worden. Angst met angst bestrijden kan alleen maar tot meer angst leiden.
Angst vergeven terwijl het zich in al zijn vormen voordoet als dat wat verschijnt in “mijn” leven is de weg uit angst waardoor dat wat vergeten moest worden als verdediging tegen weten weer zal worden herinnert.

Dat wat angst doorziet door het recht in de ogen te kijken terwijl angst zich voor doet, is niet het “ik” het lichaam. Het “ik” het lichaam is immers slechts een projectie van de innerlijke denkgeest toestand van de keuze voor angst.
Dat wat angst doorziet is de waarnemer die zich de bron herinnert en beseft dat angst slechts een keuze is als verdediging tegen Waarheid, Eenheid, Liefde, God.
Deze waarnemende, keuzemakende denkgeest is in staat opnieuw te kiezen nu niet weer voor  ego angst/liefde, maar voor de non-dualistische Liefde van God die niet de tegenstelling ervan; angst kent, door elke zich voordoende vormen van angst consequent te vergeven. Niet door de projecties te veranderen, te verbeteren, maar door het denken erover, door middel van vergeving te laten veranderen.

 

 

Ik kwam laatste dit bericht tegen over aardig zijn tegen jezelf op de eerste plaats, door mijn zelfhaat eerst onder ogen te zien, zonder er zelf iets aan te willen veranderen, zonder erover te oordelen dus.
Onder aardig zijn tegen jezelf verstaat ECIW uitgelegd door Kenneth Wapnick:

12075039_950880211638387_4476232818932808793_n

En hieraan nog toevoegend, wat ik Kenneth Wapnick ook vaak heb horen zeggen, dat ik in plaats van mijzelf aan te vallen als ik weer eens een oordeel heb over mijzelf of over een ander, wat eigenlijk hetzelfde is, dat ik dan tegen mijzelf kan zeggen, oké ik viel mijzelf of iemand anders weer aan, maar dat doe ik alleen maar omdat ik weer bang werd en dat is geen zonde, ik werd alleen maar weer even bang.
Angst in welke vorm dan ook geprojecteerd is altijd afkomstig van de keuze voor ego en dus niet vanwege iets wat in een of andere vorm buiten mij lijkt te komen.
De angst zit veel dieper verstopt en is de angst voor de angst, de angst voor het kijken naar de angst en het loslaten van de angst en te ontdekken dat er ‘niets’ achter die angst schuilt:

“Achter jouw angst om vanwege de zonde naar
binnen te kijken, gaat nog een andere angst schuil, en wel een die het ego
doet sidderen en beven.
Wat als je naar binnen keek en geen zonde zag?” (T21.V.2:8-3:1).

Ja, wat dan, dan zou ik kunnen zien dat ik angst alleen maar gebruik om mij te verdedigen tegen mijn Schuldeloosheid en dus wel schuld moet projecteren op mijzelf als persoon/lichaam of op iemand anders, het tegengestelde van Onschuld is immers schuld.

Dus ik heb schuld nodig om mij te verdedigen tegen dat ik als denkgeest nog steeds onveranderlijk Onschuldig één ben in God. Om dat voor elkaar te krijgen moet ik dus iets (mijn, of een ander lichaam, een ding of situatie) buiten mij bedenken wat mijn onschuld heeft afgepakt, zodat ik nu als lichaam een onschuldig slachtoffer lijk; hij, zij, iets, deze situatie is nu ‘schuldig’ en ik ga vrijuit.

Echter het is niet makkelijk om dit zelfvernietigende denksysteem onder ogen te zien. Als ik me schuldig voel is het heel lastig om dat niet ‘persoonlijk’ te nemen. Op de eerste plaats moet ik eerst kunnen en willen opmerken dat ik schuld voel, want schuld zit altijd verstopt achter een emotie en achter iets wat lijkt te gebeuren in een of andere vorm buiten mij.
Ik kan bijvoorbeeld denken dat ik schuld in iemand anders zie, maar er dan aan voorbij ga, dat degene die dit denkt, de ‘ik’ ben de denkgeest die zelf schuld voelt, maar dat niet wil zien en dus schuld naar buiten projecteert.
De weerstand om dit te zien is enorm en ook die weerstand kan weer schuld oproepen, want dat is wat weerstand is: zonde, schuld en angst en dat tegelijkertijd ontkennen en naar buiten projecteren.

Dit vereist enorm veel eerlijkheid, oordeelloze eerlijkheid. Leren te kijken, zonder het persoonlijk te maken of te nemen. En dus ook te zien als ik dat wel doe en als ik het weer doe, ik schuld op schuld op schuld stapel.

Het is het rechtvaardigen van schuld via van mijn zogenaamde schuldeloosheid, een dualistische schuldeloosheid die juist bedoelt is, om mijn ware non-dualistische Schuldeloosheid te ontkennen en te verbergen, achter de als verdedigingsmuur opgeworpen muur van ego schuld en ego onschuld.

Maar met dit buitengewoon onvriendelijke en zelfvernietigende egodenksysteem kan ik ook eerlijk in contact komen, als ik daarvoor kies, zonder me schuldig te voelen. ik heb er immers zelf voor gekozen en kan er dus ook NIET voor kiezen, het is een keuze, meer niet.

Dus inderdaad zoals Kenneth zegt: “The way you are kind is to look at all the unkindness in yourself, but not to attack yourself for it.”

Elke tegenspartelende beweging, die toch telkens weer de schuld en mijn persoonlijke onschuld wil rechtvaardigen en bewijzen, houd mij vast in de afscheiding, en dat is dan ook het enige doel van mijn gelijk willen krijgen en hebben in een wereld die enkel en alleen draait op het geloof in de brandstof: zonde, schuld en angst.

Laatst vroeg iemand mij waarom het begrip ‘geweten’ niet in de Cursus voorkomt.
Het woord ‘geweten’ op zich komt inderdaad niet als zodanig in de Cursus voor, maar waar het aan verbonden is; ‘schuld’ is zo’n beetje het belangrijkste begrip in de Cursus.
Het geloof in schuld is immers dat waar de wereld die we hebben geprojecteerd en in geloven op is gebouwd. Dus het geloof in schuld is wat onder de loep wordt genomen in ECIW.
Het geweten is als het ware de databank van het ego waar alle schuldgedachtes die ooit zijn gedacht en nog worden gedacht en nog zullen worden gedacht opgeslagen liggen.

Wel komt het woord ‘gewetenloze’ een keer voor, als voorbeeld van de op schuld gebaseerde gedachtegang van de egodenkgeest:

‘Alle mechanismen van de waanzin zie je hier naar voren komen: de ‘vijand’,
sterk gemaakt door het waardevolle erfgoed verborgen te houden dat
het jouwe behoort te zijn, jouw gerechtvaardigde opstelling en aanval om
wat jou onthouden werd, en het onvermijdelijke verlies dat de vijand moet
lijden opdat jij jezelf redden kunt. Zo verklaren de schuldigen plechtig
hun ‘onschuld’. Waren ze niet tot deze gemene aanval gedwongen door
het gewetenloze gedrag van de vijand, dan zouden zij slechts met zachtaardigheid
reageren. Maar de zachtaardigen kunnen in een wrede wereld
niet overleven, en dus moeten ze nemen of er wordt van hen genomen’
(T23.II.10:1-4).

Ons geweten is dus de ego opslagplaats van al onze schuldgedachten, onze geconditioneerdheid.
En wordt als zodanig door de egodenkgeest als verdedigingsmiddel, als wapenarsenaal gebruikt tegen Waarheid.
Het geweten komt dus niet van God.
God staat immers voor Eenheid, Liefde, Onschuld kortom: ‘God is’ en kan dus onmogelijk iets afweten van geweten, schuld, afscheiding, verdediging, kortom ‘de wereld’. Dat maakt dus tevens het werkelijk bestaan van een wereld onmogelijk:

‘Er is geen wereld! Dit is de kerngedachte die de cursus probeert te onderwijzen.
(WdI.132.6:2-3).

De werking van het ‘geweten’ in de gedachtewereld van de egodenkgeest is dus gebaseerd op wat er in enige vorm lijkt te gebeuren en gebaseerd is op het geloof in schuld. We zien dagelijks de meest vreselijke zaken gebeuren om ons heen en in de hele wereld en we nemen het letterlijk, we identificeren ons helemaal met ons eigen lichaam en andere lichamen, dingen en situaties. We zijn ‘vergeten’ dat het projecties zijn ontstaan vanuit ons geloof in schuld en door het geloof in allerlei aangeleerde vormen van schuld die zorgvuldig worden opgeslagen in het egogeweten ontstaan onze conditioneringen.
We nemen het letterlijk en heel serieus.
Ja het gebeurt in de droom en daar gelden de droomregels en droomreacties, maar wordt het daarmee echt? Nee het blijft een droom en moet als metafoor en symbool worden gezien. Als symbool voor afscheiding, komende vanuit het geloof in zonde, schuld en angst.
Zodra we ons geloof in zonde, schuld en angst eruit terugnemen (vergeven) is het er niet meer. Want ware vergeving laat zien dat wat jij dacht dat jou was aangedaan niet heeft plaatsgevonden (WdII.1.1:1) en geen enkele invloed heeft op ‘waarheid’.
Ja, we zien nog steeds de droomfilm waarin van alles gebeurt, moorden, rampen en noem maar op, zolang we hier denken te zijn, maar we identificeren ons er niet meer mee. We herkennen het als symbolen van zonde, schuld en angst en kunnen dan als waarnemende en keuzemakende denkgeest kiezen voor er anders naar te willen kijken door de ogen van de Juist gerichte denkgeest ook HG en of Jezus genoemd in de Cursus, wat dus ook weer symbolen zijn en niet letterlijk genomen moeten worden als zijnde entiteiten die buiten ons staan en ons als ze daar even tijd en zin in hebben ons te hulp schieten.
Kijken samen met Heilige Geest en of Jezus betekend kijken vanuit de Juist gerichte denkgeest, en zo kan de inhoud van ons geweten hergebruikt worden en belangrijk vergevingsmateriaal worden.
En zo spreekt ECIW ons aan op denkgeestniveau, niet op lichaamsniveau, want dat is niet wat we zijn. Nemen we wat in de Cursus staat letterlijk, dan kan deze niet begrepen worden en zal dus ook niet werken.
Ons dagelijkse leven op dit aardse toneel is onze ‘klas’, daar gebeurt het, daar wordt de Cursus ‘gedaan’, niet door er alleen over te lezen en het denksysteem en de metafysica te doorgronden en te snappen, het moet worden ‘gedaan’, door de ervaring heen. Dat is onze speciale functie.

 

 

 

 

%d bloggers liken dit: