archiveren

Tagarchief: oefenen

Als het lijkt alsof ergens specifiek bang voor zijn mij tegenhoudt een bepaald iets te doen, wat betekent dan “Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk” (WdI.5)?
Het betekent dat er niet eerst iets buiten mij is waar ik bang voor ben, of tegenop zie, of wat mij tegenhoudt ook al lijkt dat wel zo. Het betekent dat ik standaard kies voor luisteren naar de ego mogelijkheid in de denkgeest, welke als enig doel heeft de afscheiding van God, Éénheid, Liefde (schijnbaar) mogelijk te maken en in stand te houden.
Zodra dat automatisch kiezen voor ego gezien wordt betekent dat het “iets” dat dit waarneemt, iets anders moet zijn dan ego.
Het “iets” dat in staat is tot waarnemen. We kunnen dit de waarnemende denkgeest noemen. En als er iets is dat kan waarnemen houdt dat automatisch in dat er ook gekozen kan worden. De waarnemende denkgeest neemt niet alleen waar, maar kan ook kiezen. Dus we hebben nu de egodenkgeest en de waarnemende/keuzemakende denkgeest mogelijkheid. De waarnemende/keuzemakende denkgeest is nu in staat achter elke keuze de altijd aanwezige drang tot afscheiding (ego) te zien, en als dat gezien wordt, kan het niet anders of de conclusie moet getrokken worden vroeg of laat, dat er naast afscheiding ook nog een andere keuze moet zijn. En die andere keuze is de keuze voor terugherinneren in God, Éénheid, Liefde, Waarheid, en die aanwezige herinnering we kunnen dat Heilige Geest denkgeest noemen.

De ene denkgeest lijkt nu opgesplits in drie mogelijkheden: egodenkgeest, keuzemakende/waarnemende denkgeest en Heilige Geest denkgeest.
Dat betekent dat elke gedachte, letterlijke elke gedachte deze drie mogelijkheden in zich draagt.
ECIW leert ons, in de mate dat wij denkgeest daar aan toe zijn, daar naar te kijken, zonder oordeel en zonder er meteen in de vorm (op projectie niveau) iets aan te veranderen. En daardoor te leren beseffen dat er opnieuw gekozen kan worden.
Dit is niet opnieuw een dualistische keuze, hoewel dat wel zo gezien kan/zal worden, door de keuze voor ego, omdat het ego dit zal interpreteren als kiezen tussen goed en kwaad, wat niets anders is dan de keuze tussen de beide zijde van de egodenkgeest medaille.

Het kan echter ook gezien worden als een manier tot her-gebruik van dit dualistische egodenksysteem. In dat geval kiest de waarnemende/keuzemakende denkgeest voor de andere manier en wel voor de keuze voor kijken met Heilige Geest denkgeest NAAR de keuze voor egodenkgeest zonder oordeel en met enkel en alleen het doel om de voorheen egogedachte te vergeven.
Daarbij wordt de keuze voor egodenkgeest niet ontkend, weggestopt, aangepast, veranderd, vermomd, maar gezien voor wat het is: een manier om in de egodenkgeest te blijven en deze keuze te verbergen achter een projectie.
Dat is wat er vergeven wordt, niet een of andere daad in een wereld door een lichaam, maar alleen een denkgeest gedachte welke maar één doel heeft: afscheiding.

Dus stel ik zie er tegenop ergens naar toe te gaan en ik vraag me af, wat moet ik nu doen, wat moet ik kiezen?
Dan kan ik eerst stellen dat “Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk” (WdI.5) of in het Engels: “I am never upset for the reason I think” (WpI-5).
Wat betekent dat ik niet onvrede voel of upset ben omdat ik niet weet of ik nu wel of niet zal gaan, maar dat ik onvrede voel, omdat ik de goed achter het schijnbare probleem verborgen gedachte dat ik hoe dan ook afgescheiden moet blijven van God in stand wil houden.
Als ik dat door heb kan ervoor gekozen worden die gedachte, die op dat moment het “probleem” bewust teruggebracht heeft in de denkgeest, de bron, te vergeven. Te vergeven dat ik het probleem niet zag zoals het is, namelijk als een manier om afscheiding van God in stand te houden, maar het opgezet heb als een schijnbaar probleem buiten mij in dit geval als “ik weet niet of ik nou zal kiezen voor gaan of niet gaan”.
De focus op een schijnbaar probleem buiten een “een mij als lichaam” verschuift nu terug naar de denkgeest naar slechts één probleem en dat is de keuze tussen ego of HG, tussen angst of Liefde.
Dat is echt de enige keuze die in werkelijkheid gemaakt kán worden en waarvoor alles wat zich af lijkt te spelen in een wereld (“er is geen wereld!” (WdI.132.6:2),  “de uiterlijke weegave van een innerlijke toestand” (T21.In.1:5)) kan worden her-gebruikt. Nogmaals niet ontkend, maar her-gebruikt door de keuze te maken voor Heilige Geest.
Dat is de betekenis van “ik hoef niets te doen”:

“7Ik hoef niets te doen’ is een verklaring van trouw, een waarlijk onverdeelde loyaliteit. 8Geloof het voor slechts één enkel ogenblik, en je zult meer tot stand brengen dan een eeuw van contemplatie of van strijd tegen verleiding je oplevert.

7.Met iets doen is het lichaam gemoeid. 2En als je inziet dat je niets hoeft te doen, heb je uit je denkgeest de waarde van het lichaam weggenomen. 3Hier is de snelle, openstaande deur waardoor jij voorbijglipt aan eeuwen van inspanning, en aan de tijd ontsnapt. 4Dit is de manier waarop zonde direct alle aantrekkingskracht verliest. 5Want hier wordt de tijd verworpen, en zijn verleden en toekomst voorbij. 6Wie niets hoeft te doen heeft geen behoefte aan tijd. 7Niets doen betekent rusten en binnenin je een plaats maken waar de activiteit van het lichaam niet langer aandacht eist. 8Naar die plaats komt de Heilige Geest, en houdt daar verblijf. 9Hij zal daar blijven wanneer jij dat vergeet, en de activiteiten van het lichaam opnieuw je bewuste denkgeest in beslag nemen.

8.Toch zal er steeds die rustplaats zijn waarnaar je terug kunt keren. 2En je zult je meer bewust zijn van dit rustige centrum van de storm dan van al zijn razende activiteit. 3Dit rustige centrum, waarin je niets doet, zal bij je blijven, en jou rust geven te midden van alle drukke bezigheden waarop je wordt uitgestuurd. 4Want vanuit dit centrum zal je gewezen worden hoe je het lichaam zondeloos kunt benutten. 5En dit centrum, waarin het lichaam afwezig is, zal het zo in je bewustzijn ervan bewaren” (T18.VII.6:7,7-8).

Neem waar dat het ego zal lezen dat ik dan maar helemaal niets meer moet doen in de wereld, want het ego doet voorkomen dat het lichaam de bron is terwijl het de denkgeest is welke de bron is. Er staat dus NIET dat het lichaam niets hoeft te doen en dat ik maar de rest van mn leven in bed moet gaan liggen.
Er staat duidelijk:

“…en je zult meer tot stand brengen dan een eeuw van contemplatie of van strijd tegen verleiding je oplevert”.
En ook:
“4Want vanuit dit centrum zal je gewezen worden hoe je het lichaam zondeloos kunt benutten”.

Als de bereidheid er is voorbij het ogenschijnlijke probleem dat zich in enige vorm lijkt voor te doen te kijken door voor ware vergeving te kiezen dan zal mij precies getoond worden wat wel of niet te doen ongeacht de uitkomst die mijn keuze voor ego misschien liever gezien zou hebben.
ECIW zegt daarover heel duidelijk in het Handboek voor leraren (en let wel we zijn allemaal leeraar/leerling tegelijkertijd):

“6Dit proces is niets anders dan een bijzonder voorbeeld van de les uit het werkboek die zegt: ‘Ik doe een stap terug en laat Hem de weg wijzen.’ 7De leraar van God aanvaardt de woorden die hem geboden worden en geeft zoals hij ontvangt. 8Hij beheerst niet de richting van zijn spreken. 9Hij luistert en hoort en spreekt.

5.Een aanzienlijke belemmering bij dit aspect van zijn leerweg is de angst van Gods leraar over de geldigheid van wat hij hoort. 2En wat hij hoort kan zonder meer heel verbijsterend zijn. 3Het kan ook ogenschijnlijk helemaal niet van toepassing zijn op het voorliggende probleem zoals hij dat ziet, en kan de leraar zelfs met een situatie confronteren die hem in grote verlegenheid lijkt te brengen. 4Dit zijn allemaal oordelen die geen waarde hebben. 5Ze zijn van hemzelf en komen voort uit een armoedig zelfbeeld dat hij achter zich zou kunnen laten. 6Vel geen oordeel over de woorden die tot je komen, maar biedt ze in vertrouwen aan. 7Ze zijn veel wijzer dan de jouwe. 8Gods leraren beschikken over Gods Woord achter hun symbolen. 9En aan de woorden die ze gebruiken geeft Hij Zelf de kracht van Zijn Geest, en verheft ze van betekenisloze symbolen tot de Roep van de Hemel zelf” (H.21.4:6,5).

Het komt uiteindelijk neer op heel veel oefenen, oefenen, oefenen in Vertrouwen en met het voorheen egomateriaal dat nu HG materiaal wordt en nu als doel heeft terug herinneren in God, waar we in werkelijkheid nooit uit zijn weggeweest. Dat kan, mits geaccepteerd een heel rustgevend gevoel geven, er is niets verandert aan Waarheid, dus wat kan er fout gaan?
Niets, elke gevoel van “fout” is gebasseerd op het geloof in één nietig onmogelijk dwaas idee dat het mogelijk is afgescheiden te kunnen zijn van God, van Ééneid, van Liefde, van Waarheid.

 

En dan de ervaring van de stilte van het oordeelloos zijn…
(Dit is geen advies, oefening, leermethode of wat dan ook, het is slechts een ervaring).
Te midden van wat voorheen ervaren werd als aanval die vervolgens verdedigd moest worden, was er het alleen maar kijken terwijl alle mogelijke scenario’s voorbij vlogen.
In eerste instantie was er een wanhopig stil alleen maar kijken vanuit een radeloos gevoel van onmacht, niets meer weten te zeggen, omdat het toch niet uitmaakt, want het wordt niet begrepen wat ik zeg, want er wordt niet geluisterd.
Maar daarna veranderde het terugtrekken in stilte in een ruimte die vrij kwam waar niets gebeurde, terwijl in een schijnbaar andere ruimte het script zich uitspeelde, zonder dat het werd gevoed en anders gemaakt dan het eruit zag.
En omdat het niet meer werd gevoed doofde het simpelweg uit en bleef “stilte” over in “mij”. De stilte van “ik hoef niets te doen”. De stilte van in het oog van de orkaan waar alleen de onveranderlijke stille rust is, de stilte van het oordeelloze.

Dit is niet iets wat gedaan wordt, het gebeurt als de denkgeest eraan toe is.
Zoals alles gebeurt, omdat dat is waar de denkgeest nu is.
En als daar een oordeel over is, dan is het dat wat de denkgeest op dat moment doet, meer niet. En als geprobeerd wordt dit na te streven of te oefenen, dan is het dat wat de denkgeest nu doet. Simpelweg zijn in wat is, zonder iets te doen aan het script wat zich tegelijkertijd uitspeelt dan zal “het” vanzelf opduiken als de denkgeest die klaar is voor “terug herinneren” er aan toe is.

Op zich is er voor “verlossing” (verlossing van het nietig dwaas idee dat afscheiding van Eén mogelijk is), maar één gedachte nodig…

Maar ja zo werkt het niet in de praktijk waarin we denken en echt geloven te zijn.
Miljarden gedachten worden elke seconde gedacht, met maar één doel het nietig dwaas idee dat afscheiding mogelijk is werkelijk te doen laten lijken.
En ook al hebben al die miljarden gedachten maar één doel; een nietig dwaas idee dat afscheiding mogelijk is in stand te houden, ogenschijnlijk hebben al die miljarden (afscheidingsgedachten) allemaal verschillende en wisselende doelen.
De ene denkgeest die dit denkt, en wil denken, om redenen van afscheiding, bevindt zich nu in een totale chaotische compleet gestoorde wirwar van gedachten en probeert dat enigszins te sturen en onder controle te houden door al die verschillende doelen aan de verschillende stukjes afgescheiden denkgeest (wat er uit ziet als personen, dingen en situaties) toe te bedelen.
Wat we denken en geloven te zien en ervaren zijn dus projecties van de ene denkgeest die voor afscheiding kiest en dat ziet eruit en wordt ervaren als een persoonlijke “ik” ervaring, ten midden, van miljarden andere “ik” ervaringen.

In die zin is het idee van er is maar één gedachte nodig voor verlossing te volgen.
(zie ook: H.12. Hoeveel leraren van God zijn er nodig om de wereld te redden? En bedenk dat ECIW ons altijd aanspreekt als denkgeest, dat wat we zijn, en niet als mensen van vlees en bloed, wat we onmogelijk kunnen zijn dan alleen in een krankzinnige afscheidings fantasie van zonde, schuld en angst).

Echter de volstrekt schizofrene, krankzinnige in totale verwarring zijnde denkgeest (wij dus) zal dit niet zomaar kunnen aanvaarden en accepteren.
En mocht je je nu beledigd voelen of wat voor weerstand voelen dan ook, (wees daar eerlijk in, want die weerstand is er, in wat voor vorm dan ook) dan is dat niet om de reden die ik denk (les 5).
De gestoorde, zieke denkgeest zal zijn zieke denkgeest verdedigen, van geboorte tot dood, omdat het hem in de afscheiding houdt. Er is geen andere reden dan die onmogelijke, krankzinnige wens.

En ook al doorzie ik intellectueel de totale krankzinnigheid van die onmogelijke wens (onmogelijk omdat afscheiding van Eén, Waar echt onmogelijk is) dan nog is een stap voor stap proces nodig om de denkgeest totaal te doen laten genezen.
En dat is de enige verantwoordelijkheid die ik als denkgeest heb.
Mijn verantwoordelijkheid is niet de wereld te verbeteren, mijn verantwoordelijkheid is de denkgeest te laten genezen van één onmogelijk krankzinnig idee dat slechts in stand wordt gehouden door het geloof erin.
In dat stap voor stap proces van vergeving (zie WdII.1. Wat is vergeving? (blz.404)), wordt elke gedachte gedachte, (mijn hele zelf bedachte, gekozen en geprojecteerde script) opnieuw gebruikt, nu niet meer als middel tot afscheiding, maar als middel voor vergeving. Vergeving van wat onmogelijk werkelijk gebeurt kan zijn, namelijk afgescheiden raken van Eén, van wat Waar is.

Vandaar dat in principe enkel en alleen les 5 en les 34 zouden kunnen voldoen.
Ik zal beide lessen hieronder plakken voor het gemak:

“LES 5
Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk.

1. Dit idee kan, evenals het voorgaande, gebruikt worden bij elke persoon,
situatie of gebeurtenis waarvan jij denkt dat die jou pijn bezorgt. 2Pas het
uitdrukkelijk toe op alles waarvan jij gelooft dat het de oorzaak van je onvrede
is, en gebruik daarbij de omschrijving van het gevoel in een bewoording
die je juist lijkt. 3De onvrede kan zich voordoen als angst, bezorgdheid,
depressiviteit, verontrusting, kwaadheid, haat, jaloezie en nog
talloze andere vormen, die je allemaal als verschillend zult waarnemen.
4Dit is niet waar. 5Maar tot je geleerd hebt dat de vorm er niet toe doet, is
elke vorm geschikt als onderwerp van de oefeningen van de dag.
6Hetzelfde idee op elke vorm afzonderlijk toepassen is de eerste stap naar
de uiteindelijke erkenning dat ze allemaal hetzelfde zijn.

2. Wanneer je het idee van vandaag gebruikt bij een specifieke vermeende
oorzaak van enigerlei vorm van onvrede, hanteer dan zowel de naam van
de vorm waarin je die onvrede ziet, als de oorzaak die je daaraan toeschrijft.
2Bijvoorbeeld:

3Ik voel me niet kwaad op _________ om de reden die ik denk.
4Ik voel me niet bang voor _________ om de reden die ik denk.

3. Maar nogmaals, dit moet niet in de plaats komen van oefenperioden
waarin je eerst je denkgeest onderzoekt op ‘oorzaken’ van onvrede waarin
je gelooft, en vormen van onvrede die, naar jij meent, daaruit voortvloeien.

4. Je zult het bij deze oefeningen, meer nog dan bij de vorige, misschien
moeilijk vinden om willekeurig te zijn en te vermijden dat je sommige onderwerpen
zwaarder laat wegen dan andere. 2Het kan helpen de oefeningen
te laten voorafgaan door de volgende stelling:

3Er zijn geen kleine vormen van onvrede.
4Ze verstoren mijn innerlijke vrede allemaal evenzeer.

5. Onderzoek dan je denkgeest op alles wat jou verstoort, ongeacht de mate
waarin jij denkt dat het dit doet.

6. Misschien merk je ook dat je minder bereid bent het idee van vandaag
toe te passen op sommige vermeende bronnen van onvrede dan op andere.
2Als dit gebeurt, denk dan eerst hieraan:

3Ik kan niet aan deze vorm van onvrede vasthouden en alle andere loslaten.
4Voor het doel van deze oefeningen beschouw ik ze daarom allemaal
als gelijk.

7. Onderzoek dan, niet langer dan ongeveer een minuut, je denkgeest en
probeer een aantal verschillende vormen te achterhalen van dingen die
jouw vrede verstoren, ongeacht het relatieve belang dat jij misschien aan
ze hecht. 2Pas het idee van vandaag op elk ervan toe, waarbij je zowel de
naam noemt van de bron van de onvrede, zoals jij die ziet, als van het gevoel,
zoals jij dat ervaart. 3Andere voorbeelden zijn:

4Ik voel me niet bezorgd over _________ om de reden die ik denk.
5Ik voel me niet neerslachtig over _________ om de reden die ik denk.

6Drie of vier keer in de loop van de dag is genoeg” (WdI.5.1-7).

“LES 34
Ik zou in plaats hiervan vrede kunnen zien.

1. Het idee voor vandaag maakt een begin met de beschrijving van de voorwaarden
die gelden voor de andere manier van zien. 2Innerlijke vrede is
ontegenzeglijk een innerlijke zaak. 3Het moet beginnen bij je eigen gedachten
en zich dan naar buiten toe uitbreiden. 4Juist uit jouw vredige
denkgeest vloeit een vredige waarneming van de wereld voort.

2. Voor de oefeningen van vandaag zijn drie langere oefenperioden nodig.
2Aangeraden wordt er een ‘s ochtends en een ‘s avonds te doen, met nog
een derde ergens daartussenin op een tijdstip waarop je je er het meest
klaar voor voelt. 3Alle oefeningen moeten met gesloten ogen worden gedaan.
4Het is je innerlijke wereld waarop het idee van vandaag moet worden
toegepast.

3. Voor elk van de lange oefenperioden is ongeveer vijf minuten van gedachtenonderzoek
nodig. 2Onderzoek je denkgeest op angstgedachten, situaties
die je verontrusten, ‘ergerlijke’ personen of gebeurtenissen, of iets
anders waarover je weinig liefdevolle gedachten koestert. 3Merk ze allemaal
terloops op, en herhaal het idee voor vandaag langzaam terwijl je
gadeslaat hoe ze in je denkgeest opdoemen, laat ze dan een voor een los,
en ga door met de volgende.

4. Als het je moeite gaat kosten om aan specifieke onderwerpen te denken,
blijf het idee dan rustig voor jezelf herhalen, zonder het op iets in het bijzonder
toe te passen. 2Zorg er echter wel voor dat je niets speciaal uitsluit.

5. De korte toepassingen dienen talrijk te zijn en moeten telkens worden
uitgevoerd wanneer je voelt dat je innerlijke vrede op enigerlei wijze
wordt bedreigd. 2De bedoeling is jezelf de hele dag tegen verleidingen te
beschermen. 3Als een concrete vorm van verleiding in je bewustzijn omhoogkomt,
moet de oefening deze vorm krijgen:

4Ik zou in deze situatie vrede kunnen zien in plaats van wat ik er nu in zie.

6. Als de aantasting van je innerlijke vrede meer een algemene vorm van
nare emoties aanneemt zoals gedeprimeerdheid, onrust of tobberij, hanteer
dan het idee in zijn oorspronkelijke vorm. 2Als je voelt dat jij meer dan
één toepassing van het idee van vandaag nodig hebt om je te helpen in
enige specifieke context tot andere gedachten te komen, probeer er dan
een paar minuten voor uit te trekken en die te besteden aan het herhalen
van het idee, tot je enig gevoel van verlichting bespeurt. 3Het zal jou
helpen als je concreet tegen jezelf zegt:

4Ik kan mijn gevoelens van gedeprimeerdheid, onrust of tobberij [of mijn
gedachten over deze situatie, persoon of gebeurtenis] vervangen door
vrede” (wdI.34.1-6).

En bedenk lessen zijn er om geoefend te worden, alleen begrijpen is niet genoeg.
En het oefenmateriaal is altijd voorhanden, want dat zijn simpelweg alle gedachten die ik heb elke seconden van wat ik geloof en denk dat “mijn” leven is.
Een eraan toe zijnde denkgeest zal bereid zijn te oefenen, omdat “hij” niet anders meer kan.

En wat resultaatgerichtheid betreft, wat denk je dat het resultaat is van een genezen denkgeest, zou deze nog voor het voort laten duren van afscheiding kiezen door nog steeds te blijven geloven in zijn eigen projecties van zonde, schuld en angst?

 

 

 

Vergeving volgens het idee van ware vergeving, vergeeft niet mijzelf of een ander als persoon of situatie, maar een “idee”, een “nietig dwaas idee”, dat als Waar wordt gezien, maar dat onmogelijk kan zijn.
Alles wat valt onder het “nietig dwaas idee”, en dat is alles wat ik denk en geloof wat de zintuigen waarnemen, en maken wat de “ik” denkt dat ze is, is vergevingsmateriaal.

Elke gedachte wordt daardoor de keuze om een eigen waarheid op te bouwen, of om deze zelf gemaakte waarheid, die als verdediging dient tegen wat Waar is, ook al is “Waar” een abstract concept geworden voor de met opzet aan amnesie lijdende denkgeest, te laten her-gebruiken volgens het idee van Ware Vergeving.

De daartoe bereid en er aan toe zijnde denkgeest zal bereid zijn dit de rest van zijn “leven” te oefenen, tot het “klaar” is, einde oefening.

 

%d bloggers liken dit: