archiveren

Tagarchief: observeren

Het ego kent net zoveel variaties als er projecties zijn. Of omgekeerd, projecties zijn variaties van het ego.
Kijk om je heen, zie jezelf, zie anderen, zie dingen, zie situaties, stuk voor stuk variaties op het ene thema, ego.
En waar komen al die ego variaties vandaan, ze komen allemaal vanuit de keuze om afgescheiden te zijn en te blijven van Éénheid, dat is hun doel. Een ander doel hebben ze niet.
Om dat doel te verbergen, moet het doel vergeten worden en dat gebeurt door het doel te versplinteren in miljarden aparte doeletjes.
En dat zorgt voor het begeleidende gevoel van chaos, en chaos voelt verwarrend, paniekerig, machteloos, pijnlijk enz. En dat gevoel wordt gelijktijdig met het ontploffen van het ene doel geprojecteerd zodat het nu lijkt alsof die emoties buiten “mij” liggen en dat iets buiten “mij” de oorzaak is van de emoties.
Kort samengevat is dat waar Werkboekles 5 over gaat: Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk.
Dus alles wat ik tegenkom aan weerstand, en waarvan ik denk en geloof dat dat de oorzaak is van mijn lijden is een verdedigingslinie tegen de herinnering dat ik als ego maar één doel voor ogen heb, namelijk afscheiding.

Het leerproces is vooral het leren herkennen als er voor zo’n verdediginggedachte gekozen wordt. Dat lijkt onbewust te gebeuren, want dat hoort bij het proces van “vergeten”, maar ondertussen is het een hele doelbewuste ego keuze.
Door te leren kijken vanuit “iets” anders dan vanuit egodenkgeest, namelijk vanuit de waarnemende/keuzemakende denkgeest, dat gedeelte van de denkgeest waarin de herinnering aan Éénheid nog steeds onveranderlijk aanwezig is, kunnen al die zogenaamde onbewuste verdedigingsgedachtes bewust in het bewuste worden gebracht, waar ze gezien en bekeken kunnen worden.

Weerstandsgedachtes, het woord zegt het al, zorgen voor gevoelens van weerstand, dus bijvoorbeeld afkeer, opstand, boosheid, agressie, walging, ontkenning enz. enz. (vul zelf maar aan) en dáár kunnen ze dan ook aan worden herkend, dat is behulpzaam.
Al die weerstandsgedachtes hebben ook als doel te voorkomen dat er oordeelloos gekeken kan worden. Want als dat gebeurt en er door al die weerstandsgedachtes heen wordt geprikt, dan zal gezien worden dat er niets achter ligt en dat er geen echte afscheiding is en dat al die weerstandsgedachtes een illusionaire muur vormen.

Als weerstandgedachtes oordeelloos worden waargenomen en wordt gezien dat ik geen onvrede voel om de reden die ik denk, dan kunnen diezelfde weerstandsgedachtes een andere functie krijgen. Namelijk een reminder dat ze niet het doel hoeven te krijgen waar ze voor bedoeld waren; afscheiding, maar juist het tegenovergestelde doel terug helpen herinneren in Éénheid.
ECIW gebruikt hiervoor het middel Ware Vergeving, dat laat zien dat er niets gebeurt is en Éénheid, Waarheid onveranderlijk is gebleven en mijn vergissing dat afscheiding mogelijk is ongedaan maakt.

Dit betekent dat het begrip ‘doen’ een heel andere betekenis krijgt. Het doen is nu niet meer iets doen in de wereld en de wereld als oorzaak van alle pijn en lijden zien. Het “nieuwe doen” is nu het herkennen en erkennen van elke ego gedachte, deze terugnemen in de denkgeest, waar deze ontstond en te vergeven en erop te vertrouwen dat elke vergeven gedachte ruimte zal maken voor “Het Andere” en dat wat daaruit ook voort zal komen het meest liefdevol zal zijn in elke situatie. Niet fixen in de wereld, want dat is uiteindelijk fixen vanuit de keuze voor egodenkgeest maar helen vanuit de denkgeest die de verbinding vormt met onveranderlijke Denkgeest.
We her-gebruiken als het ware de voorheen egofilm die geprojecteerd werd met als doel afscheiding van Éénheid en er uitzag als een grote vechtende kluwe chaos, waardoor de kluwe langzaam ontward en ongedaan gemaakt wordt, stapje voor stapje.

Het lastigste in dit proces van ongedaan maken is het losweken van het idee van de identificatie een lichaam te zijn in een wereld.
Dat kost echt jaren van bereidwillige toewijding door bergen en bergen van weerstand willen en durven gaan. Want ook al is de weerstand niet meer dan één nietig dwaas idee en zou dus ook in één keer losgelaten kunnen worden, is dat niet hoe het proces van ongedaan maken verloopt.
Het is een stap voor stap proces waarin geleerd wordt steeds beter te observeren en te kijken zonder oordeel en te leren ware vergeving op alles toe te passen.

Welk doel geef ik aan alles wat voorbij komt dat is de enige vraag die de sleutel vormt in of uit de afscheiding.
En er zijn maar twee keuzes mogelijk, waarvan er maar één waar kan zijn: ego de wens voor afscheiding, (een onmogelijke wens eigenlijk), of Heilige Geest de wens voor terug herinneren in Éénheid, waar nooit uit is weggegaan.
En de reflectie van die keuze laat zien voor welk doel is gekozen. Het gevoel wat hiermee gepaard gaat is een belangrijke leiddraad om te herkennen welke keuze is gemaakt.
Zijn er heftige gevoelens van lijden en pijn, of vluchtige speciale geluksmomenten dan is dat een indikatie dat er voor ego, voor afscheiding gekozen is. Is er echter één gevoel van totale vrijheid, en ruimte die totaal vanzelfsprekend en volstrekt normaal voelt, dan is er voor het vergeven van afscheiding gekozen.
Dit alles is zeker geen droge theorie maar zal alleen herkend kunnen worden als ervaring, en maakt van dit proces een 100% praktisch proces.

Vanuit waarnemende/keuzemakende denkgeest.
Het observeren verdiept zich.
En daarmee bedoel ik het verschil opmerken tussen de keuze voor waarnemen vanuit  de keuze voor ego denkgeest of waarnemen vanuit de keuze voor Heilige Geest/Jezus denkgeest.
ECIW ontmoet ons (schijnbaar individueel, omdat we dat concept kunnen bevatten en begrijpen) precies daar waar we zijn. Als dat gezien en aanvaard wordt vanuit de keuze voor HG/J denkgeest verloopt het proces van waarnemen en vergeven moeiteloos.
Wordt het gezien van uit de keuze voor egodenkgeest dan loopt het altijd uit op een worsteling.

Als ik bijvoorbeeld gedachtes/emoties van jalouzie, en uitgesloten zijn (om er maar even 2 uit te lichten, maar er zijn er nog veel en veel meer natuurlijk) ervaar, treed automatisch (heb ik opgemerkt) eerst de keuze voor het ego-reflex-mechanisme in werking. Met als middel volledige identificatie met het “mijn” lichaam. Dat kan twee kanten op, en beide kanten komen vanuit het geloof in de ego’s drieenheid: zonde, schuld en angst en dat is duidelijk te voelen.
1. boosheid/weerstand/verdediging: “krijg allemaal het heen en weer, ik heb toch niemand nodig”, “niemand is te vertrouwen”, “ik ben helemaal alleen, iedereen negeert mij” en nog zo wat van die gerelateerde gedachtes die ik waarneem.
2. Sussen/relativeren/goedpraten: “ach, zo erg is het toch niet, gewoon je eigen pad volgen en niet mauwen”, “niet op reageren, negeren”, “het is toch allemaal niet echt, dus reageer er maar niet op”, “Je doet toch de Cursus dan weet je toch wat je moet doen, sukkel, ben je dat nou alweer vergeten”, en nog zo wat van dit soort ego gedachtes.

Dit wordt dus steeds duidelijker opgemerkt na jarenlang oefenen in het leren observeren zonder oordeel. Dus observeren vanuit de keuze voor HG/J denkgeest en steeds minder kiezen voor het observeren vanuit egodenkgeest. Dat is het leerproces wat ECIW aanbiedt.

Het onderscheid, is vooral te herkennen aan de mate van lijden ten gevolgen van welke keuze ik maak.
Als ik vanuit HG verkies te observeren en waar te nemen kijk en voel ik precies zoals de emotie zich voordoet, zonder te sussen/relativeren/goedpraten. Zeg maar de rauwe emotie zien en ervaren. En dat is niet te doen (te pijnlijk) zonder de keuze voor over te stappen naar de andere leraar, de keuze voor HG/J denkgeest.

Ik moet meteen denken aan de duidelijk tekst hierover in ECIW zelf:
(5 en 6 vet gedrukt, omdat deze twee zinnen de sleutel zijn voor mij).

“3.Waar ieder einde vaststaat is er geen keuze. 2Misschien wil je ze liever allemaal proberen, voordat je echt leert dat ze eender zijn. 3De wegen die deze wereld te bieden heeft lijken zeer groot in aantal, maar de tijd zal stellig komen dat ieder gaat zien hoezeer ze op elkaar lijken. 4Mensen zijn gestorven toen ze dit ontdekten, omdat ze geen andere weg zagen dan de paden die de wereld biedt. 5En toen ze inzagen dat die nergens heenleidden, verloren ze hun hoop. 6En toch was dat het moment waarop zij hun grootste les hadden kunnen leren. 7Ieder moet dit punt bereiken, en eraan voorbijgaan. 8Het is inderdaad waar dat in de wereld helemaal geen keuze is. 9Maar dat op zich is niet de les. 10De les heeft een bedoeling, en hierdoor ga je begrijpen waartoe ze dient.

4.Waarom zou je eropuit zijn een andere weg, een andere persoon, of een andere plaats uit te proberen, als je al geleerd hebt hoe de les begint, maar nog niet ziet waartoe ze dient? 2Haar bedoeling is antwoord te geven op de zoektocht die allen moeten ondernemen die nog steeds geloven dat er een ander antwoord te vinden is. 3Leer nu, zonder wanhopig te zijn, dat er in de wereld geen hoop op een antwoord is. 4Oordeel echter niet over de les die hiermee pas is begonnen. 5Zoek in de wereld niet naar weer een andere wegwijzer die weer een andere weg lijkt aan te geven. 6Ga niet langer op zoek naar hoop waar er geen is. (T31.IV.3:1-10,4:1-6)”

Het dringt langzamerhand door dat er wel degelijk een keuze is, en wel uiteindelijk maar één.
Zodra ik waarneem dat ik voor het egodenken heb gekozen, en dat weet ik door mijn gevoel wat ermee gepaard gaat, dan weet ik zo langzamerhand dat ik als waarnemende/keuzemakende denkgeest opnieuw de keuze kan maken tussen de ego kant van mijn denkgeest of voor de HG/J kant van de denkgeest. MEER KEUZES ZIJN ER NIET.
Keuzes in de vorm, dus over het schijnbare probleem in mijn wereld, bestaan niet, want er is alleen denkgeest die projecteert, dus kan de keuze alleen gemaakt worden op denkgeest niveau, lichamen kiezen niet.
De vorm waarin zich de projectie lijkt uit te spelen krijgt zodoende een compleet omgekeerde functie. De functie van de projectie wordt, het herkennen van de projectie als zijnde komende van de keuze voor het ego (de keuze voor afscheiding dus), en het dan zien als een kans om opnieuw te kiezen (nu voor HG/J denkgeest) en ware vergeving toe te passen in het vertrouwen dat het antwoord dan altijd liefdevol zal zijn, hoe het er ook uit mag zien!

 

 

Daarnet weer dat sterke gevoel van weten weg te rennen door dat wat probeert weg te blijven van het “weten” waarvoor het weg rent.
Ik had gedachten als “sukkel”, “idioot”, en aangezien dat met de bijbehorende emoties gepaard ging, dus voelde als zeer onaangenaam, realiseerde ik me ook dat het weer niets anders kon zijn dan de keuze voor egodenken, oftewel de wil tot afscheiden. En het niets te maken heeft met de ogenschijnlijke oorzaak die zich ergens “buiten” een “ik” lijkt af te spelen, waardoor er een “ik” lijkt te zijn die zich aangevallen voelt en op de vlucht slaat en in de aanval gaat. Vluchten en aanvallen ineen, want de “ik” beschuldigen (wat ben ik toch een idioot en een sukkel) is ook wegrennen van “Zijn” en het aanvallen wordt ervaren als zelfhaat.

En terwijl ik dit alles ervoer, was er ook tegelijkertijd de observerende die zich hiervan bewust was. Het ervaren werd niet tegengehouden, niet verandert, niet beter gemaakt het werd gewoon geobserveerd, precies zoals het zich voordeed, oordeelloos en daardoor bewust gemaakt. Het wegrennen maakte plaats voor het oordeelloos observeren van het wegrennen, wat tevens de weg opent voor ware vergeving.

Dan wordt ook meer en meer bewust dat het niet het lichaam is dat dit alles ervaart, maar “iets” anders, dat wat kennelijk kan observeren en zich niet meer 100% identificeert met een lichaam en situaties.
Dat “iets” anders kunnen we denkgeest of mind noemen, voor het gemak omdat we nu eenmaal gewend zijn om met behulp van woorden te communiceren.
En dat “iets” blijkt eigenlijk de bron te zijn. Er vindt dus een verschuiving plaats in dat proces van bewustwording, van het lichaam en situaties als oorzaak, terug naar de denkgeest/mind als oorzaak.
Het is echter wel zo, dat denkgeest/mind voor de nog steeds in een schijnbare wereld en in een schijnbaar lichaam ervarende, een abstract concept blijft.
Vandaar dat ECIW het voor de “ervarende” nog steeds bekende en vertrouwde concept van lichamen en situaties (her)gebruikt, maar nu met een heel andere bedoeling en doel.

Er wordt nog steeds als vanouds “ervaren”, schijnbaar door een lichaam in situaties, maar het bewustzijn gaat groeien dat wat als oorzaak ervaren wordt door de ervarende, niet is wat het dacht en geloofde dat het was.

Er lijkt een “ik” te zijn die zelfhaat ervaart, maar langzaamaan al ervarend wordt steeds duidelijker dat die “ik” lichaamsgerichte zelfhaat, eigenlijk alleen maar vanuit denkgeest/mind komt en niet als doel heeft het zelf te haten, ook al wordt dat wel als zodanig ervaren als ik eerlijk kijk, maar als doel heeft zich af te scheiden van éénheid, of om het tegengestelde van haat te gebruiken, af te scheiden van liefde (non-dualistische liefde).
En nogmaals éénheid en non-dualistische liefde, zijn voor de in deze wereld en in een lichaam ervarende abstracte concepten, dus daarnaar streven en proberen mij daarin te mediteren werkt niet.
Wat wel werkt, en daar kan meditatie wel voor werken, is rustig en zonder oordeel onder ogen gaan leren zien welke blokkerende gedachten ik projecteer om maar uit die non-dualistische eenheid en liefde te blijven.

Het belangrijkste in het proces van bewustwording is dus 100% observerende te worden, terwijl “op het toneel” het script wordt uitgespeeld, want dat moet geobserveerd worden en niet ontkend of veranderd of aangepast. En 100% observerende worden is hetzelfde als “weten” 100% denkgeest/mind te zijn, wat dus niet een lichaam is dat speelt denkgeest/mind te zijn, want hou er rekening meer dat het “oude egobewustzijn” nog steeds mee doet, zolang er nog de beleving van “ervaren” is. Het wordt alleen steeds zwakker en verdwijnt meer en meer naar de achtergrond, terwijl het bewustzijn van denkgeest/mind te zijn steeds sterker, duidelijker en op de voorgrond komt.
En de keuze daarvoor steeds makkelijker gemaakt zal kunnen worden en tenslotte de automatische keuze voor het ego-denken geheel zal vervangen.

En nogmaals omdat denkgeest/mind abstract is voor de nog steeds ervarende, worden nog steeds woorden gebruikt als hulpmiddel. Woorden zoals de innerlijke leraar, of Jezus, of Heilige Geest, of welk woord dan ook wat maar behulpzaam kan zijn voor de observerende ervarende op zijn weg naar het terug herinneren in éénheid, waarheid, liefde, God.

 

Ik kan pas door te ervaren wat ik niet ben leren wat ik niet ben, waardoor wat IS, Waarheid vanzelf weer tevoorschijn komt. Ik hoef niets anders te doen om dat te bereiken dan oordeelloos te leren kijken terwijl ik mijn persoonlijke script ten volle ervaar.
Dat is het leerproces van Ontwaken uit de droom; ten volle leven met alles wat voorbij komt in wat zich “ik” noemt, en tegelijkertijd dit alles observeren en leren doorzien als dat wat niet waar kán zijn.
En dat gaat via allerlei lagen en stadia van weerstanden en inzichten die heel persoonlijk zijn en dan ook alleen door de ervarende (mind) zelf kan worden gezien en begrepen. Het denken te kunnen zien in de ander en daar iets zinnigs over denken te kunnen weten over de ander en dat ook zeggen tegen de ander, is wederom alleen een reflectie van het eigen denken van de ervarende zelf over de ervarende zelf en kan dan ook alleen maar dan ook alleen in die zin behulpzaam zijn voor de ervarende zelf.
Dus ja, we hebben ‘anderen’ nodig, maar niet om de reden die we denken. We hebben ‘anderen’ nodig om ons eigen gedachten van afscheiding te kunnen observeren, terwijl we ze ervaren en ze vervolgens, als de mind daar aan toe is, en dat zullen we weten, een andere functie te laten geven door ze te vergeven. Dat soort van vergeven is werkelijk zien dat er ‘niets’ gebeurt is, terwijl het volledig zonder uitvluchten en ontkenning ervaren wordt. Dit proces gaat stap voor stap in een tempo dat de denkgeest zelf aangeeft, zodat het nooit te veel zal worden, ook al lijkt dat soms wel zo te zijn.
Ik ben waar ik denk en geloof te zijn en dat is precies waar ik nu ben ik (mind) kán eenvoudig niet ergens anders zijn dan daar waar ik denk en geloof te zijn op deze gruwelijk-prachtige reis zonder afstand.

 

Een cursus in wonderen is een van de vele paden die niets meer of minder de reflectie zijn en uitbeelden van de herinnering aan Onveranderlijkheid die onveranderlijk nog altijd aanwezig is in elk schijnbaar afgescheiden stukje denkgeest. De herinnering kan alleen herinnerd worden als de denkgeest die voor veranderlijkheid heeft gekozen binnen het Onveranderlijke er aan toe is en bereid is de herinnering aan het Onveranderlijke weer toe te laten, en al het veranderlijke weer terug te laten keren middels ware vergeving in het Onveranderlijke, omdat aanvaard wordt dat niets het Onveranderlijke werkelijk kán veranderen naar een staat van veranderlijkheid.

Als dat proces van terug herinneren aanvaard wordt dan wordt alles wat veranderlijk is omgekeerd tot hulpmiddel weer terug te herinneren in het Onveranderlijke.
Dat doel is universeel de paden die ernaar toe leiden en de middelen die daarbij behulpzaam kunnen zijn, zijn divers en individueel.
Daarom is een pad als Een cursus in wonderen en elke andere methode een leermiddel wat nodig is zolang het proces van (ont)leren nog bezig is, daarna heeft het geen functie meer.
Het is niet de bedoeling dat een methode die bedoelt is terug te herinneren in het Onveranderlijke dezelfde functie krijgt als dat wat moet worden (ont)leert op het niveau van het veranderlijke, door er bijvoorbeeld iets speciaals als; het enige ware pad van te maken.
Dan krijgt de methode, het pad, gewoon weer de status van het veranderlijke. En veranderlijkheid moet of verdedigd of aangevallen worden.

Het is dus vooral zaak alert te zijn en blijven op de voortdurende weerstand van het veranderlijke, wat veranderlijk wil blijven, door dat wat het Onveranderlijke vertegenwoordigt het veranderlijke binnen te lokken, waardoor het Onveranderlijke niet verdwijnt of verandert, maar wel wordt geblokkeerd.

Mocht dit allemaal abstract klinken, pas het dan gewoon toe op jezelf en observeer hoe de ‘ik’ voortdurend probeert alles te veranderen door het beter maken of slechter (dat maakt voor het veranderlijk ego niet uit) van alle vormen die we in ons eigen leven ervaren en denken en geloven dat we dat zijn. En kijk dan of je wilt gaan zien dat al dat beter of slechter maken helemaal niet gaat om het beter of slechter maken van allerlei vormen en ervaringen, maar slechts één doel heeft; in het veranderlijke te blijven en uit het Onveranderlijke.
En kijk naar de weerstand die dit oproept, ook de weerstand is niet wat het lijkt.
Weerstand is het domein van het veranderlijke en helpt het veranderlijke in stand te houden, een andere functie heeft het niet.

Welke methode men ook kiest of niet kiest het terug herinneren in het Onveranderlijke is onvermijdelijk, omdat alleen het Onveranderlijke IS.
En daarom heeft het geen enkele zin om welke methode dan ook aan te vallen en of te verdedigen, want dat zegt alleen: “nee, ik wil gelijk hebben dat alleen het veranderlijke bestaat en dat wil ik niet, nooit, never opgeven.”
Dat zou in ieder geval een heel eerlijke observatie zijn, waarna de keuze gemaakt kan worden of ik dat echt meen en wil, of dat het het begin is van het willen terug herinneren in het Onveranderlijke…

%d bloggers liken dit: