archiveren

Tagarchief: NU

Wat “heldere” gedachtes over “het script volgen”.
Alles wat ik doe, dus ook dat ik nu zit te typen achter mn pc, staat in het script. Letterlijk elke adembeweging, elke hartklop, elke celdeling, elke beweging, kortom elke geprojecteerde gedachte, want dat zijn het, geprojecteerde gedachten, is wat het script nu is. Ook de gedachte en projectie dat een “ik” hier zit achter “mijn” pc staat in het script.
Dus als “ik” nu denk, maar wat als…. dan is die gedachte het script, als ik nu besluit koffie te gaan maken, dan staat dat in het script, de gedachte dat ik opschrijf dat ik de gedachte heb koffie te gaan zetten staat in het script. Kortom ik kan nooit iets denken en doen wat niet in het script staat. Echt niets staat niet in het script. Dus ook de gedachte die ik nu projecteer, namelijk deze gedachtes opschrijven staat in het script, omdat het niet niet in het script kan staan. Ook de keuze die ik maak, voor ego of voor HG staat in het script. Het script kan in die zin niet verandert worden, omdat het besluit te veranderen, of in dit leven helderheid te krijgen ook in het script staat…. Dus alles wat ik denk en doe, altijd en overal, staat in het script, omdat dat is wat ik denk en doe. Daarom kan het script nooit fout zijn, ook dat “ik” kan denken en geloven dat het wel fout kan gaan. En ook het besluit mijn script olv HG/J te stellen staat in het script. En ook als ik weer voor ego kies staat in het script.
Het script lijkt zich dus te schrijven door middel van elke gedachte die zich uit het non-dualistische “NU” moment lijkt los te maken en zich door projectie lijkt waar te maken op de horizontale lijn van ruimte en tijd.

Met de nadruk op “lijkt”, omdat het losraken uit Non-dualisme onmogelijk is en dus nooit een “gebeurtenis” kan zijn, geweest is of zal worden.

En ieder schijnbaar afgescheiden stukje gedachte dat zichzelf los denkt te kunnen maken van het non-dualistische “NU”, lijkt nu door het besluit af te scheiden zijn eigen individuele script te hebben. Een script dat al geschreven is in dat ene dwaze besluit van geloven en serieus nemen dat afscheiden van Één mogelijk is. En door dat besluit rolt het “NU” ineens uit in een loper van ruimte en tijd in schijnbaar miljarden schijnbaar individuele aftakkingen elk met hun eigen variatie op het ene afscheidingsidee en lijkt het alsof elke variatie op het ene afscheidingsidee een individuele keuze is die nu “waar” lijkt en het “Ware Waar” wat onveranderlijk is gebleven vervangt.

Als iets of iemand buiten gesloten wordt dan is dat niet om de reden die gedacht wordt. Niet omdat de persoon gehaat wordt (of andere gradatie daarvan), maar omdat de keuze voor zonde, schuld en angst welke zich in de denkgeest bevindt, geprojecteerd wordt, zodat het zich nu buiten de “mij” lijkt te bevinden en de “ik” de schuld-vinger naar “de ander” kan laten wijzen, zodat de “ik” onschuldig lijkt.
Hiermee verdwijnt niet de ego keuze voor zonde, schuld en angst die zich nog steeds in de denkgeest bevindt, het verplaatst zich slechts.
Elke oordeel wat hier weer op volgt is weer enkel en alleen en niets anders dan opnieuw kiezen voor ego-denken. En dit gaat door tot de “denkgeest” besluit zich in zijn observerende positie op te stellen en alleen nog maar kijkt naar wat de zelf geprojecteerde projecties, die voortkomen uit de keuze voor zonde, schuld en angst schijnbaar laten zien.

In de praktijk betekent dat elke seconde en wat daarin lijkt te gebeuren geaccepteerd wordt als dat wat er op dat moment is, omdat dat is wat er is. Wat het ook is, of het nu over iets van vroeger, in de toekomst of dat het zich nu afspeelt, het is wat het nu is, als geprojecteerde gedachte. Niet de situatie is wat er nu is, de gedachte die het projecteerd is wat er nu is en dat ziet eruit als een projectie die we een situatie noemen. Maar er is geen situatie er is een projectie=gedachte die er nu is. Tot een volgende nu, welke geen volgende nu is, maar steeds weer tijdloze nu.
Ook als dit idee niet geaccepteerd wordt is dat de gedachte die er op dat moment is, en ook de gedachte die daar weer op volgt en de gedachte die daar weer op volgt, het is steeds dat wat er nu is en er is geen “volgt op”. Ook als ik de situatie wil veranderen, dan is dat de gedachte die er nu is. Er is geen situatie die in een toekomst kan veranderen, er is een gedachte nu, die nu denkt dat er in de toekomst iets kan veranderen. Dat is niet zo, er kan alleen een nu gedachte zijn, waar die gedachte ook maar over mag gaan.
En zo kan ik nog uren doorgaan, wat ook niet waar is, want het is steeds een herhaling van de ene nu gedachte. NU… en elke gedachte die mogelijk is “gebeurt” NU… er is niets anders…
Het onveranderlijke “nu” blijft onveranderlijk “nu”, en daardoor is alles wat zich daarin lijkt af te spelen niet waar.

Alles is al gebeurd. Er gebeurd nooit iets nieuws, omdat alles een herhaling is van hetzelfde ene onmogelijke idee van afscheiding…
Het tikken van de klok tikt niet de seconde weg, maar herhaalt steeds dat ene onmogelijke idee van afscheiding.
Eén wordt twee, verticaal wordt horizontaal, ‘nu’ wordt verleden en toekomst.
En het is nooit gebeurd.
Alles is al nooit gebeurd.

De denkgeest is altijd precies daar aan toe waar de denkgeest aan toe is, op het moment dat de denkgeest eraan toe is, omdat de denkgeest eraan toe is, als deze denkt wat hij denkt, op het moment dat deze denkt….
Watte?
Ja, daarom kan ik (denkgeest) vanuit mijn eigen denkgeest perspectief welke op dat moment precies is waar deze is, in de gedachte die ik denk, die gedachten denkend waar ik aan toe ben als denkgeest, op dat denk-moment, nooit bepalen waar een ander denkgeest perspectief (de zgn ‘ander’) op dat moment aan toe is.
Ik kan alleen maar mijn eigen denkgeest perspectief zien, aan de hand van mijn eigen gedachten en via hoe ik mijn eigen gedachten terug gespiegeld zie in de zgn ‘ander’ die alleen maar als spiegel werkt voor mijn eigen gedachten. Het gaat nooit over de ‘ander’ het gaat altijd over hoe en wat ik (denkgeest) denk. En dat geeft weer aan waar ik (denkgeest) denk te zijn en waar ik aan toe ben op denkgeest niveau, precies daar waar ik denk te zijn, het enige niveau welke de bron is van alles wat ik denk en geloof te zien, ervaar, en voel.

De ‘ik’ denkgeest is dus precies waar deze is, met al zijn gedachten, dat is wat er is.
De ‘ik’ denkgeest kan dus nooit fout of goed zijn, ‘hij’ is slechts waar ‘hij’ denkt te zijn.
‘Ik’ de denkgeest kan wel denken ergens anders te willen zijn, of ergens niet te willen zijn, maar dan nog is die gedachte precies ‘waar’ de denkgeest is, namelijk die gedachte denkend op het moment dat het gedacht wordt.

Dit aanvaardend, kan ik ook werkelijk zien dat genezing alleen op denkgeest niveau plaats kan vinden en dat dat alleen kan als de denkgeest eraan toe is. En dan is ook duidelijk dat de denkgeest eraan toe is als deze eraan toe is. Denkt de denkgeest namelijk dat ‘hij’ er nog niet aan toe is, of het nu nog niet kan, dan heeft dat niets met tijd te maken, maar met de gedachte die er dan is waaruit blijkt dat de denkgeest er niet aan toe is.
Vandaar dat Ware Vergeving zo’n krachtige denkgeest genezer is. Vergeving laat immers zien dat er niets ‘gebeurt’ is, er is slechts een gedachte, een niet-vergevende gedachte of een vergevende gedachte.
En de denkgeest denkt altijd datgene waar deze op dat moment aan toe is, dat wat er is, op dat denk-moment.
Vandaar ook dat vergeving stil is en in alle rust niets doet. Het rust in wat is en “Ze schendt geen enkel aspect van de werkelijkheid, en probeert die evenmin te verdraaien tot een verschijningsvorm die haar aanstaat” (WdII.1.4:2).

De denkgeest zal dit alles begrijpen als het bereid is zichzelf te begrijpen als zijnde denkgeest en weet en aanvaard dat er alleen gedachte is, gedachte die denkt wat ie denkt op het moment dat deze denkt, omdat het niet anders kan dan precies dat denken op dat denk moment.
Er is alleen maar de NU gedachte het NU van de denkgeest, die alleen maar NU gedachten kan hebben, ook als ze over verleden, heden en toekomst gaan, ze worden altijd NU gedacht.

Er is een gedachte over gisteren, over het verleden, er is een gedachte over morgen, de toekomst, er is een gedachte over nu, wat er nu gebeurt, er zijn honderden gedachten, en ze zijn allemaal NU. Ze spelen niet in een verleden of in een toekomst, ze spelen in de denkgeest en dat is altijd NU, ik denk ze NU en NU en NU er is niets anders, ook deze gedachte is NU. En het woord NU is slechts een omschrijving van een gedachte over NU, in het NU.

Het NU is niet iets wat zich in tijd en ruimte bevindt en afspeelt, dat kan geen NU zijn, dat is juist een vlucht uit NU.
Het NU in ruimte en tijd is wat projectie is. Het is de NU gedachte van de denkgeest die naar buiten vlucht, op de vlucht voor zichzelf.
Maar de projectie kan niet het NU van zich afschudden, er werkelijk los van raken, het blijft ermee verbonden. Het kan wel ontkend worden, en dat is wat tijd en ruimte doet, het ontkennen door te vluchten voor het NU en er een eigen versie van maken, dat wat we tijd en ruimte noemen. Wat niet kan, dus alleen maar een illusie kan zijn.
Zie daar wat wij onze wereld in ruimte en tijd noemen. Een grote vluchtpoging uit het NU.

Stel, ik maak me zorgen dat ik bijvoorbeeld een grote belastingschuld moet afbetalen, maar kan dat met geen mogelijkheid afbetalen, want ik heb geen werk. Ik zit dus voor de rest van mijn leven vast aan een schuld die zwaar op me drukt.
Het lijkt alsof dit scenario zich werkelijk afspeelt in tijd en ruimte, er is een verleden (zonde), de toestand waar ik me nu in bevindt (schuld), en een onheilspellende toekomst (angst).
Wat er echter aan de hand is, is een poging tot vluchten uit het NU.
Een vlucht uit de denkgeest, een vlucht uit dat wat we werkelijk zijn, onveranderlijke geest.

De denkgeest denkt, droomt en gelooft dat het zich uit eenheid kan terugtrekken. Dat kan in werkelijkheid helemaal niet, want één is één, het is een onnatuurlijke gedachte en dus kan deze gedachte alleen maar enorme angst met zich meebrengen, en angst zorgt voor een vluchtreactie, de angst gedachte is nu op de vlucht voor zijn eigen angstgedachte. We, de ene denkgeest is in een nachtmerrie terechtgekomen, en vergeten dat het slechts een droom is van en in de denkgeest.

Boven beschreven ‘schuld’ situatie is dus een angstige droomprojectie, een vlucht uit het NU.
Het lijkt nu over een situatie te gaan buiten mij, waar ik het slachtoffer en/of de dader van ben geworden. In werkelijkheid, en werkelijkheid noem ik de denkgeest, is er niets gebeurd en is er alleen een NU gedachte die vervolgens naar buiten geprojecteerd is, zodat het lijkt alsof er zich een situatie buiten mij afspeelt. Ook de ‘mij’ is hierbij getransformeerd (ook geprojecteerd) van denkgeest tot een ‘mij’ lichaam, zodat het nu lijkt dat ‘ik’ een lichaam, enorme belastingschulden heeft.

Ondertussen is er in werkelijkheid niets veranderd, er is nog steeds alleen denkgeest, de denkende denkgeest die alleen maar in het NU kan denken en alleen maar NU gedachten kan hebben..
En ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk, ik voel niet onvrede vanwege mijn belastingschulden, of wat voor schijnbaar probleem dan ook, ik voel onvrede, omdat ik (denkgeest) me van éénheid probeer los te maken, wat onmogelijk is en daarom alleen maar onvrede, pijn en lijden kan opleveren.

Ik kan hiervoor in de plaats ook vrede zien, want ik kies voor mijn eigen gedachten. Alleen ik ben verantwoordelijk voor mijn eigen gedachten en dus ook voor de daaraan gekoppelde projecties, die nog steeds ook gedachten zijn, en gedachten verlaten nooit hun bron.
Ik kan dus in plaats vanuit angst hier ook naar kijken van uit Liefde, vanuit Waarheid.

Ik heb gezien dat waar ik onvrede over lijk te voelen (belastingschuld of enig ander probleem) niet de oorzaak is van mijn onvrede. Ik kan dit ontmaskeren als zijnde ‘onwaarheid’ dus als onmogelijk, en dat is hetzelfde wat Ware Vergeving doet, onderkennen dat wat gebeurd lijkt te zijn buiten mij en dat ik de schuld heb gegeven van wat mij is aangedaan, niet werkelijk heeft plaatsgevonden. Het is een gedachte, en het blijft een gedachte, ook al is deze gedachte geprojecteerd.

Ik kan dus nu de gedachte + projectie terugnemen in de denkgeest, dus terug in het NU, terug naar het ene punt, waar het ontstaan is en nooit uit vertrokken is, het NU.
Ik kan nu ook zien, dat elke gedachte zich alleen maar NU af kan spelen, omdat er in werkelijkheid geen tijd en ruimte is, alleen de gedachte die ik NU heb.
Er is niets gebeurd, er is alleen een gedachte die over zonde, schuld en angst gaat en ik hoef deze niet te projecteren, ik kan de gedachte op laten lossen in de Eenheid van het NU.
En Eenheid van het NU is grenzeloos, dit geeft een ervaring van grenzeloosheid, oneindigheid en totale Vrijheid, zolang we toch nog ervaren in ruimte en tijd, een oneindige creativiteit, de creativiteit van het Scheppen.
Onnodig te zeggen dat uit deze toestand van de denkgeest alleen maar Liefde uitgebreid zal kunnen worden en precies geweten zal worden wat te zeggen en te doen, zoals in dat prachtige gebed in (T2.A.V.18:4) staat, (zie ook het hele gebed aan het einde van dit blog):

“Ik hoef me geen zorgen te maken om wat ik zal zeggen
of wat ik moet doen, want Hij die mij gezonden heeft zal mij leiden.”

Niet om een betere wereld te maken, want er is nog steeds geen wereld (zie vorig blog) maar puur om Liefde uit te breiden en dit kan alleen tot ervaringen van Liefde leiden en de projecties zullen hiervan getuigen, omdat het nu gedachten van Liefde zijn in plaats vanuit angst, vanuit een zich eeuwig uitbreidend NU, het NU dat altijd NU blijft en geen verleden, een huidige toestand, of toekomst kent.

“Ik ben hier alleen om werkelijk behulpzaam te zijn.
Ik ben hier om Hem te vertegenwoordigen die mij gezonden heeft.
Ik hoef me geen zorgen te maken om wat ik zal zeggen
of wat ik moet doen, want Hij die mij gezonden heeft zal mij leiden.
Ik ben tevreden daar te zijn waar Hij me wenst,
wetend dat Hij me vergezelt.
Ik zal genezen zijn, wanneer ik toelaat dat Hij mij
genezen leert” (T2.A.V.18:2-6).

Op het moment dat ik bereid ben een door mij uitgekozen pad als bijvoorbeeld ECIW te volgen, sta ik mijzelf toe ‘anders’ te gaan willen kijken dan ik tot dan toe gewend ben.
Ik gebruik altijd de ‘ik’ vorm, omdat ik er vanuit ga dat er alleen denkgeest is en wel één denkgeest waarin alles met alles verbonden is. Dus als ik ‘ik’ zeg bedoel ik daar alles en iedereen mee, alleen ik kan het alleen zien vanuit het focuspunt van wat ik ‘ik’ noem, want dat is wat ik geloof dat ik ben.
Daarom lijkt het ook alsof we allemaal op een verschillende manier bij de Cursus zijn uitgekomen. Vanuit mijn focuspunt was dat de uitkomst van een levenslang gevoel van een vaag gemis wat ik maar niet kon duiden en waarvan ik het gevoel had dat het bij wijzen van spreken op het puntje van m’n tong lag, maar ik kon er maar niet bijkomen. Er waren momenten dat de sluier even opgelicht leek te worden en ik dacht, ja, ja, ja dát is het, maar dan was het alweer weg, achter de sluier van ‘het vergeten’…
ECIW was voor mij de missing link, dit is mijn pad, de uitgang, ervoer ik meteen, ik ben bereid hier vol voor te gaan, en na een diepe ontroering, eigenlijk wel een openbaring, tijdens het lezen van T1.II, aanvaardde ik ‘Jezus’ voor mij het symbool en de herinnering aan de oordeelloze Liefde die ‘ik’ ben.
En ik heb die ‘hand’ nooit meer losgelaten.

ECIW ontmoet ‘mij’ precies waar ik denk en geloof te zijn.
Mits ik dat aanvaard, want ik weet om te beginnen helemaal niet waar ik werkelijk denk te zijn.
Waar ik denk te zijn is wat ik zie en geloof dat ik zie en denk te zijn. In een wereld, in een lichaam te midden van andere lichamen dingen en situaties.
Dat is zoals ik wat ik mijzelf noem, zie en ervaar.
En hoe ben ik daar gekomen, waarom zie en ervaar ik mezelf zo? Doordat ik dat zelf heb bedacht en geprojecteerd. Niet het zelf ‘lichaam’, maar het zelf ‘denkgeest’.
En tegelijkertijd was daar de zelfopgelegde opdracht, en dat mag ik me nooit meer herinneren.

ECIW ontmoet mij daar waar ik denk te zijn, in mijn geloof een lichaam te zijn en als er in dat geloof in een lichaam te zijn te midden van andere lichamen en situaties een klein beetje twijfel binnensluipt. En ik me vertwijfeld afvraag, ‘is dat wel zo’, ben ik wel wie en wat ik denkt te zijn, of is er meer…?
En op dat moment vallen er gaten in de dunne gedachtesluiers die ik tussen wat ik werkelijk ben en wat ik niet kán zijn en komt de herinnering aan wat ik probeer te verbergen én vergeten even naar boven.
Er ligt namelijk niet een dikke verdedigingsmuur tussen wat ik niet ben en wat ik wel ben, het is eigenlijk slechts één nietig dwaas idee, waarin ‘ik’ serieus nam dat ik afgescheiden kon zijn van Eenheid, van Liefde, van God.
Maar zo ervaar ik dat nog niet, ik ervaar mijzelf dan nog in een wereld van vormen en lichamen en situaties, waar het recht van de sterkste telt en dat bevochten moet worden van de wieg tot het graf.
Dáár ontmoet ECIW of een ander pad ons, en dat kan ook niet anders, want ook zoiets als ECIW is een projectie vanuit de ene denkgeest. Dus alles komt vanuit één, ook als het vanuit schijnbare afscheiding komt; de egodenkgeest, er is ook maar één egodenkgeest.
Als ik ECIW als een door ‘mij’ gekozen pad kies zou het ook logisch zijn dat ik ervoor kies het pad te volgen, maar aangezien een gedeelte van de ene denkgeest zich denkt te kunnen afscheiden van éénheid, is er ook een stuk weerstand tegen in dit geval het doen van ECIW.
En in die weerstand vindt de ontmoeting plaats, de weerstand kan nu worden ingezet als de sleutel naar het terug herinneren in wat ik Ben en waar ik nooit uit ben weggegaan.
Ik heb nu dus de keuze de weerstand die ik voel serieus te nemen als weerstand komende vanuit en door iets of iemand buiten mij aangedaan, of de weerstand te zien als mijn eigen denkgeest verdediging tegen mijzelf terug te herinneren in wat ik werkelijk ben, namelijk denkgeest en niet een lichaam.

Ik heb dus het waarnemen van mijn weerstand nodig om te bepalen welk doel ik eraan wil geven.
Wil ik mijn gedachten gebruiken om mij afgescheiden te houden van wat ik in werkelijkheid ‘Ben’ (denkgeest), wil ik dus het doel van de wereld volgen, het doel dat ik er als in mijn hoedanigheid als egodenkgeest aan wil geven, of wil ik leren hier ‘anders’ naar te kijken en het leren zien als vergevingsmateriaal, een waardevolle vergevingskans om me te laten terug herinneren in wat ik ‘Ben’ (denkgeest).
Het doel bepaal ‘ik’, als de keuzemakende denkgeest. Niet het lichaam beslist, want het lichaam is en blijft een projectie en kan ook alleen maar op die manier in dienst staan van de egokant van de denkgeest, of in dienst van de HG-Kant van de denkgeest. Dit haalt mij ook uit de slachtoffer rol me een speelbal van het lot te voelen. De keuzemaker bevindt zich in ‘mijn’ denkgeest en ik ben verantwoordelijk voor de keuze.

ECIW ontmoet ons waar we denken te zijn en dat is precies waar we NU denken te zijn. Elke gedachte beeldt precies uit waar we zijn, dat is dus wat we kunnen leren waarnemen als dat wat er is, en dat als leermateriaal, leerkans en tevens vergevingsmateriaal en vergevingskans kunnen leren laten her-gebruiken.
Ons huidige leven precies zoals we dat elke seconde beleven is het perfecte leer/vergevingsmateriaal. We zijn precies waar we zijn. Niets is verkeerd, fout of zondig. Het is op zich onschuldig en neutraal, ik als denkgeest geef er betekenis aan.
En geef ik er betekenis aan vanuit egodenkgeest, dan zal ik angst ervaren in de vele duizenden vormen waarin angst zich kan uit projecteren. Geef ik er betekenis aan vanuit mijn HG denkgeest kant, dan zal ik geen angst ervaren, en zal ik al mijn weerstandsgedachtes zonder angst onder ogen durven zien en ze dan ook een andere functie kunnen geven, namelijk die van vergevingsmateriaal en vergevingskans.

Voordat we echt antwoord kunnen geven op de vraag en ervaren, ‘hoe zou mijn leven eruit zien zonder zonde, schuld en angst gedachten’, moeten we eerst weten wat dan wel die zonde, schuld en angst gedachten zijn.
En de eigenschap van zonde, schuld en angst gedachten is nu juist dat ze verborgen moeten blijven.
We merken enkel en alleen aan onze emoties en gevoelens dat ze er zijn en als we dan al de reden vinden, die zich altijd buiten ons lijkt te bevinden, ons aangedaan door iets of iemand buiten ons, worden we alleen maar nog meer op een dwaalspoor gebracht, want ook dat is niet de reden waarom we al die emoties en gevoelens voelen en ervaren.
Dus om zonder zonde, schuld en angst gedachten te kunnen zijn moeten we ze eerst voelen en ervaren zodat we ze kunnen benoemen en uit de verborgenheid aan het licht laten komen.
Als we emoties voelen, maar we kunnen ze niet benoemen, is dat niet omdat we het niet weten, maar omdat we onszelf (de denkgeest) opdracht hebben gegeven het te vergeten en er voor weg te lopen. Ook dat is een gedachte die benoemt mag worden, zodat hij tevoorschijn komt.
Want alleen als alle gedachten aan het licht mogen worden gebracht, als ik daar toestemming voor geef aan mijzelf, de denkgeest, en alle gedachten bloed eerlijk benoemd worden, dan kan er pas worden vergeven en ervaren worden hoe mijn leven is als ik geen zonde, schuld en angst gedachten meer heb en projecteer.

Zonde, schuld en angst gedachten ontkennen, of wegstoppen, omdat ze niet mogen, ‘want ik ben toch zo spiritueel onderlegd, ik zou toch beter moeten weten in middels’, niet kunnen, ‘omdat ik een Cursus in wonderen student ben, al tig jaar’, niet beleefd zijn,’zo ben ik niet opgevoed’, niet gepast, ‘ik sta erboven’, of wat dan ook, is eigenlijk zeggen, ‘ik wil deze gedachtes houden, want ze beschermen mij tegen het verlies van de door mij gekoesterde gedachten van zonde, schuld en angst, die mij op veilige afstand van de wraak van god houden.’
Als we deze krankzinnige gedachten langzaamaan gaan doorzien en gaan vermoeden dat ze wel eens niet zouden kunnen kloppen en dat ik me misschien wel vergis en dat het wel eens heel anders zou kunnen zijn, dan komt er in onze van angst verkrampte denkgeest wat ruimte, en kan het terug herinneren naar Waarheid beginnen.

Laat alle emoties, gevoelens alle gedachten er dus zijn, precies zoals ze zijn, want dat is waar ik ben op dit moment, dat is het NU waar ik me denk te bevinden, en daar ligt ook de oplossing, de genezing, in de denkgeest die ze denkt.
Dus ze voelen, ervaren, benoemen en dan de keuze maken, ze wel of niet te erkennen als waar of onwaar, oftewel ze te vergeven of niet.
Dat is het pad via en door de ervaring van haat heen terug naar de ervaring van Liefde.

%d bloggers liken dit: