archiveren

Tagarchief: normaal

Misschien een gedachte waard…
Is dat wat “we” binnen het (onmogelijke) concept van de illusoire droom van ruimte en tijd, dat we in “onze” wereld, “normaal”, “abnormaal” , “afwijkend”, “gestoord” (geestelijk en of lichamelijk) noemen, eigenlijk niet een volstrekt “normaal”, en “logisch” gevolg, van het volstrekt onnatuurlijke en onmogelijke geloof in de mogelijkheid van het werkelijk bestaan van een dualistische wereld welke als enig doel heeft afgescheiden te zijn en blijven van dat wat IS, “onze” werkelijke non-dualistische aard?

Dus praktisch gezien kan je dan stellen dat alles en iedereen wat we als “normaal”, “abnormaal”, “afwijkend”, “apart”, “speciaal”, “gek”, “krankzinnig” enz. enz. zien, eigenlijk alleen maar een afspiegeling of reflectie is van “onze” poging tot afscheiden van Één.
Een zinloze poging, welke nooit echt succesvol zal kunnen zijn, ook al wordt er alles aan gedaan om het wel voor elkaar te krijgen, tot de dood erop volgt, waarna er weer geboren wordt zodat het onmogelijke krankzinnige spel van “normaal” en “abnormaal” opnieuw en opnieuw kan worden gespeeld.

We benoemen alles wat z’n stinkende best doet om in een krankzinnig, onmogelijk idee van afscheiding het hoofd boven water te houden als zeer positief en zeer prijzenswaardig, en alles wat daar niet in slaagt wordt al snel gezien als negatief, zielig, zwak, beneden pijl, abnormaal, ziek, onderontwikkeld, achterlijk, geestesziek enz..

En dus moeten de zogenaamde normal krankzinnige die de wereld van afscheiding zien als normaal, en iets als waar je je aan moet aanpassen, en wat bovenal verdedigd moet worden, degene die het zogenaamd niet redden, omdat het moeten/willen leven in een onmogelijke krankzinnige wereld van het geloof in afscheiding uiteindelijk onvermijdelijk niet meer vol te houden is, tot de orde roepen door ze als zieken te verplegen en ze zo snel mogelijk weer tot de als normaal geldende krankzinnigheid (welke als de normale norm wordt gezien) terug te brengen.

De wereld is aldus gezien een totaal op z’n kop krankzinnig, totaal ziek en onmogelijke idee, waar dien ten gevolgen alles op z’n kop wordt gezien en ervaren.
En beide partijen de normaal krankzinnigen als de door de normaal krankzinnige beschouwde krankzinnige, hebben allebei als doel: afscheiding van Één.

En ja daar kan men als dit langzaamaan duidelijk wordt behoorlijk van in de war raken, maar bedenk dan dat het in de war raken niet komt door bovenstaand verhaal, maar doordat de herinnering aan Één, welke gelukkig nooit is weg geraakt, langzaamaan onvermijdelijk naar boven komt en aldus een bedreiging vormt voor het geloof in de mogelijkheid van afgescheiden te kunnen zijn van Één en dat weerspiegelt zich in een projectie die eruit ziet en ervaren wordt als bedreigend.

Gelukkig door de onvermijdelijkheid van het terug herinneren in Één, zal elke schijnbaar individuele (afgescheiden) denkgeest zich terug herinneren in dat wat IS en buiten de illusie van tijd en ruimte bevindt.

De denkgeest die zich weer bewust wordt en daardoor het op z’n kop ego denken en geloven kan en wil “vergeven” (vergeven als in “er is niets werkelijk gebeurt binnen onveranderlijke Éénheid”) zal stap voor stap terug herinneren in Één.
Dat is niet weggelegd voor een enkeling, maar voor de hele ene denkgeest, welke er nu nog voornamelijk uitziet, door het geloof daarin, als versplinterd in miljarden aparte stukjes.

 

 

 

Wat gedachten over deze Gulden regel:
“Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doet dat ook de ander niet.”
“Behandel anderen zoals je door hen behandeld wilt worden.”

Prima gedachten natuurlijk, maar als ik naar de wereld kijk en dichter bij naar de bron daarvan, mijn eigen gedachten, lijkt het erop dat deze regel klopt, maar dan wel precies het omgekeerde ervan dan wat het lijkt te bedoelen.
Het lijkt “normaal” dat ik geen ellende, gedoe, pijn en lijden wil voor mijzelf, en dat ook niet wil voor een ander.
Maar als ik heel eerlijk kijk naar mijn dagelijks voorbij trekkende gedachten + bijbehorende projecties, heb ik de hele dag vormen van aanval/verdedigings gedachten die ellende, gedoe, pijn en lijden lijken uit te beelden.
En inmiddels weet ik dat al die aanval/verdedigings gedachten met bijbehorende projecties er niet zijn om de reden die ik denk (les 5), maar om de denkgeest “veilig” te stellen in het nietig dwaas idee van geloven afgescheiden te kunnen zijn van dat wat “ik” werkelijk ben: één in God, Eenheid, Liefde, non-dualisme.

Dus vanuit die afscheidingsgedachte, waarin ik (denkgeest) kennelijk geloof laat deze uitspraak iets anders zien dan deze lijkt te willen laten zien.
Mijn lijden, pijn, zorgen, gepieker, geploeter, met hier en daar een kortstondig vleugje schijnbaar nooit blijvend geluk, laat juist zien wat ik wel wil dat mij “geschied” en dat dus ook wil voor de ander.
Maar weer, let wel, niet schijnbaar wat moet geschieden in de vorm, maar welke keuze ik maak in de denkgeest. En in de denkgeest wordt alleen de keuze gemaakt tussen angst of Liefde. De keuze tussen ego, afgescheiden denken of Heilige Geest, het ongedaan maken van afgescheiden denken, middels ware vergeving.

De keuze voor het ego denken is altijd de keuze voor de wil afgescheiden te zijn en blijven van Eénheid, God, Liefde en die keuze, omdat deze verborgen, geheim moet blijven, lijk ik dan terug te zien in projecties van aanval/verdediging naar mijzelf toe (schijnbaar als lichaam) en naar de schijnbaar ander.

Dus de uitspraak “Behandel anderen zoals je door hen behandeld wilt worden.”, zou een automatisch gevolg kunnen zijn van het eerst onder ogen zien dat ik juist het tegenovergestelde bedoel van wat deze uitspraak lijkt te bedoelen, hier eerlijk naar kijken, zonder oordeel olv HG (welke staat voor oordeelloosheid) en dan (als de denkgeest er aan toe is, en dat merk ik vanzelf of dat zo is of niet) mijn investering in de afscheidende aard ervan niet serieus te nemen en deze te vergeven.

Zo leer ik dat elke gedachte die ik, de denkgeest, heb altijd eerst als keuze voor het ego denken opkomt, met als doel afgescheiden te zijn en blijven, dit eerlijk zonder oordeel onder ogen te zien, en deze dan door middel van ware vergeving een Heilige Geest (juist gerichte denkgeest) functie kan krijgen.
En zo kan elke in eerste instantie ego gedachte worden her-gebruikt in plaats van ontkend te worden en daardoor weer in de zonde, schuld en angst hoek van de egodenkgeest te verdwijnen, met als enig doel de afscheiding te bestendigen.

“Ik”, en dus het hele “zoonschap” ervaren deze wereld en het persoonlijke leven als “normaal”. We vinden wel van alles normaal en abnormaal in de wereld, maar dat is een gedachte vanuit het “normaal” vinden van deze wereld, en het “normaal” vinden van een lichaam te zijn. Binnen dat gedachte systeem (want dat is het) kan iets als normaal of als abnormaal gezien en ervaren worden. Echter de bron van dit gedachte systeem, de egodenkgeest, is (tijdelijk) uit het bewustzijnsgeheugen verdwenen. Met opzet, omdat dit hele denksysteem als doel heeft af te scheiden van Eénheid, iets wat onmogelijk is, nooit kan gebeuren en nooit zal gebeuren, behalve schijnbaar in de denkgeest van een “abnormaal” denksysteem.
En een “abnormaal” denksysteem, dat denkt zich te kunnen hebben afgescheiden van Eénheid, kan vervolgens alleen maar abnormale gedachten uitbreiden, dat is logisch.
Ziedaar, kijk om je heen; een abnormale projectie, vanuit een abnormaal denksysteem.

Dit wetende en aanvarende hoef “ik” niet meer m’n verdomde best te doen ook maar iets in deze wereld te verbeteren, wetende dat ik dat vanuit het waar maken van de wereld simpelweg niet kan, omdat ik vanuit een “ik” (geloof een lichaam te zijn) alleen maar pogingen tot afscheiding kan projecteren. Met andere woorden, ik vanuit het geloof een lichaam te zijn in een bestaande wereld van vormen en situaties kan nooit de wereld redden, het zullen altijd projecties vanuit een abnormaal onmogelijk, onwaar denksysteem blijven.

Goed, ik weet nu wat abnormaal, onwaar is en waarom, hoe kom ik dan nu weer in contact met Eénheid, met dat wat wel normaal is, waar is.
Er lijkt nog steeds een “ik” te zijn welke ervaart binnen het abnormale denksysteem dat niet anders kan dan abnormale projecties uitzenden.
Maar er is ook een soort waarnemer/observeerder “wakker” geworden kennelijk, de onvermijdelijke herinnering aan dat er toch iets anders moet zijn dan deze abnormale toestand komt terug in de denkgeest.
Er is een kennelijk andere keuze mogelijk.
De nu waarnemende denkgeest begint zich te herinneren dat er een andere keuze mogelijk is.
De keuze voor onwaar of Waar.
Iedere keer als de waarnemende denkgeest waarneemt dat hij een “abnormale” dus onware, onmogelijke gedachte projecteert, kan nu een bewuste keuze worden gemaakt:
wil “ik” (ik=nu de waarnemende/keuzemakende denkgeest die zich bewust is geen lichaam, projectie te zijn, maar (projecterende) denkgeest), deze projectie, welke eruit ziet als iets wat in “mijn” leven lijkt te gebeuren, gebruiken om de afscheiding in stand te houden en uit te breiden, of wil ik het laten gebruiken om de kloof van afscheiding te dichten?

Dat betekent dat ik (denkgeest) besef dat mijn drang tot “doen” niet komt vanuit het lichaam dat dingen lijkt te willen doen, maar altijd vanuit denkgeest.
Dus er is nog steeds de ervaring het gevoel, emotie dat “mijn” lichaam iets doet, maar tegelijkertijd wordt ingezien dat het de denkgeest is die kiest voor uitbreiding van afscheiding, door net te doen alsof het lichaam de bron is van het “doen”.
Daardoor krijgt het “doen” nog steeds schijnbaar vanuit het lichaam, maar nu beseffend dat het de denkgeest welke de de bron is, een totaal andere functie.
Ik “doe” schijnbaar nog steeds hetzelfde in mijn wereld, maar het heeft nu een totaal andere doel gekregen. Het doel verschuift van afscheiding uitbreiden naar afscheiding oplossen.
In ECIW wordt dit het proces van ware vergeving genoemd wat gebeurt vanuit de denkgeest die zich aan het herinneren is; de juist-gerichte denkgeest, wat praktischer voorgesteld in ECIW als Jezus en of de Heilige Geest.
Aangezien het geloof in het abnormale denksysteem van het egodenken erg hardnekkig is maakt het denksysteem van ware vergeving gebruik van hetzelfde abnormale denkgeest systeem, omdat dat bekend is en begrepen kan worden.
Het abnormale egodenksysteem maakt gebruik van zijn projecties, door ze echt te maken, het denksysteem van ware vergeving gebruikt ook dezelfde projecties (dus beelden, situaties, woorden enz.), maar nu enkel en alleen nog om ze te vergeven, vanuit de gedachte dat wat lijkt te gebeuren niet kan gebeuren, omdat afscheiding simpelweg niet mogelijk is.
Dat wat lijkt te gebeuren wordt hierbij niet ontkend, maar volledig en eerlijk onder ogen gezien, precies zoals het zich lijkt voor te doen binnen het (ego)denksysteem wat we kennen, er wordt niets aan de projectie verandert, (“we” blijven dat wat binnen het egodenksysteem normaal is, normaal doen) het wordt alleen vergeven.
Als ware vergeving heeft plaatsgevonden, betekent dat niet dat de projectie persé wel of niet verandert, maar het betekent wel dat het denken erover totaal verandert is. En als gevolg daarvan kan de projectie veranderen, zonder dat we van te voren weten hoe dat eruit zal gaan zien, laat staan dat het een doel op zich is.

Het zal duidelijk zijn dat dit proces van ware vergeving, dus de omslag in het denken welke logischergewijs alleen in de denkgeest plaatsheeft, heel veel oefening nodig heeft.
Een cursus in wonderen heet niet voor niets een “cursus”.
Het is een levenslang leerproces dat duurt zolang het onvermijdelijke proces van ontwaken vanuit de “abnormale” (ego)denkgeest duurt.
Een stap voor stap schijnbaar individueel leerproces, waarbij het individuele schijnbare script (mijn/jouw/ons leven) wordt her-gebruikt om te ontwaken uit een zelfgekozen abnormaal (ego)denksysteem dat gelukkig geen enkele invloed heeft op wat Waar, Eén, Heel is. In die zin is het hele proces van ontwaken een reis zonder afstand.

Zinloos dus? Op waarheid niveau inderdaad volstrekt zinloos, maar op on-waarheid niveau noodzakelijk en behulpzaam, omdat dat wat weliswaar on-waar is, maar bekent is, heel slim wordt her-gebruikt en als het ware terug gedraaid wordt tot de ene afscheidingsgedachte die het hele denksysteem van tijd en ruimte schijnbaar in beweging zet en zich als een vastgelopen plaat steeds maar herhaald.
Nogmaals een schijnbaar individueel proces, terwijl het ondertussen de ene denkgeest die zich vergist en on-waarheid als waarheid ziet is, die ervoor kiest terug te herinneren in Waarheid, Eenheid, God, Liefde.

Kortom ECIW ontmoet ons waar we denken en geloven te zijn, midden in een volstrekt onwaar, onmogelijk abnormaal denksysteem en her-gebruikt dat zelfde denksysteem volledig oordeelloos middels ware vergeving om terug te keren in waar nooit uit is weggegaan.
De troostrijke gedachte is dan ook, dat als afscheiding nooit heeft plaatsgevonden het proces van het ongedaan maken van het geloof in afscheiding nooit kan mislukken, de afloop staat immers al vast…

Dankzij een vraag nav het blog: “De Verzoening aanvaarden”, raakte ik geïnspireerd tot het volgende “antwoord”, wat bij nader inzien gewoon wel weer erg op een nieuw blog ging lijken. En toen Frits me daar ook op wees besloot ik het ook als nieuw blog te plaatsen.
Ik merkte al schrijvend dat het toch weer even handig leek erop te wijzen dat de metafysica van ECIW wel gekend dient te worden, wil de Cursus ten volle begrepen worden op alle niveaus.
Eerst zal ten volle moeten worden aanvaard, en is een levenslang stap voor stap proces, dat de Cursus zegt “Er is geen wereld” (WdI.132.6:2).
Wat is het dan dat lijkt te ervaren? Dat is de keuze van de denkgeest (denkgeest is dat wat “ik” werkelijk ben binnen het concept van de droom) voor of angst of voor Liefde, oftewel of voor ego of voor HG/J denkgeest.
Er is dus alleen denkgeest, en niet een “ik” lichaam dat keuzes maakt en vervolgens één van deze twee keuzes ervaart. Er is alleen een keuze mogelijk door en in de denkgeest. Bewustwording is dus het werkelijk inzien en aanvaarden van dat er alleen denkgeest is en dat ECIW ons alleen aanspreekt op denkgeest niveau en niet op het niet werkelijk bestaande “lichaamsniveau”. Alles wat wordt ervaren vindt plaats in de denkgeest, en daar blijft het een gedachte, een projectie.

Er is dus ook geen “ander” er zijn alleen projecties die eruit zien als anderen, maar ze hebben geen enkele werkelijkheid, ze zijn en blijven projecties.
Nogmaals dit is erg lastig om te begrijpen laat staan te aanvaarden, omdat het een langzaam stap voor stap proces is van lichaamsbewustwording terug naar denkgeest bewustwording, dat wat we werkelijk zijn.
Niemand begrijpt dat meteen. Toen ik dit voor het eerst las “Er is geen wereld”, en God heeft deze wereld niet geschapen, en God weet niets van deze wereld, was dat voor mij de missing link: “ah, nu begrijp ik waarom niets echt werkt in deze wereld, ik probeer geluk te bereiken in iets wat juist gemaakt is om afgescheiden te blijven van Geluk (Liefde, God, Waarheid, Eenheid)”.
Het was toen nog een voornamelijk intellectueel begrijpen, maar ik was bereid mij de weg te laten wijzen door HG/J in het vertrouwen dat het een stap voor stap proces zou worden naar volledige bewustwording en uiteindelijk volledige terugkeer in de herinnering van Eenheid, God, Liefde.
En stap voor stap door het leren herkennen van al mijn ego gedachten (afscheidingsgedachten) binnen al mijn dagelijkse ervaringen en de bereidheid deze te willen vergeven aan de hand van de Juist gerichte denkgeest (HG/J=oordeelloos kijken) groeit het bewustzijn en de bereidheid deze Stem te volgen in plaats van die van het ego.

Bedenk ook dat zowel ego als HG zich in de ene denkgeest bevinden en niet buiten “mij” of buiten “de ander”, vandaar dat de keuze gemaakt wordt ook binnen de ene denkgeest voor het gemak de keuzemakende denkgeest genoemd.
Vandaar dat “ik” (keuzemakende denkgeest) alleen een keuze kan maken vanuit mijn eigen focus punt in de denkgeest en ik niet voor een ander de keuze tussen ego of HG kan maken.

Op het niveau van de vorm, de wereld van de projectie, doe ik “normaal”, dat wat de regels zijn binnen de wereld van de projecties. Ik help anderen, ik doe boodschappen, sluit verzekeringen af, doe mn deur op slot, voedt de kinderen op, ga na de dokter, neem medicatie, eet gewoon, slaap gewoon, adem gewoon enz.
Alleen het enige verschil is dat als ik aanvaard dat dit alles een projectie is vanuit de denkgeest dat ik kan kiezen of de projectie komt vanuit zonde, schuld en angst (de keuze voor ego dus), of vanuit Liefde (de keuze voor HG/J denkgeest).
Als ik kies vanuit zonde, schuld en angst dan kan ik dat herkennen aan dat ik zelf bepaal wat de uitkomst moet zijn. Bijvoorbeeld de uitkomst moet zijn dat dit of dat conflict met die en die opgelost wordt, of dat ik weer genoeg geld op mn rekening heb, zodat ik eindelijk dit of dat kan kopen, of dat ik een parkeerplaats zal vinden, of dat m’n kinderen gezond blijven en gelukkig worden enz. enz.
Kies ik voor de leiding van de HG/J kant van de denkgeest dan laat ik de uitkomst open en vertrouw erop dat de uitkomst altijd liefdevol zal zijn, hoe het er ook uit mogen zien als projectie.
Vanuit het ego perspectief willen kijken is altijd beperkt. Het ego ziet altijd maar een stukje en kan nooit het geheel overzien, dus kan ook nooit de juiste uitkomst zien en kan dus eigenlijk helemaal geen andere keuze maken, dan alleen vanuit de beperktheid van het ego denken, dat altijd vanuit het geloof in zonde, schuld en angst komt.
Dus iets voor iemand anders bepalen is helemaal onmogelijk, want ik weet niet wat het “beste” is voor de ander, van wegen dat beperkte afgescheiden ego denkgeest standpunt.
Bovendien is wat ik in een ander denk en geloof te zien altijd een spiegel van hoe ik over mijzelf denk als denkgeest. En dat is dan weer kostbaar vergevingsmateriaal, als ik daar voor kies als keuzemakende denkgeest.
Dus als ik de ander als eenzaam zie, dan zie ik een projectie van mijn eigen afgescheiden wil tot afscheiding, en dat ziet eruit als een “iemand anders die eenzaam lijkt”, en de emoties die daarbij horen versterken nog het “waarheidsgehalte”.

Maar diezelfde emoties kunnen echter door de keuze voor vergeving, de keuze voor de gedachte teruggeven aan HG/J, worden hergebruikt, (dus niet ontkend, omarmt, bevestigd, gehaat, aanvaard!) en de denkgeest weer terug herinneren in Eenheid, God, Liefde. En aangezien er ook maar één denkgeest is, wordt de schijnbaar zogenaamde “ander” welke eigenlijk ook alleen maar een stukje van de ene denkgeest is, ook terug herinnerd in Liefde. Dat is de betekenis van de Christus in de ander zien. Het is het terugkoppelen naar de ene denkgeest waar we (de denkgeest) één zijn. Het is niet het “zien” door de ogen, het is een geestelijk zien.

Ik hoop dat ik door dit hele verhaal duidelijk heb gemaakt dat het erg belangrijk is de achterliggende metafysica van de Cursus te kennen en steeds paraat te hebben; dus er is alleen Eén, Waarheid, Liefde, God Denkgeest mogelijk, dus kan er geen afgescheiden dualistische, geprojecteerde wereld vanuit zonde, schuld en angst bestaan. Het is het één of het ander, beide tegelijkertijd is onmogelijk.
Wordt dit niet gezien of ontkend, omdat er toch steeds weer voor het egodenken wordt gekozen, dan blijft ECIW onbegrijpelijk en niet te doen.
En nogmaals geduld is in deze een schone zaak, ECIW doen is meestal een levenslang proces van steeds weer leren opnieuw te observeren en kijken zonder oordeel (dus olv HG/J) naar al mijn gedachten en opnieuw de keuze te maken, niet voor een andere projectie, maar voor het andere gedachten systeem, dat van de Heilige Geest.
Dat is de betekenis van de uitspraak van Helen en Bill: “Er moet een andere manier zijn”, waardoor het proces van het doorgeven van ECIW, door Helen mogelijk werd en ook door “ons” het hele Ene Zoonschap mogelijk werd, mits wij de keuze maken dat toe te laten. Wat uiteindelijk onvermijdelijk is, want er is op Werkelijkheidsniveau niets gebeurt, dat wat lijkt te gebeuren is dus onmogelijk, ook al lijkt het nog zo “echt” en dus alleen geschikt om te Vergeven (heeft het tenminste nog één functie…). Voor het begrijpen wat Vergeven volgens ECIW is verwijs ik naar WdII.1, op blz. 404 van het Werkboek.

Het stap voor stap terug herinneren in Waarheid, gaat gepaard met het terug trekken van alle investeringen in on-waarheid. Door dat toe te staan komt vanzelf de herinnering aan Waarheid weer naar boven, daar investeren in on-waarheid maar één doel heeft, het doen laten vergeten van Waarheid.
Dat betekent ook dat alles wat in de plaats wordt gezet van Waarheid, on-waar is, maar door het ‘vergeten’ van wat Waarheid is, nu waar lijkt.

Dus bijvoorbeeld alles wat wij in deze (onware) wereld zien als geneesmiddel en of dat nu regulieren medicatie of alternatieve medicatie betreft is dien ten gevolge ook onwaar.
Dus of de werking van geneesmiddelen nu wel of niet wetenschappelijk bewezen is, het behoort allemaal tot het domein van onwaarheid en binnen het geloof in dat denkkader worden de speciale regels van onwaarheid (het egodenken) gehanteerd.
Geneesmiddelen gebruiken (reguliere t/m alternatieve) is daardoor niet verkeerd, maar gewoon dat zoals het werkt binnen het egodenken. En daar is niets mis mee op zich.
Bewustwording hiervan gaat dan ook niet over het niet nemen van medicatie “want het is toch onwaar”, of “het komt van het ego dus is het slecht en mag ik dat niet meer nemen, want dat is niet spiritueel”,  of “laat ik alleen maar natuurlijke geneesmiddelen gebruiken, want dat is vast wel spiritueel”, al deze beweringen bevestigen juist weer dat onwaarheid toch waar zou kunnen zijn door het ene fout te vinden en het andere goed.
Het is niet fout en niet goed het is een ego gedachte, gedacht door het geloof in de ego kant van de denkgeest die als doel heeft afscheiding van Waarheid.

Zolang ik nog ervaar in een wereld in een lichaam is het geloof daarin nog niet verdwenen en blijf ik ‘normaal’ doen binnen de regels die gelden voor de wereld van het geloof in het ego.
Dus neem ik die medicatie waarvan ik geloof dat deze het beste voor mij is,met dit verschil dat nu bewust wordt gezien dat de soort medicatie niets uitmaakt, maar mijn geloof erin. Het is dan om het even of ik kies voor reguliere medicatie of voor alternatieve medicatie, wetende dat beide van het geloof in ego komen en dus beide magie zijn.

Ondertussen verandert in dit proces van bewustwording wel stap voor stap het doel van de keuze voor afscheiding naar de keuze voor het terug herinneren in Waarheid, waarbij het voorheen afscheidingsmateriaal (dus alles wat ik als mijn leven beschouw inclusief alle ervaringen die daarbij horen), nu ‘herinneringsmateriaal’ wordt, in Cursus termen ‘vergevingsmateriaal’.
Met deze stappen in bewustwording verdwijnt ook de kracht van het geloof in zonde, schuld en angst de drie hoofd emoties waaruit alle andere emoties voortkomen, die de afscheiding stevig verankeren in de denkgeest. Dat betekent in de praktijk dat mijn beslissingen om iets te ‘doen’, als deze beslissingen steeds minder vaak voortkomen uit het geloof in zonde, schuld en angst, vanzelf door het verdwijnen van het geloof in zonde, schuld en angst, de meest behulpzame en liefdevolle keuzes zullen zijn voor mij en de ander voor dat moment, zonder dat ik daar een oordeel over hoef te hebben, of een beslissing hoef te sturen.

Het verschil derhalve tussen genezen vanuit het egodenken (de keuze voor afscheiding) en genezen vanuit ‘Heilige Geest’ denken (de keuze voor het terug willen herinneren in Waarheid) is dat bij de eerste genezing van het lichaam voorop staat en bij de tweede keuze genezing van de denkgeest.
En bij de laatste vorm van genezing, die van de denkgeest is het om het even of er nog steeds een lichaam is wat ziek lijkt te zijn, omdat dat volledig gezien wordt dat niet een lichaam beslist, maar altijd de denkgeest. En daar zijn maar twee keuzemogelijkheden: de keuze voor afscheiding (egodenkgeest, onjuist-gerichte-denkgeest) of voor Eénheid (Heilige Geest denkgeest, juist-gerichte-denkgeest).

 

 

Kan de denkgeest (mind) beschadigd worden?
Anders gezegd, betekent dat als ik een beschadigd lichaam of brein waarneem of ervaar, ook de denkgeest beschadigd is?
De enige eigenschap van de denkgeest is dat het een gedachte is een gedachte die komt vanuit de denkgeest, de denkgeest is dus een gedachte.
Dat is een abstract gegeven, iets wat de denkgeest die denkt en gelooft dat hij een lichaam is met een brein, niet kan bevatten, ómdat de denkgeest dit denkt en wil geloven.
De denkgeest is door dit geloof als het ware uit het zicht verdwenen, ‘vergeten’, omdat de denkgeest nu gelooft dat deze een lichaam is.
De denkgeest heeft zich dus vermomd als lichaam met hersenen die kunnen denken en ziet daardoor ook andere lichamen en dingen, die denken en dingen doen.
En dat wat de denkgeest denkt, én gelooft, dus dat het nu een lichaam is tussen andere lichamen, wordt dien ten gevolgen geprojecteerd en weerspiegelt als lichamen en dingen.
De denkgeest die zich nu volledig identificeert met het lichaam heeft zichzelf afgesloten van het feit denkgeest te zijn, heeft zich dus afgesloten van zijn oorspronkelijke bron. Het denkgeest zijn is nu een onbewuste gedachte geworden en het onderbewuste waar de herinnering aan het ware zelf zich nu schuil houdt  zorgt voor een voortdurend gevoel van iets kwijt zijn, iets vergeten zijn, maar niet weten wat.
Het onderbewuste wordt extra beveiligd door de angst die erop geprojecteerd wordt door de denkgeest die ervoor heeft gekozen te geloven een lichaam te zijn en wil vergeten dat er alleen denkgeest is.
Angst en ook zonde en vooral schuld zijn een prima drie-eenheid om dit ‘geheim’ te bewaken.

Als we het dan over beschadigen hebben kan gesteld worden dat de denkgeest die nu in zijn eigen bedrog gelooft, en zichzelf dus voor de gek houdt, zich in wezen krankzinnig gedraagt. Dat leidt echter niet tot een beschadiging van de denkgeest, maar wel tot een geloof en het waarmaken van waanzinnige onmogelijke gedachten.
En deze waanzinnige, onmogelijke gedachten projecteren zich dan onmiddellijk weer uit in waanzinnig gedrag in een waanzinnige wereld. Dat kan niet anders, waanzin kan alleen maar waanzin zien en ervaren.

Aangezien dit eigenlijk zo logisch en duidelijk is, maar ook de herinnering aan ‘normaal’, namelijk denkgeest zijn, ook nog aanwezig is in de denkgeest, zien en ervaren we niet alleen waanzin, hoewel de geprojecteerde wereld 100% waanzin is, maar hebben we ook gradaties aangebracht in onze projecties. Gradaties die lopen van ‘normale’ lichamen tot volledig krankzinnige lichamen. En daarbij worden krankzinnige lichamen, of zieke lichamen als ‘fout’ bestempeld, foutje van de natuur noemen we dat, of erger nog een opzettelijk foutje van God, als straf of als les. En om deze verschillen kracht bij te zetten zijn wij, die denken en geloven een lichaam te zijn, druk met het onderbrengen van de verschillende gradaties van waanzin en ziekte in verschillende categorieën en hokjes.

Maar is deze denkgeest ‘vergissing’ ook een denkgeest beschadiging?
Nee, een gedachte op zich is geen beschadiging, het is wat het is een gedachte en de eigenschap van gedachten is dat ze kunnen veranderen.
De denkgeest kan wel verwrongen, dwaze ideeën hebben, maar daarmee is de denkgeest niet beschadigt. Let wel, even ter herinnering, we hebben het hier niet over het geloof in een lichaam te zijn met hersenen die beschadigt kunnen zijn. We hebben het over de denkgeest, dat wat we in werkelijkheid zijn en blijven, wat we ook voor waanzinnige dromen mogen hebben.

Een momentje van helder bewustzijn kan de denkgeest weer terugbrengen in zijn werkelijke staat, die van waarnemer die kan ‘zien’ (niet met de ogen van het lichaam wel te verstaan, maar vanuit puur denkgeest) en zich bewust is van zijn vergissing en weet dat hij opnieuw kan kiezen, nu vanuit 100% denkgeest.
De denkgeest bevindt zich niet in een lichaam, maar het idee, de projectie het lichaam, bevindt zich in de denkgeest.
De denkgeest die zich weer ‘herinnert’ is genezen en zal zichzelf niet meer verwarren met een lichaam.

Zolang er dan nog wel spraken is van ervaren in een wereld, dient het lichaam nog als handig hulpmiddel, en hoe dat hulpmiddel eruit ziet, ziek, zwak en misselijk, bijna dood, dun, dik, lelijk of mooi of zgn kerngezond, maakt helemaal niets uit.
Deze verschillende vormen zijn en blijven altijd projecties. En een dood ziek terminaal lichaam kan volledig de vrede van God weerspiegelen of volledig de krankzinnigheid van de egodenkgeest, daar heeft de uiterlijke vorm niets mee te maken. Want er is of alleen het lichaam, of er is alleen denkgeest. Een autonoom lichaam dat een denkgeest bevat is onmogelijk. Dus afhankelijk van de staat van de denkgeest die de gedachte, het idee van een lichaam te zijn bevat en daar wel of niet in gelooft maakt hoe we de wereld zien en ervaren.

Hoe dan ook, de denkgeest die denkt een lichaam te zijn is ‘ziek’, hij vergist zich gewoon en deze vergissing, dit ‘ziek’ zijn wordt geprojecteerd in een wereld waarin we door dit vreemde zieke geloof alleen nog maar zieke en waanzinnige projecties waarnemen in verschillende gradaties, waar we in geloven en ze daardoor ‘echt’ lijken.
Dit alles vindt plaats als in een droom, dus als een illusie, in de totaal onveranderlijke Geest die we in werkelijkheid ZIJN.
Dit totaal ‘abstract’ zijn kunnen we niet in onze in waanzin gelovende denkgeest brengen, want dat is nu juist wat de waanzinnige keuze voor egodenkgeest niet wil zien. Dus we kunnen alleen onze waanzin doorzien, er ons bewust van worden en al deze waanzinnige gedachten terug geven aan de ‘herinnering’ die nog altijd aanwezig is in de denkgeest, zodat de zieke denkgeest kan genezen en van zijn waan wordt verlost.

Om deze ‘herinnering’ minder abstract te maken, kunnen we gebruik maken van symbolen. Daar zijn we als projecterende denkgeest heel goed in. Immers alle projecties (de wereld met alles erop en eraan) zijn symbolen van afscheiding. Dus kunnen al deze projecties van afscheiding ook her-gebruikt worden als symbolen voor het terug herinneren in wat we werkelijk zijn en nooit uit zijn weggeweest.
Deze projecties blijven dus projecties, het is niet zo dat de projecties ineens magische ‘dingen’ worden die ons doen terug toveren in Waarheid.

Bijvoorbeeld als symbool voor het vragen om ‘Hulp’ kan de innerlijke leraar gebruikt worden, en afhankelijk van de voorkeur kan daarvoor alles gekozen worden dat symbool staat voor mij voor onpersoonlijke, onvoorwaardelijke, niet oordelende liefde, die zich in mij, de denkgeest bevindt.
Dat kan Jezus zijn, of de Heilige Geest of een ander symbool, als het maar voor mij die ‘hulp’ functie heeft.
Deze ‘hulp’ bevindt zich niet buiten mij, als lichaam, maar ‘in’ mij als denkgeest, omdat er niets kan bestaan buiten de denkgeest.

En deze hulp zal dus niet zijn focus leggen op het genezen van een ziek lichaam, of zieke hersenen, maar op het genezen van de zieke denkgeest, wat niets anders is dan een denk-correctie, daar denkgeest nooit echt ziek of beschadigd kan zijn.

Ontwaakte (verlichte) lichamen, personen bestaan niet.
Er is geen wereld zegt ECIW, dus welke lichamen?
Er is alleen denkgeest en denkgeest kan ‘vergeten’ en dromen van een toestand die niet bestaat, omdat ze slechts een ‘droom’, dus een illusie is.
Het ontwaken van lichamen lijkt alleen plaats te vinden als je wakker wordt na een nachtje slapen, of na een dutje tussendoor.
En dat is dan dus eigenlijk niets anders dan ontwaken in gewoon weer eenzelfde droom, want lichamen die wakker kunnen worden, is op zich al een droom.
Alleen de denkgeest kan ontwaken uit de droom die hijzelf droomt, dus zelf bedacht, gedroomd heeft.
En dat is geen spetterend gebeuren met veel trompetgeschal, halleluja en vuurwerk.
Het is meer een ineens realisatie van weten, terug herinneren, dat ik denkgeest ben die droomt. De dromende denkgeest is ineens in een lucide droomtoestand en heeft de gewaarwording alles te zijn, ongeveer zoals we weten dat we alles zijn in onze slaapdromen en alle droomrollen in onze slaapdroom spelen. We bevinden ons dan in wat de Cursus noemt ‘de gelukkige droom’. En het voelt als ‘normaal’, een moeiteloos, rustig, vredig, gelukkig ‘normaal’, een thuiskomen, waarin alles als ‘hetzelfde’ wordt gezien, ‘grenzeloos’.
Niet dat de droom er dan als droom gelukkig uitziet in zijn droom vormen, de verschillen, de afzonderlijke projecties worden nog wel gezien en ervaren, de droomrollen worden nog gespeeld als het ware, maar de droom wordt niet meer als bedreigend gezien, ik identificeer me niet meer met mijn droom, omdat ik weet dat het een droom is. De hele droom is nu een symbool die mij kan leren hoe en wat ik denk over mijzelf, en hoe ik dat projecteer teneinde de droom echt te doen laten lijken, zonder dat ik er een schuldig of angstig oordeel over heb. Want hoe zou een droom bedreigend kunnen zijn als ik weet dat het een droom is?
En net als bij het net wakker worden in de morgen na een nachtje slapen, is er een periode van de slaap uit mijn ogen wrijven en langzaam bij bewustzijn komen en nog wat slaperig om me heen kijken balancerend tussen slapen en ontwaken. Een proces dat onvermijdelijk leidt tot het totale ontwaken van de denkgeest en het totaal oplossen van de droom. De staat van ZIJN, waar dromen en ook de lucide droomstaat geen functie meer hebben en tenslotte gewoon verdwijnen, omdat deze nooit bestaan heeft: een droom is een droom en blijft een droom.
Dit ontwaken uit de droom heeft niets te maken met het sterven van een lichaam, of het verlies van wat voor vormen dan ook, want er is sowieso geen lichaam, alleen een droom van een lichaam. En kan een lichaam echt sterven in een droom, kan er echt verlies geleden worden in een droom? Neen, alleen de denkgeest kan dit dromen en zijn eigen droom geloven, maar het blijft een droom.
En alleen de denkgeest kan ontwaken uit zijn eigen droom van zonde, schuld en angst, en zich herinneren dat er niets gebeurt is en niets Eenheid, Waarheid, Liefde verandert kan hebben. En dat is een niet te beschrijven enorme opluchting en bevrijding, enigszins te vergelijken met het ontwaken uit een nachtmerrie en te beseffen dat het maar een droom was. Niet het ontwaken als een lichaam, maar als het ontwaken van de denkgeest in de denkgeest. En tenslotte zal ook de denkgeest een illusie blijken te zijn en blijft alleen het woordeloze, dat wat er altijd was en nooit kan verdwijnen over:

‘Niets werkelijk kan bedreigd worden.
Niets onwerkelijks bestaat.

Hierin ligt de vrede van God’ (In.2:2-4).

 

%d bloggers liken dit: