archiveren

Tagarchief: non-dualistisch

Wat ware vergeving NIET is:
WV (ware vergeving afgekort voor het gemak) is niet een manier om van lijden en pijn over iemand of iets af te komen. Want dan moet immers eerst dat wat lijd en dat waarover pijn wordt geleden “echt” gemaakt worden.
Ik is immers niet een “ik” die lijd en pijn voelt over een iemand of iets.
“Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk” (WdI.5). (In plaats van het woord onvrede kan elk gevoel worden geplaatst, zoals lijden, pijn enz.)

Er is alleen denkgeest en zelfs dat is slechts een concept binnen het “nietig dwaas idee” van het geloof afgescheiden te kunnen zijn van Éénheid, God, Liefde, Waarheid, of hoe je het onnoembare onbestaande maar wilt noemen.

“Onbestaande” schrijf ik. Dus wat er lijkt te gebeuren is dat geprobeerd wordt dat wat onnoembaar en onbestaand, puur non-dualistisch is, in een benoembaar, bestaand concept om te toveren. Maar ook dat is onmogelijk, want wat onbestaand is kan onmogelijk werkelijk bestaand worden, oftewel wat één is kan geen twee worden wat dus niet anders kan resulteren dan in een opnieuw onbestaand onmogelijk concept; denkgeest die zichzelf uit Éénheid kan denken en dat ook nog eens extra “waar” probeert te maken door er lichtbeelden bij te maken (een “ikje” lichaam en een wereld van vormen), waardoor opzettelijk wordt vergeten en verborgen dat zowel de beelden als de projecterende denkgeest volledig onmogelijk en totaal onwaar zijn.

Dus (is de ervaring) WV gebruiken om het “ikje” beter te doen lijken voelen heeft niets met WV te maken en is hetzelfde als wat dan ook in wat voor vorm dan ook als troost te gebruiken.
Daar is niets mis mee, want er kan alleen dat ervaren worden waar de (schijnbare)  denkgeest+projectie op dat moment is, maar het is niet wat WV is.

Wat dan te doen met al dat pijnlijke lijden?

“[Ware] Vergeving daarentegen is stil en doet in alle rust niets. 2Ze schendt geen enkel aspect van de werkelijkheid, en probeert die evenmin te verdraaien tot een verschijningsvorm die haar aanstaat. 3Ze kijkt alleen, en wacht, en oordeelt niet. 4Wie niet wil vergeven, moet wel oordelen, want hij moet zijn onvermogen om te vergeven rechtvaardigen. 5Maar wie zichzelf vergeven wil, moet leren de waarheid te verwelkomen precies zoals die is.

5.Doe daarom niets en laat vergeving je tonen wat jou te doen staat, via Hem die je Gids is, je Verlosser en Beschermer, sterk in hoop en zeker van jouw uiteindelijk succes. 2Hij heeft jou al vergeven, want dat is Zijn functie, Hem gegeven door God. 3Nu moet jij Zijn functie delen en vergeven wie Hij heeft verlost, wiens zondeloosheid Hij ziet, en wie Hij eert als de Zoon van God” (WdII.1.4-5).

Het pijnlijke lijden krijgt hierdoor een andere functie, in plaats van het “waar” proberen te maken, wat op zich al lijden en pijn met zich meebrengt, omdat het onnatuurlijk is te proberen afgescheiden te raken van Éénheid, wordt dezelfde pijn en het lijden nu her-gebruikt als WV materiaal en kans. Het lijden en de pijn worden nu nog wel gezien en gezien als een ervaring, een projectie, een lichtbeeld op een scherm, maar niet meer als pijnlijk lijden ervaren.

Onnodig te zeggen dat dit een leerproces is, waarbij de waarnemende/keuzemakende denkgeest stapje voor stapje de enorme drang, met als motor zonde, schuld en angst, gaat doorzien en bereid is het onnodige onmogelijke geloof in zonde, schuld en angst los te laten weken door middel van het leren en toepassen van wat WV is.

Als WV wederom voelt als iets te moeten opofferen, verliezen en opgeven, dan is het geen WV en wordt er wederom gekozen voor voor het ego “veilige” afgescheiden blijven van Éénheid, God, Liefde.

Het mooie van WV is dat niets “fout” is. De keuze (want dat is het, de keuze voor het ego) voor pijn en het lijden is niet “fout”, het is slechts een vergissing van de denkgeest die in de war is en verstrikt is geraakt in de doolhof van afscheidingsgedachten en doelloos rondzwerft in deze doolhof zonder begin en einde en dat kan niet anders worden ervaren als lijden en pijn.
WV neemt, mits overgedragen, deze vergissingen in al zijn schijnbare vormen aan als geschenken en verandert het dolen in de doolhof in een labyrinth waarbij aan de hand van Juist-gerichtheid-van denken en WV een goede afloop onvermijdelijk is.

En natuurlijk speelt WV zich nog steeds af binnen het concept van de droom maar vormt het tegelijkertijd een brug naar het terug herinneren in Waarheid, de uitgang uit het labyrinth van het lijden.

 

De metafysica van Een cursus in wonderen is voor de denkgeest die probeert te verbergen dat deze denkgeest is door zich achter het idee van “een lichaam” te zijn verstoppen, niet te bevatten.
En toch als je het non-dualistische gedachtegoed van ECIW wilt volgen als tegenreactie op het gedachtegoed van je tot dan toe onbewuste keuze voor het dualistische egodenken, is het noodzakelijk deze metafysica altijd op de achtergrond paraat te houden. En hoewel de metafysica van ECIW duidelijk volkomen non-dualistisch is, maar wij als verdwaalde denkgeest alleen nog dualisme verstaan, gebruikt ECIW de taal die de afgedwaalde denkgeest kan begrijpen. Dit wordt door sommige als verwarrend gezien, maar wordt prachtig uitgelegd in de V & A van de Foundation for A Course in Miracles:

V#085: Waarom wordt de Cursus non-dualistisch genoemd?

In het non-dualisme van Advaita Vedanta is geen ruimte voor een relatie tussen Oorzaak-Gevolg, Vader-Zoon of Schepper-Schepping. Waarom dan wel blijven volhouden dat Een cursus in wonderen in essentie non-dualistisch is? Is dat niet verwarrend?

A: De Cursus maakt gebruik van dualistische termen in zijn leerplan met maar één reden: omdat Jezus weet dat de taal van de afscheiding, ofwel dualisme, het enige is wat wij op dit moment kunnen begrijpen. Jezus is volstrekt duidelijk over zijn bedoelingen met taal in de Cursus. Om je vraag te beantwoorden laten we daarom de Cursus voor zichzelf spreken in een aantal relevante passages.

Het duidelijkst is de volgende verklaring: ”Omdat jij gelooft dat je afgescheiden bent, doet de Hemel zich eveneens als afgescheiden aan jou voor. Niet dat dit in waarheid zo is, maar opdat de schakel die jou is gegeven om je met de waarheid te verbinden jou bereiken kan door middel van wat jij begrijpt. Vader, Zoon en Heilige Geest zijn Eén, zoals al jouw broeders zich als één in de waarheid verbinden. Christus en zijn Vader zijn nooit afgescheiden geweest, en Christus verblijft in jouw inzicht, in dat deel van jou dat Zijn Vaders Wil deelt. De Heilige Geest verbindt het andere deel – het nietig, dwaas verlangen om afgescheiden, verschillend en speciaal te zijn – met de Christus, om de eenheid duidelijk te maken aan wat in werkelijkheid één is. In deze wereld wordt dit niet begrepen, maar kan het wel worden onderwezen (…). Het is de functie van de Heilige Geest jou te leren hoe deze eenheid ervaren wordt, wat jou te doen staat om dit te kunnen ervaren, en waarheen je moet gaan om dat te doen.

Dit alles neemt notitie van tijd en plaats alsof dat losstaande zaken waren, want zolang jij denkt dat een deel van jou afgescheiden is, heeft het denkbeeld van een Eenheid die als Eén verbonden is, geen betekenis. Het is duidelijk dat een denkgeest die zo gespleten is, nooit als leraar een Eenheid kan onderwijzen die alle dingen verenigt in Zichzelf. En dus moet Wat in deze denkgeest aanwezig is, en alle dingen daadwerkelijk met elkaar verenigt, wel zijn Leraar zijn. Maar Het moet wel gebruikmaken van de taal die deze denkgeest begrijpen kan, in de toestand waarin die denkt te verkeren” (T25.I.5; 6:4; 7:1-4 cursief toegevoegd).

Er zijn nog veel meer plaatsen waar duidelijk wordt gemaakt dat het metafysische fundament van de Cursus non-dualistisch is, ondanks de dualistische aard van de gebruikte taal. Bijvoorbeeld, als er wordt gesproken over de Vader en de Zoon – wat twee afzonderlijke Wezens suggereert – zegt hij: “Wat Hij schept staat niet los van Hem, en nergens eindigt de Vader en begint de Zoon als iets afzonderlijk van Hem” (WdI.132.12:4).

En later staat in het Werkboek: “Eenheid is eenvoudig het idee: God is. En in Zijn Wezen omvat Hij alles. Geen enkele denkgeest bevat iets anders dan Hem. We zeggen: ‘God is’, en doen er dan het zwijgen toe, want in die wetenschap verliezen woorden hun betekenis. Er zijn geen lippen om ze uit te spreken en er is geen deel van de denkgeest onderscheiden genoeg om te voelen dat hij zich nu gewaar is van iets niet zichzelf. Hij heeft zich verenigd met zijn Bron. En als zijn Bron Zelf, is  hij alleen maar.

We kunnen hierover absoluut niet spreken, schrijven, laat staan denken. Het komt tot elke denkgeest, wanneer het totale inzicht dat zijn wil de Wil van God is, volkomen is gegeven en volkomen ontvangen. Het brengt de denkgeest terug in het oneindige heden, waarin verleden en toekomst niet denkbaar zijn. Het ligt voorbij verlossing, voorbij elke gedachte aan tijd, voorbij vergeving en het heilige gelaat van Christus (allemaal dualistische concepten). De Zoon van God is eenvoudig opgegaan in zijn Vader, zoals zijn Vader in hem. De wereld is er helemaal nooit geweest. De eeuwigheid blijft een constante staat” (WdI.169.5,6).

Om een voorbeeld uit je vraag te noemen, in de context van Oorzaak- en Gevolgrelaties, begint Jezus in schijnbaar dualistische termen, maar maakt vervolgens de werkelijke non-dualistische natuur ervan volstrekt duidelijk: “Vader, ik werd geschapen in Uw Denkgeest, een heilige Gedachte die zijn thuis nooit verlaten heeft. Ik ben voor eeuwig Uw Gevolg en U bent voor eeuwig en altijd mijn Oorzaak. Zoals U mij geschapen hebt, ben ik gebleven. Waar U mij gehuisvest hebt, verblijf ik nog altijd. En al Uw eigenschappen verblijven in mij, omdat het Uw Wil is een Zoon te hebben zo gelijk aan zijn Oorzaak dat Oorzaak en Gevolg niet te onderscheiden zijn” (WdII.326.1:1-5; cursief toegevoegd).

Hoewel dus veel onderdelen van de leer van de Cursus worden weergegeven in dualistische taal, is het belangrijk te begrijpen wat het doel ervan is. Dat is om ons voorbij ons geloof in dualiteit te leiden, terug naar de eenheid die onze enige werkelijkheid is.

 

Het ego, het domein van de egodenkgeest is een illusoir denksysteem, opgezet als verdediging tegen God de non-dualistische staat van zijn waar wij als Zoon van God deel vanuit maken.
Het egodenksysteem is dus een vervangend gedachtesysteem, een ‘doen alsof’ denksysteem.
Dat betekend dat de hele wereld, en ons hele leven zoals we dat beleven in deze wereld in een lichaam omgeven door andere lichamen, dieren en dingen van groot tot onzichtbaar klein een ‘doen alsof’ is.
We houden onszelf voor de gek.
En wat kan er anders voortkomen uit een ‘doen alsof’ denksysteem dan nog meer ‘doen alsof’. Het ‘doen alsof’ breidt zich uit, omdat het niets anders kan dan dat.

Bijvoorbeeld, ik ben boos, omdat ik denk dat mij iets wordt aangedaan, en mij wordt gevraagd ‘ben je boos?’, en ik zeg dan ‘nee, hoor’. Dan is het niet zo dat het boos zijn dan ‘echt’ is, en dat als ik het ontken dat een leugen is. Nee, beide gedachtes, met hun projecties zijn een ‘doen alsof’ en in die zin beide niet waar.
De Cursus zegt:

‘Als woede voortkomt uit een interpretatie en niet uit een feit, is die nooit gerechtvaardigd’ (H17.8:6).

Wat niet wil zeggen dat het niet mag of fout is.
Het is gewoon niet te rechtvaardigen, omdat het ‘niets’ is, ‘doen alsof’ is geen feit het is het ‘doen alsof’ van de egodenkgeest die alleen maar kan afscheiden van Waarheid, door te doen alsof er een waarheid is en een onwaarheid en te doen alsof die twee voortdurend in strijd zijn met elkaar, met als resultaat een verzonnen dualistisch systeem, een ‘doen alsof’ binnen de non-dualistische Eenheid. En dat is onmogelijk en kan niet meer worden dan enkel en alleen een ‘doen alsof’.
Dus als ik boosheid waarneem in mijzelf, is dat niet ´fout´, want dat is alweer een ego oordeel dat het spelletje ´doen alsof´ serieus neemt. Ik kan echter wel terwijl ik het ´doen alsof script´ speel Jezus’ hand vastpakken (symbool voor de verbinding met Waarheid) met de wil hier anders naar te willen kijken door ogen van vergeving.
Dit is een kwestie van veel oefenen, want het kost tijd en veel oefenmateriaal, ons dagelijkse ‘doen alsof’ leven dus, voordat dit omgekeerd kan worden en we inderdaad de andere keuze willen en kunnen maken, de keuze voor leiding in dit proces van de Heilige Geest en of Jezus, beide (nogmaals) symbolen voor en de brug terug naar Waarheid, dat wat we in werkelijkheid zijn.

Zijn we als denkgeest al gevorderd in dit leerproces van het ongedaan leren maken via vergeving van het ‘doen alsof’, dan zal men op een gegeven moment bij een opkomende woede aanval en ‘doen alsof’ , steeds vaker bewust worden van dit ‘doen alsof’ mechanisme en ook van de mogelijkheid ánders te kiezen.
Ik kan dan het ‘doen alsof’ spel doorbreken en voor vriendelijkheid kiezen, omdat ik dan inzie dat ik de zgn ander die meespeelt in het spelletje ‘doen alsof’ heb ingezet om het spelletje ‘doen alsof’ echt te maken, zodat het lijkt dat de boosheid van buiten mij komt en niet vanuit ‘mijn’ denkgeest die het dualistische spel wil spelen, om maar uit de beurt van mijn ware non-dualistische aard te blijven en het feit dat ik denkgeest ben en niet een lichaam.

Het voor vriendelijkheid kiezen in plaats van voor boosheid, is ook nog steeds onderdeel van het spelletje ‘doen alsof’, maar zal nu, omdat ik het olv HG/J wil doen, in plaats van olv ego, als liefdevolle spelbreker werken en een helend effect hebben.
En de lakmoesproef zal zijn, dat ik dan geen vormen van zonde, schuld en angst meer ervaar. Neem ik dat nog wel waar, dan is dat niet ‘fout’, of ‘dom’ , of een ‘mislukking’, dat is gewoon eerlijk zijn, en wacht ik gewoon geduldig tot zich weer een nieuwe kans aandient, waarin ik mijn ‘doen alsof’ gedrag waarneem en wéér de keuze kan maken voor leiding van de egodenkgeest of van Heilige Geest denkgeest.

En zo wordt het ‘doen alsof’ kostbaar leermateriaal, want de Heilige Geest kan alles gebruiken, zodra ik dat toesta.

Alleen door en via contact met ‘andere’, en daar bedoel ik mee personen, maar ook dieren, zgn. levende of niet levende dingen, en situaties, dus met alles wat we dankzij projectie kunnen waarnemen, zichtbaar of niet zichtbaar, kunnen we ons terugherinneren wat we in werkelijkheid zijn.
We hoeven die contacten niet op te zoeken of te regelen, contact is elk contact wat we door de dag en nacht, tijdens ons hele leven heen ervaren met alles en iedereen.
En dit komt omdat afscheiding in werkelijkheid niet bestaat.
In werkelijkheid is er alleen EEN, zowel binnen het zgn afscheidingsdenken van de egodenkgeest als binnen het Ene Waarheidsdenken, wat in de Cursus de Heilige Geest en of Jezus genoemd wordt.
Beide spelen zich af binnen het bewustzijn, in dat wat we werkelijk zijn, denkgeest.
Binnen de non-dualistische Eenheid speelt dit bewust-zijn van Eenheid niet meer dan is er Eenheid, waar bewustzijn geen enkele functie meer heeft en daar kunnen we geen woorden voor gebruiken, woorden hebben daar geen functie meer, en dat hoeft dan ook niet meer natuurlijk, dan is het klaar.
Bewustzijn, heeft dus alleen een functie als we ons nog bewust-zijn van onszelf in de droom die we onze wereld noemen.

Vertoeven we nog volledig in de egodenkgeest zonder te beseffen, ons bewust te zijn dus, van wat dat is en hoe het werkt, dan zijn we ‘onbewust’ zonder het te weten.
Worden we ons wel bewust van hoe de egodenkgeest werkt, dan kunnen we leren er bewust naar kijken, we kunnen onszelf en ons denken waarnemen.
Zodra we bewuste waarnemers zijn en onszelf kunnen waarnemen op een andere manier dan vanuit denken een lichaam te zijn, het ‘onbewuste dus’, dan kan het terugherinneren in wat we werkelijk zijn, non-dualistisch Eén, beginnen.
De reis gaat dus van het onbewustzijn van de egodenkgeest naar het Onbewust Zijn van Eénheid, en dat gaat via bewustwording.
En voor die ‘reis’ van bewustwording wordt alles wat we (de denkgeest) heeft geprojecteerd en wat meteen ‘vergeten’ werd dat we dat deden, het werd dus onbewust, her-gebruikt als vergevingsmateriaal. Want ware vergeving betekent immers zoals we eerder zagen, dat wat we dachten dat gebeurt was, niet heeft plaatsgevonden.

Je, het was en is een gedachte, en ja de gedachte werd en wordt geprojecteerd, maar het blijft een gedachte afkomstig uit de denkgeest en is alleen bedoelt om het bewustzijn van wat we werkelijk zijn te vergeten. Maar vergeten is nog niet totaal verdwijnen, vergeten is wegstoppen in het onderbewuste, weggestopt in een ogenschijnlijk stevige geprojecteerde doos, die we de wereld noemen.
Hiervan bewust worden en kiezen voor vergeving geeft alles wat we geprojecteerd hebben een andere functie. Het zal nu het bewustzijn openen in plaats van het weg te stoppen in de vergetelheid van het on-bewuste.
En zodra we er ons van bewust worden dat alles inderdaad één is, ook binnen het egodenken dus, dan kan ik mij niet meer los zien van den ander of van wat dan ook wat ik waarneem.
De eenheid zit niet in het versmelten van vormen en dingen, maar in het bewust worden van dat de projectie uit één denkgeest komt en daarom zijn éénheid blijft behouden ook al ziet het er in geprojecteerde vorm anders uit.
Dan zie ik ook dat we allemaal één gemeenschappelijk doel hebben, en dat doel is, in de nog onbewuste staat, afscheiding, de wereld als een poging tot wegrennen uit Eenheid, dmv projectie, of als het bewustzijn begint terug te komen van het ene gemeenschappelijke doel te zien, van terugherinneren in Eenheid.
In het eerste geval, het doel van het ego, wordt de wereld als einddoel gezien, in het tweede geval wordt terugherinneren in Eenheid als doel gezien en worden de projecties, de wereld die wij denken te zien en ervaren als (leer)middel her-gebruikt.

Elke relatie die we hebben, of dat nu met een mens, dier, of ding is (het zijn immers allemaal projecties) bevat dus de kans tot afscheiding of van terugherinneren in de Eenheid van de denkgeest.
De zich bewustwordende denkgeest kan deze keuze nu maken.

Dit klinkt allemaal heel simpel en eenvoudig, en dat is het idee op zich ook, maar de weg naar bewustwording en tenslotte het terugherinneren in totaal On-bewustzijn, wat niet meer bewust ervaren wordt, omdat er niets meer te ervaren valt, gaat gepaard met angst, omdat voor het bewustzijn in eerste instantie het verdwijnen van het bewustzijn, in zijn verwrongen denken, de dood betekent.
Dit is slechts een vergissing, die langzaamaan duidelijker zal worden naarmate het bewustzijn van hoe dit allemaal werkt terugkomt in de zich herinnerende denkgeest.
De laatst stap, het volledig terugherinneren in het On-bewuste, zal niet gepaard gaan met angst voor dood of vernietiging, maar zal een logisch gevolg zijn van het zich totaal terugherinneren in wat Eénheid is.
Tot deze onvermijdelijke Herinnering zal de zich bewust wordende denkgeest door alle stadia van bewustwording heen gaan en zal zijn ‘leven’ en alle projecties die daar een rol in hebben gekregen zijn vergevingsmateriaal zijn.

En zo kan ik alleen nog maar met grote dankbaarheid en liefde kijken naar alles wat langskomt in wat ik mijn leven noem, ook al ervaar ik het in eerste instantie als moeilijk, lastig, aanvallend, verdedigend, ik en jij als vriend, ik en jij als vijand, en dat geld voor mensen, dieren én dingen, want samen heeft al dat gedoe maar één doel, terugherinneren in Eénheid.
In het stadium van hoogste bewustwording, is de ongelukkige dromer en droom gebaseerd op zonde, schuld en angst, volledig omgedraaid naar een gelukkige droom, waar alles alleen nog maar gezien wordt als vergevingskans, daar geen twijfel meer over bestaat en waaruit de angel van zonde, schuld en angst helemaal verdwenen is. De denkgeest is zich volledig bewust van dat hij denkgeest is, alle projecties zijn teruggekeerd naar hun bron de denkgeest en hij ziet alleen nog een vergeven wereld.
En hier kan alleen maar de laatste stap op volgen, volledige terugkeer in Eénheid, waar geen bewustzijn meer is omdat het niet nodig is en wat we ‘God’ noemen zolang we nog woorden denken nodig te hebben.

%d bloggers liken dit: