archiveren

Tagarchief: non-dualisme

Een interne dialoog…
oké, alles is een projectie, geloof ik dat?, ja, want het is voor mij de enige logische verklaring van dit verschijnsel “wereld” en alles wat zich daarin lijkt te bevinden; mensen, dieren dingen, situaties, inclusief natuurlijk het “ik” lichaam.
Alles wat “ik” zie is een projectie en komt als ik verder terug denk schijnbaar uit een persoonlijke aparte denkgeest die ik nog steeds “ik” noem. Dat is zo’n beetje de reikwijdte van wat de denkgeest op z’n best kan en vooral wil begrijpen. Verder terug kan de beperkte reikwijdte van dat denksysteem niet. De beperking van dit denksysteem, en die beperking komt altijd voort uit angst en schuld, kan dan verschillende kanten op gaan:

–  het blijft waar het is, accepteert aan de uiterste grenzen van een als nog steeds persoonlijke denkgeest dat inderdaad alles een projectie is vanuit schuld en angst en besluit daar mee te leren leven en er maar het beste van te maken, nog steeds vanuit een persoonlijk lichaams idee.
–  denkt met deze gedachte, wat als openbaring gezien wordt verlicht te zijn en denkt zich daarnaar te moeten gaan gedragen, nu als officieel spiritueel wezen (mens) met speciale eigenschappen, nog steeds vanuit een persoonlijk lichaams idee.
–  schiet door deze ontdekking nog meer in de angst en schuld en trekt zich terug in een nog steeds als een persoonlijk zijnde “ik” lichaam.

Al deze mogelijkheden, en er zijn nog meer variaties denkbaar, hebben als kenmerk dat er nog steeds een persoonlijke identificatie is met een “ik” lichaam, of “ik” denkgeest.
Dit proces is onvermijdelijk en hoort bij het ontwaken uit de als “persoonlijk” geziene en ervaren droom. Immers dit zien en geloven dat er een “persoonlijk” “ik/lichaam” is te midden van andere “ik/lichamen, dingen en situaties” is een poging, en heeft enkel en alleen maar de functie om de ergens nog aanwezige vage diep weggestopte herinnering aan volledige non-dualistische Eenheid voorgoed te verbergen achter een denkbeeldige maar schijnbaar o zo “echte” muur van projectie vanuit zonde, schuld en angst.
Angst voor de herinnering dat afscheiding van Eén onmogelijk is en dat dat zich openbaart, omdát het onmogelijk is en schuld omdat er een poging wordt gedaan om uit Eenheid te geraken, terwijl deep down geweten wordt dat dat onmogelijk is, maar waar uit angst toch hardnekkig aan wordt vastgehouden. Een vicieuze cirkel van zonde, schuld en angst.

Als even goed en eerlijk even objectief gekeken wordt naar alles wat er gedacht wordt en geprojecteerd zal niets maar dan ook niets wat als persoonlijk wordt gezien en ervaren NIET uit zonde, schuld en angst voortkomen.
Dat betekent dat in elk gevoel van onrust, ongenoegen, woede, haat, speciale liefde en nog een paar duizend gevoelens en emoties die maar mogelijk zijn, de krampachtige wil tot afscheiding (wat dus eigenlijk onmogelijk is) tot uitdrukking komt.
En dat wordt niet als leuk ervaren, hoewel ik toen ik dit ontdekte wel meteen een missing link gevoel had in eerste instantie. Het was even een herinneringsflits als het ware, een even open gaan van de zelfgemaakte “gevangenis”, maar dat is slechts het begin van een lang, lang proces van langzaamaan terug herinneren in dat wat zo zorgvuldig en met alle macht verborgen moet blijven. Stap voor stap, want de weerstand, lees schuld en angst is groot.

Er is alleen Waarheid, Eénheid, non-dualisme, en niets van wat “hier” ervaren wordt voldoet aan dat criterium. Dus moet alles wat “hier” ervaren wordt wel een poging tot afscheiding zijn van Waarheid, Eénheid, non-dualisme. Het is het een of het ander, beide tegelijkertijd is onmogelijk.
Dit betekent ook als alleen één mogelijk is, dat een ervaring van twee (dualiteit) eigenlijk ook nog steeds één is, maar dan een omgekeerde versie ervan: één krijgt ineens twee kanten, ook al lijken het nu twee zijden van één te zijn, opgesplitst in goed en kwaad. En schijnbaar “ervaren” kan worden.
In non-dualisme is geen ervaring, is ook niet nodig.
Uit één wordt dus schijnbaar één stukje gehakt, wat in uitgehakte vorm twee kanten lijkt te hebben waardoor één plotseling een tegenstelling lijkt te hebben en die gedachte van twee splits zich en breid zich vervolgens uit waardoor Eén uit het “zicht”, uit de herinnering verdwijnt en tevens “vergeten” wordt dat de twee schijnbare zijden van één ook nog steeds één zijn (ideeën verlaten nooit hun bron, ook al zijn ze nog zo krankzinnig en onmogelijk).
Kortom er is ook maar één afscheidingsidee, ook al is dat een schijnbaar twee-zijdig, dualistisch idee.
Dus de ervaring van miljarden “ik lichamen”, dingen en situaties is onjuist en niets meer of minder dan een vergissing, (dus niets zondigs, schuldigs of angstigs) want het is niet werkelijk gebeurt.

Het lijkt alsof er individueel miljarden verschillende scripts zijn (mijn leven, jouw leven, ons leven enz.) maar dat is een schijnvertoning. Er is maar één afscheidingsidee, één ego dus en is alles nog steeds met alles verbonden ook in die ene egodenkgeest.
Vandaar dat als het proces van onvermijdelijk ontwaken vordert er ervaringen kunnen zijn van “iemands gedachte kunnen lezen”, of in de toekomst kijken, of aanvoelen wat er gaat gebeuren, met dieren en of planten of dingen kunnen communiceren of iets in een groter geheel kunnen overzien, of wat voor een grensoverschrijdende ervaring dan ook welke dan ook weer als “speciaal”, als plezierig of als zeer bedreigend kan worden ervaren. Het laat hoe dan ook zien dat er ook maar één egodenkgeest is waarbinnen ook alles met alles verbonden is. En vandaar dat we ook vrij simpel kunnen zien dat hoe bijzonder ook “mijn” persoonlijke “ik” ervaringen, verhalen lijken te zijn er niets nieuws onder de zon is en het allemaal op hetzelfde neer komt: de verborgen wil tot afgescheiden willen zijn van Eén.

Die ene egodenkgeest, dat ene afscheidingsidee, is dus ook nog steeds onvermijdelijk verbonden met Eén, met Waarheid, met non-dualisme, het is er alleen een op z’n kop versie ervan, waardoor binnen dit op z’n kop denken alles een tegenstelling is van Eén, zoals al eerder opgemerkt werd.
Vandaar dat die op z’n kop versie wel ook nog steeds de “kracht” of misschien beter de eigenschappen van Eén in zich draagt. En vandaar ook dat het zo hardnekkig is en schijnbaar heel veel (ego)kracht heeft. Zoals een kind het dna van zijn ouders in zich draagt, wat ook weer een op z’n kop afspiegeling is van Ware Eenheid, de Eenheid die geen vorm nodig heeft om dat uit te beelden in vormen die vervolgens als oorzaak en gevolg worden gezien.

Die op z’n kop kracht zien we terug in de projecties. We denken en geloven, van wegen de wil tot afscheiding van Eén, dat alles in de wereld gebeurt door krachten die we niet in de hand hebben, met het verschijnsel “natuur” voorop. Ook collectieve krachten op wereld schaal niveau zien we niet zo makkelijk als een projectie van de ene denkgeest die dit doet met maar één doel: afscheiding van Eén. Op kleinere schaal moeten we onvermijdelijk, omdat we het meer persoonlijk nemen, wel toegeven (of ontkennen) dat we er iets mee te maken hebben als er iets gebeurt en is de schuld en de angst die erachter schuil gaan makkelijker te herkennen. Maar als er goed gekeken en vooral eerlijk gekeken wordt is achter elk van deze gedachten, hoe groot of klein ze ook zijn in geprojecteerde vorm, de zonde en de schuld welke maar één doel heeft: afscheiding van Eén te herkennen.

Tot zover even deze persoonlijke dialoog, die persoonlijk lijkt omdat dat zo ervaren wordt, maar het niet kan zijn, omdat “persoonlijk” niet bestaat en slechts één nietig dwaas afscheidingsidee is…
Het “persoonlijke” als ervaring hoeft niet ontkent, verandert of vermeden te worden, want dat zou alleen nog maar meer poging tot afscheiding zijn. Het kan in het beste geval binnen het concept van de afscheiding vanaf een zogenaamde waarnemend langzaamaan wakker wordend uit de droom zich herinnerend bewustzijn geobserveerd worden en vanaf dat standpunt als hulpmiddel, door te leren zien wat het is en waarvoor het dient, her-gebruikt worden. Daardoor wordt het op z’n kop idee weer langzaamaan terug gegeven aan Waarheid, Eenheid, God, Liefde.

Een nog weer meer verdiepend inzicht over het concept “dood” is dat het ego ook dit concept gebruikt om zijn eigen versie van “onveranderlijke werkelijkheid” te maken als verdediging tegen de ware onveranderlijke werkelijkheid van God.

Het hele egodenksysteem is opgezet als verdediging tegen Eénheid, non-dualisme, God, Liefde. En de enige manier om dat schijnbaar voor elkaar te krijgen is het tegendeel van non-dualisme, namelijk dualisme te bedenken. Ineens is er geen één meer, maar twee, precies het tegenovergestelde, of het op z’n kop zetten van wat onveranderlijke Éenheid, nondualisme is.

De ultieme truc van het ego om binnen zijn dualistische denksysteem toch onveranderlijkheid te suggereren is het concept “de dood”. De dood binnen het ego denken lijkt immers onveranderlijk, onoverkomelijk en eeuwig. We ervaren de dood als onvermijdelijk en als de enige zekerheid die we lijken te hebben in dat wat we ons leven noemen. En tegelijkertijd zijn we er bang voor, of dit nu aanvaard wordt of ontkend, in allerlei verhalen, we doen er alles aan om het uit te stellen, of zoals alles in de dualiteit nu eenmaal een tegenhanger heeft, door zelf voor de dood te kiezen.

En dit heeft allemaal slechts één doel te verbergen en vervolgens te vergeten, dat de dood zoals alle ego concepten onmogelijke concepten zijn binnen Éenheid, non-dualisme, God, Liefde.
Dit blijkt, ook al is het een onmogelijk idee, toch een zeer effectief en succesvol idee en gedachtesysteem te zijn. De dood is nu het ultieme symbool van het enige wat “waar” is binnen het volledig onware denksysteem van het ego, waardoor dat wat werkelijk “Waar” is verborgen blijft, diep in het onderbewuste, in de vergetelheid.

Het goede nieuws is, dat “Waar” altijd “Waar” blijft en “onwaar” derhalve “onwaar”.
We kunnen muren en bergen voor “Waar” oprichten, zodat wat “Waar” is uit het zicht verdwijnt, maar het is daardoor nog niet volledig verdwenen.
Het is dus zaak als de denkgeest er genoeg van heeft zich te verbergen achter onwaarheid dmv concepten (blokkades) die alleen maar pijn en lijden opleveren, eraan toe is zich weer te willen herinneren in wat hij werkelijk is, en dat alle obstakels die werden en worden opgeworpen tegen “Waarheid”, (Éenheid, non-dualisme, God Liefde) onder ogen worden gezien, worden doorzien en losgelaten oftewel vergeven, zodat wordt gezien en ten volle wordt beseft dat alleen Éen waar kan zijn en dat alles wat twee is (dualisme) niet gebeurt kan zijn, dan alleen in dromen van dualisme met als enig doel afgescheiden te zijn en blijven van Éen, God, Liefde, een wat dan duidelijk wordt onderkend en gezien als een onmogelijk doel.

Dat is de enige manier om het concept “dood” door te prikken en te ontkrachten.
Op die manier wordt het idee van de dood slechts nog een reminder voor wat het eigenlijk is, zoals hierboven beschreven, en krijgt het alleen nog de functie van ware vergeving.

Maar blijf alert, want aangezien er alleen maar denkgeest is en zich daarin zowel het juist-gerichte denken (HG/J) als het onjuist gerichte denken (ego) en het waarnemende/keuzemakende denken bevindt, het egodenken nog steeds in elke gedachte aanwezig is, zolang “we” nog ervaren, denken en geloven “hier” te zijn. Het egodenken zal dus altijd proberen elke gedachte af te scheiden van de juist gerichte denkgeest. Bijvoorbeeld door elke keer dat het concept “dood” langskomt, te denken “oh, het is niet echt hoor, het is maar een concept, de dood bestaat niet, denk er maar niet aan” en vervolgens het hele concept weg te mediteren in het licht. Daarmee wordt heel slim en schijnbaar heel spiritueel vermeden dat “ik” als waarnemende/keuzemakende denkgeest eerst zonder oordeel, wat alleen kan olv HG/J, oftewel de juist gerichte denkgeest, want anders is kijken simpelweg te angstig, ook weer een verdediging van het ego, kijk naar de projectie die ik als egodenkgeest heb opgezet. Dat eerlijk kijken precies zoals het verhaal met als onderwerp “de dood” is opgezet en wordt ervaren, is absoluut noodzakelijk om het hele concept los te kunnen laten oftewel te vergeven.
Dit niet doen, door het te vermijden (dus door te luisteren naar de leiding van het ego gedeelte van “mijn” denkgeest (=zonde, schuld en angst) is stappen overslaan.

Dus elke keer dat het concept “dood” in al z’n vormen als verhaal en ervaring voorbij komt is het zaak op de eerste plaats het te leren herkennen, het precies zo onder ogen te zien zoals het is opgezet door mijn keuze voor het egodenken, zonder er ook maar iets aan het verhaal en de ervaring te veranderen, en dan de keuze te maken (als de denkgeest eraan toe is, maar dat voel je vanzelf) het te vergeven, omdat ik dan echt doorzie dat het hele concept “dood” onmogelijk is, want het past op geen enkele manier binnen wat “Waar”, Onveranderlijk Éen is.

Ik merkte zelf na dit inzicht dat het hele egodenken eigenlijk volledig doordrongen is van het concept “dood” in talloze vormen, en het volledig doorzien ervan (dus door er eerlijk naar te kijken, en te voelen, zodat gezien kan worden dat het alleen maar een verdediging tegen terug herinneren in Éenheid, God, Liefde is) en het vervolgens willen en kunnen vergeven ervan werkelijk enorme deuren van vrijheid opent.

En maak je geen zorgen (wat ook weer een egogedachte is trouwens), want wakker worden uit deze nachtmerrie die we ons leven noemen, is onvermijdelijk, of je er nu bewust mee bezig bent, heel spiritueel denkt bezig te zijn of juist niet, het is onvermijdelijk. De denkgeest zal er uiteindelijk onvermijdelijk aan toe zijn om zich terug te willen herinneren in Éenheid, God, Liefde.
En dat is het enige ware onvermijdelijke, NIET het concept “dood”.

“Niet werkelijks kan bedreigd worden.
Niets onwerkelijks bestaat.
Hierin ligt de vrede van God”.
(ECIW Inl.2:1-4)

P.S. de inspiratie voor dit blog werd onder andere getriggerd door een blog van Frits Spoelstra (Snips) wat te vinden is onder deze link Momento Mori

 

“Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk” (WdI.5).
Werkboek les 5 (en les 34) is alles wat je nodig hebt, zei Ken Wapnick altijd.
De oefening gaat over het onderzoeken van je denkgeest “(…) op oorzaken van onvrede waar je in gelooft, en vormen van onvrede die, naar je meent, daaruit voortvloeien” (WdI.5.3:1).

Uiteindelijk soms na jaren, dat is voor iedereen (voor iedere schijnbaar afzonderlijke denkgeest) verschillend, zal het duidelijk worden dat eigenlijk elke gedachte+projectie voldoet aan de gedachte dat ik nooit onvrede voel om de reden die ik denk.

Immers stap voor stap al oefenend en ervarend zal worden gezien dat de reden dat ik wat voor vorm van onvrede dan ook die “ik” denk en geloof te ervaren juist de reden dat ik  onvrede WIL ervaren verbergt. Mijn schijnbare aardse ervaringen zijn een dekmantel voor wat “ik” denkgeest WIL ervaren teneinde “mijn” ware Zelf, welke juist onpersoonlijk is en niets met projecties zoals een lichaam in een wereld in tijd en ruimte te maken heeft, te verbergen.

Stap voor stap zal duidelijk worden dat deze les 5 een zeer behulpzame reminder is die naast elke gedachte/ervaring geplaatst kan worden. Elke gedachte begint immers als “speciaal”, als egogedachte dus, met als doel om de afscheiding (welke in werkelijkheid onmogelijk is en nooit heeft plaatsgevonden) toch schijnbaar waar te doen lijken zijn.

Als ik elke vorm van onvrede+bijbehorende projectie serieus neem dan voel ik me, als ik heel eerlijk kijk, standaard dag en nacht onveilig, bedreigd, schuldig, boos, zenuwachtig, ongeduldig, jaloers, bezorgd, ongemakkelijk, razend, haatdragend, wraakzuchtig, liefdevol, prettig, op m’n gemak en nog een paar honderd andere mogelijke selectieve persoonlijk, lichaamsgerichte gevoelens die ik (denkgeest) kan gebruiken om maar in onvrede of in schijnbare vrede te blijven.

“Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk” brengt deze selectieve, lichaams-vormgerichte speciale egogedachten terug naar de bron, de denkgeest, waar ze bedacht en uitgezonden worden om het idee van afscheiding schijnbaar waar te maken. En zo wordt het enige doel van egogedachten, en de reden waarom ik nooit enige vorm van onvrede voel om de reden die ik denk, terug gebracht naar de uitzender, de denkgeest, zodat opnieuw gekozen kan worden. En dan komt les 34 goed van pas: “Ik zou in plaats hiervan vrede kunnen zien” (WdI.34).

De keuze gaat niet over om het geprojecteerde “probleem” wat door ego-ogen gezien wordt als de oorzaak, op te lossen, te veranderen, te verbeteren, te genezen, maar om te leren zien dat dat niet de oorzaak kan zijn van mijn schijnbare onvrede en dat ik een andere keuze kan maken. De keuze tussen afscheiding (keuze voor ego-denken) of voor het ongedaan maken van afscheiding (keuze voor Heilige geest en of Jezus denken).
Dat zijn de twee enige keuzes die gemaakt kunnen worden om de vergissing (de (onmogelijke) keuze voor afscheiding) te herstellen en terug te herinneren in wat verborgen moest blijven: Waarheid, Zelf, Eenheid, Liefde, God of hoe je non-dualisme, wat eigenlijk niet te omschrijven valt, maar noemen wil.

Elke andere keuze, die nog steeds vorm-gericht is en de projecties als oorzaak van onvrede ziet, is een vergissing. Een vergissing die alleen zinnig kan worden her-gebruikt door ze te vergeven.
In les 62 leer ik dan ook dat Vergeving mijn enige functie is.
Mijn functie, zolang er nog “ervaring” lijkt te zijn, is niet de wereld te verbeteren, maar om elke gedachte+projectie welke wereld en tijd en ruimte gericht is te vergeven.
En in combinatie met les 5 en 34 kan ik leren elke gedachte+projectie als vergevingsmateriaal en kans te gaan zien.

(Dit blog is niet bedoelt als vervanging voor wat ECIW zelf over bovengenoemde lessen zegt, dus lees vooral ook de lessen zelf in het blauwe boek.)

Het verschijnsel “ego” wat niets anders is dan een denksysteem dat bestaat bij de gratie van een geloof in afscheiding versterkt door geloof in zonde, schuld en angst is niet te vertrouwen.  Een gedachte systeem wat bedoelt is af te scheiden van Eén kan niet anders dan gebouwd worden op wantrouwen.
Vertrouwen investeren in welke ego projectie dan ook is gedoemd te mislukken, daar een denksysteem dat als kernwaarde wantrouwen heeft aangenomen als uitgangspunt, niet anders kan dan wantrouwen uitbreiden.
De natuurlijke wens en aard van non-dualisme die geaard is in non-dualistisch Vertrouwen, blijft in de herinnering van de denkgeest die tijdelijk voor dualisme (ego) heeft gekozen bestaan. Eenheid kan wel ontkend, maar niet vernietigd worden.
Binnen het geloven in afscheiding waarbij het natuurlijke idee van Eenheid ontkend wordt, blijft de natuurlijke verbinding met Eenheid onveranderlijk bestaan.
In de praktijk betekent dit dat als ik probeer in een relatie met wie of wat dan ook in wat voor vorm dan ook vertrouwen te vinden dit slechts een dualistische vorm van vertrouwen oplevert, waarbij vertrouwen en wantrouwen elkaar afwisselen, maar nooit binnen dit systeem van afscheiding de non-dualistische staat van Vertrouwen kan en zal bereiken.
Echter kan wel bereikt worden dat door het dualistische denksysteem van het ego denken te doorzien en er oordeelloos naar te leren kijken het nog altijd aanwezige Vertrouwen wat inherent is aan non-dualisme, Eenheid, kan worden herinnerd en het Ware Vertrouwen kan worden hersteld.
Het willen bereiken van vertrouwen binnen de dualiteit kan dan worden opgegeven en vergeven en alle relaties binnen het dualistische ervaren krijgen dan deze andere functie.

Zolang ik nog in vertrouwensrelaties met andere lichamen en dingen geloof, wat dus betekent geloven in afscheiding en in zonde, schuld en angst, zal ik keer op keer teleurgesteld worden, net zolang tot ik aanvaard dat alleen Vertrouwen mogelijk is op het grenzeloze denkgeest niveau waar alleen Eén mogelijk is.

Dan zullen al mijn relaties een totaal andere functie krijgen als weerspiegeling van mijn nu bewuste keuze voor Vertrouwen.

Verdriet, huilen, is een projectie die staat voor het niet kunnen (willen) toelaten en het afstoten van Liefde (de Liefde van God, die staat voor Eenheid, Waarheid, Onveranderlijkheid, non-dualisme), van wege het onderliggende schuldgevoel, dat verborgen moet blijven en in plaats daarvan uit geprojecteerd wordt als verdriet binnen een vorm van speciale liefde ten einde aan dat diep verborgen schuldgevoel (de angst voor God, voor Liefde, voor Eenheid, Waarheid, onveranderlijkheid) te ontsnappen.

De projectie kan er bijvoorbeeld uitzien als zomaar moeten huilen tijdens een tv programma of tijdens een film, of als dit zich voordoet in onze eigen persoonlijke ‘film’(ons dagelijkse leven) waarbij het afscheid moeten nemen van iets wat dierbaar en of zeer geliefd is wordt uitgebeeld. Vooral als het gaat om het verbreken van banden met naasten en geliefden, of dat nu door de dood gebeurt of door het verbreken van banden door ruzie, of het uit elkaar gaan binnen een relatie, het verbreken van de ouder-kind band. Maar ook speelt dit als de relatie juist weer hersteld wordt in een ‘speciale’ vorm, ruzie die bijgelegd wordt, kinderen die weer worden herenigd met ouder/ouders, familie ruzies die worden bijgelegd enz. ook dan is er weer verdriet en komen de tranen.
Hoe dan ook, omdat we het (willen) zien en ervaren als verdriet om redenen die zich in een of andere vorm laat zien buiten ons, is het niet de werkelijke reden waarom we verdriet hebben en moeten huilen. Of dat nu tranen van verdriet of tranen van vreugde zijn, binnen de ‘speciale relatie’, beiden beelden de twee zijden van de egodenkgeest mogelijkheden uit.

Denk maar weer aan les 5, ‘Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk’.
Ik ben niet verdrietig om de reden die ik denk, ik huil niet om de reden die ik denk.

Maar naast het hoofddoel wat verborgen wordt achter het verdriet en de tranen, namelijk het in stand houden van de afscheiding, door het geloof in de mogelijkheid en het tegelijkertijd vergeten van de onmogelijkheid van het kunnen verliezen van Liefde met het daarbij behorende zonde en schuldgevoel, dragen beiden (de twee zijden van de egodenkgeest mogelijkheden) ook de onveranderlijke herinnering in zich aan de Liefde van God, Eenheid, Waarheid, het Onveranderlijke. Daardoor kunnen beiden zijden met hun projecties, als we bereid zijn er ‘anders’ naar te willen kijken als waarnemende en keuzemakende denkgeest, daar ook een herinnering voor worden en als zodanig worden her-gebruikt.

En dit kan door simpelweg te erkennen dat het verdriet er is, het niet tegen te houden, verbergen, goed te praten of wat dan ook, maar er open en eerlijk naar te kijken precies zoals het zich voordoet, zonder te oordelen, zonder te analyseren. Door er alleen maar naar te kijken, oordeelloos, wat betekent kijken met de keuze voor onze Heilige Geest kant, kijken met de herinnering aan Eenheid, Waarheid, God, Onveranderlijkheid (allemaal namen voor hetzelfde), stop je vanzelf met kijken met je egodenkgeest kant, omdat het altijd een keuze is.
Het ego hoeft niet vernietigd, of ongedaan gemaakt te worden, het simpelweg er niet meer voor kiezen is voldoende, in plaats daarvan kijken we, oordelen niet, vergeven en kiezen opnieuw. Steeds weer. En zo krijgt ook verdriet een andere functie en kan ook verdriet de functie krijgen van een sleutel die de deur opent terug naar Liefde.

%d bloggers liken dit: